Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2007:BC0415

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
21-11-2007
Datum publicatie
19-12-2007
Zaaknummer
81782 / HA ZA 07 - 706
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst of onrechtmatige daad? Overeenkomst van afnemer met energieleverancier is ontbonden. Door de eerdere feitelijke afname van energie bestaat tevens een contractuele relatie tussen de afnemer en de netbeheerder Essent Netwerk BV. Overeenkomst met Essent Netwerk BV is niet ontbonden. Er is derhalve geen sprake van onrechtmatige daad; schadevergoeding afgewezen.

Overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid - Essent Netwerk BV overtreedt de Gaswet en de Electriciteitswet doordat afnemer geen nieuwe leverancier heeft gecontracteerd - is afnemer gehouden medewerking te verlenen aan de afsluiting van het energietransport.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 81782 / HA ZA 07-706

Vonnis van 21 november 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap

ESSENT NETWERK B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

eiseres,

gemachtigde mr. J.M. Wintjes,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde mr. M.N. van Geenen.

Partijen zullen hierna Essent en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;

- het vonnis van de kantonrechter te Roermond d.d. 7 augustus 2007.

1.2. Partijen hebben na verwijzing door de kantonrechter naar de sector civiel van de rechtbank geen procureur gesteld. De rechtbank zal de zaak afdoen op basis van de reeds voorhanden stukken, waartoe vonnis is bepaald.

2. De feiten

[gedaagde] heeft een woning aan de [adres] te [woonplaats] gehuurd. Essent is netbeheerder in de zin van de Gaswet en de Elektriciteitswet en verzorgt het netwerk voor de levering van energie op dit verbruikadres ([adres] te [woonplaats]). De energie-leverancier van [gedaagde] heeft het energieleveringscontract met [gedaagde] ontbonden per januari 2006.

3. Het geschil

3.1. Essent vordert – uitvoerbaar bij voorraad – [gedaagde] te veroordelen om te gedogen dat Essent werkzaamheden verricht bestaande uit het afsluiten van [gedaagde] van gas en het opnemen van de meterstanden aan het verbruikadres en veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 367,50, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 31 januari 2007 tot aan de dag der algehele voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3.2. Essent heeft [gedaagde], nadat zij door de voormalige energieleverancier van [gedaagde] op de hoogte is gesteld van de contractbeëindiging, schriftelijk verzocht zorg te dragen voor een nieuwe energieleverancier, omdat [gedaagde] anders zou worden afgesloten van gas en elektriciteit. [gedaagde] heeft niet op de brieven van Essent gereageerd en heeft tevens nagelaten een nieuwe leverancier in te schakelen waarop Essent de afsluitingsprocedure in gang heeft gezet.

3.3. Essent stelt dat [gedaagde] sinds 23 januari 2006 onrechtmatig energie verbruikt, nu er zich geen nieuwe energieleverancier voor het verbruikadres [adres] heeft gemeld bij Essent. Doordat [gedaagde] geen nieuwe leverancier heeft gecontracteerd lijdt Essent schade en Essent wil deze schade vergoed zien. De schade bestaat uit het niet langer ontvangen van netwerkvergoeding en uit netverlies. De netwerkkosten bestaan uit de huur en het gebruik van het kabel- en leidingennetwerk en de huur en het gebruik van de gasmeter en/of elektriciteitsmeter. Essent stelt dat de netwerkkosten bij een normaal verbruik bij het huidige prijspeil € 1,26 per dag bedragen en vordert daartoe schade van de datum van ontbinding tot de dag van dagvaarding en heeft deze schade begroot op € 367,50.

3.4. Voorts vordert Essent dat [gedaagde] dient te gedogen dat zij door Essent wordt afgesloten van energietransport om aan de onrechtmatige toestand een einde te kunnen maken. Essent doet bij repliek afstand van de bij dagvaarding gevorderde afsluiting, mits blijkt dat [gedaagde] niet meer woonachtig is op het verbruikadres.

Ten slotte vordert Essent het kunnen opnemen van de meterstanden op het verbruikadres.

3.5. [gedaagde] voert verweer en stelt dat zij sinds januari 2006 niet meer op het adres [adres] te [woonplaats] verblijft en derhalve sindsdien ook geen energie heeft verbruikt. Essent heeft geen schade geleden, omdat er geen energiekosten voor de rekening van Essent als netbeheerder zijn gekomen. Voorts stelt [gedaagde] dat zij de sleutels van de woning per maart 2007 heeft ingeleverd en de woning alsdan niet meer huurt. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Essent, althans afwijzing van de vorderingen van Essent met veroordeling van Essent in de kosten van deze procedure.

3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De Gaswet en de Elektriciteitswet maken een onderscheid tussen de levering en het transport van gas en elektriciteit. Een netbeheerder is een vennootschap die één of meerdere netten beheert. Een leverancier is een organisatorische eenheid die zich bezig houdt met het leveren van elektriciteit en/of gas. Op grond van de Gaswet en de Elektriciteitswet mag een netbeheerder niet als leverancier optreden.

4.2. In het onderhavige geval heeft [gedaagde] tot januari 2006 een overeenkomst met een energieleverancier gehad. [gedaagde] heeft tot die tijd levering van gas en elektriciteit genoten. Voor de levering daarvan is gebruik gemaakt van het netwerk van Essent. Uit het systeem van de Gaswet en de Elektriciteitswet volgt dat een consument van gas en elektriciteit een overeenkomst met een leverancier en een overeenkomst met een netbeheerder dient te hebben. Op het moment dat [gedaagde] energie heeft afgenomen, heeft zij daarbij gebruik gemaakt van het netwerk van Essent. Er is dus sprake van een aanbod en een aanvaarding ten aanzien van de leverancier respectievelijk de netbeheerder in de zin van artikel 6:217 Burgerlijk Wetboek. De rechtbank is van oordeel dat door de feitelijke afname van de energie er in ieder geval een stilzwijgende overeenkomst tot stand is gekomen tussen [gedaagde] en Essent.

4.3. Vaststaat dat de overeenkomst van [gedaagde] met de energieleverancier is ontbonden. Gesteld noch gebleken is dat tevens de overeenkomst tussen Essent en [gedaagde] is ontbonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat de contractuele relatie tussen hen nog steeds van kracht is. De verhouding tussen Essent en [gedaagde] is dus van contractuele aard. Het bedrag dat Essent vordert bestaat uit de vergoeding die [gedaagde] op basis van het contract verschuldigd is aan Essent. Essent heeft haar vordering daarom onterecht op onrechtmatige daad gebaseerd: hetgeen Essent vordert komt neer op nakoming en niet op schadevergoeding uit onrechtmatige daad. Nu Essent die grondslag uitdrukkelijk aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, dient de vordering tot betaling van het bedrag

€ 367,50 – nu die grondslag onjuist is gebleken – te worden afgewezen.

4.4. Essent mag als netbeheerder niet als energieleverancier optreden. Essent dient, in het geval er geen energieleverancier is, het transport van energie te beëindigen, omdat zij als gevolg van het ontbreken van een leverancier de Elektriciteits- en de Gaswet overtreedt. Er heeft zich namens [gedaagde] geen nieuwe leverancier bij Essent aangemeld. [gedaagde] is gehouden medewerking te verlenen aan de afsluiting van gas, waarbij zij bij het in gebreke blijven daarvan Essent belemmert in het uitvoeren van haar taak voortvloeiende uit de Elektriciteitswet en de Gaswet. Partijen dienen zich te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en de billijkheid – die hier worden ingekleurd door de omstandigheid dat Essent de wet overtreedt doordat [gedaagde] heeft nagelaten een nieuwe energieleverancier aan te melden – als gevolg waarvan [gedaagde] is gehouden medewerking te verlenen aan de afsluiting van het energietransport en Essent daartoe toegang te verschaffen tot het verbruikadres [adres] te [woonplaats].

4.5. [gedaagde] stelt dat zij per maart 2007 de sleutels van haar woning heeft ingeleverd en de woning niet meer huurt. [gedaagde] staaft de huuropzegging door middel van twee – niet ondertekende – brieven afkomstig van haar gemachtigde mr. M.N. Geenen. De rechtbank is van oordeel dat dit onvoldoende is om daarmee aan te tonen dat [gedaagde] niet meer woonachtig is op het verbruikadres, nu dit niet eenduidig en expliciet blijkt uit de door [gedaagde] overlegde brieven. Gelet op de stelling van Essent dat indien [gedaagde] niet meer op het verbruikadres woont er daar ook geen afsluitingswerk- zaamheden hoeven plaats te vinden, zal de rechtbank deze vordering toewijzen met de bepaling dat indien [gedaagde] nog woonachtig is op het verbruikadres, zij dient te gedogen dat Essent de energietoevoer afsluit en daartoe ook haar medewerking zal verlenen.

4.6. Essent heeft onder meer als wettelijke taak het beheren van de energiemeter. [gedaagde] dient tevens medewerking te verlenen aan het opnemen van de meterstanden nu op geen enkele wijze is komen vast te staan dat [gedaagde] sinds januari 2006 geen energie heeft verbruikt op het verbruikadres.

4.7. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Essent worden begroot op:

- dagvaarding € 77,85

- vast recht 251,00

- salaris procureur 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.232,85

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. staat Essent toe – mits [gedaagde] op het tijdstip van afsluiten en opnemen van de meterstanden woonachtig is op het verbruikadres [adres] te [woonplaats] - werkzaamheden te verrichten aan het verbruikadres, bestaande uit het opnemen van de meterstanden en het afsluiten van [gedaagde] van gas;

5.2. veroordeelt [gedaagde] om te gedogen dat Essent de hieronder onder 5.1. werkzaamheden verricht aan het verbruikadres;

5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Essent tot op heden begroot op € 1.232,85;

5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. dr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2007.

JR