Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2007:BB3247

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
03-05-2007
Datum publicatie
10-09-2007
Zaaknummer
07/290
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gelet op het gegeven dat onomstotelijk vast staat dat het onderhavige beroep gericht is tegen hetzelfde besluit, waarover de rechtbank bij uitspraak van 27 april 2007 reeds heeft geoordeeld, is de rechtbank van oordeel dat eiseres een belang bij de onderhavige procedure dient te worden ontzegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

PROCES VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK

Procedurenr.: 07/290

Inzake: Mw [eiseres] h.o.d.n. [eiseres] Tuinbouwbedrijf, gevestigd te [plaats], eiseres,

tegen: De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinsituut werknemersverzekeringen, gevestigd te Amsterdam, verweerder.

Proces verbaal van de met toepassing van artikel 8:67 juncto artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedane mondelinge uitspraak van de rechtbank te Roermond.

Zitting hebben: Mr. L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen, als voorzitter

Mr. M.M. van Utteren-Hoving, als griffier.

De mondelinge behandeling

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van 3 mei 2007, waar eiseres noch haar gemachtigde zijn verschenen, en waar verweerder zich evenmin heeft laten vertegenwoordigen.

Na de mondelinge behandeling heeft de rechtbank heden, 3 mei 2007, de volgende uitspraak gedaan, onder mededeling dat tegen deze uitspraak voor belanghebbende en het bestuursorgaan het rechtsmiddel hoger beroep openstaat bij de Centrale Raad van Beroep en dat de termijn voor het instellen van het hoger beroep zes weken bedraagt.

De beslissing

Verklaart eiseres niet-ontvankelijk.

De gronden voor de beslissing

Gebleken is dat door de gemachtigde van eiseres, mr. G.J.M. de Jager, advocaat bij Linssen CS advocaten te Tilburg, tegen het voorliggende besluit van 4 oktober 2006 van verweerder met kenmerk BBK/2776441/92999 twee maal een beroepschrift is ingediend. Eén beroepschrift, gedateerd 13 november 2006, (dossiernummer van eiseresses gemachtigde: 212020234) bij deze rechtbank en één beroepschrift, gedateerd 15 november 2006, (met hetzelfde dossiernummer van eiseresses gemachtigde) bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch.

Bij brief van 5 maart 2007 heeft de griffier van de rechtbank 's-Hertogenbosch het aldaar ingediende beroep met bijlagen doorgezonden naar de rechtbank Roermond, aangezien niet de rechtbank ’s-Hertogenbosch, doch de rechtbank Roermond bevoegd is om het beroep te behandelen. Hiervan is mr. G.J.M. de Jager bij brief van de rechtbank van 7 maart 2007 op de hoogte gesteld. Bij aangetekende uitnodiging van 27 maart 2007 is de gemachtigde vervolgens uitgenodigd voor de behandeling ter zitting van dit beroep op heden.

Daags voor de zitting, derhalve op 2 mei 2007, is de rechtbank -ambtshalve- gebleken dat de mondelinge behandeling van het beroep, ingesteld bij beroepschrift van 13 november 2006 bij deze rechtbank, reeds op 6 maart 2007 heeft plaatsgevonden, voor welke mondelinge behandeling de gemachtigde op 29 januari 2007 -aangetekend- is uitgenodigd. Eiseres is alstoen in persoon ter zitting verschenen, terwijl mr. De Jager verstek heeft laten gaan. De uitspraak in die procedure (06/1939), gedateerd 27 april 2007, lag bij de griffie voor verzending gereed.

Naar aanleiding van die constatering heeft de griffier op 2 mei 2007 telefonisch contact opgenomen met mr. De Jager. Deze deelde in dat gesprek de griffier mede niet ter zitting te zullen verschijnen, doch geen aanleiding te zien om het beroep in te trekken.

Op 3 mei 2007 is door de griffier opnieuw telefonisch contact opgenomen met de gemachtigde, bij welk onderhoud de griffier mr. De Jager op voet van artikel 8:45 van de Awb heeft verzocht de rechtbank vóór de aanvang van de behandeling ter zitting per fax te berichten waarin voor eiseres het belang (nog) gelegen is bij de onderhavige procedure. Mr. De Jager heeft daarop de griffier medegedeeld dit te weigeren. Per fax, bij de rechtbank ontvangen om 11.51 uur, is vervolgens door mr. de Jager bericht dat hij, noch cliënte bij de mondelinge behandeling zullen verschijnen, aangezien het een behandeling betreft naar aanleiding van een besluit dat reeds eerder bij de rechtbank is behandeld op 6 maart 2007 (zaaknummer 06/1930 CV).

Gelet op het gegeven dat onomstotelijk vast staat, zoals door de gemachtigde in zijn fax van heden ook als zodanig erkend, dat het onderhavige beroep gericht is tegen hetzelfde besluit, waarover de rechtbank bij uitspraak van 27 april 2007 reeds heeft geoordeeld, is de rechtbank van oordeel dat eiseres een belang bij de onderhavige procedure dient te worden ontzegd.

Waarvan door de griffier is opgemaakt dit proces verbaal, dat door de voorzitter en door de griffier is ondertekend.

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

verzonden op: 21 mei 2007

KS