Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2007:BA7784

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
07-03-2007
Datum publicatie
25-06-2007
Zaaknummer
56702 / HA ZA 03 - 508
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2009:BT2489
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2010:BT2492
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BT2496
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Familieruzie over de rechten op de zogenaamde Oude Catalogus, een bestand van ongeveer 25.000 geluidsopnamen van muziekwerken van diverse artiesten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 56702 / HA ZA 03-508

Vonnis van 7 maart 2007

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOES BV,

gevestigd te Weert,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TELSTAR B.V.,

gevestigd te Weert,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

procureur mr. P.J.G. Goumans,

tegen

1. de vennootschap naar Belgisch recht JOHNNY & JACQUI HOES BVBA,

gevestigd te 3680 Neeroeteren (België), Diestersteenweg 65,

2. [J.A.J.A. H.],

wonende te [adres],

3. [T.M.L.J. H.],

wonende te [woonplaats],

4. [A.E. D.],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur mr. H.J.J.M. van der Bruggen.

Partijen zullen hierna (ook) Hoes en Telstar en de BVBA en de erven genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de akte inbreng bijlagen;

- de incidentele conclusie van antwoord betreffende de provisionele vordering van Hoes met bijlagen;

- de conclusie van antwoord in het incident met bijlagen;

- de akte houdende wijziging van eis;

- de antwoordakte tevens houdende akte overlegging productie;

- de akte houdende overlegging bijlagen;

- de pleitnotities van de advocaat van Hoes en Telstar;

- de pleitnotities van de advocaat van de BVBA en de erven;

- de akte houdende repliek in verband met de zitting van 21 november 2003, issue-analyse ten behoeve van schikking met bijlagen;

- het proces-verbaal van comparitie van 22 maart 2004;

- de akte uitlating voortzetting procedure;

- de akte houdende uitlating voortzetten procedure;

- de akte houdende uitlating voortzetten procedure met bijlagen;

- de akte uitlating voortzetting procedures tevens houdende akte uitlating deskundigenbericht met een bijlage;

- akte houdende uitlating procedure en houdende wijziging van eis met bijlagen;

- het vonnis van deze rechtbank van 23 maart 2005;

- het vonnis van deze rechtbank van 13 april 2005;

- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;

- de incidentele conclusie van antwoord;

- het incidenteel vonnis van de rechtbank van 25 mei 2005;

- de conclusie van antwoord tevens houdende provisionele vordering in conventie tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie met bijlagen;

- de conclusie van antwoord in vrijwaring met bijlagen;

- de conclusie van repliek in conventie en antwoord in voorwaardelijke reconventie tevens houdende akte wijziging van eis met bijlagen;

- de conclusie van dupliek in conventie en repliek in voorwaardelijke reconventie tevens houdende wijziging van eis in voorwaardelijke reconventie met bijlagen;

- de antwoordakte wijziging van eis;

- de conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie;

- de akte houdende vermeerdering van eis tevens akte houdende overlegging producties;

- de pleitnota van de BVBA en de erven;

- de pleitnotities van Hoes en Telstar.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Johannes Andreas Hoes (Hoes sr.) is een in Nederland succesvolle liedjesschrijver en zanger (bekend onder de naam Johnny Hoes). Tijdens zijn schrijf- en zangcarrière heeft hij de liedjesteksten ondergebracht in Telstar. Daarnaast heeft Hoes sr onder meer opgericht de Beheersmaatschappij Telstar B.V. (de moedermaatschappij van Telstar B.V.) en de Beheersmaatschappij Johnny Hoes B.V..

Tot 1 januari 1984 was Hoes sr directeur van Beheersmaatschappij Johnny Hoes B.V.. Vanaf 1 januari 1984 was de dochter van Hoes sr, [M.J.C.M. H.] (verder aangeduid als [M.J.C.M. H.]), directeur van Beheersmaatschappij Johnny Hoes B.V..

Hoes sr bleef directeur van Hoes. Op 8 oktober 1991 werd [M.J.C.M. H.] mede-directeur van Hoes. Met ingang van 1 januari 1997 traden beiden af als directeur van Hoes en werd Beheersmaatschappij Johnny Hoes B.V. de statutair directeur van Hoes.

Hoes sr wilde de aandelen van de werkmaatschappijen binnen de groep van de Hoes-vennootschappen certificeren en daartoe is op 9 juni 1987 de Stichting Administratiekantoor Johnny Hoes (Stichting AK) opgericht. Deze stichting is de aandelen gaan houden van:

- Beheersmaatschappij Johnny Hoes B.V., te weten 99 geplaatste en volgestorte aandelen, toebehorende aan Hoes sr en 1 geplaatst en volgestort aandeel, toebehorende aan [M.J.C.M. H.],

- Beheersmaatschappij Telstar B.V., te weten 34 geplaatste en volgestorte aandelen, toebehorende aan Hoes sr en 1 geplaatst en volgestort aandeel, toebehorende aan [M.J.C.M. H.].

[M.J.C.M. H.] is op 17 april 2002 overleden. De gedaagden sub 2 t/m 4 zijn de erfgenamen van [M.J.C.M. H.]. De erfgenamen hebben de nalatenschap van [M.J.C.M. H.] aanvaard. [M.J.C.M. H.] was tot haar overlijden statutair directeur van Beheersmaatschappij Johnny Hoes B.V. en - naast Hoes sr (voorzitter) en [J. H. jr] (bestuurslid) - bestuurslid van de Stichting AK. Door het overlijden van [M.J.C.M. H.] ontstond in elk van genoemde rechtspersonen een vacature. In de vacature in Beheersmaatschappij Johnny Hoes B.V. is op 17 mei 2002 [J. H. jr]. benoemd tot statutair directeur en in de vacature bij de Stichting AK is op 24 december 2002 [A. H.] benoemd.

Van 1984 tot aan haar overlijden heeft [M.J.C.M. H.] zich met de dagelijkse leiding van de onderneming van de Hoesgroep bezig gehouden.

Telstar was eigenaar van een bestand van muziekwerken en tot 1 april 1990 gerealiseerde geluidsopnamen daarvan, vastgelegd op banden met daarop ongeveer 25.000 titels van diverse artiesten (verder aangeduid als de Oude Catalogus).

De ongeveer 2.700 werken (de Nieuwe Catalogus) die na 1 april 1990 in Telstar zijn geproduceerd, zijn ondergebracht in Hoes.

Telstar, destijds vertegenwoordigd door [M.J.C.M. H.], heeft de Oude Catalogus op 23 november 1990 vanwege financiële problemen binnen de Hoesgroep verkocht aan Inter Fides Holding B.V.. De Oude Catalogus is vervolgens doorverkocht. Op 8 januari 1993 is CNR/Indisc Holding B.V. eigenaar van de Oude Catalogus geworden.

Op 11 juni 1993 is Johnny en Jacqui Hoes B.V. opgericht, waarvan [M.J.C.M. H.] enig aandeelhouder en bestuurder was. Deze vennootschap heeft nimmer behoord tot de Hoesgroep, bestaande uit Beheersmaatschappij Johnny Hoes B.V. en Johnny Hoes B.V.

CNR/Indisc Holding B.V. heeft de (geluidsopnamen en de exploitatierechten van de) Oude Catalogus op 7 maart 1994 voor een bedrag van ƒ 2.000.000,00 verkocht aan Johnny en Jacqui Hoes B.V.

Bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van 12 november 1997 is “de zetel van de werkelijke leiding” van Johnny en Jacqui Hoes B.V. verplaats naar België en werd Johnny en Jacqui Hoes B.V. voor het Belgische recht een BVBA. Na het overlijden van [M.J.C.M. H.] werden haar zoon [J.A.J.A. H.] en haar dochter [T.M.L.J. H.] zelfstandig bevoegd statutair bestuurders.

Bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van 8 augustus 2003 is de naam van Johnny en Jacqui Hoes BVBA gewijzigd in Jacqui Hoes BVBA (verder aangeduid als de BVBA).

Op 22 maart 2004 hebben partijen in de toen bij de rechtbank aanhangige zaken met de nummers 56702, 58647, 60261 en 60411 een aantal procesafspraken gemaakt, die zijn neergelegd in een proces-verbaal van deze rechtbank van die datum.

Bij vonnis van de voorzieningenrechter in deze rechtbank van 11 maart 2005 (zaak nummer 60411) is de BVBA veroordeeld om als voorschot aan Hoes te betalen een bedrag van € 234.143,49 terzake van de door Hoes aan artiesten betaalde royalty’s en aan Telstar te betalen een bedrag van € 75.000,00 terzake van de royalty’s van de Zangeres Zonder Naam. Bij dit vonnis is geen wettelijke rente over de hoofdsommen toegewezen, omdat die rente niet was gevorderd.

Het geschil

in conventie

Na een aantal malen hun eis veranderd te hebben, welke eisveranderingen door de rechtbank zijn toegelaten, vorderen Hoes en Telstar - samengevat -:

1) de BVBA op straffe van een te verbeuren dwangsom te veroordelen de (geluidsbanden van de) Oude Catalogus en alle daarmee verband houdende rechten om niet over te dragen aan Hoes;

2) de BVBA te veroordelen aan Hoes te betalen een bedrag van € 1.100.134,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, althans indien de rechtbank oordeelt dat de Oude Catalogus in eigendom toebehoort of in de periode 1993-2001 toebehoorde aan de BVBA te betalen een bedrag van € 1.430.489,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;

3) de erven op straffe van een te verbeuren dwangsom hoofdelijk te veroordelen al hetgeen te doen dat in hun macht ligt om de uitvoering van hetgeen hiervoor onder 1) en 2) is gevorderd te bewerkstelligen;

4) de BVBA en de erven hoofdelijk te veroordelen aan Hoes te betalen een bedrag van € 23.000,00 als vergoeding voor de kosten van Foederer DFK, een bedrag van € 21.515,00 als vergoeding voor de kosten van [naam], een bedrag van € 6.422,00 als vergoeding voor gemaakte buitengerechte-lijke kosten, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente, alsmede de proceskosten, waaronder de beslagkosten;

5) de BVBA en de erven [J.A.J.A. H.] en [T.M.L.J. H.] hoofdelijk te veroordelen aan Hoes te betalen de wettelijke rente over een aantal in de akte van 23 maart 2005 gespecificeerde geldbedragen van in totaal € 235.291,77;

6) de BVBA en de erven [J.A.J.A. H.] en [T.M.L.J. H.] hoofdelijk te veroordelen aan Telstar te betalen een bedrag van € 6.310,75, te vermeerderen met de wettelijke rente;

7) de BVBA en de erven [J.A.J.A. H.] en [T.M.L.J. H.] hoofdelijk te veroordelen aan Telstar de wettelijke rente te betalen over een bedrag van € 81.310,75;

8) de BVBA en de erven [J.A.J.A. H.] en [T.M.L.J. H.] hoofdelijk te veroordelen aan Telstar te betalen de verschuldigde royalty’s van de Zangeres Zonder Naam, waarvan Telstar rechthebbende is, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente;

9) de BVBA te veroordelen aan Hoes te betalen een bedrag van € 9.144,35, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De BVBA en de erven voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De erven hebben bij de conclusie van antwoord een incidentele vordering ingesteld tot afgifte door Hoes en Telstar van de facturen en andere relevante stukken die ten grondslag liggen aan de betalingen terzake van juridische kosten en accountants-kosten over de jaren 2001 tot en met 2005 die door Hoes en Telstar zijn gedaan. Hoes en Telstar voeren verweer tegen deze incidentele vordering. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

Na hun eis te hebben veranderd, welke eisverandering door de rechtbank is toegelaten, vorderen de BVBA en de erven - samengevat -:

1) voor recht te verklaren dat de BVBA rechthebbende is van een billijke vergoeding voor de naburige rechten op de Oude Catalogus vanaf 7 maart 1994;

2) Hoes en Telstar hoofdelijk te veroordelen om aan de BVBA alle gelden te betalen die zij vanaf 7 maart 1994 hebben ontvangen en nog zullen ontvangen voor de naburige rechten op de Oude Catalogus, te vermeerderen met de wettelijke rente;

3) Hoes en Telstar op straffe van een te verbeuren dwangsom te bevelen om de door Sena aan de BVBA te betalen billijke vergoeding voor de naburige rechten op de Oude Catalogus te gehengen en te gedogen;

4) Hoes en Telstar te veroordelen in de kosten van de vrijwaringsprocedure;

5) Hoes en Telstar te veroordelen in de proceskosten.

Hoes en Telstar voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

in conventie

De rechtbank zal de vorderingen ieder afzonderlijk bespreken.

Ad 1.

Hoes en Telstar hebben gesteld dat het altijd de bedoeling is geweest dat de Oude Catalogus zou worden teruggebracht in de Hoesgroep. Dit blijkt volgens hen ook uit overweging 4 en artikel 2.2 van de koopovereenkomst van 7 maart 1994. CNR/Indisc had er belang bij de Nieuwe Catalogus van Telstar te mogen exploiteren en was daarom bereid de Oude Catalogus aan de Hoesgroep terug te verkopen op voorwaarde dat CNR/Indisc zowel de Oude als de Nieuwe Catalogus zou mogen exploiteren. [M.J.C.M. H.] heeft de Oude Catalogus ingebracht in de BVBA in plaats van in de Hoesgroep.

De BVBA en de erven zijn van mening dat met de overeenkomst van 7 maart 1994 de volledige eigendom van de Oude Catalogus is overgegaan op de BVBA. De BVBA is zowel juridisch als economisch eigenaar van de Oude Catalogus. Op geen enkele wijze is gebleken dat het in 1994 de bedoeling was dat Hoes de Oude Catalogus zou kopen en zou terugbrengen in het vermogen van Hoes. Eveneens blijkt nergens uit dat de juridische eigendom aan de BVBA zou moeten worden overgedragen en dat de economische eigendom bij Hoes zou komen. Uit de fax van Hoes sr van 20 januari 1993 blijkt dat hij besefte dat [M.J.C.M. H.] de Oude Catalogus privé zou kopen.

De beoordeling van de vraag of de Oude Catalogus na terugkoop weer onderdeel van de Hoesgroep werd of in het vermogen kwam van de BVBA dient te worden bezien tegen de achtergrond van de wijze waarop Hoes sr zijn zakelijke belangen in juridische entiteiten had ondergebracht. Daarbij valt op dat Hoes sr van meet af aan de zeggenschap over zijn belangen veilig stelde door een meerderheid van aandelen of certificaten in de Hoesgroep te houden. Ondanks het feit dat zijn dochter [M.J.C.M. H.] vanaf 1984 de feitelijke leiding over zijn belangen uitoefende, bleef Hoes sr degene die juridisch als bestuurder, aandeelhouder of certificaat-houder het laatste woord behield. Bij de uitleg van de feiten dient dit verlangen naar het behoud van zeggenschap te worden meegewogen. Het toetsingskader kan aldus worden omschreven dat in beginsel moet worden aangenomen dat Hoes sr bij terugkoop de zeggenschap wilde behouden tenzij uit de feiten uitdrukkelijk een andere bedoeling kan worden afgeleid.

Een ander aspect bij de interpretatie van de feiten is dat de reden dat de Oude Catalogus in 1990 verkocht moest worden, kennelijk gelegen was in enige vorm van betalingsproblemen binnen de Hoesgroep. Deze omstandigheid vormt een plausibele verklaring waarom de Oude Catalogus bij terugkoop werd ondergebracht in een afzonderlijke vennootschap, namelijk om te voorkomen dat hij opnieuw als verhaalsobject voor verplichtingen van de Hoesgroep kon worden gebruikt.

De volgende feiten en omstandigheden voeren de rechtbank tot het oordeel dat het de bedoeling van partijen is geweest om (uitsluitend) de juridische eigendom onder te brengen bij de BVBA en de economische eigendom te laten toekomen aan de Hoesgroep.

a) [M.J.C.M. H.] is feitelijk degene geweest die de Oude Catalogus in 1990 namens Telstar heeft verkocht aan Inter Fides en in 1993/1994 namens de voorganger van de BVBA, Johnny en Jacqui Hoes B.V., heeft gekocht van CNR/Indisc Holding BV. [M.J.C.M. H.] had indertijd de feitelijke leiding van de (ondernemingen van de) Hoesgroep.

b) Uit de fax van 7 januari 1993 van [M.J.C.M. H.] aan haar vader Hoes sr blijkt dat met de aankoop van de Oude Catalogus beoogd werd de geluidsopnamen van de Oude Catalogus te combineren met die van de Nieuwe Catalogus, die eigendom is van Hoes. In deze fax schrijft [M.J.C.M. H.] verder onder meer: “In feite is de beslissing aan jou”, daarmee - naar het oordeel van de rechtbank - kennelijk aangevende dat haar vader Hoes sr uiteindelijk de eindbeslissing over de terugkoop moest geven.

c) Hoes sr reageert bij faxbrief van 20 januari 1993 op de faxbrief van [M.J.C.M. H.] van 7 januari 1993, waarin hij onder meer vermeldt dat hij gaat meeprofiteren van het hele fonds en wel op 50/50 basis. In de faxbrief van Hoes sr ligt een impliciete instemming besloten met de aankoop van de Oude Catalogus van CNR/Indisc Holding BV. De vermelding “In feite is de beslissing aan jou” is zinledig indien het niet de bedoeling geweest zou zijn de Oude Catalogus na aankoop in de Hoesgroep onder te brengen. Ook de vermelding van Hoes sr dat hij gaat meeprofiteren wijst erop dat het van meet af aan de bedoeling is geweest dat Hoes de Oude Catalogus in eigendom zou krijgen. [M.J.C.M. H.] heeft de Oude Catalogus slechts in een aparte besloten vennootschap ondergebracht om - zoals zij het in die fax uitdrukt - “problemen zoals nu gebeurd zijn te voorkomen”.

d) Uit het koopcontract van 7 maart 2004, namelijk overweging 4 dat CNR/Indisc bereid is de geluidsopnamen / exploitatierechten aan Johnny en Jacqui Hoes B.V. te verkopen en te leveren en dat Johnny en Jacqui Hoes B.V. bereid is de geluidsopnamen / exploitatierechten van CNR/Indisc te kopen en in eigendom te verwerven, uitsluitend omdat de aan Hoes gelieerde besloten vennootschap Telstar B.V. bereid is om tegelijkertijd met CNR/Indisc te sluiten een licentie- en productieovereenkomst, waarbij Telstar zich verplicht om exclusief ten behoeve van CNR/Indisc geluidsopnamen te vervaardigen en ter beschikking te stellen voor exploitatie, een en ander zoals vastgelegd in de productie- en licentieovereenkomst waarvan de inhoud aan CNR/Indisc en Johnny en Jacqui Hoes B.V. genoegzaam bekend is en artikel 2.2 dat deze overeenkomst van koop en verkoop (van de Oude Catalogus, toevoeging rechtbank) is aangegaan onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat heden tussen CNR/Indisc en Johnny en Jacqui Hoes B.V. aan CNR/Indisc tot 1 januari 2008 het exclusieve recht wordt verleend tot exploitatie van alle op de onderhavige koopovereenkomst betrekking hebbende geluidsopnamen, kan worden afgeleid dat ook CNR/Indisc ervan uit is gegaan dat de Oude Catalogus aan de Hoesgroep werd verkocht.

Naar het oordeel van de rechtbank is het onderbrengen van de Oude Catalogus in een aparte besloten vennootschap niet méér geweest dan een juridische constructie om die catalogus veilig te stellen tegen verhaal. Aan de betreffende mededeling van [M.J.C.M. H.] kan dan ook niet de betekenis worden toegekend dat zij de Oude Catalogus voor zichzelf heeft gekocht. Voorts werd de Oude Catalogus feitelijk beheerd door / in de kantoren van Hoes. Het betalen door de Hoesgroep van de royalties aan de artiesten duidt ook op de economische zeggenschap. Uit een en ander leidt de rechtbank af dat de Oude Catalogus bij overeenkomst van 7 maart 1994 rechtsgeldig is verkocht aan Johnny en Jacqui Hoes B.V., maar wel ten titel van beheer ten behoeve van Hoes.

Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat Hoes de economische eigendom van de Oude Catalogus heeft en dat de BVBA de Oude Catalogus en alle daarmee verband houdende rechten aan Hoes dient over te dragen. De daarop betrekking hebbende vordering is voor toewijzing vatbaar.

Ad 2.

Hoes heeft gesteld dat de juridische eigendom van de Oude Catalogus bij de BVBA en de economische eigendom bij Hoes ligt. Over de periode 1993 tot en met 2001 heeft de BVBA geen kosten gehad terzake van de Oude Catalogus. De BVBA heeft toen naar schatting ten minste een bedrag van € 1.322.000,00 aan royalty’s ontvangen, waarvan zij slechts € 221.866,00 aan Hoes heeft afgedragen. Op grond van ongerechtvaardigde verrijking is de BVBA gehouden het verschil tussen die bedragen aan Hoes af te dragen. Voor het geval niet mocht komen vast te staan dat de BVBA de Oude Catalogus slechts voor rekening en risico van Hoes houdt, is de BVBA gehouden alle door Hoes gemaakte kosten en gedane uitgaven terzake van de Oude Catalogus ad € 1.430.489,00 te vergoeden.

De BVBA heeft de primaire vordering onvoldoende gemotiveerd betwist, maar zich voor een deel van de vordering, namelijk voor zover deze de periode 1993 tot en met 1998 betreft, op verjaring beroepen. Ten aanzien van dit beroep overweegt de rechtbank als volgt. De Hoesgroep en de BVBA stonden tot elkaar in een rechtsverhouding krachtens welke de BVBA de eigendom van de Oude Catalogus ten titel van beheer hield. Uit deze rechtsverhouding vloeide de verbintenis voort dat aan dat beheer verbonden baten ten goede kwamen en werden afgedragen aan de Hoesgroep. Die baten zijn bij de BVBA terechtgekomen, terwijl zij daarop geen recht had. De BVBA is daardoor ongerechtvaardigd verrijkt. Een vordering tot schadevergoeding die haar grond vindt in ongerechtvaardigde verrijking, verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon is bekend geworden.

Uitsluitend mevrouw [M.J.C.M. H.] heeft zich feitelijk van 1984 tot haar overlijden in april 2002 met de dagelijkse leiding van niet slechts haar vennootschap, de B.V.B.A., bezig gehouden maar ook met de dagelijkse leiding van Hoes. Na haar overlijden is de leiding van de Hoes-groep, waartoe Hoes behoorde, in handen gekomen van [A. H.] en [J. H. jr]. De nieuwe leiding is toen pas gebleken dat de geldstromen en de toepassing van verrekening binnen en tussen de door [M.J.C.M. H.] geleide vennootschappen nogal diffuus waren. De nieuwe leiding heeft vervolgens een accountantsonderzoek laten instellen, waaruit is gebleken dat Hoes royalty’s heeft betaald die de BVBA had moeten betalen. Gelet hierop moet het er voor worden gehouden dat Hoes pas in 2002/2003 bekend is geworden met de schade die zij heeft geleden, zodat de conclusie moet zijn dat de betreffende vordering nog niet is verjaard. De primaire vordering is voor toewijzing vatbaar.

Ad 3.

Hoes en Telstar vorderen de erven hoofdelijk te veroordelen om alles te doen wat in hun macht ligt om uitvoering te geven aan de veroordelingen van de BVBA tot overdracht van de Oude Catalogus en tot betaling van de royalty’s.

Hiervoor heeft de rechtbank overwogen dat de vorderingen tegen de BVBA tot overdracht van de Oude Catalogus en tot betaling van de royalty’s zullen worden toegewezen. In dit oordeel ligt besloten dat de bestuurders van de BVBA gehouden zijn om binnen redelijke grenzen te bewerkstelligen dat de BVBA aan het vonnis voldoet. Hoes en Telstar hebben thans geen zelfstandig belang bij de onderhavige vordering. Pas als na de veroordelingen blijkt dat de erven feitelijk de nakoming van de veroordelingen van de BVBA verhinderen, dan kunnen zij als bestuurder persoonlijk aansprakelijk zijn. Hoes en Telstar hebben niet dan wel onvoldoende gesteld dat de erven als zodanig de verplichtingen van de BVBA niet zullen nakomen. De rechtbank zal de betreffende vordering dan ook afwijzen.

Ad 4.

De hier gevorderde (buitengerechtelijke) kosten hebben naar het oordeel van de rechtbank betrekking op de onder 2) vermelde subsidiaire vordering van € 1.430.489,00. Hiervoor heeft de rechtbank overwogen dat de onder 2) vermelde primaire vordering voor toewijzing vatbaar is en daardoor komt zij niet meer toe aan een beoordeling van de subsidiaire vordering als bedoeld onder 2) en in het verlengde daarvan ook niet meer aan de onderhavige vordering. Deze vordering moet dan ook worden afgewezen.

Ad 5.

Hoes en Telstar vorderen de wettelijke rente over de geldbedragen, tot betaling van welke bedragen de BVBA bij vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 11 maart 2005 werd veroordeeld.

De BVBA en de erven stellen zich op het standpunt dat Hoes en Telstar in het kort geding 60411 geen wettelijke rente hebben gevorderd en dat het vonnis van 11 maart 2005, dat in dat kort geding is gewezen, bindend is op grond van het proces-verbaal van 22 maart 2004, waarin partijen met elkaar procesafspraken hebben gemaakt.

Op 22 maart 2004 zijn partijen met elkaar overeengekomen dat zij de beslissing van de rechter in de zaak 60411 als bindend zullen aanvaarden en daarvan geen hoger beroep zullen instellen. Partijen hebben zich jegens elkaar gebonden aan een vaststelling van hetgeen tussen hen rechtens geldt ter beëindiging of voorkoming van onzekerheid of geschil daarover. Deze afspraak heeft als een vaststellingsovereenkomst te gelden. Hoes en Telstar kunnen dan ook niet meer de wettelijke rente vorderen over de hiervoor genoemde geldbedragen. Deze vordering dient te worden afgewezen.

Ad 6.

Telstar stelt dat zij rechthebbende is van de royalty’s van de Zangeres Zonder Naam. Telstar vordert een bedrag van € 6.310,75, zijnde het verschil tussen het bedrag van € 81.310,75 waarop Telstar blijkens het kort-gedingvonnis van 16 april 2004 recht heeft en het bij vonnis van 11 maart 2005 als voorschot toegekende bedrag van € 75.000,00.

De BVBA heeft gesteld dat Telstar het restantbedrag van € 6.310,75 niet meer kan vorderen in verband met het compromis van 22 maart 2004, dat bedoeld was om het debat over de vorderingen van partijen over en weer af te bakenen. Het compromis staat de onderhavige vordering dan ook niet toe; het betreffende kort gedingvonnis in de zaak 60411 is voor partijen bindend.

De voorzieningenrechter heeft in zijn kort gedingvonnis van 16 april 2004 overwogen dat Telstar rechthebbende is op de royalty’s van de Zangeres Zonder Naam, dat de BVBA nimmer de royalty’s van de Zangeres Zonder Naam aan Telstar heeft betaald en dat hij de vordering ad € 81.310,75 voorshands gegrond acht. De voorzieningenrechter heeft vervolgens de BVBA veroordeeld om bij wijze van voorschot een bedrag van € 75.000,00 aan Telstar te betalen.

In de onderhavige bodemprocedure heeft de BVBA de verschuldigdheid van het bedrag van € 81.310,75 aan royalty’s van de Zangeres Zonder Naam over de periode tot en met 2001 niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank valt de vordering tot betaling van het restantbedrag met de wettelijke rente daarover niet onder het bereik van de op 22 maart 2004 tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst, dit gelet op de bewoordingen van die overeenkomst als op de inhoud van het kort gedingvonnis van 16 april 2004. De onderhavige vordering tegen de BVBA is dan ook voor toewijzing vatbaar. Deze vordering zal worden afgewezen voor zover zij is ingesteld tegen de erven [J.A.J.A. H.] en [T.M.L.J. H.]. Voor een motivering van deze afwijzing verwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft overwogen onder ad 3.

Ad 7.

Telstar vordert de wettelijke rente over een bedrag van € 81.310,75. Bij vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 11 maart 2005 is de BVBA veroordeeld om van dit bedrag een voorschot van € 75.000,00 aan Telstar te betalen. Voor zover de vordering tot betaling van de wettelijke rente betrekking heeft op dat bedrag van € 75.000,00 geldt ook hier hetgeen de rechtbank hiervoor onder ad 5., laatste alinea, heeft overwogen.

Ad 8.

Telstar vordert de royalty’s van de Zangeres Zonder Naam vanaf 1 januari 2002 tot 23 maart 2005. Telstar stelt daartoe dat zij rechthebbende op die royalty’s is. De BVBA en de erven hebben zich op het standpunt gesteld dat Telstar de zogenaamde rest-royalty’s van de Zangeres Zonder Naam nu niet meer kan vorderen, gezien het door partijen op 22 maart 2004 bereikte compromis, dat bedoeld was om het debat over de vorderingen over en weer af te bakenen.

Over de royalty’s van de Zangeres Zonder Naam heeft de voorzieningenrechter op 11 maart 2005 in de procedure 60411 beslist voor zover die betrekking hadden op de periode tot en met 2001. Die beslissing hebben partijen volgens de vaststellingsovereenkomst van 22 maart 2004 als bindend aanvaard. De periode vanaf 1 januari 2002 tot 23 maart 2005, die nu in de bodemprocedure aan de orde is, valt dan ook niet onder bereik van de vaststellingsovereenkomst. Deze overeenkomst belet dan ook niet dat Telstar een vordering instelt met betrekking tot die royalty’s over een andere periode. In de onderhavige procedure hebben de BVBA en de erven niet betwist dat Telstar de rechthebbende is van de royalty’s van de Zangeres Zonder Naam, zodat de betreffende vordering tegen de BVBA voor toewijzing in aanmerking komt. Ook deze vordering zal worden afgewezen voor zover zij is ingesteld tegen de erven [J.A.J.A. H.] en [T.M.L.J. H.]. Voor een motivering van deze afwijzing verwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft overwogen onder ad 3.

Ad 9.

Hoes heeft in het najaar van 2005 geconstateerd dat de SENA op 27 september 2001 bij vergissing een betaling van € 9.144,35 ter vergoeding van naburige rechten aan de BVBA heeft voldaan, terwijl die betaling bedoeld was voor Hoes. Ondanks sommatie tot betaling is de BVBA daartoe niet overgegaan.

De vordering is bij wijze van eisvermeerdering ingesteld. De BVBA heeft aangevoerd dat deze eisvermeerdering niet is toegestaan gezien het stadium van de procedure en in verband met de vaststellingsovereenkomst van 22 maart 2004 die is gesloten op het moment dat deze claim wel bekend was bij Hoes, maar niet geldend was gemaakt. Wettelijke rente is pas verschuldigd als er sprake is van verzuim en dat was pas op 19 mei 2006. Toen was er tevens sprake van schuldeisersverzuim of overmacht; Hoes had namelijk beslag gelegd op de enige inkomstenbron van de BVBA, Arcade.

De rechtbank is van oordeel dat zolang zij nog geen eindvonnis heeft gewezen, Hoes bevoegd is haar eis te vermeerderen. Ook de vaststellingsovereenkomst van 22 maart 2004 staat er niet aan de in de weg dat Hoes haar vordering vermeerdert. Immers die overeenkomst betrof procedure-afspraken over rechtszaken die toen bij de (voorzieningenrechter van de) rechtbank aanhangig waren en onder die zaken bevond zich geen zaak die de onderhavige vordering betrof. De BVBA heeft de vordering niet dan wel onvoldoende betwist, zodat deze voor toewijzing vatbaar is. De stelling van de BVBA dat geen wettelijke rente verschuldigd is wegens schuldeisersverzuim of overmacht wordt verworpen. Hoes heeft van een haar toekomend recht gebruik gemaakt om derdebeslag te leggen onder Arcade. Dat beslag is niet onrechtmatig gebleken. Aan Hoes kan niet worden toegerekend dat de BVBA niet betaalt, zodat van schuldeisersverzuim geen sprake is. Nakoming - door betaling - was wellicht min of meer bezwaarlijk voor de BVBA maar niet onmogelijk, zodat ook van overmacht niet kan worden gesproken. De wettelijke rente is dan ook verschuldigd. Hoes heeft gesteld dat zij de BVBA driemaal schriftelijk tot betaling heeft gesommeerd. Gesteld noch gebleken is echter dat Hoes bij een van die sommaties een redelijke termijn voor de nakoming heeft gesteld. Omdat de BVBA erkent vanaf 19 mei 2006 in verzuim te verkeren, zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf laatstgenoemde datum.

De incidentele vordering van de erven

De erven stellen dat zij, als voormalige certificaathouders recht op inzage hebben van de stukken om zich zodoende een oordeel over de gegrondheid van de gemaakte kosten te kunnen vormen. Als meest verstrekkend verweer hebben Hoes en Telstar gesteld dat de erven geen belang meer hebben bij hun incidentele vordering omdat zij inmiddels geen certificaathouders meer zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben de erven thans geen belang meer bij hun incidentele vordering omdat zij hun certificaten in de Stichting Administratie-kantoor Johnny Hoes inmiddels hebben overgedragen. De incidentele vordering zal dan ook worden afgewezen.

Ten slotte

De door Hoes en Telstar gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

Aangezien partijen over en weer op enige punten in het ongelijk zijn gesteld, zal de rechtbank de proceskosten compenseren en wel in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt.

Het meer of anders gevorderde dient te worden afgewezen.

in voorwaardelijke reconventie

Voor het geval de rechtbank oordeelt dat Hoes en Telstar ondanks de vaststellingsovereenkomst van 22 maart 2004 toch gerechtigd zijn alsnog de wettelijke rente te vorderen over het door hen gevorderde bedrag aan royalty’s van artiesten en de Zangeres Zonder Naam, dan vordert de BVBA de betaling van de naburige rechten die zij hebben ontvangen uit hoofde van de exploitatie van de Oude Catalogus.

In conventie heeft de rechtbank geoordeeld dat de vordering tot betaling van wettelijke rente over de royalty’s afgewezen dient te worden. Nu de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld niet is vervuld, komt de rechtbank niet meer toe aan een beoordeling van de reconventionele vordering.

De beslissing

De rechtbank:

veroordeelt de BVBA de Oude Catalogus en alle daarmee verband houdende rechten om niet over te dragen aan Hoes door overhandiging aan de bestuurder van Hoes in persoon van de geluidsbanden van de Oude Catalogus en het overdragen van de rechten terzake van die catalogus binnen twee dagen na betekening van dit vonnis;

veroordeelt de BVBA tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 voor elke dag dat de BVBA in gebreke blijft aan de hiervoor vermelde veroordeling te voldoen en bepaalt dat boven een bedrag van € 1.000.000,00 geen dwangsom meer zal worden verbeurd;

veroordeelt de BVBA aan Hoes te betalen een bedrag van € 1.100.134,00, te vermeerderen met de wettelijke rente van 1993 tot 12 juni 2003 en vermeerderd met de wettelijke rente over dit totaalbedrag vanaf laatstgenoemde datum tot aan de dag van algehele betaling;

veroordeelt de BVBA aan Telstar te betalen een bedrag van € 6.310,75, te vermeerderen met de wettelijke rente van 31 december 1998 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt de BVBA aan Telstar te betalen de verschuldigde royalty’s van de Zangeres Zonder Naam, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente tot aan de dag van volledige voldoening;

veroordeelt de BVBA aan Hoes te betalen een bedrag van € 9.144,35, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2006 tot aan de dag van algehele voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten;

wijst af het meer of anders gevorderde, waaronder de door de erven bij conclusie van antwoord ingestelde incidentele vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. Dethmers, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. S.A.M.C. van de Winkel en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2007.?

lghc