Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2007:BA3462

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
17-04-2007
Datum publicatie
20-04-2007
Zaaknummer
177517 \ CV EXPL 06-3239
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitgever maandblad heeft inbreuk gemaakt op auteursrecht fotograaf door geen toestemming te vragen voor publicatie van foto's. Een overeenkomst tot publicatie tussen uitgever en schrijver van een artikel waarin de foto's waren vervat, maakt dit niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

SECTOR KANTON, LOCATIE ROERMOND

Zaaknr.: 177517 \ CV EXPL 06-3239

Uitspraak d.d.: 17 april 2007

VONNIS

van de kantonrechter te Roermond

in de zaak van:

[eiser], wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. B.M.A. Jegers,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLBOX MEDIA B.V., gevestigd te 6101 AE Echt aan de Loperweg 8,

gedaagde,

gemachtigde: mr. H.L.M. Houben.

Het verloop van de procedure:

Het procesverloop blijkt uit de navolgende stukken:

? De inleidende dagvaarding met producties.

? De conclusie van antwoord.

? De conclusie van repliek met producties.

? De conclusie van dupliek.

De zaak is vervolgens op vonnis gesteld, waarvan de uitspraak - nader - is bepaald op heden.

De vordering en de stellingen van eiser:

[eiser], vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

Primair:

1. te verklaren voor recht dat gedaagde, verder Holbox te noemen, inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser];

2. Holbox te veroordelen om aan [eiser] tegen deugdelijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.829,82, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 29 april 2006 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Holbox in de kosten van het geding.

Subsidiair:

1. te verklaren voor recht dat Holbox jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld;

2. Holbox te veroordelen om aan [eiser] tegen deugdelijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.829,82, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 6 december 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Holbox in de kosten van het geding.

Ter onderbouwing van zijn vordering heeft [eiser] - samengevat en voor zover van belang - het volgende gesteld:

[eiser] is een in Limburg alom bekend en gerespecteerd beroepsfotograaf.

Holbox is een uitgeverij van maandbladen, waaronder het glossy blad Navenant.

In augustus 2005 werd journalist [naam journalist] uit [woonplaats], verder [journalist] genoemd, benaderd door Holbox om een reportage te schrijven voor het blad Navenant over [musicus]. [journalist] vroeg [eiser] om - vrijblijvend - kwalitatieve en sfeervolle foto’s van [musicus] en diens echtgenote te nemen.

Als de foto’s Holbox zouden bevallen, dan zou Holbox ze plaatsen, in welk geval Holbox een vergoeding aan [eiser] zou betalen. Daarbij is van belang om te weten dat het binnen de journalistieke branche gebruikelijk is dat zowel de journalist als de fotograaf afzonderlijk factureren aan degene die het artikel c.q. de foto’s plaatst in zijn blad.

Eind september 2005 heeft [journalist] de foto’s van [eiser] per e-mail verzonden aan Holbox. In de maand oktober 2005 verneemt [eiser] - via [journalist] - dat Holbox definitief besloten heeft de foto’s niet te plaatsen. Ook de reportage van [journalist] zou niet geplaatst worden. In dit licht bezien heeft [journalist] op 15 november 2005 een bescheiden factuur ad € 500,00 exclusief BTW gezonden naar Holbox, in welke factuur ook een onkostenvergoeding voor [eiser] was begrepen.

Eind januari 2006 zag [eiser] in het blad Navenant dat een aantal van zijn foto’s wel degelijk afgedrukt waren bij de reportage van [journalist]. Daarbij had Holbox verzuimd de naam van [eiser] in de reportage of onder de foto’s te vermelden.

De door [eiser] gemaakte foto’s behoren tot diens auteursrecht. Voor openbaarmaking is toestemming van [eiser] vereist. Holbox heeft de foto’s in Navenant geplaatst, terwijl zij via [journalist] aan [eiser] had laten weten dat de foto’s niet geplaatst zouden worden. Holbox handelde derhalve in strijd met artikel 12 van de Auteurswet.

Holbox heeft eveneens in strijd gehandeld met artikel 25 van de Auteurswet. In lid 1 sub a van dit artikel is bepaald dat de maker van een werk het recht heeft zich te verzetten tegen openbaarmaking van het werk zonder vermelding van zijn naam.

Artikel 27 van de Auteurswet biedt een zelfstandige bevoegdheid aan een auteur om een rechtsvordering ter verkrijging van schadevergoeding in te stellen tegen degene die een inbreuk maakt op zijn auteursrecht.

De schade die [eiser] heeft geleden bestaat uit omzetderving.

Nu bleek dat de foto’s van [eiser] wel degelijk gepubliceerd waren, heeft [eiser] op 6 februari 2006 een factuur aan Holbox verzonden omdat [eiser] recht had op honorarium. [eiser] heeft aan Holbox in totaal een bedrag van € 1.039,00 in rekening gebracht voor de drie geplaatste foto’s. Deze prijzen zijn overeenkomstig de jaarlijks uit te geven brochure van de Fotografenfederatie.

Ingevolge artikel 19 lid 2 van de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie komt de fotograaf bij niet-nakoming van de voorwaarde van naamsvermelding een vergoeding toe van 100% van de gebruikelijk gehanteerde licentievergoeding.

[eiser] heeft bovengenoemd honorarium van € 1.039,00 derhalve met 100% verhoogd.

Kort nadat [eiser] zijn factuur aan Holbox had verstuurd, werd de factuur van [journalist] voldaan. [eiser] heeft het door [journalist] aan hem overgemaakte bedrag van € 100,00 gerestitueerd, nu de foto’s van [eiser] waren geplaatst en hij recht had op betaling van het gebruikelijke honorarium. De afspraken tussen Holbox en [journalist] regarderen [eiser] niet.

Subsidiair stelt [eiser] dat er sprake is van een onrechtmatige daad van Holbox jegens [eiser].

Naast de hoofdsom van € 2.472,82 maakt [eiser] tevens aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 357,00.

Het verweer van Holbox:

Holbox werd in augustus 2005 benaderd door [journalist]. [journalist] heeft aangegeven dat hij voor een speciale prijs van € 500,00 per maandelijkse uitgave van Navenant twee artikelen zou aanleveren, naar eigen zeggen inclusief het fotowerk. [journalist] heeft ook conform deze afspraak gefactureerd.

Holbox heeft uiteindelijk om praktische redenen de beslissing genomen om het artikel over [musicus] toch te plaatsen. De factuur van [journalist] met daarin de kosten van het fotowerk werd conform afspraak betaald.

Er bestaat geen contractuele relatie tussen Holbox en [eiser] op basis waarvan Holbox gehouden zou zijn de factuur van [eiser] d.d. 6 februari 2006 te voldoen.

Holbox heeft door betaling van de factuur van [journalist] aan haar verplichtingen voldaan.

Over rechtstreekse facturatie door [eiser] aan Holbox werd nooit gesproken.

De vaste fotograaf van Holbox factureert per uitgave van Navenant € 1.100,00. Dit bedrag omhelst alle foto’s en de kosten van de fotograaf bij plaatsbezoeken. Holbox mocht er dan ook op vertrouwen dat zij door betaling van de factuur van [journalist] aan haar verplichtingen had voldaan.

Door de totaaldeal die Holbox met [journalist] had gesloten, mocht Holbox erop vertrouwen dat [journalist] met [eiser] overeenstemming had bereikt over openbaarmaking van de foto’s. [journalist] heeft nooit kenbaar gemaakt dat de foto’s gemaakt waren door [eiser]. Holbox heeft ook geen nader onderzoek ingesteld naar de identiteit van de fotograaf, aangezien zij werd geconfronteerd met een deadline. Holbox is van mening dat het verzet van [eiser] tegen de openbaarmaking van zijn werk zonder naamsvermelding in de gegeven omstandigheden in strijd is met de redelijkheid. [eiser] heeft een aanbod tot rectificatie van de hand gewezen.

[eiser] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij daadwerkelijk schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.039,00, zodat het op zijn weg had gelegen om het redelijke aanbod tot rectificatie te aanvaarden.

Holbox betwist de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie. Er bestaat immers geen contractuele relatie tussen Holbox en [eiser].

Het beroep van [eiser] op een schadevergoeding, al dan niet gebaseerd op de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie, ligt dan ook voor afwijzing gereed.

Holbox betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld.

Holbox betwist verder dat zij buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is.

Het oordeel van de kantonrechter:

Blijkens artikel 1 van de Auteurswet heeft de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst het uitsluitend recht dit werk openbaar te maken en te verveelvoudigen.

Conform het bepaalde in artikel 10 lid 1 sub 9 vallen fotografische werken onder werken van letterkunde, wetenschap of kunst.

Het openbaar maken van bedoelde foto’s van [musicus] en diens echtgenote behoort dan ook tot de exclusieve bevoegdheid van [eiser] als auteursrechthebbende. Anderen mogen dit niet dan met zijn voorafgaande toestemming dan wel met toestemming van zijn rechtverkrijgende.

Duidelijk is dat Holbox geen toestemming had van [eiser] om de foto’s in het tijdschrift ‘Navenant’ te plaatsen.

Holbox beroept zich in dit verband op de overeenkomst die zij met [journalist] heeft gesloten.

Naar het oordeel van de kantonrechter ten onrechte. Immers, geenszins is gebleken dat [journalist] was te beschouwen als rechtverkrijgende van [eiser].

Het had op de weg van Holbox gelegen om een nader onderzoek in te stellen naar de identiteit van de fotograaf. De enkele omstandigheid dat zij te maken had met een deadline vormt geen excuus om dit onderzoek na te laten.

Aldus heeft Holbox gehandeld in strijd met artikel 12 van de Auteurswet.

Daar komt bij dat Holbox eveneens heeft gehandeld in strijd met artikel 25 van de Auteurswet door niet de naam van [eiser] te vermelden bij de gepubliceerde foto’s.

Holbox had beter moeten weten en wist ook beter nu zij in genoemde en overgelegde editie van Navenant wel degelijk de makers van eveneens gepubliceerde foto’s heeft vermeld. Holbox is dan ook schadeplichtig. Een aanbod tot rectificatie maakt dit niet anders.

Nu tussen Holbox en [eiser] geen contractuele relatie heeft bestaan zijn de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie in casu niet van toepassing.

Naar het oordeel van de kantonrechter neemt dit echter niet weg dat voor de vaststelling van de hoogte van het in rekening te brengen honorarium en de schadevergoeding aansluiting kan worden gezocht bij de in het maatschappelijk verkeer gangbare tariefstellingen ten tijde van het uitkomen van bedoelde editie van Navenant in december 2005, waartoe de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie als richtsnoer zullen worden genomen.

Holbox heeft niet weersproken dat de thans gevorderde bedragen op die voorwaarden zijn gebaseerd.

De slotsom is dan ook dat de primaire vorderingen voor toewijzing gereed liggen, met inachtname van het navolgende.

[eiser] vordert naast de hoofdsom van € 2.472,82 een bedrag van € 357,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. Holbox heeft betwist dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en zij stelt zich op het standpunt dat de werkzaamheden ter incasso van de schade beperkt zijn tot het sturen van een incassobrief door de raadsman van [eiser]. Gelet op dit verweer van Holbox had het op de weg van [eiser] gelegen aan te tonen dat er incassowerkzaamheden zijn verricht anders dan die ter voorbereiding van de processtukken en ter instructie van de zaak. Nu [eiser] dit heeft nagelaten zijn de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet toewijsbaar.

Holbox zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser] gevallen als hierna te bepalen.

BESLISSING:

Verklaart voor recht dat Holbox inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser].

Veroordeelt Holbox om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.472,82, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 29 april 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt Holbox voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser] gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 580,87, waarin begrepen een bedrag van € 300,00 als salaris voor de gemachtigde van [eiser].

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Ontzegt aan [eiser] het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.F. van Dooren, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 17 april 2007 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.