Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2007:BA0596

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
07-02-2007
Datum publicatie
14-03-2007
Zaaknummer
04/050401-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Verlenging van de TBS-termijn. Rechtbank wijkt af van advies van de kliniek: therapeutische wenselijkheid is geen grond om een TBS te beeindigen.

Het verlengingsadvies van de FPK (Forensich Psychiatrische Kliniek):

Betrokkene is een zeer kwetsbare en gehandicapte man voor wie de prognose is dat hij zeer langdurig afhankelijk zal zijn van een klinische behandelomgeving. Door zijn grote beperkingen is het maar zeer de vraag of betrokkene ooit aan de huidige TBS-verlofvoorwaarden kan voldoen. Hierdoor is de kans op een zeer langdurig klinisch verblijf zonder verlofmogelijkheden reëel. In samenhang met de kleine kans op nieuwe agressieve delicten vinden wij een dergelijk behandelverloop ongewenst. Wij zijn daarom van mening dat betrokkene zijn verdere klinische behandeling en verblijf in de GGZ beter zou kunnen ondergaan met een civielrechtelijke machtiging in de vorm van een RM waarbij een ander kader voor vrijheden en verlof geldt.

De rechtbank overweegt dat aan [TBS-er] bij uitspraak van 01 februari 2005 de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging is opgelegd op grond van rapporten waarin wordt geconcludeerd dat [TBS-er] een chronische paranoïde schizofrenie heeft én een afhankelijkheid van verschillende psychotrope stoffen, in zijn geval eveneens een psychische stoornis. Beide psychische stoornissen tezamen hebben tot de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege geleid.

De FPK gaat er in haar beide adviezen van uit de relatie tussen de chronische paranoïde schizofrenie en de delictgevaarlijkheid nog niet is aangetoond.

De rechtbank heeft de indruk dat het tweede advies met name is ingegeven door de therapeutische wens om het strenge verlofbeleid van Justitie met betrekking tot TBS-gestelden te omzeilen. De rechtbank is van oordeel dat dit echter geen grond kan zijn om de TBS te beëindigen.

De rechtbank is van oordeel dat de algemene veiligheid van personen of goederen, gelet op de huidige stand van zaken, een verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege eist voor de duur van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer :04/050401-04

Kenmerk :07/35

BESCHIKKING van de rechtbank te Roermond

op een vordering van de officier van justitie in het arrondissement Roermond.

Deze rechtbank heeft bij vonnis van 01 februari 2005 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege:

naam : [TBS-er]

voornamen : [voornaam]

geboortedatum : [geboortedatum]

geboorteplaats : [geboorteplaats]

thans verblijvende : Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) te Assen.

De termijn van deze terbeschikkingstelling is gaan lopen op 23 februari 2005.

De op 17 januari 2007 ter griffie ontvangen vordering van de officier van justitie d.d. 10 januari 2007 strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

De rechtbank heeft deze vordering aan de orde gesteld op de zitting van 15 februari 2007. Bij die gelegenheid is de [TBS-er] niet verschenen. Daarop is de verdere behandeling van deze vordering aangehouden tot 22 februari 2007 te 14.30 met bevel tot medebrenging van de [TBS-er].

De rechtbank heeft de vordering vervolgens behandeld op 22 februari 2007, alwaar toen zijn gehoord:

- de officier van justitie;

- de [TBS-er], bijgestaan door zijn raadsman mr. L.A.C.M. van der Bruggen, advocaat te Roermond;

- C.T. van der Weide, GZ-psycholoog annex hoofdbehandelaar bij de voornoemde FPK, als getuige-deskundige.

De rechtbank heeft daarbij kennisgenomen van de processtukken, waaronder met name:

- de wettelijk aantekeningen betreffende de TBS-er] over de periode van 06 juni 2006 tot en met 28 december 2006;

- een verlengingsadvies betreffende de [TBS-er], d.d. 21 december 2006, ondertekend door de heer Van der Weide voornoemd, alsook door J. van Marle, psychiater en K. van Tuinen, divisiedirecteur Algemene Zaken annex hoofd, allen als zodanig verbonden aan de voornoemde FPK;

- een gewijzigd verlengingsadvies betreffende de [TBS-er], d.d.19 februari 2007, eveneens ondertekend door de voornoemde FPK-medewerkers.

De rechtbank overweegt als volgt.

De terbeschikkingstelling kan door de rechtbank worden verlengd indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen die verlenging eist.

Hieromtrent is in het voorhanden eerste verlengingsadvies van de FPK d.d. 21 december 2006 onder meer het navolgende -zakelijk weergegeven - overwogen.

Hoofddiagnose: chronische paranoïde schizofrenie.

Betrokkene is sedert 29 mei 2006 in het kader van TBS met dwangverpleging in de FPK opgenomen op afdeling De Plecht, een behandelafdeling voor mensen met een psychotische kwetsbaarheid. Door zijn gedrag wekt de betrokkene de indruk veel last te hebben van psychotische symptomen: hij kijkt achterdochtig om zich heen, lacht om zaken zonder duidelijke aanleiding en stelt zich ook in het contact achterdochtig op. Er bestaan sterke aanwijzingen voor organische schade bij betrokkene, wellicht ten gevolge van het langjarig druggebruik. Hierover meer duidelijkheid verkrijgen wordt een belangrijk richtpunt in ons diagnostisch proces met betrokkene. Er wordt een neuropsychologisch onderzoek aangevraagd. Met het verstrijken van de tijd lijkt betrokkene in kleine stapjes steeds wat beter te gaan functioneren. Het afnemen van het neuropsychologisch onderzoek gebeurt in een aangepast (langzamer) tempo dan normaal. De resultaten daarvan zijn bij het opstellen van dit advies nog niet bekend, maar vanuit onze indrukken met betrokkene blijkt het cognitief functioneren minder defect dan in eerste instantie door ons werd vermoed.

Tot op heden is betrokkene nog niet tot activiteiten gekomen buiten de afdeling.

De resultaten van en delictgerichte behandeling zijn vooralsnog beperkt.

Er lijkt sprake te zijn van een belangrijke overeenkomst tussen het indexdelict en het recidivedelict, waarbij betrokkene agressief reageert: beide keren wordt betrokkene de toegang ontzegd en beide keren heeft dat tot gevolg dat hem daarmee impliciet de toegang tot drugs wordt 'ontnomen'. Hierop reageert betrokkene vervolgens met veel agitatie en agressief gedrag. Daarmee lijkt de agressie voornamelijk te worden gestuwd door de behoefte aan drugs in combinatie met alcohol- en druggebruik. Een (in-)direct verband tussen zijn psychotische kwetsbaarheid en agressie hebben we nu nog niet kunnen vaststellen.

De door de kliniek toegepaste gestructureerde risicotaxatie (HCR-20) geeft aan dat betrokkene een man is bij wie delictgedrag optreedt wanneer er geen blijvende maatschappelijke inbedding is geregeld, hij drugs gebruikt en hij geen psychiatrische medicatie gebruikt. In een klinische omgeving is de kans op nieuw delictgedrag klein.

Belangrijk is dat we de komende tijd alle beschikbare informatie over betrokkene gaan verzamelen en bestuderen, zodat we een beter beeld krijgen van de gehele (persoonlijkheid-)ontwikkeling van betrokkene. Dat is niet alleen van belang voor de delictanalyse, maar evenzeer voor het stellen van een optimale diagnose.

Advies ten aanzien van de wenselijkheid van verlenging van de TBS.

In verband met het bovenstaande adviseren wij u te maatregel van terbeschikkingstelling te verlengen met een periode van 2 jaar.

Hieromtrent is in het voorhanden tweede verlengingsadvies van de FPK d.d. 19 februari 2007 onder meer het navolgende -zakelijk weergegeven - overwogen.

Betrokkene is een zeer kwetsbare en gehandicapte man voor wie de prognose is dat hij zeer langdurig afhankelijk zal zijn van een klinische behandelomgeving. Door zijn grote beperkingen, met name op cognitief terrein, kan betrokkene erg moeizaam informatie verwerken, waardoor het maar zeer de vraag is of betrokkene ooit in staat zal zijn om aan de huidige TBS-verlofvoorwaarden te voldoen. Hierdoor is de kans op een zeer langdurig klinisch verblijf zonder noemenswaardige verlofmogelijkheden reëel. Gezien de beperkingen van betrokkene, in samenhang met de kleine kans op nieuwe agressieve delicten en het huidige functioneren van betrokkene op de afdeling, vinden wij een dergelijk behandelverloop ongewenst. Wij zijn daarom van mening dat betrokkene zijn verdere klinische behandeling en verblijf in de GGZ beter zou kunnen ondergaan met een civielrechtelijke machtiging in de vorm van een RM waarbij een ander kader voor vrijheden en verlof geldt. De behandeling met een RM biedt ons de mogelijkheid om reeds binnenkort middels gestructureerde verlofmomenten buiten de kliniek (begeleid en in tijd gebonden) de behandeling en de diagnostiek van betrokkene verder vorm te geven. Ook biedt een RM, veel meer dan de titel TBS, de mogelijkheid om een (blijvende) adequate woon- en behandelomgeving voor hem te vinden.

In verband met het bovenstaande adviseren wij u (primair) de maatregel van terbeschikkingstelling te beëindigen onder de voorwaarde dat er een RM voor betrokkene zal worden afgegeven.

Indien een BOPZ-machtiging naar het oordeel van Justitie niet wenselijk of geen haalbare kaart blijkt te zijn, is (subsidiair) verlenging van de TBS-maatregel wel aangewezen om op die manier de inbedding van betrokkene te garanderen.

In dat geval pleiten wij echter voor een verlenging van de TBS-maatregel voor de duur van 1 jaar zodat binnen een betrekkelijk korte termijn een en ander opnieuw geëvalueerd kan worden.

De ter zitting van de rechtbank d.d. 22 februari 2007 gehoorde getuige-deskundige C.T. van der Weide heeft verklaard in de lijn van het tweede advies van de FPK en daarop aanvullend -zakelijk weergegeven- onder meer als volgt verklaard:

Veel weten we nog niet over betrokkene, maar veel ook weer wel. Wat we wel weten is dat betrokkene chronisch paranoïde schizofreen is en sterk geneigd is om drugs te gebruiken. Verder heeft betrokkene cognitieve beperkingen, mogelijk veroorzaakt door ofwel zijn psychose dan wel het jarenlange druggebruik. Er is een duidelijk verband tussen betrokkenes hang naar het gebruiken van drugs en de door hem gepleegde geweldsdelicten. Een samenhang tussen betrokkenes psychose en de gepleegde geweldsdelicten is op dit moment niet te zien. Betrokkene is geen psychopaat. Daar is al voldoende onderzoek naar gedaan.

Betrokkene heeft in de kliniek respect afgedwongen door - met vallen en opstaan- er in te slagen met het gebruik van methadon te stoppen, omdat hij dat zelf per se wilde. Het gewijzigde advies is in het belang van betrokkene. Hij is nu alleen maar aanwezig op de afdeling, terwijl hij zich door de medicatie relatief goed voelt. Hij wil meer om handen hebben. Het recidivegevaar is bij voortdurende klinische opname en voortdurende begeleiding zonder meer klein. Betrokkene is nooit agressief. Hij wordt pas narrig als hij als drugsgebruiker van een zich voordoende toegang tot drugs wordt weerhouden.

Uit het voorgaande blijkt dat [TBS-er] door de FPK wordt aangemerkt als een zeer kwetsbare en gehandicapte man die vanwege zijn chronische paranoïde schizofrenie zeer langdurig afhankelijk zal zijn van een klinische behandelomgeving.

De rechtbank overweegt dat aan [TBS-er] bij uitspraak van 01 februari 2005 de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging is opgelegd op grond van de rapporten van (neuro)psycholoog A.F.J.M. Zwegers d.d. 10 januari 2005 en psychiater H.L.C. Morre d.d. 03 januari 2005. In die rapporten wordt geconcludeerd dat [TBS-er] niet alleen een chronische paranoïde schizofrenie heeft, doch ook een afhankelijkheid van verschillende psychotrope stoffen, waaronder heroïne, cocaïne en cannabis. Deze afhankelijkheid is door de deskundigen in het geval van [TBS-er] gedetermineerd als een psychische stoornis. Beide psychische stoornissen tezamen voeren tot de conclusie dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vereisen dat aan [TBS-er] de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wordt opgelegd.

De FPK gaat er in haar beide adviezen van uit dat er bij [TBS-er] wel een relatie is tussen de middelenafhankelijkheid en zijn delictgevaarlijkheid, maar dat de relatie tussen de chronische paranoïde schizofrenie en de delictgevaarlijkheid nog niet is aangetoond. De rechtbank is van oordeel dat, wat er ook van deze laatste stelling zij, geconcludeerd kan worden dat de terbeschikkinggestelde nog steeds delictgevaarlijk is, zodat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, de verlenging eist.

De rechtbank heeft de indruk dat het tweede advies met name is ingegeven door de therapeutische wens om het strenge verlofbeleid van Justitie met betrekking tot TBS-gestelden te omzeilen. De rechtbank is van oordeel dat dit echter geen grond kan zijn om de TBS te beëindigen.

Op grond van de voorgaande overwegingen en het eerste verlengingsadvies dat geheel in lijn ligt van de adviezen die ten grondslag hebben gelegen aan het vonnis destijds is de rechtbank van oordeel dat de algemene veiligheid van personen of goederen, gelet op de huidige stand van zaken, een verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege eist voor de duur van 2 jaren. Immers volgens het eerste advies van 21 december 2006 heeft [TBS-er] langdurige inbedding in enig zorgsysteem nodig en is de kans op nieuw delictgedrag alleen in een klinische omgeving klein.

Daarom wordt als volgt beslist.

BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege voor de tijd van 2 jaren.

Aldus gegeven door mrs. D.C.M. Bomans, N.J.M. Ruyters en Y.J.C.A. Roeffen, van wie mr. D.C.M. Bomans, voornoemd, voorzitter, in tegenwoordigheid van L.H.E.J. Heuts als griffier en uitgesproken ter zitting van 07 maart 2007.