Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2006:AZ1300

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
25-10-2006
Datum publicatie
01-11-2006
Zaaknummer
74469 / HA ZA 06 - 468
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Boete verschuldigd op grond van een boetebeding in een executoriale notariële akte kan door de rechter worden gematigd (artikel 6:94 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak: 25 oktober 2006

V O N N I S

van de rechtbank Roermond

in de zaak van:

eiseres in conventie,

verweeerster in reconventie:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GIELENS HOLDING B.V.,

gevestigd te Swalmen,

procureur: mr. P. Langbroek;

tegen:

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOOREN HOLDING B.V.,

gevestigd te Sint Odiliënberg,

procureur: mr. H.M.J. Offermans.

Partijen worden als volgt aangeduid:

eiseres in conventie, verweerster in reconventie: Gielens;

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie : Mooren.

1. Inhoud van het procesdossier

1.1 Er wordt recht gedaan op de volgende processtukken:

- de dagvaarding in kort geding met bijlagen van 29 mei 2006;

- de pleitnota van mr. Offermans, die tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding op 2 juni 2006 is overgelegd;

- het ter zitting overgelegde blad 3 van het bankafschrift van 31 oktober 2005 van rekening 53.35.87.034 bij ABN AMRO;

- het vonnis van 7 juni 2006 in kort geding met zaaknummer 73792/KGZA 06-87;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met bijlagen;

- het tussenvonnis van deze rechtbank van 19 juli 2006;

- de akte wijziging eis in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie met bijlagen;

- de antwoordakte zijdens Mooren;

- het proces-verbaal van de op 5 september 2006 gehouden comparitie van partijen.

1.2 Bij voormeld vonnis in kort geding is Mooren veroordeeld de ten laste van Gielens gelegde executoriale beslagen op te heffen na het stellen door Gielens van een bankgarantie en is de zaak op verzoek van partijen verwezen naar de rol van de sector civiel voor verdere behandeling en afdoening.

2. Vaststaande feiten in conventie en in reconventie

2.1 De rechtbank gaat uit van de volgende tussen partijen vaststaande feiten:

- Gielens en Mooren zijn beiden bestuurder van en houder van de geplaatste aandelen in Perfect Swalmen B.V. geweest;

- Mooren heeft haar aandelen in Perfect Swalmen B.V. voor € 65.000,- verkocht aan Gielens. Hiervan is € 50.000,- door

Gielens per 24 augustus 2005 voldaan;

- In de notariële akte van verkoop en levering van de aandelen van 24 augustus 2005 is onder meer bepaald:

KOOPSOM, GEDEELTELIJKE BETALING EN GEDEELTELIJKE SCHULDIGERKENNING.

…….

6. Het restant van de koopsom, ….. bedragend VIJFTIENDUIZEND EURO (€ 15.000,--), wordt op dit ogenblik door koper aan verkoper schuldig gebleven.

7. Betaling hiervan zal geschieden in vier gelijke termijnen, dit in de maanden september, oktober, november en december aanstaande. Betaling zal telkenmale geschieden op gemelde bankrekening van verkoper.

……

BOETEBEDING.

Indien een der partijen enige verplichting of enige bepaling van deze overeenkomst niet nakomt ….. verbeurt de in gebreke zijnde partij een terstond opeisbare boete van VIJFTIG DUIZEND EURO (€ 50.000,-), onverminderd het recht van de wederpartij nakoming dan wel volledige schadevergoeding te vorderen.

Genoemde boete is op eerste aanmaning en zonder ingebrekestelling door de nalatige partij aan de wederpartij te voldoen.

- Partijen hebben ter afwikkeling van de contractuele verhoudingen nader overleg gevoerd, hetgeen geresulteerd heeft in een

vaststellingsovereenkomst van 5 oktober 2005.

- Met boekdatum 10 oktober 2005 is op de bankrekening van Mooren het eerste termijnbedrag ad € 3.750,- van de restant

koopsom onder vermelding “aflossing september” bijgeschreven. De overige termijnen zijn (voor)tijdig voldaan.

- Op 11 oktober wordt zijdens Mooren aanspraak gemaakt op de in de leveringsakte vastgelegde boete van € 50.000,- omdat

het termijnbedrag op 10 oktober 2005 in plaats van in de kalendermaand september 2005 op de bankrekening van Mooren

is bijgeschreven.

3. Vordering en stellingen van Gielens in conventie

3.1 Na wijziging van haar eis vordert Gielens, primair, voor recht te verklaren dat

zij aan Mooren geen boete heeft verbeurd en, subsidiair, het bedrag van de door Gielens aan Mooren verbeurde boete te matigen tot dan wel vast te stellen op nihil dan wel op een door de rechtbank te bepalen bedrag, met veroordeling van Mooren in de proceskosten.

3.2 Gielens stelt daartoe dat zij aan Mooren geen boete verschuldigd is nu er geen sprake van is van niet-nakoming van enige bepaling uit de gesloten overeenkomst. Partijen hadden niet de bedoeling het met name ten behoeve van Gielens opgenomen boetebeding ook te doen gelden voor de nabetalingen. Het gold voor de hoofdverplichtingen van partijen en de door Mooren verstrekte garanties ten aanzien van de aandelen. Gielens was er van overtuigd en mocht er op vertrouwen dat eerst de definitieve vaststelling van de omvang van de financiële verplichtingen tussen partijen afgewacht kon worden, voordat het tot uitbetaling door haar aan Mooren hoefde te komen.

3.3 Voor het geval het boetebeding van toepassing zou kunnen worden geacht en Gielens in strijd met haar verplichtingen heeft gehandeld doet Gielens op grond van artikel 6:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een beroep op matiging van de verschuldigde boete. Het in de notariële akte opgenomen boetebeding is in feite een voor matiging vatbaar contractueel boetebeding. Gielens wijst er nog op dat matiging voor de hand ligt nu er sprake is van een “eenheidsboetebeding” met één boetebedrag voor sterk uiteenlopende tekortkomingen. Voorzover de tekortkoming Gielens al kan worden aangerekend is er sprake van een gering verwijt waardoor marginale schade is veroorzaakt.

4. Verweer van Mooren in conventie

4.1 Mooren concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Gielens, met kostenveroordeling.

4.2 Mooren stelt daartoe dat vaststaat dat Gielens de september termijn niet tijdig heeft betaald. Op grond van de bepalingen in de notariële akte is de boete daardoor terstond opeisbaar geworden. De (betekende) grosse van de notariële akte van

24 augustus 2005 is een executoriale titel op grond waarvan Gielens € 50.000,- dient te betalen.

4.3 Mooren stelt verder dat er geen gronden zijn voor matiging van de boete. Het gaat niet om een contractuele boete, maar om een executoriale boete zodat artikel 6:94 BW niet van toepassing is.

5. Vordering en stellingen van Mooren in voorwaardelijke reconventie

5.1 Indien in conventie geoordeeld wordt dat de notariële akte van 24 augustus 2005 geen executoriale titel voor de inning van € 50.000,- is, vordert Mooren Gielens te veroordelen tot betaling van (de boete van) € 50.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten.

6. Het verweer van Gielens in reconventie

6.1 Gielens concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Mooren in de vorderingen dan wel tot afwijzing van het gevorderde, met kostenveroordeling.

6.2 Onder verwijzing naar het in conventie gestelde neemt Gielens ook in reconventie het standpunt in geen boete verschuldigd te zijn en, zo ja, dat er gronden voor matiging van de boete zijn.

7. Beoordeling van het geschil

In conventie en in reconventie

7.1 De rechtbank stelt voorop dat Gielens door de eerste termijn van de restant koopsom van de aandelen niet in september 2005 aan Mooren te voldoen, maar eerst op 10 oktober 2005, een verplichting uit de koopovereenkomst van 24 augustus 2005 niet is nagekomen. Het in de overeenkomst opgenomen boetebeding ziet, naar de op zich duidelijke bewoording daarvan, onder meer op het niet-nakomen van “enige verplichting of enige bepaling van deze overeenkomst”. Het niet tijdig betalen van de september termijn van de restant koopsom valt dan ook onder de werking van het boetebeding als opgenomen in de overeenkomst. De omstandigheden dat het boetebeding reeds in een concept van die overeenkomst was opgenomen toen de verplichting tot het (tijdig) verrichten van deelbetalingen nog niet in de overeenkomst was opgenomen doet daaraan niet af nu de latere opname van de verplichting tot het doen van deelbetalingen kennelijk niet heeft geleid tot een aanpassing van het boetebeding. Ook de omstandigheid dat het boetebeding (op verzoek van Gielens) in de overeenkomst is opgenomen in verband met de nakoming van de hoofdverplichting(en) uit de overeenkomst en de nakoming van de verstrekte garanties doet, nu het boetebeding duidelijk niet beperkt is tot de nakoming van die verplichtingen, niet af aan de toepasselijkheid van het boetebeding op de betalings-verplichtingen. Door niet tijdig te betalen heeft Gielens in beginsel de in de notariële akte opgenomen boete verbeurd.

7.2 Kern van dit geschil is vervolgens de vraag of de in artikel 6:94 BW aan de rechter gegeven bevoegdheid om een bedongen boete te matigen ook ziet op een boetebeding dat is vastgelegd in een authentieke akte, die voor de schuldeiser een executoriale titel oplevert. De rechtbank is van oordeel dat deze vraag bevestigend beantwoord moet worden. De bevoegdheid tot matiging betreft de tussen partijen overeengekomen boete, om het even of, en zo ja in welke vorm, die afspraak schriftelijk is vastgelegd. Of een boetebeding in een onderhandse dan wel in een notariële akte is neergelegd maakt op dit punt dus geen enkel verschil. Dat (de grosse van) een notariële akte een executoriale titel vormt en in zover gelijk staat aan een veroordelend rechterlijk vonnis geldt slechts voor notariële akten waarin een schuldverhouding is neergelegd. De onderhavige akte houdt evenwel niet in dat Gielens aan Mooren € 50.000,- is verschuldigd, maar dat op niet-nakoming van enige verplichting of bepaling van de overeenkomst een boete staat van € 50.000,-. Mooren stelt dus ten onrechte dat zij jegens Gielens over een executoriale titel voor € 50.000,- beschikt.

7.3 De rechtbank is zich er van bewust dat met de bevoegdheid om een bedongen boete te matigen terughoudend moet worden omgegaan. Zij is desalniettemin van oordeel dat in dit geval de billijkheid klaarblijkelijk eist dat de bedongen boete wordt gematigd op grond van het navolgende.

Vooreerst bevat het overeengekomen boetebeding één (relatief hoog) bedrag voor het niet-nakomen van verschillende, uiteenlopende verplichtingen uit de koopovereenkomst.

Verder is het zo dat de bedongen boete in verhouding tot de door Mooren geleden schade buitensporig is. De rechtbank verwerpt de stelling van Mooren dat de regeling voor de niet tijdige betaling van loon op grond van artikel 6:625 BW hier van toepassing is omdat de onderhavige betaling niet betreft de betaling van loon uit een arbeidsovereenkomst, maar de voldoening van een gedeelte van de restant koopsom uit een koopovereenkomst. Uit de stukken blijkt verder geen andere schade dan mogelijk renteverlies over een bedrag van € 3.750,- over een periode van 10 dagen. Uitgaande van de wettelijke rente van 4% (waarbij het overigens nog de vraag is of Mooren in die korte tijd daadwerkelijk dit rentepercentage zou hebben kunnen verkrijgen) leidt dit tot een schade van slechts € 4,11.

De rechtbank neemt verder in aanmerking dat er sprake is geweest van een betrekkelijk geringe termijnoverschrijding, dat op het moment, waarop de eerste deelbetaling verricht had moeten worden, partijen nog in onderhandeling waren om te komen tot een algehele afwikkeling van hun financiële relatie en dat er door Gielens is betaald kort na de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst tussen partijen.

De omstandigheid dat Gielens de overige maandtermijnen eerder dan op grond van de koopovereenkomst was vereist betaald heeft acht de rechtbank daarentegen in dit verband niet relevant.

7.4 Rekening houdend met de concrete omstandigheden van dit geval, waaronder met name de hoogte van de schade van Mooren, en met het gegeven dat een boetebeding als het onderhavige dient als aansporing tot nakoming van de aangegane verplichtingen, zal de rechtbank de boete matigen tot € 40,-.

In conventie

7.5 Op grond van het vorenstaande zal de rechtbank de boete matigen tot € 40,-.

In reconventie

7.6 Nu de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld dat de notariële akte geen executoriale titel oplevert voor de inning van de boete van € 50.000,- dient de rechtbank in te gaan op de vordering in reconventie.

7.7 Uit hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen volgt dat de vordering in reconventie tot veroordeling van Gielens tot betaling aan Mooren slechts kan worden toegewezen voor een bedrag van € 40,-.

In conventie en in reconventie

7.8 Mooren zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, die van het gevoerde kort geding daaronder begrepen.

7.9 In reconventie is geen uitvoerbaarheid bij voorraad gevorderd. Nu de beslissing in conventie tot matiging van de boete niet uitgevoerd behoeft te worden, zal de rechtbank slechts de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

B E S L I S S I N G

De rechtbank:

In conventie

matigt de door Gielens Holding B.V. aan Mooren Holding B.V. verbeurde boete tot € 40,-;

In reconventie

veroordeelt Gielens Holding B.V. tot betaling van € 40,- aan Mooren Holding B.V., vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 oktober 2005

In conventie en in reconventie

veroordeelt Mooren Holding B.V. in de proceskosten van Gielens Holding B.V., welke kosten tot aan deze uitspraak worden begroot op:

€ 248,00 aan griffierechten,

€ 74,32 aan explootkosten en

€ 1.205,00 aan salaris procureur;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.L.M. Magnée en op de openbare civiele terechtzitting van 25 oktober 2006 uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Type: RM