Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2006:AX9921

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
07-07-2006
Datum publicatie
07-07-2006
Zaaknummer
04/610128-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In bezit hebben van kinderporno (artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

Verdediging: er geen sprake is van bezit, nu niet kan worden vastgesteld hoe lang de bestanden ongedelete op de computer hebben gestaan. Voorts: volgens de jurisprudentie valt het enkele (kortstondige) bekijken van kinderporno niet onder in bezit hebben zoals bedoeld in art 240b Sr.

Politierechter en het oordeel van bezit van kinderporno versus het aantreffen daarvan op alleen unallocated clusters van de harde schijf .

Voorts:

In het onderhavige geval blijkt dat verdachte met zijn creditcard op 13 februari 2003 via Iserve een betaling heeft verricht van USD 57,90 (zijnde 54,34 euro) ten behoeve van de Russische kinderporno-site [naam site] Uit het procesverbaal van de KLPD dienaangaande blijkt dat van de ongeveer 5000 op deze site aangetroffen afbeeldingen deze vrijwel allemaal te kwalificeren zijn als kinderporno. Voorts blijkt uit de technische analyse van de bestanden op de beide computers dat een deel van de 6857 aangetroffen kinderpornoafbeeldingen niet alleen door verdachte is bekeken en mogelijk meteen weggeklikt, maar een deel van de afbeeldingen ook door verdachte is opgeslagen in 'mijn documenten'.

Mede door handelwijzen als die van verdachte, die ook bereid is te betalen voor de kinderporno, wordt het verschijnsel kinderporno in stand gehouden. Immers, indien geen geld meer met de verspreiding van kinderporno verdiend kan worden, zou een deel van de problematiek zich vanzelf oplossen.De hoeveelheid kinderporno die op de computers van verdachte is aangetroffen is aanzienlijk. Voorts is de aard van de aangetroffen afbeeldingen te omschrijven als harde porno. Het betreft zowel oraal, vaginaal als anaal sexueel binnendringen van meisjes van rond de 9 jaar door volwassen mannen.

Volgt een werkstraf voor de duur van 240 uren. Indien verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast en een veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 1 jaar voorwardelijk met een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende die proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die hem zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Roermond, -ook als dat inhoudt een poli-klinische bij/binnen de Forensisch Psychiatrische Polikliniek De Horst te Tegelen dan wel bij enige andere door de reclassering aan te wijzen instelling gedurende de maximale periode van de proeftijd, waarbij verdachte zich heeft te houden aan de aanwijzingen van de behandelaars-, zolang deze instelling dit noodzakelijk acht, met opdracht aan de Reclassering aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/610128-04

uitspraak d.d. : 7 juli 2006

TEGENSPRAAK overeenkomstig artikel 279 Wetboek van Strafvordering

VONNIS van de politierechter te Roermond, in de zaak tegen:

naam : [verdachte]

voornamen : [voornamen]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [straatnaam]

plaats : [woonplaats]

1. Het onderzoek van de zaak.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 juni 2006.

2. De tenlastelegging.

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2002 tot en met 25 november 2004 te [plaats delict], in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (in totaal ongeveer 6.857) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten een of meer harde schijf/schijven van een computer met onder meer de navolgende afbeeldingen:

-2031jpg

Een naakte volwassen man ligt op zijn rug op een bed. Hij heeft een erectie. Naast zijn heupen zit een naakt meisje van tien jaar. Zij heeft de stijve penis van de man met een hand vast en bevredigt de man met haar hand,

-2033.jpg

Een naakte volwassen man ligt op zijn rug op de grond. Hij heeft een erectie. Op zijn kruis zit een naakt meisje van negen jaar. De stijve penis van de man is een eindje in de vagina van het meisje geduwd,

-3117.jpg

Een volwassen man staat rechtop. Hij draagt alleen een boxershort. Door de gulp van zijn boxershort steekt zijn stijve penis naar voren. Voor hem knielt een naakt meisje van een jaar of zes. Zij heeft de stijve penis van de man gedeeltelijk in haar mond en pleegt orale seksuele handelingen,

-5163.jpg

Een naakt meisje van negen jaar ligt met wijd gespreide benen op haar rug op een krukje. Tussen haar benen staat een naakte volwassen man. De man heeft een erectie en duwt zijn stijve penis in de anus van het voor hem liggende meisje,

-1030

Een naakte volwassen man ligt op zijn rug op een bed. Hij heeft een erectie. Op zijn kruis zit een naakt meisje van acht jaar. De stijve penis van de man in een eindje in de vagina van het meisje geduwd,

-3254

Een naakte volwassen man ligt op zijn rug op een bed. Hij heeft een erectie. Over zijn kruis knielt een meisje van acht jaar. De man trekt met beide handen de billen van het meisje uiteen en duwt zijn stijve penis in de anus van het

meisje,

in bezit heeft gehad;

zulks terwijl hij, verdachte, van het plegen van bovenomschreven misdrijven een gewoonte heeft gemaakt;

(artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de politierechter verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de politierechter.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de politierechter bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewezenverklaring.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 23 juni 2006 aangevoerd dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht.

De verdediging heeft zich -zoals is weergegeven in de pleitnota- op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Daartoe is ten eerste aangevoerd dat ook al zijn de nodige kinderpornoafbeeldingen de computers van verdachte gepasseerd, er geen sprake is van bezit, nu niet kan worden vastgesteld hoe lang die bestanden ongedelete op de computer hebben gestaan. Voorts stelt de verdediging dat volgens de jurisprudentie het enkele (kortstondige) bekijken van kinderporno niet valt onder in bezit hebben zoals bedoeld in art 240b Sr.

De politierechter overweegt dienaangaande het volgende.

Verdachte heeft verklaard dat hij de computer (25-CK-01) nieuw heeft gekocht toen hij al in zijn huidige woning in [plaats delict] woonde en dat hij aldaar sinds oktober 2002 woonachtig is. Over het bezit en het gebruik van de laptop (25-CK-03) wil verdachte geen mededelingen doen. Wel was het verdachte die het wachtwoord van deze laptop aan de politie gaf. Voorts verklaart de echtgenote dat verdachte de enige gebruiker van de computer en de laptop is. Nu verder niet gebleken is van enige contra-indicatie stelt de politierechter gelet op deze feiten en omstandigheden vast dat verdachte in de tenlastegelegde periode de enige gebruiker was van de computer en de laptop.

Uit digitaal onderzoek van de computer en de laptop is voorts het volgende gebleken.

Op de harde schijf van de laptop zijn kinderpornoafbeeldingen aangetroffen in de mappen C:\mijn documenten, C:\RECYCLED en C\Temporary Internet Files. De afbeeldingen in deze mappen waren reeds verwijderd en konden door de gebruiker niet meer rechtstreeks benaderd worden. Verder zijn in de unallocated clusters van de harde schijf van de laptop kinderpornoafbeeldingen aangetroffen. Voorts zijn op de harde schijf van de computer kinderpornoafbeeldingen aangetroffen in de map C:\Documents and Settings. Deze afbeeldingen waren reeds verwijderd en konden door de gebruiker niet meer rechtstreeks benaderd worden. Verder zijn in de unallocated clusters van de harde schijf van de computer kinderpornoafbeeldingen aangetroffen.

De unallocated clusters is blijkens de toelichting in het dossier een gedeelte van de harde schijf dat voor een standaard computergebruiker niet te benaderen is en waarin gewiste bestanden staan die deels overschreven kunnen zijn. Van de aangetroffen afbeeldingen in de unallocated clusters is niet meer vast te stellen wie de oorspronkelijke gebruiker van deze bestanden is geweest en door wie ze zijn gewist, noch wanneer ze zijn gewist.

Blijkens het dossier zijn in totaal 8 kinderpornoafbeeldingen aangetroffen in de map 'Temporary internet files', 1 in de map 'recycled', 6467 in de unallocated clusters en 11 in de map 'mijn documenten'.

Hoewel de raadsman van verdachte naar het oordeel van de politierechter gelijk heeft in de stelling dat, nu de bestanden gewist zijn en voor een normale gebruiker niet meer op te halen zijn, er ten tijde van de huiszoeking op 25 november 2004 geen sprake meer was van bezit hebben, is de politierechter van oordeel dat dit niet zonder meer opgaat voor de daarvóór liggende periode, die ook is tenlastegelegd.

Ook is naar het oordeel van de politierechter te verdedigen dat indien iemand al dan niet per ongeluk een kinderpornoafbeelding aanklikt en daardoor sporen op de computer achterlaat maar vervolgens alles doet om deze kinderporno ten spoedigste zo veel mogelijk van de computer af te halen, er geen sprake is van bezit van kinderporno.

Deze situatie doet zich echter naar het oordeel van de politierechter in deze zaak niet voor en wel om de volgende redenen.

In het onderhavige geval blijkt dat verdachte met zijn creditcard op 13 februari 2003 via Iserve een betaling heeft verricht van USD 57,90 (zijnde 54,34 euro) ten behoeve van de Russische kinderporno-site [naam site] Uit het procesverbaal van de KLPD dienaangaande blijkt dat van de ongeveer 5000 op deze site aangetroffen afbeeldingen deze vrijwel allemaal te kwalificeren zijn als kinderporno. Voorts blijkt uit de technische analyse van de bestanden op de beide computers dat een deel van de 6857 aangetroffen kinderpornoafbeeldingen niet alleen door verdachte is bekeken en mogelijk meteen weggeklikt, maar een deel van de afbeeldingen ook door verdachte is opgeslagen in 'mijn documenten'.

Uit deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien volgt juist niet dat verdachte zoals door de raadsman is geopperd al dan niet per ongeluk enkele kinderporno bestanden via internet op zijn computer heeft ontvangen en deze vervolgens ten spoedigste heeft verwijderd. Integendeel. Nu vast staat dat er grote aantallen kinderpornografische afbeeldingen op de computers van verdachte aangetroffen zijn, verdachte voorts zelfs bereid is geweest om voor deze afbeeldingen te betalen en verdachte tevens een deel van de afbeeldingen heeft opgeslagen in "mijn documenten", is er naar het oordeel van de politierechter in casu wel degelijk sprake van het in het bezit hebben van kinderporno ook waar dit betreft de zogenaamde unallocated clusters.

Voorts heeft de verdediging zich (in punt 25 van de pleitnota) op het standpunt gesteld dat bijlage III bij het rapport van de KLPD d.d. 15 juni 2004 van het bewijs dient te worden uitgesloten, nu het geen wettig bewijsmiddel ex artikel 339 jo 344 van het Wetboek van Strafvordering is. Het is immers enkel een schriftelijk stuk waarvan de bron en/of juistheid onbekend is gebleven.

De politierechter overweegt dienaangaande als volgt.

Blijkens pagina 9 van het - naar waarheid opgemaakte en ondertekende - Nederlandse raamproces-verbaal van de KLPD d.d. 25 mei 2004 is het relevante transactieoverzicht in bijlage III bijgevoegd. Voorts bevindt zich in dit raamproces-verbaal een naar waarheid opgemaakte en ondertekende verklaring d.d. 15 juni 2004 van de rapporteur E.H.A. Kuijl, dat de inhoud van het onderhavig dossier door de rapporteur is samengesteld en kopieën betreft van originele documenten en/of databestanden.

De politierechter is op grond van het vorenstaande van oordeel dat bijlage III valt onder een op ambtseed opgemaakte weergave van het onderzoek, zodat het standpunt van de verdediging dat dit stuk van het bewijs dient te worden uitgesloten, geen doel kan treffen.

Voorts heeft de verdediging (in punt 26 van de pleitnota) aangevoerd dat volstrekt onduidelijk is gebleven hoe en in welke vorm de plaatjes door de in Amerika onderzochte sites werden verzonden aan de leden, nu de plaatjes op de in beslag genomen harde schijven een .jpg-format zijn en de bestanden op de sites -kennelijk- .pdf-format hebben en dus niet hetzelfde zijn.

De politierechter acht de vorenstaande stelling van de verdediging niet van belang bij de beoordeling van de onderhavige zaak, nu enkel het (een gewoonte maken van het) in bezit hebben van kinderporno is ten laste gelegd en niet het in bezit hebben van kinderporno afkomstig van bedoelde site.

De rechter acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste feit heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 26 november 2002 tot en met 25 november 2004 te [plaats delict], meermalen een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen (in totaal ongeveer 6.857) telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, te weten een of meer harde schijf van een computer met onder meer de navolgende afbeeldingen:

-2031jpg

Een naakte volwassen man ligt op zijn rug op een bed. Hij heeft een erectie. Naast zijn heupen zit een naakt meisje van tien jaar. Zij heeft de stijve penis van de man met een hand vast en bevredigt de man met haar hand,

-2033.jpg

Een naakte volwassen man ligt op zijn rug op de grond. Hij heeft een erectie. Op zijn kruis zit een naakt meisje van negen jaar. De stijve penis van de man is een eindje in de vagina van het meisje geduwd,

-3117.jpg

Een volwassen man staat rechtop. Hij draagt alleen een boxershort. Door de gulp van zijn boxershort steekt zijn stijve penis naar voren. Voor hem knielt een naakt meisje van een jaar of zes. Zij heeft de stijve penis van de man gedeeltelijk in haar mond en pleegt orale seksuele handelingen,

-5163.jpg

Een naakt meisje van negen jaar ligt met wijd gespreide benen op haar rug op een krukje. Tussen haar benen staat een naakte volwassen man. De man heeft een erectie en duwt zijn stijve penis in de anus van het voor hem liggende meisje,

-1030

Een naakte volwassen man ligt op zijn rug op een bed. Hij heeft een erectie. Op zijn kruis zit een naakt meisje van acht jaar. De stijve penis van de man in een eindje in de vagina van het meisje geduwd,

-3254

Een naakte volwassen man ligt op zijn rug op een bed. Hij heeft een erectie.Over zijn kruis knielt een meisje van acht jaar. De man trekt met beide handen de billen van het meisje uiteen en duwt zijn stijve penis in de anus van het meisje,

in bezit heeft gehad;

zulks terwijl hij, verdachte, van het plegen van bovenomschreven misdrijven een gewoonte heeft gemaakt;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de politierechter niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. Het bewijs.

De overtuiging van de politierechter dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

8.1 De bewijsmiddelen.

Voor zover het vonnis is uitgewerkt, staan de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen vermeld in de alsdan aan het vonnis gehechte aanvulling als bedoeld in de artikelen 365a en 365b van het Wetboek van Strafvordering.

9. Kwalificatie van het bewezenverklaarde.

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op het navolgende misdrijf:

het in het bezit hebben van een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte is gemaakt.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

10. De strafbaarheid van verdachte.

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

11. De straffen en/of maatregelen.

11.1 De algemene overwegingen.

Op grond van de aard van het bewezenverklaarde, alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de politierechter van oordeel dat aan verdachte na te melden straffen behoren te worden opgelegd.

11.2 De bijzondere overwegingen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 23 juni 2006 gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De raadsman heeft ten aanzien van de straf aangevoerd dat indien verdachte zou worden veroordeeld, bij de strafmaat rekening dient te worden gehouden met de spanningen die de verdenking heeft opgeleverd en met het feit dat verdachte een fulltime baan heeft en een blanco strafblad. Hij verzoekt de politierechter om de straf te beperken tot een deels voorwaardelijke straf en (eventueel) een werkstraf.

De politierechter heeft bij de strafoplegging meer in het bijzonder rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede met het belang van een juiste normhandhaving.

Bij de vervaardiging van kinderporno worden kinderen misbruikt en geëxploiteerd enkel ten behoeve van geldelijk gewin en sexueel genot van volwassenen. Daar waar de KLPD afbeeldingen kon terugbrengen naar opgehelderde zaken, betroffen dit vaak kinderen die in de familiesfeer ernstig misbruikt waren of kansarme kinderen die met dit doel door professionele bendes van de straat geplukt werden. Door dit alles wordt de lichamelijke en geestelijke integriteit van deze kinderen op grove wijze geweld aangedaan, waarvan de negatieve gevolgen veelal nog lang, zo niet levenslang, door hen worden ervaren.

Mede door handelwijzen als die van verdachte, die ook bereid is te betalen voor de kinderporno, wordt het verschijnsel kinderporno in stand gehouden. Immers, indien geen geld meer met de verspreiding van kinderporno verdiend kan worden, zou een deel van de problematiek zich vanzelf oplossen.De hoeveelheid kinderporno die op de computers van verdachte is aangetroffen is aanzienlijk. Voorts is de aard van de aangetroffen afbeeldingen te omschrijven als harde porno. Het betreft zowel oraal, vaginaal als anaal sexueel binnendringen van meisjes van rond de 9 jaar door volwassen mannen.

Gelet hierop zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de officier van justitie geëist zeker op zijn plaats zijn.

Anderzijds houdt de politierechter ten voordele van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister niet eerder is veroordeeld en met de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die door de raadsman van verdachte ter zitting zijn aangevoerd.

Gelet op vorenstaande zal de politierechter geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen maar een hoge taakstraf in de vorm van een werkstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur.

De politierechter is van oordeel dat dat een gepaste bestraffing vormt en in dit geval een bijdrage kan leveren aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

De politierechter zal het aantal te werken uren onbetaalde arbeid stellen op 240 uren en bevelen dat, voor het geval de taakstraf niet naar behoren wordt verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

Met het daarnaast opleggen van een voorwaardelijke vrijheidsstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht, en anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Aan deze voorwaardelijke straf zal de politierechter als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering verbinden.

Ten aanzien van het beslag merkt de rechtbank op dat nu op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen staat dat deze voorwerpen bestemd zijn voor een ander doel en de officier van justitie ter zitting geen vordering met betrekking tot het beslag heeft overgelegd, de politierechter hierover geen beslissing dient te nemen.

12. Toepasselijke wetsartikelen.

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 240b.

BESLISSING.

De politierechter:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte terzake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid;

beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast;

verstaat dat de taakstraf uiterlijk 1 jaar nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden, zal zijn voltooid;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 1 jaar;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende die proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die hem zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Roermond, -ook als dat inhoudt een poli-klinische bij/binnen de Forensisch Psychiatrische Polikliniek De Horst te Tegelen dan wel bij enige andere door de reclassering aan te wijzen instelling gedurende de maximale periode van de proeftijd, waarbij verdachte zich heeft te houden aan de aanwijzingen van de behandelaars-, zolang deze instelling dit noodzakelijk acht, met opdracht aan de Reclassering aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

Vonnis gewezen door de politierechter mr. M.J.A.G. van Baal , in tegenwoordigheid van mr. I.E.A. Bronkhorst als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechter voornoemd op 7 juli 2006.