Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2006:AV3796

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
03-03-2006
Datum publicatie
07-03-2006
Zaaknummer
AWB 06/399
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Aan de orde is het besluit van verweerder van 2 maart 2006, inhoudende dat de door verzoekers aangekondigde demonstratie op 4 maart 2006 van 13.00 tot en met 17.30 uur doorgang kan vinden op het Turfpad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

PROCES VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK

op het verzoek om een voorlopige voorziening ex artikel 8:81 van de Awb

Procedurenummer : AWB 06/399

Inzake : AFA-Nijmegen en [verzoeker], verzoekers,

tegen het besluit van : de Burgemeester van de gemeente Venray, verweerder.

Datum en aanduiding van het bestreden besluit ter zake waarvan een voorlopige voorziening wordt gevraagd: het besluit van verweerder d.d.: 2 maart 2006.

Kenmerk: V06.002172

Proces verbaal van de met toepassing van artikel 8:67 juncto artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedane mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Roermond.

Zitting hebben: mr. E.J.A.M. Bakermans, als voorzieningenrechter

J.N. Buddeke, als griffier.

De mondelinge behandeling

De mondelinge behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening heeft plaatsgehad ter zitting van 3 maart 2006, waar verzoeker [verzoeker] in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. M.A.R. Schuckink Kool, die tevens het woord heeft gevoerd namens verzoeker AFA-Nijmegen, en waar verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door J.M.L. Smits.

Na de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter op 3 maart 2006 de volgende uitspraak gedaan.

De beslissing

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en schorst het besluit van 2 maart 2006;

bepaalt dat de demonstratie van verzoekers op 4 maart 2006 van 13.00 tot 17.30 uur doorgang kan vinden op het Lovinckplein te IJsselsteijn;

veroordeelt verweerder in de kosten van de beroepsprocedure bij de rechtbank, aan de zijde van verzoekers begroot op € 644,00 (zijnde de kosten van rechtsbijstand) te vergoeden door verweerders gemeente;

bepaalt dat verweerders gemeente aan verzoekers het door of namens deze gestorte griffierecht ten bedrage van € 281,00 volledig vergoedt.

De gronden voor de beslissing

In artikel 8:81 van de Awb is bepaald dat indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Aan de orde is het besluit van verweerder van 2 maart 2006, inhoudende dat de door verzoekers aangekondigde demonstratie op 4 maart 2006 van 13.00 tot en met 17.30 uur doorgang kan vinden op het Turfpad. Verzoekers kunnen zich met de door verweerder aangewezen, afgelegen, locatie niet verenigen, nu hiermee afbreuk wordt gedaan aan hun recht om gedachten en gevoelens voldoende openbaar te maken. De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat verweerders besluit van 2 maart 2006 geduid dient te worden als een besluit omtrent het stellen van voorschriften en beperkingen naar aanleiding van een kennisgeving van een voorgenomen betoging.

Uit het bepaalde in de artikelen 9 van de Grondwet, en 5 en 2 van de Wet openbare manifestaties, in onderlinge samenhang bezien, vloeit voort dat tot een beperking van het recht op betoging slechts in dwingende situaties kan worden besloten. Dit geldt niet slechts voor een verbod op een betoging, maar ook voor voorschriften en beperkingen die worden gesteld naar aanleiding van een kennisgeving van een voorgenomen betoging. De gegeven bevoegdheden tot beperking van het recht tot betoging, kunnen slechts worden aangewend ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Verweerder heeft in het besluit aangegeven van mening te zijn dat aanwijzing van de locatie Turfpad is ingegeven ter voorkoming van wanordelijkheden.

Een beperking van het recht op betoging als thans aan de orde kan slechts rechtvaardiging vinden in een dreiging van het ontstaan van een bestuurlijke overmachtsituatie. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een dreiging van het ontstaan van een bestuurlijke overmachtsituatie. Naar verweerders vertegenwoordigster ter zitting heeft meegedeeld is er een risico-analyse opgesteld, waarin de rechter echter geen inzage heeft gekregen. Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat een vreedzaam verloop van de door verzoeker aangekondigde demonstratie in de kern van IJsselstein niet dan met een onevenredig grote inzet van politie is af te dwingen. Ook overigens is de vrees voor een bestuurlijke overmachtsituatie door verweerder niet geconcretiseerd of anderszins aannemelijk gemaakt. Vrees voor verstoring van de openbare orde en de wens mogelijk rivaliserende groepen gescheiden te houden, is daarvoor immers niet voldoende. Bovendien heeft de rechter in aanmerking genomen dat verweerder reeds maatregelen heeft getroffen, gericht op voorkoming van confrontatie van verzoekers met de groepering die een herdenkingsbijeenkomst op de militaire begraafplaats heeft gepland. Voorts heeft de rechter in aanmerking genomen het feit dat ook verweerder heeft erkend dat verzoekers de aangekondigde betoging goed hebben voorbereid.

In afwijking van de oorspronkelijke melding opteren verzoekers kennelijk voor de locatie Lovinckplein. De voorzieningenrechter is niet gebleken van argumenten op grond waarvan gezegd dient te worden dat de aangekondigde betoging niet aldaar zou kunnen plaatsvinden. Dat die locatie voor politie-inzet bewerkelijker is dan het Turfpad, leidt nog niet tot de conclusie dat verweerder niet zou kunnen voldoen aan de plicht om maatregelen te treffen om een vreedzame betoging op het Lovinckplein te beschermen tegen verstoring door derden.

Nu de aanwijzing van de locatie Turfpad naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet noodzakelijk is te achten ter voorkoming van wanordelijkheden, is hierin aanleiding gelegen om het besluit ter zake waarvan de voorlopige voorziening is gevraagd te schorsen en om te bepalen dat de gemelde betoging zal kunnen plaatsvinden op de door verzoekers gewenste locatie: het Lovinckplein.

Waarvan door de griffier is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter en door de griffier is ondertekend.

Voor eensluidend afschrift:

de wnd. griffier:

per fax verzonden op: 3 maart 2006

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.