Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2005:AU9008

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
21-11-2005
Datum publicatie
08-06-2006
Zaaknummer
04/990018-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veediefstal van aanmerkelijke omvang.

De gestolen koeien worden "omgekat" en doorverkocht, waarvoor valsheid in geschrifte wordt gepleegd met behulp van valse geboortebewijzen.

Daardoor wordt ook de runderregistratieplicht geschonden.

De rechtbank motiveert de bewezenverklaring uitvoerig.

Er wordt een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 6 maanden opgelegd, gelet op de omvang van de diefstallen, de impact van deze feiten op de agrariërs in Limburg, Noord-Brabant en het grensgebied, alsook gelet op de manipulatie van de runderregistratie, welke mede ziet op de voedselveiligheid (BSE, e.d.)

Wetsverwijzingen
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren 105
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/990018-04

Uitspraak d.d. : 21 november 2005

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [verdachte]

voornamen : [voornamen]

geboren op : [geboorteplaats] te [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in P.I. Limburg Zuid - HvB Overmaze, Willem Alexanderweg 21 Maastricht.

1. Het onderzoek van de zaak.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 november 2005.

2. De tenlastelegging.

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2004 tot en met 26 april 2005 in de hieronder genoemde plaatsen/ gemeenten in de arrondissementen Roermond, Maastricht en 's-Hertogenbosch en/of als

Nederlander in de Belgische gemeente Maaseik, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de/het hieronder genoemde rund(eren), die geheel of ten dele toebehoorden aan een ander of anderen dan aan verdachte, te weten:

1 - op of omstreeks 26 april 2005 te Laar in de gemeente Weert, althans in het arrondissement Roermond, een zich in een weide bevindend kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 1] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of het weg te nemen kalf onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking, te weten het kapot knippen van de omheining van die weide (zaak 36, mutatie nummer PL2340/05-052420) en/of

2 - op of omstreeks 13 juni 2004 te Maarheeze in de gemeente Cranendonck, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, vier, althans een of meer, zich in een weide bevindend(e) kalveren/ kalf geheel of ten dele toebehorende

aan [eigenaar 2] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen kalveren/ kalf onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking, te weten het kapot knippen van de omheining van die weide (zaak 3, mutatie nummer PL2202/04-072998) en/of

3 - op of omstreeks 22 juni 2004 te Klimmen in de gemeente Voerendaal, althans in het arrondissement Maastricht, een zich in een weide bevindend kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 3] (zaak 4, proces-verbaal nummer

2004084167-1) en/of

4 - in de nacht van 28 op 29 juni 2004 te Roosteren in de gemeente Echt-Susteren, althans in het arrondissement Roermond, twee, althans een, zich in een weide bevindend(e) kalveren/ kalf geheel of ten dele toebehorende aan

[eigenaar 4] (zaak 5, mutatie nummer PL 2330/04-084422) en/of

5 - in de nacht van 21 op 22 juli 2004 te Geleen in de gemeente Sittard-Geleen, althans in het arrondissement Maastricht, twee, althans een of meer, zich in een weide bevindend(e) koe(ien) geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 5] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de weg te nemen koe(ien)onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking, te weten het kapot knippen van de omheining van die weide (zaak 6, proces-verbaal nummer 2004099111-1) en/of

6 - in de periode van 26 tot en met 27 juli 2004 te Roosteren in de gemeente Echt-Susteren, althans in het arrondissement Roermond, een zich in een weide bevindend kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 4] (zaak 7, mutatie nummer PL 2330/04-100831) en/of

7 - in de periode van 26 tot en met 27 juli 2004 te Ospel in de gemeente Nederweert, althans in het arrondissement Roermond, een kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 6] (zaak 8, mutatie nummer PL 2340/04-100998)

en/of

8 - in de periode van 1 tot en met 3 augustus 2004 te Beek in de gemeente Beek, althans in het arrondissement Maastricht, drie, althans een of meer, zich in een weide bevindend(e) koe(ien) geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 7] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de weg te nemen koe(ien)onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking, te weten het vernielen van het hangslot van een hek in de omheining van die weide (zaak 9, proces-verbaal nummer 2004104977-1) en/of

9 - op of omstreeks 6 augustus 2004 te Merkelbeek in de gemeente Onderbanken, althans in het arrondissement Maastricht, een kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 8] (zaak 10, proces-verbaal nummer

2004106031-1) en/of

10 - in de periode van 31 augustus 2004 tot en met 3 september 2004 te Swalmen in de gemeente Swalmen, althans in het arrondissement Roermond, een zich in een weide bevindend kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 9] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of het weg te nemen kalf onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking, te weten het vernielen van een aantal draden van de omheining van die weide (zaak 12, mutatie nummer PL 2330/04-121471) en/of

11 - in de periode van 22 tot en met 23 september 2004 te Meijel in de gemeente Meijel, althans in het arrondissement Roermond, twee, althans een, zich in een weide bevindende koe(ien) geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 10] (zaak 16, mutatie nummer PL 2340/04-130065) en/of

12 - in de periode van 28 september 2004 tot en met 21 oktober 2004 te Thorn in de gemeente Meijel, althans in het arrondissement Roermond, drie, althans een of meer, zich in een weide bevindende kalveren/kalf geheel of ten dele

toebehorende aan [eigenaar 18] (zaak 17, mutatie nummer PL 2340/04-45189) en/of

13 - in de periode van 18 tot en met 19 oktober 2004 te Ospel in de gemeente Nederweert, althans in het arrondissement Roermond, een kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 6] (zaak 20, mutatie nummer PL 2340/04-143156) en/of

14 - in de periode van 17 tot en met 18 november 2004 te Noorbeek in de gemeente Margraten, althans in het arrondissement Maastricht, een kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 11] (zaak 22 proces-verbaal nummer

2004154990-1) en/of

15 - in de periode van 25 tot en met 26 november 2004 te Swalmen in de gemeente Swalmen, althans in het arrondissement Roermond, twee, althans een koe(ien) en/of een kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 12] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen koe(ien)/kalf onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking, te weten het vernielen van het hangslot van een deur

van de stal, waarin zich voornoemd(e) dier(en) zich bevond(en) (zaak 23, mutatie nummer PL 2330/04-161925) en/of

16 - in de nacht van 3 op 4 januari 2005 te Gulpen in de gemeente Gulpen-Wittem, althans in het arrondissement Maastricht, twee, althans een, kalveren/ kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 13] (zaak 29 proces-verbaal nummer 2005001357-1) en/of

17 - in de nacht van 20 op 21 januari 2005 te Koningsbosch in de gemeente Echt-Susteren, althans in het arrondissement Roermond, een kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 14] (zaak 30 mutatie nummer PL 2330/05-009218) en/of

18 - in de nacht van 3 op 4 februari 2005 te Maria Hoop in de gemeente Echt-Susteren, althans in het arrondissement Roermond, een kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 15] (zaak 31 mutatie nummer PL 2330/05-015586) en/of

19 - op of omstreeks 22 maart 2005 te Ulestraten in de gemeente Meerssen, althans in het arrondissement Maastricht, een kalf geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 16] (zaak 33 proces-verbaal nummer 2005037508-1) en/of

20 - in de periode van 30 maart 2005 tot en met 5 april 2005 te Tungelroy in de gemeente Weert, althans in het arrondissement Roermond, een zich in een weide bevindende koe geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 17] en/of [bedrijf 1] (zaak 34, mutatie nummer PL 2340/05-04314) en/of

21 - in de periode van 12 tot en met 13 april 2005 in de Belgische gemeente Maaseik, twee, althans een, zich in een weide bevindende koe(ien) geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar 18] (zaak 35, proces-verbaal nummer TG.17.L.5.101645/2005 van de politie Maasland);

(artikel 311, lid 1, onder 1e, 3e en 5e van het wetboek van strafrecht)

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2004 tot en met 26 april 2005 te Echt, gemeente Echt-Susteren en/of andere plaatsen/gemeenten in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de hieronder genoemde vals(e) of vervalst(e) registratiekaart(en) en/of geboortebewijzen/-bewijs, - (elk)

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik (telkens) enig nadeel kon ontstaan, te weten:

1 - de registratiekaart voorzien van het nummer 7645 (document 611 van het proces-verbaal) betreffende een kalf voorzien van het diernummer 7645, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code DE 0533779461 en welke registratiekaart verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of;

2 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 356076465 (document 1045), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 323239578 en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

3 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 399596146 (document 686), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 267775334 en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

4 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 399596160 (document 1037), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 298067293 en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

5 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 399596223 (document 1042), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code DE 0532824461 en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

6 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 399596247 (document 627), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 273836926 en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

7 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 361240835 (document 607), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 283254051 en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

8 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 361240828 (document 606), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 283254051 en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

9 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 418996807 (document 497), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code DE 0533568227 en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

10 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 323239578 (document 1048), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 199236484 en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

11 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 418996814 (document 1052), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code DE 0533568227

en welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

12 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 233430548 (document 609), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 358293989 en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

13 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 418996845 (document 481), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 209816404 en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

14 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 418996838 (document 450), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 209816404 en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

15 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 356840668 (document 451), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 267775062 en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

16 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 356840644 (document 383), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 283254051 en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen;

(artikel 225 lid 2 van het wetboek van strafrecht)

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 26 april 2005 te Echt en/of ander plaatsen in Nederland, meermalen, althans eenmaal, al dan niet opzettelijk, als degene die ingevolge de Regeling identificatie en registratie van dieren gehouden was volledig, juist en naar waarheid gegevens te melden en/of bij te houden

en/of te vermelden op daartoe bestemde bescheiden aan respectievelijk ten behoeve van het door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beheerde zogeheten "I&R-systeem rund", in strijd met deze gehoudenheid heeft

gemeld en/of vermeld:

1 - in de periode van 21 mei 2004 tot en met 15 juni 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code DE 0533779461 (document 1023) en/of

2 - in de periode van 11 tot en met 22 juni 2004, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 323239578 (document 1025) en/of

3 - op of omstreeks 1 juli 2004, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 267775062 (document 1026) en/of

4 - op of omstreeks 1 juli 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 267775334 (document 1027) en/of

5 - in de periode van 23 juli 2004 tot en met 13 augustus 2004, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 298067293 (document 1036) en/of

6 - in de periode van 1 tot en met 22 augustus 2004, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 279169626 (document 1038) en/of

7 - in de periode van 1 tot en met 22 september 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code DE 0532824461 (document 1041) en/of

8 - in de periode van 26 september 2004 tot en met 17 oktober 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 273836926 (document 1043) en/of

9 - op of omstreeks 29 augustus 2004, dat een vrouwelijk en/of een mannelijk kalf waren/ was geboren uit een moeder voorzien van het werknummer 5405 (document(en) 1044 en/of 1047) en/of

10 - op of omstreeks 23 oktober 2004, dat een mannelijk en/of vrouwelijk kalf waren/was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code DE 0533568227 (document(en) 1049 en/of 1053) en/of

11 - op of omstreeks 11 december 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van het levensnummer 358293989 (document 893) en/of

12 - op of omstreeks 15 maart 2005, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 267775062 (document 1054);

(artikel 43 van de Regeling identificatie en registratie van dieren juncto artikel 105 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, strafbaar gesteld in artikel 1 onder 2e van de Wet op de economische delicten)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewezenverklaring.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 7 november 2005 gevorderd dat het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het sub 1, 2 en 3 ten laste gelegde, zulks met uitzondering van het feit sub 1 onder ten 1e.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het sub 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij meer tijdstippen in de periode van 1 maart 2004 tot en met 26 april 2005 in de hieronder genoemde plaatsen/ gemeenten in de arrondissementen Roermond, Maastricht en 's-Hertogenbosch en als Nederlander in de Belgische gemeente Maaseik, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de/het hieronder genoemde rund(eren), die toebehoorden aan een ander of anderen dan aan verdachte, te weten:

1 - op 26 april 2005 te Laar in de gemeente Weert, een zich in een weide bevindend kalf toebehorende aan [eigenaar 1] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten het kapot knippen van de omheining van die weide en

2 - op of omstreeks 13 juni 2004 te Maarheeze in de gemeente Cranendonck, vier zich in een weide bevindende kalveren toebehorende aan [eigenaar 2] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten het kapot knippen van de omheining van die weide en

3 - op of omstreeks 22 juni 2004 te Klimmen in de gemeente Voerendaal een zich in een weide bevindend kalf, toebehorende aan [eigenaar 3] en

4 - in de nacht van 28 op 29 juni 2004 te Roosteren in de gemeente Echt-Susteren, twee zich in een weide bevindende kalveren toebehorende aan [eigenaar 4] en

5 - in de nacht van 21 op 22 juli 2004 te Geleen in de gemeente [geboortedatum]-Geleen, twee zich in een weide bevindende koeien, toebehorende aan [eigenaar 5] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten het kapot knippen van de omheining van die weide en

6 - in de periode van 26 tot en met 27 juli 2004 te Roosteren in de gemeente Echt-Susteren, een zich in een weide bevindend kalf toebehorende aan [eigenaar 4] en

7 - in de periode van 26 tot en met 27 juli 2004 in het arrondissement Roermond, een kalf toebehorende aan [eigenaar 6] en

8 - in de periode van 1 tot en met 3 augustus 2004 te Beek in de gemeente Beek, drie, zich in een weide bevindende koeien toebehorende aan [eigenaar 7] en

9 - op 6 augustus 2004 te Merkelbeek in de gemeente Onderbanken, een kalf, toebehorende aan [eigenaar 8] en

10 - in de periode van 31 augustus 2004 tot en met 3 september 2004 te Swalmen in de gemeente Swalmen, een zich in een weide bevindend kalf, toebehorende aan [eigenaar 9] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten het vernielen van een aantal draden van de omheining van die weide en

11 - in de periode van 22 tot en met 23 september 2004 te Meijel in de gemeente Meijel, tweezich in een weide bevindende koeien, toebehorende aan [eigenaar 10] en

12 - op 28 september 2004 te Thorn een zich in een weide bevindend kalf toebehorende aan [eigenaar 18] en in de periode van 20 tot en met 21 oktober 2004 te Thorn, twee zich in een weide bevindende kalveren toebehorende aan [eigenaar 18] en

13 - in de periode van 18 tot en met 19 oktober 2004 in het arrondissement Roermond, een kalf toebehorende aan [eigenaar 6] en

14 - in de periode van 17 tot en met 18 november 2004 te Noorbeek in de gemeente Margraten, een kalf, toebehorende aan [eigenaar 11] en

15 - in de periode van 25 tot en met 26 november 2004 te Swalmen in de gemeente Swalmen, twee koeien en een kalf toebehorende aan [eigenaar 12] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten het vernielen van het hangslot van een deur van de stal, waarin zich voornoemde dieren bevonden en

16 - in de nacht van 3 op 4 januari 2005 te Gulpen in de gemeente Gulpen-Wittem, twee, kalveren toebehorende aan [eigenaar 13] en

17 - in de nacht van 20 op 21 januari 2005 te Koningsbosch in de gemeente Echt-Susteren, een kalf, toebehorende aan [eigenaar 14] en

18 - in de nacht van 3 op 4 februari 2005 te Maria Hoop in de gemeente Echt-Susteren, een kalf, toebehorende aan [eigenaar 15] en

19 - op 22 maart 2005 te Ulestraten in de gemeente Meerssen, een kalf toebehorende aan [eigenaar 16] en

20 - in de periode van 30 maart 2005 tot en met 5 april 2005 te Tungelroy in de gemeente Weert, een zich in een weide bevindende koe toebehorende aan [bedrijf 1] en

21 - in de periode van 12 tot en met 13 april 2005 in de Belgische gemeente Maaseik, twee zich in een weide bevindende koeien, toebehorende aan [eigenaar 18];

2.

hij op meer tijdstippen in de periode van 1 maart 2004 tot en met 26 april 2005 te Echt, gemeente Echt-Susteren en andere plaatsen/gemeenten in Nederland, meermalen, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van het hieronder genoemde valse geboortebewijs, -zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik telkens enig nadeel kon ontstaan, te weten:

2 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 356076465, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 323239578 en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd en

3 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 399596146, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 267775334 en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd en

5 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 399596223, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code DE 0532824461 en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd en

6 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 399596247, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 273836926 en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd en

7 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 361240835, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 283254051 en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd en

8 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 361240828, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 283254051 en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd en

9 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 418996807, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code DE 0533568227 en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd en

11 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 418996814, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code DE 0533568227 en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd en

13 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 418996845, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 209816404 en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd en

14 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 418996838, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 209816404 en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd en

15 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL 356840668, waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code NL 267775062 en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd en

3.

hij op meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 26 april 2005 te Echt en een andere plaats in Nederland, meermalen, opzettelijk, als degene die ingevolge de Regeling identificatie en registratie van dieren gehouden was volledig, juist en naar waarheid gegevens te melden en/of te vermelden op daartoe bestemde bescheiden aan respectievelijk ten behoeve van het door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beheerde zogeheten "I&R-systeem rund", in strijd met deze gehoudenheid heeft gemeld en/of vermeld:

1 - in de periode van 21 mei 2004 tot en met 15 juni 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code DE 0533779461 en

2 - in de periode van 11 tot en met 22 juni 2004, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 323239578 en

3 - op 1 juli 2004, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 267775062 en

4 - op 1 juli 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 267775334 en

5 - in de periode van 23 juli 2004 tot en met 13 augustus 2004, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 298067293 en

6 - in de periode van 1 tot en met 22 augustus 2004, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 279169626 en

7 - in de periode van 1 tot en met 22 september 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code DE 0532824461 en

8 - in de periode van 26 september 2004 tot en met 17 oktober 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 273836926 en

9 - op 29 augustus 2004, dat een vrouwelijk en een mannelijk kalf waren geboren uit een moeder voorzien van het werknummer 5405 en

10 - op 23 oktober 2004, dat een mannelijk en vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code DE 0533568227 en

12 - op 15 maart 2005, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL 267775062.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. Het bewijs.

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hieronder opgenomen motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in de wettelijke vorm door de Algemene Inspectiedienst opgemaakt proces-verbaal, genummerd 23513, gedateerd 30 september 2005 en de daarbij behorende bijlagen.

8.1 De bewijsmiddelen.

Voor zover het vonnis is uitgewerkt, staan de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen vermeld in de alsdan aan het vonnis gehechte aanvulling als bedoeld in de artikelen 365a en 365b van het Wetboek van Strafvordering.

8.2 Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.

De officier van justitie heeft ten aanzien van het ten laste gelegde aangevoerd dat alle ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden.

Door de verdediging is aangevoerd dat alleen het feit sub 1 onder 1e bewezen kan worden verklaard. De verdediging heeft ten aanzien van het overige ten laste gelegde in de op schrift gestelde pleitnotities aangevoerd dat dit niet bewezen kan worden verklaard en dat verdachte dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht de hierna te noemen onderdelen van het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

- feit 1 onder ten 8e:

De rechtbank acht voor het onderdeel "vernielen van het hangslot van een hek" geen bewijs voorhanden, nu uit de aangifte blijkt dat het bedoelde hangslot is verwijderd, terwijl de aangifte geen nadere informatie verschaft over de vraag of het hangslot is teruggevonden en zo ja, in welke toestand het hangslot zich toen bevond.

- feit 2 onder ten 1e:

De rechtbank acht dit onderdeel niet bewezen, aangezien de betreffende registratiekaart niet van verdachte is, doch van getuige [R.] afkomstig is. Niet is gebleken dat deze registratiekaart door verdachte is gegenereerd en/of aan de koper of afnemer van het kalf met diernummer 7645 is overhandigd.

- feit 2 onder ten 4e:

De rechtbank acht dit onderdeel niet bewezen, aangezien het betreffende geboortebewijs in beslag is genomen onder verdachte zelf en het overhandigen van dat geboortebewijs aan de koper van het betreffende kalf derhalve niet bewezen kan worden.

- feit 2 onder ten 10e:

De rechtbank acht dit onderdeel evenmin bewezen, aangezien uit het dossier niet blijkt van een relatie tussen het betreffende geboortebewijs en verdachte.

- feit 2 onder ten 12e:

De rechtbank acht dit onderdeel niet bewezen, aangezien verdachte het betreffende kalf heeft afgeleverd zonder oormerk en geboortebewijs aan getuige [F.], waarna getuige [F.] het betreffende geboortebewijs heeft gegenereerd en aan de koper heeft overhandigd.

- feit 2 onder ten 16e:

De rechtbank acht dit onderdeel niet bewezen, aangezien het betreffende geboortebewijs niet is gebruikt, zodat niet bewezen kan worden dat het geboortebewijs is overhandigd. Dit geboortebewijs is immers aangetroffen in de auto van verdachte, terwijl in de achterbak van zijn auto het kalf lag dat hij gestolen had van [eigenaar 1] en dat hij inmiddels had voorzien van valse oormerknummers, welke oormerknummers ook weer terug te vinden waren op het in zijn auto aanwezige geboortebewijs.

- feit 3 onder ten 11e:

Dit onderdeel acht de rechtbank niet bewezen, aangezien de daar bedoelde melding door getuige [F.] is gedaan.

De verdachte moet van de hiervoor vermelde onderdelen van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat uit het feit 1 onder 1e (proces-verbaal zaaksdossier 11, pag. 717 en verder) - de zaak die verdachte heeft bekend na op heterdaad te zijn betrapt - een specifieke handelwijze van verdachte blijkt, te weten de volgende:

verdachte is eerst op zoek gegaan naar een koper van een rund, die door verdachte telefonisch werd benaderd, verdachte is vervolgens een voorverkenning gaan doen ("afleggen") en vervolgens is hij overgegaan tot de diefstal. In dit patroon past eveneens het bij verdachte aangetroffen valse geboortebewijs en de eerder gedane onjuiste I&R melding.

Tot zover het patroon dat is af te leiden uit feit 1 onder 1e.

De onder feit 1 sub 17 tot en met 21 (in een tijdvak van 20 januari tot en met 13 april 2005) gepleegde feiten laten, op basis van de beschikbare bewijsmiddelen, waaronder de in dat tijdvak door de officier van justitie ingezette telefoontaps en/of plaatsbepalingsapparatuur, een zelfde patroon van handelen door verdachte zien.

Voor wat betreft de I&R meldingen: deze werden steeds korte tijd (variërend van een aantal dagen tot enkele weken) vóór de diefstal gedaan, zodat ook de geboortebewijzen die hierdoor gegenereerd werden, een geboortedatum vermeldden die enige tijd vóór de diefstal gelegen was. Op deze manier werd de (valse) indruk gewekt dat verdachte een kalf verkocht dat recentelijk uit een van de koeien uit zijn veestapel was geboren. Ook in het geval van diefstal van een volwassen rund deed verdachte al op voorhand I&R meldingen, bijvoorbeeld dat het betreffende dier van kleur of sekse was veranderd. Na de diefstallen voorzag verdachte de betreffende runderen van nieuwe oormerken, waarna vervolgens het dier / de dieren werden verkocht. Dat de I&R meldingen door verdachte zijn gedaan, is ook af te leiden uit de bij hem in Helmond aangetroffen administratie (stallijsten en/of kaarten voor geboortemeldingen). Deze modus operandi vindt bevestiging in de getuigeverklaringen van [F.] en [S.] en de DNA-onderzoeken, waaruit de matches met de gestolen runderen blijken.

Dat betekent voor de rechtbank dat van de meest recente gepleegde en tenlastegelegde veediefstallen (6 in getal) en de daarmee samenhangende feiten, tenlastegelegd onder de feiten 2 en 3, wettig en overtuigend bewezen is dat die door verdachte zijn begaan.

Dat betekent verder voor de rechtbank dat dát bewijs het beschikbare bewijs voor de tenlastegelegde, eerder gepleegde veediefstallen - waarin hetzelfde patroon van handelen door verdachte is te zien - vervolmaakt tot wettig en overtuigend bewijs.

Voorts is door verdachte ter terechtzitting - geconfronteerd met feitelijkheden uit het dossier - weliswaar verklaard, doch op zodanige wijze dat zijn verklaringen niet te controleren zijn. Wanneer verdachte bijvoorbeeld gewezen wordt op het feit dat het kalf uit feit 1 sub 1 door verdachte is voorzien van valse oormerken en dat de oormerken die volgens verdachte horen bij het door hem vermelde moederdier op zijn verblijfplaats zijn aangetroffen, terwijl deze in de oren van het rund behoren te zitten, verklaart verdachte dat het valse nummer van het feit 1 sub 1 afkomstig is van een kalf wat te vroeg - na 7 maanden - is geboren en dat het moederdier alle oornummers heeft verloren. Verdachte heeft evenwel tijdens de verhoren bij de A.I.D. en ook tijdens de terechtzitting, hoewel daartoe meermalen in de gelegenheid gesteld, geweigerd om mede te delen waar het moederdier en het kalf zich bevinden of hebben bevonden. Hierdoor is de verklaring van verdachte volstrekt oncontroleerbaar. Voorts is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat verdachte het geboortebewijs, behorende bij de door verdachte valselijk aangebrachte oornummers, in zijn auto had liggen. De rechtbank vermag niet in te zien wat het nut kan zijn van het in de auto hebben liggen van het betreffende geboortebewijs, anders dan dat verdachte voornemens was het kalf direct na de diefstal aan een van tevoren door hem gecontacteerde koper af te leveren, tezamen met het (valse) geboortebewijs. Hieromtrent verder bevraagd geeft verdachte, zoals hij overigens tijdens het onderzoek ter terechtzitting vele malen meer heeft gedaan, geen opening van zaken, doch verwijst slechts naar zijn raadsvrouwe voor een nadere toelichting en maakt gebruik van zijn zwijgrecht. Mede gelet hierop acht de rechtbank de verklaring van verdachte omtrent het te vroeg geboren kalf niet aannemelijk.

Uit DNA-onderzoek blijkt in verschillende zaken voorts niet alleen van een match tussen een gestolen kalf met het moederrund van de aangever van de diefstal, of tussen een gestolen koe en een nakomeling, een zogenaamde "positieve match", maar ook van een "negatieve match", waarbij de voorstelling van zaken door verdachte (dat een kalf met een bepaald nummer uit een moederrund met een bepaald nummer is geboren) blijkens het DNA juist niet blijkt te kloppen.

Door de raadsvrouw is aangevoerd dat verdachte blijkens de bij haar pleitnota gevoegde bijlage 1 een aantal feiten niet kàn hebben gepleegd, omdat hij op de in die bijlage aangeduide tijdstippen c.q. in de in die bijlage aangeduide periodes elders vertoefde.

De rechtbank verwerpt dit verweer, nu het respectievelijk door de partner en de broer van verdachte gestelde niet wordt onderbouwd door bescheiden (zoals informatie van een reisbureau, banken, tickets meerdere getuigen, of iets dergelijks) en deze verklaring voorts geheel op zichzelf staat. Ook door verdachte in zijn verklaringen tegenover de verbalisanten is nimmer in een eerder stadium gewezen op deze - thans ter terechtzitting naar voren gebrachte - omstandigheid en evenmin tijdens de eerste pro-forma zitting, tijdens welke de raadsvrouwe expliciet heeft laten aangeven geen andere onderzoekshandelingen meer te wensen.

Zelfs ter terechtzitting, waar verdachte meerdere malen in de gelegenheid is gesteld opening van zaken te geven, heeft verdachte hierover niets gezegd. De raadsvrouw presenteert deze omstandigheid eerst bij gelegenheid van haar pleidooi, terwijl deze naar voren gebrachte stelling van de partner van verdachte feitelijkheden betreft, die eerder naar voren hadden kunnen worden gebracht en waarvoor op eenvoudige wijze (enige) onderbouwing verkregen had kunnen worden.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze verklaringen geen afbreuk doen aan het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

De raadsvrouw heeft met betrekking tot feit 1 onder 15e gewezen op het feit dat verdachte dit feit niet gedaan kan hebben, omdat verklaard is dat gebruik is gemaakt van een stationwagen met een trailer. De raadsvrouw heeft opgemerkt dat de auto van verdachte géén trekhaak heeft.

De rechtbank verwerpt dit verweer eveneens, nu uit de verklaringen van zowel [F.] (proces-verbaal pag. 511 en 512) en [S.] (proces-verbaal pag. 562 en 564) blijkt dat verdachte verschillende malen een trailer heeft gebruikt om de runderen te vervoeren en dit heeft gedaan met zijn eigen auto.

Tenslotte overweegt de rechtbank ten aanzien van feit 2 dat het ten laste gelegde nadeel onder andere reeds hierin bestaat dat het gebruikmaken van valse geboortebewijzen voor de afnemer van het rund betekent dat hij niet krijgt geleverd wat hij volgens de papieren denkt te krijgen en verder dat het gebruik maken van valse geboortebewijzen de voedselveiligheid in gevaar kan brengen, nu daardoor de herkomst van de runderen niet dan wel moeilijk kan worden achterhaald en dit nadelige gevolgen kan hebben voor de waarborgen die de voedselketen omgeven en derhalve voor de voedselketen zelf.

9. Kwalificatie van het bewezenverklaarde.

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende misdrijven:

T.a.v. feit 1 onder 1, 2, 5 en 10:

diefstal van vee uit de weide, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 311, eerste lid onder ten 1e en 5e van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 1 onder 3, 4, 6, 8, 11, 20 en 21:

diefstal van vee uit de weide,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 311, eerste lid onder ten 1e van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 1 onder 12:

diefstal van vee uit de weide, meermalen gepleegd.

telkens strafbaar gesteld bij artikel 311, eerste lid onder ten 1e van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 1 onder 7, 9, 13, 14, 17, 18 en 19:

diefstal,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 1 onder 16:

diefstal, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 1 onder 15:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311, eerste lid onder ten 5e van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 2:

opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 225, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 3:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 105 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 6 juncto artikel 1 van de Wet op de economische delicten.

10. De strafbaarheid van verdachte.

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

11. De straffen en/of maatregelen.

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 7 november 2005 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1, 2 en 3 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 3 jaar en 6 maanden, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat verdachte al ruim een half jaar in detentie heeft gezeten, waarbij gedurende lange termijn beperkingen hebben gegolden. De raadsvrouw heeft gepleit voor een voorwaardelijke straf, met als bijzondere voorwaarde oplegging van reclasseringscontact.

11.1 De algemene overwegingen van de rechtbank.

Op grond van de aard van het bewezenverklaarde, alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte na te melden straf en maatregelen behoren te worden opgelegd.

11.2 De bijzondere overwegingen van de rechtbank.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging enerzijds rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede met het belang van een juiste normhandhaving.

Voorts heeft de rechtbank bij de strafoplegging rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte gedurende langere duur de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd en de grote materiële schade die daardoor is ontstaan. Verdachte is op grote schaal en op professionele wijze bezig geweest met de veediefstallen, hetgeen bij de betreffende agrariërs in Limburg, Noord-Brabant en het grensgebied, grote onrust heeft veroorzaakt en waarbij zij hun bedrijfsvoering zagen aangetast doordat hun vaak niet vervangbare, levende have, waaraan zij veelal gehecht waren, uit hun bedrijf verdwenen. Daarbij laat de rechtbank mee wegen dat die levende have met name in de weide, maar ook op stal, moeilijk te beveiligen is. Verdachte heeft van die kwetsbaarheid van het boerenbedrijf misbruik gemaakt en daarbij uitsluitend gehandeld vanuit het oogpunt van zijn geldelijk gewin.

Voor wat betreft de overtreding krachtens de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (feit sub 3) tilt de rechtbank zwaar aan het gegeven dat ook de volksgezondheid door de handelwijze van verdachte op een nadelige wijze kon worden of misschien zelfs is beïnvloed, aangezien het I&R systeem door verdachte is gemanipuleerd, terwijl dat systeem nu mede in het leven is geroepen vanwege de voedselveiligheid.

De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister reeds eerder is veroordeeld wegens diefstal en voor feiten met betrekking tot de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Tenslotte heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die zijn vermeld in het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport en zoals die overigens zijn gebleken tijdens het onderzoek ter terechtzitting.

De rechtbank zal de eis van de officier van justitie volgen, nu zij in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen enkele aanleiding vindt om die ten gunste van verdachte mee te laten wegen in de strafmaat. Daarbij is de rechtbank uitgegaan van de normen die gehanteerd worden bij strafoplegging voor bedrijfsinbraken, waarbij wordt opgemerkt dat de onderhavige zaken naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dienen te wegen, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen betreffende de gevolgen van de diefstallen voor de agrariërs en de hiervoor vermelde voedselveiligheid.

Gelet op de ernst van de door verdachte gepleegde feiten en mede met het oog op een juiste normhandhaving, is de rechtbank, in afwijking van hetgeen door de verdediging is bepleit, van oordeel dat een vrijheidsstraf van een duur zoals hierna in de beslissing is vermeld een passende bestraffing vormt. Passend ook omdat de rechtbank van dit vonnis een generaal preventieve werking wil laten uitgaan richting andere (potentiële) veedieven.

De rechtbank is van oordeel dat met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf dan de hierna vermelde vrijheidsstraf.

11.3 Teruggave.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer inbeslaggenomen zijn de runderen zoals weergegeven op de door de officier van justitie overgelegde lijst waarop de status van de inbeslaggenomen runderen per 1 november 2005 is weergegeven, welke lijst aan het proces-verbaal van de terechtzitting is gehecht.

Met betrekking tot deze runderen wordt niet (meer) voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering. De hierna vermelde runderen, die te herleiden zijn tot een benadeelde partij of slachtoffer, dienen te worden teruggegeven aan degenen bij wie ze zijn gestolen, te meer nu (gezien de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek) teruggave maatschappelijk gezien de meest verantwoorde en aanvaardbare beslissing is.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van:

- 1 koe met nieuwe code DE 05336.67770 aan [eigenaar 7];

- 1 koe met nieuwe code NL 2782.4473.7 aan [eigenaar 7];

- 1 kalf met nieuwe code NL 2334.3054.8 aan [eigenaar 13];

- 3 kalveren met nieuwe code NL 3612.4082.8, NL 3612.4083.5 en NL 3995.9622.3 aan [eigenaar 18];

- 1 kalf met nieuwe code NL 3995.9615.3 aan [eigenaar 4];

- 1 kalf met nieuwe code NL 4189.9681.4 aan [eigenaar 12];

- 1 kalf met nieuwe code NL 3995.9614.6 aan [eigenaar 6];

- 1 koe met nieuwe code NL 2098.1640.4 aan [eigenaar 17], mede-eigenaar van [bedrijf 1];

- 1 kalf met nieuwe code NL 3560.7646.5 aan [eigenaar 3];

- 1 stierkalf met nieuwe code NL 3560.7644.1 en 1 kalf met nieuwe code NL 3560.7645.8 aan [eigenaar 2];

- 1 kalf met nieuwe code NL 3995.9616.0 aan [eigenaar 8];

- 1 kalf met nieuwe code NL 4189.9684.5 aan [eigenaar 14];

- 1 koe met nieuwe code NL 2677.7506.2 aan [eigenaar 18];

- 1 rund met nieuwe code DE 05337.79461 aan [eigenaar 10].

De hierna vermelde runderen dienen te worden teruggegeven aan degenen onder wie deze zijn inbeslaggenomen:

- 1 kalf met nieuwe code NL 3941.0644.5 aan [beslagene 1]

- 1 kalf met nieuwe code NL 4189.9683.8 aan [beslagene 2]

- 1 kalf met nieuwe code NL 4189.9680.7 aan [beslagene 3]

- 1 kalf met nieuwe code NL 3568.4066.8 aan [beslagene 4]

- 1 kalf met nieuwe code NL 3995.9624.7 aan [beslagene 5]

De hierna vermelde (levende) kalfjes welke zijn geboren uit gestolen runderen dienen te worden teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren van de gestolen runderen:

- 1 kalf met code NL 2334.3055.5

- 1 kalf met code NL 2334.3051.7

- 1 kalf met code NL 2334.3049.2

- 1 kalf met code NL 2334.3061.8

De hierna vermelde (geslachte) kalfjes welke zijn geboren uit gestolen runderen dienen te worden teruggegeven aan degenen onder wie deze zijn inbeslaggenomen:

- 1 kalf met code NL 2334.3052.4

- 1 kalf met code NL 2334.3056.2

Ten aanzien van de overige dieren zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende worden gelast.

11.4 De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedings-maatregelen.

[eigenaar 7], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor onder 1 ten 8e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 7] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 10.500,-- gesteld, en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 8e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het schadebedrag overweegt de rechtbank dat de vordering is gebaseerd op de diefstal van drie drachtige koeien ad Eur 3.500,--. De opgevoerde waarde van de drachtige koeien is inclusief kalfjes. Twee koeien (met de nieuwe codes DE 05336.67770 en NL 2782.4473.7) worden aan de benadeelde partij teruggegeven. De kalfjes van de drie koeien zijn inmiddels geboren. Eén koe is inmiddels geslacht.

In het dossier is over de betreffende kalfjes niets terug te vinden. Weliswaar staan op de door de officier van justitie overgelegde lijst van in beslag genomen runderen zes kalfjes vermeld, die geboren zouden zijn uit gestolen runderen, maar niet herleidbaar is welk kalf uit welk rund is geboren.

De rechtbank bepaalt de waarde van die kalfjes in redelijkheid op een bedrag van Eur 750,--, zodat de waarde per koe (niet drachtig) dient te worden geschat op Eur 2.750,--. Nu twee koeien worden teruggegeven aan de benadeelde zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van Eur 2.750,-- (één koe).

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het hierboven vermelde gedeelte, dat door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van

Eur 2.750,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht, aansprakelijk voor deze schade.

Aangezien de vordering met betrekking tot een gedeelte van Eur 2.250,-- (3x Eur 750,-- voor drie kalfjes) naar het oordeel van de rechtbank niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding, zal de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering dienen te worden verklaard ten aanzien van dat gedeelte en zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij dat deel van de vordering waarin zij niet ontvankelijk dient te worden verklaard, slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Voor wat betreft het overige gedeelte (zijnde 2x Eur 2.750,-- voor twee koeien), in totaal Eur 5.500,-- zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren, aangezien de betreffende koeien worden teruggegeven aan de benadeelde partij.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig hetgeen hiervoor is overwogen, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 2.750,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 55 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 7], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 13], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor onder 1 ten 16e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 13] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 2.400,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 16e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het schadebedrag overweegt de rechtbank dat één kalf (met de nieuwe code NL 2334.3054.8) aan de benadeelde partij wordt teruggegeven. Gelet daarop zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van Eur 1.200,-- (één kalf).

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het hierboven vermelde gedeelte, dat door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van

Eur 1.200,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Voor wat betreft het overige gedeelte (zijnde Eur 1.200,-- voor één kalf), zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren, aangezien dat kalf wordt teruggegeven aan de benadeelde partij.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig hetgeen hiervoor is overwogen, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 1.200,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 24 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 13], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 18], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 12e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 18] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 2.240,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 12e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Nu de in de vordering genoemde kalveren (met nieuwe codes NL 3612.4082.8, NL 3612.4083.5 en NL 3995.9622.3) worden teruggegeven aan de benadeelde partij zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren.

Aangezien de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt.

Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank zal deze kosten vaststellen op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

[eigenaar 1], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 1e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 1] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 550,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 1e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het schadebedrag overweegt de rechtbank dat de post met betrekking tot de gewerkte uren in verband met het vangen van de moeder van een kalf in verband met DNA onderzoek ad Eur 100,-- niet te beschouwen is als rechtstreekse schade ten gevolge van het ten laste gelegde feit. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van dit onderdeel van de vordering niet ontvankelijk verklaren.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het overige gedeelte, dat door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van Eur 450,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig hetgeen hiervoor is overwogen, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 450,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 9 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 1], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 5], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 5e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 5] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 5.000,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 5e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering, die door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van Eur 5.000,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 5.000,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 100 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 5], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 15], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 18e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 15] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 1.000,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 18e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering, die door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van Eur 1.000,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 1.000,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 20 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 15], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 4], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 4e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 4] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 2.000,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 4e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het schadebedrag overweegt de rechtbank dat de vordering is gebaseerd op de diefstal van 2 kalveren. Eén kalf (met de nieuwe code NL 3995.9615.3) wordt aan de benadeelde partij teruggegeven. Ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij de stierenpremie voor dat kalf ad Eur 205,-- is misgelopen. Gelet hierop zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van Eur 1.205,-- (te weten Eur 1.000,-- voor één kalf en Eur 205,-- voor de stierenpremie).

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het hierboven vermelde gedeelte, dat door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van Eur 1.205,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Voor wat betreft het overige gedeelte (zijnde Eur 795,-- voor één kalf zonder stierenpremie) zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren, aangezien het betreffende kalf wordt teruggegeven aan de benadeelde partij.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 1.205,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 24 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 4], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 11], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 14e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 11] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 650,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 14e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering, die door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van Eur 650,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 650,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 13 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 11], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 16], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 19e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 16] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 1.000,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 19e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering, die door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van Eur 1.000,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 1.000,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 20 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 16], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 12], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor onder 1 ten 15e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 12] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 12.000,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 15e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het schadebedrag overweegt de rechtbank dat één kalf (waarde: Eur 3.000,--, met de nieuwe code NL 4189.9681.4) aan de benadeelde partij wordt teruggegeven. Gelet daarop zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van Eur 9.000,-- (twee koeien).

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het hierboven vermelde gedeelte, dat door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van

Eur 9.000,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Voor wat betreft het overige gedeelte (zijnde Eur 3.000,-- voor één kalf), zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren, aangezien dat kalf wordt teruggegeven aan de benadeelde partij.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig hetgeen hiervoor is overwogen, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 9.000,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 180 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 12], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 6], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 7e en onder 1 ten 13e ten laste gelegde feiten geleden materiële schade.

[eigenaar 6] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 4.375,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte zijn de hiervoor onder 1 ten 7e en onder 1 ten 13e ten laste gelegde feiten bewezen. Het zijn strafbare feiten en verdachte zal ter zake van die feiten worden veroordeeld.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het schadebedrag overweegt de rechtbank dat de vordering is gebaseerd op de diefstal van 3 kalveren, één koe en één stier. Eén kalf (waarde Eur 275,--, met nieuwe code NL 3995.9614.6) wordt aan de benadeelde partij teruggegeven. Eén kalf, de koe en de stier (waarde respectievelijk Eur 300,--, Eur 1.750,-- en Eur1.750,--) hebben betrekking op andere dan de bewezenverklaarde feiten.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het overig gedeelte (betreffende één kalf), dat door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van Eur 300,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de benadeelde partij met betrekking tot het overige gedeelte van de vordering niet ontvankelijk verklaren, aangezien het kalf, de koe en de stier met een totale waarde van Eur 3.800,-- geen betrekking hebben op bewezenverklaarde feiten en één kalf (waarde Eur 275,--) wordt teruggegeven aan de benadeelde partij.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 300,-- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 6 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 6], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 17], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 20e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

Uit de gedane aangifte is de rechtbank gebleken dat [eigenaar 17] voornoemd mede-eigenaar is van [bedrijf 1], zodat de rechtbank [eigenaar 17] bevoegd acht om als benadeelde partij op te treden.

[eigenaar 17] voornoemd heeft de materiële schade, inclusief de post kosten rechtsbijstand ad Eur 473,03 op een bedrag van Eur 7.473,03 gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 20e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het schadebedrag overweegt de rechtbank dat de vordering is gebaseerd op de diefstal van een koe en een kalf. De koe (waarde Eur 5.000,--, met nieuwe code NL 2098.1640.4) wordt aan de benadeelde partij teruggegeven. Het kalf (waarde Eur 2.000,--)heeft betrekking op niet ten laste gelegde feiten, aangezien dit een later geboren kalf betreft.

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de kosten van rechtsbijstand (Eur 473,03), als rechtstreekse schade toegebracht door het bewezenverklaarde worden beschouwd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor dat gedeelte (rechtsbijstand), dat door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van Eur 473,03,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de benadeelde partij met betrekking tot het overige gedeelte van de vordering niet ontvankelijk verklaren, aangezien het kalf met een waarde van Eur 2.000,-- geen betrekking heeft op bewezenverklaarde feiten en de koe (waarde Eur 5.000,--) wordt teruggegeven aan de benadeelde partij.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 473,03, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 9 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 17], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 3], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 3e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 3] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 1.250,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 3e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Nu het in de vordering genoemde kalf (met nieuwe code NL 3560.7646.5) wordt teruggegeven aan de benadeelde partij zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren.

Aangezien de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt.

Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank zal deze kosten vaststellen op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

[eigenaar 2], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor onder 1 ten 2e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 2] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 2.550,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 2e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het schadebedrag overweegt de rechtbank dat de vordering is gebaseerd op de diefstal van 3 kalveren en één stier. De waarde van de drie kalveren bedraagt (3x Eur 550,--) Eur 1.650,--. De waarde van het stierkalf bedraagt Eur 900,--. Het stierkalf (met de nieuwe code NL 3560.7644.1) en één kalf (met de nieuwe code NL 3560.7645.8) worden aan de benadeelde partij teruggegeven. Ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij de stierenpremie voor het stierkalf ad Eur 205,-- is misgelopen, evenals de zoogpremie voor het teruggegeven kalf ad Eur 200,--. Gelet hierop zal de rechtbank de vordering voor de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van Eur 1.505,-- (te weten Eur 1.100,-- voor de twee niet teruggevonden kalveren, alsmede Eur 205,-- voor de stierenpremie en Eur 200,-- voor de zoogpremie).

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het hierboven vermelde gedeelte, dat door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van

Eur 1.505,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Voor wat betreft het overige gedeelte (zijnde Eur 695,-- voor een stierkalf zonder stierenpremie en Eur 350,-- voor een kalf zonder zoogpremie) zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren, aangezien deze runderen worden teruggegeven aan de benadeelde partij.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 1.505,-- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 30 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 2], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

[eigenaar 8], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 9e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 8] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 1.500,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 9e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Nu het in de vordering genoemde kalf (met nieuwe code NL 3995.9616.0) wordt teruggegeven aan de benadeelde partij zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren.

Aangezien de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt.

Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank zal deze kosten vaststellen op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

[eigenaar 18], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot door hem geleden materiële schade.

[eigenaar 18] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 2.000,-- gesteld, en wil die schade vergoed krijgen.

Aangezien aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, dient de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering te worden verklaard.

Aangezien de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt.

Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank zal deze kosten vaststellen op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

[eigenaar 14], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 17e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 14] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 1.250,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 17e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Nu het in de vordering genoemde kalf (met nieuwe code NL 4189.9684.5) wordt teruggegeven aan de benadeelde partij zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren.

Aangezien de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt.

Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank zal deze kosten vaststellen op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

[eigenaar 18], wonende te [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 ten 21e ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[eigenaar 18] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van Eur 4.750,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten 21e ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het schadebedrag overweegt de rechtbank dat de vordering is gebaseerd op de diefstal van twee drachtige koeien (totale verkoopwaarde Eur 3.750,-- voor de koeien en daarnaast is Eur 1.000,-- gevorderd voor de ongeboren kalveren). Eén koe (met de nieuwe code NL 2677.7506.2) wordt aan de benadeelde partij teruggegeven. Eén koe is inmiddels geslacht. Over de twee kalveren is in het dossier niets terug te vinden. Weliswaar staan op de door de officier van justitie overgelegde lijst van in beslag genomen runderen 6 kalfjes vermeld, die geboren zouden zijn uit gestolen runderen, maar niet herleidbaar is welk kalf uit welk rund is geboren. Gelet hierop zal de rechtbank de vordering voor de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van Eur 1.875,-- (geslachte koe).

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het hierboven vermelde gedeelte, dat door verdachte onvoldoende is weersproken, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van Eur 1.875,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Aangezien de vordering met betrekking tot een gedeelte van Eur 1.000,-- (kalveren) naar het oordeel van de rechtbank niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding, zal de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering dienen te worden verklaard ten aanzien van dat gedeelte en zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij dat deel van de vordering waarin zij niet ontvankelijk dient te worden verklaard, slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Voor wat betreft het overige gedeelte (zijnde Eur1.875,-- voor één koe) zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren, aangezien de betreffende koe wordt teruggegeven aan de benadeelde partij.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van Eur 1.875,-- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 37 dagen, te betalen ten behoeve van [eigenaar 18], wonende te [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

12. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 57, 63, 91, 225, 310, 311.

Wet op de economische delicten art. 1, 2, 6.

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren art. 105.

Regeling identificatie en registratie van dieren art. 43.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het sub 1, 2 en 3 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 3 jaar en 6 maanden;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

gelast de teruggave van: aan:

- 1 koe met nieuwe code DE 05336.67770 [eigenaar 7];

- 1 koe met nieuwe code NL 2782.4473.7 [eigenaar 7];

- 1 kalf met nieuwe code NL 2334.3054.8 [eigenaar 13];

- 3 kalveren met nieuwe code NL 3612.4082.8,

NL 3612.4083.5 en NL 3995.9622.3 [eigenaar 18];

- 1 kalf met nieuwe code NL 3995.9615.3 [eigenaar 4];

- 1 kalf met nieuwe code NL 4189.9681.4 [eigenaar 12];

- 1 kalf met nieuwe code NL 3995.9614.6 [eigenaar 6];

- 1 koe met nieuwe code NL 2098.1640.4 [eigenaar 17], mede-eigenaar van [bedrijf 1];

- 1 kalf met nieuwe code NL 3560.7646.5 [eigenaar 3];

- 1 stierkalf met nieuwe code NL 3560.7644.1

en 1 kalf met nieuwe code NL 3560.7645.8 [eigenaar 2];

- 1 kalf met nieuwe code NL 3995.9616.0 [eigenaar 8];

- 1 kalf met nieuwe code NL 4189.9684.5 [eigenaar 14];

- 1 koe met nieuwe code NL 2677.7506.2 [eigenaar 18];

- 1 rund met nieuwe code DE 05337.79461 [eigenaar 10]

gelast de teruggave van: aan:

- 1 kalf met nieuwe code NL 3941.0644.5 [beslagene 1]

- 1 kalf met nieuwe code NL 4189.9683.8 [beslagene 2]

- 1 kalf met nieuwe code NL 4189.9680.7 [beslagene 3]

- 1 kalf met nieuwe code NL 3568.4066.8 [beslagene 4]

- 1 kalf met nieuwe code NL 3995.9624.7 [beslagene 5]

gelast de teruggave van de hierna vermelde (levende) kalfjes aan de oorspronkelijke eigenaren van de gestolen runderen:

- 1 kalf met code NL 2334.3055.5

- 1 kalf met code NL 2334.3051.7

- 1 kalf met code NL 2334.3049.2

- 1 kalf met code NL 2334.3061.8

gelast de teruggave van de hierna vermelde (geslachte) kalfjes aan degenen onder wie deze zijn inbeslaggenomen:

- 1 kalf met code NL 2334.3052.4

- 1 kalf met code NL 2334.3056.2.

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbenden van de overige inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, een en ander overeenkomstig de aan dit vonnis gehechte lijst van de officier van justitie.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen:

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 7], wonende te [adres], tot een bedrag van Eur 2.750,--;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 7], te betalen een bedrag van Eur 2.750,--;

verklaart de benadeelde partij [eigenaar 7] voor een gedeelte ad Eur 2.250,-- niet ontvankelijk, met bepaling dat de benadeelde partij het deel van de vordering waarin zij niet ontvankelijk is slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

verklaart de benadeelde partij [eigenaar 7] voor een gedeelte ad Eur 5.500,-- niet ontvankelijk.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 2.750,-- subsidiair 55 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 7], wonende [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 2.750,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 13], wonende te [adres], tot een bedrag van Eur 1.200,--;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 13] te betalen een bedrag van Eur 1.200,--;

verklaart de benadeelde partij [eigenaar 13] voor het overige niet ontvankelijk.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 1.200,-- subsidiair 24 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 13], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 1.200,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [eigenaar 18], wonende te [adres], niet ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij van [eigenaar 1], wonende te [adres], tot een bedrag van Eur 450,--;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 1] te betalen een bedrag van Eur 450,--.

Verklaart de benadeelde partij [eigenaar 1] voor het overige niet ontvankelijk.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 450,-- subsidiair 9 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 1], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 450,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 5], wonende te [adres];

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 5] te betalen een bedrag van Eur 5.000,--.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 5.000,-- subsidiair 100 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 5], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 5.000,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 15], wonende te [adres];

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 15] te betalen een bedrag van Eur 1.000,--.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 1.000,-- subsidiair 20 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 15], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 1.000,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 4], wonende te [adres] tot een bedrag van Eur 1.205,--;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 4] te betalen een bedrag van Eur 1.205,-- ;

Verklaart de benadeelde partij [eigenaar 4] voor het overige deel niet ontvankelijk.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 1.205,-- subsidiair 24 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 4], wonende te [adres],

met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 1.205,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 11], wonende te [adres];

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 11], te betalen een bedrag van Eur 650,--.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 650,-- subsidiair 13 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 11], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 650,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 16], wonende te [adres];

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 16] te betalen een bedrag van Eur 1.000,--.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 1.000,-- subsidiair 20 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 16], wonende te [adres], met

dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 1.000,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 12], wonende te [adres], tot een bedrag van Eur 9.000,--;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 12] te betalen een bedrag van Eur 9.000,--;

verklaart de benadeelde partij [eigenaar 12] voor het overige gedeelte niet ontvankelijk.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van ?Eur9.000,-- subsidiair 180 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 12], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 9.000,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 6], wonende te [adres], tot een bedrag van Eur 300,--;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 6] te betalen een bedrag van Eur 300,--;

verklaart de benadeelde partij [eigenaar 6] voor het overige niet ontvankelijk.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 300,-- subsidiair 6 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 6], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 300,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 17], wonende te [adres], tot een bedrag van Eur 473,03;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 17] te betalen een bedrag van Eur 473,03;

verklaart de benadeelde partij [eigenaar 17] voor het overige niet ontvankelijk.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 473,03 subsidiair 9 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 17], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 473,03 ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [eigenaar 3], wonende te [adres], niet ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 2], wonende te [adres], tot een bedrag van Eur 1.505,--;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 2] te betalen een bedrag van Eur 1.505,--;

verklaart de benadeelde partij [eigenaar 2] voor het overige niet ontvankelijk.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 1.505,-- subsidiair 30 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 2], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 1.505,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [eigenaar 8], wonende te [adres], niet ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [eigenaar 18], wonende te [adres], niet ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [eigenaar 14], wonende te [adres], niet ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [eigenaar 18], wonende te [adres], tot een bedrag van Eur 1.875,--;

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [eigenaar 18] te betalen een bedrag van Eur 1.875,--

Verklaart de benadeelde partij [eigenaar 18] voor het overige niet ontvankelijk, met bepaling dat de benadeelde partij het deel van de vordering waarin zij niet ontvankelijk is slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van Eur 1.875,-- subsidiair 37 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [eigenaar 18], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van Eur 1.875,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde

partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Vonnis gewezen door mrs. P.H.J. Frénay, E.P.J. Rutten en E.J. Govaers, rechters, van wie mr. E.P.J. Rutten voorzitter, in tegenwoordigheid van C. van Est als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 21 november 2005.