Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2005:AU2017

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
06-09-2005
Datum publicatie
06-09-2005
Zaaknummer
04/850272-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn mededaders zijn tijdens de carnaval op zoek gegaan naar een willekeurig slachtoffer om te overvallen. Met dat doel hebben zij enige tijd gezocht teneinde een in hun ogen geschikt slachtoffer op een geschikte locatie te vinden. Vervolgens geven zij het slachtoffer nog niet eens de tijd om zijn portemonnee af te geven. [medeverdachte 1] trapt blijkens zijn verklaring het slachtoffer meteen tegen zijn hoofd. Waarna [medeverdachte 2] het slachtoffer meermalen met een knuppel op het hoofd slaat en [medeverdachte 1] het slachtoffer vrijwel tegelijkertijd meermalen met een mes in de borst steekt. Daarna hebben zij het slachtoffer midden op straat achtergelaten, niet wetende of iemand het slachtoffer te hulp zou komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2005, 14
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/850272-05

Uitspraak d.d. : 6 september 2005

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [verdachte]

voornamen : [voornamen]

geboren op : [geboortedatum en -plaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Grave.

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 augustus 2005.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

hij op of omstreeks 08 februari 2005 te Echt, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

die [slachtoffer] tegen diens hoofd, althans lichaam, heeft getrapt en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een knuppel, in elk geval met een hard voorwerp, op of tegen diens hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes in diens borst, in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van een of meer strafba(a)r(e) feit(en), te weten:

dat hij op of omstreeks 08 februari 2005 te Echt, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

zich naar die [slachtoffer] heeft begeven en/of

tegen die [slachtoffer] heeft gezegd:"Geef mij geld" althans woorden van soortgelijke aard en strekking, en/of

die [slachtoffer] tegen diens hoofd, althans lichaam, heeft getrapt en/of die [slachtoffer] meermalen, althans alleen, met een knuppel, in elk geval met een hard voorwerp, op of tegen diens hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes in diens borst, in elk geval in diens lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

zulks terwijl dat feit werd gepleegd op de openbare weg, de Kerkveldsweg-West, in elk geval op een openbare weg,

en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die/dat feit(en) voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het

wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

artikel 288 van het Wetboek van Strafrecht;

Althans indien terzake het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 08 februari 2005 te Echt, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich en alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich en alleen,

die [slachtoffer] tegen diens hoofd, althans lichaam, hebben/heeft getrapt en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een knuppel, in elk geval met een hard voorwerp, op of tegen diens hoofd en/of lichaam hebben/heeft geslagen en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes in diens borst, in elk geval in diens lichaam hebben/heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van een of meer strafba(a)r(e) feit(en), te weten:

dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 08 februari 2005 te Echt, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren,

ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan hem, verdachte, met dat oogmerk tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich en alleen,

zich naar die [slachtoffer] hebben/heeft begeven en/of

tegen die [slachtoffer] hebben/heeft gezegd:"Geef mij geld" althans woorden van soortgelijke aard en strekking, en/of

die [slachtoffer] tegen diens hoofd, althans lichaam, hebben/heeft getrapt en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans alleen, met een knuppel, in elk geval met een hard voorwerp, op of tegen diens hoofd en/of lichaam hebben/heeft geslagen en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes in diens borst, in elk geval in diens lichaam hebben/heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

zulks terwijl dat feit werd gepleegd op de openbare weg, de Kerkveldsweg-West, in elk geval op een openbare weg,

en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die/dat feit(en) voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het

wederrechtelijk verkregene te verzekeren,

tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 08 februari 2005 in de gemeente(n) Roermond en/of Echt-Susteren, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door eerdergenoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] met een

door hem, verdachte, bestuurde personenauto naar de plaats des misdrijfs te vervoeren;

artikel 288 juncto de artikelen 45 en 48 van het Wetboek van Strafrecht;

Althans indien terzake al het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 08 februari 2005 te Echt, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

zich naar die [slachtoffer] heeft begeven en/of

tegen die [slachtoffer] heeft gezegd:"Geef mij geld" althans woorden van soortgelijke aard en strekking, en/of

die [slachtoffer] tegen diens hoofd, althans lichaam, heeft getrapt en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans alleen, met een (honkbal)knuppel, in elk geval met een hard voorwerp, op of tegen diens hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes in diens borst, in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

zulks terwijl dat feit werd gepleegd op de openbare weg, de Kerkveldsweg-West, in elk geval op een openbare weg, en/of

terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] ten gevolge had;

artikel 317 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

Althans indien terzake al het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 08 februari 2005 te Echt, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren,

ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich en alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan hem, verdachte, met dat oogmerk tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich en alleen,

zich naar die [slachtoffer] hebben/heeft begeven en/of

tegen die [slachtoffer] hebben/heeft gezegd:"Geef mij geld" althans woorden van soortgelijke aard en strekking, en/of

die [slachtoffer] tegen diens hoofd hebben/heeft getrapt en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans alleen, met een (honkbal)knuppel, in elk geval met een hard voorwerp, op of tegen diens hoofd en/of lichaam hebben/heeft geslagen en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes in diens borst, in elk geval in diens lichaam hebben/heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

zulks terwijl dat feit werd gepleegd op de openbare weg, de Kerkveldsweg-West, in elk geval op een openbare weg, en/of

terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] ten gevolge had,

tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 08 februari 2005 in de gemeente(n) Roermond en/of Echt-Susteren, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door eerdergenoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] met een

door hem, verdachte, bestuurde personenauto naar de plaats des misdrijfs te vervoeren;

artikel 317 juncto de artikelen 45 en 48 van het Wetboek van Strafrecht.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewezenverklaring

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 23 augustus 2005 gevorderd dat het primair ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte, die enkel als chauffeur heeft gefungeerd en zelf geen geweld heeft gebruikt niet beschouwd kan worden als medepleger doch hooguit als medeplichtige van de poging tot afpersing. Daarbij komt dat vooraf alleen besproken was dat er gedreigd zou worden zodat het daadwerkelijk toepassen van geweld verdachte niet aangerekend kan worden.

Met betrekking tot de primair tenlastegelegde gekwalificeerde poging tot doodslag overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het dossier komt naar voren dat de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in geldnood verkeerden en daarom het plan hadden opgevat om iemand te overvallen. Met dit doel heeft [medeverdachte 1] een mes en [medeverda[medeverdachte 2] een knuppel meegenomen, teneinde het slachtoffer daarmede af te dreigen en daardoor te dwingen zijn geld af te geven. Eenmaal ter plekke hebben verdachten niet gedreigd doch heeft [medeverdachte 1] het slachtoffer vrijwel onmiddellijk tegen het hoofd getrapt. Meteen daarna heeft [medeverdachte 2] het slachtoffer meermalen met een knuppel op zijn hoofd geslagen en heeft [medeverdachte 1] – min of meer gelijktijdig met het slaan door [medeverdachte 2] – het slachtoffer meermalen met een mes in de borst gestoken. Hierna zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] meteen op de vlucht geslagen en bij [verdachte] in de auto gestapt.

Het geweld zoals verfeitelijkt in de poging doodslag is precies hetzelfde geweld als omschreven bij de bij de gekwalificeerde poging tot doodslag horende poging tot afpersing. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat niet bewezen kan worden dat het geweld zoals bedoeld bij de gekwalificeerde poging tot doodslag is toegepast met het oogmerk om de poging tot afpersing te faciliteren zoals tenlastegelegd. De rechtbank spreekt verdachten dan ook vrij van de primair tenlastegelegde gekwalificeerde poging tot doodslag.

De rechtbank is van oordeel dat de hierboven omschreven handelingen van verdachten zijn te kwalificeren als poging tot afpersing.

Met betrekking tot de vraag of verdachte als medepleger van dan wel als medeplichtige bij deze poging tot afpersing is aan te merken overweegt de rechtbank het volgende.

Uit het dossier komt naar voren dat verdachte wist dat het de bedoeling van zijn mededaders was om iemand op straat te overvallen en onder bedreiging met geweld geld afhandig te maken. Verdachte wist voorts dat [medeverdachte 1] met dat doel een mes had meegenomen en [medeverdachte 2] een knuppel. Met die wetenschap heeft verdachte zijn mededaders met zijn auto naar de plaats des misdrijfs vervoerd. Vervolgens is hij samen met zijn mededaders op zoek gegaan naar potentiële slachtoffers, heeft hij tijdens het plegen van het feit in zijn auto op zijn mededaders gewacht en heeft hij hen vervolgens weer van (de omgeving van) de plaats des misdrijfs naar huis gebracht.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte hierdoor is te beschouwen als medepleger van de poging tot afpersing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair en als eerste subsidiair is ten laste gelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tweede subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 08 februari 2005 te Echt, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, behorende aan [slachtoffer], met dat oogmerk tezamen en in vereniging met zijn mededaders, zich naar die [slachtoffer] heeft begeven en tegen die [slachtoffer] heeft gezegd:"Geef mij geld" en die [slachtoffer] tegen diens hoofd, heeft getrapt en die [slachtoffer] meermalen, met een knuppel, op diens hoofd heeft geslagen en die [slachtoffer] meermalen, met een mes in diens borst heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, zulks terwijl dat feit werd gepleegd op de openbare weg, de Kerkveldsweg-West, en terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] ten

gevolge had;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. Het bewijs

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

Het genoemde geschrift is slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

8.1 De bewijsmiddelen

Voor zover het vonnis is uitgewerkt, staan de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen vermeld in de alsdan aan het vonnis gehechte aanvulling als bedoeld in de artikelen 365a en 365b van het Wetboek van Strafvordering.

9. Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op het navolgende misdrijf:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer

verenigde personen op de openbare weg en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Dit misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 317 juncto de artikelen 45 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

Over verdachte is op 27 juni 2005 gerapporteerd door A.F.J.M. Zwegers, psycholoog/neuropsycholoog.

In zijn rapport komt deze deskundige tot de conclusie dat tijdens het begaan van het feit bij verdachte sprake was van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis en van afhankelijkheid van cannabis.

Op grond hiervan wordt verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar geacht voor het hem ten laste gelegde feit.

De rechtbank kan zich verenigen met deze conclusie en zal die overnemen en met een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte bij het bepalen van de straf rekening houden.

11. De straffen en/of maatregelen

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte een gevangenisstraf van 4 jaren zal worden opgelegd.

Door de verdediging is verzocht verdachte een gevangenisstraf waarvan een gedeelte voorwaardelijk op te leggen met daaraan gekoppeld de voorwaarde dat verdachte zich zal laten behandelen, zoals door de deskundige en reclassering geadviseerd.

11.1 De algemene overwegingen van de rechtbank

Op grond van de aard van het bewezenverklaarde, alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte na te melden straf en maatregel behoren te worden opgelegd.

11.2 De bijzondere overwegingen van de rechtbank

Verdachte en zijn mededaders [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn tijdens de carnaval op zoek gegaan naar een willekeurig slachtoffer om te overvallen. Met dat doel hebben zij enige tijd gezocht teneinde een in hun ogen geschikt slachtoffer op een geschikte locatie te vinden. Vervolgens geven zij het slachtoffer nog niet eens de tijd om zijn portemonnee af te geven. [medeverdachte 1] trapt blijkens zijn verklaring het slachtoffer meteen tegen zijn hoofd. Waarna [medeverdachte 2] het slachtoffer meermalen met een knuppel op het hoofd slaat en [medeverdachte 1] het slachtoffer vrijwel tegelijkertijd meermalen met een mes in de borst steekt. Daarna hebben zij het slachtoffer midden op straat achtergelaten, niet wetende of iemand het slachtoffer te hulp zou komen.

Uit het rapport van de forensisch arts M.W.G. Govaerts van 18 mei 2005 blijkt dat de gevolgen voor het slachtoffer zeer ernstig zijn; verwijdering van de milt, steekwonden ongeveer 10 centimeter van het hart en enorm bloedverlies. Tijdens diverse operaties is er in totaal ongeveer 8 liter bloed toegediend. Volgens de behandelende artsen is er bij het slachtoffer gedurende zo’n drie dagen sprake geweest van levensgevaar. Indien niet tijdig medisch was ingegrepen zou dit zeker tot de dood van het slachtoffer hebben geleid. Het is niet aan verdachte en zijn mededaders te danken dat dit gevolg niet is ingetreden. De gevolgen voor het slachtoffer zijn groot.

Met name is het gezichtsvermogen van het slachtoffer dusdanig verslechterd dat hierdoor de kwaliteit van leven ernstig is aangetast. Zo kan het slachtoffer niet meer autorijden en ziet hij thans ook te slecht om te kunnen lezen en te vissen.

Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijk geweld dat op hen wordt toegepast nog langere tijd last kunnen ondervinden van gevoelens van angst en onzekerheid. Dit handelen levert een bijdrage aan een toenemend gevoel van onveiligheid in de samenleving en in het uitgaansleven in het bijzonder. Het gedrag van verdachte en zijn mededaders heeft met name in Echt en omgeving een grote maatschappelijke geschoktheid teweeggebracht.

Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en op het feit dat de verdachte blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister niet eerder is veroordeeld.

Voorts is rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals die zijn vermeld in de over verdachte uitgebrachte rapporten van de deskundigen en de reclassering en zoals die overigens zijn gebleken tijdens het onderzoek ter terechtzitting.

De rechtbank is van oordeel dat met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf dan een vrijheidsstraf met een onvoorwaardelijk deel als hierna vermeld.

Met het opleggen van een deels voorwaardelijke vrijheidsstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht, en anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

In dit kader acht de rechtbank het van belang dat verdachte inziet dat hij aan zijn persoonlijke ontwikkeling moet werken en dat hij bereid is een zware deeltijdbehandeling te volgen bij de GGZE te Eindhoven, zoals beschreven in de reclasseringsrapportage.

De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank, gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, mede gelet op de persoon van verdachte, de hierna te melden straf meer passend acht.

De rechtbank heeft hierbij gelet op het feit dat verdachte bij het bewezenverklaarde feit geen initiërende rol heeft gehad en daarbij ook geen gewelddadigheden richting slachtoffer heeft gepleegd.

11.3 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer], [adres en woonplaats slachtoffer], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor sub 1 ten laste gelegde feit geleden materiële en immateriële schade.

[slachtoffer] voornoemd heeft de materiële schade, inclusief de post kosten rechtsbijstand ad € 769,--, op een bedrag van € 6.883,88 en de immateriële schade op een bedrag van € 10.000,-- gesteld, en wil die schades vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de materiële schade is de rechtbank van oordeel dat deze schade, gelet op het aandeel dat verdachte bij het bewezenverklaarde feit heeft gehad, niet eenvoudig is vast te stellen, zodat de rechtbank de benadeelde partij met betrekking tot dat deel van de vordering niet ontvankelijk in haar vordering zal verklaren en zal bepalen dat de benadeelde partij dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade, welke niet of onvoldoende door verdachte is weersproken, acht de rechtbank, gelet op de aard van het bewezenverklaarde feit, aannemelijk dat door het slachtoffer schade is geleden.

Of de door het slachtoffer opgelopen immateriële schade een bedrag van € 10.000,-- rechtvaardigt, kan de rechtbank op basis van de haar beschikbare informatie niet beoordelen. De vordering is naar het oordeel van de rechtbank, derhalve gedeeltelijk voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank zal als voorschot een bedrag van € 5.000,-- toekennen.

Over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt zal de rechtbank beslissen, zoals hierna is vermeld.

Verdachte is naar burgerlijk recht, samen met zijn mededader(s), aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 5.000,-- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 100 dagen, te betalen ten behoeve van [slachtoffer], [adres en woonplaats slachtoffer], zoals hierna in het dictum genoemd.

De rechtbank bepaalt uitdrukkelijk dat het schadebedrag van € 5.000,-- een bedrag is dat tot op heden is begroot.

12. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 312, 317.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het primair en eerste subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tweede subsidiair ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte terzake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3 jaar;

beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 1 jaar, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond

dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende die proeftijd

zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die hem zullen worden

gegeven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Roermond,

- ook als dat inhoudt een poliklinische behandeling binnen de GGZE te Eindhoven of een andere door de reclassering aan te wijzen instelling gedurende de maximale periode van de proeftijd, waarbij verdachte zich heeft te houden aan de aanwijzingen van de behandelaars-, zolang deze instelling dit noodzakelijk acht, met opdracht aan de Reclassering aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

wijst gedeeltelijk toe de vordering van de benadeelde partij;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [slachtoffer], [adres en woonplaats slachtoffer], te betalen een bedrag van € 5.000,--;

bepaalt dat de verdachte zal zijn bevrijd voor zover voornoemde benadeelde partij - al dan niet via de betaling aan de Staat - door (één van) verdachtes mededaders is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering met betrekking tot de materiële schade en bepaalt dat de benadeelde partij dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van € 5.000,-- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 100 dagen ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer], [adres en woonplaats slachtoffer], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.000,-- ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Vonnis gewezen door mrs. E.J.A.M. Bakermans, M.J.A.G. van Baal en Y.J.C.A. Roeffen, rechters, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter, in tegenwoordigheid van P.W.A. Beckers als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 6 september 2005.