Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2005:AT5799

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
25-05-2005
Datum publicatie
25-05-2005
Zaaknummer
61773 / HA ZA 04 - 482
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot terugbetaling van een planschadebijdrage naar aanleiding van het arrest Nunspeet. In reconventie vordert de gemeente op grond van onverschuldigde betaling, vergoeding van de waarde van de door haar verrichte prestatie. Maatstaf waardering prestatie gemeente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2005, 265
BR 2005/159

Uitspraak

uitspraak: 25 mei 2005

V O N N I S

van de rechtbank Roermond

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NEDEREIND B.V.,

gevestigd te Schimmert,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie: procureur: mr. J.W.P. Tulfer;

tegen:

GEMEENTE NEDERWEERT,

zetelende te Nederweert,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie:

procureur: mr. H.J.J.M. van der Bruggen.

Partijen worden als volgt aangeduid:

eiseres in conventie, gedaagde in reconventie: Nedereind;

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie: de gemeente.

1. Inhoud van het procesdossier

1.1. Er wordt recht gedaan op de volgende processtukken:

- de dagvaarding met bijlagen van 18 mei 2004;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;

- de conclusie van repliek in conventie en antwoord in reconventie;

- de conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie;

- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte in conventie tot vermeerdering van eis;

- antwoordakte in conventie houdende reactie op de vermeerdering van eis.

2. Vaststaande feiten

2.1. Tussen Nedereind en de gemeente is in 2000 een exploitatieovereenkomst gesloten waarbij de gemeente toezegde herziening van het bestemmingsplan te bevorderen, waartegenover Nedereind de bouw van een aantal woningen en kavels zou bevorderen op voorwaarde dat Nedereind eventuele planschade en de kosten van de gemeente voor haar rekening zou nemen. Het gaat om de volgende bedingen:

artikel 6 lid (hierna te noemen: het plankostenbeding):

Voorts is Exploitant in verband met de medewerking door de Gemeente aan het in exploitatie brengen van de gronden gelegen binnen het Exploitatiegebied aan de Gemeente een exploitatiebijdrage verschuldigd welke bestaat uit

a. de overeenkomstig de artikelen 3 t/m 7 van de Exploitatieverordening toe te rekenen bijdrage, vastgesteld binnen de ramingen zoals opgenomen in de onder 13 van de considerans bedoelde begroting en zoals uitgewerkt in bijlage 5 van de overeenkomst

verminderd met de som van

b. de vastgestelde inbrengwaarde van alle door Exploitant ingebrachte gronden binnen het Exploitatiegebied

c. het in onder a. bedoelde begroting opgenomen bedrag aan kosten, voor zover de uitvoering van de daarmee verband houdende voorzieningen en werkzaamheden voor risico en rekening van Exploitant plaatsvindt

artikel 15 (hierna te noemen: het regresbeding):

Partijen komen overeen dat de kosten van planmaatregelschadeclaims zoals bedoeld in artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor rekening van exploitant komen. Tot deze kosten behoren ook de kosten die de Gemeente dient te maken voor de beoordeling van eventuele procedures voor deze planmaatregelschadeclaims.

2.2. De gemeente Nederweert kent een exploitatieverordening.

2.3. In het kader van het plankostenbeding heeft Nedereind op 12 oktober 2000 aan de gemeente betaald € 14.014,55 (fl. 30.884,--).

2.4. In het kader van het regresbeding heeft Nedereind op 12 oktober 2000 aan de gemeente betaald € 69.655,26 (fl. 153.500,--). Dit bedrag wordt in depot door de gemeente gehouden.

2.5. Nedereind heeft aan toezichtkosten € 32.700,76 (fl. 72.063,--) aan de gemeente betaald. De gemeente heeft aan toezichtkosten uitgegeven € 19.179,93.

2.6. Het bestemmingsplan is gewijzigd, de woningen zijn gebouwd. Aan planschade is uit het depot inmiddels € 16.430,49 betaald aan door wijziging van het bestemmingsplan gedupeerden.

3. De vordering van Nedereind in conventie

3.1. Nedereind vordert betaling van € 69.655,26 ter zake van restitutie planschadevergoeding. Zij stelt dat het regresbeding nietig is. De nietigheid is door haar ingeroepen bij brief van 24 september 2003.

3.2. Nedereind vordert betaling van € 14.014,55, waartoe zij stelt dat de betaling van plankosten zonder juridische grondslag is geschied.

3.3. Nedereind vordert betaling van het verschil tussen de betaalde kosten voor het gemeentelijk toezicht van € 32.700,76 (fl. 72.063,--) en de feitelijk betaalde kosten door de gemeente van € 18.333,95, dat is € 14.366,81. Terzake de plankosten (zie 3.2) en de kosten van toezicht (zie 3.3) vordert Nedereind in totaal derhalve

€ 28.381,36.

3.4. Zij vordert wettelijke rente vanaf 12 oktober 2000.

4. Het verweer in conventie.

4.1. De gemeente erkent dat aan haar onverschuldigd is betaald de planschadevergoeding ad € 69.655,26 (fl. 153.500,--).

4.2. De gemeente voert aan dat de plankosten verhaald mogen worden omdat in artikel 2 sub f van de gemeentelijke exploitatieverordening is bepaald dat de kosten van planontwikkeling, planvoorbereiding, planbeheer en plantoezicht, alsook kosten verband houdende met onderzoeken, voorbereiding en toezicht ten behoeve van openbaar nut alsook kosten van het gemeentelijk apparaat, aan een exploitant in rekening kunnen worden gebracht.

4.3. De gemeente heeft gesteld dat er naast de plankosten ook kosten voor toezicht zijn gemaakt, dat deze kosten € 19.179,93 bedragen en dat deze kosten voortvloeien uit de exploitatieovereenkomst die is gebaseerd op de exploitatieverordening.

4.4. De gemeente voert met betrekking tot de wettelijke rente aan dat verzuim eerst intreedt na ingebrekestelling. Op zijn vroegst, aldus de gemeente, kan de wettelijke rente vanaf 2 mei 2003 berekend worden, omdat vanaf deze datum vaststaat dat sprake was van ongeldige betalingen.

5. De vordering van de gemeente in reconventie.

5.1. De gemeente vordert € 69.655,26, zijnde de waarde als ongedaanmakingsverbintenis omdat zij de door haar geleverde prestatie (wijziging bestemmingsplan) niet ongedaan kan maken.

6. Het verweer in reconventie

6.1. Nedereind voert aan op geen enkele wijze de waarde van de gemeentelijke prestatie wordt onderbouwd en dat Nedereind een groot aantal kosten zelf heeft betaald.

7. De beoordeling

7.1. In deze zaak spelen drie geschilpunten een rol:

- Kan en mag de gemeente plankosten in rekening brengen? De rechtbank oordeelt hierover in rechtsoverweging 9.1. t/m 9.4.

- Kan en mag de gemeente kosten van het toezicht in rekening brengen? De rechtbank oordeelt hierover in rechtsoverweging 10.1.

- Wat zijn de gevolgen van een exploitatieovereenkomst, waarover beide partijen het eens zijn dat er onverschuldigd is betaald? Welke vergoeding kan volgen na een in rechte niet te honoreren regresbeding. De rechtbank oordeelt hierover in rechtsoverweging 8.1. t/m 8.2. en 12.1. t/m 12.6.

In conventie

8. Het regresbeding , de te restitueren vergoeding en de wettelijke rente

8.1. De rechtbank stelt het volgende voorop. Het systeem van rechtsbescherming verzet zich tegen aanvaarding van de geldigheid van het regresbeding, waartoe de rechtbank verwijst naar HR 2 mei 2003, NJ 2003, 485 (Nunspeet). Deze rechtsopvatting brengt met zich dat hetgeen is betaald, als onverschuldigd betaald teruggevorderd kan worden. De vordering in conventie kan voor € 69.655,26 worden toegewezen.

8.2. Nu Nedereind niet heeft gesteld dat zij de gemeente in gebreke heeft gesteld en de gemeente onweersproken heeft aangevoerd dat de rente op zijn vroegst vanaf 2 mei 2003 verschuldigd is, zal de rechtbank de wettelijke rente bepalen vanaf laatstgenoemde datum.

9. De plankosten

9.1. De rechtbank stelt voorop (HR 16 februari 1996, NJ 1996, 608 bevestigd bij HR 13-04-2001, BR 2001, 983 rechtsoverweging 3.5; Warmond I) dat indien in een exploitatieovereenkomst de bepalingen van de toepasselijke exploitatieverordening niet in acht zijn genomen, zulks tot gevolg heeft dat de gemeente haar in de exploitatieovereenkomst neergelegde aanspraak op een financiële bijdrage niet geldend kan maken. In een dergelijke situatie is zowel de gemeentelijke prestatie als de prestatie van de exploitant zonder rechtsgrond verricht. Beide prestaties dienen als onverschuldigd betaald ongedaan gemaakt te worden. Voor het geval dat de gemeentelijke prestatie niet ongedaan kan worden gemaakt, geldt dat de prestatie van de gemeente (het verlenen van planologische medewerking) op geld moet worden gewaardeerd. Dat de onverschuldigde betaling het gevolg is van het feit dat de exploitatieovereenkomst is strijd met de exploitatieverordening is, doet daaraan niet af (zie rechtsoverweging 3.6 HR 13-4-2001, BR 2001, 983).

9.2. Bij de waardering van de door de gemeente verrichte prestatie moet worden onderzocht of de exploitatieverordening een grondslag inhoudt en, zo ja, in hoeverre, voor het bedingen door de gemeente van een tegenprestatie voor haar prestatie de wijziging van het bestemmingsplan te bevorderen (HR 12 december 2003, BR 2004, 875 rechtsoverweging. 3.3). Indien de exploitatieverordening geen grondslag inhoudt –bijvoorbeeld als het gaat om andere kosten dan kosten voor voorzieningen van openbaar nut- dan geldt naar het oordeel van de rechtbank dat ingevolge het bepaalde in artikel 6:210 lid 2 BW de waardering van de prestatie van de gemeente dient te geschieden op basis van de waarde in het economische verkeer. Daarbij kan, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, op grond van de redelijkheid en billijkheid nuancering plaatsvinden. Het is daarbij aan de gemeente om feiten en omstandigheden te stellen aan de hand waarvan die waarde vastgesteld kan worden.

9.3. De rechtbank is – in het bijzonder gelet op rechtsoverweging 9.1 – van oordeel dat Nedereind in het licht van het gemeentelijk beroep op de exploitatieverordening onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit zou kunnen volgen:

- dat de betaling zonder rechtsgrond is geschied,

- dat de betaling niet is geschied op grond van de exploitatieverordening en de exploitatieovereenkomst,

- dat de waardering van de gemeentelijke prestatie op een ander (lager) bedrag moet worden gesteld. Het enkele feit dat Nedereind zelf kosten heeft betaald doet hieraan niet af.

9.4. De vordering met betrekking tot de plankosten wordt afgewezen.

10. De gevorderde toezichtkosten

10.1 De gemeente heeft gesteld dat deze kosten gebaseerd kunnen worden op de op de exploitatieverordening gebaseerde exploitatieovereenkomst, hetgeen door Nedereind niet is weersproken. Wat betreft de kosten van gemeentelijk toezicht geldt hetzelfde als hierboven onder 9.3 is overwogen ten aanzien van de plankosten.

10.2. De vordering van Nedereind terzake de kosten van toezicht wordt afgewezen.

11. De buitengerechtelijke kosten

11.1. Nu niet dan wel onvoldoende is gesteld en evenmin is gebleken dat er daadwer-kelijk schade is gele-den ter zake buitengerech-telijke incas-so-werkzaam-heden, waarvoor de proceskostenveroordeling geen vergoeding pleegt in te houden, zal het hierop betrekking hebbende gedeel-te van de vordering als ongegrond worden afge-wezen.

In reconventie

12. De waardering van de door de gemeente verrichte prestatie

12.1. Nu de gemeente het regresbeding niet geldend kan maken, is ook de prestatie van de gemeente -het verlenen van planologische medewerking- zonder rechtsgrond verricht. De aard van deze prestatie sluit ongedaanmaking evenwel uit, zodat die prestatie op geld gewaardeerd dient te worden (artikel 6:201 lid 2 BW).

12.2. Bij de waardering van de prestatie van de gemeente moet ervan uitgegaan worden dat er voor verhaal van planschade geen grondslag is. Dit betekent dat aan de hand van objectieve gegevens de waarde van de prestatie van de gemeente in het economisch verkeer bepaald moet worden.

12.3. De rechtbank is van oordeel dat die waarde dient te worden bepaald op de kosten die de gemeente voor de planwijziging heeft gemaakt. Belangrijk argument daarvoor is dat het uitgangspunt van de exploitatieovereenkomst was dat Nedereind eventuele planschade en de kosten van de gemeente voor haar rekening zou nemen. Partijen hebben daarmee een objectieve waarde toegekend aan de prestatie van de gemeente.

12.4. Tussen partijen is niet in geschil dat € 16.430,49 aan planschadeclaims is voldaan. De waarde van de prestatie van de gemeente wordt bepaald op dit bedrag.

12.5. De rechtbank zal de gemeente niet volgen in haar stelling dat de waarde van de gemeentelijke prestatie gesteld dient te worden op het volledige bedrag dat terzake de planschade door Nedereind in depot is gestort. De gemeente heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat dit bedrag ook daadwerkelijk als planschade is uitgekeerd of zal worden uitgekeerd. Zij volstaat slechts met een verwijzing naar een door een deskundige opgestelde planschadeanalyse zonder deze analyse te overleggen en zonder enige nadere inhoudelijke toelichting te geven.

12.6. De slotsom is dat de vordering van de gemeente toegewezen wordt tot een bedrag van € 16.430,49.

In conventie en reconventie

12.7. Nu de gemeente zowel in conventie als in reconventie grotendeels in het ongelijk wordt gesteld, zal zij in de proceskosten worden veroordeeld.

B E S L I S S I N G

De rechtbank:

In conventie

veroordeelt de gemeente tot betaling aan Nedereind B.V. van een bedrag van

€ 69.655,26, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2003 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de gemeente in de proceskosten van Nedereind B.V., welke kosten tot aan deze uitspraak worden begroot op:

€ 1.995,-- aan griffierechten,

€ 70,40 aan explootkosten en

€ 3.576,-- aan salaris procureur;

In reconventie

veroordeelt Nedereind B.V. tot betaling aan de gemeente van een bedrag van

€ 16.430,49;

veroordeelt de gemeente in de proceskosten van Nedereind B.V., welke kosten tot aan deze uitspraak worden begroot op:

€ 1.421,-- aan salaris procureur;

verklaart dit vonnis zowel in conventie als in reconventie uitvoerbaar bij voorraad;

wijst zowel in conventie als in reconventie af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. O. de Lange, en op de openbare civiele terechtzitting van 25 mei 2005 uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Type: rh