Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2004:AP1168

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
12-05-2004
Datum publicatie
09-06-2004
Zaaknummer
52600 / HA ZA 02-726
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Benelux-merk versus overeenstemmend internationaal merk voor autobanden “Eurotyre”. Welk merk gaat voor? Rechtbank: Het oudere merk gaat voor, tenzij sprake is van een depot te kwader trouw. Daarvan is niet gebleken. Volgens vaste jurisprudentie valt onder gebruik als merk ook het gebruik als handelsnaam. De rechtbank verklaart het depot van het Benelux-merk nietig en beveelt ambtshalve de doorhaling ervan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak: 12 mei 2004

V O N N I S

van de rechtbank Roermond

in de zaak van:

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EURO TYRE B.V.,

gevestigd te Venlo,

advocaat: mr. G.S.P. Vos en mr. A. Jaggie,

procureur: mr. H.J.J.M. van der Bruggen;

tegen:

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie:

1. de vennootschap naar Frans recht

EUROTYRE S.A. voorheen Arc en Ciel S.A.,

gevestigd te F-13600 La Ciotat (Frankrijk), 103 Res Val d'Azur 1

2. de vennootschap naar Frans recht

EUROTYRE G.T.L. voorheen Arc en Ciel Pneus,

gevestigd te (F-45500) Gien (Frankrijk),

Zone d'Activité de Bourassins, Route Orléans, Nevoy,

3. de vennootschap naar Belgisch recht

EUROTYRE BENELUX N.V. voorheen Arc en Ciel Pneus Benelux N.V.,

gevestigd te (2550) Kontich (België), Veldkant 35A,

advocaat: mr. P.L. Reeskamp,

procureur: mr. M.M. van den Boomen.

Partijen worden aangeduid als:

eiseres in conventie, gedaagde in reconventie: Eurotyre Venlo;

gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie: Eurotyre Frankrijk.

1. Inhoud van het procesdossier

Er wordt recht gedaan op de volgende processtukken:

? de dagvaarding van 2 augustus 2002;

? de dagvaarding van 30 oktober 2002;

? de akte overlegging producties zijdens Eurotyre Venlo van 12 december 2002;

? de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van 15 januari 2003 met bijlagen;

? de conclusie van repliek in conventie en antwoord in reconventie van 28 mei 2003 met bijlage;

? de conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie van 8 juli 2003;

? de conclusie van dupliek in reconventie van 22 oktober 2003 met bijlage;

? de akte uitlating producties zijdens Eurotyre Frankrijk van 3 december 2003;

? de ten behoeve van pleidooi zijdens Eurotyre Venlo op 1 maart 2004 ingebrachte aanvullende producties 11a t/m 11m;

? de pleitnota van mr. Jaggie van 9 maart 2004;

? de pleitaantekeningen van mr. Reeskamp van 9 maart 2004.

2. Vaststaande feiten in conventie en in reconventie

De rechtbank gaat uit van de volgende tussen partijen vaststaande feiten.

1. Eurotyre Venlo is sinds 28 januari 2000 rechthebbende op de Benelux-merkinschrijving nr. 677265 bestaande uit het beeld/woordmerk "eurotyre".

Het merk is ingeschreven voor de klasse 12 (autobanden).

2. Eurotyre Venlo is sinds 19 februari 2002 rechthebbende op de Benelux-merkinschrijving nr. 1005653, bestaande uit het woordmerk "EURO-TYRE".

Het merk is ingeschreven voor de klassen 12 (autobanden),

35 (detailhandelsdiensten, met name op het gebied van banden) en

37 (montage en reparatie van velgen en banden).

3. Eurotyre Venlo heeft op 6 maart 2002 onder nr. 2604544 een aanvraag gedeponeerd voor een Gemeenschapsmerk, bestaande uit het woordmerk EURO-TYRE.

4. Eurotyre Frankrijk is sinds 4 augustus 1997 rechthebbende op de internationale merkinschrijving nr. 678290 bestaande uit het woordmerk "EUROTYRES".

Het merk is ingeschreven voor klasse 12 (banden).

5. De merken van partijen zijn gelijk dan wel overeenstemmend en worden gebruikt voor dezelfde dan wel soortgelijke waren.

6. Eurotyre Venlo voert haar handelsnaam "Euro-Tyre" sinds 1984.

3. Vordering en stellingen van Eurotyre Venlo in conventie

Eurotyre Venlo vordert

a. de inschrijving van het merk Eurotyres van gedaagden sub 1 en 2 met registratienummer 678290 nietig te verklaren voor wat betreft de Benelux en ambtshalve de doorhaling daarvan uit te spreken, alsmede Eurotyre Venlo te machtigen zelf op kosten van gedaagden de daadwerkelijke doorhaling van voornoemd merk bij het WIPO, en voorzover vereist, het Benelux Merkenbureau, te bewerkstelligen;

b. ieder van de gedaagden te veroordelen om binnen acht dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis elk gebruik van het merk EUROTYRES in de Benelux, alsmede ieder gebruik van een teken dat overeenstemt met het merk EURO-TYRE van Eurotyre Venlo in alle Lid-Staten van de Europese Unie, althans in de Benelux, althans in Nederland, te staken en gestaakt te houden;

c. ieder van de gedaagden te bevelen om binnen acht dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, elk gebruik van de handelsnaam 'Eurotyre Group' dan wel van enige andere handelsnaam welke overeenstemt met één of meerdere merken van Eurotyre Venlo, te staken en gestaakt te houden en ieder van de gedaagden bovendien te verbieden een dergelijke handelsnaam in te schrijven in het Handelsregister;

d. te bepalen dat gedaagden hoofdelijk zullen verbeuren een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 10.000,- per overtreding of per dag (een gedeelte van een dag als een hele gerekend) - zulks ter keuze van Eurotyre Venlo - dat gedaagden geheel of gedeeltelijk in strijd handelen met de hiervoor onder sub a, b en c genoemde veroordelingen, in die zin dat als de één heeft betaald, de ander is bevrijd;

e. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de schade die Eurotyre Venlo heeft geleden, nader op te maken bij staat, in die zin dat als de één heeft betaald, de ander is bevrijd.

f. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, in die zin dat als de één heeft betaald, de ander is bevrijd.

Eurotyre Venlo stelt daartoe het volgende.

Het internationale depot van Eurotyre Frankrijk (gedaagde sub 1) is te kwader trouw verricht. Gelet op de omvang van het gebruik van haar handelsnaam door Eurotyre Venlo, de feitelijke bekendheid daarvan bij Eurotyre Frankrijk in de persoon van gedaagde sub 3 en de bekendheid van de naam Euro-tyre als handelsnaam in de branche, wist Eurotyre Frankrijk dan wel had zij moeten weten dat Eurotyre Venlo het teken Euro-tyre als handelsnaam en merk de afgelopen drie jaar voorafgaand aan het depot door Eurotyre Frankrijk op 4 augustus 1997 te goeder trouw voor identieke dan wel soortgelijke waren gebruikte. Eurotyre Venlo kan dan ook nietigverklaring en doorhaling voor het Benelux-gedeelte van het internationale depot van Eurotyre Frankrijk vorderen.

Nu er sprake is van gebruik van een identiek dan wel overeenstemmend teken voor identieke dan wel soortgelijke waren, zal het publiek de waren en/of diensten van Eurotyre Frankrijk (kunnen) verwarren met de waren van Eurotyre Venlo. Er is derhalve sprake van merkinbreuk, waartegen Eurotyre Venlo zich verzet.

Tenslotte gebruikt Eurotyre Frankrijk het woord Eurotyre als handelsnaam ten aanzien van goederen en diensten waarvoor Eurotyre Venlo haar merken heeft geregistreerd. Nu er sprake is van identieke dan wel gelijksoortige waren en diensten, en zowel Eurotyre Frankrijk als Eurotyre Venlo in heel Nederland opereren en dezelfde klantenkring bedienen, is er reëel gevaar voor verwarring tussen de ondernemingen van beide partijen. Eurotyre Frankrijk maakt dan ook inbreuk op de handelsnaamrechten van Eurotyre Venlo.

De handelingen van Eurotyre Frankrijk vormen tevens een aan haar toerekenbare onrechtmatige daad.

Als gevolg van voornoemde inbreuken lijdt Eurotyre Venlo schade, bestaande uit onder meer aantasting en uitholling van het exclusieve karakter van het merk en omzet- en winstderving. Deze schade moet worden opgemaakt bij staat nu deze op dit moment nog niet kan worden begroot.

4. Verweer van Eurotyre Frankrijk in conventie

Eurotyre Frankrijk concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Eurotyre Venlo in de vorderingen dan wel tot afwijzing van het gevorderde, met kostenveroordeling.

Eurotyre Frankrijk voert daartoe het volgende verweer.

Eurotyre Venlo levert geen bewijs van haar gebruik als merk in de Benelux in de drie jaar voorafgaand aan het depot van Eurotyre Frankrijk, zodat er geen sprake is van relevant voorgebruik in de zin van de Benelux Merkenwet (BMW).

Betwist wordt dat Eurotyre Frankrijk op het moment van haar depot feitelijk bekend was met (handels)naam dan wel het merk voor banden van Eurotyre Venlo. Het door Eurotyre Venlo ingebrachte internetmagazine-artikel dateert van 2002. Er is geen overleg geweest tussen Eurotyre Frankrijk in de persoon van gedaagde sub 3 en Eurotyre Venlo begin 1997. Door Eurotyre Venlo wordt dit ook verder niet onderbouwd. Er is derhalve niet voldaan aan de vereisten voor een depot te kwader trouw op basis van subjectieve wetenschap van voorgebruik. Voorts is ook niet gebleken van de door Eurotyre Venlo gestelde reclame-inspanningen en verkoop op grote schaal, zodat ook geen sprake is van geobjectiveerde wetenschap van voorgebruik.

Nu er geen sprake is van een depot te kwader trouw, is het depot van Eurotyre Frankrijk geldig en heeft zij dientengevolge een ouder merkrecht dan Eurotyre Venlo. Om die reden kan er geen sprake zijn van merkinbreuk door Eurotyre Frankrijk.

Met betrekking tot de handelsnaam van Eurotyre Venlo geldt dat Eurotyre Frankrijk zich ingevolge de BMW niet kan verzetten tegen gebruik door Eurotyre Venlo van de handelsnaam Euro-Tyre voor zover deze door haar werd gebruikt op 4 augustus 1997. Nu Eurotyre Venlo - ten aanzien van het Benelux-grondgebied - alleen heeft aangetoond dat zij toen die handelsnaam gebruikte in Venlo, kan zij zich derhalve in het gunstigste geval verzetten tegen gebruik van de aanduiding Eurotyre door gedaagde sub 3 voor Venlo en omgeving op grond van haar oudere handelsnaam. Voor het overige Benelux-grondgebied dient Eurotyre Venlo te wijken voor de oudere merkrechten van Eurotyre Frankrijk. Een dergelijk verbod voor Eurotyre Frankrijk is echter niet gerechtvaardigd, nu de aard van de ondernemingen van partijen te verschillend is om van Eurotyre Frankrijk te vergen dat zij haar organisatie zo inricht dat de aanduiding Eurotyre niet doordringt tot Venlo. Eurotyre Frankrijk meent dat de oplossing daarom gezocht moet worden in artikel 13A lid 8 BMW, te weten dat Eurotyre Frankrijk zich niet kan verzetten tegen gebruik door Eurotyre Venlo van de handelsnaam Euro-Tyre in Venlo.

5. Vordering en stellingen van Eurotyre Frankrijk c.s. in reconventie

Eurotyre Frankrijk c.s. vordert

1. Eurotyre Venlo met onmiddellijke ingang te gebieden het gebruik van de aanduiding EUROTYRE, of daarmee samenhangende tekens voor banden en daaraan gerelateerde diensten zoals de reparatie van banden, met uitzondering van het gebruik in Venlo van de handelsnaam Euro-Tyre voor een groothandel in banden, te staken of gestaakt te houden, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 25.000,- per dag waarmee Eurotyre Venlo geheel of gedeeltelijk in strijd met dit gebod handelt;

2. nietig te verklaren het Benelux woord/beeldmerk EUROTYRE met registratienummer 677265, het Benelux woordmerk EURO-TYRE met registratienummer 1005653 en (de aanvraag voor) het Gemeenschapswoordmerk EURO-TYRE met depotnummer 2604544 en ambtshalve de doorhaling van de inschrijvingen van voornoemde merken te bevelen;

3. Eurotyre Venlo te veroordelen in de proceskosten.

Eurotyre Frankrijk c.s. stelt daartoe het volgende.

Nu Eurotyre Frankrijk een ouder merkrecht heeft, kan zij ingevolge de BMW de nietigheid inroepen van de depots van Eurotyre Venlo. Daarnaast vordert Eurotyre Frankrijk de nietigverklaring van (de aanvraag voor) het Gemeenschapsmerk Euro-tyre ten name van Eurotyre Venlo.

Eurotyre Venlo maakt bovendien zonder toestemming van Eurotyre Frankrijk gebruik van een met het merk EUROTYRES overeenstemmend teken voor dezelfde waren en soortgelijke diensten, terwijl - gelet op de vordering in conventie - Eurotyre Venlo zelf ook van mening is dat sprake is van verwarringsgevaar. Er is derhalve sprake van merkinbreuk door Eurotyre Venlo, waartegen Eurotyre Frankrijk zich ingevolge de BMW kan verzetten.

6. Het verweer van Eurotyre Venlo in reconventie

Eurotyre Venlo concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Eurotyre Frankrijk c.s. in de vorderingen dan wel tot afwijzing van het gevorderde, met kostenveroordeling.

Eurotyre Venlo voert daartoe het volgende verweer.

Eurotyre Venlo is een rechtmatig voorgebruiker en haar merkdepots zijn alle te goeder trouw verricht. Zij behoren dus niet nietig verklaard noch doorgehaald te worden. Omdat het in 1997 door Eurotyre Frankrijk verrichte depot te kwader trouw is, kan zij ook geen beroep doen op artikel 13A BMW doen. De vorderingen in reconventie dienen derhalve afgewezen te worden.

7. Beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

7.1 Tussen partijen staat vast dat Eurotyre Venlo een Benelux merkrecht heeft verworven op het teken "eurotyre" alsmede "EURO-TYRE" , en dat Eurotyre Frankrijk een internationaal merkrecht bezit op het teken "EUROTYRES". Voorts staat tussen partijen vast dat deze tekens gelijk dan wel overeenstemmend zijn, en dat zij gebruikt worden voor dezelfde dan wel soortgelijke waren. Uit het stelsel van merkrecht vloeit voort dat een eerder gedeponeerd merk voorgaat boven een later gedeponeerd merk, tenzij de oudere deposant met betrekking tot het bestaan van een ander, al in gebruik zijnd maar nog niet gedeponeerd merk, te kwader trouw is. In casu is het merk van Eurotyre Frankrijk eerder gedeponeerd dan dat van Eurotyre Venlo en is de vraag of Eurotyre Frankrijk ten tijde van haar depot te kwader trouw was.

De rechtbank zal in het vervolg "Eurotyre" gebruiken voor alle aanduidingen. Hiervoor kan en dient dus ook "eurotyre", EURO-TYRE en EUROTYRES gelezen te worden.

Depot te kwader trouw

7.2 De tekst van artikel 4 aanhef lid 6 sub a BMW - voor zover relevant - luidt:

Geen recht op een merk wordt verkregen door het te kwader trouw verrichte depot, onder andere:

a. het depot dat wordt verricht terwijl de deposant weet of behoort te weten, dat een derde binnen de laatste drie jaren in het Beneluxgebied een overeenstemmend merk voor soortgelijke waren te goeder trouw en op normale wijze heeft gebruikt, tenzij die derde zijn toestemming heeft verleend.

7.3 De rechtbank stelt voorop dat niet is gebleken dat Eurotyre Venlo het teken Eurotyre als merk heeft gebruikt. De door Eurotyre Venlo ingebrachte stukken en ingenomen (onbetwiste) stellingen geven alleen blijk van gebruik sinds 1984 van het teken als handelsnaam.

7.4 Partijen twisten allereerst over de vraag of onder "gebruikt als merk" in de zin van bovenaangehaalde bepaling ook het gebruik als handelsnaam valt. Op grond van vaste jurisprudentie is de rechtbank met Eurotyre Venlo van oordeel dat ook het voorgebruik van een overeenstemmende handelsnaam door een derde een merkdepot te kwader trouw in de zin van artikel 4 lid 6 sub a BMW kan doen zijn.

7.5 Voor kwade trouw zoals bedoeld in aangehaalde bepaling is subjectieve bekendheid van de deposant met het voorgebruik vereist. Weliswaar spreekt de bepaling over "weet of behoort te weten", maar de laatste toevoeging ziet slechts op gevallen waarin onaannemelijk moet worden geacht dat de deposant het voorgebruik niet heeft gekend. Hiervan is sprake als de voorgebruikte handelsnaam in belanghebbende kringen zo algemeen bekend is, dat dit redelijkerwijs voor de deposant niet verborgen kan zijn gebleven. Eurotyre Venlo heeft in dit verband gesteld dat door dertien jaar intensief gebruik, grote reclame-inspanningen en verkoop op ruime schaal - onder meer in Nederland, delen van de Europese Unie, de Verenigde Staten van Amerika, Dubai en Japan - haar handelsnaam binnen en buiten de Benelux in ieder geval binnen de autobandenbranche op ruime schaal bekend is, en dat, gelet op de beschrijving die Eurotyre Frankrijk van zichzelf geeft, zij daarvan kennis moet hebben gehad op het moment van depot d.d. 4 augustus 1997. De rechtbank is van oordeel dat van de door Eurotyre Venlo gestelde grote reclame-inspanningen niet is gebleken. Eurotyre heeft immers ter onderbouwing slechts afschriften van een aantal, identieke, advertenties in een aantal afleveringen van een Duits tijdschrift in 1986 overgelegd. Deze advertenties zijn ook nog eens niet in de op grond van artikel 4 lid 6 sub a BMW van belang zijnde periode, te weten drie jaar voorafgaand aan het depot door Eurotyre Frankrijk, geplaatst. Daarnaast heeft Eurotyre een drietal verklaringen van Nederlandse handelsrelaties en één verklaring van een Duitse handelsrelatie ingebracht, alsmede (bij pleidooi) omzetcijfers over de jaren 1990 tot en met 2002 (productie 11). De rechtbank is van oordeel dat hieruit niet de door Eurotyre Venlo gestelde verkoop op ruime schaal blijkt. Uit productie 11 blijkt immers niet door wie die omzet is behaald en waarmee, nu het lijsten betreft waarop slechts namen en bedragen staan vermeld. Ook is niet duidelijk door wie de overzichten zijn opgesteld. In ieder geval is geen sprake van een officiële althans door accountants goedgekeurde dan wel opgestelde publicatie, zoals een omzetrekening of winst- en verliesrekening. De rechtbank is dan ook van oordeel dat Eurotyre Venlo niet heeft aangetoond dat haar handelsnaam in belanghebbende kringen zo algemeen bekend was dat dit voor Eurotyre Frankrijk niet verborgen kan zijn gebleven.

7.6 Ook het beroep van Eurotyre Venlo op de subjectieve wetenschap van Eurotyre Frankrijk gaat niet op. Eurotyre Venlo verwijst ter onderbouwing naar een uitspraak van de Benelux-directeur van Eurotyre Frankrijk in een internetmagazine-artikel dat dateert uit 2002, terwijl - zoals reeds aangehaald - de periode die hier van belang is, loopt van 4 augustus 1993 tot 4 augustus 1997. De rechtbank kan Eurotyre Venlo niet volgen in haar stelling dat hieruit blijkt dat Eurotyre Frankrijk ook al in 1997 wist van de handelsnaam van Eurotyre Venlo. Voor zover Eurotyre Venlo hiermee heeft bedoeld te verwijzen naar haar stelling dat tussen haar en gedaagde sub 3 begin 1997 overleg zou zijn geweest over een mogelijke commerciële samenwerking, overweegt de rechtbank dat deze stelling uit niet meer bestaat dan dat in 1997 contact zou zijn geweest tussen partijen, welke stelling pas bij pleidooi

nader is onderbouwd door te stellen dat dit zou zijn gebeurd op een beurs in Barcelona, terwijl deze stelling door Eurotyre Frankrijk - voor zover mogelijk - altijd gemotiveerd betwist is. Deze stelling van Eurotyre Venlo zal derhalve als ongemotiveerd door de rechtbank worden gepasseerd. Van subjectieve wetenschap bij Eurotyre Frankrijk is derhalve niet gebleken.

7.7 Voor zover Eurotyre Venlo haar vordering sub a heeft gebaseerd op artikel 4 lid 6 sub b overweegt de rechtbank dat niet is gebleken van de daarvoor vereiste rechtstreekse betrekking tussen partijen. Eurotyre Venlo heeft immers als die rechtstreekse betrekking aangevoerd het door haar gestelde contact tussen haar en gedaagde sub 3 begin 1997. Zoals bovenoverwogen, is de rechtbank van oordeel dat van een dergelijk contact niet is gebleken.

7.8 Nu Eurotyre Venlo geen andere feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit de kwade trouw van Eurotyre Frankrijk zou moeten blijken, is er geen sprake van een depot te kwader trouw door haar. Dientengevolge heeft Eurotyre Frankrijk een merkrecht verkregen door haar internationale depot d.d. 4 augustus 1997. De vordering in conventie sub a zal dan ook worden afgewezen.

7.9 Eurotyre Frankrijk heeft in reconventie nietigverklaring en doorhaling van de beide Beneluxmerkrechten alsmede (de aanvraag voor) het Gemeenschapsmerk van Eurotyre Venlo gevorderd. Met betrekking tot de beide Beneluxmerken geldt dat, nu gebleken is dat Eurotyre Venlo twee in rangorde lagere merkrechten heeft gedeponeerd, tussen partijen vast staat dat deze merken gelijk dan wel overeenstemmend zijn en dat zij gebruikt worden voor dezelfde dan wel soortgelijke waren, alsmede uit de vorderingen over en weer voortvloeit dat partijen beide van mening zijn dat ten aanzien van hun merken verwarringsgevaar bestaat, naar het oordeel van de rechtbank voldaan is aan artikel 14B lid 1 jo. artikel 3 lid 2 sub b BMW. De vordering sub 2 in reconventie zal derhalve op dit punt worden toegewezen. Met betrekking tot de gevorderde nietigverklaring en doorhaling van (de aanvraag voor) het Gemeenschapskenmerk geldt dat een Gemeenschapskenmerk op grond van artikel 6 van de Verordening (EG) 40/94 inzake het Gemeenschapskenmerk eerst wordt verkregen door inschrijving. Nu tijdens het pleidooi Eurotyre Venlo onbetwist heeft gesteld dat de aanvraag nog steeds in behandeling is en geen inschrijving heeft plaatsgevonden, staat vast dat zij geen Gemeenschapsmerk heeft verkregen, zodat daarvan ook niet de nietigverklaring kan worden uitgesproken en doorhaling worden bevolen. De vordering sub 2 in reconventie zal derhalve op dit punt worden afgewezen.

Inbreuk merkrecht

7.10 Uit r.o. 7.8 en 7.9 vloeit voort dat het merkrecht van Eurotyre Frankrijk eerder is gedeponeerd dan dat van Eurotyre Venlo en dat het merkrecht van Eurotyre Frankrijk voorgaat. Derhalve kan er geen sprake zijn van merkinbreuk door Eurotyre Frankrijk op het merkrecht van Eurotyre Venlo. De vordering in conventie sub b zal derhalve worden afgewezen.

7.11 Eurotyre Frankrijk heeft in reconventie sub 1 een vordering ingesteld die, gelet op het door haar in dat verband aangehaalde artikel alsmede de gegeven onderbouwing onder nummer 43 van de conclusie van eis in reconventie, mede is gebaseerd op inbreuk door Eurotyre Venlo op haar merkrecht. Het door Eurotyre Frankrijk aangehaalde artikel 13A lid 1 sub b BMW ziet op gebruik van een overeenstemmend teken voor waren en diensten, derhalve gebruik als merk. Deze vordering verhoudt zich niet met de stelling van Eurotyre Frankrijk in conventie dat niet is gebleken dat Eurotyre Venlo het teken "Eurotyre" als merk (heeft) gebruikt. Bij gelegenheid van pleidooi heeft de raadsman van Eurotyre Frankrijk desgevraagd verklaard dat deze vordering ziet op toekomstige diensten door Eurotyre Venlo onder het merk, gelet op de klassen waarvoor zij haar merk gedeponeerd heeft, en dat de stelling van Eurotyre Frankrijk nog steeds is dat Eurotyre Venlo het teken niet als merk heeft gebruikt, althans dat daarvan geen bewijs is.

Nu de vordering van Eurotyre Frankrijk klaarblijkelijk ziet op toekomstig gebruik door Eurotyre Venlo, dat derhalve nog in het geheel niet vaststaat, is van merkinbreuk geen sprake en zal de vordering in reconventie sub 1 ten aanzien van dit punt als ongegrond worden afgewezen.

Inbreuk handelsnaamrecht

7.12 Tussen partijen staat vast dat Eurotyre Venlo een ouder recht heeft op het voeren van de handelsnaam Eurotyre. Eurotyre Venlo heeft haar vordering sub c gebaseerd op artikel 5 jo 5a Handelsnaamwet. Zij heeft daarbij onbetwist gesteld dat Eurotyre Frankrijk het teken Eurotyre als handelsnaam gebruikt. De vordering van Eurotyre Venlo moet derhalve zo worden verstaan dat Eurotyre Frankrijk door het gebruik van het teken Eurotyre als merk en handelsnaam inbreuk maakt op het merkrecht en het oudere handelsnaamrecht van Eurotyre Venlo. Eurotyre Frankrijk heeft de vordering van Eurotyre Venlo gemotiveerd betwist en aangegeven dat zij op grond van haar (ouder) merkrecht zich weliswaar niet kan verzetten tegen het gebruik door Eurotyre Venlo van haar handelsnaam zoals dat bestond op 4 augustus 1997, maar dat voor een verbod zoals Eurotyre dat wenst, geen rechtvaardiging bestaat nu partijen een onderneming van verschillende aard drijven. De rechtbank is van oordeel dat voor zover de vordering van Eurotyre Venlo is gebaseerd op haar vermeende merkrecht, deze moet worden afgewezen, nu niet is gebleken van een dergelijk recht. Met betrekking tot het gestelde inzake de handelsnamen zoals die worden gevoerd door partijen en de daarbij behorende rechten, is de rechtbank van oordeel dat Eurotyre Venlo de stellingen van Eurotyre Frankrijk onvoldoende gemotiveerd heeft bestreden. Eurotyre Venlo heeft zich namelijk steeds op het standpunt gesteld dat zij een ouder merkrecht heeft en derhalve artikel 13A lid 8 BMW in het geheel niet van toepassing is. Eurotyre Venlo heeft geen enkele maal, zelfs niet in reconventie, gereageerd op de door Eurotyre Frankrijk gestelde situatie dat de laatste een beter merkrecht zou hebben. Derhalve zal de rechtbank de stellingen van Eurotyre Venlo als ongemotiveerd gehandhaafd, passeren. De vordering zal dan ook in zijn geheel worden afgewezen.

7.13 Ten aanzien van de vordering in reconventie sub 1 van Eurotyre Frankrijk op dit punt, is de rechtbank van oordeel dat het gevorderde gebod zoals geformuleerd bij eis in reconventie, in te vage bewoordingen is gesteld om te kunnen worden toegewezen. Niet duidelijk omschreven, en ook uit de stukken komt niet duidelijk naar voren, wat precies verstaan moet worden onder de zinssnede "met uitzondering van het gebruik in Venlo van de handelsnaam" terwijl in het lichaam wordt gesproken over Venlo en omgeving, Venlo en gedeelten van Duitsland etc. Ook bij pleidooi heeft de raadsman de rechtbank desgevraagd geen duidelijkheid kunnen verschaffen over het gevorderde. De vordering in reconventie sub 1 zal dan ook op dit punt worden afgewezen.

Onrechtmatige daad

7.14 Eurotyre Venlo heeft aan haar vorderingen tevens ten grondslag gelegd dat de handelingen van Eurotyre Frankrijk een aan haar toerekenbare onrechtmatige daad vormen. Eurotyre Venlo heeft daarmee niet voldaan aan haar stelplicht. Zo heeft zij niet aangegeven waar de gestelde onrechtmatige daad precies uit bestaat en op grond waarvan deze toerekenbaar zou zijn aan Eurotyre Frankrijk. Ook heeft Eurotyre niet gemotiveerd gesteld welke schade zij door de vermeende onrechtmatige daad van Eurotyre Frankrijk heeft geleden. Derhalve dienen de vorderingen van Eurotyre Venlo ook op deze grondslag te worden afgewezen.

Overig

7.15 Gelet op het voorgaande kunnen de overige stellingen van Eurotyre Venlo onbesproken blijven. Haar vorderingen sub d en e zullen worden afgewezen.

Proceskosten

7.16 Nu beide partijen grotendeels in het ongelijk zijn gesteld, zal de rechtbank de kosten compenseren, in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

B E S L I S S I N G

De rechtbank:

In conventie

wijst het gevorderde af;

In reconventie

verklaart nietig het Benelux woord/beeldmerk eurotyre met registratienummer 677265 en het Benelux woordmerk EURO-TYRE met registratienummer 1005653 en beveelt ambtshalve de doorhaling van de inschrijvingen van voornoemde merken;

wijst af het meer of anders gevorderde;

In conventie en in reconventie

bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mrs. H.A.M.J. Paulussen, H.H. Dethmers en

I.R.A. Timmermans-Vermeer en op de openbare civiele terechtzitting van 12 mei 2004 uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Type: IT