Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2004:AP0064

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
27-05-2004
Datum publicatie
27-05-2004
Zaaknummer
120747 \ MU VERZ 04-39
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Snelheidsovertreding (WAHV)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

SECTOR KANTON, LOCATIE ROERMOND

Zaaknr: 120747 \ MU VERZ 04-39

CJIB-nr: 64665852

Adm-nr: 43612

Kenteken: [kentekennummer]

Beschikking d.d.: 27 mei 2004

BESCHIKKING

van de kantonrechter te Roermond.

Gelezen het op 6 februari 2004 ter griffie van de rechtbank ontvangen beroepschrift, ingediend door [C.M.J.E.P. M] als gemachtigde van TAXI LEUDAL B.V., gevestigd te [woonplaats] aan de [adres], ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie te Roermond met CJIB-nr 64665852.

Zowel de gemachtigde als de officier van justitie zijn verschenen ter openbare terechtzitting van 13 mei 2004.

Beiden hebben hun standpunt nader mondeling toegelicht.

Op verzoek van de officier van justitie hebben de heren [Th.M. J] (werkzaam als technisch manager bij Gatsometer B.V. te Haarlem) en [D.J.S. B] (senior docent Bijzondere politiekunde en leiderschap op de Politieacademie te Apeldoorn) als deskundigen, na daartoe te zijn ondervraagd, een verklaring afgelegd.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de inhoud van zijn beschikking.

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:

? Taxi Leudal B.V. was op 3 augustus 2003 kentekenhoudster van het voertuig met het kenteken [kentekennummer];

? Aan haar is bij beschikking van 12 september 2003 een sanctie opgelegd ten bedrage van € 40,00 vanwege het met vorenvermeld voertuig op die dag om 14.15 uur op de Rijksweg N280 in Horn (gemeente Haelen) overschrijden van de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom (S 200B);

? De beschikking vermeldt een gemeten snelheid van 119 km/h, een gecorrigeerde snelheid van 115 km/h en de toegestane snelheid van 100 km/h;

? Tegen deze beschikking is Taxi Leudal B.V. in beroep gekomen bij de officier van justitie;

? Bij de op 15 december 2003 verzonden beschikking heeft de officier van justitie het beroep ongegrond verklaard. De motivering luidt "de door betrokkene aangevoerde argumenten waarom de administratieve sanctie niet had moeten worden opgelegd, zijn gelet op de wettelijke bepalingen en afgewogen tegen de overige gegevens in deze zaak, naar het oordeel van de officier van justitie ontoereikend om de beschikking te vernietigen of de sanctie te matigen. De officier van justitie verklaart daarom het beroep ongegrond".

? Bij beroepschrift d.d. 22 december 2003, door het arrondissementsparket Roermond ontvangen op 29 december 2003, is [M] namens Taxi Leudal B.V. in beroep gekomen tegen laatstgemeld beschikking;

? Er is zekerheid gesteld voor het bedrag van € 40,00;

? De bij de onderhavige snelheidsmeting gebruikte Gatsometer is een in Nederland goedgekeurd en toegestaan middel voor snelheidsmetingen;

Voorafgaande aan de zitting van 13 mei 2004 zijn op verzoek van de officier van justitie op 6 mei 2004 de volgende zaken nog toegevoegd aan het dossier:

1. een brief van dhr. [B] voornoemd aan de officier van justitie d.d. 28 april 2004;

2. een (aanvullend) proces-verbaal opgemaakt door [J.J. C], B.O.A. van politie Verkeershandhavingsteam, regio Noord-Limburg d.d. 7 april 2004;

3. een brief van [H.W.J. P], parketsecretaris, hierover aan dhr. [Th.M. J] d.d. 13 april 2004 (kenmerk A-43612);

4. een schriftelijke reactie hierop van [Th.M. J] aan de officier van justitie d.d. 20 april 2004;

5. een (aanvullend) proces-verbaal opgemaakt door [L.M.J. V], brigadier van politie Verkeershandhavingteam, regio Limburg-Noord d.d. 7 april 2004;

6. een brief van [H.W.J. P], parketsecretaris, hierover aan dhr. [Th.M. J] d.d. 13 april 2004 met als kenmerk A-43158;

7. de schriftelijke reactie hierop van [Th.M. J] aan de officier van justitie d.d. 20 april 2004.

Met een begeleidend schrijven d.d. 6 mei 2004 heeft de griffier een afschrift van deze stukken aan [M] doen toekomen.

Op 12 mei 2004 heeft [M] pleitnotities met bijlagen ter griffie bezorgd, welke aan het dossier zijn toegevoegd.

Ter zitting hebben zowel de officier van justitie als [M] verklaard afschriften van alle stukken te hebben ontvangen.

Het ingestelde beroep is ontvankelijk.

[M] heeft in zijn beroepschrift, verder bepleit ter zitting, een aantal gronden voor beroep aangevoerd, die als volgt kunnen worden samengevat:

1. de beslissing van de officier van justitie is niet gemotiveerd;

2. de officier van justitie heeft gehandeld in strijd met de goede procesorde;

3. de door de officier van justitie opgeroepen deskundigen zijn niet onpartijdig;

4. de van de overtreding gemaakte foto is geen bewijsmiddel: de technische voorschriften zijn niet goed nageleefd en de controle-voorschriften zijn niet in acht genomen;

5. het proces-verbaal is onvoldoende specifiek;

6. de foto is in strijd met de regelgeving digitaal opgeslagen;

Verder heeft [M] verzocht om vergoeding van door hem gemaakte kosten.

De kantonrechter overweegt het navolgende:

Met betrekking tot grond 1:

[M] heeft allereerst aangevoerd dat de beslissing van de officier van justitie op zijn beroepschrift niet gemotiveerd is: er is gebruik gemaakt van een standaard tekstblok en er is niet ingegaan op de aangevoerde gronden.

De officier van justitie heeft daarover ter zitting betoogd dat het gebruik van een standaardmotivering niet inhoudt dat er geen acht is geslagen op door betrokkene aangevoerde argumenten. In casu acht de officier van justitie het standpunt van betrokkene voldoende onderzocht. Indien de kantonrechter van oordeel mocht zijn dat dat in het onderhavige geval niet is gebeurd, dan dient de kantonrechter zulks alsnog te doen.

De kantonrechter is van oordeel dat, indien de door de officier van justitie in zijn beschikking gehanteerde motivering al het motiveringsbeginsel zou schenden,

zulks in casu niet kan leiden tot een gegrondverklaring van het beroep. Een dergelijk motiveringsgebrek kan immers in de beschikking van de kantonrechter hersteld worden.

De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift zoals ingediend tegen de initiële sanctie niet dermate uitgebreid en gedetailleerd was, dat een uitgebreidere motivering geboden c.q. gewenst zou zijn geweest: [M] heeft namelijk in dat geschrift enkel gemeld dat niet zonder meer mag worden vertrouwd op een juiste snelheidsmeting door de politie,

daarbij verwijzend naar de hierna te noemen uitspraak van de kantonrechter te Roermond, zonder verdere motivering. [M] hanteert daarbij een onjuiste lezing van deze uitspraak (waarover meer).

Voor zover [M] stelt dat de beslissingen van de kantonrechter te Roermond d.d.

9 oktober 2003 en van de kantonrechter te Venlo d.d. 4 maart 2004 de officier van justitie noodzaakten zijn beslissing uitgebreid te motiveren, is de kantonrechter van oordeel dat deze beslissingen zien op het (aanvullend) motiveren door de officier van justitie in het kader van een mondelinge behandeling van het beroep in geval betrokkene een uitgebreid verweer voert, en niet doelen op een gebrek in de beschikking van de officier van justitie.

Met betrekking tot grond 2:

[M] heeft aangevoerd dat het beginsel van goede procesorde is geschonden omdat hij de hierboven vermelde aanvullende stukken te laat zou hebben ontvangen.

De officier van justitie is van mening dat het is toegestaan aanvullende stukken toe te voegen, dat deze als extra service aan betrokkene zijn gestuurd, alsook dat het betrokkene vrijstond om in verband daarmee een verzoek tot aanhouding te doen, hetgeen hij heeft nagelaten.

Gelet op de inhoud van deze stukken is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene door toezending daarvan kort voor de zittingsdatum niet in zijn verdediging is geschaad. Integendeel. Door het reeds op voorhand kennis kunnen nemen van de inhoud van deze stukken, kon hij voorbereid zijn op hetgeen zijdens het openbaar ministerie te horen deskundigen en verbalisanten (eventueel) ter zitting zouden verklaren. De kantonrechter ziet niet in waarom op een en ander geen acht zou moeten worden geslagen.

Daarbij komt dat [M] zelf heeft verklaard dat hij de aanvullende stukken heeft ontvangen op 8 mei 2004. Gelet op de periode tot aan de zitting (van 13 mei 2004) acht de kantonrechter zulks niet onredelijk kort, temeer daar de aanvullende stukken uiterst beperkt in omvang zijn.

[M] heeft zelf een pleitnota overgelegd de dag voor de zitting. Enige verplichting daartoe bestond niet. Voorzover hij in verband met die aanvullende stukken te weinig tijd heeft gehad voor het maken van deze nota, kan hij zulks niet tegenwerpen aan het Openbaar Ministerie.

Met betrekking tot grond 3:

[M] heeft betoogd dat de door het openbaar ministerie als deskundige opgeroepen heer [B], niet beschouwd kan worden als een onpartijdige deskundige als bedoeld in artikel 12 lid 5 WAHV, aangezien hij [M] heeft opgeleid en geëxamineerd als snelheidswaarnemer.

Ook ten aanzien van de heer [J] voornoemd heeft [M] de onpartijdigheid in twijfel getrokken door te stellen dat [J] belang heeft bij de voortzetting van het gebruik van Gatso-apparatuur door de politie.

De kantonrechter verwerpt de bezwaren van [M] tegen de opgeroepen deskundigen. Er is onvoldoende grond om aan te nemen dat de deskundigen partijdig zouden zijn c.q. in het nadeel van [M] zouden verklaren. Iemand die betrokken is bij de ontwikkeling en vervaardiging van de meetapparatuur is bij uitstek geschikt de werking daarvan uit te leggen. Juist in verband met zijn functie als opleider en examinator van snelheidswaarnemers is de deskundige [B] bij uitstek geschikt voor het geven van een toelichting in casu. Dat hij ook [M] heeft opgeleid en geëxamineerd maakt dat niet anders. Bovendien hebben de deskundigen feitelijk slechts de werking van de snelheidsmeting en de apparatuur uiteengezet en de door [M] in verband daarmee opgeworpen vragen beantwoord.

Met betrekking tot grond 4:

De van de gesanctioneerde gedraging gemaakte foto mag volgens [M] niet als bewijs gebruikt worden aangezien de gedraging niet volgens de voorschriften is geconstateerd: de apparatuur zou niet juist zijn opgesteld, hetgeen [M] afleidt uit het feit dat het kenteken en een deel van de achterkant van de auto niet op de juiste wijze doorsneden worden door de desbetreffende diagonaallijn van het sjabloon. De auto waarin de verbalisant zat ten tijde van de gesanctioneerde gedraging (de paarse auto met het kenteken [kentekennummer]) stond op een dermate grote afstand van de apparatuur dat de verbalisant deze niet constant goed heeft kunnen waarnemen.

De officier van justitie heeft ter zitting uitdrukkelijk aangegeven dat uit een nader proces-verbaal d.d. 10 mei 2004 van verbalisant [J.J. C] blijkt dat hij bij de betreffende radarsnelheidscontrole gebruikt heeft gemaakt van een (door hem nader in dat proces-verbaal genoemd) ander personenvoertuig dan de door [M] bedoelde auto. Hij verklaart daarin tevens op ambtsbelofte dat hij tijdens de controle constant toezicht heeft gehouden op de apparatuur.

De heren [B] en [J] hebben ter zitting uitgebreid aangegeven hoe het verkeersmeetmiddel -in casu de radar van het merk Gatso- werkt en gebruikt moet worden. Zij hebben de door [M] gestelde vragen en opgeworpen bezwaren afdoende weerlegd. De radar meet de snelheid en de camera registreert slechts. De foto zegt niets over de juistheid van de snelheidsmeting. Het sjabloon is enkel een hulpstuk in geval er meerdere auto's in dezelfde rijrichting, op de foto staan. Indien er, zoals in casu, sprake is van één voertuig hoeft het sjabloon niet gebruikt te worden aangezien er in dat geval zich geen storende omstandigheden hebben voorgedaan. Het juist opstellen van het verkeersmeetmiddel is doorslaggevend, niet de van de gedraging gemaakte foto.

Gelet op de verklaringen van de deskundigen alsmede de verklaringen van de verbalisant dat de apparatuur op de juiste wijze is geïnstalleerd, op de voorgeschreven wijze is gebruikt en daarop toezicht is gehouden, staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat de snelheid juist is gemeten.

Met betrekking tot grond 5:

De stelling van [M] dat het proces-verbaal van de verbalisant onvoldoende specifiek is, dient te worden gepasseerd. In beginsel is het enkele feit dat er van de zijde van een betrokkene een uitgebreide reactie op het opleggen van een sanctie volgt, geen grond voor het vragen aan de verbalisant van een uitgebreid aanvullend proces-verbaal.

In casu zijn door [M] geen feiten of omstandigheden aangevoerd welke een nadere uitgebreide reactie van de verbalisant zouden rechtvaardigen.

Met betrekking tot grond 6.

Anders dan [M] heeft gesteld, blijkt de van de onderhavige gedraging gemaakte foto op celluloid te zijn opgeslagen en digitaal te worden verwerkt. Zulks is niet in strijd met de geldende richtlijnen.

Concluderend is de kantonrechter van oordeel dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig betrokkene een kostenvergoeding als verzocht toe te kennen.

BESCHIKKENDE:

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. T.P.M. Pluymaekers, kantonrechter te Roermond, en ter openbare terechtzitting van 27 mei 2004 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

typ: MJP

coll:

Datum verzending:

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de onder de beschikking vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden, doch alleen indien:

a) de bij deze beslissing opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of

b) het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.

Het beroepschrift moet tijdig worden ingediend bij de rechtbank, sector kanton, locatie Roermond en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift om een zitting wordt gevraagd om uw standpunt mondeling toe te lichten.