Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2004:AO7594

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
07-04-2004
Datum publicatie
15-04-2004
Zaaknummer
54231 / HA ZA 03-142
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

aandelenlease met depôt

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 400
Burgerlijk Wetboek Boek 7 401
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2004, 435
JOR 2004/201
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak: 7 april 2004

V O N N I S

van de rechtbank Roermond

in de zaak van:

eisers:

1. [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats], [adres],

2. [eiseres sub 2],

wonende te [woonplaats], [adres],

procureur: mr. H.J.J.M. van der Bruggen;

tegen:

gedaagden:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SPAAR SELECT ROERMOND B.V.,

gevestigd te Roermond,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SPAAR SELECT LIMBURG B.V.,

gevestigd te Maastricht,

procureur: mr. J.H.M.H. Janssen.

Partijen worden (mede) aangeduid als:

eisers: [eisers];

gedaagde sub 1: Spaar Select

gedaagde sub 2: Spaar Select Limburg.

1. Inhoud van het procesdossier

Er wordt recht gedaan op de volgende processtukken:

- de dagvaarding met bijlagen van 5 februari 2003;

- de beide conclusies en het vonnis van 14 mei 2003 in het vrijwaringincident;

- de conclusie van antwoord met bijlagen;

- het vonnis van deze rechtbank van 30 juli 2003;

- de brief van 12 augustus 2003 met bijlagen zijdens [eisers];

- de brief van 15 augustus 2003 met bijlage zijdens [eisers];

- het proces-verbaal van comparitie van 12 september 2003;

- de conclusie van repliek met bijlagen tevens akte eiswijziging;

- het rolbericht van 12 november 2003, waarin gedaagden aangeven niet bij antwoordakte op de eiswijziging te willen reageren;

- de conclusie van dupliek.

2. Vaststaande feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende tussen partijen vaststaande feiten.

2.1 [eisers] en de naamloze vennootschap Bank Labouchere NV (hierna: de bank) hebben in 2000 een tweetal overeenkomsten gesloten.

2.2 De eerste is een zogenaamde "Allround Effect" aandelenlease-overeenkomst (hierna: de aandelenlease-overeenkomst), gedateerd 9 juni 2000. Deze houdt in, dat [eisers] een lening bij de bank zijn aangegaan waarbij het geleende bedrag in aandelen is belegd (in de vorm van een Labouchere AEX Plus Certificaat).

De looptijd van deze overeenkomst is twintig jaar. De overeenkomst kan na vijf jaar zonder annuleringskosten worden beëindigd onder betaling of verrekening van de restanthoofdsom.

De leasesom (bestaande uit de hoofdsom van € 51.062,92 en de rente over de gehele looptijd van € 79.625,72) bedraagt € 130.688,64 (ƒ 288.000,=) en moet in beginsel in 240 gelijke maandtermijnen van € 544,54 (ƒ1.200,=) worden voldaan.

Op de overeenkomst (bijlage 6 dagvaarding), die door eisers en namens de bank is ondertekend, staat - onder meer - het volgende, gedrukt, vermeld:

"Allround Effect Maandbetaling"

"1. Lessee least van de bank, gelijk deze aan lessee verleast, de hierna te noemen aandelen/effecten (..)"

"Omschrijving effecten: Labouchere AEX Plus Certificaat (..)"

Verder zijn ook de bovengenoemde bedragen, de looptijd en de mogelijkheid tot beëindiging na vijf jaar vermeld.

2.3 De tweede is een overeenkomst betreffende een depot aandelenlease (hierna: de depotovereenkomst). Deze is aangevraagd door [eisers] door middel van een aanvraagformulier gedateerd 18 april 2000. De depotovereenkomst houdt in, dat [eisers] € 27.226,81 (ƒ 60.000,=) zouden storten op een beleggingsrekening bij de bank. Dit bedrag zou vervolgens worden omgezet in participaties in het Global aandelenfonds van de bank. Vanuit dit depot zouden dan vervolgens de maandtermijnen van de aandelenlease worden voldaan door maandelijkse verkoop van een bepaald aantal participaties.

Op het aanvraagformulier staat onder meer het volgende (voorgedrukt tenzij anders aangegeven) vermeld:

"Aanvraagformulier Depot Aandelenlease"

"Gewenste storting", waarachter handgeschreven: "ƒ 60.000,="

"Global aandelenfonds", waarachter handgeschreven: "ƒ 60.000,="

"Ik ben ermee bekend dat Bank Labouchere direct na ontvangst van dit aanvraagformulier tot aankoop van de onderliggende waarden uit de leaseovereenkomst overgaat."

2.4 Beide overeenkomsten hangen inhoudelijk samen in die zin dat de depotovereenkomst is gericht op de maandelijkse termijnbetalingen voor de aandelenlease-overeenkomst. De beide overeenkomsten zijn echter niet noodzakelijkerwijze aan elkaar verbonden omdat een aandelenlease-overeenkomst ook kan worden gesloten zonder een daaraan verbonden depotovereenkomst.

2.5 De overeenkomsten tussen [eisers] en de bank zijn totstandgekomen door bemiddeling van medewerkers van Spaar Select. (In geschil is of zowel gedaagde sub 1 als gedaagde sub 2 als tussenpersoon heeft te gelden).

2.6 In de totstandkomingsfase van voornoemde overeenkomsten zijn - onder meer - de volgende handelingen verricht:

Nadat de eerste contacten waren gelegd, heeft op 13 maart 2000 een gesprek plaatsgevonden tijdens een bezoek aan [eisers] door [S. van H.] van Spaar Select Roermond BV (hierna: [Van H.]).

Een volgend bezoek van [Van H.] heeft plaatsgevonden op 22 maart 2000 waarbij het eerste schriftelijk advies van Spaar Select is besproken (bijlage 1 dagvaarding).

[eisers] hebben vervolgens medegedeeld niet in te stemmen met dit advies en hebben verklaard een AEX-spreiding te wensen in plaats van een belegging in een beperkter aantal bedrijven.

Het derde bezoek van [Van H.], ditmaal vergezeld van zijn collega [W.] (hierna: [W.]) heeft plaatsgevonden op 18 april 2000, waarbij het tweede schriftelijk advies is besproken (bijlage 2 dagvaarding) en waarbij het aanvraagformulier Depot Aandelenlease door [eisers] is ondertekend.

Tijdens een vierde bezoek van [W.] op 30 mei 2000 is een acceptatieformulier door [eisers] ondertekend, waarop enkele persoons- en financiële gegevens zijn ingevuld. [eisers] hebben tijdens dit bezoek verzocht om terstond tot actie over te gaan vanwege de lage AEX-stand op dat moment.

Bij brief van 5 juni 2000 heeft de bank [eisers] verzocht ƒ 60.000,= te storten voor het depot, waaraan [eisers] hebben voldaan.

De aandelenlease-overeenkomst is gedateerd 9 juni 2000.

2.7 Het op 22 maart 2000 besproken eerste advies (bijlage 1 dagvaarding) bevat onder meer het volgende.

Er wordt een berekening gegeven van de huidige en toekomstige maandlasten van [eisers]. Verder worden er twee wensen van [eisers] weergegeven, namelijk (1) het beschikken over een financiële reserve voor de studiekosten van de zoon van [eisers] en (2) een reserve om [eiser sub 1] in de gelegenheid te stellen eerder te stoppen met zijn onderwijswerkzaamheden.

Dan volgt een voorstel waarin sprake is van het oversluiten van de hypotheek en een tijdelijke benutting van de overwaarde van de woning door dit te gebruiken voor een depot waaruit maandelijks de inleg in het "Overwaarde Effect" kan worden voldaan. Dit laatste is een soort aandelenlease-overeenkomst.

De conclusie luidt:

"Door uw huidige hypotheek over te sluiten en een gedeelte van de overwaarde van uw woning te benutten realiseren we over 5 jaar een belasting vrij kapitaal van

ƒ 21.000,= waarmee u uw zoon kunt laten studeren. Weer 5 jaar later ontvangt u een belasting vrij kapitaal van ƒ 98.900,=. Dit kunt u dan gebruiken om uw hobby/werk mee te bekostigen."

2.8 Het op 18 april 2000 besproken tweede advies (bijlage 2 dagvaarding) bevat onder meer het volgende.

Er worden enkele persoonsgegevens vermeld, waarna opnieuw een berekening van de maandlasten en een opsomming van de twee wensen volgen.

Verder wordt ook hierin gesproken over het oversluiten van de hypotheek en de tijdelijke benutting van de overwaarde van de woning door daarmee een depot op te starten waaruit maandelijks de inleg in het Allround Effect zal worden gedaan. Het op te starten depot bedraagt ƒ 60.000,= en de maandelijkse inleg ƒ 1.200,=.

De tekst van de conclusie is gelijk aan die van het eerste advies met dien verstande dat de genoemde bedragen nu respectievelijk ƒ 25.000,= en ƒ 186.187,87 zijn.

2.9 Het depot is inmiddels leeg en uit het depot is een lager bedrag aan maandtermijnen voldaan dan [eisers] aanvankelijk hebben gestort. De oorzaak daarvan is dat de beurskoersen lopende het contract in belangrijke mate zijn gedaald, waardoor meermalen een relatief hoger aantal participaties diende te worden verkocht om daaruit de maandtermijnen te kunnen voldoen.

De aandelenlease-overeenkomst geldt nog.

3. Vordering en stellingen van [eisers]

[eisers] vorderen (uiteindelijk) gedaagden (hoofdelijk) te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 53.845,29, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding en de proceskosten.

[eisers] stellen daartoe - onder meer en kort samengevat - het volgende.

Beide gedaagden hebben als tussenpersoon te gelden omdat vanuit de Spaar Select organisatie niet duidelijk is gemaakt, welke rechtspersoon feitelijk is opgetreden.

Eisers hebben geen relevante ervaring met beleggen. Eisers was niet duidelijk dat de inleg in het depot zou worden belegd. Eisers zouden de overeenkomsten niet hebben gesloten als hen de constructie duidelijk was geweest.

Gedaagden hebben onzorgvuldig gehandeld, doordat:

- is verzuimd de financiële omstandigheden en wensen van [eisers] te inventariseren;

- een advies is gegeven dat niet spoort met de wensen van [eisers].

Gedaagden hebben nagelaten juist en volledig te informeren, doordat:

- onjuiste/misleidende informatie is verschaft over de toekomstige uitgaven van [eisers] en de opbrengsten van de beleggingen;

- niet duidelijk is aangegeven wat de aard en strekking van de producten zijn;

- niet is aangegeven hoe risicovol de betrokken producten zijn;

- geen duidelijke schriftelijke informatie is verstrekt anders dan de twee adviezen (bijlagen 1 en 2 dagvaarding);

- niet is voorzien in schriftelijke vastlegging van gemaakte afspraken.

[eisers] hebben hierdoor schade geleden, die gedaagden dienen te vergoeden.

4. Verweer van gedaagden

Gedaagden concluderen tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisers] in de vorderingen dan wel tot afwijzing van het gevorderde, met kostenveroordeling.

Gedaagden voeren daartoe het volgende verweer.

Spaar Select Limburg is geen partij, want zij is slechts houdstermaatschappij.

Spaar Select heeft toereikende informatie verstrekt en zorgvuldig gehandeld. Voor een tussenpersoon gelden op dit punt niet dezelfde eisen als voor de bank. [eisers] hebben relevante kennis van beleggen. [eisers] wisten wat aard en strekking van de aandelenlease en het depot zijn. Deze blijken reeds uit de tekst van de overeenkomst en het aanvraagformulier voor het depot. In dat laatste staat ook dat de inleg van ƒ60.000,= zou worden belegd in het Global aandelenfonds. [eisers] hebben bewuste keuzes gemaakt voor zowel aandelenlease als depot en hieromtrent ook specifieke wensen kenbaar gemaakt. Er zijn immers vier gesprekken geweest en [eisers] hebben voldoende bedenktijd gekregen. Op dit moment kan niet worden bepaald of er schade is aangezien de looptijd van het contract nog (lang) niet is afgelopen.

5. Beoordeling van het geschil

het beroep op artikel 111 Rv

5.1 Gedaagden hebben aangevoerd, dat [eisers] artikel 111, derde lid, Rv hebben geschonden door niet te voldoen aan de substantiëringsplicht en dat daaraan gevolgen dienen te worden verbonden.

De rechtbank deelt dit standpunt niet om twee redenen.

In de eerste plaats verwijzen gedaagden naar de inhoud van de brieven van Spaar Select van 12 oktober 2001 en 7 februari 2002. De daarin vervatte verweren zijn door [eisers] inderdaad niet in het lichaam van de dagvaarding opgenomen, maar beide brieven zijn wel als bijlagen bij de dagvaarding gevoegd. Weliswaar zou het op de weg van [eisers] hebben gelegen de bekende weren wel uitdrukkelijk in de dagvaarding op te nemen, maar voor zover daarin een schending van de substantiëringsplicht is gelegen, is deze niet zodanig ernstig dat daaraan rechtens gevolgen zouden moeten worden verbonden.

In de tweede plaats kan er ook gelet op het uitgebreide procesverloop na de conclusie van antwoord geen sprake meer zijn van het nu nog verbinden van gevolgen aan de gestelde schending van de substantiëringsplicht.

5.2 De beoordeling van het geschil zal plaatsvinden aan de hand van de vordering zoals deze is komen te luiden na de akte van [eisers] van 29 oktober 2003. Gedaagden hebben tegen de daarin opgenomen eisvermeerdering geen bezwaar gemaakt. Er is geen reden de eisvermeerdering ambtshalve buiten beschouwing te laten.

is Spaar Select Limburg B.V. partij?

5.3 In geschil is of Spaar Select Limburg B.V. (naast Spaar Select Roermond B.V.) als partij moet worden aangemerkt. De rechtbank is van oordeel, dat dit niet het geval is. De gronden hiervoor zijn de volgende.

Vaststaat dat Spaar Select Limburg een houdstermaatschappij is, waarin geen bemiddelings- of adviseringsactiviteiten plaatsvinden. Vaststaat verder dat [eisers] in de totstandkomingsfase contacten hebben onderhouden met [Van H.] en [W.], die waren verbonden aan Spaar Select Roermond B.V. [eisers] hebben ook ter comparitie verklaard dat door Spaar Select Roermond B.V. is bemiddeld bij de totstandkoming van de overeenkomsten. Gesteld noch gebleken is, dat er sprake is geweest van enige actieve bemoeienis van personen in dienst bij Spaar Select Limburg B.V. bij de totstandkoming van de overeenkomsten dan wel de daarop betrekking hebbende advisering. Uit deze feiten en omstandigheden - in onderling verband bezien - volgt dat Spaar Select Limburg B.V. niet als partij kan worden aangemerkt. De enkele omstandigheid dat in enkele gevallen is gecorrespondeerd op briefpapier van Spaar Select Limburg B.V. maakt dit niet anders en zeker niet waar deze correspondentie is gevoerd nadat de overeenkomsten waren gesloten.

Uit het vorenoverwogene volgt, dat de vordering tegen gedaagde sub 2 dient te worden afgewezen. In het navolgende zal nog slechts de vordering tegen gedaagde sub 1 worden besproken. De rechtbank herhaalt dat gedaagde sub 1 zal worden aangeduid als "Spaar Select".

de aard van de rechtsverhouding tussen [eisers] en Spaar Select

5.4 De rechtbank zal eerst ingaan op de vraag hoe de rechtsverhouding tussen [eisers] en Spaar Select moet worden gekwalificeerd vanwege het belang daarvan voor het te hanteren toetsingskader. De rechtbank is van oordeel, dat al hetgeen in de verhouding tussen [eisers] en Spaar Select is gebeurd - in deze procedure betreffende de verhouding tussen [eisers] en Spaar Select - dient te worden beschouwd in het licht van de tussen hen bestaande contractuele relatie uit hoofde van een overeenkomst van opdracht. Spaar Select diende derhalve bij haar werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen (art. 7:401 BW) en de beoordeling van de voorliggende vragen dient te worden geplaatst in de sleutel van het overeenkomstenrecht en niet (althans niet primair) in die van het leerstuk van de onrechtmatige daad.

De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende overwegingen.

Spaar Select heeft feitelijke handelingen verricht jegens [eisers] zoals het geven van adviezen en informatie, waaronder informatie over de producten van de bank Labouchere. Waar Spaar Select informatie over de producten van de bank Labouchere heeft gegeven, moeten deze handelingen - mede - worden gezien als handelingen ter uitvoering van de bemiddelingsovereenkomst tussen Spaar Select en bank Labouchere. Deze handelingen zouden jegens [eisers] kunnen gelden als feitelijke handelingen - wat relevant zou zijn voor het toepasselijke toetsingskader - als er niet ook een contractuele verhouding tussen [eisers] en Spaar Select zou zijn waaraan deze zouden kunnen worden gerelateerd. Zo'n contractuele verhouding is er naar het oordeel van de rechtbank echter wel. Spaar Select heeft jegens [eisers] namelijk ook handelingen verricht die niet als uitvoering van die bemiddelingsovereenkomst kunnen gelden, te weten het geven van financiële adviezen aan [eisers] en het geven van informatie over producten van andere banken, zoals van de ABN AMRO en Delta Lloyd. Laatstbedoelde handelingen moeten worden gezien als handelingen ter uitvoering van een tussen [eisers] en Spaar Select bestaande overeenkomst. Deze overeenkomst strekte ertoe dat Spaar Select bovengenoemde adviezen en informatie zou verstrekken aan [eisers]. Deze overeenkomst is een overeenkomst van opdracht. (De rechtbank merkt terzijde op dat is gesteld noch gebleken dat tussen [eisers] en Spaar Select loon is overeengekomen, zodat gelet op art. 7:425 BW reeds op die grond geen bemiddelingsovereenkomst tussen hen kan worden aangenomen). De rechtbank is van oordeel, dat de voorlichting over de producten van bank Labouchere aan [eisers] kan worden gezien als zowel een handeling ter uitvoering van de bemiddelingsovereenkomst tussen Spaar Select en de bank Labouchere als ter uitvoering van de overeenkomst van opdracht tussen Spaar Select en [eisers]. Het vorenoverwogene komt er dan op neer dat al hetgeen is gebeurd in de verhouding tussen [eisers] en Spaar Select moet worden gezien in het licht van de tussen hen bestaande overeenkomst van opdracht.

de mogelijkheid van schadevergoeding

5.5 De vordering en de stellingen van [eisers] richten zich tegen zowel de depotovereenkomst als de aandelenlease-overeenkomst. De vordering strekt tot schadevergoeding.

De rechtbank is van oordeel, dat van een veroordeling tot schadevergoeding in samenhang met de aandelenlease-overeenkomst geen sprake kan zijn, omdat deze nog geldt en nog een looptijd heeft van meer dan vijftien jaren, zodat zelfs niet bij benadering kan worden gezegd of er schade zal zijn laat staan hoeveel. De vordering dient dan ook te worden afgewezen voor zover deze betrekking heeft op de aandelenlease-overeenkomst. Dit betekent dat hetgeen partijen specifiek met betrekking tot de aandelenlease-overeenkomst naar voren hebben gebracht als niet langer terzake doende buiten beschouwing kan blijven.

Het depot is leeg. Dit betekent dat een eindsituatie is ontstaan, waarin in beginsel kan worden vastgesteld of er schade is en zo ja, of Spaar Select daarvoor aansprakelijk is en in welke mate. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

heeft Spaar Select haar zorg- en informatieplicht geschonden?

5.6 Spaar Select diende bij haar werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen (art. 7:401 BW). In geschil is de vraag of Spaar Select aan die eis heeft voldaan. [eisers] hebben gesteld, dat Spaar Select haar zorg-en informatieplicht heeft geschonden.

5.7 De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van het volgende.

Spaar Select is in contact gekomen met [eisers] en heeft hen vervolgens voorgelicht en geadviseerd over de mogelijkheden om op enigerlei wijze te beleggen met gebruikmaking van de overwaarde van hun woning.

Het door [eisers] aanvaarde advies van Spaar Select betrof een aandelenlease met een daaraan gekoppeld depot, waaruit de maandelijkse termijnen voor die aandelenlease zouden kunnen worden voldaan (hierna worden de aandelenlease en het depot gezamenlijk ook aangeduid als: de beleggingsconstructie). Uit de stukken blijkt dat [eisers] een bedrag van ƒ 60.000,= rechtstreeks konden aanwenden voor de gekozen beleggingsconstructie in die zin dat dit bedrag in het depot kon worden gestort. Anders gezegd: [eisers] hadden ƒ 60.000,= aan eigen middelen om mee te beleggen. Dit bedrag in het depot is omgezet in participaties in een aandelenfonds. Daarnaast was sprake van een geleast aandelenpakket met een (aanvangs)waarde van ƒ 112.527,87. Dit betekent dat [eisers] (in de aanvangssituatie) met een inleg aan eigen geld van ƒ 60.000,= een koersrisico gingen lopen over een bedrag van

ƒ 172.527,87. Dit is bijna het drievoudige van die eigen inleg. Reeds daardoor is sprake van een zeer risicovol product. De beleggingsconstructie is echter ook om een andere reden zeer risicovol. Doordat iedere maand een zeker aantal participaties uit het depot diende te worden verkocht om de maandtermijn voor de aandelenlease te kunnen voldoen, werden telkens in zoverre koersdalingen omgezet in werkelijke verliezen. Dit is anders bij de waarde van het geleasde aandelencertificaat: indien dit daalt kan het later weer stijgen, maar het koersverlies op verkochte participaties uit het depot is onherroepelijk. Dit betekent dat de depotconstructie bij koersdaling van het betrokken aandelenfonds leidt tot de noodzaak iedere maand een deel van het koersverlies werkelijk te nemen en dat kan er vervolgens toe leiden dat het depot versneld leegraakt. Dat heeft zich hier ook feitelijk voorgedaan: doordat maandelijks koersverliezen moesten worden genomen is sprake geweest van een snelle afname van de omvang van het depot en is uiteindelijk uit het depot voor een lagere waarde aan aflossingen voldaan dan door [eisers] was ingelegd.

[eisers] hebben terecht aangevoerd dat ook de omstandigheid dat is belegd met de overwaarde van het huis een risico inhoudt, aangezien deze overwaarde geen vast gegeven is. Voor [eisers] is dit een extra risicofactor die indirect samenhangt met de rechtstreeks aan de beleggingsconstructie verbonden risico's.

Voornoemde factoren maken de beleggingsconstructie zeer risicovol. Daarom had Spaar Select een meer dan gemiddelde plicht om [eisers] uitdrukkelijk te wijzen op de omvang van dit risico.

De betrokken beleggingsconstructie (het samenstel van aandelenlease en depot) is ingewikkeld. Spaar Select diende om die reden zorg te dragen voor adequate voorlichting over de werking van de constructie.

Voor de vraag hoever die plicht reikt is mede van belang wat het kennis- en ervaringsniveau van [eisers] terzake was. Vaststaat dat [eisers] enige relevante kennis van en ervaring met beleggen hebben. [eisers] hadden immers al (door erfopvolging verkregen) aandelen en [eiser sub 1] sprak naar eigen zeggen wel eens met collega's over aandelen en volgde beursontwikkelingen via het nos-journaal. Dat [eisers] enige kennis en ervaring hebben volgt ook uit de specifieke aanwijzingen die zij in de totstandkomingsfase van de betrokken overeenkomsten aan Spaar Select hebben gegeven. [eisers] hebben namelijk op 22 maart 2000 uitdrukkelijk om een AEX-spreiding gevraagd en op 30 mei 2000 om een onmiddellijke aankoop van de waarden in verband met de toen relatief lage stand van de AEX.

Samengevat komt het vorenoverwogene hierop neer, dat Spaar Select aan [eisers] inzicht diende te verschaffen in aard en risico van de beleggingsconstructie en er daarbij vanuit mocht gaan dat zij te maken hadden met particulieren, niet-professionele beleggers met enige kennis van beleggingen.

5.8 Heeft Spaar Select aan haar aldus omschreven zorg- en informatieplicht voldaan? [eisers] hebben gesteld dat Spaar Select op geen enkel moment informatie heeft gegeven over de achtergronden van de geadviseerde producten en evenmin over de daaraan verbonden risico's.

De rechtbank zal hieronder nagaan of en in hoeverre dit verwijt terecht is aan de hand van de verschillende (gestelde of gebleken) vormen van informatieverstrekking.

Vaststaat dat aan [eisers] door middel van een aantal stukken schriftelijke informatie is verstrekt. Het gaat daarbij om het aanvraagformulier voor het depot, de aandelenlease-overeenkomst en het acceptatieformulier. De rechtbank is van oordeel dat door het aanvraagformulier en de overeenkomst in een aantal opzichten relevante informatie is verstrekt. Het acceptatieformulier voegt in dit verband niets toe.

Uit het (ingevulde) aanvraagformulier voor het depot kan voldoende duidelijk worden afgeleid, dat er sprake zal zijn van een storting in het depot van ƒ 60.000,= en dat vanuit dit depot een maandelijkse storting zal plaatsvinden ten behoeve van de "Allround Effect"-aandelenlease-overeenkomst. De rechtbank is van oordeel dat uit dit formulier in onvoldoende mate blijkt dat het te storten bedrag van ƒ 60.000,= zal worden omgezet in participaties in een aandelenfonds en dat een deel daarvan maandelijks zal worden verkocht ten behoeve van de maandtermijn voor de aandelenlease-overeenkomst. Juist waar er sprake is van twee onderscheiden overeenkomsten (de depotovereenkomst en de aandelenlease-overeenkomst) is het onvoldoende om in het eerste stuk dat klanten zoals [eisers] onder ogen krijgen slechts op te nemen "Global aandelenfonds ƒ 60.000,=" omdat dit gemakkelijk tot misverstanden kan leiden. Dit risico op een onjuiste interpretatie wordt naar het oordeel van de rechtbank versterkt door de mededeling op het aanvraagformulier dat de bank direct na ontvangst van dit aanvraagformulier tot aankoop van de onderliggende waarden uit de lease-overeenkomst overgaat. Deze verwijzing naar de lease-overeenkomst kan immers verwarrend werken doordat ook de melding van het "global aandelenfonds" in dat licht kan worden gezien. Anders gezegd: de melding "global aandelenfonds" zou gemakkelijk kunnen worden betrokken op de aandelenlease-overeenkomst in plaats van op de depotovereenkomst.

De rechtbank is verder van oordeel dat uit de aandelenlease-overeenkomst zelf in voldoende mate blijkt, welke bedragen daarmee zijn gemoeid, dat met geleend geld wordt belegd en dat de looptijd 20 jaar is. Terzijde wordt opgemerkt, dat [eisers] ter comparitie heeft gesteld, dat hen duidelijk was dat een bedrag van ruim ƒ 112.000,= in aandelen zou worden belegd en dat zij daarover risico zouden lopen.

De rechtbank is van oordeel, dat uit vorenbedoelde stukken niets kan worden afgeleid omtrent de risico's van de betrokken producten behoudens dan het enkele feit dat in aandelen wordt belegd (wat uit de tekst blijkt). Dat dan koersrisico's worden gelopen is een feit van algemene bekendheid.

Kort samengevat is met bovengenoemde stukken onvoldoende inzicht gegeven in:

(a.) de werking van het depot en

(b.) de mate waarin risico werd gelopen met betrekking tot zowel het depot als de beleggingsconstructie als geheel.

Aan [eisers] zijn verder twee door Spaar Select opgestelde adviezen verstrekt. Deze zijn gemaakt op basis van de door [eisers] aan Spaar Select kenbaar gemaakte wensen betreffende de studie van hun zoon en het eerder stoppen met onderwijswerkzaamheden door [eiser sub 1]. De rechtbank is van oordeel dat bij dergelijke wensen in beginsel niet een zeer risicovolle wijze van beleggen past. Integendeel, gelet op de normaliter bij dergelijke basale wensen passende behoefte aan zekerheid zal in beginsel juist voor relatief veilige beleggingsmogelijkheden moeten worden geopteerd. Dat is evenwel geen absolute noodzaak, maar als bij dergelijke wensen wordt geadviseerd tot een zeer risicovolle beleggingsconstructie, moet wel uitdrukkelijk op de daaraan verbonden risico's worden gewezen. De beide adviezen aan [eisers] bevatten een dergelijke waarschuwing echter niet. De adviezen bevatten juist - alleen - positieve berekeningen, waarbij in stellige bewoordingen wordt aangegeven dat tegen lagere gemiddelde maandlasten tamelijk hoge opbrengsten over reeds 5 respectievelijk 10 jaar zullen worden gerealiseerd. Met "stellige bewoordingen" doelt de rechtbank op zinsneden zoals: "Door (…) een gedeelte van de overwaarde te benutten (…) realiseren we over 5 jaar (..) ƒ 25.000,= waarmee u uw zoon kunt laten studeren." Dergelijke formuleringen behelzen op geen enkele wijze een voorbehoud.

De rechtbank is van oordeel, dat deze adviezen nauwelijks inzicht geven in de aard van de gekozen constructie - die slechts kort wordt aangeduid - en volstrekt geen inzicht geven in de daaraan verbonden risico's.

Spaar Select heeft gesteld, dat [eisers] aan de hand van presentatiemappen zijn geïnformeerd over de producten. Gelet op de ontkenning daarvan door [eisers] acht de rechtbank deze enkele stelling van Spaar Select onvoldoende nu is gesteld noch gebleken wat de inhoud van de presentatiemappen is. De rechtbank zal deze stelling derhalve passeren.

Met betrekking tot mondeling verstrekte informatie heeft Spaar Select het volgende gesteld. [eisers] zijn (tijdens het eerste gesprek op 13 maart 2000) volledig op de hoogte gebracht van de voors en tegens van de betrokken financiële producten. De accountmanager van Spaar Select heeft uitleg gegeven alvorens [eisers] zijn overgegaan tot de ondertekening van het aanvraagformulier voor het depot. De aandelenlease-overeenkomst is volledig met [eisers] doorgenomen. [eisers] zijn gewezen op de risico's van beleggen met aandelen.

De rechtbank is van oordeel, dat deze stellingen in het licht van de stellingen van [eisers] en de vaststaande feiten onvoldoende zijn onderbouwd in die zin, dat daarmee niet althans onvoldoende uitdrukkelijk stelling is betrokken omtrent de vraag of Spaar Select [eisers] voldoende heeft geïnformeerd over (a.) de werking van het depot en (b.) de risico's die daaraan zijn verbonden. Daar komt bij dat Spaar Select bij dupliek (nr. 16) heeft gesteld, dat aan [eisers] duidelijk was dat de gestorte

ƒ 60.000,= zouden worden belegd in een effectenfonds omdat dit in het aanvraagformulier stond. Met deze stelling lijkt Spaar Select zelfs impliciet te stellen dat het feit dat zou worden belegd met de storting in het depot slechts bleek uit het aanvraagformulier, wat de betekenis van het feit dat Spaar Select niet uitdrukkelijk stelt dat er mondeling of schriftelijk door haar informatie daarover is verstrekt nog onderstreept.

De rechtbank zal ook deze stellingen van Spaar Select passeren als zijnde onvoldoende specifiek en onvoldoende onderbouwd.

Nu overigens is gesteld noch gebleken dat op andere dan de voornoemde wijzen door Spaar Select informatie aan [eisers] is verstrekt over aard en risico van de beleggingsconstructie, komt de rechtbank toe aan een slotwaardering van de vaststaande vormen van informatieverstrekking.

De rechtbank is van oordeel, dat Spaar Select onvoldoende inzicht heeft gegeven in de werking van het depot èn in de mate waarin daarmee risico werd gelopen. Spaar Select is daardoor jegens [eisers] toerekenbaar tekortgekomen en is in beginsel aansprakelijk voor de schade die [eisers] daardoor hebben geleden.

de omvang van de schade

5.9 De rechtbank komt vervolgens toe aan de vraag naar de omvang van de door [eisers] geleden schade als gevolg van de tekortkoming van Spaar Select. De tekortkoming bestaat uit het onvoldoende inzicht geven in de werking van het depot en de daaraan verbonden risico's. Als niet althans onvoldoende betwist staat vast, dat [eisers] de depotovereenkomst niet zouden hebben gesloten als zij zich bewust waren geweest van aard en risico daarvan. Dit zou een reële mogelijkheid zijn geweest aangezien de aandelenlease-overeenkomst ook zonder depot mogelijk was. Hieruit volgt, dat de schade van [eisers] bestaat uit het nadeel dat zij hebben geleden doordat zij een hoger bedrag in het depot hebben gestort dan daaruit aan rente en aflossing op de aandelenlease-overeenkomst is voldaan.

Het feitelijk in het depot gestorte bedrag heeft als uitgangspunt te gelden, omdat [eisers] dachten dat het gestorte bedag op een soort betaalrekening zou komen te staan waaruit de maandtermijnen zouden worden voldaan. [eisers] meenden juist niet dat het in het depot gestorte bedrag in aandelen zou worden belegd, zodat [eisers] ook niet hebben kunnen menen dat uit het depot een hoger bedrag zou kunnen worden aangewend voor de rente en aflossing van de aandelenlease-overeenkomst dan daarin was gestort. [eisers] hebben dat overigens ook niet gesteld.

Het verschil tussen het gestorte bedrag en het uit het depot voldane bedrag aan rente en aflossingen heeft als de schade te gelden, omdat dit bedrag de gerealiseerde koersverliezen weergeeft. Deze koersverliezen - telkens ontstaan bij de maandelijkse verkoop van het voor de betrokken termijn nodige aantal participaties in het aandelenfonds, waarvan de onderliggende waarden waren gedaald - zouden niet zijn gerealiseerd als [eisers] die rente en aflossing niet uit het depot zouden hebben voldaan.

Anders dan [eisers] is de rechtbank van oordeel, dat niet het gehele depotbedrag als schade kan worden aangemerkt. Dit standpunt van [eisers] gaat eraan voorbij dat uit het depot maandtermijnen zijn voldaan die uit andere middelen hadden moeten worden voldaan indien het depot er niet was geweest.

De vraag is vervolgens op welk bedrag dit nadeel moet worden vastgesteld. De rechtbank volgt daarbij de volgende benadering. [eisers] hebben onweersproken gesteld, dat zij nog 31 maandtermijnen op andere wijze dan uit het (inmiddels lege) depot moeten betalen alvorens de eerste vijf jaren van de looptijd zullen zijn verstreken. Daaruit volgt, dat uit het depot 60 min 31 = 29 maanden zijn voldaan. De maandtermijnen zijn vast en bedragen € 544,54. Als dit bedrag wordt vermenigvuldigd met 29 maanden dan blijkt, dat [eisers] uit het depot € 15.791,66 aan rente en aflossing hebben voldaan. De inleg in het depot was € 27.226,81 waaruit volgt dat [eisers] door de (uitvoering van de) depotovereenkomst een bedrag van € 11.435,15 zijn verloren. (Dit bedrag geeft dus weer het werkelijk geleden koersverlies als gevolg van de periodieke verkoop van telkens een aantal participaties in het - aan waardedaling onderhevige - aandelenfonds waarin de inleg van [eisers] was omgezet.)

Naast deze post zijn naar het oordeel van de rechtbank ook de gestelde schadeposten betreffende de hypotheek te duiden als schade voortvloeiende uit de tekortkoming betreffende de depotovereenkomst. De hypotheek was namelijk noodzakelijk voor het depot maar niet voor de aandelenlease-overeenkomst. Het gaat hier concreet om een bedrag van € 7.078,97 (de fiscaal niet-aftrekbare rente over de hypothecaire lening) en een bedrag van € 458,77 (kosten hypotheekakte).

De maandtermijnen die [eisers] nu uit andere middelen zullen moeten voldoen zijn geen schade. Het betreft namelijk gewoon de voldoening van verbintenissen uit de aandelenlease-overeenkomst, welke door de tekortkoming betreffende de depotovereenkomst niet worden geraakt.

De rechtbank is van oordeel dat de post kosten van rechtsbijstand als onvoldoende onderbouwd terzijde moet worden gesteld. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat die gevorderde kosten gedeeltelijk kosten zijn die normaliter zijn begrepen in de proceskostenveroordeling.

De in beginsel voor vergoeding in aanmerking komende schade kan aldus worden vastgesteld op € 18.972,89.

is sprake van eigen schuld als bedoeld in art. 6:101 BW?

5.10 De rechtbank komt vervolgens toe aan een beoordeling van het beroep door Spaar Select op eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 BW. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Vaststaat dat [eisers] via Spaar Select twee overeenkomsten hebben gesloten met de bank. [eisers] wisten dat daardoor zou worden belegd met geleend geld in aandelen en dat daaraan risico's waren verbonden. [eisers] wisten dat de aandelenlease en het depot niet hetzelfde waren maar twee feitelijk samenhangende producten waren. [eisers] wisten niet dat de storting in het depot zou worden belegd in een aandelenfonds en dat ook daarover koersrisico gelopen zou worden. [eisers] hebben een viertal gesprekken met medewerkers van Spaar Select gehad en hebben onder meer een aanvraagformulier voor het depot getekend. [eisers] hebben enige ervaring met en kennis van beleggen. [eisers] wensten te beleggen met geleend geld en met behulp van de overwaarde van hun woning. Gezien deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel, dat [eisers] ten onrechte hebben nagelaten om de precieze werking van het depot na te vragen. De tekst van het aanvraagformulier biedt weliswaar geen heldere uitleg over de werking van het depot maar vormt - juist ook daardoor - aanleiding tot het stellen van vragen daarover. Gesteld noch gebleken is dat [eisers] dit hebben gedaan. Hiervan kan [eisers] een verwijt worden gemaakt.

De rechtbank is van oordeel dat dit nalaten van [eisers] heeft bijgedragen aan de door hen geleden schade en dat de schade voor 50% door dit nalaten en voor 50% door de tekortkoming aan de zijde van Spaar Select is ontstaan.

De rechtbank is evenwel van oordeel, dat er een andere verdeling dient te worden vastgesteld omdat de billijkheid dat in dit geval eist. Het verwijt dat Spaar Select treft is namelijk ernstiger. Door zich als financiële tussenpersoon te presenteren en door een particulier financiële adviezen te geven manifesteert Spaar Select zich als een bedrijf dat een specifieke deskundigheid terzake bezit en dient zij deze pretentie ook waar te maken. In dit verband is relevant, dat zijdens Spaar Select ter comparitie is opgemerkt dat zij niet precies weet wat de bank doet na ontvangst van het aanvraagformulier voor het depot. Dit betekent dat Spaar Select niet op de hoogte is van de betekenis van de zinsnede op dat formulier, dat de bank na ontvangst daarvan overgaat tot aankoop van de onderliggende waarden uit de lease-overeenkomst. Dit (op zichzelf ondergeschikte) punt illustreert dat Spaar Select haar pretenties niet in alle opzichten kan waarmaken.

De rechtbank is op basis van het vorenoverwogene van oordeel, dat uiteindelijk Spaar Select 75 % van de schade van [eisers] heeft te dragen, dat wil zeggen: € 14.229,67.

samenvatting en afronding

5.11 Ten behoeve van de overzichtelijkheid vat de rechtbank het vorenstaande kort samen.

Spaar Select heeft financiële diensten verricht voor [eisers], waarbij zij de zorg van een goed opdrachtnemer diende te betrachten. [eisers] hebben op basis van de adviezen van Spaar Select twee overeenkomsten met de bank gesloten, waarmee een zeer risicovolle beleggingsconstructie is aangegaan. Spaar Select heeft [eisers] daarbij in onvoldoende mate gewezen op de werking van het depot (met name dat de storting daarin ook werd belegd) en de risico's (met name het koersrisico over een veelvoud van de feitelijke inleg van ƒ 60.000,= en het risico van het vroegtijdig leeglopen van het depot). Dat door de aandelenlease-overeenkomst werd belegd met geleend geld, met hoeveel geld en hoe lang, blijkt al voldoende uit de tekst van de overeenkomst zelf.

Spaar Select is aansprakelijk, maar [eisers] treft ook een verwijt omdat zij hebben verzuimd vragen te stellen terwijl daartoe wel aanleiding bestond. Dat mocht hier zeker worden verwacht omdat [eisers] enige kennis van en ervaring met beleggingen hebben.

5.12 De vorenstaande overwegingen kunnen de na te noemen beslissingen dragen. Hetgeen partijen overigens naar voren hebben gebracht kan als niet langer terzake doende buiten beschouwing worden gelaten.

Spaar Select zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

B E S L I S S I N G

De rechtbank:

wijst de vordering tegen Spaar Select Limburg B.V. af;

veroordeelt Spaar Select Roermond B.V. aan [eisers] te betalen € 14.229,67 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2003;

veroordeelt Spaar Select Roermond B.V. in de proceskosten van [eisers], welke kosten tot aan deze uitspraak - inclusief de kosten in het incident - worden begroot op:

€ 1.020,00 aan griffierechten,

€ 81,16 aan explootkosten en

€ 1.746,50 aan salaris ten behoeve van de procureur;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mrs. R.M.L.M. Magnée, R. Kluin en I.R.A. Timmermans - Vermeer en op de openbare civiele terechtzitting van 7 april 2004 uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Type: rk