Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2003:AI0664

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
30-07-2003
Datum publicatie
31-07-2003
Zaaknummer
04/610077-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

artikel 140 Wetboek van Strafrecht en artikel 82 Wet toezicht kredietwezen 1192

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ROERMOND

Parketnummer : 04/610077-01

uitspraak d.d. : 30 juli 2003

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de rechtbank Roermond, meervoudige economische kamer, in de zaak tegen:

naam : [verdachte]

voornamen : [voornamen verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 mei, 10, 13, 16, 18, 20, 23, 25, 26 en 30 juni, 2, 4, 7, 9 en 16 juli 2003.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 1996 tot en met 14 september 1999 in de gemeente Echt en/of elders in het arrondissement Roermond en/of in de gemeente Geleen en/of elders in het arrondissement Maastricht en/of in de

gemeente(n) Eersel en/of Eindhoven en/of elders in het arrondissement 's-Hertogenbosch en/of in het arrondissement Breda en/of elders in Nederland en/of in Maasmechelen en/of elders in België en/of in de stad Luxemburg en/of elders in Luxemburg en/of in Tortola, in elk geval op de Britse Maagdeneilanden, en/of elders in Groot-Brittannië heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit:

[verdachte] (verdachte) en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of een of meer andere (rechts)perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- het opzettelijk bedrijfsmatig op termijn opvorderbare gelden van het publiek aantrekken en/of ter beschikking verkrijgen en/of ter beschikking hebben en/of het opzettelijk in enigerlei vorm bemiddelen terzake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken en/of ter beschikking verkrijgen van op termijn opvorderbare gelden en/of

- het plegen van oplichting,

zulks terwijl hij, verdachte, oprichter en/of leider en/of bestuurder van die organisatie was;

(artikel 140 Wetboek van Strafrecht)

2.[rechtspersoon medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] in of omstreeks de periode van 1 juni 1996 tot en met 14 september 1999 in de gemeente Echt en/of elders in het arrondissement Roermond en/of in de gemeente Geleen en/of elders in het arrondissement Maastricht en/of in de gemeente Eindhoven en/of elders in het arrondissement 's-Hertogenbosch en/of in het arrondissement Breda en/of elders in Nederland en/of in Maasmechelen en/of elders in België en/of in de stad Luxemburg en/of elders in Luxemburg en/of in Tortola, in elk geval op de Britse Maagdeneilanden, en/of elders in Groot-Brittannië tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk bedrijfsmatig op termijn opvorderbare gelden van een of meer van de op de aangehechte en van deze tenlastelegging deel uitmakende lijst vermelde (rechts)perso(o)n(en) en/of een of meer andere (rechts)perso(o)n(en), in elk geval van het publiek, heeft/hebben aangetrokken en/of ter beschikking heeft/hebben verkregen en/of ter beschikking heeft/hebben gehad

en/of

opzettelijk in enigerlei vorm heeft/hebben bemiddeld terzake van het bedrijfsmatig van een of meer van de op voornoemde lijst vermelde (rechts)perso(o)n(en) en/of een of meer andere (rechts)perso(o)n(en), in elk geval van het publiek, aantrekken en/of ter beschikking verkrijgen van op termijn opvorderbare gelden,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven;

(De in deze tenlastelegging voorkomende termen en begrippen worden, voorzover daaraan in de Wet toezicht kredietwezen 1992 betekenis is gegeven, geacht in die betekenis te worden gebezigd.)

(artikel 82 Wet toezicht kredietwezen 1992 jº artikel 51, lid 2 sub 2, Wetboek van Strafrecht)

Althans indien terzake het vorenstaande onder 2 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 1996 tot en met 14 september 1999 in de gemeente Echt en/of elders in het arrondissement Roermond en/of in de gemeente Geleen en/of elders in het arrondissement Maastricht en/of in de

gemeente(n) Eersel en/of Eindhoven en/of elders in het arrondissement 's-Hertogenbosch en/of in het arrondissement Breda en/of elders in Nederland en/of in Maasmechelen en/of elders in België en/of in de stad Luxemburg en/of elders in Luxemburg en/of in Tortola, in elk geval op de Britse Maagdeneilanden, en/of elders in Groot-Brittannië tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk bedrijfsmatig op termijn opvorderbare gelden van een of meer van de op de aangehechte en van deze tenlastelegging deel uitmakende lijst vermelde (rechts)perso(o)n(en) en/of een of meer andere (rechts)perso(o)n(en), in elk geval van het publiek, heeft aangetrokken en/of ter beschikking heeft verkregen en/of ter beschikking heeft gehad

en/of

opzettelijk in enigerlei vorm heeft bemiddeld terzake van het bedrijfsmatig van een of meer van de op voornoemde lijst vermelde (rechts)perso(o)n(en) en/of een of meer andere (rechts)perso(o)n(en), in elk geval van het publiek, aantrekken en/of ter beschikking verkrijgen van op termijn opvorderbare gelden;

(De in deze tenlastelegging voorkomende termen en begrippen worden, voorzover daaraan in de Wet toezicht kredietwezen 1992 betekenis is gegeven, geacht in die betekenis te worden gebezigd.)

(artikel 82 Wet toezicht kredietwezen 1992)

Althans indien terzake al het vorenstaande onder 2 geen veroordeling zou volgen:

[medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] in of omstreeks de periode van 1 januari 1996 tot en met 14 september 1999, in de gemeente Echt en/of elders in het arrondissement Roermond en/of in de gemeente Geleen en/of elders in het arrondissement Maastricht en/of in de gemeente Eindhoven en/of elders in het arrondissement 's-Hertogenbosch en/of in het arrondissement Breda en/of elders in Nederland en/of in Maasmechelen en/of elders in België en/of in de stad Luxemburg en/of elders in Luxemburg en/of in Tortola, in elk geval op de Britse Maagdeneilanden, en/of elders in Groot-Brittannië tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk bedrijfsmatig op termijn opvorderbare gelden van een of meer van de op de aangehechte en van deze tenlastelegging deel uitmakende lijst vermelde (rechts)perso(o)n(en) en/of een of meer andere (rechts)perso(o)n(en), in elk geval van het publiek heeft/hebben aangetrokken en/of ter beschikking heeft/hebben verkregen en/of ter beschikking heeft/hebben gehad

en/of

opzettelijk in enigerlei vorm heeft/hebben bemiddeld terzake van het bedrijfsmatig van een of meer van de op voornoemde lijst vermelde (rechts)perso(o)n(en) en/of een of meer andere (rechts)perso(o)n(en), in elk geval van het publiek, aantrekken en/of ter beschikking verkrijgen van op termijn opvorderbare gelden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 1 juni 1996 tot en met 14 september 1999 in de gemeente Eersel en/of in de gemeente Eindhoven en/of in de gemeente Echt en/of in de gemeente Geleen en/of elders in Nederland en/of in Maasmechelen en/of elders in België en/of in de stad Luxemburg en/of elders in Luxemburg en/of in Tortola, in elk geval op de Britse Maagdeneilanden, en/of elders in Groot-Brittannië opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- [medeverdachte 4] en/of een of meer andere rechtsperso(o)n(en) te (doen) activeren en/of op te (doen) richten voor het aantrekken van gelden van het publiek, en/of

- zich formeel te verbinden met [medeverdachte 4] en/of een of meer andere rechtsperso(o)n(en) middels het ondertekenen van de Director Indemnity van die rechtsperso(o)n(en), en/of

- een (geantedateerde) volmacht van [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 10] op te stellen, en/of

- zijn derdenrekening beschikbaar te stellen voor, ondermeer, betalingen voor de druk en levering van waardecertificaten van [medeverdachte 4], en/of

- zijn derdenrekening te (laten) gebruiken als tussenrekening van door [medeverdachte 4] verstrekte leningen en/of als werkkapitaalrekening van [medeverdachte 4], en/of

- het verspreiden en/of publiekelijk maken van misleidende informatie met betrekking tot activiteiten van [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2].

(De in deze tenlastelegging voorkomende termen en begrippen worden, voorzover daaraan in de Wet toezicht kredietwezen 1992 betekenis is gegeven, geacht in die betekenis te worden gebezigd.)

(artikel 82 Wet toezicht kredietwezen 1992 jº artikel 48 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

3.1

Voorzover de raadsman betoogt dat het niet vermelden van art 1 lid1 sub 2 van de WED leidt tot nietigheid, faalt dit betoog omdat die vermelding niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven.

3.2

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding ook overigens aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

5.1 De rechtbank overweegt aangaande het recht op berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM het volgende.

5.1.1 De zaak tegen de verdachte hangt samen met tal van zaken tegen andere verdachten, waarin een buitengewoon omvangrijk onderzoek - waarin honderden getuigen zijn gehoord, honderden certificaten zijn onderzocht, vele rechtshulpverzoeken zijn uitgegaan en afgewikkeld, tienduizenden pagina's proces-verbaal zijn opgemaakt - heeft plaatsgevonden. De aanvankelijke verdenkingen, die op tal van strafbaarstellingen waren gegrond, hebben uiteindelijk geleid tot een tenlastelegging op grond van artikel 82 van de Wet toezicht kredietwezen 1992

(Wtk 1992). Deze omvang en complexiteit zijn mede debet aan de lange duur. De lange duur wordt eveneens verklaard doordat de rechtbank ambtshalve de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Roermond opdracht heeft gegeven tot het horen van getuigen die in gelijktijdig lopende strafzaken door de verdediging waren opgegeven.

5.1.2 De rechtbank zag en ziet in deze zaken geen andere uitweg dan gelijktijdige behandeling van alle zaken, gelet op de verdragsrechtelijke opdracht strafzaken binnen een redelijke termijn te behandelen. Achtereenvolgende behandeling - al of niet in verschillende kamers - is daarbij (nog daargelaten het arbitraire antwoord op de vraag wiens zaak het eerst en wiens zaak het laatst wordt behandeld ) een slechter alternatief. Er is wel degelijk sprake van maatschappelijk belang bij gelijktijdige behandeling, gelet op de ophef van deze zaak en het vertrouwen dat in de financiële wereld moet kunnen worden gesteld. Ook telt zwaar mee dat nagenoeg ieder van de honderden gevoegde benadeelde partijen de vordering instelt tegen meer dan een verdachte.

5.1.3 De rechtbank acht de termijn van berechting - gelet op de omvang van het aan verdachte verweten strafbare feit - evenwel met de verdediging zeer lang. De uitspraak in de strafzaak vindt plaats op 30 juli 2003, die in de ontnemingzaak

op 11 december 2003 of zoveel eerder als mogelijk. De rechtbank acht in het tijdsverloop gezien al het voorgaande geen grond voor niet-ontvankelijkheid.

5.2

De raadsman heeft gesteld dat de officier van justitie niet in de vervolging ten aanzien van beide ten laste gelegde feiten kan worden ontvangen. Het eerste ten laste gelegde feit, deelneming aan een criminele organisatie (artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht), consumeert het tweede ten laste gelegde feit, het opzettelijk overtreden van artikel 82 WTK 1992, volledig, doordat het tweede ten laste gelegde feit geheel opgaat in het eerste. Er is sprake van eendaadse samenloop.

De gestelde eendaadse samenloop regardeert de ontvankelijkheid van de officier van justitie niet. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat de strekking van de strafbepaling van artikel 82 WTK een geheel andere is dan die van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, zodat er reeds op die grond geen sprake is van eendaadse samenloop.

5.3

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn ook overigens geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Motivering van de beslissing

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aan [verdachte] verweten overtreding van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht en van artikel 82 Wet toezicht kredietwezen 1992 het volgende.

Een advocaat is in beginsel vrij in de wijze waarop hij de belangen van zijn cliënt(en) behartigt. Deze vrijheid kent beperkingen onder meer daar waar de advocaat strafrechtelijke grenzen overschrijdt. Dit is het geval bij het plegen, medeplegen, doen plegen of medeplichtigheid bij strafbare handelingen van de cliënt. Bij gebreke van directe uitvoeringshandelingen van de advocaat valt die grens tussen hetgeen advocatuurlijk geoorloofd en strafrechtelijk ongeoorloofd is, niet altijd even scherp aan te geven. Die grens is wel bereikt indien sprake is van doelbewust (door de bewijsmiddelen bewezen) handelen gericht op het plegen of ondersteunen van strafbare feiten. In dit verband zijn er de volgende door de bewijsmiddelen ondersteunde feiten en omstandigheden:

1 [verdachte] is sedert 23 jaren advocaat; [verdachte] is opgetreden als advocaat van [medeverdachte 3], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] (verder [medeverdachte 4] genaamd);

2 [verdachte] behoort - zeker als advocaat - op de hoogte te zijn van de Nederlandse wetgeving inzake het kredietwezen, althans op de mogelijkheid van het bestaan van dergelijke wetgeving;

3 [verdachte] was vanaf 27 september 1996 op de hoogte van de Belgische wetgeving inzake het kredietwezen; de Belgische wetgeving had [verdachte] ook op het spoor kunnen zetten dat soortgelijke wetgeving in Nederland bestond;

4 [verdachte] was - gelet op zijn ondertekening van de Director Indemnity - bestuurder van [medeverdachte 4] en meerdere van de in de tenlastelegging onder 1 genoemde buitenlandse rechtspersonen;

5 [verdachte] vervaardigt een concept-volmacht waarbij door [medeverdachte 4] volmacht wordt verleend aan [medeverdachte 10];

6 door [medeverdachte 4] zijn gelden aangetrokken;

7 verdachte [medeverdachte 11], V30/4, bladzijden 3 en 4 heeft [verdachte] na de waarschuwing van de STE éénmaal in het kantoor van [medeverdachte 1] gezien. [verdachte] heeft toen in aanwezigheid van [medeverdachte 1] gezegd dat [medeverdachte 1] volgens de letter van de wet te werk ging. [medeverdachte 1] liet een stuk zien, waarvan [verdachte] zei dat het een vergunning was.

8 de STE heeft in het dagblad Telegraaf tegen [medeverdachte 1] / [medeverdachte 4] gewaarschuwd, waarna [verdachte] een gesprek met de STE heeft gevoerd;

9 vanaf de derdenrekening van [verdachte] werden in opdracht van [medeverdachte 3] nota's inzake [medeverdachte 4] voldaan.

Deze feiten en omstandigheden wijzen technisch gezien op een meer dan advocatuurlijke betrokkenheid van [verdachte]. De bewijsmiddelen zijn echter onvoldoende om daaruit de overtuiging te bekomen dat [verdachte] met overschrijding van de advocatuurlijke grens, de hem ten laste gelegde feiten heeft gepleegd waarbij de rechtbank in het bijzonder let op de volgende omstandigheden:

- andere bestuurlijke handelingen dan de enkele ondertekening van de Director's Indemnity zijn niet bewezen;

- de opzet in het kader van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is onvoorwaardelijk opzet; voor het oogmerk is onvoldoende overtuigend bewijsmateriaal aanwezig;

- strafrechtelijke betrokkenheid bij het aantrekken van gelden kan onvoldoende overtuigend bewezen worden verklaard.

Daarom spreekt de rechtbank [verdachte] vrij van het hem tenlastegelegde.

8. De vorderingen van de benadeelde partijen

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het hem tenlastegelegde. Derhalve zullen de benadeelde partijen die zich in deze zaak hebben gevoegd, niet-ontvankelijk worden verklaard.

9. De maatregel op grond van artikel 8 WED

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het hem tenlastegelegde. Derhalve komt de rechtbank niet toe aan toepassing van artikel 8 WED.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart de gevoegde benadeelde partijen niet ontvankelijk in hun vordering;

bepaalt dat de gevoegde benadeelde partijen hun vordering kunnen aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Vonnis gewezen door mr. drs. O.M. de Lange, mr. J.H.J.M. Mertens-Steeghs en

mr. J.H. Klifman, van wie mr. drs. O.M. de Lange voorzitter, in tegenwoordigheid van

mr. M.J.H. van den Hombergh en J.A.H. Bicker als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 30 juli 2003.