Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2003:AF2874

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
15-01-2003
Datum publicatie
15-01-2003
Zaaknummer
50645 / HA ZA 02 - 413
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak: 15 januari 2003

V O N N I S

van de rechtbank Roermond

in de zaak van:

eiser:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

procureur mr. O.J.H.M. van Eijndhoven;

tegen:

gedaagde:

Waterschap Peel en Maasvallei,

gevestigd te 5921 AC Venlo, Drie Decembersingel 46,

procureur mr. H.J.J.M. van der Bruggen.

Partijen worden aangeduid als:

eiser: [eiser];

gedaagde: het waterschap.

1. Inhoud van het procesdossier

Er wordt recht gedaan op de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 12 juni 2002 met bijlagen;

- het vonnis van deze rechtbank van 27 juni 2002;

- de akte van [eiser];

- de conclusie van antwoord met bijlagen;

- het vonnis van deze rechtbank van 26 september 2002;

- het proces-verbaal van comparitie van 3 december 2002;

2. Vaststaande feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende tussen partijen vaststaande feiten.

2.1 [eiser] exploiteert een agrarisch bedrijf te [woonplaats], gemeente [woonplaats]. In augustus 1999 heeft [eiser] op één van zijn percelen aardbeienplanten van twee verschillende gewassen, te weten Elsanta en Corona, aangeplant. Dit perceel is kadastraal bekend als gemeente [woonplaats], sectie R, nr. 151. Begin juni 2000 hing er een goede oogst aan deze planten.

2.2 Het Waterschap is verantwoordelijk voor de waterstaatkundige infrastructuur c.q. de waterhuishouding in het gebied waar de heer [eiser] zijn agrarisch bedrijf exploiteert.

2.3. De afwatering van de percelen van de heer [eiser] dient plaats te vinden via de [K-beek], een waterafvoersloot belandend aan de noordzijde van het perceel van de heer [eiser]. De [K-beek] is een primaire watergang welke op de legger van het gebied rond de percelen van de heer [eiser] voorkomt.

2.4 In de loop van zaterdag 3 juni 2000 en zondag 4 juni 2000 viel er ter plekke 56,6 mm neerslag. Bij enkele plaatselijke boeren is zelfs 76 mm neerslag gemeten. Een dergelijke neerslag in een nacht binnen circa 12 uur wordt slechts eenmaal in meer dan 10 jaar gemeten. De waterafvoersloten welke het water hadden moeten afvoeren richting Gennep en vervolgens richting de Maas liepen vol en het perceel van de heer [eiser], waarop de aardbeien geplant waren, liep onder niet door het overlopen van de beek maar omdat de grond de hoeveelheid water niet kon afvoeren.

2.5 Met behulp van een pomp, gehuurd van een collega-agrariër, heeft [eiser] daarom die zondag (en de daarop volgende dagen) gepoogd het water te verwijderen van het perceel.

Omdat het pompen niet het beoogde effect had heeft [eiser] maandagochtend 5 juni 2000, rond een uur of negen, het Waterschap verwittigd. Daarop is iemand van het Waterschap, de heer N. [V.], diezelfde dag nog polshoogte komen nemen. [eiser] heeft het Waterschap toen verzocht de [K-beek] te vegen en mee te pompen om het water weg te krijgen.

2.6 In de nacht van maandag 5 op dinsdag 6 juni 2000 is nog eens 11 mm neerslag gevallen. Plaatselijk is zelfs 22 mm neerslag gemeten.

2.7 Het land van [eiser] is niet geïnundeerd vanuit de [K-beek]. Het hemelwater bleef op zijn land staan.

3. Vordering en stellingen van [eiser]

[eiser] vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het waterschap te veroordelen tot vergoeding van de schade van [eiser] ad € 16.284,54, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening, alsmede het waterschap te veroordelen in de kosten van de procedure.

[eiser] stelt daartoe het volgende.

3.1 Het Waterschap weigerde mee te pompen omdat dat naar haar mening zinloos was. Het pompen had echter als belangrijk effect dat de aardbeienplanten niet geheel onder water zouden staan, waardoor de planten de wateroverlast langer zouden kunnen doorstaan.

3.2 Op het verzoek aan het Waterschap van [eiser] op 5 juni 2000 de [K-beek] te vegen, is door het Waterschap niet adequaat gereageerd. Pas op 7 juni 2000 heeft het Waterschap de [K-beek] ter hoogte van het perceel van [eiser] geveegd. Na het vegen van de waterafvoersloot stroomde het water snel weg, waardoor het perceel met de aardbeienplanten droog kwam te staan. De aardbeiplanten hadden echter reeds te lang onder water gestaan en teveel geleden. Zowel de planten als de daaraan hangende oogst is verloren gegaan. [eiser] heeft daardoor, inclusief de door hem gemaakte kosten bij pogingen de schade te verminderen, een schade geleden welke door de verzekeraar van het waterschap ingeschakelde expert begroot wordt op € 16.284,54.

3.3 De zorgplicht van het Waterschap valt uiteen in twee elementen; de algemene zorgplicht en de specifieke zorgplicht. [eiser] is van mening dat het Waterschap onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 6:162 BW omdat het tekort is geschoten in het naleven de specifieke zorgplicht welke het Waterschap jegens hem heeft.

3.4 De specifieke zorgplicht van het Waterschap bestaat hierin dat wanneer een ingeland bij hem een klacht indient het waterschap adequaat dient te reageren op de klacht. Dit doet het Waterschap door naar aanleiding van die klacht een onderzoek in te stellen en zo nodig, afhankelijk van de uitkomst van dit onderzoek, de noodzakelijke en mogelijke maatregelen te treffen.

3.5 Indien een ingeland klaagt bij het Waterschap over wateroverlast dient het waterschap niet enkel tijdig een onderzoek in te stellen, hetgeen hij in de onderhavige situatie heeft gedaan. Het Waterschap dient tevens adequaat te handelen naar aanleiding van de bevindingen van dat onderzoek.

3.6 De waterafvoercapaciteit van de [K-beek] was ernstig beperkt doordat de [K-beek] nog niet geveegd was. Met name door de dichte begroeiing ter hoogte van de duikers in de Waterafvoersloot werd de waterafvoercapaciteit van de sloot sterk beperkt. Tot de noodzakelijke en mogelijke maatregelen behoort dan ook het zo snel mogelijk vegen van deze waterafvoersloot. [eiser] was zelf reeds tot die conclusie gekomen en heeft daarom op 5 juni aan de vertegenwoordiger van het Waterschap verzocht de sloot te vegen. Indien het Waterschap adequater had gereageerd op dat verzoek van [eiser] door reeds op 5 juni 2000 of op de vroege ochtend van 6 juni 2000 de [K-beek] ter hoogte van het perceel van [eiser] te vegen, hadden de aardbeienplanten van [eiser] minder lang onder water gestaan en had het grootste gedeelte van de aardbeienplanten, zo niet alle aardbeienplanten, de wateroverlast goed doorstaan. In plaats daarvan begon het Waterschap twee kilometer verderop te maaien, waarbij slechts twee veegmachines werden ingezet.

3.7 Het Waterschap heeft niet enkel niet adequaat gereageerd op het verzoek van de heer [eiser] om te vegen, het Waterschap heeft mede geweigerd mee te pompen. Wellicht had het pompen inderdaad niet geleid tot het compleet droog krijgen van het perceel, het had wel degelijk bewerkstelligd dat het waterpeil dusdanig was gezakt dat de aardbeienplanten langer de wateroverlast hadden kunnen weerstaan. Verbazingwekkend genoeg heeft het Waterschap wel gepompt bij de [B-beek], waar de wateroverlast op de aangrenzende percelen niet zo ernstig was als bij de percelen grenzend aan de [K-beek].

4. Verweer van het waterschap

Het waterschap concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in de vorderingen dan wel tot afwijzing van het gevorderde, met kostenveroordeling.

Het waterschap voert daartoe het volgende verweer.

4.1 Het waterschap Peel en Maasvallei beheert de openbare waterlopen in het gebied dat zich uitstrekt van Mook-Middelaar tot de noordgrens van Roermond. Het waterschap is ontstaan uit een fusie van diverse kleine waterschappen. Het waterschap kent een onderhoudsplan. In dat plan staat omschreven welke lossingen op welk moment, hoe vaak, op welke manier (bv. eenmaal de bodem en tweemaal het talud per jaar) gemaaid worden. Op grond van het onderhoudsplan was de [K-beek] ten zuiden (benedenstrooms) van de A77 al gemaaid. De rest van de [K-beek] zou volgens plan eind juni gemaaid worden. De begroeiing was echter op het moment van de wateroverlast niet extreem te noemen.

4.2 Het waterschap heeft op zondagochtend al meldingen van wateroverlast ontvangen uit het betreffende gebied. Naar aanleiding daarvan is door medewerkers poolshoogte genomen en op grond van de bevindingen is op maandagochtend meteen aan de slag gegaan. Dit stond los van de melding van [eiser], die op maandagochtend binnenkwam.

4.3 Het maaien of vegen van een sloot houdt in dat de begroeiing op het talud en de bodem van een sloot wordt afgemaaid en wordt verwijderd. Er moet altijd benedenstrooms begonnen worden: indien bovenstrooms wordt begonnen met maaien zullen zich benedenstrooms problemen voordoen in de vorm van overstromingen. Het was dus niet mogelijk om ter hoogte van het perceel van [eiser] te beginnen met maaien. We zijn bij de A77 begonnen. De afstand van dat punt tot aan het perceel van [eiser] bedraagt 6,5 km. Er kon daar slechts met 1 machine gewerkt worden. Bovendien werd er gewerkt met een rupskraan met maaikorf. Deze machine is niet erg snel, maar vanwege de omstandigheden kon dat niet anders.

4.4 Indien er sprake zou zijn geweest van een genoegzame infrastructuur op het perceel van [eiser] dan had er niet gewerkt hoeven te worden met giertonnen. Van een zodanige infrastructuur was echter geen sprake. Het perceel van [eiser] waterde dan ook niet bovengronds af op de [K-beek].

Er was nog ruimte in de [K-beek]. De stellingen van [eiser] ten aanzien van het waterpeil in de beek ten tijde van de wateroverlast worden dan ook uitdrukkelijk weersproken.

4.4 Het waterschap heeft geen materiaal om te pompen. Bovendien ziet de taak van het waterschap alleen op het onderhoud van de openbare wateren, niet op die van de detailontwatering op gronden van de ingelanden: iedere partij heeft daarin zijn eigen taak. Dat zou anders zijn geweest indien er sprake zou zijn geweest van inundatie, maar daar was geen sprake van: de [K-beek] stroomde niet over. Als iemand geen maatregelen neemt tegen wateroverlast in de zin van een afdoende infrastructuur, dan kan vervolgens niet het waterschap aansprakelijk worden gesteld voor de wateroverlast die het gevolg is van het ontbreken van die infrastructuur.

4.5 Het perceel van [eiser] bestaat uit leemhoudende grond. Bovendien ligt het op relatief grote afstand van de [K-beek]. Er zou dan ook sprake zijn van een natuurwonder zijn indien het perceel van [eiser] enkel door het maaien van de beek binnen enkele uren droog zou zijn. Het water moet in de grond zakken en vervolgens in de grond wegstromen naar de beek.

4.6 Het waterschap stelt dat het zijn specifieke zorgplicht niet heeft geschonden en dat zij adequaat heeft gereageerd op de wateroverlast. Het onderhoudstraject is gevolgd en waar nodig is het onderhoud zo snel mogelijk naar voren gehaald.

5. Beoordeling van het geschil

5.1 In deze zaak wordt het waterschap aansprakelijk gesteld voor schade aan het gewas van [eiser] omdat het hemelwater dat op het land van [eiser] was neergekomen niet benedengronds afstroomde naar de [K-beek]. [eiser] heeft dit gemeld aan het waterschap. Volgens [eiser] heeft het waterschap niet adequaat gereageerd op zijn bevindingen met name door niet mee te helpen met pompen en door niet de [K-beek] terstond langs het land van [eiser] te schonen.

5.2 Het waterschap dient op een klacht adequaat ter reageren door naar aanleiding daarvan een onderzoek in te stellen en, zo nodig, afhankelijk van de uitkomst daarvan, de noodzakelijke en mogelijke maatregelen te treffen. Het waterschap zal zelf mogen uitmaken hoe het aan zijn zorgplicht voldoet. Het is aan de rechter om te beoordelen of deze zorg voldoende was.

5.3 Reeds eerder op klachten van andere agrariërs doch ook op de klacht van [eiser] heeft het waterschap gereageerd door naar aanleiding daarvan een onderzoek in te stellen. Het gaat in deze om de zorg die het waterschap naar aanleiding van het onderzoek heeft betracht.

5.4 In het onderhoudsplan van het waterschap is de [K-beek] opgenomen in die zin dat deze beek benedenstrooms ten zuiden van de A77 reeds was gemaaid en dat deze beek bovenstrooms langs het land van [eiser] eind juni volgens plan gemaaid zou worden. Inmiddels heeft de hevige regenval plaatsgevonden. Het maaien van de [K-beek] bovenstrooms heeft het waterschap onmiddellijk ter hand genomen na de klachten onderzocht te hebben. Dit maaien gebeurde en moest gebeuren tegen de stroom in, zodat het maaien in feite aanving bij de A77 en vervolgens stroomopwaarts in de richting van het land van [eiser]. Op 7 juni 200 heeft het waterschap het perceel van [eiser] bereikt. Inmiddels had het waterschap ook een tweede veegmachine ingezet.

5.5 De rechtbank is van oordeel dat het waterschap aan zijn zorgplicht heeft voldaan en dat de opmerkingen daartegen van [eiser] daaraan niet afdoen. Volgens [eiser] had het waterschap moeten helpen met het wegpompen van het hemelwater. Dit is evenwel geen taak van het waterschap als niet vallend binnen zijn zorg voor de waterlopen. De eigenaar van een perceel -hier: [eiser]- had zelf moeten zorgen voor een zodanige infrastructuur van zijn perceel dat het water goed kon afstromen. Voorts verwijt [eiser] dat het waterschap niet direct bij zijn perceel de [K-beek] is gaan maaien. Ook dit verwijt is niet terecht nu het waterschap duidelijk heeft gemaakt dat stroomopwaarts gemaaid moest worden en dus niet bij het perceel van [eiser] begonnen kon worden. Integendeel dit zou de problemen wellicht vergroot hebben.

5.6 De rechtbank is derhalve van oordeel dat de vordering van [eiser] moet worden afgewezen.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

B E S L I S S I N G

De rechtbank:

wijst af de vordering van [eiser];

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van het waterschap, welke kosten tot aan deze uitspraak worden begroot op:

€ 310,00 aan griffierechten,

€ 780,00 aan salaris ten behoeve van de procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor wat de kostenveroordeling betreft.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.M. Schrickx en op de openbare civiele terechtzitting van 15 januari 2003 uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Type: as