Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2002:AF2839

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
02-12-2002
Datum publicatie
13-01-2003
Zaaknummer
050167.01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/050167-01

Uitspraak d.d. : 02 december 2002

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [verdachte]

voornamen : [verdachte]

Geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [adres]

Thans gedetineerd in PI Midden Holland, HvB Haarlem, Harmenjansweg 4, Haarlem.

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 16 april 2002 en 18 november 2002.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1. hij op of omstreeks 23 februari 2001 in de gemeente Weert tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1185 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA (3,4- methyleendioxymethamfetamine) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(art. 2 Opiumwet)

2. hij op of omstreeks 23 februari 2001 in de gemeente Weert tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een vuurwapen van categorie III onder 1°, te weten een pistool (merk H.S. kaliber 9 mm), en/of munitie van categorie III, te weten elf, in elk geval een aantal patronen, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(art. 26 Wet wapens en munitie)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsvrouw heeft een beroep op niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie gedaan, omdat naar haar oordeel onvoldoende verdenking bestond om tot aanhouding van verdachte over te gaan.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

De rechter-commissaris heeft ten tijde van de toetsing van de inverzekeringstelling mede geoordeeld over de tegen verdachte aanwezige verdenking dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechter-commissaris heeft geoordeeld dat de inverzekeringstelling niet onrechtmatig is. Hiertegen staat geen hogere voorziening open. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken zou op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting opnieuw of alsnog beroep zou kunnen worden gedaan op verzuimen bij de aanhouding en inverzekeringstelling die aan de rechter-commissaris zijn of hadden kunnen worden voorgelegd.

Ten overvloede wijst de rechtbank er op dat uit de navolgende feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden voortvloeit dat de personen in bungalow 285 zich hebben schuldig gemaakt aan de inbraak bij Kwik-Fit.

- Op woensdag 21 februari 2001 melden zich, blijkens de verklaring van de aangever [naam aangever] van Kwik-Fit (blz 47-49) een drietal personen bij Kwik-Fit. Omdat hij de drie personen niet vertrouwt, schrijft hij het kenteken van de door hen bestuurde auto, zijnde, [kentekennummer], op.

- Na de inbraak bij Kwik-Fit op 23 februari 2001, waarbij een gat in de kluis is geslepen, heeft aangever dit kenteken aan de politie doorgegeven.

- Diezelfde nacht, 23 feruari 2001, deelt de beveiligingsbeambte [naam beveiligingsbeambte] (blz 41-42) aan de politie mede dat hij een tweetal manspersonen bij een auto met kenteken [kentekennummer] heeft zien staan, welke zich zeer verdacht en zeer nerveus gedroegen. [naam beveiligingsbeambte] heeft die mannen aangesproken. Een van hen zei dat zij in bungalow 285 verbleven.

- De verbalisanten zien in de Opel Omega met kenteken [kentekennummer] op de vloer bij de bijrijderstoel een verlengkabel, een paar werkhandschoenen en een slijptol danwel slijpschijf liggen. Zij zien tevens dat de schijf op de slijptol gebruikt is. Op de achterbank zien zij nog een zaklamp liggen.

De raadsvrouw heeft voorts een beroep op niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie gedaan, omdat naar haar oordeel in bungalow 285 een doorzoeking heeft plaatsgevonden, zonder dat de politie in het bezit was van de daartoe vereiste machtiging.

De rechtbank verwerpt ook dit verweer.

Aangezien ter zitting niet is komen vast te staan dat er sprake is van een doelbewuste en grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte acht de rechtbank geen termen aanwezig de officier van justitie niet ontvankelijk te verklaren.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewezenverklaring

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte sub 1 is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het sub 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Ten aanzien van feit 2:

hij op 23 februari 2001 in de gemeente Weert een vuurwapen van categorie III onder 1°, te weten een pistool (merk H.S. kaliber 9 mm), en munitie van categorie III, te weten elf patronen, voorhanden heeft gehad;

8. Het bewijs

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

Het genoemde geschrift is slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

8.1 De bewijsmiddelen

Voor zover het vonnis is uitgewerkt, staan de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen vermeld in de alsdan aan het vonnis gehechte aanvulling als bedoeld in de artikelen 365a en 365b van het Wetboek van Strafvordering.

8.2 Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Naar het oordeel van de rechtbank is de wijze waarop de verbalisanten in de woning hebben gezocht naar inbeslag te nemen voorwerpen aan te merken als doorzoeken en dient betreffende handelswijze van de verbalisanten derhalve als doorzoeking te worden gekwalificeerd.

Artikel 96, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een opsporingsambtenaar in afwachting van de rechter-commissaris of ambtenaar die bevoegd is ter inbeslagneming de plaats te doorzoeken, maatregelen kan nemen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om wegmaking, onbruikbaarmaking, onklaarmaking, of beschadiging van voor inbeslagneming vatbare voorwerpen te voorkomen. In casu zijn tussen enerzijds de opsporingsambtenaren en anderzijds de security van het bungalowpark Weerterbergen concrete afspraken te dier zake gemaakt, inhoudende dat de bungalow zou worden afgesloten en dat deze niet zou worden gereinigd, ter uitvoering waarvan de bungalow is afgesloten en een mededeling aan de deur werd bevestigd.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze maatregelen te beschouwen als maatregelen in de zin van artikel 96, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Uit de stukken en uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de rechter-commissaris de doorzoeking niet zelf heeft uitgevoerd, noch de officier van justitie heeft gemachtigd de bungalow te doorzoeken, laat staan dat is gebleken dat de officier van justitie enige hulpofficier van justitie heeft gemachtigd de doorzoeking uit te voeren.

Mitsdien is de doorzoeking onrechtmatig geschied.

Het bewijsmateriaal dat tijdens de doorzoeking inbeslaggenomen is, dient voor het bewijs te worden uitgesloten.

De vraag of de ingevolge artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering "bevroren" situatie is blijven voortbestaan, danwel ten onrechte eigenmachtig door de politie is beëindigd doet niet af aan de rechtmatigheid van het vervolgens aantreffen van goederen door een derde, niet-opsporingsambtenaar, en de overdracht van die goederen aan de politie.

Mitsdien is in de onderhavige zaak het aantreffen en overdragen van het wapen aan de politie rechtmatig geschied.

9. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende misdrijven:

Ten aanzien van feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

De misdrijven zijn strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

10. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

11. De straffen en/of maatregelen

11.1 De algemene overwegingen

Op grond van de aard van het bewezenverklaarde, alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte na te melden straf en maatregel behoren te worden opgelegd.

11.2 De bijzondere overwegingen

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 18 november 2002 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van feit 2 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 3 maanden, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat nu zij voor beide feiten vrijspraak heeft bepleit geen reden is om een straf op te leggen.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging meer in het bijzonder enerzijds rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede met het belang van een juiste normhandhaving;

en anderzijds met:

- de omstandigheid dat de verdachte blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister niet eerder ter zake van overtreding van de Wet wapens en munitie is veroordeeld;

- de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die zijn vermeld in het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, unit Haarlem d.d. 5 juli 2001 en het daarin vermelde advies, en zoals die overigens zijn gebleken tijdens het onderzoek ter terechtzitting.

De rechtbank is van oordeel dat met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf dan de hierna vermelde vrijheidsstraf.

11.3 Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten:

1 Pistool, Kleur:zwart, HS 9MM Serienr.: 85413, houder in pistool aanwezig,

dient te worden onttrokken aan het verkeer.

Genoemd voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien met betrekking tot dat voorwerp het feit is begaan, terwijl dat voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

11.4 Teruggave

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer in beslag genomen is:

1 Personenauto [kentekennummer] OPEL Omega

1 Handschoen, SW SPORTS, opschrift: Thinsulate

1Jas Kl:zwart, leder

1 Jas, Kl:bruin, winter

Geld buitenlands, 1 plastic zak AH inhoudende 274 DM aan kleingeld

Geld buitenlands, 1 plastic zak GRAN DORADO inh.262 DM kleingeld

1 Zak, Kl:bruin, jute

Geld Nederlands (3 x f.100,-- / 5 x f. 25,-- / 5 x f.10,--)

Geld buitenlands (1 x DM 100,-- / 1 x DM 50,--)

Geld Nederlands (2 x f.100,-- / 1 x f.25,--)

Geld buitenlands (2xDM 50,--/3xDM 20,--/1xDM 10,--)

Geld Nederlands (3 x f.25,-- / 1 x f.50,--)

1 Handschoen Kl:geel, werkhandschoen

1 Trainingsbroek Kl:zwart, NIKE

1 Zak plastic

1 Telefoontoestel Kl:grijs, MOTOROLA

1 Telefoontoestel Kl:blauw ERICSSON T10S

1 Telefoontoestel Kl:zwart SIEMENS C35

1 Zak Kl:wit, plastic

1 Weegschaal Kl:zwart TANITA;

Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze voorwerpen te worden teruggegeven aan degene(n) aan wie deze toebehoren.

12. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 36b, 36c, 57, 91

Wet wapens en munitie art. 26, 55

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het sub 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het sub 2 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte terzake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3 maanden;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

verklaart onttrokken aan het verkeer:

1 Pistool, Kleur:zwart, HS 9MM Serienr.: 85413, houder in pistool aanwezig;

gelast de teruggave aan de rechthebbende(n):

1 Personenauto [kentekennummer] OPEL Omega

1 Handschoen, SW SPORTS, opschrift: Thinsulate

1Jas Kl:zwart, leder

1 Jas, Kl:bruin, winter

Geld buitenlands, 1 plastic zak AH inhoudende 274 DM aan kleingeld

Geld buitenlands, 1 plastic zak GRAN DORADO inh.262 DM kleingeld

1 Zak, Kl:bruin, jute

Geld Nederlands (3 x f.100,-- / 5 x f. 25,-- / 5 x f.10,--)

Geld buitenlands (1 x DM 100,-- / 1 x DM 50,--)

Geld Nederlands (2 x f.100,-- / 1 x f.25,--)

Geld buitenlands (2xDM 50,--/3xDM 20,--/1xDM 10,--)

Geld Nederlands (3 x f.25,-- / 1 x f.50,--)

1 Handschoen Kl:geel, werkhandschoen

1 Trainingsbroek Kl:zwart, NIKE

1 Zak plastic

1 Telefoontoestel Kl:grijs, MOTOROLA

1 Telefoontoestel Kl:blauw ERICSSON T10S

1 Telefoontoestel Kl:zwart SIEMENS C35

1 Zak Kl:wit, plastic

1 Weegschaal Kl:zwart TANITA;

Vonnis gewezen door mrs. V.P. van Deventer, A.K. Kleine en C.C.W.M. Aretz, van wie mr. V.P. van Deventer voorzitter, in tegenwoordigheid van J.H.J. van Daal als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 02 december 2002.

Mr. C.C.W.M. Aretz is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.