Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2002:AE6649

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
01-08-2002
Datum publicatie
21-08-2002
Zaaknummer
45993 / HA ZA 01-632
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak: 1 augustus 2002.

V O N N I S

van de rechtbank Roermond

in de zaak van:

eiser:

[eiser],

wonende te [adres],

procureur mr. O.J.H.M. van Eijndhoven;

tegen:

gedaagde:

De besloten vennootschap RIH-COVÉ B.V.,

gevestigd te 5928 NS Venlo, Groot-Bollerweg 12,

procureur mr. H.J.J.M. van der Bruggen.

Partijen worden aangeduid als:

eiser: [eiser];

gedaagde: Rih-Cové.

1. Inhoud van het procesdossier

Er wordt recht gedaan op de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 9 augustus 2001;

- de conclusie van eis, tevens akte inbreng producties;

- de conclusie van antwoord met producties

- het vonnis van deze rechtbank van 15 november 2001;

- het proces-verbaal van comparitie van 9 januari 2002;

- de conclusie van repliek met producties

- de conclusie van dupliek met producties

2. Vaststaande feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende tussen partijen vaststaande feiten.

2.1

De heer Bustraan is vanaf 1938 eigenaar geweest van het hierna in 2.3. nader aan te duiden woord- en beeldmerk. De Vof Bustraan en Zoon voerde in de Westerstraat te Amsterdam een zaak waar met de hand gemaakte wedstrijdfietsen werden geproduceerd en sportfietsen werden verkocht. [eiser] heeft de zaak op 31 december 1972 van zijn toenmalige werkgever gekocht en per 1 januari 1973 voortgezet onder de handelsnaam RIH-SPORT. In de tussen partijen op 24 januari 1973 gesloten overeenkomst zijn de navolgende bepalingen opgenomen:

"Artikel I. [eiser] neemt per 1 januari 1973 over van Bustraan die overdraagt

aan hem de zaak genaamd R.I.H.Sport en gevestigd Westerstraat 150

te Amsterdam, onder de navolgende voorwaarden en bedingen;

…………………………….

Artikel 4. [eiser] heeft het recht het merk RIH.sport te blijven voeren en

verkoop van deze rywielen in Amsterdam en omgeving als enige

vertegenwoordiger te plaatsen.

Artikel 5. Bustraan heeft het recht het merk RIH. te plaatsen by een rywielfabriek

met verplichting dat deze fabriek de door hem gefabriceerde rywielen

onder het merk RIH. in Amsterdam en omgeving alleen mag leveren via

[eiser] zoodat de winkelwinst aan hem komt.

…………………………….

Artikel 9. [eiser] heeft het recht gedurende 10 jaren en vervolgens na een

januari 1973 nog de vervaardiging van R.I.H. wegrace en RIH race-

fietsen uit te voeren uitsluitend onder het merk RIH.

Artikel 10. Bustraan verplicht zich zorg te dragen dan [eiser] 100 Frames

(Race.) per jaar voor de verkoop in zyn zaak door Bustraan of derden

ontvangt. [eiser] hoeft het recht de naam RIH. te Blyven voeren.

Nu [eiser] de zaak RIH.Bustraan overneemt wordt deze

hoofddealer voor Amsterdam en omstreken voor de verkoop van alle

rywielen die door Covee onder de naam RIH. woden gefabriceert. Voor

de doorverkoop aan winkeliers dient de firma Cove [eiser] een

provisie te verlenen van F. By afwykende modellen heeft Bustraan of

[eiser] het recht deze steeds te blyven fabriceren.

Artikel 11. Speciale weg en baanrywielen ( dus te vervaardigen en afwykende

modellen volgens aanwyzingen van de betreffende renners mogen

nog door [eiser] worden gefabriceert evenals de afwykende

modellen.

…………………………… "

2.2

Rih-Cové, destijds genaamd Cové Rijwielfabriek B.V., produceert in haar fabriek te Blerick sinds 1953 rijwielen. In een op 9 april 1973 gesloten overeenkomst is zij met de heer Bustraan het navolgende overeengekomen:

" art. 1. Bustraan verleent aan Cové, bij uitsluiting van ieder ander het recht

van fabriceren en in de handel brengen van sport- en semi-race

rijwielen onder het merk RIH, al of niet aangevuld met de woorden:

vervaardigd door Cové, benevens het woord Venlo-Blerick.

Hiervan worden uitgezonderd de wegrace en race fietsen welke

uitsluitend onder het merk RIH in de handel zullen worden gebracht

door de heer Bustraan

art. 2. Bustraan verplicht zich het Nationale Depot RIH in stand te houden,

zolang deze overeenkomst van kracht is, terwijl de heer Bustraan

Cové een duplikaat of fotocopie van het depot zal toekomen.

art.3. Bustraan zal van elke fiets die door Cové onder het merk Rih is

verkocht en waarvoor betaling is ontvangen, een bonificatie-

bedrag ontvangen van f 10,-- per rijwiel…………..

…………………………

art.11. Na afloop van deze overeenkomst (1 april 1983) heeft Cové het

recht het handelsmerk RIH over te nemen. …………… "

2.3

Op 5 mei 1983 is de heer Bustraan overleden. Zijn erven hebben bij overeenkomst van 1 juni 1983 het uitsluitend recht op het in de overeenkomst afgebeelde woord- en beeldmerk, ingeschreven bij het Benelux- Merkenbureau onder nummer 029714, overgedragen aan Cové Rijwielfabriek B.V. Het woord- en beeldmerk wordt gevormd door een ruit met de navolgende tekst:

G.B.

. RIH SPORT.

AMSTERDAM

De overdracht geldt voor alle waren waar het merk voor is ingeschreven (onder meer Kl 17 Rijwielen, zadels, onderdelen en toebehoren) en heeft betrekking op de gehele Benelux.

2.4

Op 1 augustus 1986 heeft [eiser] met Cové Rijwielfabriek BV en haar directeuren de heren Verberkt een overeenkomst gesloten, waarin is bepaald:

" dat de heren Verberkt de rechten op de naam RIH verworven hebben van de

erven W.A. Bustraan d.d. 1-6-'83

dat bij overeenkomst van 31 december 1972 de heer Bustraan zijn bedrijf

met de handelsnaam heeft overgedragen aan [eiser]

dat de heren Verberkt het recht aan Cové hebben gegeven om onder de naam

RIH te fabriceren en te verhandelen

dat Cové en [eiser] er belang bij hebben ter continuering van de

jarenlange samenwerking onderling afspraken ter regeling van de fabricage en

verkoop van fietsen onder de naam RIH, waarbij [eiser] zich richt op

wedstrijdfietsen en Cové op de semi-racefietsen en populaire fietsen

verklaren als volgt te zijn overeengekomen:

art. 1 [eiser] heeft het recht het merk RIH te voeren, alsmede zijn

erven en/of opvolgers, en hier de naam Amsterdam aan toe te

voegen. De vervaardiging van frames en fietsen zal uitsluitend

onder het merk RIH geschieden.

art. 2 [eiser] heeft het exclusieve recht om handgebouwde

wedstrijdframes of fietsen te fabriceren en te verkopen indien

deze afwijken van de standaardmodellen, die Cové in haar

programma heeft, met dien verstande dat de fabricage voor eigen

verkoop is beperkt tot 250 stuks per jaar.

art. 3 [eiser] is uitsluitend gerechtigd om RIH frames of fietsen te

verkopen, indien cové bedoelde modellen niet in haar programma

heeft. Alle types door Cové gemaakte standaard fietsen, zal Van de

Kaay niet zelf fabriceren, maar betrekken van Cové mits de door Cové

gehanteerde levertijden redelijk zijn.

………………………….

art.5 Cové zal geen handgebouwde race of wedstrijd frames en of fietsen

zelf fabriceren, dan wel bij derden inkopen, vallende in het

programma van [eiser].

art.6 [eiser] heeft de exclusieve verkooprechten voor de regio

Amsterdam van RIH fietsen en frames.

…………………………..

art. 12 De looptijd van deze overeenkomst is onbeperkt.

…………………………. "

2.5

In 1987 heeft Rih-Cové het woord- en beeldmerk RIH gedeponeerd onder registratie- nummer 435012 en in 1990 het woordmerk RIH gedeponeerd onder registratie- nummer 484061 in het Benelux-Merkenregister voor klasse 12, vervoermiddelen: middelen voor vervoer over land, door de lucht of over het water. De inschrijvingen zijn vernieuwd en gelden tot 21 september 2007 respectievelijk19 juli 2007.

2.6

Op 12 januari 2001 heeft Rih-Cové met een beroep op artikel 6 van de Mededingingswet de met [eiser] op 1 augustus 1986 gesloten overeenkomst met onmiddellijke ingang opgezegd.

2.7

Vanaf 1995 worden er door Rih-Cové geen racefietsen meer geproduceerd.

[eiser] wil zijn bedrijf verkopen en heeft er in verband daarmee belang bij dat hij standaard racefietsen onder het merk RIH, RIH SPORT of RIH Amsterdam kan produceren en in de handel kan brengen.

3. Vordering en stellingen van [eiser]

[eiser] vordert dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad,

A: voor recht zal verklaren, dat

1. [eiser] gerechtigd is onder het merk RIH dan wel RIH.Sport dan wel

RIH.Amsterdam een onbeperkt aantal sport- en racefietsen te (doen)

produceren en in het vrije verkeer te brengen, alsmede dit recht over te

dragen aan derden.

2. Rih-Cové jegens [eiser] in strijd met haar rechtsplicht heeft gehandeld

door [eiser] geen sport- en racefietsen c.q. frames voor handmatig

gemaakte racefietsen te leveren en hem te verbieden deze zelf te produceren

en te verkopen.

B. Rih-Cové zal verbieden op verbeurte van een dwangsom van f. 1.000.000,-

per keer om aan [eiser] op welke wijze dan ook te hinderen en/of te

beletten onder het merk RIH, RIH.Sport of RIH.Amsterdam sportfietsen,

racefietsen, baanrenfietsen en/of handgemaakte baanrenfietsen te produceren

en in het vrije verkeer te brengen.

C. Rih-Cové zal veroordelen aan [eiser] de geleden en nog te lijden

schade als gevolg van wanprestatie c.q. onrechtmatige daad te vergoeden

en daarvoor zal verwijzen naar de schadestaatprocedure.

[eiser] stelt daartoe het navolgende.

3.1

Hij heeft het recht om standaardracefietsen onder het merk RIH, RIH Sport of RIH Amsterdam te produceren en in de handel te brengen:

- op grond van het eerder feitelijk gebruik van het merk RIH-Sport en RIH Amsterdam. Hij voert in verband daarmee aan dat zowel voor 1973 als daarna op de frames verticaal de woorden RIH of RIH-SPORT of zelfs RIH Bustraan stonden. Voor zover RIH fietsen met een achterspatbord werden afgeleverd werd daarop een plaatje gemonteerd van het model als hiervoor in 2.3 beschreven. Hij is dit teken altijd als achterspatbord- plaatje blijven gebruiken. Daarnaast is vanaf 1938 door Bustraan en vanaf 1973 onafgebroken door hem een balhoofdplaatje gebruikt waarin de woorden RIH AMSTERDAM zijn opgenomen. Dit teken is door hem vanaf 1973 tevens als logo op zijn briefpapier en reclamemateriaal gebruikt.

- op grond van het eerder rechtsgeldig gebruik van het teken RIH SPORT als handelsnaam.

- op grond van de met Bustraan in 1972 gesloten overeenkomst en het feit dat Rih-Cové de productie van standaardracefietsen heeft gestaakt. Die overeenkomst dient immers als volgt te worden uitgelegd:

Artikel 2 geeft hem het recht op de nieuwe handelsnaam RIH-SPORT.

Artikel 4 geeft hem het recht op het onbeperkt gebruik van het merk RIH-Sport.

Artikel 5 geeft Bustraan het recht het merk RIH onder beperkingen aan Cové over te dragen. In dat verband legt artikel 9 aan hem de verplichting op gedurende 10 jaar en met een optie op verlenging wegrace en racefietsen uitsluitend onder het merk RIH te produceren. Die verplichting is voor hem tevens een recht. Voor het geval Cové daarin op enigerlei wijze wijziging wil aanbrengen regelt artikel 10 dat hij in ieder geval het recht heeft om eveneens de naam RIH te voeren en onder die naam zonder enige beperking van de van Cové productielijn afwijkende modellen te produceren.

- op grond van artikel 3 van de op 1 augustus 1986 met Rih-Cové gesloten overeenkomst en het feit dat Rih-Cové de productie van standaardracefietsen heeft gestaakt. Op grond van artikel 1 van die overeenkomst mag hij gebruik maken van de merknaam RIH Amsterdam. Die overeenkomst is aan te merken als een vaststellingsovereenkomst naar nieuw recht, waarbij partijen na ruim een jaar onderhandelen hun geschillen, ontstaan door de overdracht van het gebruik van het merk RIH en de daaraan verbonden productie- en verkooprechten aan zowel [eiser] als later aan Cové, hebben geregeld. Opzegging daarvan is niet mogelijk en dus nietig.

3.2

De kern van de in 1986 gesloten overeenkomst vormt het herstel van de leveranties van standaard racefietsen door Rih-Cové aan hem. Hij betwist dat Rih-Cové gedwongen was de productie van racefietsen wegens verliesgevendheid te staken.

Van Rih-Cové had tenminste initiatief verwacht mogen worden om over de vermindering van de productie van racefietsen serieus vooroverleg met hem te plegen om de nadelige gevolgen daarvan voor hem zoveel mogelijk te beperken.

3.3

Rih -Cové handelt jegens hem onrechtmatig door zich op haar exclusieve recht op het merk RIH te beroepen. Rih-Cové heeft zich immers in 1987 het aan hem toebehorend merkrecht toegeëigend door dit als haar exclusieve recht te laten inschrijven in het register van het Benelux-Merkenbureau.

3.4

Als gevolg van de wanprestatie en de onrechtmatige daad van Rih-Cové heeft hij schade geleden en zal hij schade lijden. Doordat Rih-Cové geen sport- en racefietsen meer levert, waarvan hij voor zijn bedrijfsvoering afhankelijk is, heeft hij omzetverlies geleden. Doordat Rih-Cové hem verbiedt zelf sport- en racefietsen onder het merk RIH en/of het merk RIH.Sport te produceren en in het vrije verkeer te brengen, lijdt hij eveneens schade.

4. Verweer van Rih-Cové

Rih-Cové concludeert tot niet-ontvankelijk-verklaring van [eiser] in de vorderingen dan wel tot afwijzing van het gevorderde, met kostenveroordeling.

Rih-Cové voert daartoe het volgende verweer.

4.1

Aan het feitelijk voorgebruik kan [eiser] geen rechten ontlenen. Bustraan Sr is de eerste gebruiker van het RIH-merk. Door de overdracht aan Cové Rijwielfabriek B.V. op 1 juni 1983 is dit voorgebruik uiteindelijk overgegaan op haar. Voorzover [eiser] de tekens RIH SPORT en RIH Amsterdam heeft gebruikt voor andere fietsen dan met de hand gemaakte fietsen, wat door haar wordt betwist, heeft dit gebruik zonder haar toestemming plaatsgevonden. Het gebruik van het logo RIH Amsterdam of RIH op briefpapier en reclamemateriaal is gebruik als handelsnaam en daar tegen heeft zij nooit bezwaar gemaakt.

[eiser] kan geen beroep doen op een oudere handelsnaam, nu handelsnaam en merk van gelijke datum zijn en aan Bustraan hebben toebehoord.

Aan de in 1972 met Bustraan gesloten overeenkomst, meer in het bijzonder artikel 4 van die overeenkomst, kan [eiser] geen onbeperkt gebruiksrecht op het merk RIH Sport ontlenen. De bedoeling van Bustraan is duidelijk: hij wilde de handelsnaam overdragen aan [eiser] terwijl hij de merkrechten reeds exclusief aan Rih-Cové had gelincensieerd. Dit blijkt ook uit artikel 5. De uitleg van artikel 4 kan dan ook geen andere zijn dan dat dit artikel uitsluitend doelt op de handelsnaam. Artikel 9 geeft [eiser] het recht om 10 jaar lang RIH-(weg-) racefietsen te verlopen Dit recht kan alleen betrekking hebben op de fabricage van met de hand gemaakte wedstrijdfietsen. Dat zijn immers de enige fietsen die ook Bustraan zelfstandig fabriceerde. Aan artikel 10 kan [eiser] geen onbeperkt recht ontlenen om afwijkende modellen onder het merk RIH te produceren. Als er al een recht aan kan worden ontleend dan betreft het de productie van de "afwijkende" met de hand gemaakte wedstrijdfiets.

In de overeenkomst van 1 augustus 1986 is de al vijftien jaar bestaande samenwerking vastgelegd. Die overeenkomst is rechtsgeldig opgezegd. Voor zover de overeenkomst wel nog zou gelden dient deze restrictief te worden uitgelegd:

Rih-Cové is eigenaar van de merken RIH en RIH Sport. Het is [eiser] daarom niet toegestaan om de merken RIH en RIH Sport te gebruiken zonder toestemming van Rih-Cové. [eiser] is slechts gerechtigd tot het voeren van de handelsnaam als exclusief vertegenwoordiger in Amsterdam.

4.2

Het uit de productie nemen van de racefietsmodellen levert geen wanprestatie aan de zijde van Rih-Cové op, nu er geen contractuele verplichting op haar rust om sport- en racefietsen c.q frames voor handmatig gemaakte racefietsen te produceren en te leveren.

4.3

Als houdster van een absoluut recht is zij alleszins gerechtigd zich te beroepen op haar exclusieve merkrechten. Zij kan zich dan ook rechtmatig verzetten tegen gebruik van RIH door [eiser] als merk voor andere fietsen dan de door hem zelf vervaardigde wedstrijdfietsen dan wel de overschrijding van het aan [eiser] toegekende gebruiksrecht.

4.4

Rih-Cové beroept zich tenslotte, voor wat betreft de rechtsvordering tot schadevergoeding, op verjaring en rechtsverwerking. Zij stelt tevens dat [eiser] nooit meer dan 250 fietsen per jaar produceerde en geen andere fietsen verkocht dan de fietsen die hij zelf produceerde dan wel betrok van Rih-Cové.

5. Beoordeling van het geschil

Het onder A 1 gevorderde

[eiser] baseert het gevorderde (het gerechtigd zijn tot het onbeperkte en overdraagbare gebruik van de tekens RIH, RIH.Sport en Rih.Amsterdam op sport- en racefietsen) op het gestelde voorgebruik van (een deel van) die tekens, het rechtsgeldig voeren van de handelsnaam RIH.Sport en de door hem met Bustraan in 1972 en met Rih-Cové in 1986 gesloten overeenkomsten.

Bij de beoordeling wordt er als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist van uitgegaan dat [eiser] nimmer meer dan 250 fietsen per jaar zelf heeft geproduceerd en daarnaast een winkel heeft gevoerd, waar fietsen zijn verkocht die hij zelf heeft geproduceerd dan wel heeft gekocht van Rih-Cové. Verder wordt er vanuit gegaan dat [eiser] verkoopt binnen de regio Amsterdam.

Tussen partijen staat vast dat Bustraan eigenaar is geweest van het woord- en beeldmerk G.B. RIH SPORT Amsterdam, dat hij in de in 1972 met [eiser] gesloten overeenkomst zich het recht heeft voorbehouden het merk Rih aan een ander over te dragen, dat Bustraan in 1973 aan Rih-Cové een licentie heeft verleend voor het gebruik van het woordmerk RIH, met uitzondering van de door Bustraan in de handel te brengen wegrace en racefietsen, dat de erven Bustraan in 1983 het woord- en beeldmerk aan Rih-Cové hebben overgedragen en dat Rih-Cové vanaf 1987 respectievelijk 1990 het woord- en beeldmerk RIH respectievelijk het woordmerk RIH heeft gedeponeerd in het Benelux-Merkenregister.

De vraag hoe in een schriftelijke overeenkomst de verhouding van partijen is geregeld kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van de overeenkomst. Voor de beantwoording van die vraag komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan die bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981,

NJ 1981/635).

Bustraan heeft aan [eiser] in 1972 een bedrijf verkocht bestaande uit een werkplaats waar met de hand gemaakte wedstrijdfietsen werden geproduceerd en een winkel waar fietsen werden verkocht. De rechten die Bustraan had op het merk RIH wilde hij eveneens verkopen, echter niet aan [eiser]. Dat blijkt uit artikel 5 van de door hem met [eiser] gesloten overeenkomst (2.1) en de artikelen 1, 3 en 11 van de met Cové Rijwielfabriek B.V. gesloten overeenkomst (2.2). Het bedrijf is onder de naam R.I.H Sport aan [eiser] overgedragen (2.1, artikel 1). Aangenomen moet worden dat Bustraan en [eiser] er beiden belang bij hadden dat het bedrijf op de oude voet zou worden voortgezet: productie van met de hand gemaakte RIH-wedstrijdfietsen en verkoop van RIH.sportfietsen.

In aanmerking genomen het hiervoor overwogene kan er redelijkerwijs niet vanuit worden gegaan dat Bustraan aan [eiser] een onbeperkt recht op het merk

RIH.Sport heeft willen verlenen. Om beider belang te dienen was het bovendien voldoende om [eiser] een beperkte licentie te verlenen op grond waarvan hij de fietsen in zijn winkel onder de naam RIH.Sport mag verkopen. Dat zou dan ook hooguit uit de bewoordingen van artikel 4 van de met [eiser] gesloten overeenkomst (2.1) kunnen worden afgeleid. Dat zou ook in overeenstemming zijn met artikel 10 van die overeenkomst, waarin is gegarandeerd dat [eiser] in de regio Amsterdam de enige vertegenwoordiger (hoofddealer) zal zijn van Cové, die fietsen onder de naam RIH produceert. In de artikelen 10 en 11 is geregeld dat [eiser] modellen, die niet door Cové worden geproduceerd, zelf mag produceren. Omdat [eiser] een werkplaats heeft overgenomen waarin een beperkt aantal fietsen worden geproduceerd, moet ervan uit worden gegaan dat partijen van een beperkte productie zijn uitgegaan.

Dat [eiser] redelijkerwijs moet hebben geweten dat de rechten op het merk RIH steeds aan een ander hebben toebehoord, blijkt niet alleen uit artikel 5 van de met Bustraan gesloten overeenkomst, maar ook uit de aanhef van de op 1 augustus 1986 gesloten overeenkomst (2.4). In lijn met de eerdere met Bustraan gesloten overeenkomst zou uit artikel 1 van die overeenkomst hooguit kunnen worden afgeleid dat hem een beperkte licentie wordt verleend op grond waarvan hij de fietsen in zijn winkel onder de naam RIH.Amsterdam mag verkopen, blijkt uit artikel 2, 3 en 5 dat hij een beperkt aantal fietsen van het merk RIH zelf mag produceren, waarbij als voorwaarde geldt dat de modellen niet in het programma van Cové zijn opgenomen en blijkt uit artikel 6 dat hij de enige vertegenwoordiger van RIH fietsen en frames in de regio Amsterdam zal zijn.

Aan het feit dat er voor 1973 door Bustraan en vervolgens door [eiser] feitelijk gebruik is gemaakt van de tekens RIH, RIH SPORT en RIH Amsterdam, alsmede aan het gebruik van de handelsnaam Rih.Sport en het gebruik van genoemde tekens op het briefpapier en in reclame kan [eiser] geen eigen rechten ontlenen, nu vast staat dat Bustraan voor 1973 die tekens voor dezelfde waren ook al gebruikte en hij al vanaf 1938 eigenaar is geworden van het merk RIH voor die waren en vervolgens is gebleven, waarna deze rechten in 1983 zijn overgedragen aan de huidige rechthebbende.

Het vorenstaande komt er op neer dat er geen moment is aan te wijzen waarop [eiser] van de rechthebbende op het merk RIH een onbeperkt recht heeft gekregen om onder het merk RIH dan wel RIH.Sport dan wel RIH.Amsterdam sport- en racefietsen te (doen) produceren. Dit (onbeperkt) recht kan evenmin uit de feitelijke omstandigheden worden afgeleid. Het onder A 1 gevorderde zal dan ook worden afgewezen.

Het onder A 2 gevorderde

Daargelaten dat niet gesteld en ook niet gebleken is waarom uit de op 1 augustus 1986 gesloten overeenkomst (2.4) voor Rih-Cové een rechtsplicht voortvloeit om sport- en racefietsen en/of frames voor handmatig gemaakte racefietsen te leveren en/of te dulden dat [eiser] zelf onbeperkt dergelijke fietsen met het merk RIH produceert, is deze overeenkomst opgezegd door Rih-Cové. Niet valt in te zien waarom de opzegging van deze door partijen gesloten overeenkomst, indien er van uit moet worden gegaan dat het een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 BW betreft, nietig is. Uit artikel 12 van de overeenkomst blijkt dat deze voor onbepaalde tijd is aangegaan. In de overeenkomst is niet in de bevoegdheid tot opzegging voorzien. Het is echter vaste rechtspraak dat een dergelijke (duur-) overeenkomst toch opzegbaar is (HR 25 juni 1999, NJ 1999/602). Door [eiser] is niet nader toegelicht waarom het feit dat het (tevens) een vaststellings- overeenkomst betreft met zich mee zou brengen dat de overeenkomst niet opzegbaar is. Dit betekent, nu niet gesteld en evenmin gebleken is dat er een rechtsvordering is ingesteld tegen de opzegging, dat er in dit geding van uit moet worden gegaan dat de overeenkomst is opgezegd. Het onder A 2 gevorderde wordt dan ook reeds hierom afgewezen.

Het onder B gevorderde

Op grond van het Benelux Merkendepot heeft Rih-Cové het uitsluitende recht op het merk RIH. Dat brengt onder meer met zich mee dat haar niet kan worden verboden op te treden tegen vermeende inbreuken op haar recht. Het onder B gevorderde wordt dan ook afgewezen.

Het onder C gevorderde

Uit al het hiervoor overwogene vloeit voort dat er noch van onrechtmatig handelen noch van wanprestatie door Rih-Cové kan worden uitgegaan, zodat ook het onder C gevorderde zal worden afgewezen.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

B E S L I S S I N G

De rechtbank:

Wijst het gevorderde af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Rih Cové, welke kosten tot aan deze uitspraak worden begroot op:

€ 181,51 aan griffierechten,

€ 63,77 aan explootkosten en

€ 1170,00 aan salaris ten behoeve van de procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. Callemeijn en op de openbare civiele terechtzitting van 1 augustus 2002 uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.