Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2002:AE3949

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
13-06-2002
Datum publicatie
13-06-2002
Zaaknummer
40715 HA ZA 00 - 688
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak: 13 juni 2002.

V O N N I S

van de rechtbank Roermond

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats], [adres],

procureur: mr. P.J.G. Goumans,

eiser,

tegen:

De besloten vennootschap PALLADIO HORECA B.V.,

voorheen KUBKE B.V.,

gevestigd te [woonplaats], [adres],

procureur: mr. O.J.H.M. van Eijndhoven,

gedaagde.

Partijen worden aangeduid als:

Eiser: [eiser];

gedaagde: Palladio.

1. Inhoud van het procesdossier

Er wordt recht gedaan op de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 5 september 2000;

- de conclusie van eis met bijlagen / akte inbreng bijlagen;

- de conclusie van antwoord;

- het vonnis van deze rechtbank van 25 januari 2001;

- het proces-verbaal van comparitie van 11 april 2001;

- het proces-verbaal van voortgezette comparitie van 22 augustus 2001;

- de akte uitlating met bijlagen namens Palladio;

- de conclusie na comparitie;

- de conclusie van antwoord na comparitie;

- de akte uitlating en overlegging aanvullende productie namens Palladio;

- de antwoord-akte uitlating en overlegging productie namens [eiser].

2. Vaststaande feiten

2.1 Palladio exploiteert op het perceel [adres B] een dancing/discotheek. [eiser] is eigenaar en bewoner van de woning [adres A]. Sinds 1985 zijn Palladio en [eiser] buren. Op 12 augustus 1991 is door Burgemeester en Wethouders van de gemeente (hierna: B & W) een Hinderwetvergunning aan Palladio verleend. Onderdeel van de vergunning vormen 'Voorwaarden ter voorkoming van geluid- en trillinghinder'. Daarin is aangegeven welke geluidsniveaus ter plaatse van woningen van derden gelden.

2.2 Op verzoek van de gemeente is door akoestisch onderzoeksbureau DGMR een akoestisch onderzoek verricht in de nacht van 7 op 8 november 1998. Bij de woning van [eiser] is daarbij een overschrijding van het toegestane equivalente geluidsniveau geconstateerd:

- door muziekgeluid van 21 - 23 dB(A);

- door het parkeren in de nachtperiode van 7 dB(A).

2.3 Op 26 juni 2001 heeft B & W Palladio een bouwvergunning verleend voor de verbouwing van de discotheek waaronder het aanbrengen van akoestische voorzieningen. De bouwvergunningsplichtige activiteiten vallen binnen de vigerende milieuvergunning van Palladio. Op 8 mei 2001 heeft Palladio van deze activiteiten melding gedaan ex artikel 8.19 Wet milieubeheer (Wm). Onderdeel van de melding is een akoestische rapportage. Op 15 mei 2001 is door B & W een verklaring voor akkoord afgegeven als bedoeld in artikel 8.19 tweede lid onder c Wm. Zowel de melding als de akkoordverklaring zijn onherroepelijk geworden. De geluidsdeskundigen van beide partijen hebben op 9 oktober 2001 ter plaatse overleg gevoerd. Van dit overleg is een verslag gemaakt.

2.4 Op 12 december 2001 heeft Palladio de vernieuwde discotheek in gebruik genomen. In procedure is nog een aanvraag om bouwvergunning alsmede het verlenen van het vrijstelling van het bestemmingsplan ex artikel 19 lid 3 Wet Ruimtelijke Ordening (WRO) in verbinding met artikel 20 lid 1 sub c Besluit Ruimtelijke Ordening (Bro), voor een door Palladio te plaatsen 5 meter hoog scherm tussen de onroerende zaken van partijen.

3. Vordering en stellingen van [eiser]

3.1 [eiser] vordert Palladio te verbieden om in het door haar geëxploiteerde cafébedrijf annex discotheek aan de [adres B] te [woonplaats] muziek ten gehore te brengen, tot zulke voorzieningen zijn getroffen dat wordt voldaan aan de voorschriften behorende bij de Hinderwetvergunning d.d. 12 augustus 1991 op straffe van een dwangsom van ƒ 5.000,-- voor elke dag dat het verbod wordt overtreden, ingaande één week na betekening van het in dezen te wijzen vonnis;

voorts vordert [eiser] Palladio te verbieden om van het bij het door haar geëxploiteerde cafébedrijf annex discotheek aanwezige parkeerterrein gebruik te maken of gebruik te laten maken door klanten en bezoekers, tot zulke voorzieningen zijn getroffen dat wordt voldaan aan de voorschriften behorende bij de Hinderwetvergunning d.d. 12 augustus 1991 op straffe van een dwangsom van ƒ 5.000,-- voor elke dag dat het verbod wordt overtreden, ingaande één week na betekening van het in dezen te wijzen vonnis;

[eiser] vordert Palladio te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 2.500,-- aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente en Palladio te veroordelen in de proceskosten.

3.2 [eiser] stelt daartoe het volgende. Van de exploitatie van de discotheek door Palladio ondervindt [eiser] ernstige overlast. Palladio voldoet niet aan de voorwaarden van de geldende milieuvergunning. De mate van geluidsoverlast is geobjectiveerd in een akoestisch onderzoek van DGMR. De uitkomsten van dit onderzoek zijn nog steeds representatief. Door overtreding van de geldende vergunningvoorschriften en aantasting van het woon- en leefklimaat van [eiser] handelt Palladio onrechtmatig jegens [eiser].

3.3 Ook na de verbouwing die in 2001 plaatsvond, ondervindt [eiser] hinder vanwege de muziekproductie en vanwege het gebruik van de parkeerplaats. Palladio overtreedt nog steeds de geldende geluidsvoorschriften. Dat volgt uit het door de akoestisch adviseur van Palladio, ten behoeve van de verbouwing, uitgebrachte rapport. Daarin worden vergaande en kostbare voorzieningen voorgesteld om het vergunde geluidsniveau haalbaar te maken. Hieruit blijkt dat de bedrijfsvoering van Palladio niet voldeed aan de daarvoor geldende milieuvoorschriften. Hiermee staat de onrechtmatige handelwijze van Palladio vast. [eiser] verwijst ook naar de brief van de akoestisch adviseur van Palladio d.d. 11 oktober 2001, waarin de adviseur concludeert: "De zeer zware bouwkundige maatregelen aan Palladio zijn niet voldoende om de strenge geluidnorm op de achtergevel van de woning [van eiser] te realiseren." Er zijn aanvullende maatregelen nodig. De voorgestelde oplossingen: een geluidsscherm van 5 meter rondom de tuin van [eiser] dan wel versoepeling van de geluidsnormen, zijn voor [eiser] onacceptabel.

4. Verweer van Palladio

4.1 Palladio concludeert tot niet-ontvankelijk-verklaring van [eiser] in de vorderingen dan wel tot afwijzing c.q. clausulering dan wel matiging van het gevorderde, met kostenveroordeling.

4.2 Palladio voert daartoe het volgende verweer. Palladio betwist dat zij een onrechtmatige inbreuk op het woon- en leefklimaat van [eiser] maakt. Het bewijs dat [eiser] hiervoor aandraagt is niet representatief en kan derhalve deze conclusie niet dragen. Het betreft slechts één meting, die in 1998 is verricht. Palladio heeft in 2001 een verbouwing gerealiseerd. Bij het opstellen van de plannen is tot uitgangspunt genomen het geluidsonderzoek van DGMR uit 1998. Op basis daarvan is een plan van geluidstechnische maatregelen opgesteld d.d. 7 mei 2001. De hierin opgenomen voorzieningen maken deel uit van de bouwvergunning d.d. 26 juni 2001, en van de door B & W geaccepteerde melding d.d. 15 mei 2001. Onderdeel van de te treffen maatregelen is het plaatsen van een 5 meter hoog geluidsscherm. Indien alle maatregelen zijn uitgevoerd, inclusief het plaatsen van dit scherm, wordt aan de milieuvoorschriften voldaan. Enkel een nieuwe meting kan vaststellen of Palladio na de doorgevoerde maatregelen de milieuvoorschriften nog overtreedt.

4.3 Voorts stelt Palladio dat, mocht er al sprake zijn van een onrechtmatige daad, de vorderingen van [eiser] buitenproportioneel zijn. Een gedegen belangenafweging kan naar het oordeel van Palladio niet de gevorderde verbodsacties met zich brengen. Het toewijzen van de gevorderde verboden leidt tot het faillissement van Palladio. Ook de gevorderde dwangsombedragen staan niet in verhouding tot de beweerde onrechtmatige daad.

Palladio vordert subsidiair een geclausuleerde toewijzing van de vorderingen, in die zin dat Palladio een termijn van zes maanden wordt gegund om eventuele aanpassingen te treffen. Op grond van de jurisprudentie (HR 29 oktober 1993, NJ 1994, 107) is een minder ver gaande toewijzing mogelijk.

4.4 Palladio betwist dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten daadwerkelijk zijn gemaakt.

5. Beoordeling van het geschil

5.1 Ter beantwoording ligt voor de vraag of Palladio onrechtmatig jegens [eiser] handelt door overtreding van de geluidsvoorschriften behorende bij de nog steeds van kracht zijnde Hinderwetvergunning van 12 augustus 1991 en, bij een positieve beantwoording van deze vraag, of deze onrechtmatigheid (eventueel na clausulering of matiging) leidt tot het opleggen van de gevraagde verbodsacties. De rechtbank overweegt omtrent de vraag of Palladio onrechtmatig jegens [eiser] handelt, dat uit de meting van DGMR in 1998 blijkt dat de geluidsvoorschriften behorende bij de Hinderwetvergunning d.d. 12 augustus 1991 in de nacht van 7 op 8 november 1998 (aanzienlijk) zijn overtreden. Een overtreding van de geluidsvoorschriften lijkt voorts een min of meer structureel karakter te hebben (gehad), zoals naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam blijkt uit de overgelegde stukken. De rechtbank verwijst hierbij naar het geluidstechnisch rapport behorende bij de bouwvergunning van 26 juni 2001, waarin tal van te treffen geluidsbeperkende maatregelen zijn opgenomen teneinde te kunnen voldoen aan de vergunningvoorschriften. Voorts verwijst de rechtbank naar het verslag van het overleg van de geluidsdeskundigen van beide partijen d.d. 11 oktober 2001, waarin is opgenomen dat 'de zeer zware bouwkundige maatregelen van Palladio niet voldoende zijn om de strenge geluidsnorm op de achtergevel van de woning [van eiser] te realiseren. Een scherm van 5 meter hoogte is nodig om ter plaatse van de gevel van de woning te kunnen voldoen aan de geluidsnorm in de milieuvergunning. Dit geldt zowel voor het muziekgeluid uit Palladio, als voor het geluid van bezoekersverkeer.' De rechtbank concludeert hieruit dat totdat alle maatregelen uitgevoerd zijn, er een gerede kans is dat de bedrijfsvoering niet voldoet aan de thans geldende milieuvoorschriften.

5.2 De rechtbank stelt echter vast dat de enige in het geding gebrachte concrete geluidsmeting dateert uit 1998. In 2001 heeft Palladio een ingrijpende verbouwing doorgevoerd, waarbij geluidbeperkende voorzieningen zijn aangebracht. Voorts heeft Palladio een melding ex artikel 8.19 Wm gedaan, welke door de gemeente is geaccepteerd. Alvorens het geding te kunnen beslechten zal er derhalve naar het oordeel van de rechtbank een nieuwe geluidsrapportage overgelegd dienen te worden waaruit blijkt of thans nog overtreding van de geluidsnormen door Palladio plaatsvindt. Die geluidsmeting zal dienen plaats te vinden door een onafhankelijk deskundige. De meting dient een representatief beeld te geven van de geluidssituatie ter plaatse, welk beeld naar het oordeel van de rechtbank eerst verkregen kan worden op basis van metingen tijdens verschillende weekenden.

Voorts zal bij eventuele gebleken overschrijding van de geluidsnormen de deskundige gevraagd worden welke akoestische maatregelen getroffen dienen te worden om de overschrijding terug te brengen tot de geldende geluidsnormen.

5.3 De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de vraag wie als deskundige benoemd moet worden.

5.4 De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

B E S L I S S I N G

De rechtbank:

Verwijst de zaak naar de rol van 1 augustus 2002 voor uitlating partijen over de persoon van de te benoemen deskundige;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.E. Derks en op de openbare civiele terechtzitting van 13 juni 2002 uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Type: JMED