Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2002:AE2440

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
08-05-2002
Datum publicatie
08-05-2002
Zaaknummer
48989 / KG ZA 02-50
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 8 mei 2002

V O N N I S

in kort geding van de rechtbank Roermond

in de zaak van:

eisers:

1. [eiser] en

2. [eiser],

beiden wonende te [woonplaats], [adres],

3. [eiser] en

4. [eiser],

beiden wonende te [woonplaats], [adres],

5. [eiser] en

6. [eiser],

beiden wonende te [woonplaats], [adres],

7. [eiser] en

8. [eiser],

beiden wonende te [woonplaats], [adres],

9. [eiser] en

10. [eiser],

beiden woennde te [woonplaats], [adres],

11. [eiser] en

12. [eiser],

beiden wonende te [woonplaats], [adres],

13. [eiser],

wonende te [woonplaats], [adres],

14. [eiser],

wonende te [woonplaats], [adres],

procureur mr. T. van der Meeren;

tegen:

gedaagde:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Golfcomplex De Golfhorst B.V.,

gevestigd te 5966 RM America, Raamweg 8,

advocaat mr. P.M. Scholtes,

procureur mr. H.J.J.M. van der Bruggen.

Partijen worden aangeduid als volgt:

eisers: eisers;

gedaagde: De Golfhorst.

1. Inhoud van het procesdossier

Er wordt recht gedaan op de volgende processtukken:

- de dagvaarding;

- de door partijen overgelegde bijlagen bij de processtukken;

- de pleitnota's, die tijdens de mondelinge behandeling op de openbare zitting van 1 mei 2002 zijn overgelegd.

2. Vaststaande feiten

De rechter gaat uit van de volgende tussen partijen vaststaande feiten.

De Golfhorst beschikt in Horst over een golfbaan met daarbij behorende faciliteiten. Eisers zijn met De Golfhorst een overeenkomst aangegaan over gebruikmaking van die faciliteiten. Daarbij hanteert De Golfhorst een systeem van speelrechten, dat bestaat uit:

- een speelrecht waarbij een eenmalig bedrag betaald dient te worden en een jaarlijkse bijdrage - contributie genoemd - die 50% bedraagt van het eenmalig te betalen bedrag;

- een jaarkaart, waarbij geen eenmalig bedrag wordt betaald, maar wel een jaarlijkse bijdrage die gerelateerd is aan de totale som die spelers die een speelrecht hadden verworven, moesten betalen.

Eisers hadden ofwel een speelrecht ofwel een jaarkaart.

Op 20 december 2001 hebben eisers van De Golfhorst een brief ontvangen met de volgende inhoud:

"America, 20 December '01

Geachte heer / mevrouw,

Na een jaar van inspanning en ontspanning en wetende hoe de financiële situatie van de "Golfhorst " er op dit moment uit ziet is het tijd om in een aantal zaken duidelijkheid te verschaffen.

Om volgend jaar te kunnen leren, spelen en ontspannen op de "Golfhorst" moet er een verhoging van de inschrijfgelden en contributie plaats vinden.

Verder zal het aantal soorten speelrecht op de Golfhorst terug gebracht worden naar vier speelrechten te weten, jeugdleden, bedrijfsleden een Golfhorst-speelrecht en een America-speelrecht. Voor het Golfhorst-speelrecht zijn 800 plaatsen beschikbaar en voor het America-speelrecht, 200. Met het Golfhorst-speelrecht heeft u de beschikking over alle banen en met het America-speelrecht alleen over de Americabaan. Voor de jeugd en bedrijfsleden gelden andere voorwaarden en prijzen.

Een Golfhorst-speelrecht kost € 2000,00 en een America-speelrecht € 500,00 uw oude speelrecht kunt u ineens aanvullen of in drie jaarlijkse gelijke stappen. Bij het aanvullen van uw speelrecht ineens wordt er een korting aan u gegeven.

De jaarcontributie voor een Golfhorst-speelrecht gaat € 650,00 bedragen en voor een America-speelrecht € 350,00.

In de contributie is een bedrag van € 50,00 opgenomen voor de nog op te richten vereniging.

Als alle speelrechten bezet zijn zal de wachtlijst in werking treden waarna terugbetaling van het speelrecht mogelijk wordt. Andere vormen van terugbetaling zijn: bij overlijden en waarin de directie anders beslist als bij het boven genoemde.

Wij willen het voor iedereen mogelijk maken te blijven golfen. Tot onze spijt hebben wij tot de bovengenoemde maatregelen moeten besluiten omdat wij geen andere keus hebben. Degene waarbij het bovenstaande problemen oplevert kunnen contact opnemen met Mevr. de [S.].

De factuur zult u direct na de jaarwisseling ontvangen.

Met vriendelijke groet,

De directie "

3. Stellingen en vorderingen van eisers

Deze stellen en vorderen overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding, die aan dit vonnis is gehecht.

Ter zitting heeft de raadsman van eisers een nadere toelichting gegeven. Deze toelichting komt - kort samengevat - neer op het volgende.

In de brief van 20 december 2001 werd niet alleen een verhoging van de speelrechtbijdrage en de contributie aangekondigd, maar ook het terugbrengen van het aantal speelrechten van zes naar vier soorten. Ook de jaarkaarten zouden vervallen. De veranderingen zouden niet alleen voor nieuwe spelers op de accommodatie van De Golfhorst gelden, maar ook voor spelers die al lange tijd in het bezit waren van en speelrecht of jaarkaart. Eisers zijn van mening dat zij beschikken over een speelrecht op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst, die De Golfhorst niet eenzijdig kan wijzigen. Eisers zijn niet bereid de verhoging van het speelrecht te betalen. Daar komt bovendien bij dat eisers geen inzicht hebben in de financiële positie van De Golfhorst en ondanks gedane toezegging heeft De Golfhorst dat inzicht nog steeds niet verschaft. De Golfhorst wil eisers vanaf 1 maart 2002 de toegang tot haar faciliteiten weigeren als eisers niet bijbetalen voor het speelrecht. Eisers wensen nakoming van de gesloten overeenkomsten. De Golfhorst kan de overeenkomsten niet eenzijdig wijzigen, laat staan dat zij de overeenkomst zou kunnen ontbinden onder de voorwaarde dat er een wachtlijst zou zijn. Partijen zijn dit nooit overeengekomen.

4. Verweer van De Golfhorst

De Golfhorst heeft het gevorderde bestreden. Het verweer komt - kort samengevat - neer op het volgende.

De eisers [sub 5] en [sub 6] hebben bij brief van 7 januari 2002 "de jaarcontributie voor hun speelrecht" opgezegd en hebben aanspraak gemaakt op terugbetaling van de door hen betaalde speelrechtbijdrage. De eiser [sub 13] heeft inmiddels volledig en zonder voorbehoud voldaan aan de voorwaarden voor verwerving van een America-speelrecht. De Golfhorst begrijpt niet waarom ook deze spelers een vordering tegen haar hebben ingesteld.

Primair stelt De Golfhorst zich op het standpunt dat de door haar bij brief van 20 december 2001 gedane mededeling aldus moet worden begrepen dat, voorzover de spelers het desbetreffende aanbod niet aanvaarden, de overeenkomst tussen De Golfhorst en die spelers als opgezegd moet gelden met ingang van het seizoen 2002. Eisers hebben dan ook geen recht meer van toegang tot de faciliteiten.

Subsidiair is De Golfhorst van opvatting dat zij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet gehouden kan worden aan onverkorte nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. In financieel opzicht zijn de omstandigheden sedert het sluiten van de overeenkomst zodanig gewijzigd dat zonder gevaar voor continuïteit ongewijzigde uitvoering niet meer mogelijk is. De nieuwe bedragen moeten bovendien alleszins als redelijk worden aangemerkt als deze worden vergeleken met de bijdragen die op andere golfbanen in de regio verschuldigd zijn.

De Golfhorst is bereid de redelijkheid van haar standpunt te laten toetsen door een extern deskundige in de vorm van een bindend advies. De Golfhorst is van mening dat eisers naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid medewerking moeten verlenen aan een dergelijk advies.

Toewijzing van de vorderingen zou tot ongewenste en oncontroleerbare toestanden leiden; de vraag rijst dan hoe De Golfhorst moet omgaan met de overige spelers, die inmiddels wel de volledige bijdrage hebben betaald c.q. aangevuld. Tussen eisers en die andere spelers zullen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid gelden; gelet ook op de getalsverhoudingen tussen al die spelers is hetgeen eisers in de onderhavige procedure vorderen niet redelijk en billijk.

De Golfhorst concludeert tot afwijzing van de gevraagde voorlopige voorziening en tot veroordeling van eisers in de proceskosten.

5. Beoordeling van het geschil

De stellingen van De Golfhorst dat de eisers [sub 5] en [sub 6] de jaarcontributie voor hun speelrecht hebben opgezegd en aanspraak hebben gemaakt op terugbetaling van de door hen betaalde speelrechtbijdrage en dat eiser [sub 13] inmiddels volledig en zonder voorbehoud heeft voldaan aan de voorwaarden voor verwerving van een America-speelrecht, zijn door eisers niet weersproken, zodat in dit geding van de juistheid van die stellingen wordt uitgegaan. Geconcludeerd moet worden dat de eisers [sub 5], [sub 6] en [sub 13] geen belang meer hebben bij het gevorderde, zodat zij daarin niet ontvankelijk verklaar dienen te worden.

De structuur van de rechtsverhouding tussen partijen is zwak. Dit blijkt onder andere uit de wijze waarop die verhouding tot stand komt of tot stand is gekomen, namelijk enkel door het invullen van een inschrijfformulier, terwijl de rechten en verplichtingen van degenen die zich hebben ingeschreven slechts uit een folder zijn te kennen. Als De Golfhorst met leden overlegt en/of afspraken maakt dan dient zij dit met alle leden te doen. Gelet op het feit dat het hier om honderden leden gaat, is dit voor De Golfhorst een welhaast onmogelijke opgave. De verbetering van die structuur is dan ook zeer wenselijk en wel in de vorm van een vereniging van spelers, van welke vereniging het bestuur de gesprekspartner van De Golfhorst kan zijn. Door de oprichting van een vereniging kan dan ook beter vorm gegeven worden aan de rechten en plichten die de spelers tegenover De Golfhorst hebben.

De Golfhorst heeft gesteld dat zij heeft moeten constateren dat de aanvankelijk vastgestelde tarieven om te mogen golfen onvoldoende zijn voor een rendabele exploitatie van het golfcomplex. Zo zijn er uiteindelijk minder speelrechten uitgegeven dan aanvankelijk geprognosticeerd, waardoor De Golfhorst minder participerend vermogen ter beschikking kreeg, zijn investeringen nodig om aansluiting te krijgen bij de Nederlandse Golf Federatie die ten laste komen van het vermogen van De Golfhorst, wordt de eis van de laagdrempeligheid verlaten en is het huidige management van De Golfhorst geconfronteerd met hem onbekende ontwikkelingen uit het verleden die een negatieve invloed hebben gehad op het vermogen van De Golfhorst. Een en ander heeft geleid tot de brief van 20 december 2001.

In die brief komt onder meer de passage voor "Om volgend jaar te kunnen leren, spelen en ontspannen op de "Golfhorst" moet er een verhoging van de inschrijfgelden en contributie plaats vinden. " Een redelijk lezend houder van een speelrecht of een jaarkaart kan en mag daarin niets anders lezen dan dat bij niet betaling van de verhoogde tarieven de mogelijkheid tot spelen wordt opgezegd c.q. niet wordt verlengd. Voor de spelers die de verhoogde tarieven niet hebben betaald of niet zullen betalen, bestaat er dan ook geen recht meer om op de baan van De Golfhorst golf te spelen.

Het gevorderde zou toegewezen kunnen worden zolang het door De Golfhorst voorgestelde bindend advies van een extern deskundige over de noodzaak van de aanpassing van de bijdragen, nog niet is uitgebracht. Maar dan doet zich de situatie voor dat dan wel een speelmogelijkheid voor de eisers wordt gecreëerd, maar niet voor de overige spelers die in dezelfde situatie als de eisers verkeren en dat zou onrechtmatig zijn. Dit vonnis geldt immers alleen tussen partijen en niet tevens ten aanzien van de overige spelers die niet in deze procedure zijn opgekomen. Een en ander betekent dat het gevorderde afgewezen moet worden.

Eisers dienen als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure te worden veroordeeld.

B E S L I S S I N G

De voorzieningenrechter:

verklaart de eisers [sub 5], [sub 6] en [sub 13] niet ontvankelijk in het gevorderde;

wijst het gevorderde ten aanzien van de overige eisers af;

veroordeelt eisers in de proceskosten van De Golfhorst, welke kosten tot aan deze uitspraak worden begroot op:

€ 193,00 aan griffierechten en

€ 703,36 aan salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.M. Schrickx als voorzieningenrechter en door deze op de openbare civiele terechtzitting van 8 mei 2002 uitgesproken in aanwezigheid van mr. L.G.H. Cox als griffier.

lghc