Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2001:AB2112

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
14-06-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
44712 / KG ZA 01-126
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 14 juni 2001.

V O N N I S

van de president

van de Arrondissementsrechtbank te Roermond

rechtsprekende in kort geding

in de zaak van:

eiseres in kort geding bij exploot van dagvaarding d.d. 31 mei 2001:

De rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging

VERENIGING DAS & BOOM,

gevestigd te Beek-Ubbergen,

procureur mr. F.A. Dronkers,

advocaat mr. A.H.J. van den Biesen te Amsterdam;

tegen:

gedaagde in kort geding bij voormeld exploot van dagvaarding:

A.A.M.M. HEIJMANS,

burgemeester van de gemeente Haelen,

wonende te [woonplaats], [adres],

procureur: mr. O.J.H.M. van Eijndhoven,

advocaat: mr. R.M.H.H. Tuinstra te Maastricht.

1. Het verloop van de procedure

Dit blijkt uit de navolgende processtukken:

- de inleidende dagvaarding;

- de pleitnota van mr. Van den Biesen en de door eiseres in het geding gebrachte producties;

- de pleitnota van mr. Tuinstra en de door gedaagde in het geding gebrachte producties.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 juni 2001.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of ongenoegzaam gemotiveerd weersproken, ofwel blijkend uit overgelegde en in zoverre niet betwiste producties, staat het volgende tussen partijen in rechte vast, voor zoveel in dit kort geding terzake doende:

tot een van de activiteiten van eiseres behoort onder meer het voeren van juridische procedures tegen de aanleg van de A73 op de oostoever van de Maas;

op 9 april 2001 heeft de op Napoleonsweg te Haelen een ongeval plaatsgevonden, waarbij de bestuurder van personenauto is verongelukt;

in zijn hoedanigheid van burgemeester heeft gedaagde zich begeven naar de plaats van het ongeval, waarbij hij is geïnterviewd door journalisten van L1 en SBS 6;

naar aanleiding daarvan heeft het ANP op 9 april 2001 een persbericht uitgebracht, waarna diverse kranten op 10 april 2001 in een artikel aandacht hebben besteed aan voormeld interview.

3. De stellingen en de vorderingen van eiseres

Deze heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de aangehechte dagvaarding.

Ter terechtzitting heeft de raadsman van eiseres op de dagvaarding een nadere toelichting gegeven, van welk betoog pleitnotities zijn overgelegd, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt aangemerkt en waarnaar ten deze wordt verwezen.

Voor zover nodig zal op de stellingen van eiseres nader in de overwegingen worden ingegaan.

4. Het verweer van gedaagde

De raadsman van gedaagde heeft het gevorderde bestreden met het betoog, neergelegd in zijn pleitnotities, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast wordt aangemerkt en waarnaar ten deze wordt verwezen.

Teneinde een inhoudelijke beoordeling van het geschil tussen partijen te verkrijgen, heeft gedaagde zijn primaire verweer tot niet-ontvankelijk-verklaring van eiseres ter zitting ingetrokken.

Voor zover nodig zal op de stellingen van gedaagde nader worden ingegaan in de overwegingen.

5. Het voorlopig oordeel van de president van de rechtbank

Eiseres heeft in dit kort geding gevorderd gedaagde te veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie vanwege door gedaagde aan het adres van eiseres gedane beschuldigingen.

Nu gedaagde zijn primaire verweer heeft ingetrokken, wordt de procedure geacht te zijn aanhangig gemaakt tegen de gemeente Haelen. Dit impliceert dat de door eiseres gestelde uitlatingen van gedaagde toegerekend dienen te worden aan deze gemeente.

Kern van dit kort geding betreft de vraag of gedaagde in het door hem op 9 april 2001 aan L1 en SBS6 gegeven interview zodanige uitlatingen heeft gedaan, welke jegens eiseres onrechtmatig zijn.

Vast staat dat het door het ANP uitgebrachte persbericht is opgemaakt naar aanleiding van het door gedaagde op 9 april 2001 gegeven interview aan L1 en SBS6. Op grond van dit persbericht hebben zowel landelijke als regionale kranten in hun editie van 10 april 2001 aandacht besteed aan het door gedaagde gegeven interview en daarbij in hun artikel - overigens conform voormeld persbericht - vermeldt dat "volgens Heijmans de juridische procedures van eiseres tegen de aanleg van de A73 op de oostoever van de Maas mensenlevens kosten".

Bij de behandeling van dit kort geding heeft gedaagde de letterlijke weergave van het door hem aan L1 en SBS6 gegeven interview overgelegd. Uit de inhoud van die weergave kan naar het oordeel van de president niet de conclusie getrokken worden dat gedaagde eiseres in die interviews verantwoordelijk heeft gesteld voor het vallen van verkeersslachtoffers op de Napoleonsbaan. Gedaagde kan dan ook niet verantwoordelijk gehouden worden voor de door de journalisten in hun krante-artikelen vermelde verklaring van gedaagde zoals deze stond weergegeven in het ANP-persbericht en de nadien door eiseres als gevolg daarvan ontvangen zo genoemde hatemail. In ieder geval heeft gedaagde zich blijkens de door hem overgelegde krantenartikelen van ná 10 april 2001 gedistantieerd van verklaringen zoals deze in de krantenberichten van 10 april 2001 stonden weergegeven. Vanwege de op grond van die krantenartikelen jegens eiseres ingenomen negatieve houding had het mogelijk op de weg van gedaagde gelegen om door middel van journalistiek Nederland de juiste weergave van zijn verklaringen te benadrukken, doch dit nalaten kan niet leiden tot toewijzing van de thans gevorderde rectificatie.

Naar het oordeel van de president kan gedaagde wel onzorgvuldig handelen jegens eiseres verweten worden voor zover dit betreft de door hem gedane verklaringen in het discussieprogramma "Het gesprek van de dag", uitgezonden via Omroep Gelderland op 10 april 2001, waar hij, telefonisch, wel een directe relatie legt tussen de door eiseres ingediende bezwaren tegen de beslissing van het Ministerie van L.N.V., het daaruit voortvloeiende uitstel van de aanvang van de werkzaamheden ten behoeve van de omleiding om Haelen en de verkeersongevallen. In de media is echter naar aanleiding van de uitspraken van gedaagde, zoals deze zijn gepubliceerd in de krantenberichten van 10 april 2001, zodanige aandacht besteed aan de visie van eiseres en is intussen sprake van een zodanig tijdsverloop sedert de gewraakte uitlatingen, dat aan de zijde van eiseres onvoldoende (spoedeisend) belang wordt geacht voor het instellen van de onderhavige vordering.

Met inachtneming van het vorenstaande zal de vordering van eiseres worden afgewezen.

Eiseres dient als de in dit kort geding in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten.

B E S L I S S I N G

De president van de rechtbank:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt eiseres in de kosten van dit kort geding, aan de zijde van gedaagde tot aan deze uitspraak begroot op f. 1.950,-- (EUR 884,87), te weten:

f. 400,-- aan griffierechten en

f. 1.550,00 aan salaris ten behoeve van de procureur;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.R. Soutendijk als president, en door deze ter openbare civiele terechtzitting van 14 juni 2001 uitgesproken in tegenwoordigheid van A.G.T. Creemers als griffier.

Type: tc.

Coll.: