Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:1995:1

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
18-09-1995
Datum publicatie
01-11-2013
Zaaknummer
04-0510515.94 04-077181.94 04-077621.94 04-077766.94
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Levenslang voor viermaal medeplegen van moord en driemaal medeplegen van doodslag, gepleegd in de periode 1993 tot en met 1994.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummers : 04-051015.94 04-077181.94 04-077621.94 04-077766.94

uitspraak d.d.: 18 september 1995

VONNIS

van de arrondissementsrechtbank te Roermond,
meervoudige kamer voor strafzaken, in de ter terechtzitting
gevoegde zaken tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting "Overmaze" te Maastricht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 mei 1995 en de op 18 augustus 1995 aangevangen terechtzitting.

In de zaak met parketnummer 051015.94 is - na wijziging van de tenlastelegging - aan de verdachte tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 20 januari 1994 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, door opzettelijk met een pistool, in elk geval met een schietwapen, een of meer kogel(s) te schieten in

het lichaam en/of het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1], waardoor (een) schotverwonding(en) gepaard gaande met perforatie van vitale organen, massaal bloedverlies en/of weefselschade zijn/is ontstaan, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal (door twee of meer verenigde personen) van een horloge en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, althans poging tot diefstal (door twee of meer verenigde personen) van een hoeveelheid geld, gepleegd op of omstreeks 20 januari 1994 te Reuver (ten opzichte van voornoemde [slachtoffer 1]), en welke doodslag werd gepleegd met het

oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

Althans indien terzake het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 20 januari 1994 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeéigening heeft weggenomen een horloge en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft/hebben bestaan in het gewelddadig vastpakken van die [slachtoffer 1] en/of in het dreigend een pistool, in elk geval een schietwapen, tegen (de nek van) die [slachtoffer 1] drukken of houden, in elk geval die [slachtoffer 1] dreigend een

pistool, in elk geval een schietwapen, voorhouden en/of in het die [slachtoffer 1] dwingen op de grond te gaan liggen en/of in het -toen die [slachtoffer 1] op de grond lag- gewelddadig op (de rug van) die [slachtoffer 1] gaan zitten en/of in het trachten de armen en/of handen van die [slachtoffer 1] met tape aan elkaar te binden en/of in het (met een vuist) slaan tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of in het met een honkbalknuppel, in elk geval een hard voorwerp, slaan tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of in het met een pistool, in elk geval een schietwapen, een of meer kogel(s) schieten in het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of in het dreigend tegen die [slachtoffer 1] zeggen: "Dit is een overval" en/of "Ik weet alles van jou" en/of "Waar is het geld" en/of dat zij voor de poen kwamen, in elk geval woorden van soortgelijke dreigende aard en strekking, terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 1] tengevolge heeft gehad;

Althans indien terzake al het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 20 januari 1994 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en die diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen (voornoemde) [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat oogmerk met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen de woning [adres 1] te Reuver -alwaar die [slachtoffer 1] zich bevond- is binnengedrongen, in elk geval is binnengegaan en in deze woning die [slachtoffer 1] gewelddadig heeft vastgepakt en/of die [slachtoffer 1] dreigend een pistool, in elk geval een schietwapen, heeft voorgehouden en/of die [slachtoffer 1] heeft gedwongen op de grond te gaan liggen en/of -toen die [slachtoffer 1] op de grond lag- gewelddadig (op

de rug) van die [slachtoffer 1] is gaan zitten en/of heeft getracht de armen en/of handen van die [slachtoffer 1] met tape aan elkaar te binden en/of die [slachtoffer 1] (met een vuist) tegen het hoofd heeft geslagen en/of die [slachtoffer 1] met een honkbalknuppel, in elk geval met een hard voorwerp, tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of met een pistool, in elk geval met een schietwapen, een of meer kogel(s) in het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geschoten en/of dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Dit is een overval" en/of "Ik weet alles van jou" en/of "Waar is het geld" en/of dat zij voor de poen kwamen, in elk geval woorden van soortgelijke dreigende aard en strekking , zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid, alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijke omstandigheid dat er geen geld werd gevonden, in elk geval alleen tengevolge van een van zijn wil onafhankelijke omstandigheid; terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 1] tengevolge heeft gehad;

In de zaak met parketnummer 077181.94 is aan verdachte tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 15 februari 1994 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] van het leven heeft beroofd, door tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, opzettelijk meermalen althans eenmaal met (een) mes (sen), in elk geval met (een) scherp(e) voorwerp(en) te steken en/althans te snijden in het lichaam en/althans de hals van die [slachtoffer 2] en/of in het lichaam van die [slachtoffer 3], tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] en/of voornoemde [slachtoffer 3] zijn/is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten afpersing van een hoeveelheid geld althans poging tot afpersing van een hoeveelheid geld (door twee of meer verenigde personen) althans diefstal (met geweldpleging) van een hoeveelheid geld althans poging tot diefstal (met geweldpleging) van een hoeveelheid geld (door twee of meer verenigde personen) gepleegd op of omstreeks 15 februari 1994 te Venlo (ten opzichte van voornoemde [slachtoffer 2] en/of voornoemde [slachtoffer 3]), en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

Althans indien terzake het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 15 februari 1994 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3], heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het gewelddadig vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 3] en/of het slaan van die [slachtoffer 3] en/of het (dreigend) een mes in elk geval een scherp voorwerp tegen de keel althans hals van die [slachtoffer 3] drukken, in elk geval houden en/althans (dreigend) een mes in elk geval een scherp voorwerp in de nabijheid van de keel althans hals van die [slachtoffer 3] houden en/althans in het (daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer 3] zeggen, dat ze direkt het geld moest geven, omdat ze anders kapot zou worden gemaakt, in elk geval woorden van soortgelijke dreigende aard en strekking en/althans in het meermalen althans eenmaal met een mes in elk geval met een scherp voorwerp in het lichaam steken en/of snijden van die [slachtoffer 3], en/althans in het lichaam en/of de hals van die [slachtoffer 2], terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] tengevolge heeft gehad;

Althans indien terzake al het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 15 februari 1994 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het gewelddadig vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 3] en/of het slaan van die [slachtoffer 3] en/of het meermalen althans eenmaal met (een) mes(sen) in elk geval met (een) scherp(e) voorwerp(en) steken en/of snijden in het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of het (dreigend) een mes in elk geval een scherp voorwerp tegen de keel althans hals van die [slachtoffer 3] drukken, in elk geval houden en/of (dreigend) een mes in elk geval een scherp voorwerp in de nabijheid van de keel althans hals van die [slachtoffer 3] houden en/althans het meermalen althans eenmaal met (een) mes(sen) in elk geval met (een) scherp(e) voorwerp(en) steken en/of snijden in het lichaam en/althans de hals van die [slachtoffer 2], terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] tengevolge heeft gehad;

Althans indien terzake al het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 15 februari 1994 in de gemeente Venlo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk de woning ([adres 2]) - alwaar die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] zich bevond(en) - zijn/is binnengedrongen in elk geval zijn/is binnengegaan en (vervolgens) die [slachtoffer 3] gewelddadig hebben/heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of die [slachtoffer 3] hebben/heeft geslagen en/of (dreigend) een mes in elk geval een scherp voorwerp tegen de keel althans hals van die [slachtoffer 3] hebben/heeft gedrukt, in elk geval gehouden en/althans (dreigend) een mes in elk geval een scherp voorwerp in de nabijheid van de keel althans hals van die [slachtoffer 3] hebben/heeft gehouden en/althans (daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer 3] hebben/heeft gezegd dat ze direkt het geld moest geven, omdat ze anders kapot zou worden gemaakt, in elk geval woorden van soortgelijke dreigende aard en strekking en/althans meermalen althans eenmaal met (een) mes(sen) in elk geval met (een) scherp(e) voorwerp(en) in het lichaam van die [slachtoffer 3] en/althans in het lichaam en/of de hals van die [slachtoffer 2] hebben/heeft gestoken en/althans gesneden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid, alleen tengevolge van de van verdachtes en/of zijn mededader(s)/s wil onafhankelijke omstandigheid

of omstandigheden dat er geen geld werd gevonden en/of dat die [slachtoffer 3] weigerde om dat geld af te geven, in elk geval alleen tengevolge van een van verdachtes en/of zijn mededader(s)'s wil onafhankelijke omstandigheid of omstandigheden, terwijl het feit de dood van [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] tengevolge heeft gehad;

Althans indien terzake al het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 15 februari 1994 in de gemeente Venlo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat oogmerk de woning ([adres 2]) - alwaar die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] zich bevond(en) - zijn/is binnengedrongen, in elk geval zijn/is binnengegaan en (vervolgens) die [slachtoffer 3] gewelddadig hebben/heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of die [slachtoffer 3] hebben/heeft geslagen en/of die [slachtoffer 3] meermalen althans eenmaal met (een) mes(sen) in elk geval met (een) scherp(e) voorwerp(en) in het lichaam hebben/heeft gestoken en/althans gesneden en/of (dreigend) een mes in elk geval een scherp voorwerp tegen de keel althans hals van die [slachtoffer 3] hebben/heeft gedrukt, in elk geval gehouden en/althans (dreigend) een mes in elk geval een scherp voorwerp in de nabijheid van de keel althans hals van die [slachtoffer 3] hebben/heeft gehouden en/althans meermalen althans eenmaal met (een) mes(sen) in elk geval met

(een) scherp(e) voorwerp(en) in het lichaam en/althans de hals van die [slachtoffer 2] hebben/heeft gestoken en/althans gesneden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid, alleen tengevolge van de van verdachtes en/of zijn mededader(s)'s wil onafhankelijke omstandigheid dat er geen geld werd gevonden, in elk geval alleen tengevolge van een van verdachtes en/of zijn mededader(s)is wil onafhankelijke omstandigheid, terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] tengevolge heeft gehad;

In de zaak met parketnummer 077621.94 is aan verdachte tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de nacht van 17 juni 1993 op 18 juni 1993 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 4] van het leven heeft beroofd, door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met twee of een schietwapen(s) een kogel in de borst en/of een kogel in de rug, in elk geval twee of een kogel (s) in het (boven)lichaam, van die [slachtoffer 4] te schieten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 4] is overleden;

Althans indien terzake het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de nacht van 17 juni 1993 op 18 juni 1993 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 4] van het leven heeft beroofd, door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet met twee of een schietwapen(s) een kogel in de borst en/of een kogel in de rug, in elk geval twee of een kogel(s) in het (boven)lichaam, van die [slachtoffer 4] te schieten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 4] is overleden;

Althans indien terzake al het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de nacht van 17 juni 1993 op 18 juni 1993 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet [slachtoffer 4] (op de Veldenseweg) gewelddadig vast te pakken en/of onder bedreiging met (een) schietwapen(s) te dwingen in een auto te stappen of op gewelddadige wijze in een auto te duwen en/of (vervolgens) [slachtoffer 4] onder bedreiging met (een) schietwapen(s) in die/een auto te vervoeren en/of op of nabij de Genooyerweg die [slachtoffer 4] gewelddadig vast te pakken en/of uit de auto te trekken en/of te dwingen mee te lopen naar een terrein gelegen tussen de Genooyerweg en de Groeneweg en/of met twee of een schietwapen(s) twee kogels in het (boven)lichaam van die [slachtoffer 4] te schieten, terwijl voornoemd feit de dood van die [slachtoffer 4] ten gevolge heeft gehad;

In de zaak met parketnummer 077766.94 is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 17 juni 1993 op 18 juni 1993, in elk geval in of omstreeks de maand juni 1993, in de gemeente Venlo,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade een (tot op heden onbekend gebleven mans-)persoon van het leven heeft beroofd,

door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met meerdere althans een schietwapen(s) meerdere althans een kogel(s) in het (boven)lichaam van die (mans-)persoon te schieten en/of het lichaam van die (mans-)persoon te verzwaren met een steen en/of een blok beton, in elk geval met een zwaar voorwerp en/of (vervolgens) in een vijver althans enig water (gelegen nabij een gebouw in gebruik bij de kanovereniging "de Viking" aan de Professor Gelissensingel) te gooien en/of te laten zinken, tengevolge van een (of meer) van welke hiervoor beschreven handeling(en) die (mans-)persoon is overleden;

Althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de nacht van 17 juni 1993 op 18 juni 1993, in elk geval in of omstreeks de maand juni 1993, in de gemeente Venlo,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk een (tot op heden onbekend gebleven mans-)persoon van het leven heeft beroofd,

door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet met meerdere althans een schietwapen(s) meerdere althans een kogel(s) in het (boven)lichaam van die (mans)persoon te schieten en/of het lichaam van die (mans-)persoon te verzwaren met een steen en/of een blok beton, in elk geval met een zwaar voorwerp en/of (vervolgens) in een vijver althans enig water (gelegen nabij een gebouw in gebruik bij de kanovereniging "de Viking" aan de Professor Gelissensingel) te gooien en/of te laten zinken,

tengevolge van een (of meer) van welke hiervoor beschreven handeling(en) die (mans-) persoon is overleden;

Althans indien terzake al het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de nacht van 17 juni 1993 op 18 juni 1993, in elk geval in of omstreeks de maand juni 1993, in de gemeente Venlo,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk een (tot op heden onbekend gebleven mans-)persoon wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden,

door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet (op de Van Postelstraat) die (mans-)persoon te bedreigen met meerdere althans een schietwapen(s) en/of meerdere althans een schietwapen(s) op die (mans-)persoon te richten en/of met meerdere althans een schietwapen(s) meerdere althans een kogel(s) in het (boven)lichaam van die (mans-)persoon te schieten en/of (vervolgens) die (mans-)persoon op gewelddadige wijze in de kofferbak van een auto te gooien althans te leggen en/of in de kofferbak van die/een auto op te sluiten en/of met die/een auto aldus te vervoeren naar een plek gelegen nabij een gebouw in gebruik bij de kanovereniging "de Viking" aan de Professor Gelissensingel en/of (vervolgens aldaar) met meerdere of een schietwapen(s) meerdere of een kogel(s) in het (boven)lichaam van die (mans-)persoon te schieten en/of die (mans)persoon in een vijver althans enig water te gooien,

terwijl voornoemd feit de dood van die (mans-)persoon tengevolge heeft gehad;

2.

hij in of omstreeks de nacht van 18 juni 1993 op 19 juni 1993, in elk geval in of omstreeks de maand juni 1993, in de gemeente(n) Venlo en/of Arcen en Velden, in elk geval in het arrondissement Roermond,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade een (tot op heden onbekend gebleven mans-)persoon van het leven heeft beroofd,

door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg (in een bosgebied genaamd: "het Zwarte Water") met meerdere althans een schietwapen(s) meerdere althans een kogel(s) in het (boven)lichaam en/of in het hoofd van die (mans-)persoon te schieten en/of (vervolgens) die (mans-)persoon te begraven,

tengevolge van een (of meer) van welke hiervoor beschreven handeling(en) die (mans-)persoon is overleden;

Althans indien terzake het vorenstaande onder 2 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de nacht van 18 juni 1993 op 19 juni 1993, in elk geval in of omstreeks de maand juni 1993, in de gemeente(n) Venlo en/of Arcen en Velden, in elk geval in het arrondissement Roermond,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk een (tot op heden onbekend gebleven mans-)persoon van het leven heeft beroofd,

door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet (in een bosgebied genaamd: "het Zwarte Water") met meerdere althans een schietwapen(s) meerdere althans een kogel(s) in het (boven)lichaam en/of in het hoofd van die (mans-)persoon te schieten en/of (vervolgens) die (mans-)persoon te begraven,

tengevolge van een (of meer) van welke hiervoor beschreven handeling(en) die (mans-) persoon is overleden;

Althans indien terzake al het vorenstaande onder 2 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de nacht van 18 juni 1993 op 19 juni 1993, in elk geval in of omstreeks de maand juni 1993, in de gemeente(n) Venlo en/of Arcen en Velden, in elk geval in het arrondissement Roermond,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk een (tot op heden onbekend gebleven mans-)persoon wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden,

door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet onder bedreiging met meerdere althans een schietwapen(s) die (mans-)persoon te slaan en/of te trappen en/of te dwingen (op de Van Postelstraat) in de kofferbak van een auto te stappen en/of die (mans-)persoon in de kofferbak van die/een auto op te sluiten en/of (vervolgens) die (mans-)persoon met die/een auto aldus te vervoeren naar een bosgebied (genaamd: "het Zwarte Water") en/of met meerdere of een schietwapen(s) meerdere of een kogel(s) in het (boven)lichaam en/of in het hoofd van die (mans-)persoon te schieten en/of die (mans-)persoon te begraven, terwijl voornoemd feit de dood van die (mans-)persoon tengevolge heeft gehad;

3.

hij in of omstreeks de maand augustus 1993, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 augustus 1993 tot 1 januari 1994, in de gemeente Arcen en Velden, in elk geval in het arrondissement Roermond,

tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], althans alleen,

opzettelijk en met voorbedachten rade, een (tot op heden onbekend gebleven mans-)persoon van het leven heeft beroofd,

door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met meerdere althans een schietwapen(s) meerdere althans een kogel(s) in het hoofd en/of in de nek, in elk geval in het (boven)lichaam van die (mans-)persoon te schieten en/of (vervolgens) die (mans)persoon in een bosperceel te begraven,

tengevolge van een (of meer) van welke hiervoor beschreven handeling(en) die (mans-) persoon is overleden;

Althans indien terzake het vorenstaande onder 3 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de maand augustus 1993, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 augustus 1993 tot 1 januari 1994, in de gemeente Arcen en Velden, in elk geval in het arrondissement Roermond,

tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], althans alleen,

opzettelijk een (tot op heden onbekend gebleven mans-)persoon van het leven heeft beroofd,

door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet met meerdere althans een schietwapen(s) meerdere althans een kogel(s) in het hoofd en/of in de nek, in elk geval in het (boven)lichaam van die (mans-)persoon te schieten en/of (vervolgens) die (mans-)persoon in een bosperceel te begraven,

tengevolge van een (of meer) van welke hiervoor beschreven handeling(en) die (mans-) persoon is overleden;

Althans indien terzake al het vorenstaande onder 3 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de maand augustus 1993, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 augustus 1993 tot 1 januari 1994, in de gemeente(n) Venlo en/of Arcen en Velden, in elk geval in het arrondissement Roermond,

tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], althans alleen,

opzettelijk een (tot op heden onbekend gebleven mans-)persoon wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, door, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met dat opzet die (mans-)persoon (op de Van Postelstraat in de gemeente Venlo) gewelddadig vast te pakken althans te grijpen en/of die (mans-)persoon te slaan en/of te dwingen in de kofferbak van een auto te stappen althans in de kofferbak van een auto te gooien althans te leggen en/of die (mans-)persoon in de kofferbak van die/een auto op te sluiten en/of in die/een auto aldus te vervoeren naar een bosperceel in de gemeente Arcen en Velden en/of met meerdere of een schietwapen(s) meerdere of een kogel(s) in het hoofd en/of in de nek, in elk geval in het (boven)lichaam van die (mans-)persoon te schieten en/of die (mans-)persoon (vervolgens) te begraven,

terwijl voornoemd feit de dood van die (mans-)persoon tengevolge heeft gehad;

Voor zover in de tenlasteleggingen schrijffouten voorkomen, zijn die in voornoemde weergave van de tenlasteleggingen door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de volgende feiten heeft begaan:

In de zaak met parketnummer 051015.94 het primair tenlastegelegde met dien verstande dat:

hij op 20 januari 1994 te Reuver, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, door opzettelijk met een pistool, kogels te schieten in het lichaam en het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1], waardoor schotverwondingen gepaard gaande met perforatie van vitale organen, massaal bloedverlies en weefselschade zijn ontstaan, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd van enig strafbaar feit, te weten diefstal door twee of meer verenigde personen van een horloge, gepleegd op 20 januari 1994 te Reuver ten opzichte van voornoemde [slachtoffer 1];

In de zaak met parketnummer 077181.94 het primair tenlastegelegde met dien verstande dat:

hij op 15 februari 1994 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] van het leven heeft beroofd, door tezamen en in vereniging met zijn mededaders, opzettelijk meermalen met messen, te steken en te snijden in het lichaam en de hals van die [slachtoffer 2] en in het opzettelijk meermalen met een mes steken in het lichaam van die [slachtoffer 3], tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] en voornoemde [slachtoffer 3] zijn overleden, welke vorenomschreven doodslag werd vergezeld en voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten afpersing van een hoeveelheid geld althans diefstal met geweldpleging van een hoeveelheid geld, gepleegd op 15 februari 1994 te Venlo ten opzichte van voornoemde [slachtoffer 2] en voornoemde [slachtoffer 3];

In de zaak met parketnummer 077621.94 het primair tenlastegelegde met dien verstande dat:

hij in de nacht van 17 juni 1993 op 18 juni 1993 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 4] van het leven heeft beroofd, door, tezamen en in vereniging met zijn mededaders, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met twee schietwapens of een schietwapen een kogel in de borst en een kogel in de rug, van die [slachtoffer 4] te schieten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 4] is overleden;

In de zaak met parketnummer 077766.94 het sub 1 primair, het sub 2 primair en het sub 3 primair tenlastegelegde met dien verstande dat:

1.

hij in de nacht van 17 juni 1993 op 18 juni 1993, in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade een tot op heden onbekend gebleven manspersoon van het leven heeft beroofd, door, tezamen en in vereniging met zijn mededaders, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met een schietwapen meerdere kogels in het bovenlichaam van die manspersoon te schieten en het lichaam van die manspersoon te verzwaren met een steen of een blok beton, en vervolgens in enig water gelegen nabij een gebouw in gebruik bij de kanovereniging "de Viking" aan de Professor Gelissensingel te gooien en te laten zinken, tengevolge van een of meer van welke hiervoor beschreven handelingen die manspersoon is overleden;

hij in of omstreeks de nacht van 18 juni 1993 op 19 juni 1993, in elk geval in de maand juni 1993, in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade een tot op heden onbekend gebleven manspersoon van het leven heeft beroofd, door, tezamen en in vereniging met zijn mededaders, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg in een bosgebied genaamd: "het Zwarte Water" met meerdere schietwapens meerdere kogels in het lichaam en in het hoofd van die manspersoon te schieten en vervolgens die manspersoon te begraven, tengevolge van een of meer van welke hiervoor beschreven handelingen die manspersoon is overleden;

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 1993 tot 1 januari 1994, in de gemeente Arcen en Velden, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1], opzettelijk en met voorbedachten rade, een tot op heden onbekend gebleven manspersoon van het leven heeft beroofd, door, tezamen en in vereniging met zijn mededader, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met een schietwapen een kogel in het hoofd van die manspersoon te schieten en vervolgens die manspersoon in een bosperceel te begraven, tengevolge van een of meer van welke hiervoor beschreven handelingen die manspersoon is overleden.

Wat telkens primair meer of anders is tenlastegelegd, acht de rechtbank niet bewezen.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte de hierboven omschreven feiten heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat.

In de zaak met parketnummer 051015.94:

1.

De verklaring die de verdachte op de terechtzitting heeft afgelegd.

Deze verklaring houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

In de avond van 20 januari 1994 heb ik in een woning te Reuver samen met [medeverdachte 1] een overval gepleegd op een man, genaamd [slachtoffer 1].

Nadat wij in de woning van die [slachtoffer 1] waren heb ik, nadat wij eerst getracht hadden deze [slachtoffer 1] met tape te boeien, met een pistool meerdere kogels in het lichaam van die [slachtoffer 1] geschoten. Vrijwel direct hierna hebben [voornaam medeverdachte 1] en ik de woning verlaten. Buiten gekomen liet [voornaam medeverdachte 1] mij een horloge zien, waarvan hij zei dat hij dit uit een kast in die woning had gepakt.

Later heb ik vernomen dat [slachtoffer 1] tengevolge van de schoten in zijn lichaam is overleden.

2.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 2.2.1 bij het proces-verbaal nummer RP3200/94-250148 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 23 januari 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden wachtmeester der rijkspolitie le klasse, behorende tot de groep Swalmen.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisant [verbalisant 1] voornoemd:

Op 20 januari 1994, omstreeks 22.50 uur, kreeg ik een melding om te gaan naar perceel [adres 1] te Reuver, alwaar ik omstreeks 22.58 uur ter plaatse kwam. Op hetzelfde moment arriveerde een ambulancevoertuig en de arts Castermans.

Voor de woning [adres 1] trof ik de mij bekende [naam 1] en een mij onbekend persoon die de buurman van de nader te noemen [slachtoffer 1] bleek te zijn.

Ik betrad samen met de buurman de woning. In de woonkamer wees de buurman mij op 2 hulzen en op een lichaam dat op de grond lag.

Ik verzocht de arts Castermans naar binnen te komen teneinde de op de grond liggende persoon te onderzoeken. Ik zag dat de arts een onderzoek instelde aan de op de grond liggende persoon. Desgevraagd deelde de arts Castermans mij mede dat hij de dood had geconstateerd.

3.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 2.3.2 bij het proces-verbaal nummer RP3200/94-250148 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 24 januari 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 3], beiden wachtmeester der rijkspolitie le klasse, behorende tot de groep Swalmen.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisanten voornoemd:

Op 24 januari 1994 te 10.35 uur bevonden wij ons in het mortuarium te Reuver. Aldaar werd ons het stoffelijk overschot getoond van een man welk door ons werd herkend als:

[slachtoffer 1],

geboren te [geboorteplaats slachtoffer 1] op [geboortedatum slachtoffer 1],

gewoond hebbende te Reuver, gemeente Beesel, aan het adres [adres 1].

[slachtoffer 1] voornoemd was ons ambtshalve bekend.

4.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 2.3.1 bij het prces-verbaal nummer RP3200/94-250148 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 26 april 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 4], brigadier van politie, regio Limburg-Noord, district Roermond.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan de verbalisant voornoemd afgelegde verklaring van R.H.I.L.M. Castermans:

Ik ben huisarts van beroep. Op 20 januari 1994, omstreeks 22.30 uur, werd mij verzocht te gaan naar de [adres 1] te Reuver. Aldaar aangekomen zag ik in de woonkamer van die woning het lichaam van een mij onbekend persoon liggen. Uit het door mij verrichte onderzoek concludeerde ik dat deze persoon, zijnde een man, overleden was. Ik kon geen verklaring afgeven van een natuurlijk overlijden.

5.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 2.3.3 bij het proces-verbaal nummer RP3200/94-250148 (A dossier) gevoegd uittreksel uit het register van overlijden van de gemeente Beesel, gedateerd 26 januari 1994.

Dit uittreksel houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Op 20 januari 1994 is in de gemeente Beesel overleden [slachtoffer 1], geboren te [geboorteplaats slachtoffer 1] op [geboortedatum slachtoffer 1], wonende te Beesel.

6.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 3.3.1 bij het proces-verbaal nummer RP3200/94-250148 (A dossier) gevoegd proces-verbaal nummer 94/251953, d.d. 1 februari 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 5], [verbalisant 6], [verbalisant 7] en [verbalisant 8]

Allen technisch rechercheur in de politieregio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Op 21 januari 1994 stelden wij in de woning [adres 1] te Reuver een technisch sporenonderzoek in naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot aldaar van [slachtoffer 1], geboren te Venlo op [geboortedatum slachtoffer 1].

In de woonkamer troffen wij liggend op de vloer het slachtoffer aan. In de directe omgeving van het slachtoffer troffen wij twee scherpe en vier afgevuurde hulzen aan. Deze waren alle van het kaliber .22. Op diverse meubels van de zithoek troffen wij bloedspatten aan.

Om de rechterpols van het slachtoffer zat een stuk bruine tape. Op 22 januari 1994 vond de sectie plaats te Rijswijk. Deze sectie werd uitgevoerd door dr. Visser verbonden aan het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie te Rijswijk.

7.

Het rapport met als opschrift "MINISTERIE VAN JUSTITIE, LABORATORIUM VOOR GERECHTELIJKE PATHOLOGIE nummer 94031/R008 d.d. 14 maart 1994 als beëdigd deskundige opgemaakt door dr. R. Visser, arts en patholoog.

Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Op 22 januari 1994 heb ik ingevolge mondelinge opdracht van de officier van justitie te Roermond in het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie te Rijswijk de uit- en inwendige schouw verricht van het lijk van Jozeph Matheus [slachtoffer 1], geboren te [geboorteplaats slachtoffer 1] op [geboortedatum slachtoffer 1], gewoond hebbende te Reuver en dood aangetroffen te Reuver op 20 januari 1994, teneinde na te gaan de oorzaak van diens dood en hetgeen verder van belang mocht blijken.

Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 1] voornoemd is het navolgende gebleken:

vier inschot- en één doorschotverwonding; twee inschoten achter/door het linker oor(schelp), met perforatie van schedel, hersenvliezen en hersenen (oppervlak) met meerdere kogelfragmenten en botstukjes in de linker achterhoofdskwab. Geringe hersenvliesbloeding.

Perforatie van nekspieren, met een kogel in de nekspieren, nabij de wervelkolom.

Twee inschotverwondingen aan de rugzijde, ter linkerzijde met:

perforatie van linker nier, alvleesklier, twaalfvingerige darm en lever, 200 cc bloed in de buikholte.

Perforatie van de weke delen (spieren) rond de wervelkolom, borstvlies links, grote lichaamsslagader, borstvlies rechts; in de linkerborstholte werd 1000 cc bloed en in de rechter borstholte werd 500 cc bloed aangetroffen.

Er bleek sprake van vier inschot- en één doorschotverwonding. Hierbij waren vitale organen zoals hersenen, lever en grote lichaamsslagader geperforeerd gepaard gaande met massaal (inwendig) bloedverlies.

Er werden geen ziekelijke orgaanafwijkingen geconstateerd die voor het intreden van de dood (mede) van belang zouden kunnen zijn geweest.

CONCLUSIE

Bij [slachtoffer 1] voornoemd, kon het intreden van de dood worden verklaard door bij sectie gebleken schotverwondingen, gepaard gaande met perforatie van vitale organen, massaal bloedverlies en weefselschade.

8.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 6.2.9 bij het proces-verbaal nummer RP3200/94-250148 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d.

20 juni 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 9], brigadier van politie, district Roermond, regio Limburg-Noord en [verbalisant 10], brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan de verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van [medeverdachte 1]:

Ik wens te verklaren over de overval op [slachtoffer 1] te Reuver, gepleegd op 20 januari 1994. Op deze dag was ik samen met [verdachte]. Samen hebben wij die dag nog kort gesproken over hoe wij het gingen doen. Ik heb een stuk touw, een rol tape en een honkbalknuppel en [voornaam verdachte] het pistool meegenomen. Wij zijn die dag naar de woning van [slachtoffer 1] gegaan. De voordeur werd, nadat wij hadden aangebeld, geopend door een man, vermoedelijk [slachtoffer 1]. [voornaam verdachte] zette direct de loop van het pistool tegen het hoofd van [slachtoffer 1] en sommeerde [slachtoffer 1] naar binnen te gaan. Op het moment dat wij de woonkamer inliepen, hoorde ik dat [voornaam verdachte] tegen [slachtoffer 1] zei dat hij moest gaan liggen. Ik hoorde dat [voornaam verdachte] tegen [slachtoffer 1] zei: "Ik weet alles van jou, waar is je geld?" Ik had ondertussen de knuppel aan [voornaam verdachte] gegeven. [voornaam verdachte] sloeg met de knuppel op de achterzijde van het linkerbeen van [slachtoffer 1]. [voornaam verdachte] riep vervolgens: "Waar is je Rolex?" [slachtoffer 1] zei daarop: "In de kast". Ik probeerde intussen de handen van [slachtoffer 1] vast te binden op zijn rug. Hiervoor had ik de rol tape uit mijn borstzak gehaald. Ik pakte de linkerarm van [slachtoffer 1] vast en ik plakte een stukje afgerolde tape ter hoogte van zijn linkerpols. Ik kreeg de rechterarm niet dicht genoeg bij de linkerarm om beide polsen tegen elkaar te kunnen vastplakken. Enkele seconden later zag ik dat [slachtoffer 1] overeind kwam. Toen [slachtoffer 1] overeind kwam vuurde [voornaam verdachte] het eerste schot op [slachtoffer 1] af. [slachtoffer 1] kroop tussen een stoel en een kast naar de salontafel aan de voorzijde van de woonkamer. Ik pakte vervolgens de knuppel en ik heb [slachtoffer 1] vervolgens tegen zijn hoofd geslagen. Nadat ik [slachtoffer 1] had geslagen kroop hij verder. Op een gegeven moment hoorde ik dat [voornaam verdachte] een nieuw schot afvuurde. Kort hierna vuurde [voornaam verdachte] een derde schot af op [slachtoffer 1]. Direkt daarna zag ik dat [slachtoffer 1] op de grond viel. Hierna heb ik uit een kast in de woonkamer een horloge gepakt en in mijn jaszak gestopt. Hierna hebben wij de woning verlaten.

In de zaak met parketnummer 077181.94:

9.

Het raam proces-verbaal nummer PL2320/94-002102 (A dossier) d.d. 30 januari 1995, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 10], brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord en [verbalisant 11], brigadier van politie, district Roermond, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisanten voornoemd:

Op 16 februari 1994, omstreeks 02.24 uur, werd telefonisch bij de Regionale meldkamer van de politie Limburg-Noord gemeld, dat in perceel [adres 2] te Venlo, het aldaar woonachtige echtpaar [slachtoffer 2]-[slachtoffer 3] levenloos was aangetroffen.

Op 18 februari 1994, omstreeks 10.30 uur, werden door de verbalisanten [verbalisant 12] en [verbalisant 13] de getuigen [zoon 1 slachtoffer 2] en [zoon 2 slachtoffer 2] (zoons van de slachtoffers) geconfronteerd met de stoffelijke overschotten van het echtpaar [slachtoffer 2]-[slachtoffer 3]. Processen-verbaal van aanherkenning zijn opgemaakt.

10.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 2.2.2 bij het proces-verbaal nummer PL2320/94-002102 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 18 februari 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 12], brigadier van gemeentepolitie Venlo en [verbalisant 13], wachtmeester der rijkspolitie eerste klasse van de groep Helden. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisanten voornoemd:

Op 18 februari 1994, omstreeks 10.30 uur, hoorden wij in het ziekenhuis van Venlo een persoon, die opgaf te zijn: [zoon 1 slachtoffer 2].

als de aan verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van deze [zoon 1 slachtoffer 2]:

De beide lichamen die u mij zojuist heeft getoond, herken ik als van de in leven genaamd zijnde:

[slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] en gewoond hebbende te Venlo, [adres 2] en [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] en gewoond hebbende te Venlo, [adres 2].

11.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 2.2.3 bij het proces-verbaal nummer PL2320/94-002102 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 18 februari 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 12], brigadier van gemeentepolitie Venlo en [verbalisant 13], wachtmeester der rijkspolitie eerste klasse van de groep Helden. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisanten voornoemd:

Op 18 februari 1994, omstreeks 10.30 uur, hoorden wij in het ziekenhuis van Venlo een persoon, die opgaf te zijn: [zoon 2 slachtoffer 2].

als de aan verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van deze [zoon 2 slachtoffer 2]:

De beide lichamen die u mij zojuist heeft getoond, herken ik als van de in leven genaamd zijnde:

[slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] en gewoond hebbende te Venlo, [adres 2] en [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] en gewoond hebbende te Venlo, [adres 2].

12.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 3.3.1 bij het proces-verbaal nummer PL2320/94-002102 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 18 februari 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 7], opperwachtmeester/technisch rechercheur, politie Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisant voornoemd:

Op 17 februari 1994 was ik aanwezig bij de sectie op de stoffelijke overschotten van:

[slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] en gewoond hebbende te Venlo, [adres 2] en [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] en gewoond hebbende te Venlo, [adres 2].

Beide secties werden verricht door dr van Ingen, patholoog verbonden aan het Laboratorium voor de Gerechtelijke Pathologie te Rijswijk.

De sectienummers van de slachtoffers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] zijn respectievelijk 94083 en 94084.

13.

Het rapport met als opschrift "MINISTERIE VAN JUSTITIE, LABORATORIUM VOOR GERECHTELIJKE PATHOLOGIE nummer 94084/1017 d.d. 15 maart 1994 als beëdigd deskundige opgemaakt door Gerrit van ingen, arts en patholoog.

Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Op 17 februari 1994 heb ik ingevolge mondelinge opdracht van de officier van justitie te Roermond in het St. Maartens Gasthuis te Venlo de uit- en inwendige schouw verricht van het lijk van [slachtoffer 2], geboren te Venlo op [geboortedatum slachtoffer 2], gewoond hebbende te Venlo, [adres 2] en dood aangetroffen te Venlo op 16 februari 1994, teneinde na te gaan de oorzaak van diens dood en hetgeen verder van belang mocht blijken.

Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 2] voornoemd is het navolgende gebleken:

1 -

Vier steek-snijverwondingen met insteekopeningen voorwaarts aan de borst, in de rechter flank en rechts zij-achterwaarts aan de rug, en waarvan drie dieper reikend.

2 -

In het kader van één van de dieper reikende verwondingen met insteekopening aan de borst, beschadiging van onder meer de boog van de lichaamsslagader.

3 -

In het middenschot bloeduitstorting (maximaal tenminste 18 bij 7 bij 3 cm); in de rechter borstholte circa 1000 cc bloed en stolsels.

4 -

In het kader van één van de dieper reikende verwondingen, met insteekopening aan de rechter flank, onder meer perforatie van de lever.

5 -

In de buikholte enig bloed.

6 -

Maximale lengte van de steekkanalen, gemeten aan het lijk, naar schatting circa 15 cm.

7 -

In de hals een ongeveer overdwars verlopende scherprandige verwonding, met beeld passend bij meerdere snijbewegingen en één steekbeweging, en met doorsnijden van de linker inwendige halsslagader en perforatie van de wand van de ingang van het strottehoofd.

8 -

Tekenen van geringe inademing van bloed.

9 -

Weinige, deels bleke lijkvlekken, deels weinig bloedhoudende inwendige organen en slijmvliezen.

Bij sectie bleken de verwondingen sub 1, welke passen bij steken met één of meer lange, smalle, scherpe voorwerpen zoals bijvoorbeeld messen.

Tevens bleek de verwonding sub 7, welke past bij snijden en steken met één of meer scherpe, voor wat betreft de steekcomponenten ook lange, smalle voorwerpen zoals bijvoorbeeld messen.

De bevindingen sub 3 worden verklaard door die sub 2. De bevindingen sub 5 worden verklaard door die sub 4. De bevinding sub 8 wordt verklaard door die sub 7.

Het overlijden wordt zonder meer verklaard door het oplopen van de letsels, op basis van bloedverlies, in combinatie met weefselbeschadiging. De bevindingen sub 9 passen bij ernstig bloedverlies.

Conclusie:

[slachtoffer 2], oud 78 jaren, had meerdere steekverwondingen en een snijverwonding opgelopen, met beschadiging van onder meer de lichaamsslagader en een grote halsslagader, en die de dood tot gevolg hebben gehad.

14.

Het rapport met als opschrift "MINISTERIE VAN JUSTITIE, LABORATORIUM VOOR GERECHTELIJKE PATHOLOGIE nummer 94083/1016 d.d. 21 maart 1994 als beëdigd deskundige opgemaakt door Gerrit van Ingen, arts en patholoog.

Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Op 17 februari 1994 heb ik ingevolge mondelinge opdracht van de officier van justitie te Roermond in het St. Maartens Gasthuis te Venlo de uit- en inwendige schouw verricht van het lijk van [slachtoffer 3], geboren te [geboorteplaats slachtoffer 3] op [geboortedatum slachtoffer 3], gewoond hebbende te Venlo, [adres 2] en dood aangetroffen te Venlo op 16 februari 1994, teneinde na te gaan de oorzaak van diens dood en hetgeen verder van belang mocht blijken.

Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 3] voornoemd is het navolgende gebleken:

1 -

Multiple scherprandige huidperforaties aan hals, borst, buik en linker flank, en met beeld passend bij twaalf of eventueel dertien steekbewegingen en één oppervlakkige snijdende en een krassende beweging.

Maximale lengte van de steekkanalen, gemeten aan het lijk, naar schatting circa 17 of 21 cm.

Van de steekkanalen tien dieper reikend.

2 -

In het kader van de dieper reikende steekkanalen sub 1, onder meer beschadiging van hart, lever en dunne darm.

3 -

In de linker borstholte circa 1200 cc bloed en stolsels, in het hartzakje circa 70 cc bloed.

4 -

Weinig lijkvlekken, deels weinig bloedhoudende inwendige organen.

Bij sectie bleken de verwondingen sub 1, welke passen bij meermalen steken en snijden met één of meer scherpe, voor wat betreft de steekwonden ook lange, smalle voorwerpen zoals bijvoorbeeld messen. Het oplopen van één van de dieper reikende verwondingen verklaart het inwendige bloedverlies sub 3. Het overlijden wordt zonder meer verklaard door een combinatie van weefselbeschadiging van met name het hart, en bloedverlies. De bevindingen sub 4 passen bij ernstig bloedverlies.

Conclusie:

[slachtoffer 3], oud 80 jaren, had meerdere steek- en snijverwondingen opgelopen, met onder meer beschadiging van het hart, en die de dood tot gevolg hebben gehad.

15.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 7.4.14 bij het procesverbaal nummer PL2320/94-002102 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 28 september 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 14] en [verbalisant 15], beiden brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd op 28 september 1994 afgelegde verklaring van [medeverdachte 4]:

Op carnavalsdinsdag van dit jaar - 's avonds - ben ik in een auto met [verdachte], die de auto bestuurde, [medeverdachte 1], [medeverdachte 5] en met [voornaam medeverdachte 6], de vriendin van [voornaam verdachte], naar een woning aan de [adres 2] te Venlo gereden.

Bij die woning zijn wij, behoudens [voornaam medeverdachte 6], uit de auto gestapt en met zijn vieren naar die woning gestapt.

Nadat er aangebeld was bij die woning en de voordeur door een oudere vrouw was geopend, zijn wij naar binnen gegaan.

16.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 7.4.24 bij het procesverbaal nummer PL2320/94-002102 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 27 oktober 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 14] en [verbalisant 16], beiden brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd op 27 oktober 1994 afgelegde verklaring van [medeverdachte 4]:

U heeft mij verteld dat wij de komende dagen op papier gaan zetten, hetgeen precies op carnavalsdinsdag is gebeurd. Ik vind dat goed.

Op deze dag ben ik 's avonds door [verdachte] opgehaald bij mijn woning. [medeverdachte 5] die bij mij was is ook meegegaan. [voornaam verdachte] was met de auto. Het was een Opel. [voornaam medeverdachte 1] en [voornaam medeverdachte 6] waren bij [voornaam verdachte].

U vraagt of ik iets bij mij had.

Ik had een ploertendoder en een mes bij me. Ik stak dit mes in de rechtermouw van mijn jas. De ploertendoder had ik in mijn binnenzak.

U vraagt mij wanneer is besloten dat we naar het echtpaar zouden gaan.

Dat werd pas later in de auto besloten.

Omstreeks 23.00 uur zijn wij weggereden.

vraagt mij of [voornaam medeverdachte 6] wist wat we gingen doen. Ja, ze heeft gehoord dat we geld gingen halen bij de familie [slachtoffer 2]. Er werd een plan gemaakt dat [voornaam medeverdachte 1] de man zou pakken en dat [voornaam medeverdachte 5] de vrouw zou pakken. Ik zou naar de kelder gaan en [voornaam verdachte] zou naar boven gaan. Ik wilde naar de kelder omdat ik dacht dat van die twee plaatsen dit de meest voor de hand liggende plaats was om geld te bewaren. Ik weet niet meer of dit in de auto besproken werd of dat we toen al buiten waren. [voornaam verdachte] of ik maakte deze rolverdeling.

U vraagt mij hoe de auto werd geparkeerd.

We reden eerst de Herungerberg op. We zagen dat er iemand thuis was omdat er licht brandde in die woning. Hierna draaiden we de auto bovenop de berg en reden naar onder. Naast het huis draaiden we achteruit het pad links naast het huis in. We bleven heel even zitten in de auto. Hierna zijn we uitgestapt. [voornaam verdachte], [voornaam medeverdachte 1], [voornaam medeverdachte 5] en ik gingen naar de woning toe en [voornaam medeverdachte 6] ging weer in de auto zitten. Ik had het mes nog steeds in mijn linkermouw zitten. Toen ik bij de voordeur stond, pakte ik het mes in mijn rechterhand. [voornaam medeverdachte 5] en [voornaam verdachte] hadden ieder ook een mes in de hand. [voornaam medeverdachte 1] had op dat moment geen mes in zijn hand. Hij had wel een mes bij zich want ik heb gezien dat hij hiermee in de auto aan het spelen was.

Ik drukte op de belknop en hoorde dat de bel overging. We stonden op dat moment alle vier voor de voordeur. Ik zag dat een vrouw de deur openmaakte. Ik ging ervan uit dat het de vrouw des huizes was. Ik heb meteen nadat de vrouw de deur openmaakte de vrouw bij haar arm vastgepakt en haar rondgedraaid zodat ze met haar rug voor mijn buik stond. Hierna heb ik het mes dat ik in mijn hand had voor haar keel gehouden op een afstand van ongeveer 5 tot 10 centimeter. De andere drie renden naar binnen. Ik vroeg de vrouw: "Waar is het geld ?"

U vraagt mij waarom ik de vrouw het mes voor haar keel hield. Ik deed dat om zo snel mogelijk te weten waar het geld was. De vrouw schrok en zei: "Wat wil je van mij." Ze zei dit met een nederlands accent. Ik merkte dat ze trilde en dat ze bang was. Ik zei:

"Geld." Hierop zei ze: "In de kelder." Ik zei toen dat ze naar de kelder moest lopen. Ze begon te lopen en ik had het gevoel dat ze inderdaad richting de kelder liep. Ze liep voor mij en ik liep achter haar aan. Ik had haar nog steeds vast bij haar arm en had het mes nog steeds op haar keel.

Onderweg naar de kelder zei ik nog meerdere malen tegen haar dat ze het geld direct moest geven omdat ik haar anders kapot zou maken.

Tijdens dit lopen hoorde ik achter mij een mannenstem die ik niet kende: "Wat moet dat hier." Ik keek om en zag een oude man in de deuropening naar de woonkamer staan. Ook [voornaam medeverdachte 5] stond nog in de hal. Waar [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] waren weet ik niet. Ze waren in ieder geval niet in de hal. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 5] de man bij de schouder vastpakte en hem terug de kamer in duwde. Direct hierna stak [voornaam medeverdachte 5] de man met een mes in de onderste helft van de rug en trok het mes hierna direct eruit. Ik zag dat er bloed aan het lemmet van het mes zat. Dit ging flitsend snel. Het mes ging tot de helft in de rug van de man. Ik hoorde dat de man als reactie hierop zuchtte. Ik weet zeker dat de vrouw dat niet heeft gezien omdat ik ervoor zorgde dat ze haar hoofd niet kon draaien. Ze probeerde wel achterom te kijken, maar ik duwde haar verder. Ik wilde niet dat die vrouw dat zag.

Ik liep hierna door met de vrouw. [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] waren toen nog steeds niet in de hal. We moesten rechtdoor lopen. Tijdens dit lopen hoorde ik dat de man zei: "Waar ga je met mijn vrouw heen ?" Omdat [voornaam medeverdachte 5] niet bij mij was, concludeerde ik dat [voornaam medeverdachte 5] nog steeds bij de man was. Op een gegeven moment kwamen we bij de kelderdeur. Volgens mij stond deze kelderdeur open. Ik zag dat achter de deur een trap naar beneden was. De vrouw liep voor mij uit de trap af. Ik had het mes toen niet meer voor haar keel en ik hield haar ook niet meer vast, omdat dat niet meer nodig was. Toen ik op de helft van de trap was zag ik dat [voornaam medeverdachte 5] de trap ook af kwam. Toen we beneden waren zei [voornaam medeverdachte 5]: "Ik heb die vent kapot gemaakt." Ik hoorde dat duidelijk en ik merkte dat de vrouw dat ook hoorde. Ze wilde namelijk nadat [voornaam medeverdachte 5] dit zei direct naar boven lopen. [voornaam medeverdachte 5] hield haar echter tegen en gaf haar met zijn vlakke hand een aantal klappen in het gezicht. U zegt dat we het verhoor hier onderbreken en morgen verder gaan.

17.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 7.4.25 bij het procesverbaal nummer PL2320/94-002102 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 28 oktober 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 14] en [verbalisant 16], beiden brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd op 28 oktober 1994 afgelegde verklaring van [medeverdachte 4]:

Ik wil nu de verklaring van gisteren verder afmaken.

In de kelder zag ik dat de hand van [voornaam medeverdachte 5] en zijn pols besmeurd waren met bloed. Gisteren vertelde ik al dat [voornaam medeverdachte 5] de vrouw een aantal klappen in haar gezicht gaf. Tengevolge van deze klappen viel de vrouw op de grond. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 5] op die vrouw ging zitten. Hij vroeg "Waar is het geld." [voornaam medeverdachte 5] zei tegen de vrouw dat ze geen grapjes moest maken en dat ze het geld moest geven. Hierop liep [voornaam medeverdachte 5] met de vrouw verder de kelder in. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 5] op dat moment een mes in zijn hand had. Ik weet niet meer of ik steeds zicht op hen heb gehad, maar op een gegeven moment zag ik dat ze mijn richting op kwamen lopen. In de rechterhand had de vrouw een bundel geld. Ik zag dat hieromheen een postelastiek zat. In haar linkerhand had ze een ronde deksel. De vrouw gaf mij het geld.

Toen ik het geld van de vrouw kreeg heb ik twee biljetten van Fl. 1000,- uit de bundel getrokken. Ik gaf deze biljetten aan [voornaam medeverdachte 5] en zei hem daarbij dat hij zijn kop moest houden en dat dit tussen ons moest blijven. Hij nam het geld aan.

De rest van het geld deed ik in mijn jaszak.

Op het moment dat die vrouw met het geld mijn richting op kwam hoorde ik boven [voornaam medeverdachte 6] krijsen. Ik herkende haar stem. Ze krijste: "Waar zijn jullie mee bezig"

We zijn hierna naar boven gelopen. Eerst liep [voornaam medeverdachte 5], dan de vrouw en dan ik de trap op. Bovenaan de trap zag ik dat de deur openstond. Ik kwam uit in de keuken. Rechts in die keuken stond een stoel. Ik liep hiertegen op. Dat kwam omdat ik zag dat de vrouw ertussenuit wilde en ik haar wilde grijpen. Ik stootte daarbij tegen die stoel op. Ik heb ook geroepen: "Grijp haar" Of woorden van gelijke strekking. Ik deed dat omdat ik niet wou dat die vrouw haar man zou zien liggen. [voornaam medeverdachte 5] had immers in de kelder al gezegd dat hij de man dood had gemaakt.

Toen ik de vrouw wilde grijpen trapte ik achter op de hak van haar rechterbeen. Ik was op dat moment al enkele meters in de keuken. Ik zag dat hierdoor haar pantoffel uitschoot. Doordat ik haar op de hak trapte viel de vrouw. Ik zag toen ook dat er een ladder in haar kous was gekomen. Ik denk dat die ladder kwam omdat ik op haar hak had getrapt. Die vrouw was op dat moment para. Ik bedoel daarmee dat ze hysterisch was. Ze kon vanuit haar positie de man zien liggen en dat was de reden dat ze hysterisch werd.

Nadat de vrouw gevallen was pakte ik haar bij haar arm en trok haar omhoog, zodat ze weer stond. De vrouw stond toen met haar rug naar mij toe.

Ik stond op dat moment met die vrouw vlak bij de deur naar de hal. Zowel de vrouw als ik keken de gang in. Ik zag [voornaam medeverdachte 5], [voornaam verdachte], [voornaam medeverdachte 1], [voornaam medeverdachte 6] en de man in de hal.

De man lag op de grond. De man lag op zijn buik. Het hoofd van de man lag in de richting van de woonkamer. De benen van de man lagen in de richting van de keuken. De man lag op een rood Perzisch tapijt. Ik zag dat de man nog bewoog. Het leek mij of de man wilde kruipen. Ik weet niet meer of hij geluid maakte. Ik zag dat [voornaam verdachte] op de knieën bij de man zat. Hij zat ter hoogte van het bovenlichaam van de man. Hij zat met zijn rug naar mij toe, en van mij uit gezien links van de man. Ik zag dat [voornaam verdachte] een mes in zijn hand had. Hij had dit mes in zijn rechterhand. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 1] bij de knieën van de man stond. Hij stond min of meer gebukt over de knieën van de man. [voornaam medeverdachte 1] stond van mij uit gezien voor [voornaam verdachte], met de rug naar mij toe. Ik zag dat hij niets in zijn hand had.

[voornaam medeverdachte 5] stond links van mij, langs de muur in de hal. Ik weet niet of [voornaam medeverdachte 5] wat in zijn hand had. Ik heb er niet op gelet waar [voornaam medeverdachte 6] stond. Ik weet ook niet of ze toen al in de hal was.

Ik zag dat [voornaam verdachte] op de rug van de man zat. Hij zat met zijn gezicht in de richting van het hoofd van de man en dus met zijn rug in mijn richting. Ik zag dat hij het hoofd van de man aan de haren omhoog trok zodat de keel van de man vrij kwam. Ik zag dat hij met het mes dat hij in zijn rechterhand hield van links naar rechts de keel van de man doorsneed. Terwijl hij dit deed hoorde ik dat [voornaam verdachte] zei: "Hier heb je wat".

Ik zag dat er, doordat [voornaam verdachte] de keel van de man doorsneed, een hoop bloed op de grond stroomde. Hierna liet [voornaam verdachte] het hoofd van de man vallen. Ik zag dat de plas bloed groter werd.

[voornaam medeverdachte 1] zat toen nog altijd bij de voeten van die man.

Ik had de vrouw nog steeds vast. De vrouw zag wat er met de man gebeurde. Ik merkte dat de vrouw zich in de richting van de man probeerde te worstelen. Ze nam mij min of meer op sleeptouw. De vrouw bleef schreeuwen. Het lukte de vrouw om een aantal passen in de richting van de man te lopen. Ik zag dat [voornaam verdachte] naar de vrouw toe kwam en haar een aantal klappen tegen het gezicht gaf. Ik weet niet of dat met de vuist of de vlakke hand was. Van deze klappen werd de vrouw alleen maar hysterischer. Ze probeerde los te komen. [voornaam medeverdachte 5] stond op dat moment naast [voornaam verdachte]. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 5] een mes in zijn rechterhand had. Het was een dolkmes. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 5] uithaalde en de vrouw met het mes in de buikstreek stak. Ik had de vrouw op het moment nog steeds vast. De vrouw zakte door haar knieën. Meteen hierna stak [voornaam verdachte] de vrouw met een mes. Ik liet de vrouw toen los. Ik weet niet meer of de vrouw op dat moment schreeuwde of zo. Ik zag op dat moment [voornaam medeverdachte 6] staan. [voornaam medeverdachte 6] stond in de hal, vlak bij de man. Ik denk op ongeveer een meter afstand van de voordeur. [voornaam medeverdachte 6] schreeuwde en zei: "Waar zijn jullie mee bezig." Hierop liep ik in de richting van [voornaam medeverdachte 6]. Ik deed dat omdat ze stond te schreeuwen. Ik deed dit omdat ze vlak bij de deuropening stond en ik wilde dat ze stil was. [voornaam medeverdachte 1] liep ook in de richting van [voornaam medeverdachte 6].

[voornaam medeverdachte 1] en ik hebben [voornaam medeverdachte 6] naar buiten gebracht. [voornaam medeverdachte 6] kon zelf niet meer lopen. Ik weet niet of ze flauw gevallen was maar ze was in elk geval niet meer helemaal bij. Ik pakte haar bij haar voeten en [voornaam medeverdachte 1] pakte haar bij haar schouders of armen. Ik kan mij herinneren dat [voornaam verdachte] heeft gezegd dat [voornaam medeverdachte 6] daar weg moest of iets dergelijks.

[voornaam medeverdachte 1] en ik hebben haar vervolgens in de kofferbak van de auto gegooid. Ik weet dat zeker.

Op het moment dat [voornaam medeverdachte 6] in de kofferbak lag kwam [voornaam verdachte]. We zijn hierna in de auto gestapt.

18.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 7.3.24 bij het procesverbaal nummer PL2320/94-002102 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 31 oktober 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 17] en [verbalisant 18], beiden hoofdagent van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van [medeverdachte 5]:

Ik wil meewerken aan een afsluitende verklaring over de moord op het oudere echtpaar.

Enkele weken voor carnaval kregen wij een tip dat in een woning veel geld zou liggen.

Enkele dagen later zijn wij, [voornaam verdachte], [voornaam medeverdachte 1], [voornaam medeverdachte 4] en ik, die bewuste woning gaan bekijken.

Later zijn wij nog eens die woning gaan bekijken.

U zegt dat uit het onderzoek is gebleken dat er een vrij goede voorbereiding heeft plaatsgevonden.

Ja, dat klopt. Het was de bedoeling dat wij de woning zouden doorzoeken, waarbij er een bepaalde taakverdeling was.

Op de bewuste dag - carnavalsdinsdag - zijn wij in een auto, een Opel Ascona, naar de woning van die oudjes gegaan. In de auto zaten de rooie van [medeverdachte 4], [voornaam medeverdachte 1], [voornaam verdachte], [voornaam medeverdachte 6] en ik. [voornaam verdachte] had een vleesmes bij zich, [voornaam medeverdachte 1] een vlindermes en [medeverdachte 4] en ik hadden elk een dolk bij ons.

Gekomen bij de woning heeft [voornaam medeverdachte 4] aangebeld. Gelijk nadat de deur geopend werd door de vrouw is hij naar binnen gesprongen en heeft hij de vrouw vastgepakt en haar het mes op de keel gezet.

[voornaam medeverdachte 4] ging als eerste naar binnen, ik als tweede en [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] kwamen er achteraan.

U zegt dat ik verklaard heb dat [voornaam medeverdachte 4] de vrouw voorbij de kamerdeur trok, terwijl op dat moment de man de gang in wilde lopen. U zegt dat ik verklaard heb dat [voornaam medeverdachte 4] zich met de vrouw naar de deuropening van de kamer draaide en tegen de man zei dat hij zich rustig moest houden want anders zou zijn vrouw de strot worden doorgesneden.

Ja, dat klopt. Dat heeft [voornaam medeverdachte 4] gezegd, waarna ik de man heb horen roepen: "Godverdomme, wat moet dat hier".

Ik heb op dat moment de man een keer gestoken. De man kwam gelijk op mij afgelopen, terwijl [voornaam medeverdachte 4] nog gezegd had dat hij rustig moest blijven. Ik had het mes in mijn rechterhand en stak onderhands in een zwaaiende beweging met kracht in het onderlichaam van de man. Op dat moment stak ik op een bot of zoiets. Het mes hoorde ik "TOK" zeggen en ik voelde dat ik op iets

gestoken had. Het mes knikte zelfs licht in het lichaam.

Ik ben degene die dus de man de eerste steek heeft gegeven waarbij ik op een bot of zoiets gestoken heb.

De vrouw heeft nog gezien dat ik haar man een keer heb gestoken. De vrouw werd hysterisch, terwijl de man kreunde. Ik was woest en liep na die steek gelijk de kamer in alwaar ik uit kwaadheid het mes in een stoel stak, die gelijk bij de kamerdeur stond.

Daarna liep ik naar de gordijnen en heb deze dichtgeschoven. Toen ik klaar was in de kamer liep ik naar de keuken alwaar ik hoorde dat [voornaam medeverdachte 4] met die vrouw in de kelder was. Ik hoorde hem roepen: " schiet op " of zoiets.

Ik heb niet gezien wat er verder met die man gebeurd is omdat ik naar de kelder ben gegaan. Ik was met [voornaam medeverdachte 4] en de vrouw in de kelder, terwijl [voornaam medeverdachte 1] en [voornaam verdachte] met de man in de gang waren. Ik heb wel begrepen dat er wat problemen waren omdat ik [voornaam verdachte] hoorde roepen: " Oude teringzak, hou je muil " of zoiets.

Toen ik met [voornaam medeverdachte 4] en de vrouw terugkwam in de keuken zag ik dat de man op de grond in de gang lag.

Op een aantal punten ga ik nog in.

Het gebeuren in de kelder.

[voornaam medeverdachte 4] bedreigde de vrouw in de kelder, waarna zij een blik aanwees en zei dat daar geld inzat.

Ik meen dat het een rond blik was. Ik haalde de deksel eraf en haalde een bundel bankbiljetten eruit. Om het geld zat een elastiekje.

We zijn hierna naar boven gegaan.

U vraagt hoe [voornaam medeverdachte 4] nu bedreigd heeft ?

Hij drukte het mes gelijk na binnenkomst tegen de keel van de vrouw. Dat ging vrij hard. Ik kon dat zien omdat het mes diep in de huid gedrukt werd.

Hoe zij met [voornaam medeverdachte 4] naar de kelder is gelopen heb ik niet gezien. Toen ik in de kelder kwam was [voornaam medeverdachte 4] net beneden. Ik heb de vrouw toen nog een paar keer geduwd.

Terugkomen in de keuken/gang

U zegt dat ik verklaard heb dat [voornaam medeverdachte 4], de vrouw en ik na het pakken van het geld weer zijn teruggekomen in de keuken en dat de vrouw, eenmaal in de keuken naar haar man wilde rennen omdat ze hem in de gang zag liggen en omdat ze gezien heeft dat hij gestoken was.

Ja, dat klopt.

U zegt dat ik verklaard heb dat de vrouw naar de man wilde rennen en daarbij een pantoffel verloor.

Ja, dat klopt.

De vrouw wilde naar haar man rennen en was hysterisch aan het schreeuwen. [voornaam medeverdachte 4] riep nog dat ze die teringoud moesten tegen houden.

Op dat moment stak [voornaam verdachte] de vrouw een keer in de borst of zo. De vrouw werd vervolgens door ons, dus [voornaam medeverdachte 4], [voornaam medeverdachte 1] en ik vastgehouden. Het mens kon geen kant meer op. Ze kon niets meer doen. Ze schreeuwde alleen nog maar. Ik heb haar toen de hand op de mond gedrukt.

Op dat moment stak [voornaam verdachte] de vrouw meerdere malen in het lichaam terwijl wij haar vasthielden.

[voornaam verdachte] zei: "Oude teringzak, jij zegt niets meer, val kapot" of zoiets.

Direct daarop werd de vrouw losgelaten. De vrouw viel als een zoutzak op de grond. Dat ging best wel hard. Ze lag op de buik.

U zegt dat ik eerder verklaard heb dat [voornaam medeverdachte 6] de woning inkwam. U vraagt wanneer dat dit nu was.

Dat was op het moment dat [voornaam verdachte] op de vrouw stak.

Wegbrengen van [voornaam medeverdachte 6].

Daar ben ik niet bij geweest, maar ik heb al eerder verklaard, dat toen ik boven was, ik de kofferbak hoorde dichtslaan. Later hoorde ik dat [voornaam medeverdachte 6] in de kofferbak lag. Dat werd mij verteld door [voornaam verdachte] toen ik weer naar beneden kwam.

Beneden komen van mij.

Toen ik beneden kwam was [voornaam verdachte] alweer in de gang. Ik zag dat hij angs de man zat en hem een knie in de rug zette, aan zijn hoofdhaar de kop optrok en met zijn mes de man zijn keel doorsneed. Hij zei hierbij dat die oude teringzak hem niet meer kon verraden.

Samenvatting, puntsgewijs weergegeven:

U heeft mijn verklaring puntsgewijs samengevat. U heeft mij onderstaande punten voorgelezen, waarna ik deze bevestig.

Drie tot twee weken voor carnavalsdinsdag tip ontvangen.

Twee dagen later begonnen met het goed afleggen van de woning. In die tijd ook een keer aan de achterzijde van de woning geweest.

Carnavalsmaandag; afleggen woning.

Carnavalsdinsdag; 's avonds thuis opgehaald door [voornaam verdachte], [voornaam medeverdachte 1], [voornaam medeverdachte 4] en [voornaam medeverdachte 6].

Rechtstreeks naar de woning van de oudjes gereden.

Parkeren van de auto bij de woning.

Uitstappen bij de woning.

[voornaam medeverdachte 4] belt aan.

Vrouw maakt de deur open.

[voornaam medeverdachte 4] pakt de vrouw en bedreigt haar met het mes.

Allemaal naar binnen.

Man komt vanuit de kamer in de deuropening.

Ik steek de man de eerste keer.

[voornaam medeverdachte 4] loopt dan waarschijnlijk met de vrouw al naar de kelder.

[voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] houden zich bezig met de man.

Ik loop de woonkamer in, steek in de stoel en sluit de gordijnen van de voorkamer, heb gepist langs de tafel en sluit de gordijnen van de achterkamer.

Ik loop toen naar de kelder.

Ik kom in de kelder aan.

[voornaam medeverdachte 4] en de vrouw zijn net onder in de kelder.

Vrouw wordt bedreigd in de kelder en geduwd.

Vrouw wijst onder bedreiging aan waar het geld ligt.

Ik pak het geld uit een blik.

Ik, [voornaam medeverdachte 4] en de vrouw gaan naar boven.

Vrouw wil in de keuken naar haar man rennen, die in de gang op de vloer ligt.

[voornaam medeverdachte 4] roept dat de vrouw moet worden tegengehouden.

De vrouw verliest een pantoffel.

[voornaam verdachte] hoort [voornaam medeverdachte 4] roepen en steekt in een zwaaibeweging in op de vrouw.

Ik pak onder andere de vrouw vast en houd met een hand haar mond dicht omdat ze hysterisch is.

Ik moet de vrouw haar mond "snoeren" en doe dit in eerste instantie door haar tegen de muur te duwen.

[voornaam verdachte] pakt zijn mes en steekt de vrouw dan meerdere malen in haar lichaam.

[voornaam medeverdachte 6] komt binnen.

De vrouw wordt losgelaten en valt als een zoutzak op de grond.

Ik loop naar boven, maak het licht aan van de kamer en een openstaand nachtkastje met daarop een wekkerradio.

Ik hoor dat de kofferbak van de auto dichtgeslagen wordt en de motor starten.

Ik ga naar beneden.

[voornaam verdachte] is in de gang en pakt de op de grond liggende man vast en snijdt hem de keel door.

Ik loop naar buiten en pis langs de deur.

Wegrijden.

Ik heb vandaag het juiste verhaal verteld. De hierboven weergegeven samenvatting is juist.

19.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 7.5.7 bij het procesverbaal nummer PL2320/94-002102 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 27 september 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 13] en [verbalisant 16], beiden brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd op 27 september 1994 afgelegde verklaring van [medeverdachte 6]:

Ik kan op dit moment beter overzien wat er allemaal is gebeurd en denk dat ik nu alles kan vertellen.

U vraagt mij nu om alles zo gedetailleerd mogelijk te vertellen vanaf het begin van de moord op het bejaarde echtpaar.

Ik zou willen beginnen vanaf het moment dat we bij de kas zijn vertrokken. Ik bedoel de kas waar die jongens lampen wilden gaan stelen, op de carnavalsdinsdag 1994.

Vanaf die plaats zijn we over een slingerweggetje gereden. Ik weet dat we uiteindelijk op de [adres 2] zijn uitgekomen bij de woning van het bejaarde echtpaar van [slachtoffer 2].

vraagt mij nu of ik mij kan herinneren of er die bewuste dinsdagavond in de auto messen hebben gelegen.

Dit is best mogelijk, maar ik kan mij dat niet herinneren. [voornaam verdachte] bestuurde de auto. Naast [voornaam verdachte] zat [voornaam medeverdachte 1].

Achter [voornaam verdachte] zat ik, en naast mij zat [voornaam medeverdachte 5] en naast [voornaam medeverdachte 5] zat [voornaam medeverdachte 4].

U vraagt mij nu wat er in die tijd in de auto werd afgesproken. Ik kan mij nog herinneren dat een van de jongens zei dat ze geld gingen halen in die woning.

Gekomen bij de woning hoorde ik dat [voornaam verdachte] zei dat ik moest blijven zitten omdat ze zo terug waren. Ik ben gewoon blijven zitten op dezelfde plaats. [voornaam medeverdachte 1] stapte vervolgens uit de auto en deed zijn stoel naar voren. Daarna konden [voornaam medeverdachte 4] en [voornaam medeverdachte 5] uitstappen. Ik zag dat dit ook in die volgorde gebeurde. [voornaam verdachte] stapte intussen aan de andere zijde uit de auto.

U vraagt mij nu waar die jongens naar toe liepen. Ik weet dat ze alle vier naar de voordeur zijn gelopen en via de voordeur de woning naar binnen zijn gegaan.

20.

Het als bijlage/dossier-paragraaf 7.5.8 bij het procesverbaal nummer PL2320/94-002102 (A dossier) gevoegd proces-verbaal d.d. 28 september 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 13] en [verbalisant 16], beiden brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd op 28 september 1994 afgelegde verklaring van [medeverdachte 6]:

U vraagt mij nu om de draad weer op te pakken op het moment dat de vier jongens, te weten [voornaam medeverdachte 5], [voornaam medeverdachte 4], [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1], de auto verlieten bij de woning van het vermoorde echtpaar op de bewuste carnavaldinsdag 1994.

Ik zat op de achterbank van de auto, terwijl de vier jongens de auto verlieten. Ze liepen naar die woning. Ik weet zeker dat ik die vier jongens voor de voordeur heb zien staan vanuit mijn positie achter in de auto. Ik kon ook de voordeur zien.

Op een gegeven moment zag ik dat die vier jongens vrij snel naar binnen gingen. Ik weet niet in welke volgorde.

U vraagt mij nu welk geluid ik als eerste heb gehoord nadat die jongens de woning waren binnen gegaan.

Ik hoorde als eerste schreeuwen. U vraagt mij nu hoeveel tijd er tussen het naar binnen gaan en het schreeuwen heeft gezeten.

Ik schat dat dat toch enkele minuten zijn geweest. In ieder geval langer dan enkele seconden.

U vraagt mij nu wat voor een gegil dat was.

Ik kan U hierop zeggen dat dat in ieder geval niet het gegil van die jongens was. Ik hoorde gegil van een vrouwenstem. Ik kan dat gegil omschrijven als gegil van iemand die pijn heeft. Ik hoorde dat het gegil uit de richting van die woning kwam.

Enkele seconden na die gil ben ik uitgestapt en ben ik ook naar die woning gelopen. Ik heb hier wel even over nagedacht omdat ik bang was.

Ik meen mij te kunnen herinneren dat ik voor de struiken langs ben gelopen in de richting van de voordeur. Ik hoorde op dat moment stemmen. Dit waren de stemmen van de jongens die met elkaar aan het praten waren. Ik kon niet verstaan wat ze zeiden. Ze praatten op dat moment niet hard want anders had ik ze wel kunnen verstaan. Ze spraken op dat moment op een normale toon. Ik hoorde op dat moment geen vreemde stemmen. Ik hoorde op dat moment wel nog gegil. Ik stond op dat moment nog buiten. Het was weer het gegil van iemand die pijn had. Ik weet niet of dit een mannenstem was of een vrouwenstem. Dit was een gegil dat langer duurde. Het was geen korte schreeuw, maar meer een gegil van 3 of 4 seconden. De stem klonk als een vrouwenstem, maar ik weet niet zeker of het een vrouwenstem was. Ik kon niet verstaan wat er gegild werd.

Op dit moment stond ik op een afstand van ongeveer 1 meter van de voordeur aan de buitenkant.

De voordeur stond op dat moment ongeveer 10 centimeter open.

Ik twijfelde of ik wel naar binnen zou gaan. Ik ben maar 2 of 3 seconden voor de voordeur blijven staan.

U vraagt mij nu of ik op dat moment de stemmen van die jongens heb gehoord. Ik hoorde wel dat ze aan het praten waren maar ik heb niet verstaan wat ze zeiden. Ik herkende de stemmen van [voornaam verdachte] en van [voornaam medeverdachte 1].

Ik hoorde dat die stemmen niet vriendelijk klonken. Ik herkende duidelijk de stem van [voornaam verdachte], alsof hij boos was.

Uiteindelijk ben ik naar binnen gegaan. Ik duwde de voordeur open. Ik zag dat de deur een stuk verder open ging. De deur ging zo ver open dat ik er door naar binnen kon gaan.

U vraagt mij of ik naar binnen ben gelopen.

Ja, ik ben naar binnen gelopen, maar niet verder dan 1 stap. Ik zag op dat moment dat ik in de hal van die woning stond.

Op het moment dat ik een stap naar binnen ging in de hal van die woning, zag ik dat [voornaam verdachte] iemand aan het steken was. Op dat moment begon ik te schreeuwen. Ik vroeg waar ze mee bezig waren. [voornaam verdachte] zei tegen mij dat ik in de auto moest gaan zitten. Maar ik wilde dat niet. Ik wilde naar huis. Vlak daarna zag ik dat [voornaam verdachte] nog iemand anders stak. Ik begon weer te schreeuwen. Omdat ik niet ophield met schreeuwen sloeg [voornaam verdachte] mij. Ik moest in de auto gaan zitten. Maar dat kon ik op dat moment niet meer.

Toen hebben ze me achter in de kattebak gegooid en de kattebak werd dicht gemaakt. Ik raakte in paniek omdat ik daar niet tegen kan. Ik heb geprobeerd om de klep open te maken, maar dat ging niet. In Blerick mocht ik er pas weer uit.

U vertelt mij nu dat u aan de hand van het verhaal dat ik u zojuist heb verteld, vragen zult gaan stellen.

U vraagt mij wie [voornaam verdachte] aan het steken was.

Ik zag dat [voornaam verdachte] die vrouw aan het steken was.

Ik kon aan het lichaam zien dat dat een vrouw was.

Welke houding had [voornaam verdachte]?

[voornaam verdachte] stond gebukt.

Ik zag dat [voornaam verdachte] met de rug naar mij toe zat. Aan de voorzijde van [voornaam verdachte] zag ik een persoon.

Die persoon lag al.

Hoe lag deze persoon?

Deze persoon lag op de rug. Ik zag de buik. Ik kan mij niet herinneren of het hoofd van die persoon aan de ene of de andere zijde van [voornaam verdachte] lag.

Waar stak [voornaam verdachte] mee?

Met een mes.

U vraagt waar [voornaam verdachte] in stak met dat mes.

Ik geloof in de buik van die vrouw.

Heeft [voornaam verdachte] die vrouw geraakt met dat mes?

Ja, dat weet ik zeker. Ik heb dat gezien. Ik heb gezien dat het mes in de buik van die vrouw ging. Ik weet niet of die steken allemaal raak zijn geweest. Ik heb het mes meerdere malen in de buik van de vrouw zien "verdwijnen" toen [voornaam verdachte] met dat mes stak. Schreeuwde die vrouw nog toen [voornaam verdachte] die vrouw aan het steken was?

Ja. Ik zag en hoorde dat die vrouw nog schreeuwde. Die vrouw leefde op dat moment dus nog. Toen [voornaam verdachte] ophield met steken schreeuwde die vrouw niet meer.

Wat heeft die vrouw geschreeuwd?

Ik hoorde dat die vrouw pijn had. Ik hoorde echter geen woorden, Ik kan mij dat in ieder geval niet herinneren.

Heeft [voornaam verdachte] meer dan een keer met dat mes in die vrouw gestoken? Ja. Ik weet niet hoe vaak.

U vraagt mij wanneer ik begon te schreeuwen?

Toen [voornaam verdachte] aan het steken was. Ik schrok ervan dat [voornaam verdachte] zomaar iemand aan het steken was.

Toen ik begon te schreeuwen draaide [voornaam verdachte] zich om. Hij keek mij aan. Ik zag dat hij ervan schrok dat ik daar stond. Ik vroeg hem op dat moment waar hij mee bezig was. Ik hoorde dat [voornaam verdachte] daarop zei dat ik in de auto moest gaan zitten.

En toen?

Toen zei [voornaam verdachte] dat nog een keer. [voornaam verdachte] was inmiddels opgestaan en stond recht op. Ik zag dat hij een stukje naar mij toe liep. Ik zei dat ik niet in de auto ging zitten, maar dat ik naar huis wilde.

En toen? Ik ergerde me dat hij mij niet naar huis had gebracht, en omdat hij mij naar zoiets mee had genomen. Ik weet niet meer goed wat er daarna gebeurd is. Het ging allemaal heel snel. Ik kan mij nog wel herinneren dat hij korte tijd later nog iemand anders met een mes stak.

Toen [voornaam verdachte] tegen mij zei dat ik in de auto moest gaan zitten maakte ik een stap naar buiten. Ik zei tegen [voornaam verdachte] dat ik naar huis wilde. [voornaam verdachte] zei tegen mij dat ik in de auto moest gaan zitten, en dat hij er zo aan zou komen. Op dat moment liep [voornaam verdachte] weer weg naar binnen. Ik ergerde mij op wat daar gebeurde en liep ook weer naar binnen. Zodoende zag ik wat daar verder gebeurde.

Meteen nadat ik weer in de hal was zag ik dat [voornaam verdachte] weer iemand aan het steken was. Met weer bedoel ik een tweede persoon. Deze persoon bevond zich in de hal. Ik hoorde op dat moment een mannenstem. Deze stem was zeker niet van een van de vier jongens. Wat die mannenstem zei weet ik niet, het was meer kreunen. Ik hoorde wel aan de manier van kreunen dat die man pijn had.

U vraagt mij nu wat ik verder heb gezien.

Ik kan mij niet meer goed herinneren wat ik toen gezien heb. Ik weet wel zeker dat [voornaam verdachte] een tweede persoon nogmaals meerdere malen gestoken heeft.

Hoe vaak stak [voornaam verdachte] deze man?

Ik zag dat [voornaam verdachte] die man met dat mes in de romp stak. Ik zag dat het mes minstens tweemaal in het lichaam van die man "verdween". Ik zag duidelijk dat hij die man met dat mes raakte. Ik hoorde dat die man schreeuwde dan wel kreunde op het moment dat [voornaam verdachte] die man met dat mes raakte.

Ik weet niet hoe vaak [voornaam verdachte] gestoken heeft, maar ik heb gezien dat hij hem minstens twee keer met dat mes gestoken en geraakt heeft.

U vraagt mij of het mogelijk is dat ik de man met de vrouw heb verwisseld. Ik heb tijdens het verhoor al verteld dat ik dat niet helemaal zeker wist.

Het is dus misschien wel mogelijk dat ik mij daarin vergis. Ook hiervoor geldt dat hetgeen ik verteld heb, werkelijk zo is gebeurd.

Ik heb met eigen ogen gezien dat [voornaam verdachte] twee verschillende personen heeft gestoken met een mes.

In de zaak met parketnummer 077621.94:

21.

Het inleidend proces-verbaal (pagina 0040 - 0102) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 31 mei 1995, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 19], brigadier van politie, district Venlo, regiopolitie Limburg-Noord en

[verbalisant 11], brigadier van politie, district Roermond, regio-politie Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisanten voornoemd:

Op 18 juni 1993 werd op een braakliggend terrein, achter het bedrijf van Océ-van der Grinten, aan de Genooyerweg te Venlo het stoffelijk overschot aangetroffen van [slachtoffer 4], geboren te [geboorteplaats slachtoffer 4] op [geboortedatum slachtoffer 4], gewoond hebbende te Venlo, [adres 3], hierna te noemen [slachtoffer 4].

Uit het ingesteld onderzoek bleek dat deze [slachtoffer 4] op 18 juni 1993 op dat braakliggende terrein door een aantal schoten om het leven werd gebracht.

Het rapport met betrekking tot de sectie op [slachtoffer 4] is aan dit dossier toegevoegd (pagina 1990 tot en met 1996

22.

het proces-verbaal (pagina 1001-1009) als bijlage gevoegd bij het proices-verbaal nummer PL 2320/93 – 100667 A d.d. 6 oktober 1993, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 20], brigadier van gemeentepolitie Venlo, [verbalisant 21], wachtmeester der rijkspolitie eerste klasse, groep Swalmen en [verbalisant 22], wachtmeester der rijkspolitie eerste klasse, groep Echt. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisanten voornoemd:

Op 18 juni 1993, omstreeks 08.25 uur, werd telefonisch aan het bureau van de gemeentepolitie te Venlo kennisgegeven dat er een man zou liggen op het braakliggend terrein, gelegen tussen de Genooyerweg en de Groeneweg, achter de fabriekshallen van Océ-Van der Grinten te Venlo.

Naar aanleiding van deze melding begaven twee collega's van de Dienst Basispolitie Zorg van de gemeentepolitie te Venlo zich naar de opgegeven plaats.

Zij troffen daar omstreeks 08.30 uur, die dag, het lijk aan van een man, die uit onderzoek bleek te zijn genaamd:

[slachtoffer 4], geboren te [geboorteplaats slachtoffer 4], [geboortedatum slachtoffer 4],

gewoond hebbende te Venlo, [adres 3].

Het hierop betrekking hebbend stuk is als dossier-paragraaf 4 hierbij gevoegd.

Het stoffelijk overschot werd in beslaggenomen en verder werd gehandeld conform de bepalingen van de Wet op de Lijkbezorging. Het hierop betrekking hebbend stuk is als dossier-paragraaf 6 hierbij gevoegd.

23.

Het proces-verbaal (pagina 1029, dossier-paragraaf 6) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 19 juni 1993, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 23], brigadier van gemeentepolitie Venlo. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisant voornoemd:

Naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van de, op dat moment onbekende man, bevond ik mij op de plaats van het delict, gelegen aan de Genooyerweg te Venlo.

Direct na het technisch onderzoek aan en bij het lijk werd op 18 juni 1993 te 12.10 uur, in mijn opdracht, het door mij inbeslaggenomen lijk, middels een daartoe aangewezen instantie, overgebracht naar het mortuarium van het St. Maartensgasthuis te Venlo.

Het lijk, verpakt in een lijkzak en een kist, werd in het geheel geplaatst in een daartoe aangewezen politiecel.

De cel werd door mij afgesloten en de sleutel werd ter beschikking gesteld van het secretariaat van het onderzoeksteam.

24.

Het proces-verbaal (pagina 1026, dossier-paragraaf 4) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 19 juni 1993, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 23], brigadier van gemeentepolitie Venlo.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisant voornoemd:

Naar aanleiding van de dood van;

[slachtoffer 4]

geboren te [geboorteplaats slachtoffer 4], [geboortedatum slachtoffer 4]

gewoond hebbende [adres 3] te Venlo

toonde ik op 19 juni 1993 in het mortuarium van het St. Maartensgasthuis te Venlo, respectievelijk te 18.35 en 18.40 uur, het stoffelijk overschot van [slachtoffer 4] voornoemd, aan:

[broer slachtoffer 4], zijnde een broer van de overledene en

[oom slachtoffer 4], zijnde een oom van de overledene.

Beiden verklaarden eensluidend het stoffelijk overschot te herkennen als dat van [slachtoffer 4].

25.

Een verslag als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Lijkbezorging (pagina 1031) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 18 juni 1993, opgemaakt en ondertekend door P.H.A. Jacobs, lijkschouwer van de gemeente Venlo.

Dit verslag houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Op 18 juni 1993 heb ik persoonlijk het lijk geschouwd van [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum slachtoffer 4], gewoond hebbende te Venlo, [adres 3].

Ik ben er niet van overtuigd dat de dood tengevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden.

26.

Het uittreksel uit het register van overlijden van de gemeente Venlo (pagina 1032) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A, gedateerd 21 juni 1993.

Dit uittreksel houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Op 18 juni 1993 is in de gemeente Venlo overleden [slachtoffer 4], geboren te [geboorteplaats slachtoffer 4] op [geboortedatum slachtoffer 4], wonende te Venlo.

27.

Het rapport met als opschrift "MINISTERIE VAN JUSTITIE, LABORATORIUM VOOR GERECHTELIJKE PATHOLOGIE nummer 93233/R061 (pagina 1991 - 1996) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 1 oktober 1993 als beëdigd deskundige opgemaakt door dr. R. Visser, arts en patholoog.

Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Op 19 juni 1993 heb ik ingevolge mondelinge opdracht van de officier van justitie te Roermond in het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie te Rijswijk de uit- en inwendige schouw verricht van het lijk van [slachtoffer 4], geboren te Turkije op [geboortedatum slachtoffer 4], gewoond hebbende te Venlo, [adres 3] en dood aangetroffen te Venlo op 18 juni 1993, teneinde na te gaan de oorzaak van diens dood en hetgeen verder van belang mocht blijken.

Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 4] voornoemd is het navolgende gebleken:

Eén inschot aan de borst (borstbeen). Eén inschot aan de rugzijde.

Eén huiddefect aan de borst (5 cm links van de middellijn), opgeleverd door een direct hieronder gelegen kogel (kogel 2, gewicht: 1,92 gram).

Een onderhuids gelegen kogel aan de rug (kogel 1, gewicht: 4,67 gram).

Perforatie (tweemaal) van de boog van de grote lichaamsslagader.

Perforatie van de bovenkwab van de linker long. Perforatie van het borstvlies.

Breuken van derde en zevende rib (links) en borstbeen.

1200 cc deels gestold bloed in de linker borstholte en 400 cc deels gestold bloed in het hartzakje.

Volgens verkregen informatie zou het slachtoffer, nadat hij de avond ervoor voor het laatst levend gezien zou zijn, levenloos zijn aangetroffen naast een landweg, waarbij in de omgeving twee hulzen werden aangetroffen.

Bij sectie bleken een tweetal inschotverwondingen aan de borst en aa; de rugzijde (sub A). Er werden twee onderhuids gelokaliseerde kogels aangetroffen, welke aan de technische recherche werden overhandigd.

Vitale organen als grote lichaamsslagader en long bleken geperforeerd (zie sub C), gepaard gaande met massaal inwendig bloedverlies (sub D).

Ziekelijke afwijkingen, die voor het intreden van de dood van enig belang zouden kunnen zijn geweest, werden niet aangetroffen.

Het intreden van de dood kon zonder meer worden verklaard door voornoemde schotverwondingen, gepaard gaande met massaal bloedverlies en weefselschade.

Conclusie:

Bij [slachtoffer 4], oud 23 jaren, werd een tweetal inschotverwondingen geconstateerd met perforatie van (onder meer) grote lichaamsslagader en long.

Het oplopen van deze letsels, in combinatie met massaal bloedverlies en weefselschade, kon het intreden van de dood zonder meer verklaren.

28.

Het proces-verbaal (pagina 2809- 2811) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 8 november 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1], hoofdagent van politie, district Roermond, regio Limburg-Noord en [verbalisant 14], brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisant voornoemd op 8 november 1994 afgelegde verklaring van [verdachte]:

Bij de officier van justitie heb ik aangegeven, dat ik veel van de zaak [slachtoffer 4] afweet. Ik heb gezegd, dat ik best mijn medewerking aan deze zaak [slachtoffer 4] wil geven.

Ik heb van een Venlose jongen gehoord, dat hij en een rijke Turk uit Venlo geript waren door [slachtoffer 4]. Het ging om een aanzienlijk bedrag.

De Venlose jongen vroeg mij, of ik iets kon regelen met [voornaam slachtoffer 4].

Voor die tijd heb ik al contact gehad met de rijke Turk over [voornaam slachtoffer 4].

Die rijke Turk had [voornaam slachtoffer 4] al eerder kapot willen maken. Kennelijk was die rijke Turk daar al enkele weken mee bezig. Daar was al over gesproken.

Ik heb die zaak met [voornaam medeverdachte 1] doorgesproken en wij zouden de zaak op ons nemen en uitvoeren. We zouden er geld voor krijgen.

Met de rijke Turk werd de zaak doorgesproken, hoe we [voornaam slachtoffer 4] zouden pakken.

29.

Het proces-verbaal (pagina 2812- 2815) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 9 november 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1], hoofdagent van politie, district Roermond, regio Limburg-Noord en [verbalisant 14], brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisant voornoemd op 9 november 1994 afgelegde verklaring van [verdachte]:

Naar aanleiding van mijn gisteren afgelegde verklaring wens ik het navolgende nader te verklaren:

De verklaring die ik op gisteren 8 november 1994 heb afgelegd blijft keihard staan.

Ongeveer eind mei, begin juni 1993 ben ik in contact gekomen met de Venlose jongen.

De Venlose jongen en een rijke Turk waren begin mei 1993 geript voor handel door [slachtoffer 4], zowel hard drugs alsook soft drugs. Ik heb de zaak doorgesproken met [voornaam medeverdachte 1] en nog een jongen.

[voornaam medeverdachte 1] was eerst aan het twijfelen maar later wilde hij wel meedoen. Geld maakt blind. Het was de bedoeling dat [voornaam medeverdachte 1] met die Turken meeging om [voornaam slachtoffer 4] te pakken. Het was de bedoeling dat [voornaam medeverdachte 1] die [voornaam slachtoffer 4] door de knieën zou schieten.

Ik heb alle voorbereidingen meegedaan en ik ben ook meegegaan om [voornaam slachtoffer 4] op te pikken.

Afgesproken werd wel dat iedereen een wapen bij zich zou hebben. Ik wist dat de rijke Turk een wapen bij zich had. Ik heb later van [voornaam medeverdachte 1] gehoord, dat dat een verchroomde revolver was.

Ik was de avond van de moord al enige tijd aan het rijden in mijn auto. Ik denk dat ik omstreeks 19.00 - 19.30 uur een "persoon" en [voornaam medeverdachte 1] al heb opgepikt.

Ik reed toen in een groene Opel Ascona. Omstreeks 21.30 uur reed ik naar de koffieshop aan de Maaskade te Venlo.

Toen we aldaar kwamen werd een lichtsignaal gegeven en ik ben achter de Audi gaan staan. [voornaam medeverdachte 1] is uitgestapt en is ingestapt bij de rijke Turk in de Audi. Ik heb de rijke Turk in de auto zien zitten.

Hierna zijn we met twee auto's naar de Kerk gereden op de kruising Veldenseweg-Straelseweg te Venlo. We hebben gepost om [voornaam slachtoffer 4] op te wachten.

De Audi reed voorop met de rijke Turk en [voornaam medeverdachte 1] en ik reed daarachter met mijn Ascona. Tegen de persoon naast mij in de auto heb ik gezegd, dat er iets geregeld moest worden. Die persoon wilde daar per se bijblijven.

Op een gegeven moment werd de Audi gestart. Ik startte ook en reed zonder licht iets naar voren. Toen ik een stukje verder bleef staan, zag ik dat [slachtoffer 4] in de Audi van rijke Turk stapte. Uiteindelijk zijn wij richting Maas gereden.

30.

Het proces-verbaal (pagina 2826- 2827) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 16 november 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1], hoofdagent van politie, district Roermond, regio Limburg-Noord en [verbalisant 14], brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisant voornoemd op 16 november 1994 afgelegde verklaring van [verdachte]:

Zoals ik in mijn eerdere verklaring aangaf wens ik mijn medewerking te verlenen aan een foto-konfrontatie.

Ik wil hieraan nu beginnen en wel met de Turk die ik steeds heb aangeduid met de naam "rijke Turk".

Het contact tussen hem en mij vond alleen maar plaats in de tijd dat de zaak [slachtoffer 4] speelde.

De Venlose jongen noemde deze Turk altijd bij de naam [naam 2]. Uit het gedrag van de Turk alsmede dat ik hem ook met deze naam aansprak trok ik de conclusie dat de naam [naam 2] de voornaam was van de Turk.

Tijdens enkele voorbereidende besprekingen met betrekking tot de [slachtoffer 4]-zaak trof ik [naam 2] in de gats gelegen in de Pastoor Gadiostraat te Venlo.

Naar aanleiding van het vorenstaande toont U mij thans enkele mappen met foto's.

Op deze foto die ik u aanwijs staat de persoon afgebeeld die ik kort hiervoor omschreef als de "rijke Turk" en die ik noemde bij de naam [naam 2].

als het daarop aansluitende relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisanten voornoemd:

Wij voegen hieraan toe dat het in deze betreft de foto no. 6 uit de serie 19 onder vermelding van de naam [naam 2] met als geboortedatum [geboortedatum naam 2]

31.

Het proces-verbaal (pagina 2856- 2858) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 1 december 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1], hoofdagent van politie, district Roermond, regio Limburg-Noord en [verbalisant 14], brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisant voornoemd op 16 november 1994 afgelegde verklaring van [verdachte]:

Ik wil terugkomen in deze verklaring op de [slachtoffer 4]-zaak.

Ik wil nu de naam van de persoon noemen die ik destijds noemde als "persoon".

Met deze "persoon" bedoel ik [medeverdachte 6].

Het was vanaf het begin de bedoeling dat [slachtoffer 4] gedood zou worden. Er was geen sprake van bedreiging of bang maken, maar de opdracht was om [slachtoffer 4] te doden.

32.

Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [medeverdachte 5], opgemaakt door mr. F. Oelmeijer, rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, d.d. 1 augustus 1995, door de rechter-commissaris en de griffier ondertekend.

Dit proces-verbaal houdt -zakelijk weergegeven- het volgende in:

als de aan de rechter-commissaris voornoemd afgelegde verklaring van Hoeijmakers voornoemd:

Ik heb over de zaak [slachtoffer 4] bij de politie meerdere verklaringen afgelegd. U vraagt mij of ik bij de essentie van die verklaringen blijf. Ik zeg U dat dat inderdaad zo is.

Bij de voorbereiding van de zaak [slachtoffer 4] zijn, onder meer, betrokken geweest: [verdachte], [naam 2] en ikzelf. Voor de moord op [slachtoffer 4] is er een bespreking geweest, waarbij voornoemde personen ook aanwezig waren.

In die bespreking is afgesproken wie wat zou doen. De dag daarna heb ik een seintje gekregen dat het zou gaan gebeuren.

Ik ben toen naar [voornaam verdachte] gegaan. Ik heb hem geïnformeerd en heb hem twee vuurwapens gegeven.

Rond een uur of elf die avond is [voornaam verdachte] bij mij gekomen. Bij een café hebben wij een tip

gekregen en zijn naar de Veldenseweg gereden. Daar hebben we gewacht. We hebben aldaar [voornaam slachtoffer 4], die met een ander persoon kwam aangelopen, ingesloten en ik heb hem bedreigd met een vuurwapen.

We zijn hierna met [voornaam slachtoffer 4] naar Océ gereden. Daar stond een rode Mercedes met daarin [naam 2].

We zijn met z'n allen uitgestapt en naar de plaats gelopen die ik de snierkplaats noem. Daar werd in het Turks gescholden.

Daar heb ik twee keer in de lucht geschoten. Die jongen rende toen weg en er werd op hem geschoten. Daarna heeft [verdachte] nog een keer op hem geschoten. [verdachte] heeft hem ook geraakt. Het slachtoffer is twee keer getroffen, één keer van achter en één keer van voor.

33.

Het proces-verbaal (pagina 3059 - 3060) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 1 december 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 24], hoofdagent van politie, district Weert, regio Limburg-Noord en [verbalisant 25], brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van [medeverdachte 2]:

U vraagt mij naar mijn betrokkenheid bij de moord op de Turk die achter Océ is gevonden.

Ik kende deze Turk. Ik heb hem vaker gezien in Venlo. Hij heet met de achternaam [slachtoffer 4] en met de voornaam [voornaam slachtoffer 4].

Enkele weken na de moord op [voornaam slachtoffer 4] aan de Maas in Venlo vertelde [voornaam verdachte] mij dat hij dat gedaan had. Hij zei dat ik dat niet tegen mijn moeder mocht vertellen.

Ik weet dat [voornaam verdachte] altijd in het bezit is van een pistool. Dit is het wapen waar de kogels in de handgreep zitten. Ik heb vaker gezien dat [voornaam verdachte] dat pistool bij zich droeg. Volgens mij had hij het elke dag bij zich.

34.

Het proces-verbaal (pagina 3241 - 3244) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 3 november 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 26] en [verbalisant 16], beiden brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd op 3 november 1994 te omstreeks 12.52 uur afgelegde verklaring van [medeverdachte 6]:

U vraagt mij of ik kan vertellen over de dag voordat die man aan de Maas werd vermoord.

Ik weet dat mijn vriend [verdachte] mij die dag heeft opgehaald te Tegelen.

Toen [voornaam verdachte] mij kwam ophalen was [medeverdachte 1] daarbij.

Nadat wij een tijdje hadden rondgereden zijn wij naar de Maas gereden. Nadat wij van de Maas terugkwamen is er op straat ruzie geweest, waarbij gescholden en gedreigd is geworden. Hierbij waren ook een aantal Turkse mannen betrokken.

35.

Het proces-verbaal (pagina 3245 - 3247) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 3 november 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 26] en [verbalisant 16], beiden brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd op 3 november 1994 te omstreeks 16.12 uur afgelegde verklaring van [medeverdachte 6]:

Ik wil verder gaan met mijn verklaring van vanmiddag.

U vraagt mij hoe ik erbij kom dat de ruzie te maken had met hetgeen eerder bij de Maas is gebeurd.

Bij de Maas is [voornaam verdachte] weg geweest met [voornaam medeverdachte 1] en toen zij terugkwamen waren zij allebei aan het tieren.

Ik heb gehoord dat [voornaam verdachte] zei: "Ik laat mij niet verarschen". Als hij zoiets zegt weet ik dat het om geld gaat.

Ik heb gezien dat [voornaam verdachte] zijn pistool, dat hij altijd bij zich heeft, achter zijn broeksband heeft gestoken toen hij naar de Maas liep. Voordat [voornaam verdachte] naar de Maas ging is er bij een koffieshop een jongen in een andere auto geduwd. Deze jongen is naar de Maas gebracht.

In de zaak met parketnummer 077766.94: Ten aanzien van feit 1:

36.

Het proces-verbaal (pagina 2571 - 2581) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 5 december 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 17] en [verbalisant 18], beiden hoofdagent van politie, behorende tot district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van [medeverdachte 5]:

Ik heb alles redelijk goed op een rijtje gekregen.

Ik heb de moorden omschreven waar ik bij betrokken ben geweest. Bij de ruzie op de van Postelstraat na de moord op [slachtoffer 4] werd een Turk aangeschoten door [voornaam verdachte]. Deze Turk werd door ons in de kofferbak gegooid, waarna we naar de Maas zijn gereden.

Kort na de moord op [slachtoffer 4] kregen [voornaam verdachte], [voornaam medeverdachte 1] en ik ruzie op de Van Postelstraat omdat bekend werd dat we geen geld kregen. [voornaam verdachte] heeft op een gegeven moment gezegd dat [voornaam medeverdachte 1] en ik moesten blijven wachten en dat hij even iets moest gaan doen.

Hij en [voornaam medeverdachte 6] zijn toen weggereden.

[voornaam verdachte] zei tegen mij en [voornaam medeverdachte 1] dat wij moesten wachten. Hij moest schijnbaar iets gaan regelen.

Kort daarop kwam [voornaam verdachte] over de Veldenseweg aanrijden en reed de Van Postelstraat in, alwaar hij midden op de weg parkeerde. Vervolgens liepen [voornaam medeverdachte 1] en ik naar de auto van [voornaam verdachte]. [voornaam verdachte] stapte uit en liep gelijk van ons weg in de richting van de nog steeds pratende groep Turken. Bij het uitstappen zei [voornaam verdachte] tegen [voornaam medeverdachte 2] en [voornaam medeverdachte 6] dat zij in de auto moesten blijven.

Na het uitstappen liep [voornaam verdachte], zoals reeds gezegd, in de richting van het Turkengroepje dat een stukje verder stond te praten. Uit die groep kwam een mij onbekende Turk op hem afgelopen.

[voornaam verdachte] loste een schot op die aankomende Turk. Het eerste schot was raak, want die Turk begon te schreeuwen als een kip zonder kop. [voornaam verdachte] rende weg en knalde nog een keer en dat schot was in de lucht. Een groot gedeelte van de andere Turken rende weg naar het steegje tussen de bejaardenwoningen. [voornaam verdachte] rende door naar zijn auto, die midden op de weg stond en loste nog een schot. Vervolgens maakte hij het portier open, pakte de sleutels van het contact en liep naar het koffer. Tegelijkertijd riep hij naar mij, dat ik en [voornaam medeverdachte 1] die Turk moesten "grijpen" en dat we hem in de kofferbak moesten flikkeren. Dat hebben we letterlijk gedaan. [voornaam verdachte] had al de kofferbak geopend, waarna [voornaam medeverdachte 1] en ik de Turk opgepakt hebben van de straat en hem gedragen hebben naar de kofferbak, alwaar hij door ons erin gegooid werd. [voornaam medeverdachte 1] moest de benen van die Turk nog erin duwen omdat deze gedeeltelijk over de rand van de bak staken.

[voornaam medeverdachte 2] is op de van Postelstraat nog niet uit de auto geweest. Dat gebeurt later in het verhaal.

[naam 2] was erbij op de van Postelstraat.

[naam 2] heeft nog wat tegen [voornaam verdachte] gezegd voordat hij in de auto is gestapt. Toen we wegreden is [naam 2] achter ons aangereden.

Via de Karbinderstraat zijn we naar de weg gereden die langs de Maas loopt richting het nieuwe GAK gebouw.

Uiteindelijk zijn wij, terwijl [naam 2] ons volgde in zijn auto, doorgereden naar de weg die langs de Maas loopt.

Ik weet dat voor het Vikinggebouw een viaduct onder de weg loopt. Achter dat viaduct zijn we rechtsaf een verharde weg opgereden. Die weg loopt in een bocht richting Viking-gebouw. Vervolgens kom je met de auto achter een vijver uit. Achter de vijver hebben we de auto's geparkeerd.

[voornaam verdachte] maakte hierna het koffer open en [voornaam medeverdachte 1] en ik hebben de aangeschoten Turk uit de bak gehaald. [voornaam medeverdachte 2] en [voornaam medeverdachte 6] zijn ook uit de auto gekomen.

Toen de Turk uitgeladen was en op de grond was gelegd voor de vijver ben ik naar de Maasoever gelopen en heb een grote Maaskei gepakt. Ik heb deze steen langs de Turk gelegd. Daarna liep [voornaam verdachte] even naar de auto en heeft een witte kabel gepakt. [voornaam verdachte] bond die Turk eerst de kabel om de nek. De Turk was nog niet dood, Je hoorde hem namelijk kreunen. Hij bond dat touw volgens de ophangmethode om zijn nek. Hij maakte een strop. Daarna maakte [voornaam verdachte] aan het andere uiteinde van de kabel de kei vast. De kabel werd een paar keer over de steen van links naar rechts en van voor naar achter, gedraaid.

Daarna pakte [voornaam verdachte] zijn pistool en richtte dit naar de Turk. Er vielen drie schoten. Ik zag dat het eerste schot bij de vijver ter hoogte van zijn rechterzij erin ging. Dat was dicht langs de plaats waar het eerste schot op de van Postelstraat aangekomen was.

Het tweede schot vuurde hij af op zijn linkertepel en het derde schot vuurde hij af op zijn hart.

Alle drie de schoten werden afgevuurd nadat [voornaam verdachte] iedere keer de loop van het pistool tegen het lichaam had gedrukt.

[naam 2] reageerde helemaal niet bij het schieten, maar heeft daarna wel gezegd: "Flikker hem erin" of zoiets.

Daarna is de dode Turk opgepakt. Toen hij doodgeschoten was lag hij met de neus naar boven. Natuurlijk werd eerst de steen op zijn buik gelegd voordat hij werd opgepakt en in het water werd gegooid.

37.

Het verkort proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch in de zaak met parketnummer 20.000958.95 d.d. 16 augustus 1995 in de zaak tegen de verdachte [medeverdachte 2].

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de ter zitting van het hof afgelegde verklaring van [medeverdachte 5]:

Ik zal u vertellen wat ik mij kan herinneren omtrent de zogenaamde "Viking moord". Met betrekking tot deze moord heb ik bij de politie naar waarheid verklaard.

Na de moord op [slachtoffer 4] ben ik samen met [verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] naar de Van Postelstraat in de gemeente Venlo gereden.

Op de Van Postelstraat ben ik samen met [voornaam verdachte] uitgestapt. Ik stond op straat toen ik een knal/schot hoorde.

Ik zag dat een Turkse man op de straat viel. Deze man werd vervolgens in de kofferbak van de auto gelegd. [medeverdachte 2] was met [voornaam medeverdachte 6] in de auto blijven zitten.

Wij zijn toen weer in de auto van [voornaam verdachte] gestapt.

Wij zijn vervolgens met zijn allen naar de Viking in de gemeente Venlo gereden en zijn aldaar ook allemaal uit de auto gestapt. [voornaam medeverdachte 2] heeft toen nog een touw uit de auto van [voornaam verdachte] gepakt. Ik heb toen nog terplaatse een steen gezocht.

Wij hebben de Turkse man uit de kofferbak gepakt. [verdachte] heeft toen weer op de Turkse man geschoten. Ik heb mij daarna bezig gehouden met het binden van het touw en het bevestigen van die steen op het lichaam van de Turk. Vervolgens hebben [voornaam medeverdachte 1] en [voornaam verdachte] die Turkse man in het water van een vijver gegooid.

Een dag later zijn [voornaam verdachte], [voornaam medeverdachte 2] en ik weer naar diezelfde plaats teruggegaan. [voornaam verdachte] en ik hebben toen het lichaam van die Turkse man uit het water gevist en wij hebben het lichaam vervolgens in een bos bij Arcen en Velden begraven.

38.

Het proces-verbaal (pagina 3061 - 3063) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 1 december 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 27], brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisant voornoemd afgelegde verklaring van [medeverdachte 2]

[medeverdachte 2]:

U hebt mij gezegd dat ik mogelijk betrokken ben bij een moord die heeft plaatsgevonden bij de Maas.

Omdat ik bang was voor [voornaam verdachte] wilde ik daar eerst niet over verklaren. Ik wil daarover nu verklaren.

Wij zaten in de auto van [voornaam verdachte]. Achter het stuur zat [voornaam verdachte] en naast hem [voornaam medeverdachte 1]. Achter in de auto zaten [voornaam medeverdachte 5], [voornaam medeverdachte 6] en ik. Ergens in Venlo, waar weet ik niet meer, liep een Turk.

[voornaam verdachte] zei bij het zien van die man: "Kom pakken we die".

[voornaam verdachte] stopte de auto en als eerste stapte [voornaam verdachte] uit. Kort hierna stapte [voornaam medeverdachte 1] uit. Ik zag dat [voornaam verdachte] de man zijn pistool tegen het hoofd hield en dat deze man in de geopende kofferbak ging. Hierna werd de kofferbak dichtgemaakt en [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] stapten weer in de auto. Gelijk hoorde ik die man schreeuwen.

De man achter in het kofferbak schreeuwde erg hard. [voornaam verdachte] duwde een keer heel hard op de rem en daarna was die man stil. Met die man in de kofferbak reden wij naar het gebouwtje van de Viking in Venlo. Ik ken dat gebouwtje en op het veld voor de Viking heb ik vaker gevoetbald, ook met school. Na over het pad te hebben gereden sloeg [voornaam verdachte] rechtsaf en reed over het zand en gras naar een riviertje, niet de Maas, maar dat ligt naast de Maas. Daar stopte [voornaam verdachte] de auto. Eerst stapte [voornaam medeverdachte 1] en enkele seconden later stapte [voornaam verdachte] uit de auto. [voornaam verdachte] maakte de kofferbak open. Ik hoorde [voornaam verdachte] zeggen: "Kom er uit". Dit zei hij in het Venloos. Ik begreep dat hij het had tegen de man in de kofferbak. Ik zag via de spleet tussen het kofferdeksel en de auto dat de man achter de auto stond. Op dat moment hoorde ik schoten. Het waren meerdere schoten die ik hoorde.

[voornaam medeverdachte 5] was inmiddels ook uit de auto gestapt. [voornaam medeverdachte 6] zat nog steeds in de auto. [voornaam verdachte] zei tegen mij: "Pak dat touw uit de kofferbak en een grote steen." Ik vroeg aan [voornaam verdachte] welk touw hij bedoelde. Hij zei dat ligt in de kofferbak. Ik ben uit de auto gestapt en zag achter de auto een man op de grond liggen. Hij lag met de buik op de grond. Ik keek in de kofferbak en daarin lag wit touw. In dat touw zaten rode en blauwe streepjes in gedraaid. Aan dat touw zat een lus. Aan een uiteinde was het touw helemaal los. Ik pakte dat touw uit de kofferbak. Ik gaf dat touw aan [voornaam verdachte]. Hierna ging ik een steen zoeken. Ik vond bij de berg enkele meters van de auto vandaan een blok beton. Ik heb dat blok beton naar de auto gerold. Het touw lag op de grond naast die man. [voornaam verdachte] zei tegen mij dat ik hem moest helpen. Ik moest meehelpen de man die op de grond lag om te draaien, zodat hij op het touw kwam te liggen. Ik pakte die man bij zijn broek beet en bij zijn jas. De man droeg een stoffen broek. Ik bedoel te zeggen geen

spijkerbroek. Ik rolde de man om. Ik deed dat alleen. Niemand heeft mij daarbij geholpen. Dit ging gemakkelijk want ik hoefde toch alleen maar te rollen. [voornaam verdachte] deed het uiteinde van het touw twee keer door de lus die aan dat touw zat. Hij trok het touw aan. Het stuk beton dat ik had gevonden lag naast de man. [voornaam verdachte] bond daar het touw omheen. Hij draaide het touw stevig om de steen. Eerst van links naar rechts en daarna van boven naar beneden. Ik wil nog opmerken dat toen ik de man omrolde ik zag dat de kleding van de borstkast onder het bloed zat. Terwijl [voornaam verdachte] daar aan het binden was deden [voornaam medeverdachte 5] en [voornaam medeverdachte 1] niets. Toen [voornaam verdachte] hier klaar mee was pakte [voornaam medeverdachte 5] het stuk beton op en legde dit op de buik van die man. Het was dat stuk beton met dat touw om. Ik ben in de auto gaan zitten naast [voornaam medeverdachte 6]. Ik keek door het raam en zag dat [voornaam medeverdachte 1] de man bij de benen vastpakte en dat [voornaam verdachte] de man bij de schouders, bij de kleding vastpakte. [voornaam medeverdachte 5] stapte inmiddels ook weer in de auto. Ik zag [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] met die man naar het water liepen. Ik zag dat ze bij het water de man erin gooiden. Nadat [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] de man in het water hadden gegooid werd [voornaam medeverdachte 6] naar huis gebracht, naar Tegelen. Hierna werd [voornaam medeverdachte 1] naar huis gebracht. Wij zijn toen met de auto naar ons huis gereden. [voornaam medeverdachte 5] is toen te voet naar huis gelopen.

Deze man was een Turkse man.

39.

Het proces-verbaal (pagina 4944 - 4958) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 22 mei 1995, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 15], brigadier van politie en [verbalisant 28], hoofdagente van politie beiden behorende tot district Venlo.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisanten voornoemd:

Het clubgebouw van de kanovereniging "de Viking" ligt aan de Professor Gelissensingel, in de gemeente Venlo.

Het inleidend proces-verbaal (pagina 0040 - 0102) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 31 mei 1995, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 19], brigadier van politie, district Venlo, regiopolitie Limburg-Noord en [verbalisant 11], brigadier van politie, district Roermond, regio-politie Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisanten voornoemd:

Op 18 juni 1993 werd op een braakliggend terrein, achter het bedrijf van Océ-van der Grinten, aan de Genooyerweg te Venlo het stoffelijk overschot aangetroffen van [slachtoffer 4], geboren te [geboorteplaats slachtoffer 4] op [geboortedatum slachtoffer 4], gewoond hebbende te Venlo, [adres 3], hierna te noemen [slachtoffer 4].

Uit het ingesteld onderzoek bleek dat deze [slachtoffer 4] op 18 juni 1993 op dat braakliggende terrein door een aantal schoten om het leven werd gebracht.

Ten aanzien van feit 2:

Het proces-verbaal (pagina 3071 - 3075) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 5 december 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 29], hoofdagent van politie, district Weert, regio Limburg-Noord en [verbalisant 27], brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van [medeverdachte 2]:

Ik wil een verklaring afleggen over een ruzie op de Van Postelstraat, maar weet niet hoe ik moet beginnen.

U zegt dat ik mag beginnen op het moment dat we in de auto zitten en bij de Van Postelstraat komen.

Wij zaten in de auto van [voornaam verdachte]. In de auto zaten [voornaam verdachte], [voornaam medeverdachte 1], [voornaam medeverdachte 5], [voornaam medeverdachte 6] en ik.

Omstreeks 01.00 uur die nacht is [voornaam verdachte] bij mij thuis op de kamer gekomen en heeft mij gevraagd of ik mee wilde komen.

Ik ben met hem meegegaan en buiten gekomen zag ik dat [voornaam medeverdachte 1], [voornaam medeverdachte 6] en [voornaam medeverdachte 5] al in de auto zaten.

Ik ben achter in de auto, een B.M.W., gestapt en ben tussen [voornaam medeverdachte 5] en [voornaam medeverdachte 6] in gaan zitten.

Na even rondgereden te hebben zijn wij de Van Postelstraat ingereden.

Halverwege de Van Postelstraat aan de kant van de koffieshop zag ik op de stoep 4 of 5 Turkse mannen staan. Deze stonden bij elkaar. Hierbij waren ook Hasan Turker en Suleyman Akdis.

[voornaam verdachte] zei dat hij een van die mannen moest hebben en stopte met de voorkant van de auto helemaal op de stoep.

Voordat [voornaam verdachte] uitstapte zei hij tegen mij dat ik de kofferbak moest openmaken. Hierop heb ik de sleutel uit het contactslot genomen.

U vraagt mij of ik soms de verkeerde kant uitdraaide.

Daar zeg ik op, ja, de auto stokte naar voren toen ik de sleutel er uit wilde trekken.

Nadat ik de sleutel er uit had genomen, deed ik de kofferbak open. [voornaam medeverdachte 1] liep met [voornaam verdachte] mee, terwijl [voornaam medeverdachte 5] en [voornaam medeverdachte 6] in eerste instantie in de auto bleven zitten. Even later is [voornaam medeverdachte 5] wel uitgestapt, maar is bij de deur van de auto blijven staan.

[voornaam verdachte] liep naar die mannen en zei tegen een Turkse man, die vooraan stond: "Meekomen jij." Hierbij zette [voornaam verdachte] zijn pistool tegen het hoofd van die man.

Vervolgens kwam [voornaam verdachte] met die man naar de auto gelopen, waarna die man in de kofferbak moest stappen.

Hierbij zei [voornaam verdachte]: "Een kik en dan de kogel."

Die man stapte in de kofferbak, waarna ik die dicht deed en ook weer in de auto stapte.

Voordat die man instapte zei hij nog iets in het Turks.

Hierna zijn wij via de Van Postelstraat, de Veldenseweg, rechtsaf in de richting van het Zwarte Water gereden.

Nadat wij gestopt waren, ben ik uitgestapt, samen met [voornaam medeverdachte 5], [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1].

Ik heb de kofferbak, die niet afgesloten was, geopend.

[voornaam verdachte] richtte zijn pistool op die man en trok aan zijn kleren. Deze man stapte uit de kofferbak.

[voornaam medeverdachte 1] zei tegen mij dat ik de schoppen mee moest nemen. Deze lagen in de kofferbak.

Hierna liepen wij een pad in, waarbij [voornaam medeverdachte 1] voorop liep met een schijnwerper. Op een gegeven moment gingen wij van het pad af en kwamen wij op een plek tussen de bomen. Hier begonnen [voornaam medeverdachte 1] en [voornaam medeverdachte 5] een gat te graven.

Toen het gat een beetje dieper was, schoot [voornaam verdachte] die man van vlakbij in zijn hoofd.

[voornaam verdachte] schoot 1 keer in de rechtse kant van het hoofd. Die man viel hierna op de grond. Hij lag op zijn rug.

Ik vroeg hierna aan [voornaam verdachte] of ik ook een keer mocht schieten. [voornaam verdachte] gaf mij het pistool en ik schoot op de buik van die man die op de grond lag. Het bovenste ding van het pistool heb ik - zo had [voornaam verdachte] mij een keer verteld - naar achteren getrokken en op zijn buik gericht.

Hierna heb ik de trekker een keer overgehaald waarbij mijn hand omhoog ging. Er kwamen drie of vier kogels uit.

Hierna heb ik het pistool aan [voornaam verdachte] teruggegeven.

[voornaam verdachte] is vervolgens gaan graven en [voornaam medeverdachte 1], die een zilverkleurig pistool bij zich had, heeft ook nog eens met dat pistool op die man geschoten, waarbij hij deze man raakte tussen de neus en de lip.

Hierna hebben [voornaam medeverdachte 5] en [voornaam verdachte] die man in het gat gelegd. De trui van [voornaam verdachte] die onder het bloed zat, werd bij die man gelegd. Vervolgens werd de kuil dichtgegooid met zand door [voornaam medeverdachte 5] en [voornaam verdachte]. [voornaam verdachte] heeft er nog wat takken overheen gelegd.

Hierna zijn wij teruggegaan naar de auto.

De man over wie ik gesproken heb, was een Turkse man van ongeveer 30 jaar oud.

42.

Het proces-verbaal (pagina 2584 - 2591) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 7 december 1994, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 17] en [verbalisant 18], beiden hoofdagent van politie, behorende tot district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van [medeverdachte 5]:

Ik wil gaan verklaren over een Turk, die wij van straat hebben gepikt en later vermoord.

Laat in de middag na de moord op [slachtoffer 4] werd ik opgehaald door [voornaam verdachte]. In de auto zaten toen [voornaam medeverdachte 6], [voornaam medeverdachte 1], [voornaam verdachte] en ik. Hierna zijn wij gaan rijden, waarna wij bij een zekere Kuek, twee pistolen hebben opgehaald en bij [naam 3] een pistool.

Deze wapens zijn in de auto onder de stoel van [voornaam verdachte] gelegd. Hierna heeft [voornaam verdachte] mij thuis afgezet, waarbij afgesproken werd dat hij op mijn raam zou kloppen als hij terugkwam. Het enige dat [voornaam verdachte] mij toen vertelde was, dat ik die avond thuis moest blijven tot ongeveer middernacht, omdat dat het tijdstip zou zijn dat de koffieshop op de Van Postelstraat zou gaan sluiten en dat dan "onze" Turk gepakt moest worden.

Rond middernacht is [voornaam verdachte] mij weer komen ophalen.

Hierna zijn wij met de auto, waarin [voornaam verdachte], [voornaam medeverdachte 1], [voornaam medeverdachte 6], [voornaam medeverdachte 2] en ik zaten, door verschillende straten gereden.

Bij het indraaien van de Van Postelstraat zag ik dat "onze" Turk vanuit de richting van de koffieshop kwam gelopen. Hierbij waren nog een paar Turken, onder wie [naam 4].

[voornaam verdachte] reed hierna met zijn auto schuin de stoep op, waarna [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] uitstapten, allebei bewapend. Zij liepen naar die Turk. [voornaam medeverdachte 2], die tussen [voornaam medeverdachte 6] en mij achter in de auto zat, had van [voornaam verdachte] de opdracht gekregen de kofferbak te openen. [voornaam medeverdachte 2] kroop over de stoelen naar voren. [voornaam medeverdachte 2] draaide hierna de contactsleutel van de auto, terwijl de motor van de auto nog liep, verkeerd om met als gevolg dat de auto doorstartte.

Nadat het hem was gelukt de sleutel uit het contact te krijgen verliet [voornaam medeverdachte 2] de auto en maakte de kofferbak open.

Ondertussen bedreigden [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] de Turk, waarbij [voornaam verdachte] het pistool tegen het hoofd van de Turk drukte en [voornaam medeverdachte 1] zijn pistool op het lichaam richtte.

[voornaam verdachte] zei dat hij in de kofferbak moest stappen en dat hij zich rustig moest houden omdat hij anders ter plekke een kogel kreeg. [voornaam verdachte] heeft die Turk een paar klappen gegeven, waarna die Turk instapte. Hierna heeft [voornaam medeverdachte 2] de kofferbak dichtgegooid, waarna iedereen weer in de auto is gestapt.

Vervolgens zijn wij richting Zwarte Water gereden. Bij een parkeerplaats zijn wij gestopt. Onder bedreiging van [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] is de Turk uit de kofferbak gestapt. Hierna zijn wij een pad afgelopen.

Bij een gat aangekomen schoot [voornaam verdachte] meteen op die Turk. Voordat [voornaam verdachte] vuurde zei hij nog tegen die Turk: "Hier heb je wat." Hierna vroeg [voornaam medeverdachte 2] of hij ook een keer mocht schieten, waarna [voornaam verdachte] hem het pistool gaf. Ik neem aan dat het pistool op automatisch heeft gestaan, want nadat [voornaam medeverdachte 2] het pistool had gekregen en een keer had doorgeladen, vlogen er een serie kogels uit het pistool. Dat ging achter elkaar door totdat het vanzelf ophield.

Hierna is er nog een keer op die Turk geschoten.

43.

Het verkort proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch in de zaak met parketnummer 20.000958.95 d.d. 16 augustus 1995 in de zaak tegen de verdachte [medeverdachte 2].

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de ter zitting van het hof afgelegde verklaring van [medeverdachte 5]:

Er is nog een tweede Turk door dezelfde groep personen vermoord. Ook toen zijn weer [voornaam verdachte], [voornaam medeverdachte 2], [voornaam medeverdachte 1], [voornaam medeverdachte 6] en ik naar de Van Postelstraat in de gemeente Venlo gereden.

Nadat [verdachte], die de auto bestuurde, aldaar uit zijn auto was gestapt, heeft hij een Turkse man met zijn pistool bedreigd. Bij het uitstappen heeft [voornaam verdachte] aan [voornaam medeverdachte 2] gevraagd om de kofferbak te openen.

[voornaam medeverdachte 2] heeft toen het sleuteltje in het contactslot van de auto verkeerd omgedraaid, waardoor de wagen naar voren schoot. Ik meen me te herinneren dat [voornaam medeverdachte 2] toen de sleutel aan [voornaam verdachte] heeft gegeven.

Deze Turk is direct hierna in de kofferbak van de auto gegooid. Hierna zijn wij met zijn allen naar het bosgebied van het Zwarte Water te Venlo gereden. Aldaar aangekomen zijn wij uitgestapt en zijn met z'n vieren met deze Turk het bos ingelopen. [voornaam medeverdachte 6] bleef aanvankelijk in de auto zitten.

Het was toen erg donker en daarom had ik vanuit de auto een zak-lamp meegenomen.

In het bos heeft [verdachte] op de Turk geschoten. Die viel hierna op de grond. Ik zag en hoorde dat die Turk toen nog leefde. Vervolgens heeft [voornaam medeverdachte 2] gevraagd of hij ook een keer mocht schieten. [voornaam medeverdachte 2] heeft hierop op die Turk geschoten, waarbij ik hoorde dat er meerdere schoten achter elkaar afgingen. Ik denk dat het in totaal drie á vier schoten waren. Toen [voornaam medeverdachte 2] schoot zag ik dat hij daar een kick van kreeg. Hij lachte daarbij.

Hierna zijn de anderen de Turk gaan begraven. Ik ben toen niet meegegaan, omdat ik geen zin had. Zij hebben die Turk ergens in het bos begraven; waar weet ik niet.

44.

Het inleidend proces-verbaal (pagina 0040 - 0102) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 31 mei 1995, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 19], brigadier van politie, district Venlo, regiopolitie Limburg-Noord en

[verbalisant 11], brigadier van politie, district Roermond, regio-politie Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisanten voornoemd:

Op 18 juni 1993 werd op een braakliggend terrein, achter het bedrijf van Océ-van der Grinten, aan de Genooyerweg te Venlo het stoffelijk overschot aangetroffen van [slachtoffer 4], geboren te [geboorteplaats slachtoffer 4] op [geboortedatum slachtoffer 4], gewoond hebbende te Venlo, [adres 3], hierna te noemen [slachtoffer 4].

Uit het ingesteld onderzoek bleek dat deze [slachtoffer 4] op 18 juni 1993 op dat braakliggende terrein door een aantal schoten om het leven werd gebracht.

Ten aanzien van feit 3:

45.

De verklaring die de getuige [medeverdachte 3] op de terechtzitting heeft afgelegd.

Deze verklaring houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Ik ben aanwezig geweest bij een moord.

Op een dag zat ik samen met [verdachte], met [voornaam medeverdachte 1] - waarvan ik nu weet dat hij met de achternaam [achternaam medeverdachte 1] heet - en met [medeverdachte 2] in een auto.

In Venlo zijn wij ergens gestopt op een straat en aldaar hebben [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] een buitenlandse man vastgepakt en in de kofferbak gestopt. Hierna zijn wij met die man naar een bosgebied in Arcen gereden, alwaar wij zijn uitgestapt. De buitenlandse man is hierna door [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] uit de kofferbak gehaald, waarna wij het bos zijn ingelopen, waarbij [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] en die buitenlandse man voorop liepen. In dat bos schoot [voornaam verdachte] met een klein wapen op die man, die vervolgens op de grond viel.

[voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] hebben vervolgens die buitenlandse man begraven.

46.

Het proces-verbaal (pagina 3205 - 3208) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 14 februari 1995, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 29], hoofdagent van politie, district Weert, regio Limburg-Noord en [verbalisant 27], brigadier van politie, district Venlo, regio Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van [medeverdachte 2]:

Ik wil een verklaring afleggen over de moord waar ik al eerder over heb gesproken.

Het gaat over een moord op de van Postelstraat waar [voornaam medeverdachte 6] niet bij is geweest.

Bij deze moord zat [medeverdachte 3] bij ons in de auto.

Hoe kwam deze bij jullie in de auto?

[voornaam medeverdachte 3] was met mij samen bij ons thuis. [voornaam verdachte] kwam toen alleen naar binnen en [voornaam verdachte] vroeg of we meegingen. Het was 's avonds laat.

Toen we buiten kwamen zat [voornaam medeverdachte 1] in de auto. [voornaam medeverdachte 3] en ik gingen op de achterbank zitten.

We reden direct naar de Van Postelstraat.

Aldaar werd iemand meegenomen.

Ik geloof dat het die man was die uit Number One werd meegenomen. [voornaam medeverdachte 3] bleef hierbij in de auto zitten.

Later in Arcen toen geschoten werd is [voornaam medeverdachte 3] meegegaan. In Arcen stapten wij uit en liepen naar een plaats. Onder het lopen schoot [voornaam verdachte] de meegenomen man in het hoofd.

Hierna werd er gegraven en werd de man in het gat gegooid. Hierna reden we naar huis.

47.

Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [medeverdachte 3], opgemaakt door mr. F.Oelmeijer, rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, d.d. 1 mei 1995, door de rechter-commissaris en de griffier ondertekend.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als de aan de rechter-commissaris voornoemd op 1 mei 1995 afgelegde verklaring van [medeverdachte 3] voornoemd:

Op een dag, ik weet niet meer precies wanneer, zat ik met [verdachte], met [voornaam medeverdachte 1], waarvan ik de achternaam niet ken, en met [medeverdachte 2] in een auto. Nadat we ongeveer tien minuten of een kwartier hadden gereden, reden we op de Hogeweg en we draaiden rechtsaf de van Postelstraat in. Aan de rechterkant van de weg liep een man op de stoep. [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] keken mekaar aan en [voornaam verdachte] stopte. [voornaam medeverdachte 1] is toen uitgestapt. Ook [voornaam verdachte] stapte uit en zij hebben toen die man gepakt. Die man werd geslagen en in de kofferbak geduwd. U vraagt mij wat voor man dit was. Ik kan u zeggen dat, aan de huidskleur oordelend, het een Turk of een Marokkaan geweest moet zijn. Hij sprak Nederlands met een accent. Ik kon hem daardoor niet goed verstaan.

We zijn toen weggereden. Op een bepaald moment reden we op een tweebaansweg en ik meen dat dit in Arcen was. [voornaam verdachte] sloeg toen rechtsaf een pad in. Het was een zandpad met kuilen daarin.

We zijn dat bospad niet ver ingereden. Toen zijn we gestopt. Vanaf de plaats waar wij gestopt zijn, was de grote weg, waarvan we zijn afgedraaid, niet meer te zien. De weg die wij hebben gereden maakte een bocht naar links. Op die plaats waar we zijn gestopt, zijn we allemaal uitgestapt. [voornaam verdachte] heeft de man uit de kofferbak gehaald. [voornaam medeverdachte 1] nam een schop mee. Linksaf zijn ze het bos ingeslagen. [voornaam medeverdachte 2] en ik zijn er achter aan gelopen. Ik schat dat we ongeveer vijftien meter in het bos waren toen [voornaam verdachte] schoot. [voornaam verdachte] schoot met een klein wapen. Hij schoot boven de schouder. De man viel toen. Hij bewoog niet meer en hij zei ook niets. [voornaam verdachte] begon toen te graven en later heeft [voornaam medeverdachte 1] gegraven. Nadat het gat zo groot was dat de man er precies in paste, rolden [voornaam verdachte] en [voornaam medeverdachte 1] de man in het gat. [voornaam medeverdachte 2] heeft verder niets gedaan. Nadat de man in het gat lag, is er zand over hem heen gegooid en werd de grond gelijk gemaakt in die zin dat je geen oneffenheid kon zien.

Toen dit feit gebeurd is, was ik net begonnen op een nieuwe school. Dit is de LTS, waar ik toen in de derde klas ben begonnen. Ik ben dat jaar blijven zitten en zit daarom nu nog in de derde klas. Ervan uitgaande dat het schooljaar in augustus begint, is het feit dus na augustus gebeurd. Ik kan mij herinneren dat het koud was, in die zin dat ik een jas aan moest.

Het feit vond in ieder geval plaats voor de jaarwisseling.

48.

Het inleidend proces-verbaal (pagina 0040 - 0102) als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal nummer PL 2320/93 - 100667 A d.d. 31 mei 1995, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 19], brigadier van politie, district Venlo, regiopolitie Limburg-Noord en [verbalisant 11], brigadier van politie, district Roermond, regio-politie Limburg-Noord.

Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

als relaas van verrichtingen en/of bevindingen van de verbalisanten voornoemd:

Uit onderzoek is gebleken dat een groepering vermoedelijk betrokken is geweest bij moorden/doodslagen op tot op heden onbekende personen, van vermoedelijk buitenlandse nationaliteit. Tot deze groepering behoort [medeverdachte 1], [medeverdachte 1].

Arcen is gelegen in de gemeente Arcen en Velden.

Ten aanzien de feiten 1, 2 en 3:

De verklaring die de getuige-deskundige Frans Jozef Johan Marie Metz, gerechtelijk geneeskundige op de terechtzitting heeft afgelegd.

Deze verklaring houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Voorop wil ik stellen dat het schieten op een menselijk lichaam altijd een hachelijke onderneming is.

Bij de beoordeling van de ernst van de daardoor ontstane verwondingen dient er met veel feiten en omstandigheden rekening gehouden te worden.

Bij het schieten in het hoofd of in de nek, waar zich zeer vitale banen van het centrale zenuwstelsel bevinden, bestaat de mogelijkheid dat de betrokkene direct of kort nadat hij op de grond is gevallen dood is. Het gaat om de structuren welke geraakt zijn. Uit het direct neervallen kan men afleiden dat iets vitaals is geraakt.

Dit kan ook het geval zijn bij een schot in de buik en borst.

Als een vitaal deel geraakt wordt, dient onmiddellijk medisch ingegrepen te worden, anders is het dodelijk.

Soms is hulp binnen een paar seconden noodzakelijk, soms kan of mag er nog een paar uur - zonder fatale gevolgen - overheen gaan. Als een persoon op wie geschoten is, verzwaard met een steen, in het water wordt gegooid, lopen de longen vol en treedt twee á tien minuten nadien bewusteloosheid in. Nadat bewusteloosheid is ingetreden is de te water gelaten persoon volledig afhankelijk van hulp van anderen. In de vakliteratuur zijn geen gevallen bekend van personen die 30 minuten onder water hebben gelegen en dit hebben overleefd.

Hoe lang een te water gelaten persoon nog leeft is ook afhankelijk van de temperatuur van het water.

Iemand die uren onder water ligt, is gevoeglijk dood.

Als een persoon neergeschoten is, niet meer reageert en vervolgens begraven wordt, waardoor een manifest zuurstofgebrek ontstaat, komt hij afhankelijk van de nog aanwezige zuurstof in zijn longen binnen 5 tot 10 minuten erna te overlijden, maar hierbij speelt ook een rol de manier waarop hij is begraven, met name of er nog zuurstof onder de grond zit op de plaats waar hij begraven is.

De hierboven vermelde bewijsmiddelen zijn slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

Voor zover verdachte en/of getuigen hun verklaringen bij de rechter-commissaris dan wel ter terechtzitting hebben ingetrokken, gaat de rechtbank daaraan voorbij, nu de intrekking(en) niet geloofwaardig zijn en niet stroken met overige bewijsmiddelen.

Met betrekking tot de gebruikte bewijsmiddelen overweegt de rechtbank het navolgende:

Door de raadsman is gesteld, danwel uit het betoog van andere raadslieden overgenomen, dat de politie gebruik heeft gemaakt van onoorbare verhoormethoden en dat de aldus verkregen resultaten van onwaarde zijn of dat er zelfs sprake zou zijn van onrechtmatig verkregen bewijs.

De politie zou -zakelijk weergegeven- verdachten bewust onder grotere druk hebben gezet, dan de leeftijd en/of geestesgesteldheid van de individuele verdachten, in aanmerking genomen dat elke vrijheidsbeneming en verhoorsituatie belastend is, toelaatbaar doet zijn.

Door het gebruik van suggestieve vragen en het systematisch voeden van verdachten met inmiddels verkregen onderzoeksresultaten, in combinatie met de genoemde druk, zouden verklaringen van verdachten zijn gestuurd en bekentenissen c.q. belastende verklaringen over andere (potentiële) verdachten zijn afgedwongen.

Voorts zouden de verhoorkoppels door de wijze waarop de resultaten van de verhoren van verdachten en getuigen gecomprimeerd in de processen-verbaal weergegeven zijn, de rechtbank en de raadslieden bewust relevante informatie, ontlastende gegevens voor de diverse verdachten daaronder begrepen, hebben onthouden, althans de rechtbank en de raadslieden de mogelijkheid tot toetsing van de relevantie van onderdelen van verklaringen van verdachten en getuigen hebben ontnomen.

Er is in dit kader gesuggereerd dat de politie (ten onrechte) verzuimd heeft de inhoud en het verloop van de verhoren inzichtelijk te maken door middel van integrale vastlegging van de verhoren op geluidsdragers.

Het is de rechtbank in zijn algemeenheid, noch uit de stukken, noch uit het onderzoek ter zitting, aannemelijk geworden dat de politie, al dan niet in overleg met het openbaar ministerie, systematisch de uitkomsten van de verhoren op ontoelaatbare wijze heeft beïnvloed en dat aldus sprake is van falsificatie van de resultaten en dat bewijs, voor zover dit voortvloeit uit deze verhoren, onrechtmatig verkregen is.

Evenmin is de rechtbank aannemelijk geworden dat -in zijn algemeenheid- ontoelaatbare druk is uitgeoefend op de verdachten, emoties van verdachten op ontoelaatbare wijze zijn geëxploiteerd of bewust misbruik is gemaakt van kenbare psychische problemen van deze verdachten met het gevolg dat niet alleen de op deze wijze verkregen resultaten van de verhoren onbetrouwbaar zijn, maar bovendien fundamentele rechten van verdachten zijn geschonden, hetgeen tot bewijsuitsluiting zou kunnen leiden.

Voor zover de vorenbedoelde druk het gevolg zou zijn van het veelvuldig lichten en/of langdurig in beperkingen houden van verdachten en/of het onthouden van processtukken op grond van artikel 30 Wetboek van Strafvordering verwijst de rechtbank naar haar beslissing op de dienaangaande gevoerde preliminaire verweren, welke beslissing, vastgelegd in een aan dit vonnis gehecht uittreksel uit het proces-verbaal van de zitting van 21 augustus 1995, als hier herhaald en ingelast beschouwd moet worden.

Het is op zich niet verwonderlijk dat bij de vele verhoren van een groot aantal verdachten en getuigen -naar zijn aard een gecontroleerd proces en geen stuurloze informatiegaring- gedurende een lange periode door verschillende verhoorkoppels incidentele beoordelingsfouten gemaakt worden of sprake is van een benadering die achteraf gezien mogelijk voor verbetering vatbaar is, een en ander afgezet tegen de gebruikelijk gehanteerde, algemeen aanvaardbaar geachte opsporingsmethodieken.

Zolang dergelijke incidenten, die elk beoordeeld moeten worden in de context van de specifieke omstandigheden van dat geval, uit de processen-verbaal te herleiden zijn of uit andere bronnen aannemelijk worden, hoeft dit niet te leiden tot bewijsuitsluiting, zij het dat het wel gevolgen kan hebben voor de bewijswaardering.

Overigens kan ook zonder een gedragswetenschappelijke achtergrond uit het dossier en uit hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen met een redelijke mate van zekerheid herleid worden welke vragen tot welke resultaten geleid hebben, hoe de verhoorsituatie is geweest, hoe de tijdstippen van de diverse verklaringen van verdachten en getuigen zich onderling verhouden en welke rol contacten met medeverdachten, familieleden of anderen gespeeld kunnen hebben. Dit behoort bij uitstek tot de competentie van de rechter, het oordeel of sprake is van zodanig uitzonderlijke omstandigheden dat tussenkomst van een deskundige op een specifiek terrein geboden is daaronder begrepen.

Hetgeen hiervoor is opgemerkt geldt ook de medeverdachte Hoeijmakers wiens persoon en verklaringen in de stellingname van de raadsman een in vergelijking tot de andere verdachten onevenredig grote rol toegemeten heeft gekregen.

De rechtbank kan zich niet aan de indruk onttrekken dat bij de kritiek op de verhoren van deze verdachte en de uitkomsten daarvan veelvuldig uit het oog verloren wordt dat het oordeel van de gedragsdeskundigen van het Pieter Baan Centrum over de intelligentie van deze verdachte, zijn vermogen om zich feiten en omstandigheden te herinneren en deze te reproduceren, alsmede zijn beïnvloedbaarheid, pas na de reeks van verhoren, waaraan deze verdachte onderworpen is geweest, bekend is geworden.

Uit de processen-verbaal noch uit hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen, is aannemelijk geworden dat de verhorende verbalisanten zich ten tijde van de verhoren van verdachte Hoeijmakers niet bewust zijn geweest van de aanwezigheid van overdrijvingen c.q. fantasieën in de uitweidingen van de verdachte en zijn gevoeligheid voor suggesties. De mate waarin de verdachte door hem waargenomen feiten na geruime tijd kan reproduceren is door het verhoorkoppel geverifieerd, hetgeen ter zitting is toegelicht.

Dat de verbalisanten juist bij deze verdachte het totaal van zijn verklaringen zoveel mogelijk in extenso weergeven doet op zich aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen, althans van delen daarvan, niet af. De rechtbank acht deze vorm van verslaglegging juist bij de onderhavige verdachte een verantwoorde keuze van het onderzoekteam. De verklaringen van deze verdachte, in onderlinge samenhang en in samenhang met overige bewijsmiddelen bezien, zijn daarom in voldoende mate toetsbaar voor rechtbank, openbaar ministerie en raadslieden.

Ten aanzien van het tot bewijs bezigen van verklaringen van [medeverdachte 2], die zelf als verdachte is gehoord door de politie en die in dat kader verklaringen heeft afgelegd die tevens betrekking hebben op de verdachte [verdachte], overweegt de rechtbank het volgende. Naast hetgeen door de raadsman als verweer is opgeworpen ten aanzien van de geestesgesteldheid van [medeverdachte 2] tijdens de verhoren, waarop reeds is ingegaan, speelt het verweer ten aanzien van het niet geven van een cautie bij schriftelijke verklaringen. Naar het oordeel van de rechtbank, ware het beter, wanneer een verdachte in de gelegenheid wordt gesteld om in de rust van de cel de eigen gedachten op papier te ordenen of op deze wijze de drempel van het moeilijk kunnen verwoorden van hetgeen men in de verhoorsituatie wil verklaren wordt genomen, de verdachte nog eens voor te houden dat hij niet hoeft te verklaren. De rechtbank ziet deze methode meer als een verlengstuk van een verhoor, dan als een voorfase van een volgend verhoor. Hieraan doet niet af dat, nadat de verdachte zijn aantekeningen in een vervolgverhoor inbrengt en zijn verhaal in deze verhoorsituatie besproken wordt, voorafgaande aan dit verhoor zoals gebruikelijk de cautie is gegeven. Overigens is niet aannemelijk geworden dat [medeverdachte 2] zich tegen zijn wil heeft laten overhalen tot het afleggen van schriftelijke verklaringen.

Nu de verklaring van [medeverdachte 2], afgelegd bij de rechter-commissaris op 17 maart 1995, niet als bewijsmiddel gebezigd wordt, kan in het midden blijven of [medeverdachte 2] in voldoende mate in de gelegenheid is gesteld om van zijn verschoningsrecht ten aanzien van zijn broer gebruik te maken.

De (deels tegenstrijdige) verklaringen, die tezamen in de zaak met parketnummer 077181.94 de stelling moeten dragen dat [medeverdachte 6] op 15 februari 1994 niet bij of in de woning van het echtpaar [slachtoffer 2] heeft kunnen zijn, zodat zij daarover niet kan verklaren, vormen geen sluitend alibi nu er ruimte blijft voor de mogelijkheid dat [medeverdachte 6] bij het plegen van het misdrijf aanwezig is geweest.

Om die reden kunnen de door deze getuige afgelegde verklaringen over dit misdrijf voor bewijs gebezigd worden.

Daar waar in concrete gevallen sprake is van bewijsuitsluiting, danwel de verwerping van dienaangaand gevoerd verweer, blijkt zulks voor zover van belang uit de beslissing van de rechtbank dan wel uit de gebezigde bewijsmiddelen.

Evenzo blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen aan welke door verdachte en zijn medeverdachten ingetrokken verklaringen de rechtbank, na betrokkene ter zitting gehoord te hebben, geloof hecht.

Hoewel de stoffelijke overschotten van de slachtoffers, genoemd in het sub 1 primair, sub 2 primair en sub 3 primair bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 077766.94, tot op heden niet zijn gevonden, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet

anders zijn dan dat deze slachtoffers de dood hebben gevonden, ten gevolge van de opgelopen verwondingen en hetgeen verder met hen is gebeurd, zoals uit vorenstaande bewijsmiddelen is gebleken, mede gelet op de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de getuige-deskundige, de gerechtelijk geneeskundige F.J.J.M. Metz,

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

In de zaak met parketnummer 051015.94:

medeplegen van doodslag.

In de zaak met parketnummer 077181.94:

medeplegen van doodslag, meermalen gepleegd.

In de zaak met parketnummer 077621.94:

medeplegen van moord.

In de zaak met parketnummer 077766.94:

medeplegen van moord.

medeplegen van moord.

medeplegen van moord.

De misdrijven in de zaken met de parketnummers 051015.94 en 077181.94 zijn strafbaar gesteld bij artikel 287 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de misdrijven in de zaken met de parketnummers 077621.94 en 077766.94 zijn strafbaar gesteld bij artikel 289 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank zich vooreerst laten leiden door:

- de aard van de feiten en de omstandigheden, waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van de verdachte.

Voorts overweegt de rechtbank ten aanzien van de op te leggen straf het navolgende:

De verdachte heeft zijn medewerking aan een multidisciplinair en multimethodisch klinisch onderzoek naar zijn persoonlijkheid, uitmondende in een rapport en advies van twee gedragsdeskundigen van het Pieter Baan Centrum, geweigerd, met als gevolg dat de rechtbank thans niet beschikt over een rapport en advies van twee gedragsdeskundigen. Zijns inziens is voor hem slechts sprake van één zaak (het onder parketnummer 04/051015-94 aan verdachte tenlastegelegde feit, dat wordt afgedaan als een ongeluk). Daarom is er volgens verdachte geen reden voor een terbeschikkingstelling. Hij heeft goede hoop dat hij er zonder onderzoek beter van afkomt, ondanks het ontbreken van een rapportage over eventuele strafverminderende omstandigheden. Mocht de uitspraak hem tegen vallen, dan kan hij alsnog in hoger beroep een onderzoek aanvragen, aldus verdachte. De betrokken gedragsdeskundigen hebben tijdens contacten met verdachte geen tekenen van ernstige stoornissen in waarneming en bewustzijn bespeurd. Er is niet gebleken dat verdachte zodanig in zijn oordeelsvermogen gestoord is, dat zijn weigering voortkomt uit een psychotische vertekening van de realiteit.

Bij gebreke van het gevraagde rapport en advies van het Pieter Baan Centrum zal de rechtbank haar oordeel over de persoon en de achtergronden van de verdachte moeten baseren op de ten aanzien van eerdere vermogensdelicten uitgebrachte reclasseringsrapporten (respectievelijk d.d. 7 januari 1993 en 16 juni 1994), de rapportage van de districtspsychiater d.d. 30 juni 1994, de wijze waarop de delicten zijn gepleegd, het gedrag dat daaraan vooraf ging, de bij de politie afgelegde verklaringen, eventuele andere bevindingen van de politie en het gedrag van verdachte ter terechtzitting. Uit deze gegevens vormt zich een beeld van een jonge volwassene met een groot gebrek aan sociale vaardigheden die zich moeilijk kan handhaven. Er is sprake van een zeer materialistische kijk op het leven en bij de bevrediging van zijn materiële behoeften bekommert hij zich niet of nauwelijks om de gevolgen voor anderen. Zijn veelvuldig regeloverschrijdend gedrag is naar het oordeel van de districtspsychiater een uiting van een gebrekkige gewetensfunctie. De verdachte komt bovendien bij de reclassering over als een man met weinig emotionele diepgang, die zich door anderen niets laat gezeggen en tot weinig zelfreflexie in staat is.

Verscheidene grove uitlatingen tegenover de politie in de vorm van 'grappen' ten koste van de slachtoffers en zijn lacherige houding tijdens de behandeling van de soms gruwelijke feiten ter terechtzitting acht de rechtbank niet louter verklaarbaar uit machogedrag en het overschreeuwen van de eigen onzekerheid en angsten van verdachte. Het laatst bedoelde gedrag is ook door de districtspsychiater geconstateerd, die daarbij signaleert dat de onzekerheid van verdachte blijkt uit diens paniek wanneer hij de situatie niet volledig beheerst. Verdachte is een ik-zwakke man die in collusie met een ander tot een tegen elkaar opbieden kan komen, waaraan geen grenzen gesteld worden. Dit collusiegevaar heeft zich voltrokken in de interactie met de medeverdachte A. Peters, met wie verdachte een symbiotische relatie had. In dit kader zij gewezen op de bewezenverklaarde feiten onder parketnummers 04/051015-94 en 04/077181-94, waar een beraamde beroving c.q. afpersing, waarbij naar zeggen van de verdachten geen vooropgezette bedoeling tot doding van de te beroven c.q. af te persen personen bestaan heeft, in de uitvoeringsfase doorslaat naar het op gruwelijke wijze doden van de slachtoffers. Met name verdachte neemt hierin het voortouw.

Ten aanzien van verdachte geldt dat zijn criminele activiteiten niet alleen in kwantitatieve zin, maar ook in de ernst van de feiten in schrikbarend korte tijd zijn geëscaleerd.

Ondanks de weigering van verdachte om zich aan een klinisch onderzoek te onderwerpen beschikt de rechtbank, gelet op het hiervoor overwogene, over toereikende gegevens voor een ernstig vermoeden dat bij verdachte tijdens het begaan van de bewezen verklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Voorts vormt verdachte een ernstig gevaar voor de maatschappij, welk gevaar alleen weggenomen kan worden indien verdachte niet door het enkel verstrijken van de duur van de hem toe te meten vrijheidsstraf zijn plaats in de maatschappij kan hernemen. Daaraan voorafgaand zal eerst getoetst moeten worden of, zonodig na behandeling van de mogelijke stoornis en ontwikkeling van voldoende sociale vaardigheden, verdachte zich in het maatschappelijk leven zal kunnen staande houden zonder in recidive te vervallen. Het geëigende instrument hiervoor is de oplegging -naast een eventuele vrijheidsstraf- van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Met de invoering van artikel 37b lid 2 Wetboek van Strafrecht is de mogelijkheid geschapen om zonder een rapport en advies van de in artikel 37 lid 2 Wetboek van Strafrecht bedoelde gedragsdeskundigen uit de verder ter beschikking staande gegevens af te leiden of de betrokken verdachte ten tijde van het begaan van het feit aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens leed en hierop een last tot terbeschikkingstelling te gronden. Aan deze mogelijkheid is evenwel een grens gesteld. De bevoegdheid van de rechtbank om te beoordelen of zij over toereikende gegevens voor een last tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging beschikt, laat onverlet dat de conditio sine qua non als bedoeld in artikel 37a lid I, aanhef, Wetboek van Strafrecht - te weten dat bij verdachte tijdens het begaan van de feiten sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens - naar zijn aard een medische c.q. multidisciplinaire diagnose betreft, waartoe de rechter niet competent is. Nu de vereiste diagnose in het geval van verdachte niet voorhanden is noch uit de voor de rechtbank beschikbare stukken valt af te leiden en verdachte er blijk van heeft gegeven -in het Pieter Baan Centrum en ter terechtzitting- niet aan enig rapport en advies over zijn persoonlijkheid dat tot terbeschikkingstelling met verpleging kan leiden te zullen meewerken, zal de rechtbank moeten volstaan met het opleggen van een vrijheidsstraf, waarvan de duur in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten is en welke vrijheidsstraf bovendien het gevaar dat verdachte voor de maatschappij oplevert door zijn verwijdering uit deze maatschappij zo lang mogelijk beteugelt.

In bovenstaand oordeel van de rechtbank ten aanzien van de op te leggen straf zit vervat dat de rechtbank de tijdelijke gevangenisstraf als gevorderd door de officier van justitie niet toereikend vindt.

De op te leggen straf is - behalve op voormelde artikelen - gegrond op de artikelen 10 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte in de zaken met de parketnummers 051015.94, 077181.94 en 077621.94 telkens het primair tenlastegelegde en in de zaak met parketnummer 077766.94 het sub 1, 2 en 3 ook telkens het primair telastegelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

verstaat dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot levenslange gevangenisstraf;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart niet in staat te zijn tot het geven van een last tot teruggave van het inbeslaggenomene.

Vonnis gewezen door mrs. R.M.L.M. Magnée, F. van Beuge en H.A.W. Vermeulen, in tegenwoordigheid van P.W.A. Beckers en mr. W.V. Gerretschen als griffiers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 18 september 1995.