Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2022:695

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-02-2022
Datum publicatie
11-03-2022
Zaaknummer
05/035910-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor procesafspraken in de loop van de strafprocedure bestaat geen wettelijke basis. Naar het oordeel van de rechtbank moeten er zwaarwegende argumenten aanwezig zijn wil de rechtbank zich bij haar beslissingen laten leiden door dergelijke afspraken. Procesafspraken moeten helpen een bijdrage te leveren aan ontlasting van het strafrechtsysteem. De stafzaken in het onderhavige onderzoek bevinden zich in de onderzoeksfase bij de rechter-commissaris. Uit de aan de rechtbank meegedeelde stand van zaken rond de procesafspraken blijkt dat in een relatief groot aantal strafzaken in dit onderzoek niet zal worden gekomen tot procesafspraken. Daardoor zouden procesafspraken nopen tot afsplitsing van het onderzoek en de inzet van een nieuwe samenstelling van rechters. Naar het oordeel van de rechtbank betekent dat geen vereenvoudiging, maar juist een extra complicatie in de afdoening. Daarnaast is de voorziene tijdswinst beperkt. De rechtbank zal de zaken daarom op reguliere basis voortzetten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 05/035910-21

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting op 28 februari 2022

Tegenwoordig: mr. G.H. Meijer, voorzitter,

mr. R. ter Haar en mr. V. Wolting, rechters,

mr. T. Feuth, officier van justitie, en

mr. S.R. Kuiper, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen de verdachte uitroepen.

De verdachte is via videoconferentie, waarbij sprake is van een directe beeld- en geluidsverbinding met de rechtbank, ter terechtzitting verschenen en antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,

nu gedetineerd in P.I. Grave.

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. B. Kurvers, advocaat te

's- Hertogenbosch.

De zaak is eerder behandeld op de zitting van 20 december 2021. De rechtbank is anders samengesteld. Op voorstel van de rechtbank en met instemming van de officier van justitie en de raadsman hervat de rechtbank het onderzoek in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing ter terechtzitting van 20 december 2021 bevond.

De voorzitter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mee dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

De voorzitter deelt mee dat vandaag een pro forma behandeling van de zaak gepland staat.

De officier van justitie krijgt de gelegenheid het woord te voeren en deelt het volgende mee, zakelijk weergegeven.

Er is een aanvullend proces-verbaal van het zaaksdossier ’02 Didam’ binnengekomen. Hierin valt te lezen dat DNA-materiaal van de heer [naam] is aangetroffen in het lab in Didam. Hij wordt aangemerkt als degene die bij het kookproces betrokken is geweest. Verder is een aanvullend proces-verbaal met landelijke stukken binnengekomen inhoudende een verantwoording van de rechtmatigheid van het verkregen EncroChat- en SKY ECC-chat

-materiaal. De planning is dat half maart de getuigenverhoren bij de rechter-commissaris starten. Er zullen voornamelijk medeverdachten gehoord worden, maar door verschillende raadslieden is al aangekondigd dat hun cliënt zich op het verschoningsrecht zal beroepen. Ik verzoek de rechtbank om de zaak aan te houden tot 23 mei 2022 om 10:30 uur. Verder merk ik het volgende op.

Nadat uw rechtbank op de vorige zitting desgevraagd door het Openbaar Ministerie (OM) en verdediging te kennen heeft gegeven niet onwelwillend doch volledig ongebonden tegenover procesafspraken naar Rotterdams model te staan, hebben er in de verschillende strafzaken één of meer verkennende, vrijblijvende, vertrouwelijke gesprekken met acht van de dertien raadslieden plaatsgevonden. Met vijf partijen, te weten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] is overeenstemming. Met drie andere partijen is gesproken ( [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] ), maar is het vooralsnog niet tot overeenstemming gekomen nu de standpunten omtrent strafmaat te veel uiteenliepen. Uit die verkennende gesprekken is gekomen dat er over de kern van de procesafspraken overeenstemming tussen partijen is, maar dat details (denk bijvoorbeeld aan beslag) nog moeten worden uitgewerkt. De verdediging en het OM zullen zich inspannen om deze afspraken zo spoedig mogelijk na deze zitting verder schriftelijk uit te werken, en richting de rechtbank en het kabinet kenbaar te maken. Een concept van deze afspraken is al naar de rechtbank gemaild om de contouren hiervan kenbaar te maken. Er wordt nog hard gewerkt aan de verdere inhoud. Ik geef een paar highlights. Er komt geen bekennende verklaring van de verdachte, maar ruim van tevoren zal door de verdediging te kennen worden gegeven dat de overeengekomen feiten niet zullen worden ontkend en dat er geen verweer zal worden gevoerd. Een eerder verschenen krantenartikel over het mogelijk sluiten van een deal tussen het OM en de verdachte heeft tot de nodige opschudding in de P.I. geleid. De term ‘deal’ is door de media niet goed gekozen, en ook is niet juist dat de verdachte moet gaan praten. Verder zullen er geen verzoeken omtrent de voorlopige hechtenis van de verdachte worden gedaan tenzij er zich onvoorziene persoonlijke omstandigheden voordoen. Ook wordt afstand gedaan van onderzoekswensen in eerste aanleg en van hoger beroep, tenzij grote afwijkingen in de strafoplegging te zien zijn. Ruim voor de zitting van 23 mei 2022 zal de rechtbank het huiswerk van het OM en de verdediging toegezonden krijgen. Tevens zal er een procesvoorstel worden gedaan richting de rechtbank. De rechtbank is uiteraard nergens aan gebonden. Het voorstel zou zijn een verkorte behandeling van de strafzaak, waarbij de nadruk ligt op de bevraging van de verdachte over de procesafspraken. De rechtbank zou desgewenst schriftelijke rondes kunnen inlassen over aspecten die de rechtbank onderbelicht acht, in het licht van bijvoorbeeld strafmaat overwegingen. Er kan worden aangestuurd op een verkort vonnis waarbij niet alle bewijsmiddelen in detail worden uitgewerkt. Op de zitting van 23 mei 2022 of bij voorzittersbeslissing kan de rechtbank bijsturen op dit huiswerk en het verdere procesverloop. De rechtbank kan te kennen geven het uiteindelijke procesvoorstel in zijn totaliteit niet te accepteren en bepalen dat partijen zich dienen voor te bereiden op een volledige inhoudelijke behandeling. Of de rechtbank kan zelf een (soortgelijke) planning voorstellen en bepalen wat de bedoeling wordt. De rechtbank behoudt dus volledig de regie.

Deze trend is nieuw in Nederland. En soms voelt het alsof we het wiel telkens opnieuw aan het uitvinden zijn. En dan druk ik me nog verkeerd uit, want dan zou er al een wiel zijn, wat er niet is. Ik ben zelf zoekende naar de juist formulering en boven alles ook de juiste toon. Die van enthousiasme over dit fenomeen maar tegelijkertijd ook behoedzaamheid en uiterst precies werken. Ik hoop dat ik bij het schetsen van de contouren, die naar beste kunnen op papier zijn gezet naar de stand van nu, maar de nodige aanscherping behoeven, ik niet ongewild op tenen van anderen ben gaan staan. Dat is allerminst mijn bedoeling en ik wil absoluut niet in de regie, laat staan de beslissingsbevoegdheid van de rechtbank treden. Ik wil juist alleen een pad voor de rechtbank begaanbaar maken in de hoop dat dit ongeveer kan worden gevolgd. Een ander pad is ook goed. En het terugvallen op de al jaren gebruikte snelweg, die vol files staat, is uiteraard ook prima. Ik zou die route over de snelweg wel betreurenswaardig vinden; dit is een kans om nieuwe wegen te vinden en de strafrechtsketen te ontlasten door proceswinst te boeken.

Zoals u al meerdere keren is verteld zijn zes verdachten uit dit onderzoek Elrits ook verdachten in het Belgische onderzoek. Het gaat om [medeverdachte 4] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 5] . De verdenking betreft een lab in Gent waar een weekend is geproduceerd in een door een veel bredere dadergroep opgezet lab. In totaal zijn er twaalf tot veertien verdachten bij betrokken geweest. Tegen vier van hen ( [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 5] ) is ook een procedure gestart om hen over te leveren aan België om daar te worden vervolgd. Deze vier verdachten zitten ook in overleveringsdetentie. Drie van de vier verdachten ( [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] ) hebben bij herhaling te kennen gegeven dat ze graag willen dat Nederland de strafvervolging van de Belgische autoriteiten overneemt. Zij vrezen dat ze na het proces Elrits naar België worden gestuurd om daar opnieuw te worden berecht, met mogelijk forse gevangenisstraffen tot gevolg. Ik begrijp die vrees wel. Daarom hebben de raadslieden van deze drie verdachten gevraagd deze zaak over te nemen, en ze hebben zelfs medegedeeld dat ze bereid zijn om in het kader van de gemaakte procesafspraken afstand te doen van onderzoekswensen, en ook dat feit niet te ontkennen, en geen verweer te voeren. In de afgelopen periode heb ik met enige regelmaat contact gehad met de procureur des Konings uit Gent die belast is met de vervolging aldaar. Inmiddels is er medegedeeld dat Nederland desgewenst de vervolging van enkele verdachten mag overnemen. In dat geval wordt er een procedure gestart om dit mogelijk te maken. De Belgen leveren een dossier en samenvatting aan, en uiteraard een tenlastelegging. Ik zou dan deze drie verdachten onder een apart parketnummer vervolgen binnen de verdere procesgang Elrits. Het zal een stevige uitdaging worden om dit allemaal geregeld te krijgen, maar die ben ik bereid aan te gaan: zolang uw rechtbankcombi ook dit meerwerk, namelijk een extra dossier, zou accepteren. Anderzijds maken we dan niet alleen aanzienlijke proceswinst in Nederland maar ook in België: een beperkter megaproces aldaar en geen hoger beroep. Mocht uw rechtbank niet onwelwillend tegenover een stukje meerwerk staan, dan zal ik de Belgische autoriteiten verzoeken om de procedure tot overdracht in gang te zetten.

De raadsman deelt het volgende mee, zakelijk weergegeven.

De inzet op procesafspraken is een lang traject geweest. Er hebben tal van gesprekken plaatsgevonden. Ook heeft de verdediging met de officier van justitie gesproken over een nog oude openstaande strafzaak tegen mijn cliënt, namelijk onderzoek Sacha. Het verzoek van de verdediging is om deze zaak gelijktijdig met de onderhavige zaak aan te brengen. Dit is door de officier van justitie in overweging genomen. Over de Belgische strafzaak merk ik op dat ik in een erg vroeg stadium de officier van justitie heb gevraagd om de strafvervolging van de Belgische autoriteiten over te nemen. Het is namelijk niet wenselijk dat mijn cliënt na het proces Elrits opnieuw in België wordt berecht. Het dossier in de onderhavige zaak bevat al de nodige aanwijzingen voor de betrokkenheid van mijn cliënt bij het drugslab in Gent. Ik verwacht dan ook niet dat het Belgische dossier veel meerwerk zal opleveren. De rol van mijn cliënt is helder en het feit zal door de verdediging worden erkend. Verder merk ik op dat ik vandaag, gelet op het plaatsvinden van onderhandelingen met het OM in het kader van procesafspraken, geen verzoeken omtrent de voorlopige hechtenis van mijn cliënt zal doen.

De voorzitter deelt mee dat het onderzoek wordt onderbroken tot 17.30 uur, op welk tijdstip de voorzitter de zienswijze van de rechtbank over de inzet van procesafspraken zal meedelen. De rechtbank zal eerst de strafzaken tegen de medeverdachten behandelen.

De voorzitter deelt verder mee dat het onderzoek zal worden geschorst tot de terechtzitting van 23 mei 2022 om 10.30 uur.

De voorzitter zegt de verdachte en zijn raadsman mr. B. Kurvers de datum en het tijdstip van de hervatting van het onderzoek aan, zonder nadere oproeping.

De voorzitter hervat het onderbroken onderzoek in de zaak tegen de verdachte in de stand waarin het zich bevond op het tijdstip van de onderbreking.

Ter terechtzitting zijn tegenwoordig: mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. T. Feuth, officier van justitie en mr. S.R. Kuiper, griffier.

De voorzitter deelt het volgende mee. In het onderzoek Elrits heeft de officier van justitie te kennen gegeven dat er wordt ingezet op het maken van procesafspraken inzake de strafzaken tegen alle dertien verdachten in dit onderzoek. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 20 december 2021 heeft de rechtbank te kennen gegeven tegen het maken van dergelijke afspraken niet onwelwillend te staan. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van vandaag is de rechtbank voorgelicht over de stand van zaken rond de procesafspraken. Gelet op die stand van zaken ziet de rechtbank zich genoodzaakt op dit moment aan de verdachten, de verdediging en het Openbaar Ministerie mee te delen op welke wijze de zaak zal worden voortgezet. De rechtbank realiseert zich dat partijen inspanningen hebben verricht om te komen tot een procedure die zou moeten leiden tot procesafspraken en de rechtbank waardeert die inspanningen ook. Echter, de rechtbank stelt allereerst vast dat voor het maken van procesafspraken in de loop van een strafprocedure geen wettelijke basis bestaat. Mocht de rechtbank desondanks eventueel bereid zijn bij haar nog te nemen beslissingen zich onder meer te laten leiden tot dergelijke afspraken, dan dienen, zo overweegt de rechtbank, daar zwaarwegende argumenten voor aanwezig te zijn. De rechtbank ziet in dat in bepaalde zaken dergelijke procesafspraken meerwaarde kunnen hebben. Dat is met name het geval wanneer in complexe en omvangrijke zaken het fair-trial-recht van verdachte op behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn op grove wijze zal worden geschonden. Niet uit het oog moet worden verloren dat het maken van procesafspraken moet helpen een bijdrage te leveren aan de ontlasting van het strafrechtsysteem. Indien procesafspraken naar verwachting niet zullen bijdragen aan die ontlasting, ontbreken voornoemde zwaarwegende argumenten. Naar de huidige stand van zaken staat nu al vast dat in een relatief groot aantal strafzaken in het onderzoek Elrits, om verschillende redenen, niet zal worden gekomen tot het maken van procesafspraken. Dit impliceert dat slechts in een aantal zaken de afsprakenprocedure zou kunnen worden gevolgd en in een aantal andere zaken de normale strafrechtelijke procedure, inbegrepen het onderzoek bij de rechter-commissaris. Het voorgaande zal nopen tot splitsing van zaken en een nu al te voorziene inzet van een nieuwe samenstelling rechters. De vrees is dan ook dat de inzet op procesafspraken niet zal leiden tot vereenvoudiging van afdoening in de zaken Elrits, maar juist tot een extra complicatie in de afdoening. De verwachting is, kortom, dat het strafrechtsysteem door de inzet op procesafspraken niet zal worden ontlast. Daarbij komt dat in de zaak Elrits, anders dan in bijvoorbeeld de Rotterdamse zaak, de strafzaken tegen de verdachten inmiddels in regie aan de orde zijn gesteld en zich ook thans in een expliciete onderzoeksfase (bij de rechter-commissaris) bevinden in die zin dat naar verwachting de zaken in het najaar van 2022 inhoudelijk zouden kunnen worden behandeld. Voorts is door het OM aangegeven dat de beoogde tijdswinst ‘slechts’ drie zittingsdagen zal bedragen. Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank van oordeel is dat in de zaak Elrits procesafspraken niet voor de hand liggen en zij de zaken op reguliere basis zal voortzetten.

De rechtbank schorst het onderzoek tot de pro forma-zitting van 23 mei 2022 om

10.30

uur. Deze termijn van schorsing is langer dan één maand maar niet langer dan drie maanden om de klemmende reden dat in verband met de te verwachten duur van het onderzoek niet te verwachten is dat het onderzoek ter terechtzitting eerder kan worden hervat en het zittingsrooster van de rechtbank een eerdere behandeling niet toelaat.

De rechtbank stelt het dossier in handen van de rechter-commissaris.

Dit proces-verbaal is door de voorzitter en de griffier vastgesteld en door de voorzitter ondertekend.

De griffier is buiten staat dit proces-verbaal mede te ondertekenen.