Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2022:3361

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-11-2022
Datum publicatie
18-11-2022
Zaaknummer
ak_22_542
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Waardevaststelling van zonnepark in de Bomhofsplas; zonnepark geen onroerende zaak waaraan ingevolge artikel 17 van de Wet WOZ een waarde moet worden toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 18-11-2022
FutD 2022-3151
V-N Vandaag 2022/2837
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 22/542


uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen


[naam vennootschap] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres,

(gemachtigden: mr. M. Chatelin en mr. A.T.Z. Leijten),

en

de heffingsambtenaar van het gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT), verweerder,

(gemachtigde: mr. K.M.H. de Boer).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 11 februari 2022.

Verweerder heeft de waarde van het zonnepark in de Bomhofsplas, Bomhofsweg 5 te Zwolle per toestandsdatum1 januari 2021 vastgesteld op € 12.350.000,- (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan eiseres ook een aanslag in de onroerendezaakbelastingen niet-woning voor het jaar 2021 opgelegd van € 95.366,70 (de aanslag).

Verweerder heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 20 oktober 2022 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen bij haar gemachtigden, vergezeld door [naam 1] [naam 2] , M. [naam 3] , [naam 4] en, via een beeldverbinding, [naam 5] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [naam 6] en B [naam 7] .

Feiten

Eiseres is eigenaar van een drijvend zonnepark in de Bomhofsplas, Bomhofsweg 5 te Zwolle. Dit zonnepark bestaat uit 72.000 zonnepanelen met een oppervlakte van circa 18,35 hectare, drijvende omvormers en transformatoren. De zonnepanelen zijn bevestigd op Zimfloat Drijflichamen en op speciale drijflichamen met extra drijfvermogen. Deze drijflichamen zijn via Dyneema-kabels verbonden aan 28 in de bodem geplaatste klapankers. Het zonnepark is met een elektriciteitskabel verbonden met een inkoopstation op de wal.

Beoordeling door de rechtbank

Tussen partijen is in geschil of het zonnepark voor de toepassing van de Wet Waardering onroerende zaken (Wet WOZ) als onroerend moet worden aangemerkt.

Op grond van artikel 17, eerste lid, van de Wet WOZ wordt aan een onroerende zaak een waarde toegekend.
Voor de betekenis van het begrip onroerende zaak in de Wet WOZ moet worden aangesloten bij artikel 3:3 van het Burgerlijk Wetboek (BW), op grond waarvan

- onder meer - als onroerend worden aangemerkt de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn.
In artikel 8:1 van het BW is bepaald dat, voor zover thans relevant, onder schepen wordt verstaan alle zaken die blijkens hun constructie bestemd zijn om te drijven en drijven of hebben gedreven.

Eiseres stelt zich op het standpunt dat het zonnepark als roerend moet worden aangemerkt voor de toepassing van de Wet WOZ. Het zonnepark kwalificeert als een schip, als bedoeld in artikel 8:1, eerste lid, van het BW, omdat het evident bestemd is om te drijven. Het zonnepark beweegt ook mee met de waterstand. Op grond van het woonark-arrest1 is dit het enige relevante criterium voor het aanmerken van een zaak als een schip. Niet relevant is hoe dit meebewegen technisch wordt bewerkstelligd. Het zonnepark kan volgens eiseres losgekoppeld worden door de Dyneema-kabels los te koppelen van de klapankers door de harpsluitingen te openen of door de Dyneema-kabels los te koppelen van de speciale drijflichamen. Dat de klapankers zeer lastig zijn te verwijderen doet niet ter zake, omdat deze geen onderdeel uitmaken van het zonnepark. Hieruit volgt dat het zonnepark niet verenigd is met de bodem. De vraag of sprake is van duurzame vereniging met de bodem is dus niet relevant.

Ook stelt eiseres dat geen sprake is van duurzame vereniging met de oever. De stelling van verweerder dat het zonnepark nergens heen kan worden verplaatst en dat dat ook niet de bedoeling is van eiseres, is evenmin relevant. De omstandigheid dat een drijvende zaak in een binnenwater ligt en niet kan worden verplaatst is niet relevant voor de vraag of een zaak duurzaam met de grond (oever) is verenigd.

Op grond hiervan stelt eiseres zich op het standpunt dat de WOZ-waarde van het zonnepark op nihil gesteld dient te worden. De beschikte WOZ-waarde en de opgelegde aanslagen OZB voor het object Bomhofsweg 5 (Zonnepark Bomhofsplas) te Zwolle moeten worden vastgesteld op nihil.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het zonnepark een onroerende zaak is.

Hiertoe is aangevoerd dat het begrip schip, zoals bedoeld in artikel 8:1, eerste lid, van het BW, moet worden gelezen als: schip in de zin van een verkeersmiddel of vervoersmiddel. Een ‘drijvend zonnepark’ voldoet niet aan de intentie van een verkeers- of vervoersmiddel en kan dan ook niet gekwalificeerd worden als een schip in de zin van het BW.

Al zou het wel als zodanig gekwalificeerd moeten worden, dan betekent dat nog niet automatisch dat er sprake is van een roerende zaak. Onder bepaalde feiten en omstandigheden kan een schip ook onroerend zijn. Verweerder stelt zich primair op het standpunt dat sprake is van duurzame vereniging met de grond. Het zonnepark is via Dyneema-kabels aan klapankers vastgelegd. Deze klapankers zijn in de bodem bevestigd en zitten aard- en nagelvast in de bodem. De klapankers hebben tot doel om het zonnepark op zijn plaats te houden, zodat er bij kleine fluctuaties geen schade optreedt. Er is dus wel degelijk een vereniging met de grond, de plasbodem. De wijze van bevestiging is een van de factoren die kan leiden tot een vereniging met de grond. Een bevestiging via beugels en meerpalen is zo’n dergelijke wijze, maar er zijn meerdere wijzen van bevestiging.

Subsidiair is verweerder van mening dat het zonnepark naar aard en inrichting is bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven, en derhalve onroerend is. Hiertoe is gewezen op de website van de coöperatie Blauwvinger Energie, de uitbater van het zonnepark, waar vermeld wordt dat het de bedoeling is dat er 25 jaar lang gebruik kan worden gemaakt van het zonnepark op de Bomhofsweg, hetgeen ook wordt bevestigd door de bouwer van het zonnepark, Groenleven.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 15 januari 2010, maar ook uit het arrest van 9 maart 20122, volgt dat een zaak, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft, moet worden aangemerkt als een schip in de zin van artikel 8:1 van het BW en is in het algemeen een roerende zaak.

De rechtbank stelt vast dat het zonnepark blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en dit feitelijk ook doet. Hiermee wordt voldaan aan de definitie van artikel 8:1 van het BW. De rechtbank leest in de genoemde arresten niet dat hierbij relevant is of de zaak daadwerkelijk wordt gebruikt als verkeers- of vervoersmiddel, dan wel in hoeverre de zaak bestemd is langere tijd ter plaatse te blijven. Het betoog van verweerder dat het zonnepark om die redenen niet aan de definitie van dit artikel voldoet, kan daarom niet slagen.

Vervolgens is van belang of het zonnepark duurzaam verbonden is met de grond.

Artikel 3.3, eerste lid, van het BW schrijft – voor zover van belang – immers voor dat onroerend zijn de werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.

De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Niet in geschil is dat de verbinding tussen het zonnepark en de daaronder gelegen bodem middels klapankers en Dyneema-kabels toelaat dat het zonnepark met de waterstand mee beweegt en tegelijkertijd voorkomt dat het zonnepark afdrijft. Mede in aanmerking genomen wat eiseres over deze constructie naar voren heeft gebracht, is de rechtbank van oordeel dat deze verbinding middels kabels en klapankers niet maakt dat het zonnepark duurzaam met de grond is verenigd. Hierbij wijst de rechtbank erop dat ook in het woonark-arrest sprake was van in de bodem verankerde meerpalen, maar dat dit niet heeft geleid tot het oordeel dat sprake was van een duurzame verbinding met de grond in de zin van artikel 3.3, eerste lid, van het BW. Verder is gesteld noch gebleken dat sprake is van een verbinding met de oever op een dusdanige wijze dat sprake is van duurzame vereniging met de grond in hierbedoelde zin.

Hieruit volgt dat het zonnepark geen onroerende zaak is waaraan ingevolge artikel 17 van de Wet WOZ een waarde moet worden toegekend.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is gegrond. De uitspraak op bezwaar dient te worden vernietigd. De beschikking van 28 februari 2021 dient eveneens vernietigd te worden.

De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten. Deze kosten zijn tot op heden begroot op € 1.783,- (1 punt voor het bezwaarschrift x € 265,- per punt +

1 punt voor het beroepschrift + 1 punt voor het verschijnen ter zitting x wegingsfactor 1 x

€ 759,- per punt). Ook dient verweerder het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    verklaart het bezwaar gegrond;

  • -

    vernietigt de beschikking van 28 februari 2021;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten, begroot op € 1.783,-;

  • -

    gelast dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ad € 365,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.H. van Meegen, voorzitter, en mr. J.W.M. Bunt en mr. A.M. den Dulk, leden, in aanwezigheid van Y. van Arnhem, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

griffier

voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

1 Arrest van de Hoge Raad van 15 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9136

2 ECLI:NL:HR:2012:BV8198