Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2022:1835

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
09-06-2022
Datum publicatie
27-06-2022
Zaaknummer
C/08/276377 / FA RK 22-197
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek van kind tot vernietiging van de erkenning toegewezen, hoewel kind destijds toestemming heeft gegeven voor de erkenning, wetende dat de erkenner niet haar biologische vader is. Naar het oordeel van de rechtbank dient het belang van de biologische en maatschappelijke werkelijkheid te prevaleren boven het belang van strikte hantering van artikel 1: 205, vierde lid, BW. Beroep op art. 8 EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2022-0162
JPF 2022/100 met annotatie van Graaf, J.H. de
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/276377 / FA RK 22-197

beschikking van 9 juni 2022

inzake

[verzoekster] ,

verder te noemen: [verzoekster]

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

advocaat: mr. L. van Straten,

en

[belanghebbende] ,

verder te noemen: de erkenner

wonende te [woonplaats] ,

1 Het procesverloop

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 24 januari 2022

- een op 11 mei 2022 ingekomen e-mail van de erkenner.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft op 12 mei 2022 plaatsgevonden. Verschenen zijn [verzoekster] en haar moeder, bijgestaan door mr. Van Straten.

De erkenner is met kennisgeving niet verschenen.

1.3.

Vervolgens heeft de rechtbank kennisgenomen van de instemmende verklaring van erkenner van 13 mei 2022.

2 De feiten

2.1.

Op [geboortedatum] 2001 in de gemeente [woonplaats] , uit mevrouw [A] (hierna te noemen: de moeder) geboren: [verzoekster] .

2.3.

Op 3 juli 2018 is [verzoekster] erkend door de erkenner waarbij is gekozen voor de geslachtsnaam [van de erkenner] . [verzoekster] was destijds 17 jaar en heeft haar toestemming voor deze erkenning gegeven.

3 Het verzoek

[verzoekster] verzoekt de rechtbank bij beschikking de door [belanghebbende] op 3 juli 2019 gedane erkenning te vernietigen en te bepalen dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van de ten deze te wijzen beschikking en slechts indien geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de te wijzen beschikking zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente] . Ook wordt verzocht om een beslissing te nemen over de proceskosten.

Ter onderbouwing van haar verzoek stelt [verzoekster] dat het voorgenomen huwelijk van haar moeder met de erkenner de reden van de erkenning is geweest. Hiermee wilden zij bewerkstelligen dat haar geslachtsnaam zou overeenkomen met die van haar moeder, haar stiefvader en haar halfzusje [C] . Ten tijde van de erkenning was [verzoekster] bekend met het feit dat erkenner niet haar biologische vader is. Zij stelt dat zij over de juridische gevolgen niet is geïnformeerd. [verzoekster] wenst dat de erkenning wordt vernietigd omdat erkenner niet haar biologische vader is, zij geen contact meer met hem heeft en geen band met hem voelt, laat staan dat zij hem ziet als haar vader. Sinds de echtscheiding tussen haar moeder en de erkenner is het contact volledig verbroken. [verzoekster] wenst de familierechtelijke band met hem dan ook niet voort te zetten. Zij wil dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de biologische werkelijkheid, zodat zij geen enkele juridische relatie meer heeft met erkenner en dat zij de geslachtsnaam van haar moeder weer kan voeren. [verzoekster] doet voor haar verzoek een beroep op het in het artikel 8 van het EVRM beschermde recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven.

4 De beoordeling

4.1.

Ingevolge artikel 1:205, eerste lid, aanhef en onder a BW kan een kind een verzoek tot vernietiging van de erkenning doen op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is. Uit het vierde lid van dit artikel volgt dat dit verzoek moet worden ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de erkenner vermoedelijk niet zijn biologische vader is. Indien het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden worden ingediend.

4.2.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat de akte van erkenning is opgemaakt op 3 juli 2018. [verzoekster] was toen 17 jaar. Op grond van artikel 1:204, eerste lid, onder d, BW is voor de erkenning de toestemming vereist van de minderjarige van twaalf jaren of ouder. Uit de akte van erkenning blijkt ook dat [verzoekster] , destijds minderjarig, haar toestemming heeft gegeven voor de erkenning. [verzoekster] heeft tijdens de mondelinge behandeling bevestigd dat zij haar toestemming heeft gegeven. Zij was ermee bekend dat de erkenner niet haar biologische vader is. [verzoekster] weet wie wel haar biologische vader is, maar heeft met hem nauwelijks contact. Met de juridische gevolgen van de erkenning waren de moeder, [verzoekster] en de erkenner, afgezien van een wijziging van de geslachtsnaam, niet bekend. Nu het huwelijk tussen haar moeder en de erkenner inmiddels is ontbonden, voelt het voor [verzoekster] niet goed om nog met de erkenner verbonden te blijven. [verzoekster] heeft tijdens de mondelinge behandeling duidelijk laten blijken erg teleurgesteld te zijn in de erkenner en het gebrek aan aandacht dat hij voor haar heeft in vergelijking tot haar halfzusje.

4.3.

Uit artikel 1:205, vierde lid, BW moet worden afgeleid dat een verzoek tot vernietiging van de erkenning door een kind, alleen kan worden ingediend in de situatie dat het kind na de erkenning bekend wordt met het feit dat de erkenner niet de biologische vader is. Daar is hier geen sprake van nu [verzoekster] toestemming voor de erkenning heeft moeten geven en op dat moment al bekend was met het feit dat erkenner niet haar biologische vader is. Desondanks zal de rechtbank de vraag beantwoorden of in het onderhavige geval [verzoekster] een verzoek tot vernietiging van de erkenning kan indienen. [verzoekster] doet voor haar verzoek een beroep te doen op het door artikel 8 EVRM beschermde recht op eerbiediging van ‘family life’.

4.4.

Vast staat dat de erkenner niet de biologische vader van [verzoekster] is. De erkenning heeft enkel plaatsgevonden om [verzoekster] na het huwelijks van haar moeder dezelfde achternaam te geven als haar moeder, erkenner en haar halfzusje [C] . Met de overige rechtsgevolgen van de erkenning waren zij niet bekend. De situatie is nu veranderd. De moeder en erkenner zijn gescheiden en [verzoekster] en erkenner hebben geen contact meer met elkaar en zij voelt geen band meer met hem. Zij wenst de erkenning te vernietigen en de geslachtsnaam van haar moeder weer te dragen.

4.5.

Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de rechtszekerheid en de belangen van andere betrokkenen dan de rechtstreeks belanghebbenden niet zullen worden geschaad bij toewijzing van het verzoek van [verzoekster] . Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de moeder en de erkenner instemmen met de vernietiging van de erkenning. De rechtbank zal dan ook geen gevolgen verbinden aan het feit dat [verzoekster] bij de erkenning stappen had moeten ondernemen om te informeren naar de juridische gevolgen van de erkenning. Naar het oordeel van de rechtbank dient het belang van de biologische en maatschappelijke werkelijkheid te prevaleren boven het belang van strikte hantering van artikel 1:205, vierde lid, BW. De rechtbank zal het verzoek van [verzoekster] om de erkenning te vernietigen dan ook toewijzen.

4.6.

Op grond van artikel 1:206, lid 1, BW wordt de erkenning, nadat de onderhavige beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, geacht nimmer gevolg te hebben gehad. Volgens artikel 1:5, lid 1, BW heeft een kind dat alleen in familierechtelijke betrekking tot de moeder staat haar geslachtsnaam. Dit heeft tot gevolg dat [verzoekster] bij vernietiging van rechtswege de geslachtsnaam [van de moeder] draagt.

4.7.

Op grond van artikel 1:20, lid 1, aanhef en onder a, BW wordt een beschikking inhoudende een vernietiging van een erkenning -niet eerder dan drie maanden na dagtekening van de beschikking- als latere vermelding door de ambtenaar van de burgerlijke stand toegevoegd aan de onder hem berustende akte van de burgerlijke stand, en wel aan de geboorteakte van de betrokken persoon, zo volgt uit artikel 1:20a lid 1 BW.

De beslissing

De rechtbank:

5.1.

vernietigt de door [belanghebbende] , geboren op [geboortedatum] te [woonplaats] op 3 juli 2017 gedane erkenning van [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [woonplaats] ;

5.2.

draagt de griffier -op grond van artikel 1:20e lid 1 BW- op niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking en slechts indien geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van deze beschikking te zenden naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente] ;

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. van der Lecq, in tegenwoordigheid van

M. Esmeijer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2022

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  1. door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.