Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2022:1642

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
30-05-2022
Datum publicatie
09-06-2022
Zaaknummer
08-006864-22, 08-223380-21, 08-337493-21 en 08-278293-21 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 38-jarige vrouw heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan winkeldiefstal bij een filiaal van drogisterij. De rechtbank Overijssel legt haar de ISD-maatregel op voor 2 jaar. Naast de winkeldiefstal heeft de vrouw - nadat zij was betrapt - een winkelmedewerkster bij de keel gepakt. Ook maakte zij zich nog schuldig aan bedreiging van een persoon, had zij een van diefstal afkomstige tablet in haar bezit en heeft ze een cameradeurbel en een Boeddhabeeldje gestolen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08-006864-22, 08-223380-21, 08-337493-21 en 08-278293-21 (P)

Datum vonnis: 30 mei 2022

Vonnis op tegenspraak in de zaken van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres 1] ,

nu verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

2 mei 2022.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. G.J. Jansen en van wat door verdachtes raadsman, mr V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in Hengelo (O):

parketnummer 08-223380-21

op 19 augustus 2021 bij de Etos met geweld drogisterijartikelen heeft gestolen, door na betrapping, een winkelmedewerker bij de keel te pakken;


parketnummer 08-278293-21
op 14 oktober 2021 bij de Etos een paar sokken en/of lippenbalsem heeft gestolen;

parketnummer 08-337493-21
feit 1: op 15 december 2021, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling;

feit 2: op 15 december 2021 een tablet van de firma [bedrijf] heeft gestolen dan wel dat zij deze tablet in haar bezit had terwijl zij wist of had moeten weten dat deze tablet van diefstal afkomstig was;

parketnummer 08-006864-22
feit 1: op 9 januari 2022, gereedschap en een afstandsbediening van [aangever 1] heeft gestolen;

feit 2: op 5 januari 2022 een (boeddha) beeldje van [aangever 2] heeft gestolen;

feit 3: op 11 december 2021 een deurbel van [aangever 3] heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

feit 4: op 3 december 2021 te Hengelo een deurbel van [aangever 4] , heeft gestolen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

parketnummer 08-223380-21

zij op of omstreeks 19 augustus 2021 te Hengelo, gemeente Hengelo (O),
een of meer drogisterijartikelen, waaronder lippenstift en/of parfum, in elk geval
enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Etos gevestigd op/aan [adres 2]
, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met
het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd
voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld
tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te
bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door voornoemde [slachtoffer 2] bij de keel te pakken/grijpen toen
zij, slachtoffer, verdachte aansprak;

parketnummer 08-278293-21

zij op of omstreeks 14 oktober 2021, in de gemeente Hengelo (O), een paar sokken en/of een lippenbalsem, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Etos, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen (bij een winkel aan [adres 2] aldaar) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

parketnummer 08-337493-21
1
zij op of omstreeks 15 december 2021 te Hengelo, gemeente Hengelo (O),
[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met
zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "Vies
kutwijf, vieze hoer, ik maak jou dood, vieze kutmolukkers, jij hebt kinderen hè, dat
had ik wel gedacht, ik pak hun ook, ik neem ze wel te grazen, ik ken jouw soort volk,
ik vraag jouw gegevens wel op bij Mediant", althans woorden van gelijke dreigende
aard of strekking;

2
zij op of omstreeks 15 december 2021 te Hengelo, gemeente Hengelo (O),
een tablet, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
de firma [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met
het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:


zij op of omstreeks 15 december 2021 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), althans in
Nederland, een tablet, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad,
en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden
krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een
door misdrijf verkregen goed betrof;

parketnummer 08-006864-22


1
zij op of omstreeks 9 januari 2022 te Hengelo, gemeente Hengelo (O)
een of meer goederen naar haar, verdachtes, gading (waaronder een
accuboormachine met bijhorende kist en/of een laser waterpas en/of een
decoupeerzaag en/of een afstandsbediening), in elk geval enig(e) goed(eren),
dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen;

2
zij op of omstreeks 5 januari 2022 te Hengelo, gemeente Hengelo (O)
een (buddha) beeldje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2]
, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3
zij op of omstreeks 11 december 2021 te Hengelo, gemeente Hengelo (O)
opzettelijk en wederrechtelijk een deurbel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield,
beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

4
zij op of omstreeks 3 december 2021 te Hengelo, gemeente Hengelo (O)
een deurbel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in
elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsmotivering

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit onder parketnummer 08-223380-21, het feit onder parketnummer 08-278293-21, de feiten 1 en 2 subsidiair onder parketnummer 08-337493-21 en de feiten 2, 3 en 4 onder parketnummer 08-006864-22 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Verdachte moet van feit 2 primair onder parketnummer 08-337493-21 en van feit 1 onder parketnummer 08-006864-22 worden vrijgesproken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het feit onder parketnummer 08-223380-21, het feit onder parketnummer 08-278293-21, de feiten 1 en 2 subsidiair onder parketnummer 08-337493-21 en feit 2 onder parketnummer 08-006864-22. De raadsman heeft vrijspraak bepleit van feit 2 primair onder parketnummer 08-337493-21, van de feiten 1, 3 en 4 onder parketnummer 08-006864-22.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Parketnummer 08-223380-21

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 19 augustus 2021 zag medewerkster [slachtoffer 2] (aangeefster) een vrouw, die later werd geïdentificeerd als verdachte, lange tijd in het filiaal van de Etos aan [adres 2] in Hengelo (O) lopen. Op camerabeelden is vervolgens te zien dat verdachte ter hoogte van de stelling met luchtjes en testers meerdere goederen pakte, niet weer teruglegde en dat haar handen naar haar zakken gingen. Zij heeft vervolgens de winkel verlaten zonder dat ze iets heeft afgerekend. Aangeefster is achter de vrouw aangelopen en zag haar vervolgens bij de kassa van de Albert Heijn staan om goederen af te rekenen. Daar heeft aangeefster de vrouw aangesproken en heeft haar gevraagd haar zakken te legen, omdat aangeefster haar verdacht van het plegen van een winkeldiefstal. Hierop heeft de vrouw aangeefster bij de keel gegrepen. Uiteindelijk is de vrouw met aangeefster teruggelopen naar de Etos en is de politie gebeld. Op de plek in de winkel waar de vrouw op de politie stond te wachten, zijn goederen aangetroffen die daar niet horen te liggen, namelijk een lippenstift van het merk Maybelline en twee parfumflesjes; een van het merk Bruno Banani en een van het merk St. Oliver. Op verzoek van een politieagent heeft verdachte haar zakken leeggehaald. Zij heeft een lippenstift en het bijbehorende label uit haar zakken gehaald. Hierop is verdachte aangehouden.

De conclusie

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor aan feiten en omstandigheden heeft vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

4.3.2

Parketnummer 08-278293-21

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 14 oktober 2021 heeft getuige [getuige] gezien dat een vrouw, die later is herkend als verdachte een paar zwarte sokken van de verkoopmolen, die voor de winkel van datzelfde Etosfiliaal aan [adres 2] in Hengelo stond, pakte, dit langs haar rechterbeen hield en ermee wegliep door het winkelcentrum in de richting van de Staringstraat. De filiaalhouder heeft haar vervolgens aangehouden en haar meegenomen naar binnen in afwachting van de komst van de politie. Een van de ter plaatse gekomen verbalisanten heeft de vrouw op een gegeven moment zien opstaan van haar stoel en heeft haar een bal, waarin lippenbalsem, zien leggen in een bakje dat in de stelling van de winkel stond. Deze bal heeft de verbalisant niet eerder in haar handen gezien. Deze bal zag er precies hetzelfde uit als de andere ballen die in dat bakje lagen.

Verdachte heeft de diefstal van de sokken bekend. Over de lippenbalsem heeft zij verklaard dat zij deze heeft gepakt en weer heeft teruggelegd.

De conclusie

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor aan feiten en omstandigheden heeft vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

4.3.3

Parketnummer 08-337493-21
4.3.3.1 Feit 2 primair

In navolging van het standpunt van de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op grond van het dossier en de behandeling ter terechtzitting niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 15 december 2021 de tablet van de firma [bedrijf] uit een bedrijfsauto heeft gestolen. De rechtbank zal verdachte daarvan vrijspreken.

4.3.3.2 De feiten 1 en 2 subsidiair

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 15 december 2021 was aangeefster [slachtoffer 1] samen met haar man bij de woning van haar vriendin aan [adres 3] in Hengelo (O). Voor die woning troffen zij een vrouw die later werd geïdentificeerd als verdachte, die in het huis van de vriendin van aangeefster binnen was geweest. Daarop heeft aangeefster verdachte aangesproken. Verdachte reageerde daarop door tegen aangeefster te zeggen: "Vies kutwijf, vieze hoer, ik maak jou dood, vieze kutmolukkers, jij hebt kinderen hè, dat had ik wel gedacht, ik pak hun ook, ik neem ze wel te grazen, ik ken jouw soort volk, ik vraag jouw gegevens wel op bij Mediant". Verdachte werd vervolgens aangehouden. In haar fouillering werd een tablet aangetroffen die aan de firma [bedrijf] toebehoorde. Deze tablet was voorzien van een sticker met de naam [bedrijf] . Het serienummer is identiek aan het serienummer van de tablet die die ochtend rond zeven uur ’s was weggenomen uit een bedrijfsauto van de firma [bedrijf] die stond geparkeerd aan [adres 4] in Hengelo (O). Dat is om de hoek bij [adres 3] waar verdachte later is aangehouden.

Verdachte heeft bij de politie over de bedreiging verklaard dat ze niet meer weet wat ze gezegd heeft. Over de tablet heeft ze verklaard dat die gewoon in haar tas zat en dat ze die al een tijdje in haar bezit had.

Overweging ten aanzien van feit 2 subsidiair

De rechtbank schuift de verklaring van verdachte over de tablet als kennelijk leugenachtig terzijde, omdat die tablet, die bovendien voorzien was van een sticker met de naam van de rechtmatige eigenaar, pas ruim twee uren voor de aanhouding van verdachte is gestolen, zodat zij die niet al ‘een tijdje’ in haar bezit kan hebben gehad. Uit deze leugenachtige verklaring leidt de rechtbank dat verdachte redelijkerwijs vermoedde dat de tablet, die zij voorhanden had, van diefstal afkomstig was.

De conclusie

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor aan feiten en omstandigheden heeft vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat feit 1 en feit 2 subsidiair wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

4.3.4

Parketnummer 08-006864-22

4.3.4.1 Feit 1

In navolging van het standpunt van de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op grond van het dossier en de behandeling ter terechtzitting feit 1 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

4.3.4.2 Feit 2

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 5 januari 2022 nam de videodeurbel van aangeefster [aangever 2] beelden op van een vrouw, die later herkend werd als verdachte, waarop te zien is dat zij een Boeddhabeeldje wegnam uit het kastje dat aangeefster voor haar voordeur van haar woning aan [adres 5] in Hengelo (O) had staan.

De conclusie

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor aan feiten en omstandigheden heeft vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

4.3.4.3 Feit 3

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op camerabeelden van de videodeurbel aan [adres 6] in Hengelo (O) is te zien dat een vrouw, die later is herkend als verdachte, handelingen verricht ter hoogte van een deurbel – die boven de videodeurbel bevestigd was. Naar aanleiding van deze beelden constateerde aangever [aangever 3] ter plaatse dat de betreffende bel vernield bleek te zijn.

De conclusie

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor aan feiten en omstandigheden heeft vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

4.3.4.4 Feit 4

Op 3 december 2021 hoorde aangeefster [aangever 4] gerammel bij de voordeur van haar woning aan [adres 7] in Hengelo (O). Op beelden van de camera die gericht is op de oprit bij de woning was te zien dat een vrouw, wederom nadien herkend als verdachte, aan de kist rammelde die bij de voordeur stond. De vrouw heeft vervolgens de deurbel van de deurpost afgetrokken en deze meegenomen.


De conclusie

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor aan feiten en omstandigheden heeft vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

parketnummer 08-223380-21

zij op of omstreeks 19 augustus 2021 te Hengelo, gemeente Hengelo (O),
een of meer drogisterijartikelen, waaronder lippenstift en/of parfum, in elk geval
enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Etos gevestigd op/aan [adres 2]
, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met
het oogmerk om het deze zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd
voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld
tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te
bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door voornoemde [slachtoffer 2] bij de keel te pakken/grijpen toen
zij, slachtoffer, verdachte aansprak;

parketnummer 08-278293-21

zij op of omstreeks 14 oktober 2021, in de gemeente Hengelo (O), een paar sokken en/of een lippenbalsem, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Etos, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen (bij een winkel aan [adres 2] aldaar) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

parketnummer 08-337493-21
1
zij op of omstreeks 15 december 2021 te Hengelo, gemeente Hengelo (O),
[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met
zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "Vies
kutwijf, vieze hoer, ik maak jou dood, vieze kutmolukkers, jij hebt kinderen hè, dat
had ik wel gedacht, ik pak hun ook, ik neem ze wel te grazen, ik ken jouw soort volk,
ik vraag jouw gegevens wel op bij Mediant", althans woorden van gelijke dreigende
aard of strekking;
2 subsidiair

zij op of omstreeks 15 december 2021 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), althans in
Nederland, een tablet, althans een goed heeft verworven en voorhanden heeft gehad,
en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden
krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een
door misdrijf verkregen goed betrof;

parketnummer 08-006864-22


2
zij op of omstreeks 5 januari 2022 te Hengelo, gemeente Hengelo (O)
een (buddha) Boeddhabeeldje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2]
, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3
zij op of omstreeks 11 december 2021 te Hengelo, gemeente Hengelo (O)
opzettelijk en wederrechtelijk een deurbel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield,
beschadigd, onbruikbaar heeft gemaakt en heeft weggemaakt;

4
zij op of omstreeks 3 december 2021 te Hengelo, gemeente Hengelo (O)
een deurbel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in
elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 285, 310, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

parketnummer 08-223380-21

het misdrijf: diefstal, gevolgd van geweld, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

parketnummer 08-337493-21

feit 1

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling;

feit 2 subsidiair

het misdrijf: schuldheling

parketnummer 08-278293-21 en parketnummer 08-006864-22 feit 2 en feit 4

telkens het misdrijf: diefstal;

feit 3

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken en wegmaken.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte ter zake van de bewezen verklaarde feiten de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaar.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair een voorwaardelijk verzoek tot aanhouding van de zaak bepleit, omdat hij het wenselijk acht dat verdachte zelf over de eis tot het opleggen van de ISD-maatregel wordt gehoord.

Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de oplegging van de ISD-maatregel een te ver strekkende maatregel is waaraan verdachte ook niet bereid is om mee te werken. Aan de voorwaarden tot oplegging van de ISD-maatregel is wel voldaan. De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de reeds in voorarrest doorgebrachte tijd. Wat betreft de hoogte van het voorwaardelijk deel heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Aan het voorwaardelijk strafdeel dient toezicht van de reclassering als bijzondere voorwaarde te worden gekoppeld met een proeftijd van drie jaren.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Het voorwaardelijk verzoek tot aanhouding

De rechtbank wijst het voorwaardelijk verzoek tot aanhouding van de zaak af, nu geen rechtsregel vereist dat verdachte voor het opleggen van de ISD-maatregel door de rechtbank wordt gehoord en de rechtbank het horen van verdachte ook niet noodzakelijk acht. Daarbij weegt de rechtbank mee dat verdachte zelf de keuze heeft gemaakt om niet ter zitting te verschijnen, wetende van de ISD-adviezen die reeds waren uitgebracht.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan winkeldiefstal bij een filiaal van drogisterij Etos in Hengelo (O). Op 19 augustus 2021 heeft verdachte, nadat zij was betrapt op winkeldiefstal, een winkelmedewerkster bij de keel gepakt. Winkeldiefstallen bezorgen overlast aan de betrokken winkelier en de maatschappij. Wanneer winkeldiefstal bovendien wordt gevolgd door geweld draagt het ook bij aan onrust en een gevoel van onveiligheid bij het slachtoffer en de omstanders.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer 1] . Daarmee heeft verdachte gevoelens van angst en onveiligheid bij het slachtoffer veroorzaakt.

Verder heeft verdachte een van diefstal afkomstige tablet in haar bezit gehad en een cameradeurbel en een Boeddhabeeldje weggenomen. Ook heeft zij een cameradeurbel onbruikbaar en weggemaakt. Dit zijn ergerlijke vormen van criminaliteit die voor de betrokkenen leiden tot financiële schade en overlast. Verdachte heeft blijk gegeven van een gebrek aan respect voor de eigendomsrechten van anderen.

Dit zijn misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 3 mei 2022, waaruit blijkt dat verdachte een uitgebreide justitiële voorgeschiedenis heeft. Het strafblad telt nu tien pagina’s en begint wanneer verdachte 15 jaar oud is. Na die eerste veroordeling is zij vele malen met justitie in aanraking gekomen. Verdachte is in de vijf jaar voorafgaand aan de thans door haar gepleegde feiten veelvuldig (ten minste driemaal) ter zake van misdrijven onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld. De betreffende vonnissen zijn onherroepelijk. De bewezen verklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. De rechtbank stelt vast dat de tot op heden aan verdachte opgelegde straffen er niet toe hebben geleid dat het criminele gedrag van verdachte is beëindigd.

De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van een aantal over verdachte opgemaakte rapporten.

Uit het advies van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) van 18 januari 2022 komt naar voren dat verdachte bekend is met psychiatrische en verslavingsproblematiek. Zij wordt beschouwd als zorgwekkende zorgmijder en is moeilijk in beeld te krijgen. Uitgaande van een in 2020 verricht psychologisch onderzoek zou bij haar sprake zijn van een psychotische kwetsbaarheid en een stoornis in het gebruik van amfetamineachtige middelen. Er is geen contra-indicatie voor het opleggen van een ISD-maatregel.

Uit de inhoud van de hierna te bespreken rapporten van diverse reclasseringsinstellingen komt, kort samengevat, naar voren dat gelet op het resultaat van eerder ingezette interventies en gezien het hoge recidiverisico, oplegging van een ISD-maatregel als wenselijk en noodzakelijk wordt gezien. De voornaamste risicofactoren zijn verdachtes (complexe) psychiatrische problematiek in combinatie met een verslavingsproblematiek. Uit het dossier kan worden opgemaakt dat alle inzet vanuit de hulpverlening (voornamelijk vanuit de GGZ) door verdachte van de hand werd gewezen. In contact met de reclassering was verdachte niet ontvankelijk voor ondersteuning. Er is sprake van een delictpatroon van vermogensdelicten terwijl er geen beschermende factoren worden gezien. Hierdoor wordt de kans op recidive hoog geschat. Het risico op onttrekken aan voorwaarden is bij oplegging van een voorwaardelijke straf hoog. De conclusie is dat de reclassering geen mogelijkheden meer ziet om met voorwaarden en/of toezicht de risico's te beperken.

Uit de rapporten van Verslavingszorg Noord Nederland van 9 november 2021 en 14 januari 2022 komt naar voren dat verdachte tot enige tijd geleden verbleef bij beschermd wonen van Phusis in Rolde (Drenthe). Sindsdien hield zij zich waarschijnlijk op in de gebruikersscene van Hengelo. Verdachte miste een eigen verblijfplaats. Zij houdt. Voor zover bekend heeft verdachte een zorgmachtiging, maar deze wordt niet verlengd. De GGZ ziet daar geen redenen toe aangezien verdachte psychiatrisch stabiel lijkt. Wanneer zij psychotisch decompenseert is dat zeer waarschijnlijk het gevolg van middelengebruik. Binnen de reguliere GGZ is verdachte niet te stabiliseren.

Uit het rapport van Reclassering Nederland van 11 januari 2022 komt naar voren dat middelengebruik in de vorm van alcohol en drugs (speed, GHB, cocaïne en amfetamine) aan de orde is en een voorname risicofactor vormt. De combinatie van de psychiatrische problematiek met het middelenmisbruik zou ook leiden tot psychotische ontregelingen. Informatie uit het veelplegeroverleg laat zien dat bij de politie vele keren meldingen binnen zijn gekomen vanwege verward gedrag bij verdachte. Zij is meerdere keren opgenomen geweest in de psychiatrische gezondheidszorg, zowel in vrijwillig kader alsook in gedwongen kader. Verdachte wijst de geboden hulp van de hand en loopt vaak weg. Daardoor wordt door de GGZ geen mogelijkheid meer gezien om in de reguliere zorg haar mentale gezondheidstoestand te stabiliseren. Verdachte is alleen middels kortdurende contacten bij de reclassering in beeld gekomen. In deze contacten liet zij een afwijzende en niet voor begeleiding ontvankelijke houding zien.

Uit het rapport van Tactus Verslavingszorg van 6 april 2022 komt kort gezegd naar voren dat voorafgaand aan het feit op de tenlastelegging onder parketnummer 08-006864-22 sprake was van een zorgelijke situatie waarbij de (complexe) psychiatrische problematiek verband houdt met het middelengebruik van verdachte waardoor zij meermaals volledig decompenseerde en delictgedrag vertoonde. De hulpverlening kreeg hier, ondanks herhaaldelijke inzet in een gedwongen kader dan wel middels vrijwillige hulpverleningstrajecten, geen vat op vanwege de psychische toestand van verdachte en de zorgmijdende houding die hieruit voortkomt.

Als gevolg hiervan veroorzaakt zij overlast in de maatschappij en is er sprake van maatschappelijke teloorgang van verdachte zelf. Verdachte heeft gezien de zorghistorie een gedwongen kader nodig. Dwanginterventies in het kader van een zorgmachtiging (danwel rechterlijke machtiging) zijn in het verleden echter niet afdoende gebleken en bieden geen perspectief. Uit onderzoek naar de mogelijkheid van oplegging de ISD-maatregel wordt geconcludeerd wordt dat verdachte voldoet aan de harde en aan de zachte criteria van de ISD-maatregel. Een langdurig kader, zoals de ISD-maatregel die biedt, lijkt geïndiceerd om verdachte intensief te kunnen begeleiden en hiermee mogelijk meer grip te krijgen op de aanwezige problematiek. Het doel van de ISD-maatregel is het stabiliseren van de situatie en een langdurig kader bieden om uiteindelijk te resocialiseren in de maatschappij. Gezien de aanwezige psychiatrische problematiek dient het verstrekken van medicatie tijdens een eventuele ISD-maatregel gecontinueerd te worden. Tijdens de ISD-maatregel kan gekeken worden naar behandelmogelijkheden en is het van belang dat er een gedegen nazorgtraject wordt opgesteld. De verwachting is dat verdachte anders snel terug zal vallen in oude gedragspatronen. De reclassering acht na de ISD-maatregel begeleiding benodigd. Het kader van de ISD-maatregel biedt de mogelijkheid de samenleving te ontlasten en verdachte tegen zichzelf te beschermen en wordt in dat opzicht als ultimum remedium ingezet. Het algemene recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Uit het reclasseringsdossier komt naar voren dat zich in het verleden tijdens hulpverleningstrajecten agressieve escapades hebben voorgedaan. Verdachte is snel geagiteerd en haar gedrag is veelal onberekenbaar.

Ter zitting heeft de reclasseringswerker de conclusies van de rapporteurs onderschreven. Daar heeft zij aan toegevoegd dat verdachte eerst gestabiliseerd kan worden, omdat het een traject van twee jaar betreft. De diagnose van verdachte is al deels bekend. Als daar goede medicatie en therapie tegenover komt te staan, kan zij goed worden begeleid. Zolang zij in het kader van de ISD-maatregel zit, kan er een beschermde woonsetting voor haar worden gevonden. Als zij dan weer de mist in zou gaan, zorgmijdend wordt en weer in aanraking komt met de verkeerde mensen kan zij teruggeplaatst worden in de P.I. om haar opnieuw te stabiliseren.

De rechtbank onderschrijft de conclusie van de rapporteurs en de reclasseringswerker ter zitting, dat de langdurige problematiek van verdachte maakt dat zij hulp, begeleiding en behandeling nodig heeft en dat oplegging van de ISD-maatregel daarom is aangewezen. De rechtbank stelt vast dat aan de vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel, zoals gesteld in artikel 38m Sr, is voldaan. De ISD-maatregel is een ultimum remedium, maar gelet op haar ernstige psychiatrische problematiek in combinatie met het middelengebruik, de hardnekkigheid waarmee zij de haar geboden hulp weigert, volhardt in haar criminele gedrag en de maatschappelijke schade en overlast die zij daarmee veroorzaakt, is oplegging van deze maatregel gerechtvaardigd. De rechtbank stelt vast dat verdachte in het verleden voldoende kansen heeft gehad haar leven ten goede te keren, maar dat zij hulp daarbij weigert en tot op heden daarin niet is geslaagd. De veiligheid van personen of goederen vereist het opleggen van de maatregel.

Ter beveiliging van de maatschappij en beëindiging van recidive door verdachte is de oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel daarom geboden. Om het bereiken van de doelen die met oplegging van de ISD-maatregel worden nagestreefd, waaronder het werken aan een oplossing voor verdachtes problematiek, zoveel mogelijk kans van slagen te geven, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. De rechtbank zal daarom aan verdachte de ISD-maatregel opleggen voor de maximale termijn van twee jaren. De tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht wordt niet in mindering gebracht op de duur van de maatregel.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partijen

Parketnummer 08-006864-22

feit 1

[aangever 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot vergoeding van materiële schade van een bedrag van € 494,18, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan, te weten 5 januari 2022. Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 300,-- gevorderd.

feit 2

[aangever 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot vergoeding van materiële schade van een bedrag van € 30,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan, te weten 5 januari 2022.

feit 4

[aangever 4] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot vergoeding van materiële schade van een bedrag van € 15,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan, te weten 3 december 2021.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat Bergink niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering in verband met de gevorderde vrijspraak van het schadeveroorzakende feit. Vast is komen te staan dat [aangever 2] en [aangever 4] door de gepleegde feiten schade hebben geleden. De vorderingen zijn echter niet onderbouwd met stukken, zodat de rechtbank gebruik moet maken van haar schattingsbevoegdheid.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, in verband met de bepleite vrijspraak van het schadeveroorzakende feit, eveneens op het standpunt gesteld dat Bergink niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering danwel dat de vordering moet worden afgewezen. De raadsman heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de vorderingen van [aangever 2] en [aangever 4] .

8.4

Het oordeel van de rechtbank

[aangever 1]

De vordering heeft betrekking op feit 1 onder parketnummer 08-006864-22. Omdat verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

[aangever 2]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit 2 onder parketnummer 08-006864-22 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 30,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

[aangever 4]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit 4 onder parketnummer 08-006864-22 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 15,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

8.4

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met een dag gijzeling per vordering, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 38m, 38n en 57.

10 De beslissing

De rechtbank:

afwijzing voorwaardelijk verzoek

- wijst af het verzoek van de verdediging tot aanhouding van de zaak voor het horen van verdachte over de oplegging van de ISD-maatregel;

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte feit 2 primair onder parketnummer 08-337493-21 en feit 1 onder parketnummer 08-006864-22 heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

parketnummer 08-223380-21

het misdrijf: diefstal, gevolgd van geweld, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

parketnummer 08-337493-21

feit 1

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling;

feit 2 subsidiair

het misdrijf: schuldheling

parketnummer 08-278293-21 en parketnummer 08-006864-22 feit 2 en feit 4

telkens het misdrijf: diefstal;

feit 3

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken en wegmaken.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

maatregel

- legt aan verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, voor de duur van twee jaren;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij: [aangever 1] , (feit 1 onder parketnummer 08-006864-22): in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen/veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] toe tot een bedrag van € 30,-- (bestaande uit materiële schade);

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij (feit 2 onder parketnummer 08-006864-22): van een bedrag van € 30,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2022);

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 30,--, (zegge: dertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 4] toe tot een bedrag van € 15,-- (bestaande uit materiële schade);

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij (feit 4 onder parketnummer 08-006864-22): van een bedrag van € 15,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2021);

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 15,--, (zegge: vijftien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. A.M.G. Ellenbroek en

mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2022.

Buiten staat

Mr. Ellenbroek en mr. Jordaans zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Parketnummer 08-223380-21

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PLO600-2021386803, gesloten op 10 september 2021. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , pagina 3 en 4 :

Vandaag (de rechtbank leest: 19 augustus 2021) was ik aan het werk in de winkel Etos, [adres 2] , in Hengelo (O). Er kwam een vrouw binnenlopen. Ik zag dat de vrouw de winkel verliet. Ik zag op de camerabeelden van de winkel dat de vrouw meerdere goederen in haar broekzak stopte. Ik vertelde haar dat ik haar verdacht van het plegen van winkeldiefstal en dat ik dat ook op camerabeelden heb gezien. Zij greep mij bij de keel. Op de plek waar de vrouw heeft staan wachten op de politie liggen nu goederen die daar niet thuis horen:

-lx Maybeline lipstick 12,50,

-lx Luchtje bruno banani 19,99,

-lx Luchtje St. Oliver 26,99.

2. Het proces-verbaal van bevindingen en de daarbij gevoegde fotobijlage, pagina 6 tot en met pagina 13:

Verdachte [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] (O) (Nederland) werd op 19 augustus 2021, omstreeks 12:10 uur aangehouden bij Etos gevestigd aan [adres 2] te Hengelo (O).

Ik heb de camerabeelden bekeken en kan hierover het volgende verklaren.

Om 12:07:17 uur zie ik de verdachte de winkel binnen lopen.

Om 12:08:01, zie ik verdachte in beeld. Ik zie dat de verdachte een aantal cosmetische producten pakt en in haar handen houdt. Ik zie vervolgens dat de verdachte beide handen langs haar lichaam houdt. Het lijkt erop alsof verdachte haar handen richting haar jaszak(ken) beweegt.

Om 12:08:07, komen beide handen van verdachte weer in beeld. De handen van de verdachte lijken op dat moment leeg. De verdachte pakt vervolgens, met haar rechter hand, opnieuw een product uit de schappen. De verdachte bekijkt dit product in beide handen.

De handen van de verdachte verdwijnen hierop weer uit beeld.

Om 12:08:44, zie ik dat de verdachte weer een cosmetisch product vast heeft in haar handen. Ik zie dat de verdachte op dat moment weg loopt. Ik zie dat de verdachte met haar handen richting haar zak gaat.

Om 12:14:41, zie ik dat de verdachte de winkel verlaat.

Om 12:28:21, zie ik verdachte in de winkel staan. De verdachte is inmiddels aangehouden door het personeel van de winkel. Ik zie dat de verdachte haar handen in haar broekzakken heeft. Ik zie dat de verdachte haar rechterhand uit haar broekzak haalt. Ik zie vervolgens dat de verdachte met haar rechterhand richting het schap gaat.

Om 12:29:43 zie ik dat de verdachte haar linkerhand uit haar zak haalt. Ik zie dat de verdachte met haar linkerhand in een schap gaat aan haar linkerzijde.

Uitkijken beelden grijpen naar keel aangeefster:

Op deze beelden zie ik de verdachte lopen. Ik zie naast de verdachte een meisje (aangever) lopen. Ik zie dat de verdachte Albert Heijn uit loopt. Ik zie dat het meisje, die naast de verdachte loopt, uit beeld verdwijnt. Ik zie dat de verdachte met haar rechter hand in de richting grijpt waar het meisje op dat moment zou moeten lopen.

3. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte, pagina 30:

Op 19 augustus 2021 kregen wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , het verzoek te gaan naar de Etos in [de wijk] (de rechtbank leest in Hengelo (O)).T er plaatse zagen wij, de ons ambtshalve bekende [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] achter in de winkel staan. Zij werd door de aangeefster aangewezen als dievegge. Ik, [verbalisant 2] , heb verdachte gevraagd om haar zakken leeg te maken. Ik zag dat verdachte uit een van haar zakken een rode lipstick tevoorschijn haalde. Aangeefster toonde mij, [verbalisant 1] beelden waarop te zien is dat verdachte een tester uit het winkelschap pakt en vervolgens in haar rechterzak steekt.

Parketnummer 08-278293-21

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2021482090, gesloten op 15 oktober 2021. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

4. Het geschrift, te weten een Landelijk aangifteformulier voor winkeliers, pagina 5 tot en met 9:

Bedrijfsnaam Etos [naam 1]

Straat: [adres 2] , 7552 WZ Hengelo (O)

Ik zag dat de winkeldief een of meer product(en) uit de winkel pakte en deze in de hand hield. Ik zag dat de winkeldief de winkel verliet zonder dit product af te rekenen. De winkeldiefstal vond plaats op 14 oktober 2021. De weggenomen goederen hebben een totale verkoopwaarde van totaal € 9,98. Omschrijving goederen: paar sokken met fashion impulse € 5,99 en Etos lippebalsem € 3,99.

5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 3] , pagina 16:

Op 14 oktober 2021 kregen wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] de melding van een winkeldiefstal bij Etos aan [adres 2] te Hengelo (o). Wij waren in de betreffende winkel aanwezig en ik, verbalisant [verbalisant 3] , stond naast verdachte. Ik droeg een bodycam en deze nam op. Ik zag dat de verdachte opstond van haar stoel en zag ik dat zij een “bal” in een bakje dat in een stelling van de winkel stond legde. Ik zag dat de “bal” die zij in het bakje legde precies hetzelfde eruit zag als de anderen die er al in lagen. Ik zag dat de “bal” lippenbalsem moest zijn. Ik heb de lippenbalsem niet eerder in haar handen gezien.

Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats]

6. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , pagina 14:

Ik heb een groente en fruitzaak tegenover Etos aan [adres 2] in Hengelo (O). Op 14 oktober 2021 zag ik vanuit mijn winkel een vrouw met een zwart trainingspak met opschrift en rood-bruin haar, een paar zwarte sokken of beenwarmers van de stelling voor de winkel van Etos pakken. Ik zag dat zij door het winkelcentrum wegliep. Ik zag dat de eigenaar [naam 1] met haar terug komen naar de Etos.

7. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 28:

V = vraag verbalisant

A = antwoord verdachte

V: U bent aangehouden ter zake van winkeldiefstal. Wat kunt u mij hierover verklaren?

A: Het was een domme zet aan de ene kant. Ik liep in de passage langs de Etos. Ik pakte een paar sokken. Ik wilde deze meenemen naar huis.

V: Had je ook geld bij je?

A: Nee.

Parketnummer 08-337493-21

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2021583919, gesloten op 27 december 2021. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1

8. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 6 en 7:

Op 15 december 2021omstreeks 9.30 uur ben ik met mijn man met de auto naar [adres 3] in Hengelo (O). Aanrijdend zag ik op mijn telefoon dat [naam 2] mij een foto had gezonden waarop een persoon te zien is. Ik zag dat deze persoon een blauwe broek droeg en een groen jack met capuchon. Ik stapte uit. Ik zag dat het een vrouw betrof. Ik zag dat zij op mij afliep. Ik vond dat zij een dreigende houding aannam. Zij zei tegen mij: "Vies kutwijf, vieze hoer, ik maak jou dood, vieze kutmolukkers, jij hebt kinderen he, dat had ik wel gedacht, ik pak hun ook, ik neem ze wel te grazen, ik ken jouw soort volk, ik vraag jouw gegevens wel op bij Mediant!” Ik voelde mij door de uitlatingen van deze vrouw bedreigd en angstig.

9. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , pagina 12

Mijn vrouw werd vanmorgen (de rechtbank leest 15 december 2021) gebeld door een vriendin van haar die zei dat er iemand in haar huis was. Ik ben samen met mijn vrouw in de auto gestapt. Onderweg kreeg mijn vrouw een foto van de vrouw die in huis was geweest aan [adres 3] te Hengelo (O). Toen wij aankwamen zag ik de vrouw staan die ik op de foto had gezien. De vrouw werd agressief. Zij zei richtte zich tot mijn vrouw. Zij zei tegen haar: “Ik vermoord je”. “Heb je kindjes, dan pak ik die ook!” De dreigementen bleven doorgaan totdat de politie er was.

Feit 2

10. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , pagina 3:

Ik ben werkzaam bij de firma [bedrijf] gevestigd aan [adres 8] . Op 15 december 2021 omstreeks 7:00 uur stond de werkbus aan [adres 4] ter hoogte van perceel [adres 4] in Hengelo (O). De bus stond met draaiende motor geparkeerd en het raam stond een klein stukje open. Ik bevond mij in de bouwkeet vlak naast de bus. Omstreeks 07.15 uur kwam ik terug bij de bus. Ik wilde mijn tablet van het werk pakken. Deze lag in de bus op de middelste voor stoel ik zag dat de tablet weg was.

Het betreft een tablet van het merk Samsung met intern serienummer [nummer 1] . De tablet is eigendom van [bedrijf] .

11. Een bijlage goederen pagina 5:

Goednummer :PL0600-2021583658-2652304

Categorie omschrijving : Computer (Tablet)

Merk/type : Samsung Sm-T585

Registratienummer : 352807/08/201960/7

Serienummer : [nummer 1]

12. Een kennisgeving van inbeslagneming, pagina 32:

Op 15 december 2021 tablet aangetroffen in de fouillering van de aangehouden verdachte. De Tablet is voorzien van een sticker van firma [bedrijf] .

Beslagene

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats]

Goednummer : PL0600-2021583066-2652304

Categorie omschrijving : Computer/bijz.electr.app.

Object : Computer (Tablet)

Merk : Samsung Sm-T585

Registratienummer : 352807/08/201960/7

Serienummer : [nummer 1]

Parketnummer 08-006864-22

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2022014939, gesloten op 11 januari 2022. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 2

13. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , pagina 10 en 11:

Ik woon met mijn gezin aan [adres 5] te Hengelo (O). Dit betreft een

paalwoning op de eerste verdieping in de Kasbah. Om bij onze voordeur te komen moet men via een trap bij onze voordeur te komen. Bij onze voordeur zit een videodeurbel. Bij onze voordeur hebben wij een kastje staan met daarin spulletjes onder andere een budda.

Op 5 januari 2022 zag ik om 08.05 uur op mijn videodeurbel een vrouw staan voor de deur van onze buurvrouw. De buurvrouw en wij delen samen de opgang voor de trap.

Op video deurbel is te zien dat de voor mij onbekende vrouw een klein budda beeldje pakt dat in ons kastje stond. Het budda beeldje is zilverkleurig en ongeveer 30 tot 35 centimeter groot, waarde ongeveer 15 euro.

Ik heb deze beelden gedeeld in onze WhatsApp groep van de Kasbah. Mij werd verteld dat de vrouw op de beelden was genaamd was [verdachte] . [verdachte] werd door meerdere personen herkend in de WhatsApp groep van de [naam 3] .

14. Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pagina 44:

Op 7 januari 2022 kreeg ik via e-mail een aandachtvestiging. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd.

Verstrekte informatie

Persoon steelt een Boeddhabeeld.

Verstrekt beeldmateriaal

De aandachtvestiging bevatte videobeelden. Hiervan zijn 2 stills gemaakt.

- still 1

- still 2

Herkenning

De persoon op still 1 en op still 2 herken ik als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , adres: [adres 9] . Een politiefoto die in 10 2021 van deze persoon is gemaakt met het nummer PL0500:21:01525 wordt als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.

Grondslag herkenning

Ik ken haar vanuit mijn werkzaamheden als hoofdagent in de beschikbaarheid in gemeente Hengelo/ Borne. Ik ken de persoon goed. Ik zie de persoon meermaals per week in de briefing. Tevens heb ik haar enkele keren gezien bij meldingen op straat in de gemeente Hengelo. De laatste keer dat ik haar zag was op zaterdag 6 februari 2021. Ik herkende haar aan het totaalbeeld van haar kenmerken. Ik herkende de persoon aan het opvallende donker rode en warrige haar. Tevens herkende ik de persoon meteen aan het vervallen gezicht en de norse uitstraling die de persoon heeft. Aan haar herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: Opvallende lippen en dunne wenkbrauwen. Ik herkende haar onmiddellijk toen ik de stills zag. Over haar identiteit was mij door anderen geen informatie verstrekt.

15. Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pagina 51 tot en met 54

Ik, verbalisant, [verbalisant 5] kreeg op 7 januari 2022 via e-mail een aandachtvestiging. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd met het verzoek om PV herkenning op te maken indien de betreffende persoon op bij gevoegde foto’s herkend werd. Dit in verband met een diefstal.

Verstrekt beeldmateriaal

De aandachtvestiging bevatte 2 foto's.

- foto 1: [foto]

- foto 2: [foto]

Herkenning

De persoon op foto 1 en de persoon op foto 2 herken ik als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres 9] .

Een politiefoto die in 14-10-2021 van deze persoon is gemaakt met het nummer PL0500:21:01525 wordt als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.

Grondslag herkenning

Ik ken haar vanuit mijn werkzaamheden als politiemedewerker. Ik ken de betreffende persoon enkele jaren na aanleiding van meerdere meldingen omtrent haar en na aanleiding van meldingen op de politie briefing. Ik herkende haar aan het totaalbeeld van haar kenmerken. Ik herken de persoon aan haar haardracht, vorm van haar gezicht en postuur. Aan haar herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: Donker haar, smal postuur, onverzorgd uiterlijk. Ik herkende haar onmiddellijk toen ik de foto's zag.

Feit 3

16. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , pagina 7:

Op 11 december 2021 zag ik dat de deurbel aan de voorzijde vernield was. Dit betrof een standaard deurbel, waaronder zich een videodeurbel bevindt. Ik zag op de camerabeelden, voorzien van tijdstippen, dat op 10 december 2021, om 21.19 uur een vrouw met een capuchontrui aan. Ik zag dat ze vervolgens naar onze voordeur liep en daar onze deurbel eraf haalde en onbruikbaar maakte. Ik voeg bij de aangifte de foto's van de kapotte deurbel toe.

17. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 27 en 28

Op 10 december 2021 heeft er een vernieling van een deurbel plaatsgevonden aan [adres 6] in Hengelo. De vernieling en de verdachte waren vastgelegd op beeld.

Ik verbalisant. [verbalisant 6] , zag dat de beelden in zwart-wit waren opgenomen. Ik zag de beelden en herkende meteen [verdachte] als verdachte. Ik herkende [verdachte] omdat ik tijdens mijn werkzaamheden meerdere malen contact met haar heb gehad. Tevens is [verdachte] een bekend persoon in Twente-Midden. Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] .

18. Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pagina 38 tot en met 40

Op zaterdag 11 december nam ik zelf de aangifte op van de vernieling van een deurbel. Ik kreeg daarbij de beelden te zien van een videodeurbel van de aangever,

Op dinsdag 14 december 2021 kreeg ik via een aandachtvestiging van Basisteam

Twente-Midden. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de

herkenning van een persoon gevraagd.

Verstrekte informatie

Bewegende beelden van de verdachte, alsmede screenshots van de bewegende beelden.

Verstrekt beeldmateriaal

De aandachtvestiging bevatte videobeelden. Hiervan zijn 2 stills gemaakt.

- still 1

- still 2

Herkenning

De persoon op still 1 herken ik als:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedatum] 1984

Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland

Geslacht : Vrouw

Nationaliteit : Nederlandse

Adres : [adres 9]

Postcode plaats : [adres 9]

BRP-nummer : [nummer 2]

Strafrechtsketennummer : [nummer 3]

De still wordt als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.

Een politiefoto die in oktober 2021 van deze persoon is gemaakt met het nummer

PL0500:21:01525 wordt als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.

Grondslag herkenning

Ik ken haar vanuit mijn werkzaamheden als als wijkagent van [de wijk] te

Hengelo. Persoon komt regelmatig op een adres in deze wijk, namelijk [adres 9] .

Ik heb een goede indruk van het uiterlijk van deze persoon. Haar achtergrond is mij

bekend. Ik heb twee contactmomenten met haar gehad. Beide keren heb ik ongeveer 5

minuten met haar gesproken. Tevens heeft de verdachte meerdere malen op de briefing

gestaan in verband met een aandachtsvestiging.

De laatste keer dat ik haar zag was op dinsdag 9 november 2021 om 11:30 uur. Het

contact duurde toen ongeveer ongeveer 5 minuten.

Ik herkende haar aan het totaalbeeld van haar kenmerken.

Ik herkende haar aan de hand van de duidelijke stills, waarop haar gezicht,

gezichtsvorm duidelijk in beeld was.

Aan haar herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij:

Mond en neus, met name daartussen.

Ik herkende haar onmiddellijk toen ik de still zag. Over haar identiteit was mij door

anderen geen informatie verstrekt.

Feit 4

19. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , pagina 4 en 5:

Ik woon aan [adres 7] in Hengelo (O). Op 3 december 2021 omstreeks 19:07 uur hoorde ik gerammel bij de voordeur. Hierna zag ik op de camerabeelden die gericht staat op onze oprit, dat omstreeks genoemd tijdstip een voor mij onbekende vrouw onze oprit op komen lopen. Ik zag dat de vrouw de bel van de deurpost af heeft getrokken. De vrouw heeft de deurbel meegenomen en is weggelopen. Het betreft een draadloze bel van het merk: Silver crest in de kleur zwart. Aangeschaft voor ongeveer 20,- euro.

20. Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pagina 33 tot en met 37:

Ik, verbalisant [verbalisant 7] , kreeg via e-mail een aandachtvestiging. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd.

Verstrekte informatie

Wie herkent deze vrouw. Ze heeft een deurbel weggenomen.

Verstrekt beeldmateriaal

De aandachtvestiging bevatte 3 foto's.

- foto 1: [foto]

- foto 2: [foto]

- foto 3: [foto]

Herkenning

De persoon op foto 1, de persoon op foto 2 en de persoon op foto 3 herken ik als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres 9] .

Grondslag herkenning

Ik ken haar vanuit mijn werkzaamheden als politiemedewerker.

Ik ken de persoon van meerdere incidenten in het verleden waarbij ze verward gedrag vertoonde. Maar het meest recente is vrijdag 3 december 2021 omstreeks 23:40 uur.

Hierna heb ik ook de bewegende camerabeelden bekeken. Ik herken haar aan haar neus, haardracht, kleding en manier van bewegen. Aan haar herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: Ik herken haar door de jas met opvallende capuchon die zijn aanhad. Deze komt zelfs met de vouwen in de capuchon en de drukknoop op de voorzijde overeen met [verdachte] die ik blijkbaar later die avond op de foto heb gezet. Tevens herken ik de haardracht van [verdachte] , zij had ook stijl haar dat zij los droeg. De ronde neus op foto 1 komt overeen met de neus van [verdachte] zoals ik haar op de foto heb gezet. Ik zie dat de donkerkleurige hoge schoenen, die beter te zien zijn op de bewegende beelden, overeen komen met die van [verdachte] zoals ik haar op de foto heb gezet. Tevens zag ik haar de bewegende beelden onrustig bewegen met een bepaalde grove motoriek. Deze bewegingen herken ik als ik die even later van [verdachte] heb gezien.