Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:978

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-03-2021
Datum publicatie
05-03-2021
Zaaknummer
08-088350-20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vier mannen vielen een woning in Almelo binnen, mishandelden en bedreigden de bewoner, namen hem in zijn badjas mee het bos in en mishandelden en bedreigden hem daar weer. Zo zinspeelden ze er op dat hij in het bos een gat moest graven waar hij in moest gaan liggen. Uiteindelijk lieten ze hem achter in het bos. De mannen waren op zoek naar een ander in verband met een schuld.

De rechtbank veroordeelt een 32-jarige Almeloër en een 48-jarige Enschedeër tot een celstraf van 32 maanden. Een 34-jarige man en 40-jarige man uit Enschede moeten 24 maanden naar de gevangenis.

De man is op 30 maart 2020 slachtoffer geworden door een uit de hand gelopen ruzie over een schuld van een ander, waar hij part noch deel in had. De vier hebben geen enkel oog gehad voor de pijn, angst en schade die zij het slachtoffer hiermee hebben berokkend. Het is nauwelijks te bevatten hoe angstig deze ervaring voor de man moet zijn geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-088350-20 (P)

Datum vonnis: 5 maart 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 13 juli 2020 en 5 februari 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Hoekstra en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat te Zeist, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na aanpassing van de omschrijving en wijziging van de tenlastelegging, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een of meer anderen of alleen:

feit 1: [slachtoffer] van zijn vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden;

feit 2 eerste alternatief: heeft geprobeerd [slachtoffer] door (dreiging met) geweld te dwingen tot afgifte van de verblijfsplaats van [beoogd slachtoffer] of

feit 2 tweede alternatief: heeft geprobeerd [slachtoffer] door (dreiging met) geweld of andere feitelijkheid te dwingen tot het mededelen van de verblijfsplaats van [beoogd slachtoffer] dan wel te dwingen die [beoogd slachtoffer] te bellen;

feit 3: [slachtoffer] heeft bedreigd;

feit 4 eerste alternatief: door (dreiging met) geweld de mobiele telefoon van [slachtoffer] heeft gestolen of

feit 4 tweede alternatief: door (dreiging met) geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van zijn mobiele telefoon.

Voluit luidt de aangepaste en gewijzigde tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 30 maart 2020 in de gemeente Almelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] , wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door

- dreigend en/of intimiderend met een groep van 4 mannen, in elk geval meerdere personen, gezamenlijk naar de woning van die [slachtoffer] te gaan en/of

- tegen de wil van die [slachtoffer] zijn woning binnen te treden en/of

- die [slachtoffer] (nadat hij de deur had opengedaan) zijn woning in te duwen en/of te drukken en/of

- die [slachtoffer] de slaapkamer en/of de badkamer van zijn woning in te duwen en/of te drukken en/of

- die [slachtoffer] (anderszins) te beletten zijn woning te verlaten en/of

- in (de slaapkamer van) voornoemde woning die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, bij zijn keel te grijpen en/of zijn keel dicht te knijpen en/of

- tegen die [slachtoffer] aan te geven dat hij mee naar buiten moet lopen en/of

- die [slachtoffer] vanuit de woning naar de voordeur te duwen;

- die [slachtoffer] een duw en/of een trap/schop en/of een klap/stomp in zijn rug te geven en/of

- die [slachtoffer] naar een auto mee te nemen en/of te begeleiden en/of

- die [slachtoffer] te dwingen in voornoemde auto te stappen en/of

- met die [slachtoffer] in voornoemde auto te gaan rijden en/of

- die [slachtoffer] met voornoemde auto mee te nemen naar een bos en/of

- die [slachtoffer] in voornoemd bos tegen een boom te drukken en/of

- in het voornoemd bos die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, bij zijn keel te grijpen en/of zijn keel dicht te knijpen en/ of

- die [slachtoffer] in voornoemd bos meermalen, in ieder geval éénmaal in zijn gezicht te slaan en/of

- die [slachtoffer] (anderszins) te beletten voornoemd bos te verlaten;

2.

hij op of omstreeks 30 maart 2020 in de gemeente Almelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld,

[slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van gegevens, te weten de verblijfplaats van

[beoogd slachtoffer] ,

- dreigend en/of intimiderend met een groep van 4 mannen, in elk geval meerdere personen, gezamenlijk naar de woning van die [slachtoffer] is/zijn gegaan en/of

- tegen de wil van die [slachtoffer] zijn woning is/zijn binnengetreden en/of

- die [slachtoffer] (nadat hij de deur had opengedaan) zijn woning heeft/hebben ingeduwd en/of gedrukt

- die [slachtoffer] de slaapkamer en/of de badkamer van zijn woning heeft/hebben ingeduwd en/of gedrukt

- in (de slaapkamer van) voornoemde woning die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, bij zijn keel heeft/ hebben gegrepen en/of zijn keel heeft/hebben dichtgeknepen en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben aangegeven dat hij mee naar buiten moet lopen en/of

- die [slachtoffer] vanuit de woning naar de voordeur heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer] een duw en/of een trap/schop en/of een klap/stomp in zijn rug heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer] naar een auto heeft/hebben meegenomen en/of heeft/hebben begeleid en/of

- die [slachtoffer] heeft/ hebben gedwongen in voornoemde auto te stappen en/of

- met die [slachtoffer] in die auto heeft/hebben gereden en/of

- die [slachtoffer] mee heeft/hebben genomen naar een bos en/of

- die [slachtoffer] tegen een boom in voornoemd bos heeft/hebben gedrukt en/of

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, bij zijn keel heeft/hebben gegrepen en/of zijn keel dicht heeft/hebben gedrukt en/of

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal in zijn gezicht heeft/hebben geslagen en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd ‘Bel [beoogd slachtoffer] , laat hem komen, zeg me waar hij is' althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd ' Kom we gaan

naar het bos. Je moet meelopen. We gaan een kuil graven, en jij moet er in liggen' althans

woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd ‘als het om meer geld zou gaan zou de trekker worden overgehaald’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd ‘dat als [slachtoffer] niet met goede antwoorden zou komen dat er dan een wapen zou komen’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, in het bijzijn van [slachtoffer] heeft/hebben geroepen (bij het inspreken van de voicemail van [beoogd slachtoffer] ) ‘Hoor hoe je kameraad voor zijn leven staat te schreeuwen!’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

OF

hij op of omstreeks 30 maart 2020 in de gemeente Almelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om [slachtoffer] geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer]

wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, te weten het mededelen van de verblijfplaats van [beoogd slachtoffer] en/of het telefonisch contact opnemen met die [beoogd slachtoffer] met als doel om die [beoogd slachtoffer] te laten komen naar de plaats waar die [slachtoffer] zich op dat moment bevond, althans enige andere plaats,

- dreigend en/of intimiderend met een groep van 4 mannen, in elk geval meerdere personen, gezamenlijk naar de woning van die [slachtoffer] is/zijn gegaan en/of

- tegen de wil van die [slachtoffer] zijn woning binnen is/zijn getreden en/of

- die [slachtoffer] (nadat hij de deur had opengedaan) zijn woning in heeft/hebben geduwd en/of gedrukt

- die [slachtoffer] de slaapkamer en/of de badkamer van zijn woning in heeft/hebben geduwd en/of gedrukt en/of

- in (de slaapkamer van) voornoemde woning die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, bij zijn keel heeft/hebben gegrepen en/of zijn keel heeft/hebben dichtgeknepen en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij mee naar buiten moet lopen en/of

- die [slachtoffer] vanuit de woning naar de voordeur heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer] een duw en/of een trap/schop en/of een klap/stomp in zijn rug heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer] naar een auto mee heeft/hebben genomen en/of begeleid en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen in voornoemde auto te stappen en/of

- met die [slachtoffer] in voornoemde auto heeft/hebben gereden en/of

- die [slachtoffer] in voornoemde auto heeft/hebben meegenomen naar een bos en/of

- die [slachtoffer] tegen een boom in voornoemd bos heeft/hebben gedrukt en/of

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, bij zijn keel heeft/hebben gegrepen en/of zijn keel heeft/hebben dichtgedrukt en/of

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, in zijn gezicht heeft/hebben geslagen en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd ‘Bel [beoogd slachtoffer] , laat hem komen, zeg me waar hij is’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd ‘Kom we gaan naar het bos. Je moet meelopen. We gaan een kuil graven, en jij moet er in liggen’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd ‘als het om meer geld zou gaan zou de trekker worden overgehaald’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd ‘dat als [slachtoffer] niet met goede antwoorden zou komen dat er dan een wapen zou komen’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, in het bijzijn van die [slachtoffer] heeft/hebben geroepen (bij het inspreken van de voicemail van [beoogd slachtoffer] ) ‘Hoor hoe je kameraad voor zijn leven staat te schreeuwen!’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 30 maart 2020 in de gemeente Almelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] , heeft/hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door

- dreigend en/of intimiderend met een groep van 4 mannen, in elk geval meerdere personen, gezamenlijk naar de woning van die [slachtoffer] te gaan en/of

- tegen de wil van die [slachtoffer] zijn woning binnen te treden en/of

- die [slachtoffer] (nadat hij de deur had opengedaan) zijn woning in te duwen en/of te drukken en/of

- die [slachtoffer] de slaapkamer en/of de badkamer van zijn woning in te duwen en/of drukken en/of

- in (de slaapkamer van) voornoemde woning die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, bij zijn keel te grijpen en/of zijn keel dicht te knijpen en/of

- tegen die [slachtoffer] aan te geven dat hij mee naar buiten moet lopen en/of

- die [slachtoffer] vanuit de woning naar de voordeur te duwen en/of

- die [slachtoffer] een duw en/of een trap/schop en/of een klap/stomp in zijn rug te geven en/of

- die [slachtoffer] naar een auto mee te nemen en/of te begeleiden en/of

- die [slachtoffer] te dwingen in voornoemde auto te stappen en/of

- met die [slachtoffer] in voornoemde auto te rijden en/of

- die [slachtoffer] in voornoemde auto mee te nemen naar een bos en/of

- die [slachtoffer] tegen een boom in voornoemd bos te drukken en/of

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, bij zijn keel te grijpen en/of zijn keel dicht te drukken en/of

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, in zijn gezicht te slaan en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, tegen die [slachtoffer] te zeggen ‘Kom we gaan naar het bos. Je moet meelopen. We gaan een kuil graven, en jij moet er in liggen’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal tegen die [slachtoffer] te zeggen ‘als het om meer geld zou gaan zou de trekker worden overgehaald’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, tegen die [slachtoffer] te zeggen ‘dat als [slachtoffer] niet met goede antwoorden zou komen dat er dan een wapen zou komen’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, in het bijzijn van die [slachtoffer] te roepen (bij het inspreken van de voicemail van [beoogd slachtoffer] ) ‘Hoor hoe je kameraad voor zijn leven staat te schreeuwen!’ althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard;

4.

hij op of omstreeks 30 maart 2020 in de gemeente Almelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, een mobiele telefoon ( Samsung S8 Plus), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, heeft/ hebben meegenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- tegen die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal met de dood en/of met (zware mishandeling) te bedreigen en/of

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, bij zijn keel te pakken en/of zijn keel dicht te knijpen en/of

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal in zijn gezicht te slaan;

OF

hij op of omstreeks 30 maart 2020 in de gemeente Almelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (Samsung S8 Plus), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorde, door

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal met de dood en/of met (zware mishandeling) te bedreigen en/of

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, bij zijn keel te pakken en/of zijn keel dicht te knijpen en/of

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal in zijn gezicht te slaan.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank verdachte en zijn medeverdachten hierna bij de achternaam en dan wel als volgt aanduiden: [medeverdachte 1] , verder [medeverdachte 1] , [verdachte] , verder [verdachte] , [medeverdachte 2] , verder [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , verder [medeverdachte 3] .

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich overeenkomstig het door hem overgelegde requisitoir op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2 tweede alternatief, 3 en 4 eerste alternatief ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 4 is tussen [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] sprake geweest van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking, dat van medeplegen kan worden gesproken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnota aangevoerd dat

verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1, 2 eerste alternatief en 4 ten laste gelegde feiten wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van feit 2 tweede alternatief en feit 3 refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Inleiding

Aangever [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft net als getuige [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ) enige tijd onderdak verschaft aan [beoogd slachtoffer] (hierna: [beoogd slachtoffer] ). [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] hebben [beoogd slachtoffer] een keer betrokken bij werkzaamheden waarvoor ze hem nog niet hebben kunnen uitbetalen. [beoogd slachtoffer] heeft nog een schuld bij [getuige 1] en heeft [getuige 1] daarvoor doorverwezen naar [medeverdachte 1] . Over die betalingen is ruzie ontstaan tussen enerzijds

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [getuige 1] en anderzijds [beoogd slachtoffer] . [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] zijn op 30 maart 2020 naar de woning van [slachtoffer] gegaan, omdat zij verwachtten dat [beoogd slachtoffer] daar zou verblijven.

4.3.2

De betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer]

heeft vrijwel direct na het incident verklaard wat hem is overkomen; zijn verklaringen bij de politie en de rechter-commissaris zijn consistent, gedetailleerd en geven een heldere beschrijving van wat er zich op 30 maart 2020 heeft voorgedaan. De verklaringen van [slachtoffer] vinden bovendien steun in objectieve vaststellingen, zoals de door hem gegeven signalementen van [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , de aanwezigheid van het door hem beschreven “De Klok”-bierblikje op de plaats delict in het bos, soortgelijk aan de blikjes die zijn aangetroffen in de auto van [medeverdachte 3] – de auto die ook gebruikt is bij het plegen van de feiten –, de door de verbalisant waargenomen verwondingen in de hals van [slachtoffer] in het proces-verbaal van forensisch onderzoek, passend bij de door [slachtoffer] beschreven toedracht, de door [medeverdachte 1] in de autorit naar het Nijreesbos in Almelo gemaakte foto van [slachtoffer] , de WhatsApp-berichten op de telefoon van [medeverdachte 1] en de Telio-tapgesprekken van [medeverdachte 1] , de verklaringen van

[medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zelf alsmede de getuigenverklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] . Ook komt onder andere specifiek uit de getuigenverklaring van [getuige 4] naar voren dat zij één van de mannen die duidelijk de leider was en opgefokt letterlijk heeft horen zeggen: ‘We kunnen ook wel naar Almere toe gaan’, terwijl dat inderdaad de plaats was die [beoogd slachtoffer] telefonisch aan [slachtoffer] had doorgegeven als de plaats waar hij op dat moment verbleef. Dit alles maakt dat er naar het oordeel van de rechtbank geen redenen zijn om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] . De rechtbank neemt dan ook deze verklaringen voor het bewijs van het ten laste gelegde als uitgangspunt.

4.3.3

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast. De voor de bewezenverklaring redengevende bewijsmiddelen zijn opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

Op 30 maart 2020 rijden [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gezamenlijk na een dag werken vanuit Arnhem naar Twente in een door [medeverdachte 3] bestuurde auto. Onderweg wordt afgesproken om naar de woning van [slachtoffer] , gelegen aan de [adres 1] in Almelo te rijden, met als doel om daar [beoogd slachtoffer] , die regelmatig in deze woning verblijft, aan te spreken op het feit dat hij bedreigingen heeft geuit in de richting van [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] . Deze bedreigingen zouden verband houden met een geldbedrag dat [beoogd slachtoffer] van deze drie mannen tegoed zou hebben.

Aangekomen bij de woning en geheel volgens plan wachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] buiten bij de woning voor het geval [beoogd slachtoffer] via de achterzijde zou vertrekken uit de woning, terwijl [medeverdachte 1] en [verdachte] dreigend en intimiderend de woning van [slachtoffer] binnentreden. [beoogd slachtoffer] blijkt niet aanwezig te zijn in de woning. [slachtoffer] is wel aanwezig en wordt onmiddellijk gedwongen te vertellen waar [beoogd slachtoffer] zich bevindt. [slachtoffer] zegt hierop meerdere malen niet te weten waar [beoogd slachtoffer] is. Hierop wordt [slachtoffer] in de woning mishandeld en bedreigd. Zo is [slachtoffer] de slaapkamer en badkamer ingeduwd, wordt hij bij de keel gegrepen en wordt zijn keel dichtgedrukt. Ook is [slachtoffer] onder andere bedreigd met de woorden dat wanneer hij niet met antwoorden komt, er een wapen aan te pas zal komen en dat zij met hem naar het bos zullen gaan en dat daar een kuil zal worden gegraven waarin hij zou moeten gaan liggen.

Naar aanleiding van het geschreeuw uit de woning van [slachtoffer] , neemt [medeverdachte 3] een kijkje in de woning en ziet hij dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich samen met [slachtoffer] in de slaapkamer bevinden. Ook hoort hij een stikkend geluid uit de slaapkamer. Tevens hoort [medeverdachte 3] dat [verdachte] en [medeverdachte 1] tegen [slachtoffer] schreeuwen dat hij [beoogd slachtoffer] moet gaan bellen. Nadat het [slachtoffer] niet lukt om telefonisch in contact te komen met [beoogd slachtoffer] , wordt [slachtoffer] vervolgens, met zijn badjas nog aan, naar buiten geduwd en wordt hij tussen [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in naar de auto begeleid en vervolgens gedwongen in de auto van [medeverdachte 3] plaats te nemen. Ook [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] stappen in de auto, een driedeurs model. [medeverdachte 3] zit achter het stuur, naast hem op de bijrijdersplaats zit [medeverdachte 2] , achterin zitten [medeverdachte 1] , [verdachte] en [slachtoffer] . Tijdens de autorit wordt [slachtoffer] meermalen bedreigd. Zo stuurt [medeverdachte 1] tijdens de autorit nog een aantal audiobestanden aan [getuige 1] waarin hij zegt dat zij [slachtoffer] straks gaan laten graven. Ook zegt [medeverdachte 1] in die audiobestanden dat [slachtoffer] hem moet gaan vertellen waar ‘focking’ [beoogd slachtoffer] is, terwijl een medeverdachte in de auto op de achtergrond roept dat ze bijna bij het Nijreesbos zijn aangekomen en dat [slachtoffer] straks zijn gat gaat graven en hij er in gaat liggen. Bij het Nijreesbos aangekomen wordt [slachtoffer] gedwongen om uit de auto te stappen en wordt hij fysiek en verbaal aangevallen. Zo wordt [slachtoffer] de keel dichtgeknepen, wordt hij tegen een boom aangedrukt en krijgt hij klappen in zijn gezicht. Daarnaast wordt [slachtoffer] meermalen gedwongen te zeggen waar [beoogd slachtoffer] zich bevindt. Ondertussen spreekt

[medeverdachte 1] met de telefoon van [slachtoffer] voicemailberichten in in de mailbox van [beoogd slachtoffer] . Daarin zegt hij onder andere dat [beoogd slachtoffer] moet horen hoe [slachtoffer] voor zijn leven staat te schreeuwen. Nadat [slachtoffer] aan [medeverdachte 1] vraagt of hij zijn telefoon terug mag, reageert [medeverdachte 1] met: ‘wat denk je wel?’ en ‘moeten wij je nu al?’ Vervolgens wordt [slachtoffer] in het Nijreesbos achtergelaten en rijden [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar [getuige 1] om wat te gaan drinken en bij te praten.

4.3.4

De overwegingen van de rechtbank

4.3.4.1 Feit 4 eerste en tweede alternatief

De rechtbank is op grond van de hiervoor vastgestelde redengevende feiten en omstandigheden in samenhang bezien met de inhoud van het procesdossier van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich aan diefstal met geweld en/of afpersing schuldig heeft gemaakt, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4.3.4.2 De feiten 1 tot en met 3

Gelet op de samenhang tussen de feiten zullen de feiten geclusterd behandeld worden.

Op grond van de hiervoor vastgestelde redengevende feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank het volgende.

[medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn volgens plan gezamenlijk naar de woning van [slachtoffer] gegaan en hebben [slachtoffer] door middel van (bedreiging met) geweld van zijn vrijheid beroofd en gedurende de daarop volgende autorit en later ook in het Nijreesbos van zijn vrijheid beroofd gehouden. Daarnaast is door [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] geprobeerd [slachtoffer] te dwingen om de verblijfsplaats van [beoogd slachtoffer] mee te delen door in de woning, voorafgaand aan en tijdens de autorit en daarna bij het Nijreesbos fysiek geweld te gebruiken en te dreigen met geweld en andere feitelijkheden. Gelet hierop is de rechtbank, anders dan de verdediging stelt, van oordeel dat [slachtoffer] niet vrijwillig met [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de auto is gestapt en meegegaan. De situatie die in de woning van [slachtoffer] is gecreëerd en de wijze waarop hij naar de auto is begeleid, is naar het oordeel van de rechtbank zodanig intimiderend en dreigend geweest dat [slachtoffer] redelijkerwijs geen andere mogelijkheid had dan met hen mee te lopen en in de auto plaats te nemen, zoals hij zelf overigens ook heeft verklaard. Deze feiten en omstandigheden, tezamen met het feit dat [slachtoffer] tussen [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in een rijdende auto min of meer vast zat, maken dat voor [slachtoffer] , ook tijdens de autorit, sprake was van een fysieke onmogelijkheid tot vrije verplaatsing, waarbij hij dus niet bij machte was op eigen initiatief de auto te verlaten.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank, evenals de officier van justitie en de verdediging, ten aanzien van het onder 2 eerste alternatief ten laste gelegde (medeplegen van een poging tot afpersing) van oordeel dat verdachte van dat feit moet worden vrijgesproken nu niet bewezen kan worden dat verdachte en zijn mededader(s) het oogmerk hadden om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen.

Op grond van het vorenstaande in samenhang bezien met hetgeen de rechtbank hiervoor als redengevende feiten en omstandigheden heeft vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat wel wettig en overtuigend bewezen is dat [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] [slachtoffer] van zijn vrijheid hebben beroofd en beroofd hebben gehouden (feit 1), hebben geprobeerd hem door feitelijkheden te dwingen de verblijfplaats van [beoogd slachtoffer] mee te delen (feit 2 tweede alternatief) en hem hebben bedreigd (feit 3).

De rechtbank constateert dat verdachten samen het plan hebben opgevat om naar de woning van [slachtoffer] te rijden en vervolgens aan de handelingen die na aankomst bij die woning plaatsvonden elk een eigen wezenlijke bijdrage hebben geleverd, in de vorm van het op de uitkijk staan, het daadwerkelijk uitoefenen van verbaal en/of fysiek geweld op verschillende momenten, het insluiten van [slachtoffer] en hem op deze manier te dwingen in de auto van [medeverdachte 3] plaats te nemen en mee te gaan naar het bos, het besturen van de auto en het getalsmatig versterken van de groep. Dat niet elk van hen zich schuldig heeft gemaakt aan al deze handelingen doet daaraan niet af. Gedurende dit hele gebeuren heeft geen van hen geprobeerd om in te grijpen. Geen van hen heeft zich gedistantieerd, terwijl daar op verschillende momenten gelegenheid voor is geweest. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat tussen de verdachten sprake was van nauwe en bewuste samenwerking. Verdachte heeft door zijn handelen als voormeld een voldoende significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan deze feiten, zodat sprake is van medeplegen.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de onder 1, 2 tweede alternatief en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.4

Eendaadse samenloop

Naar het oordeel van de rechtbank leveren de onder feit 1, 2 tweede alternatief en 3 bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich op dezelfde plaats en tijd afspelend, feitencomplex op dat verdachte daarvan in wezen één verwijt kan worden gemaakt. Daarom is sprake van eendaadse samenloop van die bewezenverklaarde feiten, wat meebrengt dat slechts één strafbepaling, de zwaarste, wordt toegepast, te weten artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 30 maart 2020 in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] , wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door
- dreigend en intimiderend met een groep van 4 mannen, gezamenlijk naar de woning van die [slachtoffer] te gaan en

- tegen de wil van die [slachtoffer] zijn woning binnen te treden en

- die [slachtoffer] (nadat hij de deur had opengedaan) zijn woning in te duwen en

- die [slachtoffer] de slaapkamer en de badkamer van zijn woning in te duwen en

- die [slachtoffer] te beletten zijn woning te verlaten en

- in (de slaapkamer van) voornoemde woning die [slachtoffer] meermalen bij zijn keel te grijpen en zijn keel dicht te knijpen en

- tegen die [slachtoffer] aan te geven dat hij mee naar buiten moet lopen en

- die [slachtoffer] vanuit de woning naar de voordeur te duwen en

- die [slachtoffer] naar een auto mee te nemen en te begeleiden en

- die [slachtoffer] te dwingen in voornoemde auto te stappen en

- met die [slachtoffer] in voornoemde auto te gaan rijden en

- die [slachtoffer] met voornoemde auto mee te nemen naar een bos en

- die [slachtoffer] in voornoemd bos tegen een boom te drukken en

- in voornoemd bos die [slachtoffer] meermalen, bij zijn keel te grijpen en zijn keel dicht te knijpen en

- die [slachtoffer] in voornoemd bos meermalen, in zijn gezicht te slaan en

- die [slachtoffer] te beletten voornoemd bos te verlaten;

2. tweede alternatief

hij op 30 maart 2020 in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] door geweld of enige andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer] wederrechtelijk te dwingen iets te doen, te weten het mededelen van de verblijfplaats van [beoogd slachtoffer] ,

- dreigend en intimiderend met een groep van 4 mannen, gezamenlijk naar de woning van die [slachtoffer] is gegaan en

- tegen de wil van die [slachtoffer] zijn woning binnen is getreden en

- die [slachtoffer] (nadat hij de deur had opengedaan) zijn woning in heeft geduwd en

- die [slachtoffer] de slaapkamer en de badkamer van zijn woning in heeft geduwd en

- in (de slaapkamer van) voornoemde woning die [slachtoffer] meermalen, bij zijn keel heeft gegrepen en zijn keel heeft dichtgeknepen en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij mee naar buiten moet lopen en

- die [slachtoffer] vanuit de woning naar de voordeur heeft geduwd en

- die [slachtoffer] naar een auto mee heeft genomen en begeleid en

- die [slachtoffer] heeft gedwongen in voornoemde auto te stappen en

- met die [slachtoffer] in voornoemde auto heeft gereden en

- die [slachtoffer] in voornoemde auto heeft meegenomen naar een bos en

- die [slachtoffer] tegen een boom in voornoemd bos heeft gedrukt en

- die [slachtoffer] meermalen, bij zijn keel heeft gegrepen en zijn keel heeft dichtgedrukt en

- die [slachtoffer] meermalen, in zijn gezicht heeft geslagen en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: ‘Bel [beoogd slachtoffer] , laat hem komen, zeg me waar hij is’ en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: ‘Kom we gaan naar het bos. Je moet meelopen. We gaan een kuil graven, en jij moet er in liggen’ en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: ‘Als het om meer geld zou gaan zou de trekker worden overgehaald’ en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: ‘Dat als [slachtoffer] niet met goede antwoorden zou komen dat er dan een wapen zou komen’ en

- in het bijzijn van die [slachtoffer] heeft geroepen (bij het inspreken van de voicemail van

[beoogd slachtoffer] ): ‘Hoor hoe je kameraad voor zijn leven staat te schreeuwen!’, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 30 maart 2020 in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met anderen,

[slachtoffer] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling door

- dreigend en intimiderend met een groep van 4 mannen, gezamenlijk naar de woning van die [slachtoffer] te gaan en

- tegen de wil van die [slachtoffer] zijn woning binnen te treden en

- die [slachtoffer] (nadat hij de deur had opengedaan) zijn woning in te duwen en

- die [slachtoffer] de slaapkamer en de badkamer van zijn woning in te duwen en

- in (de slaapkamer van) voornoemde woning die [slachtoffer] meermalen, bij zijn keel te grijpen en zijn keel dicht te knijpen en

- tegen die [slachtoffer] aan te geven dat hij mee naar buiten moet lopen en

- die [slachtoffer] vanuit de woning naar de voordeur te duwen en

- die [slachtoffer] naar een auto mee te nemen en te begeleiden en

- die [slachtoffer] te dwingen in voornoemde auto te stappen en

- met die [slachtoffer] in voornoemde auto te rijden en

- die [slachtoffer] in voornoemde auto mee te nemen naar een bos en

- die [slachtoffer] tegen een boom in voornoemd bos te drukken en

- die [slachtoffer] meermalen, bij zijn keel te grijpen en zijn keel dicht te drukken en

- die [slachtoffer] meermalen, in zijn gezicht te slaan en

- tegen die [slachtoffer] te zeggen: ‘Kom we gaan naar het bos. Je moet meelopen. We gaan een kuil graven, en jij moet er in liggen’ en

- tegen die [slachtoffer] te zeggen: ‘Als het om meer geld zou gaan zou de trekker worden overgehaald’ en

- tegen die [slachtoffer] te zeggen: ‘Dat als [slachtoffer] niet met goede antwoorden zou komen dat er dan een wapen zou komen’ en

- in het bijzijn van die [slachtoffer] te roepen (bij het inspreken van de voicemail van

[beoogd slachtoffer] ): ‘Hoor hoe je kameraad voor zijn leven staat te schreeuwen!’.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1, 2 tweede alternatief en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 47, 282, 284 en 285 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

feit 2 tweede alternatief

het misdrijf: medeplegen van een poging tot een ander door geweld of enige andere feitelijkheid en bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

en

feit 3

het misdrijf: medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft oplegging gevorderd van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de voorlopige hechtenis.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft – gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte – verzocht aan verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd en een taakstraf.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] , door zijn woning binnen te gaan, hem daar te bedreigen en te mishandelen, hem te dwingen mee te lopen naar en plaats te nemen in een auto, met hem te rijden naar een bos, hem gedurende de rit te bedreigen, hem aangekomen in het bos te bedreigen en te mishandelen en het hem gedurende deze hele periode onmogelijk te maken om zich aan dit alles te onttrekken. Dit alles met als doel de verblijfplaats van het beoogde doelwit, [beoogd slachtoffer] , te achterhalen. [slachtoffer] was een volkomen onschuldig slachtoffer.

Het is nauwelijks te bevatten hoe angstig deze ervaring voor [slachtoffer] moet zijn geweest. Het overvallen worden door meerdere mannen in eigen huis, gedwongen worden mee te gaan in een auto naar een bos, ongewis van wat stond te gebeuren, de mishandelingen en de bedreigingen. Door verdachten is bijvoorbeeld gezinspeeld op het graven van een gat in het bos waar [slachtoffer] dan in moest gaan liggen. Hoe groot de impact van de feiten op hem is, is treffend verwoord in de namens hem ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring. [slachtoffer] is moedwillig een heftige ervaring opgedrongen om een uit de hand gelopen ruzie over een schuld van een ander, waar [slachtoffer] part noch deel in had. Verdachte,

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben geen enkel oog gehad voor de pijn, angst en schade die zij [slachtoffer] daarmee hebben berokkend. Geen van de verdachten heeft op enig moment tijdens het incident op enigerlei wijze geprobeerd een halt toe te roepen aan wat [slachtoffer] op dat moment overkwam. Ook niet achteraf nadat [slachtoffer] in zijn badjas in het bos werd achtergelaten. Er is grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] .

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte opgemaakte rapportage van Reclassering Nederland van 4 juni 2020.

Tot slot heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 23 september 2020, waaruit blijkt dat hij in de afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld voor soortgelijke misdrijven.

De rechtbank is, alles afwegend, van oordeel dat – vanuit het oogpunt van vergelding alsook vanuit het oogpunt van de bescherming van de samenleving – op dergelijke, onder voornoemde omstandigheden gepleegde feiten geen andere reactie kan volgen dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf. De rechtbank acht gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de substantiële rol die verdachte hierin heeft gespeeld een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 55 en 57 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 eerste alternatief en 4 eerste en tweede alternatief ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 tweede alternatief en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 tweede alternatief en 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

de eendaadse samenloop van:

feit 1:

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

feit 2 tweede alternatief:

het misdrijf: medeplegen tot poging tot een ander door geweld of enige andere feitelijkheid en bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

en

feit 3:

het misdrijf: medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden;

- bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Bordenga-Koppes, voorzitter, mr. A.M. Rikken en mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Izgi, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2021.

Mr. A.M. Rikken is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit, tenzij anders vermeld, pagina’s uit het eindproces-verbaal van de politie Oost-Nederland, met nummer 2020139418/ON2RO20022, gesloten op 28 mei 2020. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feiten 1 tot en met 3

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 30 maart 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina’s 96 tot en met 98:

Op 30 maart 2020 was ik thuis in mijn woning. Ik zat op dat moment in mijn badjas in de kamer. Rond 16:30 uur zag ik een paar jongens langs mijn raam lopen. Vervolgens werd er bij mij op de deur gebonkt. Ik hoorde iemand zeggen: ‘volgens mij doet ie het niet.’ Ik hoorde vervolgens iemand schreeuwen: ‘ [beoogd slachtoffer] ik weet dat je er bent.’ Ik heb de deur niet open gedaan. Er werd ondertussen op het voorraam gebonkt. Uiteindelijk heb ik de deur opengedaan. Ik werd naar binnen geduwd. Ik zag dat er drie mannen mijn woning inliepen. Ik zag dat er 1 persoon buiten stond te wachten. Ik hoorde dat iemand riep: ‘waar is [beoogd slachtoffer] ?’ Ik heb gezegd dat [beoogd slachtoffer] er niet is. Ik moest [beoogd slachtoffer] toen opbellen. Ik heb [beoogd slachtoffer] aan de lijn gehad. Ik hoorde dat hij zei dat hij in Almere stad was. Ik moest hem toen een paar keer nog bellen en toen kreeg ik de voicemail van [beoogd slachtoffer] . Ik werd in mijn slaapkamer gedrukt. Ik werd hier bij mijn keel gepakt. Ik werd in mijn slaapkamer gedrukt. Ik werd hier bij mijn keel gepakt. Ik werd door [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) stevig bij mijn adamsappel gepakt. Dit werd gedaan door stevig en met kracht mijn adamsappel dicht te drukken. Later heeft [medeverdachte 1] mijn adamsappel naar achteren gedrukt. Dit deed mij pijn. Ik kreeg nog wel lucht. [medeverdachte 1] had een grote bek. [verdachte] ( [verdachte] ) werd later veel agressiever. Ze kwamen echt voor [beoogd slachtoffer] . Ik zou meer moeten weten. Ik zou moeten weten waar [beoogd slachtoffer] zou wonen. Ik werd constant bedreigd en het werd steeds agressiever. Er is mij gezegd dat ik mee moest gaan om een gat te graven zodat ik daar in kon gaan liggen. Als ik niet de goede antwoorden zou geven zou er een wapen komen. Er werd gezegd: ‘Kom we gaan naar het bos. Je moet meelopen. We gaan een kuil graven en jij moet er in liggen.’ Ik ben toen meegelopen naar de auto. Ik ben rustig meegelopen. Er waren vier jongens namelijk. Op dat moment was ik bang. Die [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) zal voorin hebben gezeten en er zat nog iemand voorin, waarvan ik de naam niet weet. Dit weet ik omdat [verdachte] ( [verdachte] ) en [medeverdachte 1] bij mij achterin zaten. [verdachte] zat naast mij en [medeverdachte 1] in de andere hoek. In de auto werd tegen mij gezegd dat als het om meer geld zou gaan ze de trekker zouden overhalen. Er werd me gezegd dat het om 280 of 270 euro gaat. Als het om meer geld zou gaan, zou de trekker worden overgehaald. Dit is door [medeverdachte 1] gezegd.
Uiteindelijk zijn we aan het einde van de straat linksaf de Pastoor Ossestraat ingereden. We zijn hier het zandpad ingereden. Aan het einde van de weg is een bos. Bij de kruising, na de bocht, hebben ze de auto stil gezet. We zijn uitgestapt. Ik ben vervolgens tegen een boom aangedrukt. Ik werd bij mijn keel gegrepen door [verdachte] . Ditmaal ging het harder dan thuis. Het deed me pijn. Ik kreeg geen lucht. Ik was echt bang. Ze riepen de hele tijd: ‘Bel [beoogd slachtoffer] . Laat hem komen. Zeg me waar hij is.’ [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben mij beiden bedreigd met de dood en [verdachte] kneep mij de keel dicht. De telefoon stond op de voicemail van [beoogd slachtoffer] . Er werd door [medeverdachte 1] geschreeuwd in de telefoon: ‘Hoor dan hoe je kameraad voor zijn leven staat te schreeuwen.’ Aan het einde hebben ze nog gezegd: ‘Morgen komen wij terug en dan weet jij waar [beoogd slachtoffer] zit.’ Ik draaide me om en heb een halve poging gedaan om mijn telefoon terug te vragen. Toen werd me toegeschreeuwd: Wat moet jij dan? Moeten we nu al?’ Ik wist op dat moment voldoende. Ik heb me weer omgedraaid en ben richting de boerderij gelopen.

2.

Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict (Het Baken Almelo) met bijlagen van verbalisant [verbalisant] van 6 april 2020, voor zover inhoudende

– zakelijk weergegeven – op pagina’s 111, 113 en 115:

Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat de verdachte hem stevig rond zijn adamsappel had vastgepakt. Ik zag op en rond de adamsappel een rode huisverkleuring. Ik zag op en rond de adamsappel enkele oppervlakkige beschadigingen/ puntbloedingen.

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant] van 21 april 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – de verklaring van [slachtoffer] , op pagina 108:

V= vraag verbalisant

A= antwoord [slachtoffer]

V: We hebben inmiddels verklaringen afgenomen van de verdachten. Er wordt gezegd dat jij vrijwillig bent meegegaan met de verdachten. Wat kun je daarover zeggen?
A: Ze hebben mij gedreigd en gedwongen om mee te gaan. Ik heb zelf gelopen, maar wat doe je als er drie vier man om je heen lopen die je net bij de keel hebben gegrepen. Ze hebben me eerst vanaf de badkamer geduwd naar de voordeur en toen we naar de auto liepen liep er één achter mij. Het was echt niet vrijwillig, ik werd gedreigd en gedwongen.

4.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] van

30 maart 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven, op pagina’s 102 en 103:

[slachtoffer] vertelde ons dat hij in het Nijreesbos door de mannen is ondervraagd en bij de keel is gepakt. [slachtoffer] vertelde ons hierbij dat hij een aantal klappen in zijn gezicht heeft gehad.

Ten tijde van het contact met [slachtoffer] , heb ik, verbalisant [verbalisant] , gezien dat [slachtoffer] een rode plek, een klein wondje rondom zijn adamsappel had.

5.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 5 februari 2021, voor zover inhoudende

– zakelijk weergegeven – als verklaring van verdachte:

Het was het idee van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en die van mij, om op 30 maart 2020 naar de woning van [slachtoffer] te gaan. Wij wilden verhaal halen bij [beoogd slachtoffer] . Op 30 maart 2020 had ik een hoodie op.

De voorzitter houdt mij het uit proces-verbaal van bevindingen het volgende audiobestand, afkomstig uit de data van de bij [medeverdachte 1] in beslag genomen telefoon, voor:

[weergave audiobestanden]

Op 30 maart 2020 rond 17.30 uur zat ik samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [slachtoffer] in de auto onderweg naar het Nijreesbos in Almelo. Het klopt dat ik de opmerking over het ‘gat graven’ heb geroepen in de auto. Ik kan mij voorstellen dat [slachtoffer] zich bedreigd heeft gevoeld door die opmerking. Wij hebben [slachtoffer] met zijn badjas nog aan in het Nijreesbos achtergelaten. Ik heb [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in het bos ook niet op aangesproken dat zij het niet kunnen maken om [slachtoffer] zo in die toestand achter te laten.

6.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 7 mei 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina’s 294 en 295:

Ik ben de woning van [slachtoffer] binnengetreden. In de gang of hal. [medeverdachte 1] was de agressiefste.

7.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 31 maart 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina’s 271 en 272:

Samen met [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] ben ik op 30 maart 2020 naar de woning van [slachtoffer] gegaan. Ik kan mij voorstellen dat [slachtoffer] in de woning zich bedreigd heeft gevoeld door mij. Ik was die dag woest en verhief mijn stem, ook bij de woning van [slachtoffer] . Vervolgens zat ik samen met [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [slachtoffer] in de auto onderweg naar het Nijreesbos in Almelo. Wij hebben [slachtoffer] daar achtergelaten.

8.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 19 mei 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina 280:

O: Even een stukje uit dit tapgesprek.

[medeverdachte 1] en zijn vader praten over [verdachte] , dat ie de oudste is en ook de wijste had moeten zijn, dat [verdachte] ‘hem’ de strot heeft dichtgedrukt, totdat ie bijna out ging en hem toen weer liet gaan. [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] ‘hem’ vier of vijf keer de strot heeft dichtgeknepen. [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] een complete adamsappel in de hand had.

A: Deze uitspraken met betrekking tot [verdachte] kloppen.

9.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] van 9 april 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina’s 308 tot en met 310:

Er zijn weken aan appjes aan vooraf gegaan voordat [beoogd slachtoffer] de bedreigingen naar ons uitte. Daarop zijn wij, [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en ik, maandag 30 maart 2020 op zoek gegaan naar [beoogd slachtoffer] om verhaal te halen. Aangekomen op het adres waar [medeverdachte 1] zei waar [beoogd slachtoffer] zou zijn, ben ik samen met [medeverdachte 2] , het gangetje ingegaan bij het betreffende huis, om [beoogd slachtoffer] , als hij via achter weg zou gaan, tegen het lijf te lopen. Ik hoorde dat er binnen in de woning werd geschreeuwd waarna ik na ongeveer 5 á 10 minuten binnen ben gaan kijken wat zich daar afspeelde.
Eenmaal binnen zag ik dat het mis ging omdat niet [beoogd slachtoffer] maar een voor mij vreemde man ( [slachtoffer] ) verbaal werd aangevallen. Binnen in de woning waren [medeverdachte 1] en [verdachte] . Zij stonden met [slachtoffer] in de slaapkamer. Ik hoorde een stikkend geluid. Ik hoorde verbaal geschreeuw dat hij [beoogd slachtoffer] moest bellen.
Op dat moment ben ik naar buiten gegaan omdat ik overrompeld was dat iemand die er niets mee te maken had, in het verhaal betrokken werd. Ik werd daarop gevolgd door

[medeverdachte 1] , [verdachte] en [slachtoffer] . Ik ben naar mijn auto gelopen, die om de hoek geparkeerd stond, gevolgd door de rest. Er werd mij een route aangegeven waar ik heen moest rijden door [verdachte] of [medeverdachte 1] , en daar ben ik heen gereden. Wij kwamen aan in een bos, daar werd [slachtoffer] verteld uit te stappen. Wij zijn uitgestapt, en toen werd de heer [slachtoffer] fysiek en verbaal aangevallen. Ik denk dat het ongeveer 10 minuten duurde. Wie wat gedaan heeft is mij ook niet duidelijk omdat ik min of meer in een roes zat omdat ik al aanvoelde komen welke gevolgen dit zou hebben. Voor mijn gevoel waren ze niet voor rede vatbaar. Daarna zijn wij zonder [slachtoffer] naar de persoon ( [getuige 1] ) gereden waar [beoogd slachtoffer] geld van geleend had.

10.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 15 mei 2020, voor zover inhoudende

– zakelijk weergegeven – op pagina’s 321, 329 en 332:

Ik ben op 30 maart 2020 samen met [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] naar de woning van [slachtoffer] gereden. Ik wist dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] naar [beoogd slachtoffer] zochten. Er was hier weleens over gesproken. Aangekomen bij de woning zeiden ze we gaan even kijken dit en daar. Daarop ben ik in het steegje aan [adres 1] in Almelo gaan wachten. [medeverdachte 3] stond eerst een paar minuten bij me. De anderen liepen naar de woning. Op een gegeven moment komen [medeverdachte 1] , [verdachte] naar buiten met een man in een badjas. Ik zag dat die man niet [beoogd slachtoffer] was. De man in de badjas liep tussen ons in naar de auto.

Op 30 maart 2020 had ik een capuchon op. [verdachte] of [medeverdachte 1] vertelde ons dat we onze capuchons op moesten zetten.

11.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 31 maart 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina’s 220:

Gisteren (op 30 maart 2020) om 17.12 stond ik in mijn woonkamer en keek naar buiten. Ik woon aan de [adres 2] . Ik keek op [adres 1] . Ik zag toen dat er vier mannen uit de richting van [straat] kwamen lopen en dat zij allen een capuchon deels over hun hoofd hadden. Ik zag dat de mannen naar [adres 1] liepen. Ik zag dat de mannen hyper waren.

12.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] van 31 maart 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina’s 215 en 216:

Deze man was opgefokt en leek duidelijk de leider van deze groep. Ik hoorde deze man praten. Ik hoorde hem zeggen: ‘je gaat nu bellen’ en ‘als hij niet oppakt dan spreek je maar wat in, dat maakt mij niet uit, je gaat nu bellen.’ Ik hoorde dat hij dit op een dwingende toon zei. Ik hoorde hem ook nog letterlijk zeggen: ‘we kunnen ook wel naar Almere toe gaan.’ Ik had de indruk dat deze man aan het praten was tegen een jongen welke min of meer tussen de andere mannen in liep. Dit betrof een wat slungelige jongen met een normaal postuur. Deze slungelige jongen keek alleen maar op. Deze jongen had ook een telefoon in zijn hand. Ik kreeg de indruk dat deze jongen aan het bellen was.

13.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] van 31 maart 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina’s 218 en 219:

Ik zag dat er vier mannen uit de Golf stapten. De mannen leken allemaal wel een beetje op elkaar. Groot postuur, kort geknipt haar en oude kleding aan. Soort bouwvakkers kleding maar dan oud. Drie van hen hadden een hoodie aan. Toen de mannen ons voorbij liepen hoorde ik dat de man welke voorop liep zei: ‘Zet allemaal je capuchon op.’ Deze man had een grijze hoodie aan en hield een blikje drinken vast in zijn hand. De man die achter hem liep, de man in de trui, antwoordde hierop: ‘Ik heb geen capuchon’, waarop de voorste man reageerde: ‘Dan heb je pech. Val jij maar op.’ Ik zag dat de twee andere mannen voor de deur gingen staan met hun hoodie op. Het leek alsof zij de deur bewaakten. Ik vond dit wel raar en wist niet wat ik er van moest denken. Het was gewoon een raar plaatje die vier mannen zo bij elkaar. Een minuut of tien later zag ik de vier mannen over straat lopen met tussen hun in een man in een ochtendjas.

14.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] van 31 maart 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina 213:

Hooguit 10 minuten later, zag ik vanuit mijn woning, dat er vijf mannen naar buiten liepen vanuit die woning. Zij liepen in de richting van de [straat] . Opvallend vond ik dat er in het midden een man liep met een ochtendjas aan en een trainingsbroek. Het leek echt alsof deze jongen was ingesloten door de andere vier mannen. Echt zo met andere woorden: ‘als je er vandoor gaat dan pak ik je.’

15.

Een uitwerking Telio-tapgesprek van [medeverdachte 1] met sessienummer 20 van 16 april 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina 260:

NNM9091 ( [medeverdachte 1] ) wil [bijnaam] kapotmaken als ie hem tegen komt, en dat NNM9091 die [slachtoffer] gewoon een gat had moeten laten graven en hem kapot had moeten schieten, maar dat ie dat niet gedaan heeft.

16.

Een uitwerking Telio-tapgesprek van [medeverdachte 1] met sessienummer 36 van 16 april 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina 263:

NNM9091 zegt dat ik hem heb bedreigd. Ik heb hem met geen vinger aangeraakt, dat was [verdachte] ( [verdachte] ).

NNM9091 zegt dat [verdachte] hem continu de keel heeft dichtgeknepen. Dan kon hij 2 seconden ademhalen en kneep hij hem weer dicht.

17.

Een uitwerking van Telio-tapgesprek [medeverdachte 1] met sessienummer 14 van 11 april 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina 258:

NNM9091 en NNM0680 praten over [verdachte] , dat ie de oudste is en ook de wijste had moeten zijn, dat [verdachte] ‘hem’ de strot heeft dichtgedrukt, totdat ie bijna out ging en hem toen weer liet gaan.
NNM9091 zegt dat [verdachte] ‘hem’ vier of vijf keer de strot heeft dichtgeknepen.
NNM0680 zegt dat ‘hij’ natuurlijk verwurgingsplekken aan zijn nek heeft.
NNM9091 zegt dat [verdachte] een complete adamsappel in de hand had.

18.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 12 april 2020, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina’s 229 en 230:

Op 6 april 2020 heb ik, verbalisant, een aantal audiobestanden beluisterd. Deze audiobestanden waren afkomstig uit de data van de bij verdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen telefoon. Ik zag dat deze audiobestanden, volgens de gegevens in het extractierapport, waren gemaakt op 30 maart 2020, omstreeks het tijdstip dat het strafbare feit, waarvoor verdachte [medeverdachte 1] was aangehouden, werd gepleegd. Ik zag namelijk dat deze bestanden volgens het extractierapport waren gemaakt op 30 maart 2020 tussen 17:30 uur en 17:40 uur.

[weergave audiobestanden]

19.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 15 april 2020 voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – op pagina’s 239 en 240:

Ik hoorde dat [getuige 1] op 30 maart 2020 om 12:47:49 een audiobericht naar [medeverdachte 1] stuurde.

Het bericht luidde: ‘Hee vriend. Die had ik in de kofferbak gedaan. Had. Neem hem even

mee naar het bos of wat dan ook. Die had ik goed maar dan goed bang gemaakt jongen.’

Ik hoorde dat [medeverdachte 1] op 30 maart 2020 om 12:48:10 een audiobericht naar [getuige 1] stuurde. Het bericht luidde: ‘Aah, dus dat gaan we ook doen. Wij gaan straks even bij [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) kijken. Twee achter in de gang en twee voor de deur. En dan kan hij geen kant op. Dan vliegen we er even van allebei de kanten naar binnen heen. Dat komt helemaal goed.’