Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:798

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-02-2021
Datum publicatie
22-02-2021
Zaaknummer
8995065 \ BM VERZ 21-131
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een bewindvoerderskantoor is door de kantonrechter van de rechtbank Overijssel tot 1 januari 2022 geschorst in de dossiers van 20 cliënten. Het kantoor heeft in de afgelopen periode teveel fouten gemaakt en de zaken niet voldoende op orde. Een tijdelijke bewindvoerder neemt de taken zolang over. Daarnaast onderzoekt de tijdelijke bewindvoerder of deze cliënten schade hebben geleden.

Eerder besloot de kantonrechter al dat de organisatie tijdelijk, tot 1 juli 2021, geen nieuwe cliënten erbij krijgt. De organisatie is bewindvoerder over de vermogens van iets minder dan 500 rechthebbenden.

Jaarlijks leggen bewindvoerders over hun werk voor cliënten rekening en verantwoording af bij de kantonrechter. De rechter ziet er op toe dat de bewindvoerder zijn werk doet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Toezicht - Bewindsbureau

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer : 8995065 \ BM VERZ 21-131

dossiernummer : BM 12276
datum : 1 februari 2021

Ambtshalve beschikking van de kantonrechter

inzake

[bewindvoerder 1]
[adres 2]

hierna te noemen: [bewindvoerder 1]

bewindvoerder voor:

[rechthebbende]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982

wonende [adres 1]

hierna te noemen: rechthebbende

De procedure

Bij beschikking van 1 maart 2017 is een bewind ingesteld over het vermogen van rechthebbende op grond van haar lichamelijke of geestelijke toestand. Tevens is sprake van problematische schulden. Nu is [bewindvoerder 1] bewindvoerder.

Wegens de hoeveelheid aan bevindingen en de aard van die bevindingen ten aanzien van de periodieke verantwoordingen over het jaar 2018 heeft op 28 november 2019 een zitting plaatsgevonden. Bij brief van 2 december 2019 heeft de kantonrechter besloten om zijn goedkeuring aan de periodieke verantwoordingen over 2018 te onthouden en is [bewindvoerder 1] geattendeerd op de volledigheid van de dan nog in te dienen periodieke verantwoordingen over 2019. [bewindvoerder 1] kreeg de opdracht om 25 periodieke verantwoordingen over 2019 voor 1 maart 2020 in te dienen in plaats van de gebruikelijke termijn van 1 juli 2020, zodat deze vroegtijdig konden worden gecontroleerd.

Naar aanleiding van die controle en de bijbehorende bevindingen heeft op 3 maart 2020 een gesprek plaatsgevonden en, na verdere controle, op 10 augustus 2020 een zitting. Onder meer is gesproken over de kwaliteit van de periodieke verantwoordingen die te wensen overliet. Bij brief van 11 augustus 2020 heeft de kantonrechter besloten om [bewindvoerder 1] tot en met 31 december 2020 niet meer te benoemen tot bewindvoerder in nieuwe zaken.

Wegens de hoeveelheid aan bevindingen heeft op 21 december 2020 wederom een zitting plaatsgevonden, waarbij mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] namens [bewindvoerder 1] aanwezig waren.

De kantonrechter heeft vervolgens bij brief van 23 december 2020 besloten om de periode waarin [bewindvoerder 1] niet benoembaar is te verlengen tot 1 juli 2021.

De beoordeling

1.
[bewindvoerder 1] is bewindvoerder over de vermogens van iets minder dan 500 rechthebbenden. Jaarlijks legt [bewindvoerder 1] over die dossiers rekening en verantwoording af. De kantonrechter is belast met het toezicht op het gevoerde bewind en dient er actief op toe te zien dat de bewindvoerder, in algemene zin, uitvoering geeft aan zijn taak. Bij onder meer de controle van de rekening en verantwoording toetst de kantonrechter of die taak naar behoren wordt vervuld. De kantonrechter kan zijn toezichthoudende taak echter niet goed uitvoeren, omdat de kwaliteit van de periodieke verantwoordingen van [bewindvoerder 1] van onvoldoende niveau is gebleken. Om die reden heeft de kantonrechter onderzocht of [bewindvoerder 1] de belangen van haar cliënten op een deugdelijke manier behartigt en zo niet, of ontslag moet volgen in alle zaken wegens gewichtige redenen als bedoeld in artikel 1:448 lid 2 BW.

2. De bevindingen hebben betrekking op de cijfermatige juistheid van de rekening en verantwoording, op (het aanvragen van) bijzondere bijstand, op het in rekening brengen van de bewindvoerderskosten en op het vertrouwen in [bewindvoerder 1] . Deze bevindingen hebben tot gevolg dat de periodieke verantwoordingen van [bewindvoerder 1] beduidend intensiever moeten worden gecontroleerd dan gebruikelijk is. De bevindingen zullen hierna achtereenvolgens worden behandeld.

3. Cijfermatige juistheid

3.1 De cijfermatige juistheid van de rekening en verantwoording is één van de uitgangspunten bij de controle van de rekening en verantwoording. Dit betekent dat de mutaties die in het betreffende boekjaar hebben plaatsgevonden op de bankrekening van de rechthebbende, opgeteld en per post, worden vermeld in de rekening en verantwoording. Zo ontstaat in één oogopslag een helder overzicht van inkomsten en uitgaven. Van bijlagen die onderdeel uitmaken van de rekening en verantwoording, zoals schuldenoverzichten of specificaties van bepaalde posten, wordt verwacht dat deze aansluiten op dat inkomsten- en uitgavenoverzicht.

3.2 Bij de controle van de periodieke verantwoordingen van [bewindvoerder 1] is gebleken dat het schort aan de cijfermatige juistheid. De inhoud van de bijlagen kwam in meerdere dossiers niet overeen met het inkomsten- en uitgavenoverzicht. Illustratief zijn de volgende dossiers.

In het dossier met BM-nummer 10258 komt de specificatie van een kostenpost in de rekening en verantwoording niet overeen met de rekening en verantwoording. Bij navraag aan [bewindvoerder 1] om het verschil te verklaren merkt [bewindvoerder 1] op dat het eerste overzicht niet volledig is en dat er een betaling ontbreekt. Vervolgens legt [bewindvoerder 1] een aangepaste specificatie over.

In het dossier met BM-nummer 13750 stelt [bewindvoerder 1] dat de eerder verzonden specificatie van de ontvangen bijzondere bijstand en de bewindvoerdersbeloning onjuist is. [bewindvoerder 1] zendt vervolgens een aangepaste specificatie. Later trekt [bewindvoerder 1] de aangepaste specificatie in en stelt dat de eerder toegezonden specificatie wel juist is.

In het dossier met BM-nummer 11308 bleven de schulden sinds 2016 ongewijzigd. [bewindvoerder 1] gaf als reden dat er sprake was van een fout in het overzicht in Excel. Bij navraag werd door [bewindvoerder 1] een aangepast schuldenoverzicht toegezonden.
In de dossiers met BM-nummers 11577, 12229 en 12230 komen de specificaties van de bewindvoerderskosten en de bijzondere bijstand niet overeen met het inkomsten- en uitgavenoverzicht. Nadat hierover aan [bewindvoerder 1] vragen zijn gesteld, heeft zij de verschillen toegelicht en een aangepaste specificatie toegezonden.

3.3 De kantonrechter acht deze gang van zaken zeer onwenselijk. Niet alleen hoort de rekening en verantwoording cijfermatig juist te zijn, maar ook mag van [bewindvoerder 1] als professionele partij worden verwacht dat zij een deugdelijke rekening en verantwoording toezendt aan de rechthebbende en de kantonrechter en niet pas nadat [bewindvoerder 1] hierop wordt gewezen. Dit laatste bleek echter in een groot aantal dossiers noodzakelijk te zijn.

4 Bijzondere bijstand/bewindvoerderskosten
4.1 Uit de periodieke verantwoordingen over zowel 2018 als 2019 is gebleken dat in een groot deel van de dossiers de bewindvoerderskosten niet maandelijks werden betaald en de bijzondere bijstand hiervoor niet maandelijks werd uitgekeerd. [bewindvoerder 1] heeft hierover verklaard dat zij met terugwerkende kracht over 2018 btw bij de cliënten in rekening brengt en dat hiervoor ook met terugwerkende kracht bijzondere bijstand is aangevraagd. Daarnaast was er sprake van een beleidswijziging van de gemeente, waarbij het bewind - uitgevoerd door [bewindvoerder 1] - als voorliggende voorziening werd aangemerkt. Dit is later teruggedraaid, maar was wel van invloed op de betaling van bewindvoerderskosten en bijzondere bijstand, aldus [bewindvoerder 1] .

4.2

Het gevolg hiervan is dat veel rechthebbenden te veel bewindvoerderskosten hadden betaald of met achterstallige bewindvoerderskosten werden geconfronteerd en/of dat zij nog recht hadden op een nabetaling aan bijzondere bijstand of te veel ontvangen bijzondere bijstand moesten terugbetalen over 2018 en 2019. Zo is in 65 dossiers, waarbij aangetekend wordt dat dit slechts een greep is uit alle dossiers, in totaal € 18.382,94 nabetaald aan bijzondere bijstand, variërend van enkele tot honderden euro’s per dossier. In een groot aantal van deze dossiers waren de bewindvoerderskosten al betaald, waardoor de rechthebbenden, die een inkomen hebben op basis van de bijstandsnorm, deze kosten eerst uit eigen zak moesten betalen. [bewindvoerder 1] stelt dat dit geen nadelige gevolgen heeft gehad voor de rechthebbenden. Hoewel het lastig is om na te gaan of dit nadelige gevolgen heeft gehad voor de rechthebbenden, is dit met een krap budget niet ondenkbaar. De bijzondere bijstand is juist bedoeld voor kosten, zoals de bewindvoerderskosten, die de rechthebbenden niet van hun inkomen en vermogen kunnen betalen.


In de dossiers met BM-nummers 12451 en 12278 is zelfs gebleken dat de nabetaling bijzondere bijstand over 2017 nog niet was verricht. [bewindvoerder 1] had in de rekening en verantwoording over 2017 verklaard dat de bijzondere bijstand in 2018 zou worden nabetaald, maar dit was in 2018 en ook 2019 niet gebeurd. Nadat aan [bewindvoerder 1] hierover vragen zijn gesteld, heeft zij in 2020 de betalingen verricht.

4.3

Verder is gebleken dat [bewindvoerder 1] in meerdere dossiers, waaronder die met
BM-nummer 14945, te laat bijzondere bijstand voor het griffierecht heeft aangevraagd met als gevolg dat de aanvraag is afgewezen. [bewindvoerder 1] heeft hierover verklaard dat zij de rechthebbenden schadeloos heeft gesteld. Dit is echter pas gebeurd nadat de rechtbank [bewindvoerder 1] hierop heeft gewezen. Zij heeft deze fouten niet direct uit eigen beweging hersteld en dit had wel op de weg van de bewindvoerder gelegen.

4.4

De kantonrechter is van oordeel dat [bewindvoerder 1] zeer onzorgvuldig heeft gehandeld. Voor mensen die in aanmerking komen voor bijzondere bijstand en die in veel gevallen ook te kampen hebben met problematische schulden kunnen de gevolgen hiervan bijzonder groot zijn.

Van [bewindvoerder 1] mag als bewindvoerder worden verwacht dat zij haar taak met grote nauwkeurigheid uitvoert. Dit heeft zij echter nagelaten.

Weliswaar heeft zij nu in vrijwel al haar dossiers de betaling van de bijzondere bijstand en bewindvoerderskosten inmiddels op orde, maar dit doet aan de ernst van de gang van zaken niet af.

5. Vertrouwen
5.1 In diverse dossiers, waaronder die met BM-nummer 11938, 12276, 12977, 13292 en 13787, is geconstateerd dat betalingen door [bewindvoerder 1] wegens te veel geinde bewindvoerderskosten of te weinig ontvangen bijzondere bijstand niet waren verricht, ondanks dat in de rekening en verantwoording was verklaard dat de terugbetaling wel was verricht. Pas bij navraag door de kantonrechter werd de terugbetaling verricht en werd door [bewindvoerder 1] opgemerkt dat een en ander per abuis nog niet was hersteld. [bewindvoerder 1] heeft ter zitting hierover verklaard dat deze fouten onder andere zijn ontstaan doordat veel medewerkers thuiswerken in verband met COVID-19. De kantonrechter moet echter uit kunnen gaan van de verklaring van de bewindvoerder en mag verwachten van [bewindvoerder 1] dat zij fouten uit eigen beweging herstelt. Als blijkt dat de zaken anders in elkaar steken dan dat de bewindvoerder voorhoudt, doet dit afbreuk aan het vertrouwen en integriteit van de bewindvoerder. Dit klemt te meer nu niet sprake lijkt te zijn van een enkele vergissing, maar van een structureel probleem.

6 Verbetering
6.1 [bewindvoerder 1] heeft ter zitting van 21 december 2020 een verbeter- en herstelplan gepresenteerd en beterschap beloofd. [bewindvoerder 1] krijgt de kans om de door haar gedane toezeggingen waar te maken, maar onder de voorwaarde dat [bewindvoerder 1] vroegtijdig en uiterlijk voor 1 maart 2021 de rekening en verantwoording in 50 door de rechtbank aan te wijzen dossiers indient. Deze zullen dan worden gecontroleerd. Eerder heeft de kantonrechter al geoordeeld dat [bewindvoerder 1] tot 1 juli 2021 niet benoembaar is in nieuwe zaken.

6.2

De onder 6.1 genoemde maatregelen zijn ook in een eerder stadium door de kantonrechter opgelegd en hebben niet tot het gewenste resultaat geleid. De vraag rijst of [bewindvoerder 1] kan aanblijven als bewindvoerder in de zaken die vallen onder het arrondissement van de rechtbank Overijssel. De kantonrechter ziet aanleiding om een onderzoek in te stellen naar [bewindvoerder 1] .

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:448 lid 2 BW kan de kantonrechter hangende het onderzoek naar het ontslag voorlopige voorzieningen treffen en de bewindvoerder schorsen.
De kantonrechter zal dan ook in 20 dossiers overgaan tot schorsing van [bewindvoerder 1] tot
1 januari 2022 en gedurende deze schorsing een tijdelijke bewindvoerder benoemen. De kantonrechter zal de tijdelijke bewindvoerder de opdracht geven om onderzoek te doen naar eventuele geleden schade ten tijde van het gevoerde bewind door [bewindvoerder 1] en zal daarna beslissen of [bewindvoerder 1] in alle zaken wordt ontslagen.

De kantonrechter heeft [naam 3] , handelende onder de naam [bewindvoerder 2] , postadres: [adres 3] , bereid gevonden om op te treden als tijdelijke bewindvoerder.

De beslissing

De kantonrechter:

  • -

    schorst [bewindvoerder 1] als bewindvoerder met ingang van 1 maart 2021 tot 1 januari 2022;

  • -

    benoemt met ingang van 1 maart 2021 tot tijdelijke bewindvoerder [naam 3] , handelende onder de naam [bewindvoerder 2] , postadres: [adres 3]

, tot 1 januari 2022;

  • -

    bepaalt dat de tijdelijke bewindvoerder voor zijn/haar werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de rechthebbende mag brengen, met uitzondering van de kosten voor de aanvangswerkzaamheden;

  • -

    gelast [bewindvoerder 1] het papieren en digitale dossier van rechthebbende, alle elektronische en/of digitale gegevensdragers waarop zich gegevens van rechthebbende bevinden en alle inlogcodes en wachtwoorden die toegang bieden tot de gegevens van rechthebbende over te dragen aan de tijdelijke bewindvoerder voor 1 maart 2021;

  • -

    gelast [bewindvoerder 1] zich te onthouden van iedere toegang tot voornoemde gegevens;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Bosch, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2021, in tegenwoordigheid van mr. A.W. Bieshaar, griffier.

Tegen deze beslissing kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat-, hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

  1. door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.