Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:775

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-02-2021
Datum publicatie
23-02-2021
Zaaknummer
AK_19_707
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wob; verzoek openbaarmaking documenten die betrekking hebben op de beleid en praktijk in relatie tot kunstgrasvelden; beroep gedeeltelijk gegrond o.a wat betreft namen van leveranciers en productnamen en "witten".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 19/707

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] te [woonplaats] , eiser,

gemachtigde: mr. H. van Drunen,

en

het college van burgemeester en wethouders van Almelo, verweerder,

gemachtigde: A.A.J.M. Roosendaal.

Procesverloop

Bij besluit van 24 mei 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) om toezending van documenten gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 13 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser deels gegrond verklaard en alsnog de namen van tekenbevoegde ambtenaren alsmede de datum van de ondertekening van het onderhoudscontract openbaar gemaakt. Het bezwaar is voor het overige ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiser heeft de rechtbank toestemming gegeven om de stukken die niet openbaar zijn gemaakt bij haar oordeelsvorming te betrekken.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2020.

Eiser heeft zich via een Skype-verbinding laten vertegenwoordigen door gemachtigde voornoemd.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd.

Overwegingen

Verzoek

1. Bij brief van 23 maart 2018 heeft eiser verweerder op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van documenten die - kort samengevat - betrekking hebben op beleid en praktijk in relatie tot kunstgrasvelden in de gemeente Almelo, zowel wat betreft velden in eigendom en beheer van de gemeente als velden die in privéhanden zijn.

Hierbij gaat het onder andere om het vooronderzoek, de aanleg, het onderhoud, de renovatie, de afbraak, het opruimen, het verwijderen van kunstgrasvelden met rubberen korrels, rubbergranulaat, SBR, SBR-infill en om alle aspecten, zoals onderlaag, waterafvoer, afvoer van de korrels, chemisch materiaal. Ook gaat het hierbij om het inschakelen van laboratoria, adviesbureaus of contacten met producenten.

Bestreden besluit

2. Bij het primaire besluit heeft verweerder het Wob-verzoek van eiser gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. De afwijzing ziet op de namen van ambtenaren en hun doorkiesnummers, alsmede de namen, adresgegevens, bankrekeningnummers en dergelijke van overige betrokkenen. Deze informatie wordt niet openbaar gemaakt vanwege de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Voorts heeft verweerder daarbij aangegeven dat de informatie niet elektronisch beschikbaar is.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser deels gegrond verklaard en alsnog de namen van tekenbevoegde ambtenaren openbaar gemaakt alsmede de datum van de ondertekening van het onderhoudscontract tussen de gemeente Almelo met een derde ten behoeve van het voetbalveld aan de Horstlaan 3 te Almelo. Deze datum was volgens verweerder abusievelijk weggelakt. Voor het overige is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder heeft het verzoek van eiser om vergoeding van de proceskosten afgewezen.

Wettelijk kader

3. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob bepaalt dat het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege blijft voor zover dit bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld.

Ingevolge het tweede lid blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

[…]

b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen

[…]

e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

[…]

g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

Beoordeling

Namen van sportverenigingen, leverancier kunstgras en keuringsbedrijf

4.1

Eiser stelt dat verweerder de namen van sportverenigingen, een leverancier van kunstgras en het bedrijf dat de keuring van kunstgrasvelden heeft uitgevoerd ten onrechte niet openbaar heeft gemaakt aangezien deze gegevens niet herleidbaar zijn tot individuele, natuurlijke personen.

Eiser bestrijdt dat die gegevens de persoonlijke levenssfeer raken en stelt dat als dat wel het geval zou zijn die persoonlijke levenssfeer niet zodanig wordt aangetast dat openbaarmaking achterwege moet blijven.

4.2

Verweerder heeft in beroep erkend dat per ongeluk de naam van een sportvereniging is weggelaten, maar stelt dat de naam wel uit de context kon worden afgeleid. Het betreft pagina 1 van het document “Voorstel aanleg kunstgras voetbalvelden gemeente Almelo” waar abusievelijk de naam voetbalvereniging PH te Almelo is weggelaten. Hiermee is de naam alsnog openbaar gemaakt. Eiser heeft geen belang meer bij de beoordeling van deze beroepsgrond.

4.3

Met betrekking tot de weigering de namen van een leverancier van kunstgras en het bedrijf dat de keuring van kunstgrasvelden heeft uitgevoerd openbaar te maken, heeft verweerder zich primair op het standpunt gesteld dat het verstrekken van die informatie achterwege dient te blijven omdat het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen.

4.4

De rechtbank is van oordeel dat het hier niet gaat om natuurlijke personen maar om rechtspersonen waarbij de persoonlijke levenssfeer niet in het geding is, tenzij deze gegevens tot een natuurlijke persoon zijn terug te leiden. Op grond van de thans beschikbare stukken volgt de rechtbank eiser in het standpunt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van een herleidbaarheid tot individuele, natuurlijke personen.

4.5

Volgens verweerder is subsidiair sprake van (onevenredige) benadeling omdat betrokken rechtspersonen en natuurlijke personen hun namen beschikbaar hebben gesteld in relatie tot verweerder danwel de gemeente Almelo en dat zij er op moeten kunnen vertrouwen dat verweerder hun namen niet beschikbaar stelt aan derden zodat zij door hen ook niet benaderd kunnen worden. De (onevenredige) bevoordeling bestaat eruit, zo heeft verweerder ter zitting toegelicht, dat het een makkelijke weg voor eiser is om aan informatie te komen en dat het wenselijk is de informatiestroom via verweerder te laten lopen.

4.6

De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiermee onvoldoende heeft onderbouwd dat, als er al sprake is van herleidbaarheid naar natuurlijke personen, het kunnen beschikken door eiser over de gevraagde informatie niet opweegt tegen het door verweerder genoemde nadeel voor betrokkenen.

4.7

Reeds hierom slaagt de beroepsgrond.

Namen gemachtigden NOC*NSF en KNVB

5.1

Volgens eiser dient verweerder de namen van gemachtigden van NOC*NSF en de KNVB alsnog openbaar te maken. Eiser stelt ook hier dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen niet dermate wordt aangetast dat openbaarmaking achterwege moet blijven. Daarnaast geeft eiser aan dat die personen nu zij certificaten afgeven werkzaam zijn in het publieke domein waardoor de weigering in strijd met de wet is. Bovendien moet eiser kunnen controleren of deze personen gemachtigd zijn certificaten af te geven. Eiser meent dat onvoldoende is gemotiveerd waarom deze namen onleesbaar zijn gemaakt en waarom openbaarmaking tot onevenredige benadeling zal leiden.

5.2

Met betrekking tot het niet openbaar maken van de namen van gemachtigden van NOC*NSF en de KNVB is de rechtbank met verweerder van oordeel dat deze medewerkers weliswaar in hun functie zijn opgetreden, maar niet uit hoofde van die functie werkzaam zijn in het publieke domein. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder zich op het standpunt kon stellen dat openbaarmaking van hun namen de persoonlijke levenssfeer dermate zal aantasten dat openbaarmaking achterwege moet blijven.

5.3

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Productnamen

6.1

Bij het bestreden besluit heeft verweerder de weigering om productnamen openbaar te maken niet gemotiveerd. In beroep stelt verweerder dat de productnamen zijn weggelaten omdat deze verwijzen of vernoemd zijn naar de desbetreffende producent/leverancier en zo ook die naam bekend kan worden en verwijst voor het overige naar zijn motivering van de weigering om namen van een leverancier van kunstgras en het bedrijf dat de keuring van kunstgrasvelden heeft uitgevoerd openbaar te maken.

6.2

De rechtbank is van oordeel dat het ook hier niet gaat om natuurlijke personen maar om rechtspersonen waarbij de persoonlijke levenssfeer niet in het geding is, tenzij deze gegevens tot een natuurlijke persoon zijn terug te leiden. Op grond van de thans beschikbare stukken volgt de rechtbank eiser in het standpunt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van een herleidbaarheid tot individuele, natuurlijke personen en dat, als er al sprake is van herleidbaarheid naar natuurlijke personen niet gemotiveerd is dat het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van de bij de aangelegenheid betrokkenen.

6.3

Deze beroepsgrond slaagt.

Bedragen offerte/overeenkomst

7.1

Ten aanzien van verweerders weigering op grond van artikel 10, eerste lid, sub b van de Wob om geoffreerde bedragen of het bedrag waarvoor een overeenkomst is afgesloten openbaar te maken, heeft eiser terecht opgemerkt dat weigering op deze grond volgens vaste jurisprudentie in beginsel slechts gedurende het onderhandelingsproces mogelijk is, omdat de markt nadien veelal zal zijn gewijzigd. Eiser stelt dat van een marktwijziging sprake is onder verwijzing naar de strafrechtelijke boete opgelegd aan een sportveldbeheerder in Enschede wegens een milieuovertreding en de maatschappelijke onrust die daardoor is ontstaan over de risico’s van het gebruik van rubber-infill op kunstgrasvelden.

7.2

Nu verweerder zijn standpunt handhaaft met de niet nader gemotiveerde stelling dat van een wezenlijke wijziging van de markt voor het leveren van kunstgras en het onderhoud daarvan desondanks geen sprake is, is sprake van een motiveringsgebrek.

7.3

Ook deze beroepsgrond slaagt derhalve.

KLIC-melding

8.1

Ten aanzien van de weigering om het tarief van een KLIC-melding achterwege te laten stelt eiser dat verweerder heeft nagelaten aan te geven welke omstandigheden maken dat dit tarief aangemerkt dient te worden als bedrijfs- en fabricagegegevens. Dat sprake is van dergelijke gegevens bestrijdt eiser.

8.2

Bij het bestreden besluit heeft verweerder aangegeven dat het bedrag voor het doen van de KLIC-melding niet het wettelijk tarief betrof, maar het door de onderneming gehanteerde tarief voor het uitvoeren van werkzaamheden. Die marge die het bedrijf ten opzichte van het wettelijk tarief hanteert is een gegeven dat de financiële bedrijfsvoering betreft. Verweerder weigert de verstrekking omdat het hier gaat om informatie die in het kader van een aanbesteding door een marktpartij aan verweerder is meegedeeld.

8.3

De rechtbank is van oordeel dat, nu het tarief van de KLIC-melding een tarief betreft dat afwijkt van het wettelijke tarief en dat tarief dus doorwerkt op de totale kosten, verweerder deze als vertrouwelijk overgelegde bedrijfs- en fabricagegegevens op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en sub c, van de Wob kon weigeren. Anders dan eiser stelt heeft verweerder dat afdoende bij het bestreden besluit gemotiveerd.

8.4

Deze beroepsgrond slaagt niet.

“Witten”

9.1

Eiser stelt dat feitelijk aanmerkelijk meer informatie is geweigerd dan uit het primaire besluit volgt en dat uit het bestreden besluit nog steeds niet duidelijk wordt welke passages op welke gronden zijn geweigerd, waarbij tevens van belang is dat de geweigerde passages niet allemaal herkenbaar zijn, omdat deze niet zijn ‘gezwart’ maar ‘gewit’.

9.2

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) kan, hoewel in beginsel per document of onderdeel daarvan moet worden gemotiveerd op welke grond openbaarmaking achterwege wordt gelaten, daarvan worden afgezien, als dat zou leiden tot herhalingen die geen redelijk doel dienen. Indien meer dan één weigeringsgrond van toepassing is geacht op een document dat uit verschillende onderdelen bestaat, kan deze uitzondering zich slechts voordoen, indien voldoende kenbaar is van welke weigeringsgrond voor welk onderdeel wordt uitgegaan. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van 12 juni 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:CA2884).

9.3

De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennisgenomen van de door verweerder vertrouwelijk overgelegde documenten. De rechtbank is van oordeel dat de uitzondering – genoemd in de aangehaalde uitspraak van de Afdeling – zich hier niet voordoet, nu uit de documenten niet zonder meer kan worden afgeleid welke weigeringsgrond verweerder op welk specifiek onderdeel in een document van toepassing heeft geacht.

9.4

Verder wordt, anders dan verweerder stelt, uit lezing van het primaire besluit en de beslissing op bezwaar in samenhang met de verstrekte documenten niet voldoende duidelijk waar informatie is weggelaten, ook omdat de geweigerde passages uit de openbaar gemaakte stukken niet altijd voor eiser herkenbaar zijn door het witten met zogenaamde “tipp ex”- correctieroller waardoor deze tegen het witte papier wegvallen. Dat, zoals verweerder stelt, geen rechtsregel zich hiertegen verzet en de keuze om te witten en daarna dubbelzijdig te kopiëren in plaats van te zwarten en enkelzijdig te kopiëren is ingegeven door kosten te besparen voor eiser, doet hieraan niet af.

9.5

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit in zoverre een toereikende motivering ontbeert.

9.6

Deze beroepsgrond slaagt.

Milieu-informatie en plankaarten

10.1

Volgens eiser ontbreekt een onbekend aantal stukken. Het betreft stukken op milieugebied. Daarnaast worden in het primaire besluit “de vele plankaarten” genoemd die onder de reikwijdte van het verzoek vallen en in de vorm van kopieën beschikbaar zouden zijn gesteld omdat elektronisch beschikbaar stellen niet mogelijk was.

Volgens eiser heeft verweerder geen enkele plankaart verstrekt. Ook is verweerder onduidelijk geweest over het bestaan van werktekeningen die onder het Wob-verzoek vallen en de weigering om deze in origineel formaat openbaar te maken.

10.2

De beroepsgrond dat er een aantal stukken op milieugebied lijkt te ontbreken heeft eiser ter zitting laten vallen.

10.3

In het verweerschrift stelt verweerder dat met ‘plankaarten’ wordt bedoeld de plattegronden die bij de programma’s van eisen zijn opgenomen om de locaties aan te duiden waar de kunstgrasvelden aangelegd dienen te worden.

Deze kaarten zijn (schriftelijk) verstrekt.

Volgens verweerder zijn ook nog werktekeningen, (in groot formaat) gemaakt op basis van deze plankaarten. Deze werktekeningen zijn niet verstrekt, omdat dat niet nodig leek en ondoenlijk was, aldus verweerder. Wel zijn deze werktekeningen in verkleinde vorm in het dossier opgenomen.

10.4

Met eiser is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een motiveringsgebrek nu verweerder openbaarmaking van de werktekeningen niet met zoveel woorden heeft geweigerd. Verder is de rechtbank van oordeel dat openbaarmaking van deze stukken middels terinzagelegging ten onrechte (impliciet) heeft geweigerd.

10.5

Deze beroepsgrond slaagt.

Aanbestedingen

11.1

Verweerder heeft stukken over aanbestedingen, met uitzondering van het Programma van Eisen, geweigerd primair omdat hier niet expliciet om is gevraagd en subsidiair vanwege de in de Aanbestedingswet 2012 (de Aanbestedingswet) opgenomen, op de Wob derogerende regeling, neergelegd in artikel 2:57, inhoudende dat informatie die door ondernemers als vertrouwelijk zijn verstrekt door de aanbestedende dienst niet openbaar worden gemaakt.

11.2

Eiser stelt dat hij ieder geval tijdens de hoorzitting heeft verduidelijkt dat zijn verzoek tevens alle informatie over aanbestedingen omvat. Bovendien kunnen op grond van artikel 2:57 van de Aanbestedingswet weliswaar de vertrouwelijke inschrijvingen worden geweigerd, maar de overige aanbestedingsstukken niet.

11.3

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een motiveringsgebrek nu verweerder niet duidelijk heeft aangegeven waarom naast de stukken die vallen onder artikel 2:57 van de Aanbestedingswet niet alle overige stukken inzake de aanbesteding, met uitzondering van het Programma van Eisen, zijn verstrekt.

11.4

Deze beroepsgrond slaagt.

12. Het beroep is gegrond.

13. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068, - (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van

€ 534,-- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,-- aan eiser te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van

€ 1.068,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, rechter, in aanwezigheid van

mr. A. Landstra, griffier op

De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende donderdag na deze datum.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.