Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:5

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-01-2021
Datum publicatie
04-01-2021
Zaaknummer
08.206498.20 en 08-263502-18 (vordering TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 28-jarige man tot een gevangenisstraf van 2 maanden voor het opslaan en het voorhanden hebben van een groot aantal stuks illegaal vuurwerk. De man is vrijgesproken voor het veroorzaken van de ontploffing in Zwolle. Op camerabeelden is wel te zien dat hij vlak voor de ontploffing langs het bedrijf loopt, maar uit het dossier blijkt niet dat hij het vuurwerk heeft aangestoken of dat hij wist van de ontploffing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummers: 08.206498.20 en 08-263502-18 (vordering TUL)

Datum vonnis: 4 januari 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres 1]

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 26 november 2020 en 21 december 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A. Leschot en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M. Mulderij-Anker, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 21 december 2020, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: met een ander een ontploffing teweeg heeft gebracht waardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten was (door zwaar vuurwerk door de brievenbus van het pand van [bedrijf] op [adres 2] te doen), of daar subsidiair aan medeplichtig is geweest door vuurwerk ter beschikking te stellen of op de uitkijk te staan, of meer subsidiair een ruit van de voordeur en brievenbus van [bedrijf] heeft vernield;

feit 2: illegaal vuurwerk voorhanden heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 13 augustus 2020 te Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht, immers hebben verdachte en/of zijn mededader de vlam van een aansteker en/of een lucifer, althans open vuur bij de lont van zwaar vuurwerk (gelijkend op een zogenaamde Cobra) gehouden en/of vervolgens voornoemd zwaar vuurwerk door de brievenbus van het pand van [bedrijf] , gelegen aan [adres 2] , heeft gedaan/gestopt/gedeponeerd en daarvan gemeen gevaar voor voornoemd pand aan [adres 2] en/of de inventaris van voornoemd pand aan [adres 2] , in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte] op 13 augustus 2020 in de gemeente Zwolle een ontploffing teweeggebracht heeft gebracht in een pand (gelegen aan [adres 2] ), immers heeft die [medeverdachte] toen aldaar de vlam van een aansteker en/of een lucifer, althans open vuur, bij de lont van zwaar vuurwerk (gelijkend op een zogenaamde Cobra) gehouden en/of vervolgens voornoemd zwaar vuurwerk door de brievenbus van het pand van [bedrijf] , gelegen aan [adres 2] voornoemd gedaan/gestopt/gedeponeerd en daarvan gemeen gevaar voor

voornoemd pand aan [adres 2] en/of de inventaris van voornoemd pand aan [adres 2] , in elk geval gemeengevaar voor goederen, te duchten was,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest door aan die [medeverdachte] voornoemd zwaar vuurwerk ter beschikking te stellen en/of op de uitkijk te staan;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande (subsidiair ten laste gelegde) niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;

hij op of omstreeks 13 augustus 2020 te Zwolle tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk de ruit van een voordeur en/of een brievenbus, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), te weten aan [bedrijf] en/of [aangever] toebehoorde,

heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2

verdachte op of omstreeks 13 augustus 2020, in de gemeente Zwolle, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten:

- 2 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger - GIGANT MAROON) (COV pv pagina 170 tot en met 173) en/of

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger – Big Boy) (COV pagina 174 tot en met 176) en/of

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger – LITTLE JOE) (COV pagina 177 tot en met 180) en/of

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger – DELOVA RANA 3) (COV pagina 181 tot en met 184) en/of

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger- DELOVA RANA PROFI) (COV pagina 185 tot en met 188) en/of

- 5 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – BIG THUNDER) (COV pagina 189 tot en met 192) en/of

- 4 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – Cobra 20) (COV pagina 193 tot en met 197) en/of

- 9 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – Bruine vlinder) (COV pagina 198 tot en met 200) en/of

- 4 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – SCREAM 100) (COV pagina 201 tot en met 204) en/of

- 23 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – Cobra 6) (COV pagina 205 tot en met 208) en/of

- een groot aantal, althans een aantal meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – Titan 5 Bang Crackling) (COV pagina 209 tot en met 213) en/of

- een groot aantal, althans een aantal meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – MAD

BULL DOG) (COV pagina 214 tot en met 217)

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

verdachte op of omstreeks 13 augustus 2020, in de gemeente Zwolle, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- 2 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger - GIGANT MAROON) (COV pv pagina 170 tot en met 173) en/of

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger – Big Boy) (COV pagina 174 tot en met 176) en/of

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger – LITTLE JOE) (COV pagina 177 tot en met 180) en/of

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger – DELOVA RANA 3) (COV pagina 181 tot en met 184) en/of

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger- DELOVA RANA PROFI) (COV pagina 185 tot en met 188) en/of

- 5 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – BIG THUNDER) (COV pagina 189 tot en met 192) en/of

- 4 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – Cobra 20) (COV pagina 193 tot en met 197) en/of

- 9 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – Bruine vlinder) (COV pagina 198 tot en met 200) en/of

- 4 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – SCREAM 100) (COV pagina 201 tot en met 204) en/of

- 23 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – Cobra 6) (COV pagina 205 tot en met 208) en/of

- een groot aantal, althans een aantal meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – Titan 5 Bang Crackling) (COV pagina 209 tot en met 213) en/of

- een groot aantal, althans een aantal meer stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger – MAD BULL DOG) (COV pagina 214 tot en met 217)

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt het als feit 1 primair ten laste gelegde te bewijzen. Vast staat dat verdachte met de medeverdachte langs het pand van [bedrijf] heeft gelopen, waarna de ontploffing heeft plaatsgevonden. Volgens de verdachte moet die ontploffing door de medeverdachte zijn veroorzaakt, maar het kan niet anders zijn dan dat verdachte daarvan heeft geweten, aldus de officier van justitie. Het vuurwerk is immers door [naam] uit de woning van verdachte gehaald en verdachte was naar eigen zeggen bij het telefoongesprek met [naam] aanwezig toen de medeverdachte aan [naam] vroeg het vuurwerk op te halen. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat de medeverdachte boos was op [bedrijf] en dat hij wist dat de medeverdachte iets van plan was. [naam] heeft verklaard dat hij dacht dat verdachte en de medeverdachte iets gingen doen wat niet mocht toen ze hun boten verlieten, door hun manier van praten. [naam] heeft ook verklaard dat verdachte iets zei als ‘hadden we het maar niet gedaan’ toen hij terug kwam op de boot. Bovendien heeft verdachte zich ook na afloop niet gedistantieerd van de medeverdachte, en nog geprobeerd hem op te pikken met zijn boot. Volgens de officier van justitie is de rol van verdachte van voldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken. Ook het als feit 2 primair ten laste gelegde vindt officier van justitie te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Volgens de raadsvrouw is er onvoldoende bewijs voor feit 1 en moet verdachte daarvan integraal worden vrijgesproken. Op geen enkele manier heeft verdachte een aandeel bij de ontploffing gehad en zijn onwetendheid past in het beeld van verdachte dat blijkt uit het reclasseringsrapport. Wat betreft feit 2 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank overweegt dat voor een bewezenverklaring van het als feit 1 ten laste gelegde onder meer is vereist dat uit wettige bewijsmiddelen blijkt dat verdachte de ontploffing op

13 augustus 2020 bij het pand van [bedrijf] aan [adres 2] in Zwolle heeft veroorzaakt, of daarbij als medepleger of medeplichtige is betrokken. De rechtbank is van oordeel dat daarvoor geen wettig bewijs is.

Weliswaar is op camerabeelden die zijn gemaakt vanaf de woning aan [adres 3] te zien dat verdachte kort voor de ontploffing langs loopt, maar uit het dossier blijkt niet dat verdachte het vuurwerk heeft ontstoken of heeft geweten van de ontploffing. Op basis van het dossier kan niet worden geconcludeerd dat verdachte (voorwaardelijk) opzet op de ontploffing heeft gehad. Dat kan ook niet worden opgemaakt uit de verklaring van [naam] , en ook niet uit de door verdachte afgelegde verklaringen.

Dat geldt ook voor de meer subsidiair ten laste gelegde vernieling, nu uit het dossier en het requisitoir van de officier van justitie blijkt dat de als feit 1 meer subsidiair ten laste gelegde vernieling ziet op de gevolgen van de ontploffing.

Dat betekent dat de rechtbank verdachte integraal zal vrijspreken van het als feit 1 ten laste gelegde.

Ten aanzien van feit 2 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van dit feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen:

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen (over het aantreffen van het vuurwerk), pagina 158;

  • -

    het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk met bijlagen, pagina 164 tot en met 217;

  • -

    het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 december 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het als feit 2 primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

verdachte op 13 augustus 2020 in de gemeente Zwolle opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten:

- 2 stuks knalvuurwerk (banger / flashbanger - GIGANT MAROON) en

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger – Big Boy) en

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger – LITTLE JOE) en

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger – DELOVA RANA 3”) en

- 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger- DELOVA RANA PROFI) en

- 5 stuks knalvuurwerk (banger / flashbanger – BIG THUNDER) en

- 4 stuks knalvuurwerk (banger / flashbanger – Cobra 20) en

- 9 stuks knalvuurwerk (banger / flashbanger – Bruine vlinder) en

- 4 stuks knalvuurwerk (banger / flashbanger – SCREAM 100) en

- 23 stuks knalvuurwerk (banger / flashbanger – Cobra 6) en

- een groot aantal stuks knalvuurwerk (banger / flashbanger – Titan 5 Bang Crackling) en

- een groot aantal stuks knalvuurwerk (banger / flashbanger – MAD

BULL DOG)

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit, in samenhang met artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van tien maanden geëist, met een onvoorwaardelijk deel gelijk aan de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en het overige deel voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijk deel dienen wat de officier van justitie betreft de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te worden verbonden, net als een vuurwerkverbod. Daarnaast heeft de officier van justitie een taakstraf van 200 uren geëist. De officier van justitie is bij haar strafeis uitgegaan van een bewezenverklaring van feit 1 primair en feit 2 primair. Bij haar strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de relatief kleine rol die verdachte bij feit 1 heeft gespeeld, zijn blanco documentatie op dit gebied en de medewerking die hij heeft verleend bij het opstellen van een reclasseringsrapport.

7.2

Het standpunt van de verdediging

Volgens de raadsvrouw is het opleggen van bijzondere voorwaarden niet noodzakelijk, omdat verdachte al intensief wordt begeleid door het JOT en daarvan zelf ook de noodzaak ziet. Wat de verdediging betreft kan worden volstaan met een straf gelijk aan de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opslaan en voorhanden hebben van een groot aantal stuks illegaal knalvuurwerk, met een totaalgewicht van 16 kilogram. Daarbij bevonden zich onder meer 51 stuks lijst III vuurwerk, zoals Cobra 20, Cobra 6 en vlinders. Verdachte bewaarde dit vuurwerk in een verhuisdoos in zijn kamer, in een woning voor begeleid wonen. Ontploffing van deze hoeveelheid vuurwerk had grote gevolgen kunnen hebben voor de omgeving. Ook het afsteken van zulk vuurwerk brengt risico’s met zich, niet alleen voor degene die het ontsteekt, maar ook voor omstanders. Ernstige gehoorbeschadiging, zwaar lichamelijk letsel of overlijden kan daarvan het gevolg zijn. Het voorhanden hebben van zo’n hoeveelheid vuurwerk levert gevaren op voor mens en dier en veroorzaakt dus maatschappelijk onacceptabele risico’s. Vanwege de ernst van het gepleegde feit kan daarom niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank onder meer acht geslagen op het reclasseringsrapport van 13 oktober 2020. Daaruit blijkt dat bij verdachte sprake is van een verstandelijke beperking en een gering lerend vermogen. Verdachte is makkelijk beïnvloedbaar, maakt onhandige keuzes, is waarschijnlijk niet of nauwelijks in staat om consequenties van zijn bedrag te overzien en is nauwelijks in staat om voor zichzelf te zorgen. Ook op diverse andere leefgebieden zijn er problemen. Verdachte is reeds langdurig in beeld bij de zorg – hij wordt op dit moment door het JOT begeleid – en dat kan als enigszins beschermend worden gezien. Geadviseerd wordt een voorwaardelijke straf op te leggen met een aantal bijzondere voorwaarden.

Omdat de officier van justitie met haar strafeis is uitgegaan van een bewezenverklaring van ook het als feit 1 primair ten laste gelegde, zal de rechtbank komen tot een andere strafoplegging dan door de officier van justitie is geëist.

Bij het bepalen van hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd als uitgangspunt genomen. Gelet daarop acht de rechtbank alles afwegende een gevangenisstraf van twee maanden passend en geboden. Vanwege de tijd die de verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht – ongeveer 3,5 maanden – zal de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.

8 De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd dat de rechtbank de schriftelijke vordering tenuitvoerlegging van 4 december 2020 in de zaak met parketnummer 08-263502-18 afwijst.

De raadsvrouw heeft om afwijzing van de vordering verzocht.

Conform de vordering van de officier van justitie ter zitting en het verzoek van de raadsvrouw zal de rechtbank de schriftelijke vordering tenuitvoerlegging van de officier van justitie afwijzen. Daarbij heeft de rechtbank meegewogen dat de voorwaardelijk opgelegde straf is opgelegd voor het plegen van een andersoortig delict, namelijk een diefstal.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de Economische Delicten en op artikel 55 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het als feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het als feit 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 2 primair:

het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf in de zaak met parketnummer 08-263502-18

- wijst de vordering af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. J. de Ruiter-Kok en mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2021.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche IJsselland met nummer ON1R020075 Heek. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.