Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:4664

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25-05-2021
Datum publicatie
10-12-2021
Zaaknummer
8914409 \ CV EXPL 5756-20
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres is de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen niet nagekomen. Kantonrechter is voornemens de kredietovereenkomst op grond van artikel 3:40 lid 2 BW ambtshalve te vernietigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 8914409 \ CV EXPL 5756-20

Vonnis van 25 mei 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ARVATO FINANCE B.V., H.O.D.N. AFTERPAY,
gevestigd en kantoorhoudende te Heerenveen,

eiseres,

gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

niet verschenen .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het tegen gedaagde verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vordering

2.1.

Eiseres vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag van € 99,63 met rente en kosten. Eiseres legt het volgende ten grondslag aan de vordering.

2.2.

Gedaagde heeft bij een webwinkel producten geselecteerd en heeft op de website gekozen voor de betaalmethode van eiseres. Vervolgens zijn de door gedaagde ingevoerde gegevens volledig automatisch overgedragen aan eiseres en door eiseres getoetst voor acceptatie. Na acceptatie kan het bestelproces doorgang vinden, waarna de webwinkel de bestelling heeft uitgevoerd. Na verzending van de bestelling heeft eiseres per e-mailbericht een betaaloverzicht aan gedaagde verzonden. De factuur voor de geleverde producten dient binnen 14 dagen na ontvangst van de online gekochte goederen te worden voldaan aan eiseres.

2.3.

Eiseres stelt dat de webwinkel en zijzelf hebben voldaan aan de precontractuele en contractuele verplichtingen van artikel 6:230m van het Burgerlijk Wetboek (BW).

2.4.

Op de overeenkomst zijn de betalingsvoorwaarden van eiseres van toepassing. Deze voorwaarden zijn voor het sluiten van de overeenkomst aan de consument op elektronische wijze beschikbaar gesteld. De vordering is mede gebaseerd op deze betalingsvoorwaarden. Eiseres citeert in haar dagvaarding artikel 2 Wijze van betalen, artikel 6 Verzuim en artikel 4 Betaaltermijn.

2.5.

Eiseres brengt geen kosten in rekening voor de service om achteraf te betalen. Er zijn webwinkels die voor het gebruik van deze betaalmethode een vergoeding in rekening brengen. Die vergoeding varieert van € 0,95 tot ongeveer € 5,00. Nu deze kosten onbetekenend zijn en de kredietovereenkomst binnen veertien dagen dient te worden terugbetaald zijn de bepalingen van Titel 2A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (titel 7:2A BW) niet van toepassing, aldus eiseres.

2.6.

Eiseres stelt dat de grondslag van de vordering bestaat uit twee overeenkomsten, een online koopovereenkomst en een consumentenkredietovereenkomst.

3 De beoordeling

3.1.

Gedaagde is een consument, althans wordt vermoed consument te zijn.

online koopovereenkomst

3.2.

Eiseres stelt dat de verkoper aan alle precontractuele en contractuele informatie-verplichtingen heeft voldaan, maar legt daar geen stukken van over. Deze stellingen moeten ook worden gesubstantieerd met bewijsstukken, zoals algemene voorwaarden, de duurzame gegevensdrager en een al dan niet in schermafdrukken vastgelegd verslag van het bestel-proces dat de consument doorloopt, waaruit blijkt hoe en waar de betreffende informatie is verstrekt. Kort gezegd, eiseres dient inzichtelijk te maken wat de klant te zien heeft gekregen en dat daarmee aan de wettelijke verplichtingen is voldaan. Dit geldt ook indien eiseres, via een cessie of anderszins, in de rechten van de verkopende partij is getreden. Eiseres zal in de gelegenheid worden gesteld om alsnog inzichtelijk te maken dat is voldaan de wettelijke verplichtingen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol.

kredietovereenkomst

3.3.

Partijen zijn overeengekomen dat gedaagde het aankoopbedrag van de in de webwinkel bestelde goederen 14 dagen na levering van die goederen aan eiseres betaalt. Het verlenen van uitstel van betaling aan gedaagde is een vorm van kredietverstrekking.

3.4.

Op deze overeengekomen vorm van kredietverstrekking zijn op grond van artikel 7:58 lid 2 onder e BW de bepalingen van Titel 2A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing indien er geen rente of kosten of slechts onbetekenende kosten in rekening worden gebracht.

3.5.

Het doel van de richtlijn consumentenkrediet, die aan de bepalingen van titel 7:2A BW ten grondslag ligt, is het waarborgen van een hoge bescherming van de consument en te voorkomen dat kredietgevers zich inlaten met onverantwoorde lening-praktijken.

3.6.

Om een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen heeft de Uniewetgever in artikel 3, onder g, van de richtlijn consumentenkrediet (artikel 7:57 lid 1 sub g BW) het begrip totale kosten van het krediet voor de consument bijzonder ruim omschreven. Om die reden houdt het begrip geen of onbetekenende kosten in dat er hooguit sprake kan zijn van een kleine vergoeding.

3.7.

Op grond van artikel 7:57 lid 1 onder g BW wordt onder totale kosten van het krediet voor de consument verstaan: alle kosten die de consument moet maken voor een consumptief krediet, bijvoorbeeld de rente, commissielonen, administratiekosten, vergoedingen voor bemiddelaars en de kosten voor nevendiensten die een consument verplicht in combinatie met het krediet moet afnemen, waaronder verzekeringspremies, bijbehorende assurantiebelasting en de kosten voor betaalmiddelen waarmee krediet-opnemingen kunnen worden verricht.

3.8.

Dit betekent dat de door webwinkels in rekening gebrachte vergoedingen voor het gebruik van deze betaalmethode onder de kosten van het krediet vallen.

3.9.

Op grond van artikel 7:74 sub h BW vallen ook de kosten uit hoofde van het kredietrisico (dat wil zeggen risico van wanbetaling door de kredietnemer) onder het begrip kredietvergoeding en zijn daarom aan te merken als kosten van het krediet.

3.10.

Uit de door eiseres in de dagvaarding geciteerde voorwaarden blijkt dat zij in artikel 2.4 van haar algemene voorwaarden heeft bedongen dat zij eventuele kosten van betaling of andere kosten in geval van retournering van de door de consument gedane bestelling niet hoeft te restitueren. Voorts heeft zij in de artikelen 6.2 en 6.3 van de algemene voorwaarden bij overschrijding van de betalingstermijn administratiekosten bedongen. Gelet op wat hiervoor is overwogen, moeten deze kosten, naar het oordeel van de kantonrechter, gerekend worden tot de kosten van het krediet.

3.11.

Nu eiseres de bedongen kosten in haar algemene voorwaarden niet specificeert en ook geen minimum of maximum bedrag of percentage van het geleende bedrag opgenomen is, kan eiseres op grond van deze bedingen in feite ieder bedrag aan kosten bij de consument in rekening brengen. Dit betekent bovendien dat de consument uit de algemene voorwaarden zelf niet kan opmaken met welke mogelijke kosten hij nog kan worden geconfronteerd.

3.12.

De omstandigheid dat eiseres bij iedere overeenkomst in feite zelf kan beslissen of en zo ja welk bedrag aan kosten zij in rekening kan brengen, maakt dat er niet geoordeeld kan worden dat sprake is van onbetekenende kosten. De kantonrechter kan op basis van hetgeen partijen zijn overeengekomen immers niet vaststellen of er slechts sprake is van een kleine vergoeding. Bovendien kunnen er door de webshop ook nog kosten in rekening worden gebracht voor de door de eiseres aangeboden betaalmethode, maar dit wordt door eiseres onvoldoende toegelicht. Daarmee is geen sprake van de in artikel 7:58 lid 2 onder e BW bedoelde uitzondering.

3.13.

Dat eiseres geen of slechts een kleine vergoeding in rekening brengt, blijkt niet uit bovengenoemde algemene voorwaarden en ook niet uit de bij de dagvaarding overgelegde producties. Daaruit blijkt dat eiseres in totaal een bedrag van € 22,00 aan administratiekosten in rekening heeft gebracht op een krediet van € 57,89. Dat zijn naar het oordeel van de kantonrechter meer dan onbetekenende kosten. Dat deze administratiekosten bij dagvaarding niet worden gevorderd, maakt dat niet anders.

3.14.

Om die reden zijn op grond van artikel 7:58 BW de bepalingen van titel 7:2A BW op deze overeenkomst van toepassing.

3.15.

De door eiseres toegelichte wijze van contracteren voldoet naar het oordeel van de kantonrechter niet aan de wettelijke vereisten van een kredietovereenkomst.

3.16.

Dat gedaagde voor het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze is geïnformeerd over de afbetalingstermijn, de kosten van het krediet en zijn herroepingsrecht is niet komen vast te staan. Het enkel verplicht aanvinken van een link naar de algemene voorwaarden van eiseres voldoet in ieder geval niet.

3.17.

Het in het geding gebrachte e-mailbericht met een overzicht van de aankoop en vermelding van Afterpay als betalingswijze voldoet ook niet aan de essentiële contractuele informatieverplichtingen van artikel 7:60 BW.

3.18.

Voorts is niet gesteld of gebleken dat eiseres de kredietwaardigheid van gedaagde heeft getoetst. Uit de summiere stellingen van eiseres en de geciteerde algemene

voorwaarden blijkt dat er kennelijk een acceptatietoets wordt gedaan. Eiseres licht deze toets niet toe en de productie waarnaar zij verwijst betreft slechts persoonsgegevens van gedaagde.

3.19.

De kredietwaardigheidstoets heeft als doel de consument te beschermen tegen overkreditering en te voorkomen dat kredietgevers zich inlaten met onverantwoordelijke lening-praktijken. Dit risico is voor kleine leningen – zoals de onderhavige – aanwezig, omdat de door eiseres aangeboden kredieten worden afgesloten ter financiering van aankopen in een webwinkel die door de consument met voldoende kredietwaardigheid zonder lening kunnen worden aangeschaft.

voornemen vernietiging kredietovereenkomst

3.20.

Nu eiseres haar wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen niet is nagekomen, is de kantonrechter voornemens de kredietovereenkomst op grond van artikel 3:40 lid 2 BW ambtshalve te vernietigen.

3.21.

Ingevolge artikel 3:53 j° 6:203 BW moet gedaagde bij vernietiging van de overeenkomst in beginsel het geleende geld terugbetalen aan eiseres en moet eiseres de eventueel reeds betaalde krediet- en vertragingsvergoeding terugbetalen aan gedaagde.

3.22.

De zaak zal worden verwezen naar de rol om eiseres in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over vernietiging van de kredietovereenkomst.

3.23.

Tevens moet eiseres een kopie van de akte aan gedaagde toe te sturen met de mededeling dat gedaagde uiterlijk op de hieronder genoemde rolzitting op die akte kan reageren.

4. De beslissing

De kantonrechter

4.1.

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 22 juni 2021 voor het indienen van een akte door eiseres over het voornemen tot vernietiging van de kredietovereenkomst, bij welke akte zij tevens de onder 3.2. genoemde stukken kan overleggen;

4.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en door

mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2021.