Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:3531

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
14-09-2021
Datum publicatie
14-09-2021
Zaaknummer
08.124299.20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omdat hij wilde weten met wie een vrouw uit Nieuwleusen anale seks zou hebben gehad, heeft een 26-jarige man haar in haar woning op hardhandige wijze ontdaan van haar kleding, mishandeld, vastgebonden en anaal verkracht met zijn vingers. De man is hiervoor veroordeeld tot een celstraf van 530 dagen, waarvan 360 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. Zo moet de man zich laten behandelen voor bijvoorbeeld zijn agressieproblemen. Ook mag hij 3 jaar lang geen contact met de vrouw opnemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.124299.20 (P)

Datum vonnis: 14 september 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1994 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de (openbare) terechtzittingen op 19 april 2021, 6 juli 2021 en 31 augustus 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. Markink en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.G. Pekkeriet-Bischop, advocaat in Deventer, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 primair: op 7 mei 2020 in Nieuwleusen heeft geprobeerd met voorbedachten rade

[slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

subsidiair: op 7 mei 2020 in Nieuwleusen [slachtoffer] met voorbedachten rade opzettelijk heeft mishandeld;

feit 2 primair: op 7 mei 2020 in Nieuwleusen [slachtoffer] heeft verkracht door vinger(s) in de anus van [slachtoffer] te brengen;

subsidiair: op 7 mei 2020 in Nieuwleusen heeft geprobeerd [slachtoffer] te verkrachten door vinger(s) tussen de billen en/of nabij/tegen de anus te brengen;

meer subsidiair: op 7 mei 2020 in Nieuwleusen [slachtoffer] heeft aangerand door zijn vinger(s) tussen de billen en/of tegen/nabij de anus van [slachtoffer] te brengen;

feit 3: op 7 mei 2020 in Nieuwleusen [slachtoffer] heeft bedreigd met verkrachting en zware mishandeling door SMS-teksten te sturen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

primair

hij op of omstreeks 7 mei 2020 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer]

opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

(telkens)

- tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft getrapt, geschopt en/of geslagen

en/of

- in het gezicht en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vast gepakt en/of haar (vervolgens) omhoog

heeft getrokken en/of

- die [slachtoffer] aan haar (bij elkaar gebonden) benen/voeten heeft opgetild en

(vervolgens) heeft neergegooid en/of

- met zijn, verdachtes, schoen(en) op de keel van die [slachtoffer] heeft gestaan

en/of gedrukt en/of

- de keel van die [slachtoffer] (krachtig) heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt

gehouden,

- ( met veel kracht) de kleding van het lichaam van die [slachtoffer] heeft getrokken

en/of

- zijn, verdachtes, knieën op de (boven)armen heeft gezet en/of

- zijn duim(en) en/of vinger(s) (krachtig) in de oksel(s) van die [slachtoffer] heeft

gedrukt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 7 mei 2020 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, met voorbedachten rade

[slachtoffer] heeft mishandeld door (telkens)

- tegen het lichaam van die [slachtoffer] te trappen, schoppen en/of slaan en/of

- ( met veel kracht) de kleding van het lichaam van die [slachtoffer] te trekken

en/of

- in het gezicht en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer] te slaan en/of

- die [slachtoffer] bij haar keel vast te pakken en/of haar (vervolgens) omhoog te

trekken en/of

- die [slachtoffer] aan haar (bij elkaar gebonden) benen/voeten op te tillen en/of

(vervolgens) neer te gooien en/of

- met zijn, verdachtes, schoen(en) op de keel van die [slachtoffer] te gaan staan

en/of drukken en/of

- de keel van die [slachtoffer] (krachtig) dicht te drukken en/of dichtgedrukt te

houden en/of

- zijn, verdachtes, knieën op de (boven)armen te zetten en/of

- zijn duim(en) en/of vinger(s) (krachtig) in de oksel(s) van die [slachtoffer] te

drukken;

2.

primair

hij op of omstreeks 7 mei 2020 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door

- haar kleding van haar lichaam te trekken, rukken en/of scheuren en/of

- ( met een trui) haar handen, armen en/of (met een spanband) haar benen vast te binden en/of

- tegen haar gezicht en/of hoofd te slaan en/of

- tegen haar lichaam te schoppen, trappen en/of slaan en/of

- met zijn, verdachtes, schoen(en) op haar keel te gaan staan en/of drukken en/of

- haar keel dichtknijpen,

- zijn, verdachtes, vinger(s) in haar mond te stoppen en/of

- zijn, verdachtes, duimen (krachtig) in haar oksel(s) te drukken en/of

- op haar te gaan zitten en/of

- zijn, verdachtes, knieën op haar (boven)armen te zetten/drukken en/of

- het negeren van haar fysieke en/of mondelinge verzet,

in elk geval door het toepassen van veel lichamelijk geweld, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het (meermalen) in haar anus brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 7 mei 2020 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , (telkens)

- tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft getrapt, geschopt en/of geslagen

en/of

- ( met veel kracht) de kleding van het lichaam van die [slachtoffer] heeft getrokken

en/of

- in het gezicht en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgepakt en/of haar (vervolgens) omhoog

heeft getrokken en/of

- die [slachtoffer] aan haar (bij elkaar gebonden) benen/voeten heeft opgetild

en/of (vervolgens) heeft neergegooid en/of

- met zijn, verdachtes, schoen(en) op de keel van die [slachtoffer] heeft gestaan

en/of gedrukt en/of

- de keel van die [slachtoffer] (krachtig) heeft dicht gedrukt en/of dichtgedrukt

heeft gehouden en/of

- zijn, verdachtes, knieën op de (boven)armen van die [slachtoffer] heeft gezet

en/of

- zijn duim(en) en/of vinger(s) (krachtig) in de oksel(s) van die [slachtoffer] heeft

gedrukt en/of

- zijn, verdachtes, vinger(s) tussen de billen en/of nabij/tegen de anus van die

[slachtoffer] heeft gebracht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 7 mei 2020 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door

- haar kleding van haar lichaam te trekken, rukken en/of scheuren en/of

- ( met een trui) haar handen, armen en/of (met een spanband) haar benen vast te

binden en/of

- tegen haar gezicht en/of hoofd te slaan en/of

- tegen haar lichaam te schoppen, trappen en/of slaan en/of

- met zijn, verdachtes, schoen(en) op haar keel te gaan staan en/of drukken en/of

- haar keel dichtknijpen,

- zijn, verdachtes, vinger(s) in haar mond te stoppen en/of

- zijn, verdachtes, duimen (krachtig) in haar oksel(s) te drukken en/of

- op haar te gaan zitten en/of

- zijn, verdachtes, knieën op haar (boven)armen te zetten/drukken en/of

- het negeren van haar fysieke en/of mondelinge verzet,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of

meer ontuchtige handelingen, te weten het brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) tussen de billen en/of tegen/nabij de anus van die [slachtoffer] ;

3.

hij op of omstreeks 7 mei 2020 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, [slachtoffer]

schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met

- verkrachting, en/of

- feitelijke aanranding van de eerbaarheid, en/of

- zware mishandeling,

door die [slachtoffer] de (dreigende) SMS-teksten:

- ( om 14:12 uur) Zou je gewoon echt helemaal in elkaar kunnen slaan en je daarna

neuken terwijl je jankt en tegenstibbelt,

- ( om 14:13 uur) Gewoon echt verkracht als een stuk stront,

- ( om 14:14 uur) Trek je kleren kapot

- ( om 14:15 uur) Maak ik je vast,

- ( om 14:18 uur) Krijg en gewoon een harde lul van,

- ( om 14:18 uur) Ja ik ga dat doen met jou,

- ( om 15:16 uur) Ben je er klaar voor,

toe te sturen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, zoals nader omschreven in haar schriftelijk requisitoir, gevorderd de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde zware mishandeling en verkrachting bewezen te verklaren. Op basis van de beschikbare bewijsmiddelen acht zij bewezen dat verdachte aangeefster met voorbedachten rade heeft geprobeerd zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door haar keel dicht te knijpen, op haar keel te gaan staan en haar meerdere malen tegen het lichaam en gezicht te slaan en te schoppen. Daarnaast zijn de handelingen van verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm, gelet ook op de gestuurde sms-berichten, het ontkleden en vastbinden van aangeefster, erop gericht geweest om aangeefster met geweld te verkrachten. Het kan niet anders dat de wil van verdachte daarop was gericht.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd, nu aangeefster heeft verklaard zich niet bedreigd te hebben gevoeld door de door verdachte gestuurde sms-berichten.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft haar standpunt verwoord in de ter terechtzitting overgelegde pleitnota.

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Ter onderbouwing heeft zij aangevoerd dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat het handelen van verdachte een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel heeft opgeleverd. Zo is met betrekking tot het dichtdrukken van de keel onvoldoende duidelijk hoe lang dit heeft geduurd en hoe hard de keel hierbij werd dicht geknepen. Daarnaast heeft de raadsvrouw gewezen op contra indicaties ten aanzien van de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte heeft verklaard dat hij 100 kilo weegt en om die reden niet met zijn volle gewicht met zijn schoen op aangeefsters keel is gaan staan. Ten aanzien van het onder 1 subsidiair heeft zij zich, met uitzondering van de gedachtestreepjes 1, 4 en 5, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs vrijspraak bepleit. Naast de aangifte en de aanvullende verklaringen van aangeefster daarop (die niet consequent en consistent zijn) bevindt zich in het procesdossier geen enkel concreet bewijsmiddel waaruit blijkt dat verdachte met één of meer vingers op 7 mei 2020 in de anus van aangeefster heeft gezeten.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit, gelet op de verklaring van aangeefster waarin zij aangeeft dat zij zich door de sms-berichten van verdachte niet bedreigd heeft gevoeld.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van de onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade en verkrachting

[slachtoffer] heeft op 9 mei 2020 aangifte gedaan tegen [verdachte] en onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

…`Hij stond op 7 mei 2020 aan de deur bij mijn woning in Nieuwleusen. Ik heb toen de deur opengedaan. (…)Hij pakte mij om mijn keel en ik kwam op de grond terecht. Het kan ook zo zijn dat hij eerst de kleren van mijn lijf scheurde en dat ik daarna op de grond terecht kwam. Toen ik op de grond lag was mijn shirt in ieder geval opengescheurd. Ik ben op mijn buik gedraaid. (…)Terwijl ik naakt op de grond lag heb ik nog gezegd dat als hij op dat moment zou stoppen ik er niets mee zou doen. Als hij door zou gaan zou ik aangifte doen. Hij deed niets met wat ik zei, hij ging bovenop mij zitten. Op dat moment lag ik op mijn rug. Hij ging ook staan en zette zijn schoen op mijn keel. Hij gebruikte zijn volle gewicht. (…) Elke keer als ik naar boven wilde komen kreeg ik een klap in mijn gezicht.(...). Op een gegeven moment pakt hij mij op en gooit mij op de buik. Ik zag dat hij toen mijn trui pakte en hij heeft toen met die trui mijn handen op mijn rug vast gebonden. Mijn handen zaten hoog en strak vastgebonden. Ik heb nu ook echt pijn eraan en kan hem niet goed draaien. Hij heeft mij tussendoor heel vaak geslagen op mijn hoofd. Hij ging ook staan en heeft mij toen weer omgedraaid en met zijn schoen op mijn keel. Dit heeft hij meerdere keren gedaan. Hij heeft mij aan mijn rechter zijkant en onderrug geschopt. (…) Hij heeft twee keer vingers in mijn anus gedrukt. (…) Ik was heel erg aan het schoppen en hij dacht vast dat hij mijn benen moest vast maken. Voordat hij mij heeft vastgebonden heeft hij mij ook nog met de keel tegen de muur of koelkast opgetrokken. Volgens mij zat ik toen al wel vast met mijn handen. (…) Ik weet dat hij mij echt heel strak met beide handen om mijn keel tegen de koelkast aanduwde. Hij tilde mij echt op. (…) Ondertussen zat hij de hele tijd aan mijn kont te slaan (...) Ik was aan het huilen en was overstuur omdat ik op mijn buik lag en heel veel druk voelde. Hij deed toen zijn vingers in mijn kont. Ik hoorde hem zeggen “ik ga even kijken of er iemand anders in heeft gezeten”. Toen voelde hij en zei hij “ja er heeft iemand anders in gezeten”. (…) Hij heeft mij toen op mijn rug gedraaid en heeft mij toen geschopt en geslagen en met zijn voet op mijn keel gaan staan. En daarna bovenop mij gaan zitten. (…) Hij deed mijn handen naast mijn hoofd en zette zijn knieën op mijn bovenarmen. Hij gebruikte zijn gewicht om mijn armen daar te houden. Hij verdraaide mijn armen toen en ik had heel veel pijn. Ik smeekte de hele tijd om te stoppen, want het deed fucking veel pijn dat de elle bogen over de vloer rolde. (…) hij drukte vet hard met zijn duim in mijn oksel. Dat deed heel veel pijn. (…)Hij trok aan mijn wang (…) en toen ging hij mijn keel dicht knijpen met een hand misschien ook wel met twee handen (…) Toen was ik al wel zwart voor de ogen en duizelig en hij liet toen na tien seconden los. Ik heb hem de naam toen niet gegeven en toen kneep hij mijn keel weer dicht. (…) Op een gegeven moment is hij opgestaan en schopte hij mij nog. (…) 2

[slachtoffer] heeft op 6 juli 2021 een getuigenverklaring afgelegd ter terechtzitting en onder meer het navolgende verklaard, zakelijk weergegeven:

(…)Hij heeft die bewuste middag meerdere malen geprobeerd mijn keel dicht te knijpen,

hij zat toen bovenop mij. Ik kreeg hierdoor geen lucht meer en het werd zwart voor

mijn ogen. Doordat ik slap werd en mijn ogen dichtgingen, raakte hij in paniek en

liet hij los. (…) 3

De verdachte heeft ter terechtzitting van 19 april 2021, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

(…) Het klopt dat ik heb gevraagd of er iemand anders in haar anus heeft gezeten. (…)Ik verklaar daar nu over dat ik alleen richting haar anus heb gewezen. (…) Het kan inderdaad kloppen dat ik [slachtoffer] op 7 mei 2020 bij de keel heb gepakt, haar aan haar bh heb opgetild en haar weer op de grond heb laten vallen. (…) Ik heb haar keel dichtgeknepen met 1 hand. (…) Ook heb ik haar kleding uitgetrokken. Het klopt dat op het moment dat [slachtoffer] naakt op de grond lag, zij mij inderdaad tussentijds gevraagd heeft om te stoppen. (…). Ik heb enkel mijn schoen op haar keel gezet. Daarnaast heb ik haar alleen geslagen met de vlakke hand. (…) Het klopt dat ik sjorbanden heb meegenomen. (…) Het overige gedeelte in de aangifte klopt wel. (…)Ik was niet uit op seks. Ik heb mijn kleren ook niet uit gehad. (…) U, jongste rechter vraagt aan mij wat voor emotie ik hierbij had. Ik zeg u dat ik dit deed om haar te vernederen. Er zat kwaadheid achter. 4

Ten aanzien van de onder 1 primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade

Het Forensisch Geneeskundige letselverslag, van [slachtoffer] , opgemaakt door R. Meijer, FG-arts KNMG, op 10 mei 2020, houdt het volgende in:

Samenvatting van de beschrijving van de foto’s in deze letselrapportage, en t.a.v. bevindingen tijdens het FMO.

- Op de neus ter hoogte van het kraakbenige gedeelte van de neusbrug is een onderhuidse bloeding aanwezig, die aan beide zijden van de neus tot over de neusbrug aanwezig is,

- aan de linker zijde van de bovenlip is een onderhuidse bloeding aanwezig in het lippenrood,

- aan de linker hals regio is een aantal onderhuidse bloedingen aanwezig, zonder dat hierin een specifiek patroon is te zien,

- over de linker schouder is (parallel) een rode striem zichtbaar, welke tot in de oksel doorloopt,

- in de rechter elleboogsplooi is een rode striem zichtbaar, voor een deel parallel verlopend,

- aan de rechter buitenzijde van de elleboog zijn huidbeschadigingen en onderhuidse bloedingen aanwezig,

- idem voor de buitenzijde van de linker elleboog,

- verdeeld over de rug en in de beide zijden zijn op de 7 mei een aantal oppervlakkige huid beschadigingen te zien, die de 9e bijna niet zichtbaar meer waren,

- op de beide schouderbladen zijn de 9e mei (door Crime-Light) meerdere onderhuidse bloedingen gezien,

- tijdens het onderzoek met de Crime-Light, is aan de rechter onderzijde van de onderrug een onderhuidse bloeding gezien,

- aan het rechter bovenbeen, richting de lies is een half rond patroon aanwezig, met een lineaire rode huidbeschadiging waarbij korstvorming is opgetreden. 5

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte aangeefster op 7 mei 2020 met voorbedachten rade, met kracht heeft ontdaan van haar kleding en haar daarbij meerdere malen in het gezicht/tegen het hoofd en het lichaam heeft geslagen en geschopt en haar keel heeft dichtgeknepen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Poging zware mishandeling

In het letselverslag is te lezen dat er bij aangeefster sprake was van divers letsel.

Door verdachte is het verweer gevoerd dat de tenlastegelegde gedragingen met instemming van aangeefster hebben plaatsgevonden. En dat deze handelingen tijdens de seks gebruikelijk waren tussen hem en aangeefster. Aangeefster zei op die momenten wel vaker dat hij moest stoppen, maar dat hoorde bij het spel dat zij speelden. Dat er sprake was van instemming zou in de visie van de verdediging ondersteund worden door de gestuurde sms-berichten en het door aangeefster binnenlaten van verdachte in haar woning.

De rechtbank overweegt dat aangeefster in haar aanvullende verklaring ter terechtzitting op 6 juli 2021 heeft verklaard dat de situatie op 7 mei 2020 niet vergelijkbaar was met het spel dat zij speelden tijdens eerdere consensuele seks. Dat de tenlastegelegde gedragingen zonder haar instemming plaats hebben gevonden, leidt de rechtbank onder meer af uit de verklaring van aangeefster dat zij verdachte smeekte te stoppen, dat zij huilde, schreeuwde en tegenspartelde. Aangeefster huilde anders nooit tijdens de seks. Daarnaast heeft zij verklaard dat verdachte haar nooit eerder heeft vastgebonden, omdat zij claustrofobisch is. Ter terechtzitting heeft verdachte erkend dat aangeefster inderdaad niet eerder gehuild heeft tijdens de seks alsook dat hij haar niet eerder heeft vastgebonden vanwege haar claustrofobie.6

Voorwaardelijk opzet

De rechtbank is van oordeel dat verdachte met zijn handelen voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en overweegt daartoe als volgt.

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte heel erg te keer is gegaan door haar de kleren van het lijf te scheuren, te slaan, te schoppen en haar keel dicht te knijpen en dicht gedrukt te houden, totdat het aangeefster zwart voor de ogen werd. Het gedurende meerdere seconden dichtknijpen van iemands keel - op zo’n kwetsbaar onderdeel van het lichaam -, in combinatie met de diverse klappen in het gezicht en het slaan en schoppen tegen het lichaam, is naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op een bepaald gevolg – behoudens contra-indicaties – dat het niet anders kan dan dat verdachte de aanmerkelijke kans dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou oplopen bewust heeft aanvaard. Verdachte wist, gelet op zijn verklaring waarin hij heeft gezegd niet met zijn volle gewicht op aangeefsters keel te hebben gestaan omdat hij 100 kilo weegt, dat de hals een vitaal lichaamsdeel is.7 De rechtbank is van oordeel dat in de onderhavige zaak van contra-indicaties niet is gebleken.

Het verweer van de raadsvrouw dat verdachte niet de intentie had zwaar lichamelijk letsel toe te brengen en zich niet bewust is geweest van de mogelijke gevolgen, wordt dan ook verworpen.

Voorbedachten rade

Het handelen van verdachte heeft plaatsgevonden met voorbedachten rade. De rechtbank stelt dit vast aan de hand van de door verdachte gestuurde sms-berichten en zijn eigen verklaring. Voorafgaand aan het gaan naar en betreden van de woning van aangeefster, zo’n 2 uren daarvoor, heeft verdachte aangeefster berichten gestuurd waarin hij zijn komst en doel heeft aangekondigd. Verdachte heeft de sjorbanden mee genomen naar de woning van aangeefster. Daarbij komt dat verdachte heeft verklaard dat het zijn bedoeling was om aangeefster te vernederen. De rechtbank concludeert op grond van deze feiten en omstandigheden dat verdachte voorafgaand aan zijn handelen voldoende tijd heeft gehad zich te beraden op het genomen of het te nemen besluit, zodat hij gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daar rekenschap van heeft gegeven. Aldus staat voor de rechtbank vast dat het handelen van de verdachte niet het gevolg is geweest van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Er zijn geen contra-indicaties aannemelijk geworden die het aannemen van voorbedachte rade in de weg staan.

De rechtbank is op grond van hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging zware mishandeling met voorbedachten rade.

Ten aanzien van de onder 2 primair ten laste gelegde verkrachting

Op grond van de in de bewijsmiddelen weergegeven feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich op 7 mei 2020 schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van aangeefster. Hij heeft haar door geweld en andere feitelijkheden gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen bij aangeefster, immers heeft hij tegen haar wil met een of meer vingers in haar anus gezeten.

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte geweld op haar heeft toegepast om te achterhalen met wie aangeefster (anale) seks zou hebben gehad en dat hij daarbij tegen haar wil met (een) vinger(s) in haar anus is geweest. De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster betrouwbaar. Dat bedoelde seksuele handeling hardhandig en tegen de zin van aangeefster heeft plaatsgevonden, vindt naar het oordeel van de rechtbank steun in de verklaring van verdachte waarin hij ter terechtzitting van 19 april 2021 heeft verklaard haar te hebben mishandeld en naar haar anus te hebben gewezen, omdat hij wilde weten wie nog meer in haar anus had gezeten.

De rechtbank acht het ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte aangeefster middels de door verdachte gestuurde sms-berichten heeft bedreigd en spreekt hem daarvan vrij.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

primair

hij op 7 mei 2020 te Nieuwleusen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen telkens

- tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft getrapt, geschopt en geslagen

en

- in het gezicht/tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft vast gepakt en haar vervolgens omhoog

heeft getrokken en

- die [slachtoffer] aan haar bij elkaar gebonden benen heeft opgetild en

vervolgens heeft neergegooid en

- met zijn, verdachtes, schoen op de keel van die [slachtoffer] heeft gestaan

en gedrukt en

- de keel van die [slachtoffer] krachtig heeft dichtgedrukt en dichtgedrukt

gehouden,

- met veel kracht de kleding van het lichaam van die [slachtoffer] heeft getrokken

en

- zijn, verdachtes, knieën op de bovenarmen heeft gezet en

- zijn duim krachtig in de oksel van die [slachtoffer] heeft gedrukt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

primair

hij op 7 mei 2020 te Nieuwleusen door geweld of een andere feitelijkheid, te weten door

- haar kleding van haar lichaam te trekken, rukken en scheuren en

- met een trui haar handen, armen en met een spanband haar benen vast te binden en

- tegen haar gezicht en hoofd te slaan en

- tegen haar lichaam te schoppen, trappen en slaan en

- met zijn, verdachtes, schoen op haar keel te gaan staan en drukken en

- haar keel dichtknijpen,

- zijn, verdachtes, vingers in haar mond te stoppen en

- zijn, verdachtes, duim krachtig in haar oksel te drukken en

- op haar te gaan zitten en

- zijn, verdachtes, knieën op haar boven armen te zetten/drukken en

- het negeren van haar fysieke en mondelinge verzet,

in elk geval door het toepassen van veel lichamelijk geweld, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het in haar anus brengen van een of meer van zijn, verdachtes, vingers.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 242 en 303 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf:

poging tot zware mishandeling, gepleegd met voorbedachten rade

feit 2

het misdrijf:

verkrachting

Hierbij is sprake van een voortgezette handeling in de zin van artikel 56 Sr.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen:

een gevangenisstraf voor de duur van 530 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 360 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De officier van justitie heeft, verwijzend naar het advies van de reclassering, dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht gevorderd.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 170 dagen, bij een vrijspraak voor het onder feit 1 primair, feit 2 en 3 tenlastegelegde, te hoog is. Voor het voorwaardelijk strafdeel heeft zij verzocht de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd, op te leggen. Verdachte is reeds een traject bij Transfore gestart en is bereid zich te houden aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling met voorbedachte rade en verkrachting. De aanleiding daarvan was gelegen in het feit dat verdachte wilde weten met wie aangeefster (anale) seks zou hebben gehad op 5 mei 2020. Hij was boos en wilde haar vernederen. Daarbij heeft hij aangeefster in haar woning op hardhandige wijze ontdaan van haar kleding, mishandeld, vastgebonden en een of meer vingers in haar anus gebracht. Daarbij heeft hij aangeefsters keel dichtgeknepen totdat zij zwart voor de ogen werd.

Verdachte heeft op volstrekt respectloze wijze en met een verwerpelijk machtsvertoon ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster. Er was hierbij sprake van een ernstig bedreigende situatie met veel geweld, die relatief lang duurde en bovendien plaatsvond in aangeefsters eigen woning, een plek waar zij zich bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen. Naast fysiek letsel heeft verdachte haar ook psychisch leed bezorgd. Uit de slachtofferverklaring blijkt ook dat de psychische gevolgen voor aangeefster aanzienlijk zijn.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft geconstateerd dat op het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 5 juli 2021 geen veroordelingen voor strafbare feiten staan.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een Pro Justitia rapportage van het NIFP van 2 juli 2020, opgesteld door drs. N. Marker, GZ-psycholoog (hierna: PBC-rapport). Gerapporteerd is dat bij verdachte sprake is van een narcistische persoonlijkheidsstoornis en een periodiek explosieve stoornis. Daarnaast is er sprake van een lichte stoornis in het gebruik van anabole steroïden en was er sprake van een partner-relatieprobleem. De rapporteur heeft geconcludeerd dat verdachte ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten goed in staat was het ontoelaatbare van zijn handelwijze in te zien, maar dat hij ten gevolge van de beperkingen in zijn persoonlijkheidsstructuur en agressieregulatieproblematiek onvoldoende in staat was om zijn wil conform dat besef te bepalen. De rapporteur adviseert dan ook verdachte hiervoor verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De rechtbank neemt deze conclusie over en houdt hier rekening mee bij de op te leggen straf.

Reclassering Nederland heeft in haar rapportage van 7 april 2021 geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen in combinatie met bijzondere voorwaarden. Het recidiverisico ten aanzien van zedendelicten schat zij laag in, maar ten aanzien van gewelddadig gedrag schat zij dat hoger in. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte gelet op de bij hem vastgestelde stoornissen en gezien zijn leeftijd, baat kan hebben bij een behandeltraject. Daarin dient dan aandacht te zijn voor de persoonlijkheidsproblematiek, emotie- en agressieregulatie, gebrekkige coping, relatievorming, seksuele coping en – preoccupatie en onverwerkte negatieve ervaringen.

Strafoplegging

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de ernst van de strafbare feiten en de persoon van verdachte, acht de rechtbank het opleggen van een gevangenisstraf, conform de eis van de officier van justitie, aangewezen, met dien verstande dat een proeftijd van 3 jaar wat de rechtbank betreft volstaat.

De rechtbank heeft daarbij de landelijke geldende oriëntatiepunten LOVS in acht genomen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 530 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in preventieve hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 360 dagen voorwaardelijk, passend en geboden is. Dit met een proeftijd van 3 jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden – zoals geadviseerd door de reclassering - van een meldplicht, het continueren van een ambulante behandeling bij Transfore, dan wel een soortgelijke zorgverlener. Het reeds door verdachte ondergane voorarrest zal in mindering worden gebracht op de gevangenisstraf.

De rechtbank is van oordeel dat de op grond van artikel 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 14c, zesde lid, Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar moeten zijn nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van één of meer personen.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b en 14c, van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, het misdrijf: poging tot zware mishandeling, gepleegd met voorbedachten rade

feit 2, het misdrijf: verkrachting

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair en 2 primair bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 530 (vijfhonderddertig) dagen;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 360 (driehonderdzestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich, op eerste uitnodiging van de reclassering, gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht.

- zich ambulant laat behandelen door Transfore of een soortgelijke instelling, ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht. De behandeling start zodra de proeftijd begint of zoveel later als er een behandelplaats beschikbaar is voor verdachte. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.

- gedurende 3 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact op zal nemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1984), wonende in [woonplaats 2] , ook niet als deze persoon contact met verdachte zoekt of laat zoeken;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden, en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

- beveelt dat de op grond van artikel 14c Sr gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14c, zesde lid, Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. J. de Ruiter en mr. D.E. Schaap in tegenwoordigheid van mr. W. Verhagen griffier, en is in het openbaar uitgesproken op

14 september 2021.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland, district IJsselland met nummer PL0600-2020549465-2. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Pagina’s 36 en 37.

3 Zie het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 juli 2021.

4 Zie het proces-verbaal van de terechtzitting van 19 april 2021.

5 Pagina 116.

6 Zie het proces-verbaal van de terechtzitting van 31 augustus 2021.

7 Zie het proces-verbaal van de terechtzitting van 19 april 2021.