Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:3442

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-09-2021
Datum publicatie
06-09-2021
Zaaknummer
96/222824-21 en RK 21/12433
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

De raadkamer van de rechtbank Overijssel verklaart het klaagschrift ongegrond. Volgens de raadkamer is er wél gevaar voor herhaling. De raadkamer is in het licht daarvan dan ook van oordeel dat zich niet de situatie voordoet dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager in geval van een veroordeling dan wel uitvaardiging van een strafbeschikking geen langere onvoorwaardelijke rijontzegging wordt opgelegd dan de tijd dat het rijbewijs ingehouden zal zijn geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 96/222824-21

Klaagschriftnummer: RK 21/12433

Beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het klaagschrift op grond van artikel 164, achtste lid, Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van:

[klager] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] ,

verder te noemen: klager,

bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. E.M. Keulen, advocaat te Enschede.

1 Het verloop van de procedure

Het klaagschrift, gedateerd 19 augustus 2021, is op diezelfde datum op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het is ingediend namens klager door zijn raadsvrouw. Het klaagschrift zich tegen de invordering en inhouding van een rijbewijs op grond van artikel 164 WVW 1994.

Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de raadkamer van 1 september 2021. Bij de behandeling zijn de officier van justitie mr. L. van der Werff, klager en zijn raadsvrouw gehoord.

De raadkamer heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak tegen klager. De raadkamer heeft ook kennis genomen van de door de officier van justitie overgelegde conclusie met betrekking tot het al dan niet handhaven van de inhouding van het rijbewijs.

2 De standpunten van klager en zijn raadsvrouw en de officier van justitie

Standpunt klager en zijn raadsvrouw

Klager verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren en de teruggave van zijn rijbewijs te gelasten. Klager bekent dat hij onder invloed van teveel alcohol achter het stuur is gekropen en heeft spookgereden. Hij heeft hier spijt van, omdat hij de levens van andere weggebruikers ernstig in gevaar heeft gebracht. Klager hoopt echter zijn rijbewijs spoedig terug te krijgen. Hij stelt zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn eigen bedrijf in de brandbeveiliging, zodat hij zich van een inkomen kan blijven voorzien. Volgens klager en zijn raadsvrouw moet het persoonlijk belang van klager zwaarder wegen dat het belang van de verkeersveiligheid.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. Klager heeft onder invloed van teveel alcohol (925 μg/l) een personenauto bestuurd. Hij heeft daarmee de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht, temeer nu er sprake is geweest van spookrijden op een snelweg én van een eenzijdig verkeersongeval. Een onvoorwaardelijke ontzegging van tien maanden is dan ook op zijn plaats. Bovendien is er sprake van recidive ter zake van Wegenverkeerswetfeiten. Volgens de officier van justitie moet het belang van de verkeersveiligheid daarom zwaarder wegen dan het persoonlijk belang van klager.

3 De bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank Overijssel is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen.

4 De ontvankelijkheid

Het klaagschrift is ontvankelijk.

5 De beoordeling

Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de raadkamer het volgende vast.

Toetsingskader

De officier van justitie is op grond van artikel 164, vierde lid, WVW 1994 bevoegd een ingevorderd rijbewijs onder zich te houden in de gevallen bedoeld in artikel 164, tweede lid, onderdeel a, b, d, of e, WVW 1994, of indien op grond van andere feiten of omstandigheden ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de bestuurder opnieuw een feit als bedoeld in het tweede of derde lid van artikel 164 WVW 1994 zal begaan.

Ingevolge artikel 164, tweede lid, onderdeel a juncto artikel 164, vierde lid, WVW 1994 is de officier van justitie bevoegd het rijbewijs in te houden als blijkt dat het ademalcoholgehalte van de bestuurder hoger is dan 570 μg/l (microgram alcohol per liter uitgeademde lucht).

Feiten en omstandigheden

Tegen klager is een proces-verbaal opgemaakt ter zake van het rijden onder invloed op de A35 met een Volkswagen Transporter. Uit dit proces-verbaal blijkt dat klager als verdachte is aangehouden ter zake van overtreding van artikel 8 WVW 1994 (rijden onder invloed van alcohol) en 5 WVW 1994 (gevaar of hinder veroorzaken op de openbare weg). Er is een ademanalyse uitgevoerd waarbij een ademalcoholgehalte van 925 μg/l is gemeten. Uit het proces-verbaal en de getuigenverklaringen blijkt voorts dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan spookrijden middenin de nacht op een autosnelweg, waarbij klager zelf uiteindelijk een vangrail in de middenberm van de autosnelweg heeft geraakt.

Het rijbewijs van klager is in verband hiermee op 17 augustus 2021 ingevorderd. De officier van justitie heeft op 19 augustus 2021, en dus binnen tien dagen na de invordering, beslist het rijbewijs in te houden voor de duur van tien maanden (tot uiterlijk 13 juni 2022).

Overwegingen

Op grond van de eisen die artikel 164 WVW 1994 daarvoor geeft, is het rijbewijs terecht ingevorderd.

Klager stelt dat hij zijn rijbewijs nodig heeft vanwege zijn eigen bedrijf. Zijn persoonlijke belang bij teruggave van het rijbewijs weegt volgens hem daarom thans zwaarder dan het strafvorderlijk belang bij de inhouding daarvan. De raadkamer is van oordeel dat dit geenszins het geval is en overweegt daartoe het navolgende.

Klager heeft met zijn handelen de verkeersveiligheid zeer ernstig in gevaar gebracht. Zowel klager als de medeweggebruikers mogen van geluk spreken dat er geen ongeval met dodelijke afloop heeft plaatsgevonden. Voorts was klager een gewaarschuwd man. Uit het strafblad van verdachte blijkt immers dat klager zich eerder meermalen heeft schuldig gemaakt aan Wegenverkeerswetfeiten, namelijk het rijden onder invloed van alcohol en snelheidsovertredingen.

Op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden is er wél gevaar voor herhaling als bedoeld in het tweede of derde lid van artikel 164 WVW 1994. De raadkamer is in het licht daarvan dan ook van oordeel dat zich niet de situatie voordoet dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager in geval van een veroordeling dan wel uitvaardiging van een strafbeschikking geen langere onvoorwaardelijke rijontzegging wordt opgelegd dan de tijd dat het rijbewijs ingehouden zal zijn geweest. Naar het oordeel van de raadkamer dient het belang van de verkeersveiligheid bij de voortdurende inhouding van het rijbewijs daarom in situaties als de onderhavige waarin sprake is van zeer ernstige vergrijpen tegen de verkeersveiligheid, verregaand te prevaleren boven het persoonlijk belang van klager bij het terugkrijgen van zijn rijbewijs.

Ten overvloede merkt de raadkamer op dat het op geen enkele manier aan de samenleving is uit te leggen indien een persoon bij een ernstig verkeersmisdrijf als het onderhavige zijn rijbewijs zou terugkrijgen. In dit geval heeft klager toegegeven dat hij zich onder invloed van veel te veel alcohol schuldig heeft gemaakt aan spookrijden op een autosnelweg, middenin de nacht met hoge snelheid. Een auto betreft onder deze omstandigheden niets anders dan een moordwapen. Dit gedrag is volstrekt onaanvaardbaar.

Conclusie

De raadkamer is op grond van het voorgaande van oordeel dat het klaagschrift ongegrond is.

6 De beslissing

De raadkamer verklaart het klaagschrift ongegrond.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.W.M. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van

N. Klunder, griffier, ondertekend door de rechter en de griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2021.