Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:3420

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-09-2021
Datum publicatie
02-09-2021
Zaaknummer
84.119460.21 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 57-jarige melkveehouder tot een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke stillegging van zijn bedrijf voor 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De man zorgde onder andere niet voor drinkwater, geschikt voer en schone stallen voor zijn runderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige economische kamer.

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 84.119460.21 (P)

Datum vonnis: 2 september 2021

Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1964 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 augustus 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Buist, en van hetgeen wat door verdachte - bij zijn brief, met (digitale) bijlagen, van 10 augustus 2021 - naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 21 april 2021 te Haaksbergen, als houder van runderen (melkkoeien en/of kalveren), opzettelijk, er geen zorg voor heeft gedragen dat

A. negen runderen in de ligboxenstal, die ziek of gewond leken, onmiddellijk op passende wijze werden verzorgd, en/of

 tien runderen en één stier in de jongveestal en/of

 vijftien kalveren in de jongveestal en/of

 meerdere melkkoeien in de ligboxenstal

over een toereikende behuizing beschikte(n) onder voldoende hygiënische omstandigheden en/of

vier kalveren in de ligboxenstal en/of meerdere runderen in de jongveestal een toereikende hoeveelheid gezond en voor de soort en de leeftijd geschikt voer kregen en/of

twaalf kalveren in de jongveestal en/of de ligboxenstal toegang hadden tot voldoende water van passende kwaliteit;

terwijl die overtredingen plaatsvonden in de uitoefening van een bedrijf waar dieren worden gehouden.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 21 april 2021 te Haaksbergen, in de gemeente Haaksbergen, als houder van een of meer runderen (melkkoeien en/of kalveren), al dan niet opzettelijk, er geen zorg voor heeft gedragen dat

A.

9, althans een of meer runderen (met werknummer 4226, 4301, 4185, 4280, 4289, 4211, 4212, 4165 en/of 4179) in de ligboxenstal (zie proces-verbaal pagina 4) die in meer of mindere mate (extreem) kreupel was/waren en/of op drie poten liep(en) en/of te lange klauwen had(den) en/of de runderen met werknummer 4226 en/of 4301 die niet was/waren afgezonderd (van het koppel), zijnde (een) dier(en) die/dat ziek of gewond le(e)k(en), onmiddellijk op passende wijze werd(en) verzorgd, en/of

B.

- 10, althans of meer runderen (jongvee) en/of 1 stier in een hok in de jongveestal (zie proces-verbaal pagina 4) over een toereikende behuizing beschikte(n) onder voldoende hygiënische omstandigheden, aangezien dat/die runderen (jongvee) en/of stier niet de beschikking hadden over een droge en/of schone en/of hygiënische ligplaats, immers stond er een dunne laag mest van enkele centimeters boven de roostervloer en/of was/waren de ligbox(en) bevuild met natte mest, en/of

- ( in totaal) 15, althans een of meer runderen (kalveren) in vier strohokken in de jongveestal (zie proces-verbaal pagina 4) over een toereikende behuizing beschikte(n) onder voldoende hygiënische omstandigheden, aangezien dat/die kalveren niet de beschikking hadden over een droge en/of schone en/of hygiënische ligplaats, immers was de bodem van die hokken (grotendeels) bedekt met een laag natte mest en/of waren de hokken te nat en/of was/waren de kalveren aan de knieën, buiten en/of onderpoten bevuild met opgedroogde en/of natte mest, en/of

- een of meer runderen (melkkoeien) in de ligboxenstal (zie proces-verbaal pagina 4) over een toereikende behuizing beschikte(n) onder voldoende hygiënische omstandigheden, aangezien dat/die melkkoeien niet de beschikking hadden over een droge en/of schone en/of hygiënische ligplaats, immers lag in de ligboxen veel mest en/of was/waren de roostervloer(en) tussen de ligboxen bevuild met veel mest vermengd met stro, en/of

C.

- ( in totaal) 4, althans een of meer runderen (kalveren) in twee strohokken in de ligboxenstal (zie proces-verbaal pagina 6) een toereikende hoeveelheid gezond en voor de soort en de leeftijd geschikt voer kregen/kreeg toegediend op een wijze die past bij het ontwikkelings-stadium van het dier, immers waren oude, beschimmelde, warme en/of stinkende voerresten aanwezig in de voerbakken, en/of

- een of meer runderen in de jongveestal (zie proces-verbaal pagina 6) een toereikende hoeveelheid gezond en voor de soort en de leeftijd geschikt voer kregen/kreeg toegediend op een wijze die past bij het ontwikkelingsstadium van het dier, immers lag plastic folie op de voerplaatsen van de runderen en/of hapten/vraten runderen (in) dat plastic, en/of

D.

(in totaal) 12, althans een of meer runderen (kalveren) in 4 strohokken in de jongveestal en/of de ligboxenstal (zie proces-verbaal pagina 4), toegang had(den) tot een toereikende hoeveelheid water van passende kwaliteit of op een andere wijze aan hun behoefte aan water konden voldoen, immers stond in twee hokken een lege specieton en/of stonden in twee hokken geen (drink)bakken,

zulks terwijl voornoemde overtreding(en) plaatsvond(en) in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, van de Wet dieren aangewezen soorten of categorieën worden gehouden.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsmotivering

4.1

Inleiding

Op 21 april 2021, ’s middags om 13:05 uur, is [verbalisant] , (buitengewoon opsporings)ambtenaar van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), in opdracht van de officier van justitie, op bezoek gegaan bij de veehouderij ‘ [veehouderij] ’ van verdachte, te Haaksbergen, in het kader van Dierenwelzijn - controle.

Bij de controle waren aanwezig de officier van justitie, mr. Van Ieperen, en drs. [dierenarts NVWA] , toezichthoudend dierenarts en werkzaam bij de NVWA.

Bij aankomst op het bedrijf trof [verbalisant] verdachte, vergezeld door een bekende van hem, mevrouw [naam] . Verdachte liet gelijk weten dat hij het werk in de stallen nog niet af had en dat in de jongveestal de mest boven de roostervloer stond.

[verbalisant] en drs. [dierenarts NVWA] voornoemd hebben hun bevindingen vastgelegd in een proces-verbaal van bevindingen van de NVWA, respectievelijk een veterinaire verklaring.1

De officier van justitie heeft haar bevindingen eveneens vastgelegd, en wel in een aanvullend proces-verbaal van bevindingen ‘Controle [verdachte] d.d. 21 april 2021’. In dit proces-verbaal wordt gerelateerd dat verdachte bij aanvang van het controlebezoek aangaf zijn eigen dierenarts ( [dierenarts] ) te gaan bellen en zei dat mevrouw [naam] video-opnames zou maken. Verder blijkt uit het proces-verbaal van de officier van justitie dat mevrouw [naam] direct nadat de verbaliserend ambtenaar van de NVWA, samen met drs. [dierenarts NVWA] en de officier van justitie één van de schuren had betreden, begon met het instrooien van de hokken, en het geven van voer en water aan de koeien en kalveren. De situatie werd dus tijdens de controle aangepast door verdachte en [naam] . Tijdens het bezoek van de NVWA arriveerde ook dierenarts [dierenarts] . Op dat ogenblik waren een aantal kalveren zojuist voorzien van water, voer en nieuw strooisel.

Tijdens de inspectie van de NVWA werden verschillende zaken geconstateerd die duidden op een - mogelijke - overtreding van voorschriften van het Besluit houders van dieren.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezenverklaard.

De officier van justitie heeft daarbij verwezen naar de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van de NVWA, waarvan de inhoud steun vindt in - onder meer - de veterinaire verklaring van de toezichthoudend dierenarts drs. [dierenarts NVWA] , het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van de (collega)officier van justitie en de zich in het dossier bevindende foto’s van de op 21 april 2021 door de NVWA aangetroffen situatie.

4.3

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft de rechtbank een schrijven doen toekomen, gedateerd 10 augustus 2021, met als aanhef: ‘Verweerschrift strafzaak zaaknr. 84-119460-21’, een handgeschreven stuk van vier pagina’s, met als bijlagen, onder meer, enkele verslagen van dierenartsen en een reeks visiteformulieren van [dierenarts] .

In dit schrijven heeft verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde onder meer het volgende – hier verkort weergegeven – aangevoerd:

 tegenover de bevindingen van de NVWA met betrekking tot de op 21 april 2021 aangetroffen situatie staan de bevindingen van onder meer de dierenartsen drs. [dierenarts] , drs. [dierenarts] en oud praktiserend dierenarts [dierenarts] ; zij zijn met betrekking tot de situatie op het bedrijf op 21 april 2021 tot heel andere vaststellingen gekomen dan de NVWA;

 uit het logboek ‘bekappen’ blijkt dat de laatste bekapbeurt slechts 17 dagen voorafgaand aan het bezoek van de NVWA had plaatsgevonden, op 12 april 2021;

 de NVWA heeft de veehouderij van verdachte opnieuw bezocht op 1 juli 2021, tijdens welk controlebezoek geen tekortkomingen werden geconstateerd.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van relevante feiten en omstandigheden zoals die blijken uit de inhoud van de hierna weergegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Uit een uittreksel van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel met betrekking tot veehoudersbedrijf ‘ [veehouderij] ’ blijkt als volgt.

Rechtsvorm: Eenmanszaak.

Vestigingsadres: [adres] .

Datum inschrijving: 30 december 2014 (tevens datum start onderneming).

Bedrijfsactiviteit: Houden van melkvee; overige vleesveehouderij, zoogkoeienbedrijf; fokken en houden van melkvee en rundvee.

Eigenaar: [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1964.2

Uit het proces-verbaal van bevindingen van de NVWA en de veterinaire verklaring van toezichthoudend dierenarts, drs. [dierenarts NVWA] , blijkt ten aanzien van hun bevindingen tijdens het controlebezoek op 21 april 2021 het volgende.

(A)

Verbalisant [verbalisant] zag in de ligboxenstal bij de melkkoeien meerdere runderen met poot/klauwproblemen. Er liepen meerdere runderen met te lange klauwen. [verbalisant] zag twee runderen die extreem kreupel waren, die op drie poten liepen; zij belastten één poot niet (de runderen met de merken met werknummers 4226 en 4301). Zij waren dusdanig kreupel dat zij van het overige vee afgezonderd hadden moeten zijn, om rustig te kunnen herstellen en op een passende wijze te kunnen worden verzorgd.

[verbalisant] zag bovendien dat in de ligboxenstal meer runderen aanwezig waren die kreupel waren en/of te lange klauwen hadden, te weten de runderen met de werknummers: 4185, 4280, 4289, 4211, 4212, 4165 en 4179.3

[verbalisant] constateerde dat bij de melkkoeien in de ligboxenstal 41 runderen stonden terwijl sprake was van 38 ligplaatsen. Enkele box-afscheidingen waren verschoven, waardoor drie van die ligplaatsen niet gebruikt konden worden als ligplaats. Voor 41 runderen waren dus 35 ligplaatsen beschikbaar.

De NVWA heeft de werknummers genoteerd van de koeien waarbij op het eerste oog overduidelijke klinische gebreken waren te zien. Als oorzaak voor de klinische gebreken bij de runderen werden management-technische zaken geconstateerd zoals: overbezetting, besmettelijke klauwaandoeningen, doodlopende stukken, looproute-gebreken (onder andere te smalle paden).

De ligboxenstal bood onvoldoende mogelijkheid voor de koeien met de klauwproblemen om te herstellen (geen ziekenboeg/ zachte ondergrond).4

(B)

[verbalisant] zag in de jongveestal dat runderen in die stal, aan de linkerkant, en de kalveren in de strohokken geen schone, droge en hygiënische ligplaats en huisvesting hadden.

Aan de linkerkant in die jongveestal werden in een hok met ligboxen en, tussen de ligboxen en het voederhek, op een roostervloer tien stuks jongvee en een stier gehouden. [verbalisant] zag dat boven de roostervloer een laag dunne mest lag van enkele centimeters en hij zag dat de ligboxen bevuild waren met natte mest.5

In de jongveestal werden in vier strohokken respectievelijk zes, vier, drie en twee kalveren gehuisvest. De bodem van de hokken was grotendeels bedekt met een laag natte mest. Slechts hier en daar was een klein beetje stro zichtbaar. De hokken waren te nat en de kalveren waren aan de knieën, buiken en poten aan de onderkant bevuild, met opgedroogde en met natte mest.6

Ook in de ligboxenstal hadden meerdere melkkoeien niet de beschikking over een schone, droge en hygiënische ligplaats. In de ligboxen lag veel mest en de roostervloer tussen de ligboxen was bevuild met veel mest, vermengd met stro.7

( C)

Tijdens de controle werd geconstateerd dat in de ligboxenstal sprake was van oude, beschimmelde, warme en stinkende voerresten in de voerbakken van de kalveren in de twee strohokken met twee keer twee kalveren. Onder vers voer zaten oude voerresten.

Bij aanvang van de controle werd in de jongveestal aan de linkerkant gezien dat op de voerplaatsen van de runderen plastic folie lag, waar de runderen van aan het vreten waren.8

(D)

Tijdens de controle werd verder nog gezien dat voor de kalveren in vier strohokken in de jongveestal en in de ligboxenstal geen water beschikbaar was. In de strohokken stonden respectievelijk zes (midden voergang), twee (rechts achterin), twee (op voergang in de ligboxenstal) en nog eens twee (op voergang in de ligboxenstal) kalveren.

In twee hokken stonden speciekuipen, bestemd voor het verstrekken van water. Deze waren leeg. In de twee strohokken in de ligboxenstal stonden helemaal geen bakken voor water.9

Ten aanzien van het verweer.

De rechtbank houdt bij haar oordeel rekening met de inhoud van het schrijven van verdachte van 10 augustus 2021, en de daarbij toegezonden bevindingen van, onder meer, de dierenartsen drs. [dierenarts] , drs. [dierenarts] en oud praktiserend dierenarts [dierenarts] . De bevindingen van deze dierenartsen doen evenwel niet af aan de bevindingen van de toezichthouder van de NVWA en drs. [dierenarts NVWA] naar aanleiding van hun (onaangekondigde) bezoek op 21 april 2021 vanaf 13:05 uur, die steun vinden in het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van de officier van justitie.

Uit het dossier blijkt dat de bevindingen van de dierenartsen [dierenarts] , [dierenarts] en Cremers (mede) zien op de situatie zoals aangetroffen tijdens dan wel ná het controlebezoek van de NVWA, waarbij duidelijk is dat nog tijdens het bezoek van de NVWA – en vóór het arriveren van dierenarts [dierenarts] – de situatie door verdachte en/of mevrouw [naam] in meerdere opzichten is aangepast/verbeterd. De runderen zijn tijdens de inspectie immers alsnog voorzien van nieuw strooisel, voer en water, zo blijkt uit het proces-verbaal van de officier van justitie.

Ook hetgeen verdachte heeft aangevoerd met betrekking tot de notities in het logboek ‘bekappen’ en met betrekking tot een door de NVWA meer dan twee maanden later, op 1 juli 2021, afgelegd controlebezoek – toen geen tekortkomingen (meer) zijn geconstateerd – kan niet afdoen aan de op 21 april 2021 door de NVWA geconstateerde tekortkomingen met betrekking tot een aantal - basale - vereisten op het gebied van de verzorging van runderen.

De verweren worden gelet op het voorgaande verworpen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 21 april 2021 te Haaksbergen, in de gemeente Haaksbergen, als houder van runderen (melkkoeien en/of kalveren), opzettelijk, er geen zorg voor heeft gedragen dat

A.

9 runderen (met werknummer 4226, 4301, 4185, 4280, 4289, 4211, 4212, 4165 en/of 4179) in de ligboxenstal die in meer of mindere mate (extreem) kreupel waren en/of op drie poten liepen en/of te lange klauwen hadden en de runderen met werknummer 4226 en/of 4301 die niet waren afgezonderd (van het koppel), zijnde dieren die ziek of gewond leken, onmiddellijk op passende wijze werden verzorgd, en

B.

- 10 runderen (jongvee) en 1 stier in een hok in de jongveestal over een toereikende behuizing beschikten onder voldoende hygiënische omstandigheden, aangezien die runderen (jongvee) en stier niet de beschikking hadden over een droge en/of schone en/of hygiënische ligplaats, immers stond er een dunne laag mest van enkele centimeters boven de roostervloer en waren de ligboxen bevuild met natte mest, en

- 15 runderen (kalveren) in vier strohokken in de jongveestal over een toereikende behuizing beschikten onder voldoende hygiënische omstandigheden, aangezien die kalveren niet de beschikking hadden over een droge en/of schone en/of hygiënische ligplaats, immers was de bodem van die hokken (grotendeels) bedekt met een laag natte mest en waren de hokken te nat en/of waren de kalveren aan de knieën, buiken en/of de onderpoten bevuild met opgedroogde en/of natte mest, en

- meer runderen (melkkoeien) in de ligboxenstal over een toereikende behuizing beschikten onder voldoende hygiënische omstandigheden, aangezien die melkkoeien niet de beschikking hadden over een droge en/of schone en/of hygiënische ligplaats, immers lag in de ligboxen veel mest en was de roostervloer tussen de ligboxen bevuild met veel mest vermengd met stro,

en

C.

- ( in totaal) 4 runderen (kalveren) in twee strohokken in de ligboxenstal een toereikende hoeveelheid gezond en voor de soort en de leeftijd geschikt voer kregen toegediend op een wijze die past bij het ontwikkelingsstadium van het dier, immers waren oude, beschimmelde, warme en/of stinkende voerresten aanwezig in de voerbakken,

en

- meer runderen in de jongveestal een toereikende hoeveelheid gezond en voor de soort en de leeftijd geschikt voer kregen toegediend op een wijze die past bij het ontwikkelingsstadium van het dier, immers lag plastic folie op de voerplaatsen van de runderen en/of hapten/vraten runderen (in) dat plastic, en

D.

(in totaal) 12 runderen (kalveren) in 4 strohokken in de jongveestal en/of de ligboxenstal, toegang hadden tot een toereikende hoeveelheid water van passende kwaliteit of op een andere wijze aan hun behoefte aan water konden voldoen, immers stond in twee hokken een lege specieton en stonden in twee hokken geen (drink)bakken,

zulks terwijl voornoemde overtredingen plaatsvonden in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, van de Wet dieren aangewezen soorten of categorieën worden gehouden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij verdachte daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 1 onder 2 van de Wet op de economische delicten juncto artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, juncto artikel 1.7 onder c, d, e, en f van het Besluit Houders van dieren.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d, van de Wet Dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid Wet dieren, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van drie jaren, en een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis, en daarnaast dat als bijkomende straf de onderneming van verdachte zal worden stilgelegd voor de duur van zes maanden.

7.2

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte, eigenaar van een veehoudersbedrijf, is in april 2021 in meerdere opzichten tekort geschoten in de zorg voor een aantal van hem afhankelijke runderen.

Tijdens een onaangekondigd controlebezoek van de NVWA bleek dat een flink aantal runderen niet de beschikking had over droge en hygiënische huisvesting, dat enkele dieren met fysieke problemen zoals kreupelheid en/of te lange klauwen, geen passende verzorging kregen, dat het aangeboden voer ongeschikt was en dat een aantal runderen geen beschikking had over drinkwater.

Het bedrijf van verdachte heeft sinds enige tijd de aandacht van het openbaar ministerie en de NVWA.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie gedateerd 12 juli 2021.

Hieruit blijkt - onder meer - dat verdachte bij vonnis van de meervoudige economische strafkamer van de rechtbank Overijssel van 13 september 2019 is veroordeeld ter zake van een reeks soortgelijke feiten is veroordeeld tot een taakstraf, een geldboete en één jaar voorwaardelijke stillegging van de onderneming met een proeftijd van drie jaar. Weliswaar is genoemd vonnis ten tijde van onderhavige uitspraak (nog) niet onherroepelijk geworden – tegen het vonnis werd door verdachte hoger beroep ingesteld – zodat op grond van die zaak niet kan worden geconcludeerd dat sprake is van recidive, echter verdachte was in elk geval een gewaarschuwd mens.

Dit geldt temeer gelet op een aantal beslissingen die hebben geleid tot voorwaardelijke sepots, genomen op 13 januari 2021, onder meer ter zake van een soortgelijk strafbaar feit als hier aan de orde. Ondanks deze waarschuwingen heeft verdachte zich in meerdere opzichten niet aan de regelgeving in het kader van dierenwelzijn gehouden.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met het standpunt van verdachte - ter terechtzitting niet verschenen – zoals verwoord in zijn schrijven van 10 augustus 2021 en de daarbij gevoegde bijlagen. Verdachte ontkent de door de NVWA op 21 april 2021 geconstateerde tekortkomingen op zijn bedrijf en/of bagatelliseert deze.

De rechtbank begrijpt uit het schrijven van verdachte dat hij een eigen visie heeft waar het gaat om maatregelen op het gebied van verzorging van runderen, die nodig of gewenst zouden zijn vanuit het oogpunt van dierenwelzijn. De rechtbank tekent hier echter bij aan dat duidelijk moge zijn dat verdachte, hoezeer hij mogelijk ook de noodzaak en het nut van een aantal door de wetgever - in het kader van het dierenwelzijn - opgestelde bepalingen in twijfel trekt, zich als elke andere veehouder, aan die regelgeving dient te houden.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging in het voordeel van verdachte rekening met de inhoud van de door verdachte bij schrijven van 10 augustus 2021 overgelegde stukken, waarin opmerkingen staan met betrekking tot de algehele – voldoende tot goede - conditie van de runderen op het bedrijf. In het door verdachte overgelegd visiteformulier van 21 april 2021, opgemaakt door [dierenarts] , dierenarts van verdachte, wordt opgemerkt dat de runderen op het bedrijf op 21 april 2021, behoudens uitzonderingen, ‘in een goede tot zeer goede conditie zijn’. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat blijkens de veterinaire verklaring van toezichthoudend dierenarts bij de NVWA, drs. [dierenarts NVWA] , de runderen op 21 april 2021, afgezien van de geconstateerde tekortkomingen, over het algemeen in een normale tot goede lichamelijk conditie verkeerden alsmede dat uit een visiteformulier van dierenarts [dierenarts] blijkt dat de NVWA op 1 juli 2021 opnieuw een controlebezoek heeft afgelegd aan het bedrijf, tijdens welk bezoek geen tekortkomingen zijn geconstateerd. Op 1 juli 2021 werd de box-bedekking goed en schoon bevonden en verkeerde zowel het melkvee als het jongvee in een goede conditie, aldus [dierenarts] .

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft Reclassering Nederland adviezen uitgebracht, te weten een advies van 2 augustus 2018 en een daarop aanvullend advies van 9 augustus 2021, opgemaakt door P.W. Stegehuis, reclasseringswerker.

Uit deze adviezen blijkt als volgt.

Verdachte woont alleen en hij is druk met zijn bedrijf. In zijn vrije tijd ziet hij vrienden of familie. Verdachte ervaart de controles en de tenlastelegging als een aanval op zijn persoon en zijn bedrijf. Er is geen sprake van antisociaal gedrag, maar het zit in het karakter van verdachte om terug te vechten als hij meent onheus of onrechtvaardig te worden bejegend. Hij heeft zo zijn eigen ideeën en argumenten, waarom voor de runderen iets wel of niet goed zou zijn. Van een patroon kan volgens de reclassering niet worden gesproken; behoudens het tenlastegelegde is geen sprake van problemen of gesignaleerde criminogene factoren.

In contact met de reclassering is verdachte meewerkend. De reclassering kan, wegens de ontkennende houding van verdachte, niet een verband leggen tussen het ten laste gelegde strafbare handelen en de verschillende leefgebieden. Het recidiverisico is hierdoor ook niet goed in te schatten. Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou voor het bedrijf funest zijn, aldus de reclassering, aangezien verdachte voornamelijk alleen werkt. Verdachte wordt in staat geacht een taakstraf te verrichten.

De rechtbank ziet in de inhoud van genoemde stukken - in samenhang bezien – in onderhavige zaak geen redenen voor de oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf en/of de onvoorwaardelijke stillegging van het bedrijf.

De rechtbank hecht er daarbij wel aan verdachte erop te wijzen dat hij, als bedrijfsmatig houder van dieren, er zorg voor dient te dragen - en er verantwoordelijk voor is en blijft - dat de bedrijfsvoering waaronder de verzorging van zijn vee voortdurend en structureel op orde is; dus niet slechts op die momenten die verdachte bepaalt.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting dan ook medegedeeld dat, mocht de rechtbank het bedrijf van verdachte niet stilleggen zoals door hem gevorderd, verdachte (her-)controles kan verwachten, op onaangekondigde, door de officier van justitie in samenspraak met de NVWA, te bepalen tijdstippen.

De rechtbank komt, alles afwegende, tot oplegging van een taakstraf van 120 uren in combinatie met - als een waarschuwing aan verdachte om niet opnieuw in herhaling te vervallen - als bijkomende straf een voorwaardelijke stillegging van de onderneming voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van drie jaren.

Die straf acht de rechtbank, alles afwegende, passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, en 91 Sr en de artikelen 2, 6 en 7 van de Wet op de economische delicten.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf:

overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d, van de Wet Dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid Wet dieren, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

- bepaalt dat als bijkomende straf aan verdachte wordt opgelegd:

de voorwaardelijke stillegging van de onderneming voor de duur van 6 (zes) maanden;

De rechter kan de tenuitvoerlegging van deze bijkomende straf gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde(n) niet is nagekomen:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Manuel, mr. M.B. Werkhoven en mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Westerlaak, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 september 2021.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Procesverbaal van bevindingen, [verbalisant] , buitengewoon opsporingsambtenaar van de NVWA, rapportnummer 129331) opgemaakt en gesloten op 3 mei 2021, en veterinaire verklaring drs. [dierenarts NVWA] , opgemaakt en gesloten op 28 april 2021, bijlage 1 bij het proces-verbaal van [verbalisant] (pag. 8 - 14).

2 Uittreksel Kamer van Koophandel, Bijlage 9 bij het proces-verbaal van bevindingen van de NVWA van [verbalisant] , pag. 38-39.

3 Procesverbaal van bevindingen, [verbalisant] , NVWA, opgemaakt en gesloten op 3 mei 2021, pag. 3 onderaan en 4 onderaan, en veterinaire verklaring drs. [dierenarts NVWA] , opgemaakt en gesloten op 28 april 2021, pag. 10 bovenaan.

4 Procesverbaal van bevindingen van [verbalisant] , pag. 3 onderaan en 5, vierde en vijfde alinea, en veterinaire verklaring drs. [dierenarts NVWA] , pag. 10 onderaan en 11 bovenaan en 11 laatste alinea.

5 Procesverbaal van bevindingen van [verbalisant] , pag. 3 onderaan en 4 bovenaan, veterinaire verklaring drs. [dierenarts NVWA] , pag. 8 onderaan, visiteformulier dierenarts [dierenarts] van 21 april 2021, pag. 2, en foto’s pag. 15.

6 Procesverbaal van bevindingen van [verbalisant] , pag. 4 eerste alinea, veterinaire verklaring drs. [dierenarts NVWA] , pag. 9 bovenaan (onder ‘Strohokken’) en foto’s pag. 17, 18 en 19.

7 Procesverbaal van bevindingen van [verbalisant] , pag. 4 tweede alinea, veterinaire verklaring drs. [dierenarts NVWA] , pag. 9 onderaan en foto’s pag. 20-21.

8 Procesverbaal van bevindingen van [verbalisant] , pag. 6 bovenaan en veterinaire verklaring drs. [dierenarts NVWA] , pag. 9 onderaan onder ‘Ligboxenstal’, en foto’s pag. 31-32.

9 Procesverbaal van bevindingen van [verbalisant] , pag. 4 halverwege en veterinaire verklaring drs. [dierenarts NVWA] , pag. 9 onder ‘Strohokken’, halverwege, onder ‘Ligboxenstal’ en foto’s pag. 17 en 22.