Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:3301

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-08-2021
Datum publicatie
24-08-2021
Zaaknummer
C/08/260397 / HA ZA 21-17
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanbod aan 1 partij gestuurd, maar bedoeld voor 2 partijen. Aanbod was bij 2e partij bekend en aanvaarding zag dus op dat aanbod, althans wederpartij mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat aanbod was aanvaard. 3:33 en 3:35 BW. Stilzwijgende aanvaarding aanbod tot afstand om niet. 6:160 lid 2 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/260397 / HA ZA 21-17

Vonnis van 18 augustus 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap TNT EXPRESS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

advocaat mr. A.M. van Heest te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap FLOORNET B.V.,

gevestigd te Genemuiden,

gedaagde,

advocaat mr. H.E. ter Horst te Zwolle.

Partijen zullen hierna TNT en Floornet genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 april 2021 en de daarin genoemde processtukken

  • -

    de beslagstukken van de zijde van TNT

  • -

    de pleitnota van de zijde van TNT

  • -

    de mondelinge behandeling van 1 juni 2021.

1.2.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

TNT is een onderneming die zich onder meer bezighoudt met het vervoer van pakketten.

2.2.

Floornet drijft een onderneming die zich met name richt op de online verkoop van kunstgras aan klanten in Nederland, Duitsland en België. Zij maakt voor haar transport gebruik van de diensten van vervoerders.

2.3.

In mei of juni 2019 heeft op het kantoor van Intercontinental Trading Company B.V. (hierna te noemen: ITC) te Genemuiden een gesprek plaatsgehad met TNT, waarbij ook de heer [A] van Floornet (hierna te noemen: [A] ) aanwezig was. [A] heeft in dat gesprek kenbaar gemaakt dat Floornet – net als ITC – niet tevreden was met de dienstverlening van (een van) haar huidige vervoerder(s) [naam vervoerder] omdat deze piektoeslagen rekende en dat zij voor het vervoer van specifieke rollen kunstgras mogelijk wilde overstappen naar TNT.

2.4.

Na dit gesprek heeft TNT een bedrijfsbezoek gebracht aan Floornet en heeft Floornet TNT informatie toegestuurd over de prijzen die [naam vervoerder] aan haar berekende.

2.5.

TNT en ITC hebben op enig moment een (raam-)overeenkomst gesloten met als ingangsdatum 9 december 2019. Op (de eerste) pagina 4 van deze overeenkomst staat onder meer vermeld dat elke zending onderworpen is aan de algemene vervoersvoorwaarden van TNT die van toepassing zijn op de datum van verzending en dat er brandstoftoeslagen van toepassing zijn. Ook is de formule voor de berekening van het volumetrisch gewicht opgenomen, waarbij vermeld staat dat het volumetrisch gewicht alleen gebruikt wordt voor het berekenen van de kosten als dit hoger is dan het werkelijke gewicht. Op de twee volgende pagina’s van de overeenkomst staat een aantal toeslagen vermeld, waaronder een toeslag voor levering op een privé-adres, voor manuele sortering en voor buitenmaatse afmetingen.

2.6.

Op 2 december 2019 heeft op het kantoor van Floornet een bespreking tussen partijen plaatsgehad. Tijdens die bespreking zijn twee prijslijsten van TNT besproken die Floornet via ITC had ontvangen en zijn partijen overeengekomen dat TNT voor Floornet vervoersactiviteiten zou gaan verrichten.

2.7.

Om gebruik te kunnen maken van de dienstverlening van TNT dient de gebruiker toegang te krijgen tot het digitale (boekings-)platform van TNT, genaamd MyTNT.

2.8.

Ten behoeve van Floornet is een MyTNT-account aangemaakt en is MyTNT geïnstalleerd op de computer(s) van Floornet. Aangezien Floornet voor het invoeren van vervoersopdrachten al gebruik maakte van het softwareprogramma Transsmart, heeft zij MyTNT vervolgens gekoppeld aan dat programma.

2.9.

Vanaf 22 januari 2020 heeft Floornet (vervoers-)opdrachten aan TNT verstrekt.

2.10.

TNT heeft in totaal 65 facturen aan Floornet verzonden voor een totaalbedrag van € 364.949,46, waarvan Floornet een bedrag van € 63.379,53 heeft voldaan.

2.11.

De “TNT Express algemene voorwaarden uitgebreide versie 2016” (hierna te noemen: de algemene voorwaarden) luiden voor zover van belang als volgt:

1. DEFINITIES

“TNT”

betekent TNT Express Worldwide B.V., alsook de dochtermaatschappijen, de werknemers, agenten en zelfstandige onderaannemers van TNT;

(…)

15. TARIEVEN EN BETALING

15.1


Als compensatie voor de Diensten die TNT levert, zal de klant de kosten van TNT (inclusief de toepasselijke toeslagen) betalen overeenkomstig de tarieven die op de Zending van toepassing zijn zoals weergegeven in het tariefoverzicht van TNT (…) of vermeld in het betreffende contract tussen de Klant en TNT.
(…)

15.5


Op de tarieven van TNT zijn indexgerelateerde brandstoftoeslagen van toepassing en TNT behoudt zich het recht voor om de brandstoftoeslagindex en -tabel te wijzigen zonder kennisgeving aan de Klant. (…)

(…)

15.7


TNT factureert ofwel op basis van het opgegeven gewicht van de Zending, ofwel op basis van het opgegeven volumegewicht van de Zending, naargelang welke het hoogste van de twee is, waarbij het volumegewicht berekend wordt volgens de conversieformule uit het tariefoverzicht van TNT. (…)

15.9


TNT behoudt zich het recht voor om bij niet-tijdige betaling van facturen interesten aan te rekenen ter hoogte van 6% bovenop de basisrente van de Europese Centrale Bank, en dit vanaf de vervaldag van de factuur tot de ontvangst van de betaling van de desbetreffende factuur. (…)

2.12.

In een e-mail van 21 juli 2020 van TNT aan Floornet staat onder meer vermeld:

(…)
De toeslagen die berekend zijn, en dan alleen de exceeded dimension en non-conveable staan niet ter discussie. Deze zijn jullie toegezegd te crediteren. De overige toeslagen blijven van kracht.
(…)

Wij beschouwen de zaak dus ook niet als afgedaan bij betaling van € 52.379,78 (exclusief btw). Zoals reeds eerder met jullie besproken wil ik de NC en ED toeslagen crediteren voor een bedrag van € 89.950,- (ex btw) en € 16.000,- (incl btw en fuel curcharge) voor de foutieve facturen.

Zoals ook met [A] besproken, zou ik dit kunnen laten crediteren wanneer jullie hiermee akkoord waren. Maar n.a.v. jullie mail heb ik dit process vast in gang gezet.

2.13.

In december 2020 heeft TNT ten laste van Floornet conservatoir derdenbeslag laten leggen onder de Rabobank.

3 Het geschil

3.1.

TNT vordert veroordeling van Floornet, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, tot betaling van een bedrag van € 322.648,65, bestaande uit een bedrag van

€ 296.071,76 aan hoofdsom, een bedrag van € 23.321,53 aan rente en een bedrag van

€ 3.255,36 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de contactuele rente, althans de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente en tot betaling van de kosten van deze procedure, de beslagkosten en nakosten daaronder begrepen.

3.2.

TNT legt kort samengevat aan haar vorderingen ten grondslag dat Floornet toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de met TNT gesloten overeenkomst(en).

3.3.

Floornet voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het in deze zaak gevorderde bedrag van € 296.071,76 aan hoofdsom betreft de door TNT aan Floornet toegezonden facturen van € 364.949,46 minus de betaling van Floornet van € 63.379,53 en een bedrag van € 5.498,17 dat betrekking heeft op facturen die nog door TNT gecorrigeerd dienen te worden.

4.2.

Floornet stelt zich op het standpunt met de betaling van het bedrag € 63.379,53 volledig aan haar betalingsverplichtingen jegens TNT te hebben voldaan. Volgens haar heeft de door TNT gevorderde hoofdsom betrekking op vijf verschillende toeslagen die partijen niet zijn overeengekomen, namelijk “exceeded dimension”, een tijdelijke toeslag, “servicelevering prive-adres”, een brandstoftoeslag en “non-conveyable”. Ook ziet de hoofdsom volgens Floornet op kosten die ten onrechte zijn berekend omdat TNT is uitgegaan van het volumetrische gewicht van de pakketten in plaats van het daadwerkelijke gewicht, zoals was afgesproken.

4.3.

Het meest verstrekkende standpunt van TNT is dat Floornet niet meer kan klagen over de facturen waarvan TNT betaling vordert, aangezien Floornet niet binnen veertien dagen na factuurdatum en niet op de juiste wijze, namelijk niet via het e-mailadres administration.nl@tnt.com, heeft gereclameerd ten aanzien van die facturen.

4.4.

De rechtbank gaat niet in dit betoog mee. Uit het door Floornet overgelegde

e-mailverkeer volgt namelijk dat zij van meet af aan tijdig heeft gereclameerd naar aanleiding van de van TNT ontvangen facturen. Voor zover reclamaties inderdaad aan het

e-mailadres administration.nl@tnt.com gericht dienden te worden, welke stelling TNT niet nader heeft toegelicht, geldt dat dit niet aan Floornet kan worden tegengeworpen. TNT heeft immers de reclamaties van Floornet in behandeling genomen en haar niet naar voornoemd e-mailadres doorverwezen.

4.5.

Tussen partijen bestaat discussie over wat zij precies met elkaar zijn overeengekomen omtrent het vervoer van de pakketten van Floornet. TNT stelt zich op het standpunt dat Floornet te kennen heeft gegeven op basis van dezelfde voorwaarden en prijzen zoals die met ITC waren overeengekomen gebruik te willen maken van de dienstverlening van TNT. De aan Floornet in rekening gebrachte prijzen waren dan ook gebaseerd op de met ITC gesloten (raam-)overeenkomst en TNT heeft ook van meet af aan mondeling aan Floornet duidelijk gemaakt dat er wel toeslagen aan de orde zouden zijn, aldus TNT. Volgens TNT was zij bovendien op grond van de artikelen 15.5 en 15.7 van de algemene voorwaarden gerechtigd toeslagen aan Floornet in rekening te brengen en te rekenen met het volumetrisch gewicht en heeft Floornet bij de installatie van MyTNT ingestemd met de toepasselijkheid van die voorwaarden. TNT voert ook aan dat Floornet die toepasselijkheid bij het plaatsen van iedere nieuwe vervoersopdracht via MyTNT heeft bevestigd, alsmede dat zij via die weg haar akkoord heeft gegeven op de voor de opdrachten geldende prijzen.

4.6.

Floornet betwist dat zij aan TNT te kennen heeft gegeven op basis van de voor ITC geldende voorwaarden en tarieven gebruik te willen maken van de dienstverlening van TNT. Volgens Floornet heeft zij met TNT geen andere tarieven afgesproken dan die vermeld staan op de prijslijsten die zij van ITC had ontvangen en is tijdens het gesprek van 2 december 2019 niet over toeslagen of het volumetrisch gewicht gesproken. Ten aanzien van de algemene voorwaarden betwist Floornet dat zij met de toepasselijkheid daarvan bij de installatie van MyTNT heeft ingestemd, aangezien niet zij maar een medewerker van TNT die installatie heeft verzorgd. Ook betwist Floornet dat zij bij iedere vervoersopdracht de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden heeft bevestigd, in welk kader zij erop wijst dat zij de vervoersopdrachten niet in MyTNT invoerde maar in het programma Transsmart. Voor zover nodig, roept Floornet de vernietiging in van artikel 15 van de algemene voorwaarden, aangezien die voorwaarden haar bij het aangaan van de overeenkomst met TNT op 2 december 2019 niet ter hand zijn gesteld.

4.7.

De rechtbank overweegt als volgt. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (artikel 6:217 BW). Van een aanbod is sprake in geval van een voorstel tot het sluiten van een overeenkomst, gericht tot één of meer bepaalde personen, dat voldoende bepaald is en waaruit de wil van de aanbieder blijkt om in geval van aanvaarding gebonden te zijn. De aanvaarding is een tot de aanbieder gerichte wilsverklaring. Aanbod en aanvaarding kunnen in beginsel in iedere vorm geschieden. De aanvaarding moet inhoudelijk met het aanbod overeenstemmen. Of hiervan sprake is, hangt af van wat partijen hebben verklaard en uit elkaars gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid (HR 17 december 1976, NJ 1977/241). Op grond van artikel 3:35 BW kan tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil. Zowel de verklaarde wil als het bij de ander opgewekte vertrouwen kan dus de rechtshandeling doen ontstaan (wilsvertrouwensleer, artikelen 3:33 jo 3:35 BW).

4.8.

Vast staat dat Floornet en ITC in hun zoektocht naar een andere vervoerder samen hebben opgetrokken en dat TNT uitsluitend aan ITC een prijsvoorstel in de vorm van een – naar de rechtbank begrijpt – (concept)overeenkomst heeft toegestuurd. Partijen zijn het erover eens dat dat aanbod ook bedoeld was voor Floornet, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank verklaart waarom TNT geen overeenkomst voor Floornet heeft opgesteld en aan haar heeft toegestuurd.

4.9.

In de tussen ITC en TNT gesloten (raam-)overeenkomst staat duidelijk vermeld welke toeslagen TNT kon berekenen en dat en wanneer zij de kosten op basis van het volumetrisch gewicht kon berekenen. Floornet heeft niet gesteld dat die overeenkomst afweek van de conceptovereenkomst, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat dit niet het geval is en ook in die overeenkomst de bepalingen omtrent de toeslagen en het volumetrisch gewicht vermeld stonden.

4.10.

Partijen verschillen van mening over wat er precies is besproken in het gesprek van 2 december 2019. Indien echter al juist is dat, zoals Floornet betoogt, tijdens dat gesprek uitsluitend de tarieven zijn besproken die vermeld stonden op de twee prijslijsten die Floornet van ITC had ontvangen en Floornet toen niet te kennen heeft gegeven op basis van de voor ITC geldende voorwaarden en tarieven gebruik te willen maken van de dienstverlening van TNT, betekende dit naar het oordeel van de rechtbank niet dat Floornet ervan mocht uit gaan dat de met TNT te sluiten overeenkomst anders zou zijn dan de conceptovereenkomst die TNT aan ITC had toegestuurd. Ter zitting is namelijk gebleken dat Floornet in de persoon van [A] van ITC het gehele prijsvoorstel van TNT – dus de gehele conceptovereenkomst – had ontvangen en dat [A] ten behoeve van het gesprek met TNT van 2 december 2019 op aanwijzing van ITC twee pagina’s van dat voorstel met daarop prijslijsten heeft uitgeprint. Floornet had dus moeten begrijpen, dat de twee prijslijsten onlosmakelijk onderdeel uitmaakten van een totaalaanbod, zoals dat was vastgelegd in de conceptovereenkomst en dat de in dat gesprek namens haar geuite aanvaarding zag op de gehele inhoud van die overeenkomst, inclusief de bepalingen omtrent de toeslagen en het volumetrisch gewicht. Voor zover zij dat niet heeft begrepen en haar wil dus niet gericht was op aanvaarding van de gehele conceptovereenkomst, is de rechtbank van oordeel dat TNT in de gegeven omstandigheden er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Floornet dat wel begreep en dat TNT dus niet de indruk hoefde te hebben dat Floornet zich alleen aan de betreffende twee prijslijsten committeerde maar aan de gehele conceptovereenkomst. Dit geldt te meer nu de door [A] geprinte pagina’s geen opeenvolgende pagina’s betreffen, maar (de eerste) pagina 3 en 13 van de conceptovereenkomst. De conclusie is dan ook dat Floornet gebonden is aan de inhoud van de door TNT aan ITC toegezonden conceptovereenkomst en dat TNT gerechtigd was toeslagen aan Floornet door te belasten en haar kosten in voorkomende gevallen te berekenen op basis van het volumetrisch gewicht van de pakketten. Dit betekent dat de door TNT gevorderde hoofdsom in beginsel toewijsbaar is.

4.11.

Floornet stelt zich echter ook nog op het standpunt dat op die hoofdsom de in de

e-mail van 21 juli 2020 genoemde crediteringen in mindering moeten worden gebracht, omdat TNT die nu eenmaal heeft toegezegd. Deze bedragen € 124.839,50 inclusief btw.

4.12.

TNT meent dat op haar geen verplichting tot creditering rust, aangezien de betreffende crediteringen onderdeel waren van een minnelijk voorstel waarvan Floornet geen gebruik heeft gemaakt.

4.13.

De rechtbank volgt dit standpunt van TNT niet. TNT heeft in haar e-mail van 21 juli 2020 verwezen naar een eerdere aan Floornet gedane toezegging omtrent het crediteren van de toeslagen voor “exceeded dimension” en “non-conveyable” en nogmaals toegezegd die toeslagen te zullen crediteren, waarbij zij kenbaar heeft gemaakt dat proces reeds in gang te hebben gezet. Die toezegging tot creditering betreft naar het oordeel van de rechtbank een aanbod tot afstand om niet als bedoeld in artikel 6:160 lid 2 BW, ten aanzien waarvan in dat artikel is bepaald dat een dergelijk aanbod als aanvaard geldt, wanneer de schuldenaar van het aanbod heeft kennisgenomen en dat niet onverwijld heeft afgewezen. Floornet heeft in een e-mail van 29 juli 2020 in reactie op de e-mail van TNT van 21 juli 2020 niet afwijzend gereageerd op de aangeboden crediteringen en in het geheel geen woorden daaraan vuil gemaakt, zodat ervan moet worden uitgegaan dat zij dat aanbod stilzwijgend heeft aanvaard. Dit betekent dat de toeslagen in kwestie zijn kwijtgescholden en dat TNT niet alsnog betaling daarvan kan vorderen. Van het gevorderde bedrag aan hoofdsom van € 296.071,76 is een bedrag van € 124.839,50 dus niet toewijsbaar.

4.14.

De conclusie uit het voorgaande is dat een bedrag van € 171.232,26 aan hoofdsom zal worden toegewezen. De overige door Floornet aangevoerde verweren kunnen wat dit betreft niet tot een ander oordeel leiden.

4.15.

In verband met de vertraging in de betaling, kan TNT aanspraak maken op betaling van rente over de toe te wijzen hoofdsom. De rechtbank acht de primair gevorderde contractuele rente niet toewijsbaar, aangezien het beroep van Floornet op de vernietiging van artikel 15 van de algemene voorwaarden slaagt. Vast staat namelijk dat de algemene voorwaarden niet in het gesprek van 2 december 2019 aan TNT ter hand zijn gesteld. Voor zover Floornet de installatie van MyTNT inderdaad zelf heeft uitgevoerd en op dat moment dus kennis heeft kunnen nemen van de algemene voorwaarden en deze heeft kunnen opslaan zoals TNT betoogt, geldt dat dat niet vóór of bij het sluiten van de overeenkomst is geweest, zoals artikel 6:234 lid 2 BW voorschrijft. De rechtbank volgt namelijk de stelling van TNT dat Floornet bij iedere vervoersopdracht een afzonderlijke overeenkomst met TNT heeft gesloten niet, nu Floornet haar vervoersopdrachten niet in MyTNT maar in Transsmart invoerde en ter zitting is gebleken dat dat programma zo kan worden geconfigureerd dat van het aangaan van afzonderlijke overeenkomsten geen sprake is.

De subsidiair gevorderde wettelijke handelsrente acht de rechtbank wel toewijsbaar en wel op de hierna te vermelden wijze.

4.16.

TNT kan eveneens aanspraak maken op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. TNT heeft namelijk voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Gelet op de toe te wijzen hoofdsom, is op grond van de staffel uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 2.487,32 toewijsbaar.

4.17.

TNT vordert Floornet ook te veroordelen tot betaling van de beslagkosten, welke kosten niet als proceskosten kunnen worden aangemerkt. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv eveneens toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 1.126,95 voor verschotten en € 1.770,00 voor salaris advocaat (1 rekest x tarief V van

€ 1.770,00).

4.18.

Aangezien beide partijen op enig punt in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Floornet om aan TNT te betalen een bedrag van € 173.719,58, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 171.232,26 met ingang van de 22e dag na de datum van de respectieve facturen tot de dag van volledige betaling;

5.2.

veroordeelt Floornet in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 2.896,95;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Essed en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2021.

(md)