Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:3290

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-08-2021
Datum publicatie
23-08-2021
Zaaknummer
08.156270.20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel spreekt een 75-jarige man vrij van het bezit van een hennepplantage en het stelen van elektriciteit. In het bedrijfspand van de man werd op de bovenverdieping een hennepplantage aangetroffen. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende bewijs is dat de man betrokken was bij deze hennepplantage.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08.156270.20 (P)

Datum vonnis: 23 augustus 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1946 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de BRP op het adres [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

9 augustus 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. T. van Haaren - Paulus en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J.D. Onland, advocaat in Oldenzaal, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met een ander een hennepkwekerij heeft gehad, of daaraan medeplichtig is geweest;

feit 2: samen met een ander een hoeveelheid elektriciteit heeft gestolen, of daaraan medeplichtig is geweest.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.
hij op of omstreeks 27 augustus 2019,
in de gemeente Enschede,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk
geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] )
een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 543, althans een groot aantal
hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van
meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,
zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,
dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;


subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen, op of omstreeks 27 augustus 2019,
in de gemeente Enschede,
met elkaar, althans één van hen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid
en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad in een
pand aan de [adres 2] , een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 543, althans
een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een
hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde
hennep een middel vermeld op de bij
de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e)
misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 27 augustus 2019,
in de gemeente Enschede, in elk geval in Nederland,
meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of
inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die
onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken
van hennepplanten ter beschikking te stellen;
2.
hij in of omstreeks de periode van 26 december 2018 tot en met 27 augustus 2019, in
de gemeente Enschede,
meermalen, in elk geval eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een of
meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid/hoeveelheden elektriciteit, in elk
geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde, te weten aan de firma Enexis Netbeheer B.V., heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun
bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks
de periode van 26 december 2018 tot en met 27 augustus 2019,
in de gemeente Enschede,
meermalen, in elk geval eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een of
meer anderen, althans alleen, (in of uit een aan de [adres 2] aldaar gelegen
pand) een hoeveelheid/hoeveelheden elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel
of ten dele aan een ander dan aan die onbekend gebleven personen en/of zijn
mededader(s) toebehoorde, te weten aan de firma Enexis Netbeheer B.V.,
heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen,
terwijl die onbekend gebleven personen en/of zijn mededader(s) zich de toegang
tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen
goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
braak en/of verbreking,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks
de periode van 26 december 2018 tot en met 27 augustus 2019,
in de gemeente Enschede,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen heeft verschaft, door die onbekend gebleven personen toe te laten tot
dat aan hem, verdachte, toebehorend pand en/of door toe te laten dat die
onbekend gebleven personen (een) constructie(s) aanbracht(ten) die er voor
zorgde(n), althans tot gevolg had(den) dat er elektriciteit kon worden afgenomen
buiten de meter om, althans dat het gebruik van elektriciteit niet (volledig) werd
geregistreerd.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsmotivering

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van het dossier en de verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 27 augustus 2019 werd in het bedrijfspand aan de [adres 2] een hennepkwekerij met 543 hennepplanten aangetroffen. De kweekruimte bevond zich in een afgesloten ruimte op de bovenverdieping van het pand. Uit technisch onderzoek is gebleken dat de elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.

Verdachte was de eigenaar van het pand.

Verdachte heeft op de zitting verklaard dat begin/voorjaar 2019 de bovenverdieping van het bedrijfspand is leeggeruimd. Daarna kwam hij alleen nog maar in de werkplaats op de begane grond. Op 8 mei 2019 heeft hij een sleutel van het pand en van de deur naar de eerste verdieping aan een klusjesman gegeven. Die klusjesman heeft de sleutel niet aan verdachte teruggegeven. Verdachte heeft verder verklaard dat hij niet wist van de hennepkwekerij op de bovenverdieping en dat hij niets heeft gemerkt.

De rechtbank is van oordeel dat het strafdossier elementen bevat die voor verdachte belastend kunnen worden uitgelegd. Verdachte heeft voor een aantal van die elementen een verklaring gegeven. Hoewel de rechtbank door de verklaring van verdachte niet op alle punten is overtuigd, is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om verdachte als (mede)pleger of medeplichtige van de ten laste gelegde feiten aan te merken. De rechtbank acht dan ook niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. J. Wentink en mr. S.H. Peper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2021.

Buiten staat

Mr. Ellenbroek is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.