Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:3289

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-08-2021
Datum publicatie
24-08-2021
Zaaknummer
8873793 \ CV EXPL 20-4892
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onbevoegde verhuur van een perceel grond door erfpachter omdat college van B&W hiervoor geen toestemming had gegeven. De gemeente maakt aan huurder kenbaar dat toestemming ontbreekt, waardoor huurder een risico loopt m.b.t. een geplande investering. Het ontbreken van toestemming levert echter geen gebrek op in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW omdat de verhuurder het perceel aan huurder ter beschikking heeft gesteld en de huurder het volledige huurgenot heeft gekregen. Verwijzing naar ECLI:NL:HR:2018:284. Vordering tot betaling achterstallige huur, die door huurder was opgeschort, toegewezen. Gevorderde schadevergoeding in reconventie afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 8873793 \ CV EXPL 20-4892

Vonnis van 17 augustus 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap A1 TRUCKPOINT DEVENTER B.V.,
gevestigd te Emmen,

eisende partij, hierna te noemen Truckpoint,

gemachtigde: mr. D.J.A. van den Berg,

tegen

de naamloze vennootschap TOTAL NEDERLAND N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Den Haag,

gedaagde partij, hierna te noemen Total,

gemachtigde: mr. J.A. van Strijen.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 februari 2021;

- de conclusie van antwoord in reconventie;

- de mondelinge behandeling van 9 juni 2021, die via digitale verbinding (Skype) heeft plaatsgevonden en waarvan aantekening is gehouden door de griffier;

- spreekaantekeningen van beide zijden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Truckpoint was van 1 mei 2017 tot 1 mei 2020 eigenaar van een recht van erfpacht van het perceel op het A1 Bedrijvenpark te Deventer, kadastraal bekend als gemeente Deventer, sectie N, [nummers] (hierna: het perceel). De gemeente Deventer (hierna: de gemeente) was als eigenaar de erfverpachter van het perceel.

2.2.

In de erfpachtovereenkomst staat onder meer de volgende bepaling:

BEBOUWING, INRICHTING EN GEBRUIK

Artikel 3

5. a. Erfpachter mag het registergoed niet zonder toestemming van Burgemeester en Wethouders noch in juridische eigendom, noch in economische eigendom overdragen, in (onder)erfpacht uitgeven, met beperkte rechten bezwaren, verhuren of verpachten. Een verzoek om toestemming voor voormelde rechtshandelingen met betrekking tot het registergoed moet erfpachter schriftelijk en gemotiveerd indienen bij het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente. Het college van Burgemeester en Wethouders kan voorwaarden aan deze toestemming verbinden. (…)”

2.3.

Truckpoint heeft op 9 januari 2018 een huurovereenkomst gesloten met [X] B.V. voor een gedeelte (hierna: het gehuurde) van het perceel. De overeengekomen duur van de huurovereenkomst was vijftien jaren, van 1 september 2017 tot 1 september 2032. De huurprijs bedroeg € 12.000,00 per drie maanden.

2.4.

Total is op 6 juni 2018 met Truckpoint overeengekomen om door middel van een indeplaatsstelling de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst met [X] B.V. over te nemen.

2.5.

In de huurovereenkomst staan onder meer de volgende bepalingen:

“1.1 Verhuurder verhuurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder onbemand tankstation met de onder- en bijgelegen grond, groot ca. 1500 m2, gelegen aan: Van der Landweg 9T te Deventer (…)

1.3

Het gehuurde zal door of vanwege huurder uitsluitend worden bestemd om te worden gebruikt als (on)bemand tankstation voor de verkoop van motorbrandstoffen.

2.6.

Bij brief van 23 januari 2019 heeft de gemeente aan Total kenbaar gemaakt dat zij aan Truckpoint niet de vereiste toestemming heeft gegeven voor het verhuren, dan wel in gebruik aan derden geven, van het gehuurde. In deze brief geeft de gemeente aan dat zij Truckpoint deze toestemming vooralsnog niet zal geven.

2.7.

Total heeft Truckpoint bij brief van 31 januari 2019 gewezen op het ontbreken van toestemming van de gemeente. In deze brief sommeert Total Truckpoint om toestemming te vragen bij de gemeente en geeft zij aan de huur te zullen opschorten totdat Truckpoint kan aantonen dat zij bevoegd is om aan Total te verhuren. Ten slotte stelt Total in deze brief dat zij zich ter zake van mogelijke schade alle rechten voorbehoudt.

2.8.

De gemeente heeft op 1 april 2019 aangegeven om onder voorwaarden haar toestemming te willen verlenen aan Truckpoint voor het verhuren aan Total. Naar aanleiding hiervan zijn Truckpoint en Total in overleg getreden over de toepassing van de door de gemeente gestelde voorwaarden en over de (opgeschorte) huurbetalingsverplichting. Partijen zijn overeengekomen dat Total de achterstallige huur – met korting – aan Truckpoint zal betalen.

2.9.

Op 16 juli 2019 is aan Total de tussen de gemeente en Truckpoint opgemaakte “Akte van Pandrecht” betekend, onder meer inhoudende een pandrecht op de huurvorderingen van Truckpoint op Total

2.10.

Op 21 april 2020 zijn de gemeenten en Truckpoint overeengekomen dat het recht van erfpacht per 1 mei 2020 zou worden beëindigd.

2.11.

Total heeft Truckpoint op 21 juli 2020 aansprakelijk gesteld voor een bedrag van

€ 198.792,00 aan schade, bestaande uit betaalde huurpenningen en gederfde marge. In deze brief geeft Total aan de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Truckpoint heeft op deze brief gereageerd bij brief van 13 augustus 2020 waarin zij Total sommeert om de ontstane huurachterstand te betalen. Truckpoint heeft in deze brief eveneens aanspraak gemaakt op contractuele boetes. Bij e-mail van 31 augustus 2020 heeft Total het bestaan van een huurachterstand bij Truckpoint betwist, stellende dat Total nooit het huurgenot heeft gehad.

2.12.

Total huurt het gehuurde vanaf 15 augustus 2020 van de gemeente en heeft op het gehuurde inmiddels een tankstation gerealiseerd.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

Truckpoint vordert – kort samengevat – veroordeling van Total tot betaling aan haar van een bedrag van € 37.989,84 aan achterstallige huur, een bedrag van € 3.900,00 aan contractuele boetes en een bedrag van € 6.189,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met rente en kosten.

3.2.

Truckpoint legt – samengevat – het volgende aan haar vordering ten grondslag. Truckpoint heeft aan Total (een gedeelte van) een perceel grond verhuurd. Omdat de gemeente zich op het standpunt heeft gesteld dat formele toestemming voor deze verhuur ontbrak, heeft Total de huurbetaling opgeschort. Ten onrechte meent Total geen huur verschuldigd te zijn, omdat Truckpoint volgens haar niet het huurgenot heeft verschaft. Volgens Truckpoint heeft zij wel degelijk voldaan aan haar verplichtingen op grond van de huurovereenkomst, namelijk het beschikbaar stellen van een stuk grond. Truckpoint vordert daarom in deze procedure betaling van achterstallige huur, alsook verbeurde boetes vanwege het te laat betalen van de huur.

3.3.

Total voert verweer. Op de stelling van partijen zal voor zover dit voor de beoordeling van belang is hierna worden ingegaan.

In reconventie

3.4.

Total vordert – kort samengevat – primair een verklaring voor recht dat Total recht heeft op een huurkorting van 100%, veroordeling van Truckpoint tot betaling aan haar van een bedrag van € 75.625,00 aan onverschuldigde huur en een bedrag van € 123.167,00 aan schadevergoeding, en subsidiair vernietiging van de huurovereenkomst op grond van dwaling en veroordeling van Truckpoint tot betaling aan haar van een bedrag van

€ 75.625,00 aan onverschuldigde huur, met (zowel primair als subsidiair) veroordeling van Truckpoint in de proceskosten.

3.5.

Total legt – samengevat – het volgende aan haar vordering ten grondslag. Total is er bij het aangaan van de huurovereenkomst met Truckpoint vanuit gegaan dat zij, na realisatie en installatie, minimaal tot 1 september 2032 een tankstation op het gehuurde zou kunnen exploiteren. Vanwege het ontbreken van toestemming van de gemeente voor de verhuur door Truckpoint kon Total niet zonder risico het door haar gewenste tankstation realiseren, omdat bij het eindigen van de erfpachtovereenkomst de gemeente de huurovereenkomst met Total niet gestand hoefde te doen. Dit maakt dat er sprake is geweest van een gebrek op grond waarvan Truckpoint gehouden is de door Total geleden schade te vergoeden en Total daarnaast recht heeft op huurprijsvermindering. Subsidiair vordert Total vernietiging van de huurovereenkomst op grond van dwaling, omdat Truckpoint haar over het ontbreken van de toestemming behoorde in te lichten en Total bij een juiste voorstelling van zaken de huurovereenkomst niet was aangegaan.

3.6.

Truckpoint voert verweer. Op de stelling van partijen zal voor zover dit voor de beoordeling van belang is hierna worden ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie en in reconventie

4.1.

De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich ervoor om gezamenlijk te worden beoordeeld.

Inleiding: heeft de gemeente toestemming verleend voor de verhuur van Truckpoint aan Total?

4.2.

Truckpoint heeft gemotiveerd gesteld dat de gemeente toestemming heeft verleend voor de verhuur aan Total. De kantonrechter is echter van oordeel dat de gemeente die toestemming niet heeft verleend, althans niet, zoals voorgeschreven in de overeenkomst van erfpacht, door Burgemeester en Wethouders. Truckpoint heeft weliswaar aangevoerd dat zij de gemeente op de hoogte heeft gebracht van de verhuur aan Total, en dat de gemeente te kennen gaf hier geen bezwaar tegen te hebben, maar dergelijke mededelingen, gegeven door ambtenaren van de gemeente, kunnen niet worden toegeschreven aan het college van B&W. Ook uit het verlenen van de omgevingsvergunning kan geen toestemming worden afgeleid. Truckpoint heeft weliswaar aangevoerd dat de gemeente misbruik van recht zou maken indien zij na verlening hiervan geen toestemming zou verlenen, maar daarmee staat nog niet vast dat de gemeente daadwerkelijk die toestemming heeft verleend. Tussen partijen staat dan ook vast dat de gemeente geen toestemming had verleend voor de verhuur van Truckpoint aan Total.

Het zonder toestemming verhuren levert geen gebrek op

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat het ontbreken van toestemming voor de verhuur geen gebrek oplevert. Hieronder licht hij dit oordeel nader toe.

4.4.

Een gebrek is een staat of een eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft, zo bepaalt artikel 7:204 lid 2 BW.1

4.5.

Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een gebrek is allereerst van belang wat partijen zijn overeengekomen, en waartoe partijen zich op grond van die overeenkomst hebben verplicht. Op grond van artikel 1.1 van de huurovereenkomst diende Truckpoint een (voor rekening en kosten van de huurder door deze aan te leggen) onbemand tankstation met de onder- en bijgelegen grond, met een oppervlakte van ca. 1500 m2, gelegen aan de Van der Landweg 9T in Deventer, ter beschikking te stellen aan Total. Tussen partijen is niet in geschil dat Truckpoint, zolang de huurovereenkomst voortduurde, aan deze verplichting heeft voldaan. Hier stond de verplichting van Total tot het betalen van een bedrag aan huur tegenover.

4.6.

Total stelt zich op het standpunt dat, vanwege het ontbreken van toestemming van de gemeente voor de verhuur, zij niet zonder risico een tankstation op het gehuurde kon realiseren. Het realiseren van een tankstation vergt namelijk een investering van bijna een half miljoen euro. Die investering kan alleen van een huurder worden gevraagd indien zeker is dat de huurder de volledige looptijd van de huurovereenkomst gebruik kan maken van het gehuurde, aldus Total. Die zekerheid was er echter niet, omdat het Total bekend werd dat Truckpoint een betalingsachterstand had bij de gemeente met betrekking tot de erfpachtcanon. Bij het eindigen van het recht van erfpacht zou de gemeente niet verplicht zijn om de huurovereenkomst t op de voet van artikel 5:94 lid 2 BW gestand te doen omdat deze onbevoegd, immers zonder toestemming, is aangegaan. Door deze onzekerheid heeft zij niet het genot van het gehuurde verkregen, aldus Total.

4.7.

Truckpoint heeft gemotiveerd betwist dat toestemming ontbrak, en zich voorts op het standpunt gesteld dat, voor zover die toestemming wel ontbrak, dit niet een gebrek oplevert in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW. Op grond van de huurovereenkomst diende Truckpoint namelijk een stuk grond ter beschikking te stellen, en dat heeft zij ook voor de volle duur van de huurovereenkomst gedaan. Truckpoint hoefde niet de zekerheid te verschaffen dat Total minimaal tot 1 september 2032 ter plaatse een tankstation zou kunnen exploiteren. De brief d.d. 23 januari 2019, waarin de gemeente aan Total meedeelt dat Truckpoint nooit aan de gemeente om toestemming tot verhuur van het perceel heeft gevraagd en dat de gemeente die toestemming vooralsnog ook niet zal geven, kan – gelet op art. 7:204 lid 3 BW – niet als een gebrek worden opgevat. De gemeente kon die toestemming, nadat zij aan Total al een omgevingsvergunning had verleend, ook niet meer weigeren zonder misbruik van recht te maken, aldus Truckpoint.

4.8.

Naar het oordeel van de kantonrechter levert het ontbreken van toestemming van de gemeente voor de huurovereenkomst tussen Truckpoint en Total geen gebrek op in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW. In het algemeen geldt, dat voor een huurovereenkomst niet is vereist dat de verhuurder eigenaar is van de zaak. Indien de verhuurder niet (langer) bevoegd is de zaak aan de huurder in gebruik te geven volgt uit het samenstel van de wettelijke bepalingen ter zake van huur dat van een daaruit voortvloeiend gebrek, in de zin van een tekortkoming van de nakoming van de huurovereenkomst door de verhuurder, eerst sprake is indien een derde tegenover de huurder een beter recht pretendeert te hebben en het bovendien als gevolg daarvan tot een feitelijke stoornis van het vrije huurgenot komt (HR 23 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:284). Truckpoint heeft het gehuurde aan Total ter beschikking heeft gesteld. Total heeft immers de mogelijkheid gehad het gehuurde feitelijk, dat wil zeggen daadwerkelijk, te gebruiken om daarop een tankstation te realiseren. De gemeente heeft weliswaar in haar brief van 23 januari 2019 kenbaar gemaakt aan Total, dat zij voor het door Truckpoint verhuren of in gebruik geven aan derden van het perceel (of een gedeelte daarvan) geen toestemming heeft gegeven, maar deze mededeling op zich heeft geen afbreuk gedaan aan het feitelijk kunnen gebruiken van het gehuurde door Total. Pas op het moment dat de erfpachtovereenkomst tussen de gemeente en Truckpoint zou eindigen en de gemeente vervolgens zou besluiten de huurovereenkomst tussen Truckpoint en Total niet gestand te doen, en de gemeente vervolgens het gehuurde zou opeisen, zou er sprake zijn van een feitelijke stoornis van het vrije huurgenot van Total. Die situatie heeft zich echter nooit voorgedaan. Sterker nog, op 1 april 2019 heeft de gemeente aangegeven dat zij bereid was, zij het onder voorwaarden, eenmalig toestemming te verlenen aan Truckpoint voor de verhuur aan Total. Dit betekent dat Total steeds de vrije beschikking over het gehuurde heeft gehad en dat er dus ook nooit sprake is geweest van een gebrek aan het gehuurde. Het enkele risico dat het ontbreken van toestemming met zich meebracht, zoals hiervoor genoemd, maakt niet dat er sprake was van een gebrek aan het gehuurde.

Tussenconclusie

4.9.

Nu het ontbreken van toestemming naar het oordeel van de kantonrechter geen gebrek oplevert, dient de door Total gevorderde verklaring voor recht te worden afgewezen. Dit geldt ook voor de door Total gevorderde schadevergoeding, aangezien Total geen andere grondslag hiervoor heeft aangevoerd.

Er is ook geen sprake van dwaling

4.10.

Total heeft subsidiair een beroep gedaan op dwaling en daartoe vernietiging van de huurovereenkomst gevorderd en terugbetaling van onverschuldigd betaalde huurpenningen. Total voert aan dat Truckpoint haar over het ontbreken van de toestemming had behoren in te lichten en dat zij de huurovereenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet had gesloten. Zekerheid over een minimale looptijd van de huurovereenkomst was gelet op de investering in het onbemande tankstation van groot belang, aldus Total.

4.11.

Truckpoint stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van dwaling door aan te voeren dat zij niet wist van het ontbreken van toestemming, waardoor zij ook niet kon weten dat Total daaromtrent zou kunnen dwalen. Daarnaast heeft Total er volgens Truckpoint niet naar gevraagd. Bovendien had Total voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst moeten onderzoeken of haar verwachtingen met betrekking tot de huurovereenkomst juist waren, aldus Truckpoint.

4.12.

De kantonrechter stelt voorop dat voor een geslaagd beroep op dwaling in dit geval vereist is dat de huurovereenkomst is gesloten onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken en dat deze onjuiste voorstelling van zaken is te wijten aan een schending van een mededelingsplicht van Truckpoint (artikel 6:228 lid 2 sub b BW). Verder moet vast komen te staan dat de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten. Of Truckpoint Total had behoren in te lichten in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling van Total wist of behoorde te weten, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Als uitgangspunt geldt dat voor de wederpartij van de dwalende bezwaarlijk een gehoudenheid tot het verschaffen van inlichtingen aangenomen kan worden met betrekking tot omstandigheden waarvan zij niet op de hoogte is. Een verplichting tot ‘preventief’ inlichten mag niet te snel worden aangenomen, en van een ‘behoren in te lichten’ zal in het algemeen slechts sprake zijn als de wederpartij van de dwalende zelf van de juiste stand van zaken op de hoogte was (HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3424).

4.13.

Niet weersproken is dat de huurovereenkomst tussen partijen onder invloed van dwaling is tot stand gekomen, doordat Total er ten onrechte vanuit ging dat Truckpoint als erfpachter bevoegd was om het perceel te verhuren. De kantonrechter acht het aannemelijk dat Total de overeenkomst (nog) niet zou hebben gesloten als zij van de juiste stand van zaken op de hoogte was geweest. Maar de kantonrechter is van oordeel dat Truckpoint Total hierover niet had hoeven te informeren. Truckpoint heeft namelijk gemotiveerd aangevoerd, dat zij zelf (ook) in de veronderstelling verkeerde dat de gemeente toestemming had verleend, of althans geen bezwaar had tegen de verhuur aan Total, omdat Truckpoint – zoals zij onweersproken heeft gesteld – de gemeente op de hoogte had gebracht van de verhuur aan Total en de gemeente daarover positief was, waardoor Truckpoint geen reden had om te veronderstellen dat de gemeente aan de huurovereenkomst haar toestemming zou onthouden. Bovendien kende de erfpachtovereenkomst een looptijd tot 1 april 2042 en gesteld noch gebleken is dat Truckpoint ten tijde van de totstandkoming van de indeplaatsstellingsovereenkomst bijzondere redenen had om rekening te houden met een kortere looptijd. Truckpoint mocht er daarom vanuit gaan dat zij voor de duur van de huurovereenkomst (tot 1 september 2032) aan Total het genot van het gehuurde zou kunnen verschaffen. Het ontbreken van de toestemming van Burgemeester en Wethouders, zoals die in art. 5.a. van de erfpachtovereenkomst was voorgeschreven, zou voor de huurovereenkomst pas parten kunnen gaan spelen op het moment dat de erfpachtovereenkomst vóór de einddatum van de huurovereenkomst zou worden opgezegd, waardoor met het oog op art. 5:94 lid 2 BW de vraag relevant zou worden of de gemeente de huurovereenkomst met Total gestand zou willen doen. Zoals hiervoor overwogen, had Truckpoint geen reden om te betwijfelen dat de gemeente dat zou doen. De kantonrechter trekt uit het voorgaande de conclusie dat Truckpoint geen reden had om Total voor het ontbreken van toestemming van Burgemeester en Wethouders te waarschuwen. Total stond daarentegen voor een aanzienlijke investering van een half miljoen euro, en had een groot financieel belang bij het beperken van de risico’s voor de terugverdienmogelijkheden. Het lag daarom veeleer op de weg van Total om alle daarvoor relevante en feiten en omstandigheden te onderzoeken en daarnaar navraag te doen en om met allerhande onvoorziene omstandigheden rekening te houden. De kantonrechter komt daarom tot het oordeel dat de dwaling in dit geval voor rekening van Total moet blijven.

De vorderingen van Truckpoint: betaling van achterstallige huur

4.14.

Total heeft de verschuldigdheid van de huur op zichzelf niet betwist, maar heeft zich op het standpunt gesteld dat zij, gelet op het door haar gestelde gebrek aan het gehuurde, recht heeft op een huurkorting. Aangezien is vast komen te staan dat er van een gebrek aan het gehuurde geen sprake is geweest, en door Total daarnaast niet is gesteld dat Truckpoint op een andere manier is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst, is Total gehouden de huur te voldoen. Partijen zijn op enig moment een huurkorting overeengekomen, maar door Truckpoint is onweersproken gesteld dat deze overeenkomst door haar buitengerechtelijk is ontbonden. Dit betekent dat de vordering van Truckpoint tot betaling van achterstallige huur zal worden toegewezen.

De contractuele boete en buitengerechtelijke incassokosten en rente

4.15.

Total heeft tegen de door Truckpoint gevorderde contractuele boete en buitengerechtelijke incassokosten enkel het verweer gevoerd dat deze gelet op de situatie, namelijk het handelen van Truckpoint waardoor Total geen brandstoffenverkooppunt heeft kunnen realiseren, dienen te worden afgewezen dan wel te worden gematigd.

4.16.

Nu is vast komen te staan dat er geen sprake is (geweest) van een gebrek aan het gehuurde, en Total gedurende de huurovereenkomst ongestoord gebruik heeft kunnen maken van het gehuurde, gaat het verweer van Total niet op. De gevorderde contractuele boete en het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zullen dan ook worden toegewezen.

4.17.

Tegen de door Truckpoint gevorderde rente is door Total geen specifiek verweer gevoerd, zodat deze eveneens zal worden toegewezen.

Conclusie in conventie en in reconventie

4.18.

Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen van Truckpoint in conventie worden toegewezen, en de vorderingen van Total in reconventie worden afgewezen. Total zal als de in het ongelijk gestelde partij, zowel in conventie als in reconventie, worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden in conventie aan de zijde van Truckpoint vastgesteld op:

a. kosten dagvaarding € 87,99;

b. griffierecht € 996,00;

c. salaris gemachtigde € 1.496,00 (2 punten, voor de dagvaarding en de mondelinge behandeling, maal het tarief van € 748,00 per punt);

totaal € 2.579,99

De nakosten worden begroot op een half punt van het salaris gemachtigde, met een maximum van € 124,00.

4.19.

In reconventie worden de proceskosten aan de zijde van Truckpoint begroot op

€ 748,00 voor het salaris van de gemachtigde (2 punten, voor de conclusie van antwoord in reconventie en de mondelinge behandeling, maal het tarief van € 748,00 x 0,5).

5 De beslissing

De kantonrechter

In conventie

5.1.

veroordeelt Total tot betaling aan Truckpoint van een bedrag van € 37.989,84, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 6 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt Total tot betaling aan Truckpoint van een bedrag van € 3.900,00 aan verbeurde boetes, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 6 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt Total tot betaling aan Truckpoint van een bedrag van € 6.189,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 6 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.4.

veroordeelt Total in de proceskosten, aan de zijde van Truckpoint vastgesteld op

€ 2.579,99, en in de nakosten, begroot op € 124,00, te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling niet plaatsvindt binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

In reconventie

5.6.

wijst de vorderingen af;

5.7.

veroordeelt Total in de proceskosten, aan de zijde van Truckpoint begroot op

€ 748,00, te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling niet plaatsvindt binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Koster, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek op 17 augustus 2021. (SL(O)

1 Burgerlijk Wetboek