Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:3214

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-08-2021
Datum publicatie
16-08-2021
Zaaknummer
C/08/268693 / KG ZA 21-173
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming van zgn. "omklapwoning" vanwege niet toegestane onderhuur en voortdurende overlast. Eiseres is een organisatie die zich richt op het bieden van zorg en begeleiding d.m.v. een begeleidingsovereenkomst en huurovereenkomst. Client hield zich stelselmatig niet aan de gemaakte afspraken en dan houdt het in de regel op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/268693 / KG ZA 21-173

Vonnis in kort geding van 10 augustus 2021

in de zaak van

de stichting

LANDELIJKE INSTELLING VOOR MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING EN REHABILITATIE,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

advocaat mr. S. Maakal te Heerenveen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BB & F Salland B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerster over het vermogen van de heer [A], [geboorteplaats] op [1978] ,

gevestigd en kantoorhoudende te Hardenberg,

gedaagde,

verschenen bij mevrouw [C] .

Partijen worden hierna aangeduid met Limor, de bewindvoerster en [A] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 16 juli 2021 met daarbij 10 producties

  • -

    de nadere producties 11 en 12 van Limor.

1.2.

Op 10 augustus heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Limor is mevrouw [B] , trajectadviseur, verschenen, bijgestaan door mr. S. Maakal. Namens de bewindvoerster is mevrouw [C] , bewindvoerster, verschenen. Verder is de zitting bijgewoond door mr. Y.F. Helle, een kantoorgenoot van mr. S. Maakal, en mevrouw [D] , werkzaam bij Woningstichting Openbaar Belang.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.

1.4.

Ten slotte is een datum vastgesteld voor het vonnis.

2 De feiten

2.1.

Limor is een organisatie die zich richt op het bieden van zorg en begeleiding. Limor heeft blijkens haar statuten ‘ten doel het bieden van opvang en begeleiding in de eigen dan wel beschermde woonomgeving in de meest ruime zin aan mensen die zich door allerlei oorzaken in de marge van de samenleving bevinden of daarin dreigen te geraken en/of het verplegen of verzorgen van mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking’.

2.2.

Limor beschikt zelf niet over een woningbestand. Voor het bieden van huisvesting aan cliënten is zij aangewezen op woningbouwcorporaties, waarbij zij een zogenaamde ‘omklapwoning’ huurt. Deze woning wordt gehuurd door Limor en door haar doorverhuurd aan de cliënt. De cliënt ontvangt begeleiding van Limor en na een bepaalde periode kan besloten worden de huurovereenkomst ‘om te klappen’/‘op naam te zetten’, waarbij de cliënt rechtstreeks van de woningbouwcorporatie gaat huren. De woning in deze procedure is eigendom van Woningstichting Openbaar Belang in Zwolle.

2.3.

Op 15 januari 2020 hebben Limor en [A] een begeleidingsovereenkomst gesloten op grond waarvan Limor aan [A] ambulante begeleiding biedt. In de begeleidingsovereenkomst is in artikel 4 opgenomen:

‘4.2

Deze begeleidingsovereenkomst kan door LIMOR eenzijdig worden beëindigd indien zich één van de volgende situaties voordoet;

1. cliënt op stelselmatige wijze de voortgang van de begeleiding weigert.

2. (…)

3. cliënt overgaat tot bedreiging, geweldpleging, (seksuele) intimidatie, mishandeling en/of een strafbaar feit pleegt in relatie tot medewerkers of cliënten van LIMOR;

4. (…)

5. door de cliënt één of meer uit deze overeenkomst voortvloeiende afspraken niet wordt nagekomen.

4.3

De beëindiging vindt niet eerder plaats dan nadat cliënt mondeling en/of schriftelijk op de hoogte is gesteld en met inachtneming van een redelijke opzegtermijn van een maand, met uitzondering van artikel 4.2.3 waarbij de begeleidings-overeenkomst per direct wordt beëindigd.’

2.4.

Op basis van de begeleidingsovereenkomst is een zorgplan tot stand gekomen, waarvan de meest recente versie betrekking heeft op de periode van 1 mei 2021 tot en met 1 november 2021.

2.5.

In combinatie met de begeleidingsovereenkomst hebben Limor en [A] met ingang van 30 april 2020 een huurovereenkomst gesloten op grond waarvan [A] van Limor de woning, gelegen aan de [adres] in [plaats] huurt.

2.6.

In de periode dat [A] in de woning woont, hebben omwonenden vele meldingen gedaan bij Woningstichting Openbaar Belang en de politie in verband met overlast in en rond de woning van [A] . De overlast bestaat uit geluidsoverlast, bezoek van ongure types, drugsoverlast en het mogelijk dealen van drugs vanuit de woning.

2.7.

Op 7 april 2021 is de politie binnengetreden in de woning van [A] naar aanleiding van een melding over het dealen van drugs vanuit de woning. Op dat moment is geen drugs in de woning geconstateerd. Wel bevond zich een onbekende man in de woning, die naar eigen zeggen een kamer huurde van [A] . Limor heeft in verband met de niet toegelaten onderhuur op 4 mei 2021 een officiële waarschuwing gestuurd aan [A] . Op 15 juni 2021 heeft Limor [A] wederom gewaarschuwd.

2.8.

In verband met de aanhoudende overlast heeft Limor bij brief van 29 juni 2021, gericht aan [A] en aan zijn bewindvoerster, de begeleidingsovereenkomst opgezegd en medegedeeld dat daarmee ook de huurovereenkomst eindigt. Limor heeft een opzegtermijn van één maand in acht genomen. [A] heeft de woning niet verlaten.

3 Het geschil

3.1.

Limor vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [A] veroordeelt om:

  1. uiterlijk binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis de aan [A] ter beschikking gestelde woonruimte op het adres [adres] in [plaats] te verlaten, te ontruimen en ontruimd te houden, met al de zijnen en hetgeen van hem is, en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Limor te stellen;

  2. aan Limor een gebruiksvergoeding te betalen, gelijk aan de maandelijkse huurprijs, inclusief door de verhuurder te verzorgen leveringen en diensten van € 645,47 voor elke ingegane maand vanaf de dag waarop deze dagvaarding is uitgebracht tot aan de dag van de ontruiming, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de eerste van elke maand tot aan de dag van volledige betaling;

  3. aan Limor de kosten van de procedure te betalen.

3.2.

De bewindvoerster heeft geen verweer gevoerd.

4 De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Limor het spoedeisend belang voldoende aannemelijk heeft gemaakt.

4.2.

De voorzieningenrechter overweegt dat de gevorderde ontruiming kan worden toegewezen, indien in hoge mate waarschijnlijk is dat de rechter in een eventueel aan te spannen bodemprocedure zal oordelen dat de huurovereenkomst tussen partijen geen stand houdt.

4.3.

Limor heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [A] deelnam aan het traject ‘huur op naam’. In dit project was het de bedoeling dat [A] de huurwoning uiteindelijk rechtstreeks, dus zonder tussenkomst van Limor, zou gaan huren. Partijen hebben daartoe een begeleidingsovereenkomst gesloten. Daarnaast hebben ze een huurovereenkomst gesloten. Als gevolg van de door [A] veroorzaakte overlast heeft Limor zich genoodzaakt gezien om de begeleidingsovereenkomst op te zeggen. Die opzegging heeft tot gevolg dat ook de huurovereenkomst eindigt.

4.4.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat uit artikel 4.2 van de begeleidings-overeenkomst volgt dat Limor die overeenkomst eenzijdig kan beëindigen in het geval dat door de cliënt, [A] , één of meer uit deze overeenkomst voortvloeiende afspraken niet wordt nagekomen. Volgens Limor doet die situatie zich voor. De bewindvoerster heeft hiertegen geen verweer gevoerd. De voorzieningenrechter is daarom voorshands van oordeel dat Limor in redelijkheid tot een beëindiging van de begeleidingsovereenkomst – en daarmee samenhangend de huurovereenkomst – heeft kunnen komen. Dat maakt dat het gerechtvaardigd is om, vooruitlopend op een bodemprocedure, de gevorderde ontruiming van de woning toe te wijzen. De voorzieningenrechter zal de vordering van Limor dan ook, met inachtneming van de gevorderde ontruimingstermijn van veertien dagen na betekening van het vonnis, toewijzen.

4.5.

Aangezien de besloten vennootschap BB & F Salland B.V. tot bewindvoerster is benoemd, dient de procedure jegens haar aanhangig te worden gemaakt. De dagvaarding is gericht jegens mevrouw [C] , die het bewind feitelijk uitvoert. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mevrouw [C] verklaard dat de procedure geacht mag worden te zijn aangebracht jegens BB & F Salland B.V. De voorzieningenrechter heeft daarom BB & F Salland B.V als formele procespartij aangemerkt.

4.6.

De bewindvoerster zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Limor worden begroot op:

- betekening oproeping € 124,36

- griffierecht 667,00

- salaris advocaat 656,00

Totaal € 1.447,36.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

veroordeelt de bewindvoerster q.q. om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning, gelegen aan de [adres] in [plaats] , te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken en de woning onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Limor te stellen;

5.2.

veroordeelt de bewindvoerster q.q. om aan Limor vanaf 16 juli 2021 tot de datum van de ontruiming per maand een bedrag te betalen, gelijk aan de huur ten bedrage van € 645,47, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, steeds gerekend vanaf de eerste dag van de maand tot aan de dag van volledige betaling;

5.3.

veroordeelt de bewindvoerster q.q. in de proceskosten, aan de zijde van Limor tot op heden begroot op € 1.447,36;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2021. (SvW)