Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:279

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25-01-2021
Datum publicatie
25-01-2021
Zaaknummer
08/770278-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel spreekt een 35-jarige man vrij van het medeplegen van het opzettelijk telen, bereiden, bewerken of het bezit van hennep. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat zij naar de woning zijn gegaan, met als doel om daar hennep te gaan knippen. Voor de verdenking poging tot inbraak/diefstal met geweld, verklaard de rechtbank het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk. Uit de tenlastelegging blijkt niet welke handelingen het OM de man verwijt, die duiden op het begin van de uitvoering van een strafbaar feit.

Zie ook: ECLI:NL:RBOVE:2021:280

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2021/165
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer : 08/770278-18 (P)

Datum vonnis : 25 januari 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 op [geboorteplaats] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

laatst opgegeven adres: [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 januari 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Hoekstra en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. P.R. van de Water, advocaat in Rotterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte, alleen of met anderen:

primair: ’s nachts heeft geprobeerd in te breken in een woning aan [adres 2] in
Enschede, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van dan wel heeft gedreigd met
geweld;

subsidiair: heeft geprobeerd om (minstens dertig gram) hennep te telen en/of te bereiden
en/of te bewerken en/of te verwerken en/of aanwezig te hebben.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 29 september 2018 te Enschede, in elk geval in Nederland, omstreeks 02:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan [adres 2] ) een hoeveelheid hennep, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan toebehoorde aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of een of meer andere personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door naar de voornoemde woning te gaan met medebrenging van zogenaamde tiewraps teneinde de bewoner(s) vast te binden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgens, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 29 september 2018 te Enschede, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk te telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken, in elk geval het opzettelijk aanwezig hebben (in een pand aan [adres 2] ) van een hoeveelheid hennep en/of hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, hebbende verdachte en/of zijn mededaders zich naar voornoemd pand begeven met medebrenging van een of meer heggenscharen, een strijkzak en/of een of meer tie-wraps, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid.

3 Geldigheid van de dagvaarding

Ambtshalve oordeel ten aanzien van de geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie verdachte primair beoogt te verwijten zich te hebben schuldig gemaakt aan – kort gezegd – een poging tot inbraak/diefstal met (bedreiging van) geweld. Bij de tenlastelegging van poging zullen naast de omschrijving van het betrokken delict feitelijke gedragingen moeten worden vermeld die aan de poging inhoud geven. Nu het bij poging juist op deze feitelijkheden aankomt, mogen die niet in de tenlastelegging ontbreken. Uit de letterlijke tekst van de tenlastelegging blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet welke handelingen het Openbaar Ministerie verdachte verwijt als zijnde handelingen die eventueel zouden kunnen worden aangemerkt als een begin van uitvoering. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de tenlastelegging hiermee niet aan de eisen van artikel 261, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank verklaart de tenlastelegging wat betreft het primair ten laste gelegde nietig.

4 De overige voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding ten aanzien van het onder subsidiair ten laste gelegde geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming hiervan, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich, als medepleger, schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken.

6 De bewijsoverwegingen ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank stelt voorop dat van een strafbare poging sprake is als de gedragingen van een verdachte zijn aan te merken als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf. Gedragingen van verdachte en/of zijn medeverdachte zijn aan te merken als een (strafbaar) begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf wanneer zij naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als gericht te zijn op voltooiing van het voorgenomen delict.

Ten aanzien van verdachte en zijn medeverdachte is ten laste gelegd het medeplegen van poging tot het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken dan wel aanwezig hebben van hennep. Ten aanzien van de verdachte en zijn medeverdachte is niet méér gebleken dan dat zij in de nacht van 29 september 2018 naar de woning aan [adres 2] in Enschede zijn gegaan, naar eigen zeggen om hennep te gaan knippen. Hiertoe zijn zij met een busje van Rotterdam naar Enschede gereden. Bij de woning zijn zij uitgestapt, is verdachte naar de achterzijde van de woning gegaan en heeft de medeverdachte aan de voorzijde van de woning aangebeld en aangeklopt. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte op dat moment knipgerei bij zich droeg. Op dat moment raakt één van de aanwezige personen in paniek, met als gevolg dat verdachte en zijn medeverdachte weer in het busje stappen en wegrijden. Beiden worden later aangehouden en bij die aanhouding hebben zij meerdere kleine heggenscharen, tiewraps en een strijkzak bij zich. Bij die stand van zaken is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een begin van uitvoering van opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken of aanwezig hebben van hennep. Het enkele feit dat zij zich begeven naar een woning met het voornemen om hennep te gaan knippen vormt niet reeds op zichzelf een gedraging die naar haar uiterlijke verschijningsvorm is gericht op de voltooiing van het ten laste gelegde misdrijf, ook niet indien ervan wordt uitgegaan dat het de bedoeling was om op genoemd adres hennep te gaan knippen. Voor een strafbare poging is meer vereist dan met een busje met daarin kleine heggenscharen, tiewraps en een strijkzak naar een woning rijden en daar vervolgens uit stappen en zich, zonder die spullen mee te nemen, naar de woning begeven. Het uitgesproken, kennelijke voornemen om hennep te gaan knippen is in de geschetste omstandigheden evenmin voldoende basis voor de conclusie dat sprake is van een strafbaar begin van uitvoering. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het subsidiair ten laste gelegde.

7 De beslissing

De rechtbank:

geldigheid dagvaarding

  • -

    verklaart de dagvaarding nietig ten aanzien van het primair ten laste gelegde;

  • -

    verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en

spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. S.K. Huisman en

mr. P.A.M. Miltenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2021.

Buiten staat

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.