Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:2573

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25-06-2021
Datum publicatie
25-06-2021
Zaaknummer
08-770308-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 'knipper' van een hennepkwekerij in Hardenberg is veroordeeld tot een taakstraf van 50 uur. De straf valt iets lager uit omdat de strafzaak te oud is. De zaak is pas na meer dan 4 jaar op een inhoudelijke zitting behandeld, daarmee is de redelijke termijn overschreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08-770308-17 (P)

Datum vonnis: 25 juni 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1964 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 juni 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Hoekstra en van hetgeen door de raadsman mr. G. Palanciyan, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met anderen een hennepkwekerij heeft gehad aan de [adres 1] in Hardenberg, dan wel medeplichtig is geweest aan het hebben van een hennepkwekerij aldaar;

feit 2: samen met anderen elektriciteit heeft gestolen op het adres [adres 1] in Hardenberg.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

Primair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 januari

2017 tot en met 4 april 2017, althans op 4 april 2017, te Hardenberg, gemeente

Hardenberg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, al dan niet in het kader van een beroep of bedrijf,

opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in

elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, in een pand aan of nabij de

[adres 1] te Hardenberg, 448 (vierhonderdachtenveertig) hennepplanten,

althans (telkens) een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk

geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal

bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet

behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van

die wet;

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

24 januari 2017 tot en met 4 april 2017, althans op 4 april 2017, te

Hardenberg, gemeente Hardenberg, althans in Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet in het kader

van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of

bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig

heeft/hebben gehad, in een pand aan of nabij de [adres 1] te Hardenberg,

448 (vierhonderdachtenveertig) hennepplanten, althans een (groot) aantal

hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan

30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld

op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel

3a, vijfde lid van die wet, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf

verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 januari

2017 tot en met 4 april 2017 te Hardenberg, gemeente Hardenberg, althans in

Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid

en/of middelen heeft verschaft, door -voornoemd pand (aan de [adres 1] ) te verhuren aan degene(n) die een

hennepkwekerij wilde(n) opstarten;

2

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 januari

2017 tot en met 4 april 2017, althans op 4 april 2017, te Hardenberg, gemeente

Hardenberg, althans in Nederland, in een pand aan of nabij de [adres 1]

te Hardenberg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, (telkens)

geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) (telkens) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3 De voorvragen

De raadsman heeft niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie bepleit, vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM met meer dan twee jaren buiten de schuld van verdachte om.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 17 juni 20081 bepaald dat overschrijding van de redelijke termijn niet tot niet-ontvankelijkheidverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging leidt, ook niet in uitzonderlijke gevallen. De regel is dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door strafvermindering.

De rechtbank heeft verder vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewijs is voor het onder feit 1 primair tenlastegelegde. Verdachte is in de woning aan de [adres 1] aangehouden, waar een hennepkwekerij is aangetroffen, terwijl hij handschoenen aan had en sterk transpireerde. Zijn medeverdachten hadden op dat moment overalls aan en één medeverdachte had een knipschaartje in handen. Uit de telefonische contacten tussen verdachte en een medeverdachte volgt volgens de officier van justitie ook dat verdachte samen met anderen een hennepkwekerij heeft gehad. De officier van justitie heeft vrijspraak gevraagd van het tenlastegelegde feit 2.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair integrale vrijspraak bepleit, omdat verdachte op het moment van de aanhouding slechts op de verkeerde tijd en plaats was. Hij had een ontmoeting met mensen die hij eerder op een feestje had ontmoet en werd toen nietsvermoedend aangehouden. Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten dat verdachte zich bezig hield met hennepkwekerijen. Geen van de medeverdachten heeft belastende verklaringen over verdachte afgelegd. Er is ook geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van stroom.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 2 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. Verdachte was geen huurder van de woning, verbleef daar niet en het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten dat hij nauw en bewust heeft samengewerkt met een ander om stroom te stelen.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit 1 primair wel heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.2

De hennepkwekerij is aangetroffen op 4 april 2017. In de slaapkamer op de eerste etage bevond zich een in werking zijnde hennepkwekerij met 196 planten van ongeveer 60 centimeter hoogte. Op de zolder bevond zich een in werking zijne hennepkwekerij achter een houten afgetimmerde muur met 252 hennepplanten van ongeveer 60 centimeter hoog.3

Verdachte is aangehouden op de eerste verdieping van de woning aan de [adres 1] .4 Hij stond daar met plastic, doorzichtige, dunne handschoenen aan en transpireerde hevig. Op de eerste verdieping waren ook medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]5 aanwezig, (deels) met witte overalls aan en [medeverdachte 1] had een knipschaartje in zijn hand.6 [medeverdachte 1] had de dag ervoor contact met de zoon van verdachte en gevraagd of verdachte op 4 april 2017 rond 12:00 uur naar de MacDonalds kon komen. De aanhouding heeft vervolgens plaatsgevonden op 4 april 2017 rond 12:33 uur.7 Medeverdachte [medeverdachte 4] , huurder van de woning, had de sleutel van de woning aan [medeverdachte 3] gegeven en [medeverdachte 3] heeft vervolgens de hennepkwekerij ‘geregeld’, aldus [medeverdachte 4] .8 [medeverdachte 2] had [medeverdachte 3] die dag ook getroffen aan de [adres 2] en gezegd dat hij naar de [adres 1] kon komen voor de hulp. [medeverdachte 2] heeft zelf verklaard dat zij aan de [adres 1] was om te helpen met de wietplantjes. Ze is gewoon schuldig, zegt [medeverdachte 2] . 9 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij aan de [adres 1] was om rubberen slangetjes van een plastic pennetje af te knippen en weer vast te maken met een tie-rip. Dat was voor de hennepkwekerij.10

[medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn vervolgens tegelijkertijd met verdachte aangehouden op de eerste etage in de woning. De rechtbank ziet in al die omstandigheden aanleiding om aan te nemen dat op 4 april 2017 ‘knipdag’ was en dat verdachte daar was om te helpen met het knippen van hennep. Dat verdachte nietsvermoedend was langsgekomen die dag aan de [adres 1] acht de rechtbank ongeloofwaardig, temeer gelet op het telefonische contact wat [medeverdachte 1] voorafgaand aan de aanhouding die dag via de zoon van verdachte met verdachte heeft gehad.

Verdachte is derhalve betrokken geweest bij het bewerken van hennep. De voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten is op grond van het bovenstaande komen vast te staan. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de handeling van verdachte, zijnde het knippen van hennep, een actieve bewerking van hennep inhoudt en dat derhalve de bijdrage van verdachte aan het strafbare feit van zodanig gewicht is dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – het bewerken van hennep.11

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit 1 primair heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 4 april 2017, te Hardenberg, gemeente Hardenberg, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk hebben bewerkt en verwerkt, in een pand aan of nabij de [adres 1] te Hardenberg, 448 (vierhonderdachtenveertig) hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en 3 en 11 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B gegeven verbod.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 70 uren, te vervangen door 35 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft bij zijn eis rekening gehouden met overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft subsidiair verzocht artikel 9a Sr toe te passen, vanwege de slechte gezondheid van verdachte. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht een voorwaardelijke taakstraf op te leggen. Verdachte is volgens de raadsman lichamelijk niet in staat tot het uitvoeren van een werkstraf.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich samen met anderen bezig gehouden met het knippen van hennep op een adres in Hardenberg. Hierdoor heeft de verdachte een aandeel geleverd in de handel in softdrugs. Hennep is een softdrug die bij langdurig gebruik een gevaar vormt voor de gezondheid. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat met deze handel in softdrugs aanzienlijke financiële belangen zijn gemoeid en grote winsten worden behaald en dat deze niet zelden gepaard gaan met geweld, bedreigingen en ripdeals. Aan dergelijke handel medewerking verlenen, op welke wijze dan ook, is derhalve laakbaar en kan de verdachte worden verweten.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 23 april 2021. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een vergelijkbaar strafbaar feit.

De rechtbank is verder van oordeel dat in verdergaande zin rekening dient te worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM. De aanhouding heeft plaatsgevonden op 4 april 2017 en de zaak is meer dan vier jaar later pas behandeld op een inhoudelijke zitting, buiten de schuld van verdachte om. Omdat het gaat om één keer knippen van hennep en de rol van verdachte in het gehele dossier van ondergeschikte aard lijkt te zijn geweest, is de rechtbank van oordeel dat, mede gelet op de gezondheidstoestand van verdachte, een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 50 uren, te vervangen door 25 dagen hechtenis, met een proeftijd van zes maanden, passend en geboden is.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B gegeven verbod, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 primair bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 50 (vijftig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen;

- bepaalt dat deze taakstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 6 (zes) maanden de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Ruiter, voorzitter, mr. G.H. Meijer en mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Bakker, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2021.

1 ECLI:NL:HR:2008:BD2578.

2 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer ON1R017016 CIVIC. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

3 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 29 april 2017, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , p. 616-639.

4 Het proces-verbaal van aanhouding verdachte van 6 april 2017, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p. 144-145.

5 Het proces-verbaal van aanhouding verdachte van 4 april 2017, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p. 68-69.

6 Het proces-verbaal van aanhouding verdachte van 4 april 2017, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p. 03-04.

7 Het proces-verbaal van bevindingen van 18 april 2017, inclusief bijlagen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p. 443-445.

8 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] , van 5 april 2017, p.178-181.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 5 april 2017, p. 80.

10 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 5 april 2017, p.24.

11 Vgl. ECLI:NL:RBLIM:2020:1680.