Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:2522

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
08-06-2021
Datum publicatie
22-06-2021
Zaaknummer
8900785 \ CV EXPL 20-5177
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot nakoming van een vaststellingsovereenkomst. Hoofdsom, boete, rente en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen, de gevorderde dossierkosten en beslagkosten worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 8900785 \ CV EXPL 20-5177

Vonnis van 8 juni 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap BLUE SERVICES ADMINISTRATION B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Hoevelaken,

eisende partij, hierna te noemen Blue Services,

gemachtigde: mr. drs. J.J.F.M. Konings (Invorderingsbedrijf B.V.),

tegen

[gedaagde] ,

voorheen handelend onder de naam [X] ,
wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,

verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Blue Services is deze zaak begonnen met haar dagvaarding van 11 november 2020. Nadat [gedaagde] verweer heeft gevoerd, is op 15 december 2020 een tussenvonnis gewezen waarin een mondelinge behandeling werd bepaald. Op verzoek van Blue Services en met instemming van [gedaagde] is de mondelinge behandeling komen te vervallen. Blue Services heeft vervolgens gereageerd bij conclusie van repliek en daarna heeft [gedaagde] (mondeling) geconcludeerd voor dupliek.

1.2.

Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2 Inleiding

2.1.

Blue Services heeft voor [gedaagde] administratieve diensten verricht. [gedaagde] heeft een achterstand laten ontstaan in de betalingen voor die diensten aan Blue Services.

2.2.

Blue Services en [gedaagde] hebben vervolgens een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin het verschuldigde (restant)bedrag is vastgesteld en de afbetaling van dat bedrag is geregeld.

2.3.

[gedaagde] is zijn verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst niet nagekomen.

3 Het geschil

Wat wil Blue Services?

3.1.

Blue Services wil dat [gedaagde] zijn verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst nakomt. Dat houdt in dat [gedaagde] het bedrag van € 12.460,07 (€ 12.085,07 minus de betalingen van € 1.125,00 + de boete van € 1.500,00) en de contractuele rente tot de dagvaarding (€ 2.707,72) moet betalen. Ook wil Blue Services de buitengerechtelijke kosten (€ 2.269,00) en de interne kosten (€ 40,00) vergoed hebben. Dat is in totaal € 17.477,69.

Daarom vordert Blue Services dat [gedaagde] bij vonnis wordt veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 17.477,69, plus de wettelijke handelsrente vanaf de dagvaarding, de beslagkosten, proceskosten en nakosten.

Wat vindt [gedaagde] ?

3.2.

[gedaagde] erkent dat hij zich niet aan de betalingsregeling met Blue Services heeft kunnen houden. Het bedrag dat Blue Services in deze procedure vordert klopt echter niet, want op 25 april 2019 heeft [gedaagde] een betaling van € 1.500,00 gedaan en die is niet in mindering gebracht op de vordering. Het betalingsbewijs heeft [gedaagde] overgelegd. In verband met zijn financiële situatie verzoekt [gedaagde] om matiging van de bijkomende kosten en om een nieuwe betalingsregeling.

4 De beoordeling

Wat vindt de kantonrechter van de zaak?

4.1.

Blue Services erkent dat het bedrag van € 1.500,00 op 25 april 2019 is betaald. Het bedrag moet echter niet in mindering worden gebracht op het bedrag van € 12.085,07, omdat het betalen van die € 1.500,00 een voorwaarde was voor het sluiten van de vaststellingsovereenkomst. De kantonrechter is het daarmee eens en overweegt daarover het volgende.

4.2.

In de vaststellingsovereenkomst is onder andere het volgende opgenomen:

“2.Debiteur zal ervoor zorgdragen dat gedurende 104 (honderd en vier) weken, uiterlijk de eerste dag van iedere week, voor het eerst op maandag 29 april 2019 (…) een bedrag is bijgeschreven van minimaal € 125,- (honderdvijfentwintig euro), zodat uiterlijk na 104 van deze betalingen plus de aanbetaling van € 1.500,- een bedrag van € 14.500,- en daarmee de volledige Vordering inclusief de contractuele rente en de zijdens crediteur gemaakte kosten zal zijn voldaan en Crediteur niets meer van Debiteur heeft te vorderen.

3. Indien enige van de sub 2 genoemde termijnen niet stipt op tijd op de genoemde bankrekening is bijgeschreven , vervalt van rechtswege de in de artikel 2 vervatte betalingsregeling en wordt onvoorwaardelijk, onherroepelijk, terstond en integraal opeisbaar een door Debiteur aan Crediteur te betalen bedrag van € 12.085,07 vermeerderd met een aan Crediteur verschuldigde boete van € 1.500,- wegens de niet-nakoming van de betalingsregeling en vermeerderd met de contractuele rente van 1% per maand over € 12.085,07,- berekend vanaf 1 april 2019.

4. Het sub 3 bedoelde opeisbare bedrag zal worden verminderd met vanaf 29 april 2019 verrichte deelbetalingen (echter niet met de eenmalige betaling van € 1.500,- op 25 april 2019), zulks met dien verstande dat die betalingen in eerste instantie in mindering komen op de sub 3 bedoelde boete van € 1.500,- (…)”

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat duidelijk in de vaststellingsovereenkomst is vastgelegd dat de betaling van € 1.500,00 op 25 april 2019 als aanbetaling geldt. De betaling is een voorwaarde voor het sluiten van de vaststellingsovereenkomst, waardoor het bedrag van € 1.500,00 niet onder het bedrag van € 12.085,07 valt. Er staat ook dat het opeisbare bedrag zal worden verminderd met de vanaf 29 april 2019 verrichte deelbetalingen, maar niet met de eenmalige betaling van € 1.500,00 op 25 april 2019. Daarom wordt deze betaling niet op het bedrag van € 12.085,07 in mindering gebracht.

4.4.

Voor het overige heeft [gedaagde] de vordering van Blue Services niet weersproken. Op grond van de vaststellingsovereenkomst moet [gedaagde] ook de boete van € 1.500,00 betalen, omdat hij de wekelijkse betaling(en) niet binnen de afgesproken termijn heeft voldaan. Voor zover [gedaagde] heeft bedoeld (mede) om matiging van de boete te verzoeken, geldt dat een boete in uitzonderlijke gevallen gematigd kan worden. De kantonrechter vindt de onderhavige omstandigheden en de gevolgen van de boete niet zó uitzonderlijk dat het bedrag van € 1.500,00 moet worden gematigd. [gedaagde] zal dus het resterende bedrag van (€ 12.085,07 + de boete van € 1.500,00 minus de betalingen van € 1.125,00 = ) € 12.460,07 moeten betalen.

Rente en incassokosten

4.5.

[gedaagde] zal ook de rente over de openstaande hoofdsom moeten betalen. De contractuele rente van € 2.707,72 tot de dag van dagvaarding wordt toegewezen. De gevorderde wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding zal worden afgewezen, omdat op grond van artikel 6:92 lid 2 BW een contractuele boete in de plaats treedt van schadevergoeding op grond van de wet,1 en van deze regel in de vaststellingsovereenkomst niet is afgeweken.

4.6.

Blue Services vordert daarnaast vergoeding van de buitengerechtelijke kosten van € 2.269,90 en dossierkosten van € 40,00. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Blue Services heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Er zijn aanmaningen verstuurd en er is gepoogd een regeling tot stand te brengen. De buitengerechtelijke kosten worden volgens het Besluit berekend over de toegewezen hoofdsom. Dat betekent dat de buitengerechtelijke kosten worden berekend over een bedrag van € 12.460,07. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief van € 899,60. Het bedrag van € 40,00 wordt geacht daarin begrepen te zijn en wordt daarom afgewezen. De gevorderde btw is niet toewijsbaar, nu Blue Services niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie verricht te hebben.

Beslagkosten

4.7.

Blue Services vordert tevens [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten.

Nu Blue Services heeft verzuimd de beslagstukken volledig in het geding te brengen, zal deze vordering als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. Uit de stukken die door Blue Services zijn overgelegd, blijkt niet dat zij binnen acht dagen na het instellen van de eis in de hoofdzaak een afschrift van de dagvaarding aan de betreffende derden heeft betekend, hetgeen ingevolge artikel 721 Rv op straffe van nietigheid is voorgeschreven.

Proceskosten

4.8.

[gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de kosten van deze procedure betalen. Deze kosten bestaan uit € 87,99 aan kosten voor de dagvaarding, € 996,00 aan griffierecht en € 746,00 aan salaris voor de gemachtigde van Blue Services (2 punten x tarief € 373,00). Dat is in totaal € 1.829,99.

4.9.

De nakosten, waarvan Blue Services betaling vordert, worden begroot op € 124,00 (½ punt liquidatietarief met een maximum van € 124,00).

4.10.

De wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Blue Services te betalen een bedrag van € 16.067,39;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Blue Services begroot op € 1.829,99, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de nakosten, begroot op € 124,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2021.

1 Zie ook Hof Amsterdam 4 maart 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:640.