Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:2290

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
03-06-2021
Datum publicatie
08-06-2021
Zaaknummer
C/08/265302 / KG ZA 21-111
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagden dienen de door hen gekraakte panden binnen drie dagen na betekening vonnis te hebben ontruimd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/265302 / KG ZA 21-111

Vonnis in kort geding van 3 juni 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EERSTE TWENTSCHE ELEMENTENFABRIEK ETEF JOURNEE BV,

gevestigd te Hengelo (Ov.),

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

hierna te noemen: Etef,

advocaat: mr. G. Beekman te Hengelo Ov,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te Hengelo (Ov.),

gedaagde in conventie,

advocaat: mr. J. van Lunen te 's-Gravenhage,

2. [gedaagde 2],

wonende te Hengelo (Ov.),

gedaagde in conventie,

advocaat: mr. J. van Lunen te 's-Gravenhage,

3. [gedaagde 3],

wonende te Hengelo (Ov.),

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat: mr. J. Lunen te ’s-Gravenhage en uitsluitend voor wat betreft de vordering in voorwaardelijke reconventie: mr. M.A.R. Schuckink Kool te 's-Gravenhage,

4. [gedaagde 4],

wonende te Hengelo (Ov.),

gedaagde in conventie,

advocaat: mr. J. van Lunen te 's-Gravenhage,

5. [gedaagde 5],

wonende te Hengelo (Ov),

gedaagde in conventie,

advocaat: mr. J. van Lunen te 's-Gravenhage,

6. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK/ZAKEN OF GEDEELTE(N) DAARVAN, gelegen aan de Langelermaatweg 13, 15, 17, 19, 21, 23, 25, 33, 35 te 7553 JG Hengelo (Ov.) dan wel aan de Berfloweg 4 te 7553 JR Hengelo (Ov.),

wonende te Hengelo (Ov.),

gedaagde in conventie,

niet verschenen.

Gedaagden sub 1 t/m 5 zullen hierna respectievelijk [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] , [gedaagde 4] en [gedaagde 5] worden genoemd en gezamenlijk worden aangeduid als de krakers.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met 10 producties van 7 mei 2021,

  • -

    de wijziging van eis met 4 aanvullende producties van de zijde van Etef van 19 mei 2021,

  • -

    de (voorwaardelijke) vordering in reconventie van de zijde van [gedaagde 3] van 17 en 19 mei 2021 met productie,

  • -

    de 2 aanvullende producties van de zijde van Etef van 19 mei 2021,

  • -

    de pleitnota van mr. Beekman namens Etef,

  • -

    de pleitnota van mr. Van Lunen met 7 producties namens de krakers,
    - de mondelinge behandeling via Skype op 20 mei 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Etef is eigenaresse van de onroerende zaken aan de Langelermaatweg 13, 15, 17, 19, 21, 23, 25, 33, 35 en aan de Berfloweg 4 te Hengelo (Ov.), hierna ook te noemen de onroerende zaken.

2.2.

Van de woningen aan de adressen Langelermaatweg 21, 23 en 35 is de woonbestemming komen te vervallen. Enkel de woning met nummer 25 heeft nog de bestemming wonen.

2.3.

Etef heeft in december 2020 de onroerende zaken verkocht aan [X] Projectontwikkeling B.V. voor herontwikkeling. In de koopovereenkomst staat, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“(…)

Datum eigendomsoverdracht en betaling:

Eigendomsoverdracht en betaling zullen plaatsvinden vóór uiterlijk 31 juli 2021 , dan wel zoveel eerder als partijen onderling overeen komen. (…)

Feitelijke levering

Het object zal op het moment van levering kwalificeren als bouwterrein in de zin van artikel 11, lid 1, van de Wet op de omzetbelasting 1968, vrij van huur of andere aanspraken tot gebruik op de datum van eigendomsoverdracht. (…)

Bodem

Koper heeft diverse bodemonderzoeken en notities ontvangen van verkoper. De resultaten hiervan zijn bij koper bekend. Daarnaast heeft koper zelf een notitie c.q. een verkennend bodemonderzoek laten uitvoeren door Aveco de Bondt. De huidige eerste inschatting van de bodemkwaliteit is bij partijen bekend. (…)

Verzuim

Partijen zijn in verzuim door het niet tijdig nakomen van één of meer verplichtingen, voortvloeiende uit deze overeenkomst, zonder dat enige ingebrekestelling is vereist, en dus verplicht tot vergoeding van de daardoor ontstane schade.

Indien koper of verkoper, na bij aangetekende brief te zijn aangemaand, gedurende acht dagen nalatig blijft met de nakoming van één of meer van zijn verplichtingen kan de wederpartij òf alsnog nakoming van de koopovereenkomst verlangen òf de koopovereenkomst ontbinden door een daartoe strekkende schriftelijke mededeling aan de nalatige partij. In beide gevallen verbeurt de nalatige partij ten behoeve van de wederpartij een onmiddellijk opeisbare boete van tien procent (10%) van de koopprijs, onverminderd dienst recht op aanvullende schadevergoeding. (…)

Bijzondere bepalingen

  1. Verkoper zal in zijn opdracht doch voor eigen rekening en risico van koper de huidige opstallen (inclusief de fundering) volledig en zo spoedig mogelijk slopen en aan de alsdan ontstane onbebouwde grond bewerkingen laten plaatsvinden met het oog op de bebouwing, zodat koper op overeenkomen wijze een bouwterrein als bedoeld in artikel 11, lid 1, letter a, sub 1, van de Wet op de omzetbelasting 1968 geleverd krijgt. Indien noodzakelijk zal koper de sloopkosten aan verkoper vergoeden tijdens dit sloopproces, aangezien verkoper formeel opdrachtgever is. Hierover zullen partijen in nader overleg treden.

  2. Koper en verkoper komen overeen dat koper voor eigen rekening en risico, direct nadat onderhavige koopovereenkomst is ondertekend, aan de slag gaat met de “sloopvergunning” en het daaropvolgende sloopproces, opdat de sloop van de opstallen zo spoedig mogelijk gerealiseerd zal zijn.

Ontbindende voorwaarden koper

Koper en verkoper komen overeen dat de koper als verkoper de onderhavige koopovereenkomst kan ontbinden indien blijkt dat de grond saneringskosten groter zijn van € 1.000.000,-- te vermeerderen met btw. Deze ontbindende voorwaarde is geldig tot en met uiterlijk 30 juni 2021 , 12:00 uur. Het staat partijen vrij om bij (geringe) overschrijding van de grondsaneringskosten, indien nodig, nadere afspraken overeen te komen.

(…)”.

2.4.

Begin 2021 hebben de krakers de woningen aan de Langelermaatweg 21, 23, 25 en 35 gekraakt en in gebruik genomen. Later werd duidelijk dat meer woningen zijn gekraakt en dat [gedaagde 4] op het adres aan de Langelermaatweg 33 sinds maart 2021 een eenmanszaak genaamd ‘Handelsonderneming FL’ drijft.

2.5.

Op 12 januari 2021 is namens Etef aangifte gedaan door [A] van het kraken van de woning aan de Langelermaatweg 23 door [gedaagde 3] .

2.6.

Op 16 april 2021 is Etef door de gemeente aangeschreven. In deze brief staat, voor zover van belang, het volgende:

“(…) Onlangs hebben wij een melding ontvangen met betrekking tot het gebruik (bewoning) van de panden aan de Langelermaatweg 21, 23 en 25 en 35. Dit blijkt uit inschrijvingen in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP). Op basis van het vigerende bestemmingsplan is bewoning toegestaan op nummer 25. Voor de adressen 21, 23 en 35 geldt dat wonen niet is toegestaan. Om die reden ontvangt u als pandeigenaar een voorgenomen besluit last onder dwangsom. Dit met als doel het beëindigen van de voornoemde overtreding.

(…)

De hoogte van de dwangsom stellen wij op € 20.000 als bedrag ineens met een begunstigingstermijn van acht weken na dagtekening van het te nemen besluit.

(…)”.

2.7.

Op 22 april 2021 heeft Etef de krakers gesommeerd om de onroerende zaken uiterlijk op 30 april 2021 te ontruimen en te verlaten. Dat is niet gebeurd. Tevens zijn de krakers gesommeerd om de namen van nog niet bekende krakers/organisaties, die eigendommen van Etef gebruiken, bekend te maken.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Etef vordert, na wijziging van eis, dat de voorzieningenrechter, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in kort geding,

I. gedaagden, ieder voor zich, veroordeelt om de Langelermaatweg 13, 15, 17, 19, 21, 23, 25, 33, 35 en de Berfloweg 4 te 7553 JD respectievelijk 7553 JR Hengelo (Ov.), kadastraal bekend gemeente Hengelo, sectie S, percelen 99, 297, 298, 610, althans de door hen bewoonde dan wel in gebruik zijnde onroerende zaak/zaken van Etef aan de Langelermaatweg en Berfloweg, daaronder begrepen zowel de woningen, de (bedrijfs)panden als het omliggende en daarbij behorende terrein, dan wel onderdelen daarvan, met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden respectievelijk bevindt, binnen 48 uur na de betekening van dit vonnis, althans binnen een zodanige andere termijn als bij dit vonnis in goede justitie te bepalen is, volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en leeg en in behoorlijke staat ter vrije beschikking van Etef te stellen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden, zulks met machtiging aan Etef om bij gebreke van volledige voldoening hieraan deze verlating, ontruiming en dit vervolgens verlaten en ontruimd houden zelf te bewerken eventueel met behulp van de sterke arm van Politie en Justitie op kosten van gedaagden;

II. bepaalt dat dit vonnis binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van 1 jaar na de dag waarop het vonnis is uitgesproken of indien de tenuitvoerlegging van het vonnis na verloop van een bepaalde termijn wordt toegestaan tot 1 jaar na die dag waarop de termijn verstrijkt, ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de onder I. genoemde onroerende zaken aan de Langelermaatweg 13, 15, 17, 19, 21, 23, 25, 33, 35 en aan de Berfloweg 4, kadastraal bekend gemeente Hengelo, sectie S, percelen 99, 297, 298, 610, daaronder begrepen zowel de woningen, de (bedrijfs)panden als het omliggende en daarbij behorende terrein, dan wel onderdelen daarvan, bevindt of deze betreedt en telkens wanneer zich dat voordoet op hunner kosten;

III. gedaagden, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, veroordeelt in de kosten van dit geding, waaronder salaris en verschotten, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis en voor het geval dat voldoening van deze kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de 14de dag na dagtekening van het vonnis, en te vermeerderen met de na het vonnis te maken kosten van tenuitvoerlegging daarvan, waaronder de eventueel te maken ontruimingskosten op vertoon van de daartoe nodige, in dit vonnis te vermelden, bescheiden, op de voet van artikel 3:299 lid 3 BW.

3.2.

De krakers voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in (voorwaardelijke) reconventie

4.1.

[gedaagde 3] vordert, na wijziging van eis ter zitting, voor zover de conventionele vordering jegens [gedaagde 3] wordt afgewezen dan wel wordt toegewezen op een termijn van langer dan drie maanden of onder een voorwaarde die de mogelijkheid open laat dat diens verblijf aan de Langelermaatweg 23 te Hengelo nog langer dan drie maanden door hem kan worden voortgezet, Etef te veroordelen tot het geven van toestemming tot het door Vitens laten aanleggen van een wateraansluiting op dit adres op kosten van [gedaagde 3] en het uitvoeren van de daarvoor benodigde infrastructurele werkzaamheden, als omschreven in de door [gedaagde 3] in het geding gebrachte brief van Vitens aan [gedaagde 3] van 12 maart 2021, onder een dwangsom van € 20.000,--, indien Etef niet binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de gevorderde toestemming verleent.

4.2.

Etef voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

Uitsluitend [gedaagde 1] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] waren aanwezig tijdens de mondelinge behandeling op 20 mei 2021. Mr. Van Lunen was gevolmachtigd [gedaagde 2] en [gedaagde 5] te vertegenwoordigen, waardoor zij eveneens als verschenen ter zitting worden aangemerkt. De dagvaarding is niet alleen uitgebracht tegen [gedaagde 1] , [gedaagde 3] , [gedaagde 4] , [gedaagde 2] en [gedaagde 5] , maar ook tegen eventuele andere personen die in de onroerende zaken verblijven. Dat is gebeurd op de wijze die de wet voorschrijft, door betekening aan het huisadres en door middel van een publicatie in dagblad Trouw op 11 mei 2021. Er zijn geen andere personen verschenen dan voornoemde vijf gedaagden. Voor de volledigheid wordt tegen hen verstek verleend. Omdat voornoemde vijf gedaagden wel zijn verschenen, wordt één vonnis gewezen dat voor alle partijen als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. Dat betekent dat geen rechtsmiddel van verzet tegen dit vonnis openstaat (maar enkel hoger beroep). Wat Etef vordert van de niet verschenen gedaagden komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom toegewezen.

5.2.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de krakers door zonder recht of titel de onroerende zaken te bewonen inbreuk maken op het eigendomsrecht van Etef. Daarnaast is het kraken van een onroerende zaak in artikel 138a van het Wetboek van Strafrecht als een misdrijf strafbaar gesteld. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat die bepaling vooral gelegen is in de bescherming van het eigendomsrecht van een ander. Daarmee staat de onrechtmatigheid van het handelen van de krakers vast. Dit laat onverlet dat een ontruimingsvordering in kort geding slechts toewijsbaar is, als daarbij een spoedeisend belang bestaat, waarbij als uitgangspunt heeft te gelden dat ontruiming niet tot ongerechtvaardigde leegstand mag leiden.

5.3.

De krakers stellen dat Etef geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Zij voeren onder meer aan dat de plannen met de panden nog erg onzeker zijn en dat daardoor de kans aanwezig is dat er (ongerechtvaardigde) leegstand zal ontstaan.

5.4.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Gebleken is dat Etef al geruime tijd bezig is met de voorbereiding van de herontwikkeling van de onroerende zaken. Er bestaat een koopovereenkomst waarin een leveringsdatum van 31 juli 2021 is opgenomen. Verder is vast komen te staat dat Etef de onroerende zaken dient op te leveren als bouwterrein, dus dat er eerst gesloopt dient te worden. In de koopovereenkomst is een ontbindende voorwaarde opgenomen voor het geval de saneringskosten meer blijken te bedragen dan € 1.000.000,--, te vermeerderen met BTW. Deze ontbindende voorwaarde geldt tot 30 juni 2021. Etef heeft gesteld dat de bebouwing eerst gesloopt moet worden voordat de saneringskosten goed in kaart kunnen worden gebracht. Deze stelling is door de krakers onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat daarmee naar het oordeel van de voorzieningenrechter vast is komen te staan dat er voor 30 juni 2021 gesloopt dient te worden. Dat toont aan dat er nog relatief weinig tijd is om de sloop van de panden te realiseren.

Etef heeft een offerte van [Y] Sloopwerken B.V. in het geding gebracht. Ter zitting heeft Etef hiervan gezegd dat deze offerte weliswaar niet geheel actueel meer is, nu in die offerte geen rekening is gehouden met het al dan niet aanwezig zijn van asbest, maar dat deze offerte wel als uitgangspunt dient en met het sloopbedrijf is afgesproken dat de opdracht tot sloop zal worden gegeven, zodra in deze procedure uitspraak is gedaan. Ook deze stelling van Etef is onvoldoende gemotiveerd betwist door de krakers.

5.5.

Uit het vorenstaande volgt dat er, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, sprake is van concrete plannen ten aanzien van de onroerende zaken en dat voldoende aannemelijk is dat Etef op korte termijn met de uitvoering van de plannen zal starten door te starten met de noodzakelijke sloop.

5.6.

De krakers hebben nog gesteld dat er vleermuizen in enkele van de panden leven en dat er voor de sloop een ontheffing dient te worden aangevraagd omdat vleermuizen een beschermde diersoort zijn. Wanneer deze benodigde ontheffing ontbreekt, kan de sloop niet doorgaan, aldus de krakers. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verkrijgen van een eventueel benodigde ontheffing, waarvan de noodzaak door Etef overigens wordt betwist, de verantwoordelijkheid van Etef betreft en niet de belangen van de krakers raakt.

5.7.

Daarnaast acht de voorzieningenrechter nog van belang dat de gemeente Hengelo Etef heeft aangeschreven omtrent een voorgenomen last onder dwangsom ten aanzien van de woonadressen met uitzondering van de Langelermaatweg 25. Weliswaar heeft mr. Beekman bij brief van 29 april 2021 de gemeente Hengelo verzocht om daadwerkelijke oplegging van deze last onder dwangsom uit te stellen in afwachting van de uitkomst van deze procedure, niettemin is de dreiging van deze last onder dwangsom reëel, juist omdat de woningen, met uitzondering van de Langelermaatweg 25, geen woonbestemming hebben.

5.8.

Gezien voormelde omstandigheden, waaruit naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt dat niet aan de orde is dat leegstand van het pand dreigt, weegt het (spoedeisend) belang van Etef bij ontruiming zwaarder dan het - door onrechtmatig handelen jegens Etef uitgeoefende - woonbelang van de krakers, te meer nu krakers weliswaar hebben gesteld dat voldoende betaalbare woonruimte ter plaatse ontbreekt, maar deze stelling onvoldoende feitelijk hebben onderbouwd. De ontruimingsvordering zal dan ook worden toegewezen. Ten aanzien van de ontruimingstermijn overweegt de voorzieningenrechter dat ingevolge artikel 555 Rv uitgangspunt is dat in geval van ontruiming een termijn van drie dagen wordt gegund om aan de executoriale titel te voldoen. Etef onderbouwt niet waarom deze wettelijke termijn in dit geval zou moeten worden ingekort tot de gevorderde twee dagen (48 uur). Gelet hierop zal de voorzieningenrechter bepalen dat uiterlijk binnen drie dagen na betekening van het vonnis tot ontruiming overgegaan moet worden.

5.9.

De vordering van Etef om op grond van artikel 557a lid 3 Rv dit vonnis binnen een termijn van één jaar na de datum ervan ten uitvoer te kunnen leggen jegens een ieder die zich bevindt of binnentreedt in de onroerende zaak is eveneens toewijsbaar, met dien verstande dat de voorzieningenrechter het in de huidige situatie passend vindt om deze termijn te verkorten naar een termijn van 3 maanden, gelet op het door Etef gestelde en onderbouwde spoedeisend belang.

5.10.

De mede gevorderde machtiging op Etef om de ontruiming zo nodig zelf, met inroeping van de sterke arm, uit te doen voeren, wordt afgewezen. Uit artikel 556 lid 1 Rv volgt dat Etef de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Etef heeft voldoende aan een ontruimingsvonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen indien gedaagden niet vrijwillig tot ontruiming overgaan. De deurwaarder zelf behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien de deuren gesloten zijn, of de opening geweigerd wordt. Die bevoegdheid ontleent hij immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv, waarin artikel 444 Rv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen bij de ontruiming, dan kan hij op grond van artikel 3 Politiewet - zonder dat daartoe een machtiging van de rechter nodig is - bijstand van de politie inroepen.

5.11.

De voorzieningenrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren nu Etef dit heeft gevorderd en tot uitgangspunt dient dat een veroordeling hangende een hogere voorziening uitvoerbaar dient te zijn. Het belang van Etef is daarmee gegeven. Tegen dit belang hebben de krakers niets aangevoerd zodat de hiervoor overwogen belangen van Etef zwaarder wegen (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019, JBPR 2020/21 m.n. van S.M.A.M. Venhuizen).

5.12.

Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld.


De kosten aan de zijde van Etef worden begroot op:

- kosten dagvaarding € 85,81

- griffierecht € 667,00

- salaris advocaat € 656,00

Totaal € 1.408,81

5.13.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.

5.14.

Gedaagden zullen tevens worden veroordeeld tot betaling van de nakosten, zoals hierna onder 7.5. vermeld.

5.15.

De op grond van artikel 3:229 lid 3 BW gevorderde (mogelijke) kosten van (gedwongen) ontruiming zullen worden afgewezen. Ingevolge artikel 237 lid 3 Rv wordt het bedrag van de kosten waarin de verliezende partij wordt veroordeeld bij het vonnis vastgesteld, voor zover die kosten vóór de uitspraak zijn gemaakt. Daarvan is bij ontruimingskosten geen sprake; dit zijn immers de kosten die ná het ontruimingsvonnis (mogelijk) worden gemaakt. Ten tijde van het ontruimingsvonnis staat immers nog niet vast of deze kosten zullen worden gemaakt en zo ja, in welke omvang.

6 De beoordeling in (voorwaardelijke) reconventie

6.1.

De eis in reconventie is voorwaardelijk ingesteld. Uit de beslissing in conventie vloeit voort dat de voorwaarden niet zijn vervuld, zodat op de vordering in reconventie geen beslissing hoeft te worden gegeven.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden, als bedoeld onder 6. van de dagvaarding,

7.2.

veroordeelt gedaagden, ieder voor zich, om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de onroerende zaken aan de Langelermaatweg 13, 15, 17, 19, 21, 23, 25, 33, 35 en de Berfloweg 4 te 7553 JD respectievelijk 7553 JR Hengelo (Ov.) met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden, te ontruimen en leeg en in behoorlijke staat ter vrije beschikking van Etef te stellen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden,

7.3.

bepaalt dat dit vonnis conform het bepaalde in artikel 557a lid 3 Rv binnen een termijn van drie maanden na heden ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de onder 7.2. van dit vonnis genoemde onroerende zaken bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,

7.4.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van Etef tot op heden begroot op € 1.408,81, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.5.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

7.6.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.7.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

7.8.

verstaat dat de vordering geen behandeling behoeft.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Lorist en in het openbaar uitgesproken door
mr. U. van Houten op 3 juni 2021.1

1 type: coll: