Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:2180

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-06-2021
Datum publicatie
17-06-2021
Zaaknummer
8928668 \ CV EXPL 20-5945
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht. Tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst? Onduidelijk welke afspraken precies zijn gemaakt. Er kan niet geconcludeerd worden dat gedaagde de overeenkomst niet, of niet volledig, is nagekomen. Van een wanprestatie aan de zijde van gedaagde is niet gebleken, dus geen verplichting tot schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 8928668 \ CV EXPL 20-5945

Vonnis van 1 juni 2021

in de zaak van

[eiseres] , h.o.d.n. Make It Management,
wonende te [woonplaats] ,

eisende partij, hierna te noemen [eiseres] ,

verschenen in persoon.

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,

verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 25 november 2020 met producties,

- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis,

- de mondelinge behandeling op 15 maart 2021.

1.2.

[gedaagde] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, zonder afmelding, niet verschenen op de mondelinge behandeling.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] houdt zich met haar bedrijf “Make It Management” bezig met het managen van (amateur)modellen.

2.2.

[gedaagde] was voor haar project genaamd “School By Dani” (hierna: het project) op zoek naar modellen en heeft daarvoor per e-mail contact opgenomen met [eiseres] .

2.3.

In de e-mail correspondentie tussen partijen is, voor zover van belang, het navolgende opgenomen (productie 3):
“ (…) Afspraken:
Fee model: TFP
Managementfee: nvt
Reiskosten: op basis van € 0,19/km (…)
(…) Bemiddelingskosten: we rekenen € 10,00 per geboekt model omdat het TFP is.
btw: 21% (…)”

2.4.

[eiseres] heeft op 31 januari 2020 een drietal boekingsovereenkomsten verzonden naar [gedaagde] . In de door partijen ondertekende boekingsovereenkomsten is, voor zover van belang, het navolgende opgenomen (productie 4, 5 en 6):

“(…) Artikel 3 Vergoeding
3.1. Het talent zal na afloop van de opnameperiode de vergoeding(en) ontvangen als genoemd in art. 3.2. Het management zal na afloop van de opnameperiode de opdrachtgever een factuur sturen met betrekking tot deze werkzaamheden. Het management zal na ontvangst van de factuur het talent uitbetalen.

Het management van het talent draagt zorg voor een correcte betaling van de vergoeding(en) als genoemd in art. 3.2. aan het talent.

3.2.

Overeengekomen vergoeding:

“Opname periode en werkdagen: 2 februari 2020
Fee talent: TFP (overhandigen van namen van de fotografen, etc)
Buy out: nvt voor het eerste jaar.
Management fee 20%: nvt
Reiskosten: Op basis van km á € 0,19 (zegge: negentien cent)
Andere kosten: Parkeerkosten (dit kan overnachtingen zijn, lunch, diner, etc)
Btw: 21% (…)”

2.5. ‘

TFP’ staat voor “Time For Prints” en is een veelgebruikte term bij het fotograferen van (amateur)modellen. Hierbij zal de fotograaf als vergoeding voor de werkzaamheden een aantal foto’s verstrekken aan het model, welke zowel door de fotograaf als door het model kunnen worden gebruikt in een portfolio c.q. voor promotiewerkzaamheden.

2.6.

[A] , [B] en [C] , drie modellen verbonden aan Make It Management (hierna: de drie modellen), hebben op 2 februari 2020 van 11:00 tot 17:00 in Haaksbergen als model werkzaamheden verricht voor een fotoshoot voor het project van [gedaagde] .

2.7.

[eiseres] heeft op 7 februari 2020 een bedrag van € 203,16 gefactureerd aan [gedaagde] . Dit bedrag is samengesteld uit € 30,00 aan bemiddelingskosten (€ 10,00 per model) € 68,00 aan reiskosten voor [B] en € 69,90 aan reiskosten voor [C] (productie 9).

2.8.

De factuur d.d. 7 februari 2020 heeft [gedaagde] op 22 februari 2020 betaald.

2.9.

[eiseres] bericht [gedaagde] op 8 februari 2020 voor zover van belang als volgt:

“Hoi [gedaagde] , ik merk op dat er door het team al heel wat foto’s gepost worden en ik heb nog niets mogen ontvangen. Kan jij dit asap regelen.”

2.10.

[X] (hierna: de fotografe) heeft op 26 februari 2020 via WeTransfer
8 foto’s verstuurd naar [eiseres] .

2.11.

[eiseres] heeft op 1 april 2020 een bedrag van € 484,00 gefactureerd aan [gedaagde] (productie 15). Blijkens de dagvaarding heeft [eiseres] dit bedrag bepaald naar wat [gedaagde] volgens haar in alle redelijkheid en billijkheid aan financiële vergoeding zou dienen te betalen voor de werkzaamheden van de drie modellen.

2.12.

[eiseres] heeft [gedaagde] bij brief van 15 april 2020 in gebreke gesteld. In de brief, is voor zover van belang, het navolgende opgenomen (productie 18):

“(…) U komt de tussen ons gemaakte afspraken niet na. U bent tekortgeschoten in de nakoming van de tussen ons gesloten overeenkomst. (…)
(…) Het betreffende de volgende gebreke met betrekking tot de opdracht op 2 februari 2020 van 11.00 uur tot +/- 17.00 uur:
- Het aanleveren van portfoliofoto’s voor de modellen [A] , [B] en [C] .
- Op basis van TFP-basis minimaal 2 per kledingwissel (…)”

2.13.

[gedaagde] bericht [eiseres] op 15 april 2020 via WhatsApp, voor zover van belang, als volgt (productie 28):

“ (…) Helaas ben ik het niet eens met je keuze om mij een factuur van ruim € 400,- te sturen en ben ik deze ook niet van plan te betalen! (…)

(…) Zoals we samen eerder hebben besproken was dit mijn eerste tfp opdracht en gaf jij mij nog tips om bij een volgende shoot dingen beter af te stemmen of zelfs een contract af te sluiten met de fotograaf. (…)”

2.14.

[eiseres] bericht de fotografe op 16 april 2020 per e-mail, voor zover van belang, als volgt (productie 29):

“(…) Wij hebben destijds 8 foto’s ontvangen die de opdrachtgever [gedaagde] heeft gebruikt voor haar project School by Danie. Verder hebben wij tot op heden niets ontvangen. (…)”

(…) Ik wil u bedanken, in zover, voor het sturen van deze foto’s, echter hiermee is het probleem niet opgelost. De foto’s zijn grotendeels niet geschikt voor hun portfolio. Ik mis daarentegen voornamelijk ook foto’s van [B] (…)”

2.15.

De fotografe bericht [eiseres] op 15 april 2020 per e-mail, voor zover van belang, als volgt (productie 18):

“ (…) Ik zal bij deze alsnog alles sturen wat ik heb, zij het in een resolutie die geschikt is voor online. Meer heb ik niet zoals ik al uitlegde en daarmee is voor mij de kous af (…)
(…) Ik heb de shoot waarvoor ik de opdracht kreeg in hoge resolutie geleverd aan [gedaagde] en aan [Y] . Al het extra wat ik geschoten heb is uit een vriendelijk gebaar en verstuur ik alsnog naar jullie. (…)”

2.16.

[eiseres] heeft op 21 april 2020 van de fotografe via WeTransfer 52 foto’s ontvangen (productie 20).

2.17.

[eiseres] heeft [gedaagde] op 29 april 2020 een brief gestuurd waarin zij [gedaagde] opnieuw heeft gesommeerd. In deze sommatie is, voor zover van belang, het navolgende opgenomen (productie 22):

“ (…) In overleg met mijn advocaat sommeer ik u voor de laatste keer om de gevraagde foto’s (zie bijlage) aan te leveren vóór 8 mei 2020. Indien dit niet gebeurd kan ik u verzekeren dat mijn advocaat de communicatie zal overnemen om de stappen te ondernemen die nodig zijn om alle afspraken, voortvloeiend uit deze overeenkomsten, te verhalen.

Op 15 april 2020 hebben wij u in gebreke gesteld voor het niet nakomen van de de afspraken zoals beschreven in de boekingsovereenkomsten.

Na aanleiding van de in gebreke stelling hebben wij op 21 april 2020 van de fotografe, [X] , een wetransfer ontvangen met daarin 52 foto’s. We waren zeer enthousiast totdat bleek hoeveel dubbelen er waren verstuurd en met welke kwaliteit. (…)”

3
3. Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:

  1. de hoofdsom van € 1.348,89;

  2. de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 12 juni 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

  3. de kosten van deze procedure, waaronder een bedrag aan salaris en noodzakelijke verschotten zulks met bepaling dat [gedaagde] de proceskosten de wettelijke rente verschuldigd zal zijn na betekening van het te dezen wijzen vonnis.

3.2.

[eiseres] baseert haar vordering op de hiervoor opgenomen feiten waarbij zij het volgende heeft aangevoerd. De hoofdsom is samengesteld uit de factuur van 1 april 2020 voor een bedrag van € 484,00, € 80,00 aan management fee en € 605,00 aan advocaatkosten. Omdat van [gedaagde] geen betaling viel te verkrijgen van het nog openstaande bedrag, heeft [eiseres] haar vordering ter incasso uit handen gegeven. De kosten daarvoor bedragen € 175,35 en komen voor rekening van [gedaagde] . Voorts vordert [eiseres] de wettelijke rente over de hoofdsom, welke zij tot 25 november 2020 heeft berekend op een bedrag van € 4,54. Sindsdien vordert [eiseres] de wettelijke rente over de hoofdsom tot aan de dag van algehele voldoening.

3.3.

[gedaagde] voert verweer tegen de vordering van [eiseres] . Kort samengevat voert zij als verweer dat wat [eiseres] stelt en vordert niet is overeengekomen. In de boekingsovereenkomsten is niets opgenomen over hoeveel foto’s geleverd hadden moeten worden per model.

3.4.

Op de (overige) stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Aan de orde is de vraag of [gedaagde] gehouden is de vordering van [eiseres] te voldoen. [eiseres] heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat er zijdens [gedaagde] sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst, nu zij niet conform het
TFP-principe het juiste aantal en de juiste kwaliteit foto’s van [gedaagde] heeft ontvangen. De kantonrechter begrijpt dat [eiseres] daarom als zijnde schadevergoeding alsnog een vergoeding vordert voor de werkzaamheden die haar modellen hebben uitgevoerd.

4.2.

Voor de beoordeling van de vordering is van belang wat partijen precies zijn overeengekomen. [eiseres] stelt dat zij geen foto’s heeft ontvangen volgens de afspraken die gemaakt zijn in de boekingsovereenkomst. [gedaagde] betwist dat er afspraken zijn gemaakt over hoeveel foto’s geleverd moesten worden per model en stelt dat alle foto’s die zijn gemaakt inmiddels met [eiseres] zijn gedeeld. Onduidelijk blijft welke afspraken dan precies zijn gemaakt. [eiseres] verwijst ter onderbouwing van haar stelling naar de boekingsovereenkomst, maar in de boekingsovereenkomst staat hierover niets vermeld.

4.3.

[eiseres] heeft ter zitting de vergoeding conform het TFP-principe nader toegelicht en uitgelegd dat de foto’s kwalitatief geschikt dienen te zijn voor het portfolio van de modellen. Ter zake van het aantal te leveren foto’s heeft [eiseres] gesteld dat elk model 2 of 3 foto’s per kledingwissel had dienen te ontvangen. [eiseres] heeft desgevraagd ter zitting erkend dat dit niet zo in de boekingsovereenkomst is opgenomen en hierover ook niet als zodanig is gesproken, maar stelt dat deze invulling in de modellenwereld gebruikelijk is. Het aantal te ontvangen foto’s dient in ieder geval in verhouding te staan tot het aantal gewerkte uren door de drie modellen, hetgeen nu niet het geval is aldus [eiseres] .

4.4.

De kantonrechter stelt voorop dat een vordering tot schadevergoeding op grond van wanprestatie eerst kan worden toegewezen, indien de schade is geleden als gevolg van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van die overeenkomst. Niet in geschil is dat [gedaagde] (conform de overeenkomst) de bemiddelings- en reiskosten heeft voldaan en dat [eiseres] via WeTransfer alle foto’s heeft ontvangen die er zijn gemaakt. Nu onduidelijk is wat partijen precies zijn overeengekomen kan niet tot de conclusie worden gekomen dat [gedaagde] hiermee de overeenkomst niet, of niet volledig, is nagekomen. [eiseres] heeft hiervoor onvoldoende gesteld en onderbouwd. Nu van een wanprestatie aan de zijde van [gedaagde] niet is gebleken, bestaat er voor [gedaagde] geen verplichting tot schadevergoeding. Ook wanneer er wordt gekozen voor ‘een betaling’ volgens het TFP-principe is het aan partijen om duidelijke afspraken te maken over wat hieronder wordt verstaan en wat zij over en weer van elkaar mogen verwachten wat betreft kwaliteit, aantallen en de wijze van aanleveren van de foto’s. De vordering dient dan ook te worden afgewezen.

4.5.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde] , nu zij in persoon heeft geprocedeerd, begroot op nihil.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2021.