Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:2137

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-05-2021
Datum publicatie
28-05-2021
Zaaknummer
08-770175-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel spreekt een 34-jarige man die betrokken was bij een steekpartij in Hoge Hexel vrij. De rechtbank oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte degene was die heeft gestoken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-770175-18 (P)

Datum vonnis: 28 mei 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] (Hongarije),

wonende aan de [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 mei 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. Leunk en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw mr. F. Atto, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair: heeft geprobeerd om [aangever] van het leven te beroven, dan wel dat hij heeft geprobeerd om hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel dat hij hem heeft mishandeld;

feit 2: [aangever] heeft bedreigd met de dood en/of met zware mishandeling.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 3 juli 2018 te Hoge Hexel, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever] , opzettelijk, van het leven te beroven, met een mes, althans een scherp en/of een puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal in het lichaam ter hoogte van de borst heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgende, subsidiair, terzake dat:

hij op of omstreeks 3 juli 2018 te Hoge Hexel, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, aan [aangever] , opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel, te weten één of meer (diepe) snijwond(en) in het lichaam en/of enig ander zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [aangever] (met kracht) met een mes, althans een puntig en/of scherp voorwerp, in het lichaam ter hoogte van de borst heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgende, meer subsidiair, terzake dat:

hij op of omstreeks 3 juli 2018 te Hoge Hexel, in elk geval in Nederland, [aangever] heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte, die [aangever] (met kracht) met een mes, althans een

puntig en/of scherp voorwerp, in het lichaam ter hoogte van de borst gestoken;

2.

hij op of omstreeks 3 juli 2018 te Hoge Hexel, in elk geval in Nederland, [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk dreigend een mes vast gehouden in de richting van die [aangever] .

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsmotivering

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en het onder 2 ten laste gelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken wegens het ontbreken van opzet – ook in voorwaardelijke zin – op deze feiten.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw geen verweer gevoerd met betrekking tot het bewijs.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Feit 1

Op 3 juli 2018 heeft er een incident plaatsgevonden in Hoge Hexel, waarbij [aangever] (hierna: aangever) een steekverwonding aan de rechter zijde van zijn borstkas heeft opgelopen als gevolg van het steken met een mes of een puntig of scherp voorwerp. Aangever heeft bij de politie verklaard dat verdachte een keukenmes pakte en met opzet in zijn richting stak. Aangever voelde pijn in zijn rechter borst en zag dat hij gestoken was. Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat hij aangever met opzet heeft gestoken. Getuige [getuige] was – naast verdachte en aangever – de enige persoon die aanwezig was op de plek waar het incident heeft plaatsgevonden. Getuige [getuige] heeft bij de politie verklaard dat hij wel heeft gezien dat aangever en verdachte dicht bij elkaar stonden, maar dat hij niet heeft gezien dat verdachte aangever heeft gestoken met een mes.

De rechtbank is van oordeel dat de feitelijke toedracht van het incident niet met zekerheid vastgesteld kan worden, nu de verklaringen van aangever en verdachte op belangrijke onderdelen van elkaar verschillen en getuige [getuige] niet heeft gezien dat verdachte aangever heeft gestoken met een mes of een ander puntig of scherp voorwerp. De enkele verklaring van aangever is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het primair, subsidiair of meer subsidiair ten laste gelegde te kunnen komen. De wond aan zijn borstkas vormt als zodanig onvoldoende ondersteuning voor de verklaring van aangever.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde.

4.3.2

Feit 2

Aangever heeft bij de politie verklaard dat hij richting de visvijver rende nadat hij door verdachte was gestoken. Verdachte rende volgens aangever achter hem aan. Aangever zag dat verdachte stekende bewegingen in zijn richting maakte. Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat hij aangever heeft bedreigd door een mes vast te houden in de richting van aangever. Getuige [getuige] was – naast verdachte en aangever – de enige persoon die aanwezig was op de plek waar het incident heeft plaatsgevonden. Getuige [getuige] heeft bij de politie verklaard dat hij wel heeft gezien dat aangever naar het meer toe liep en dat verdachte achter hem aan ging, maar dat hij niet heeft gezien dat verdachte aangever heeft bedreigd met een mes.

De rechtbank is van oordeel dat ook hier de feitelijke toedracht niet met zekerheid vastgesteld kan worden, nu de verklaringen van aangever en verdachte van elkaar verschillen en getuige [getuige] niet heeft gezien dat verdachte aangever heeft bedreigd met een mes. De enkele verklaring van aangever is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te kunnen komen.

De rechtbank zal verdachte dan ook eveneens vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde.

5 De inbeslaggenomen voorwerpen

Verdachte heeft verklaard dat de twee inbeslaggenomen messen tot de inventaris van het destijds door hem bewoonde chalet behoren. De rechtbank leidt daaruit af dat de eigenaresse van het vakantiepark waarop het chalet gelegen was, redelijkerwijs als rechthebbende van de messen kan worden aangemerkt en zal gelasten dat de messen aan haar teruggegeven worden.

6 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave van de op de beslaglijst vermelde messen aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, te weten de eigenaresse van het vakantiepark;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. A.M.G. Ellenbroek en mr. J. Faber, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Gottemaker, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2021.

Mr. A.M.G. Ellenbroek is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.