Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:1965

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-05-2021
Datum publicatie
18-05-2021
Zaaknummer
08.023038.21, 08.167352.20 (vordering TUL), 08.274722.19 (vordering TUL) en 08.278564.20 (vordering TUL) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 26-jarige man tot een gevangenisstraf van 270 dagen, waarvan 156 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De man riep mensen op om te rellen in Enschede tijdens de avondklok in januari 2021. Ook overtrad hij een gebiedsverbod en bekraste hij een ophoudkamer van de politie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08.023038.21, 08.167352.20 (vordering TUL), 08.274722.19 (vordering TUL) en 08.278564.20 (vordering TUL) (P)

Datum vonnis: 18 mei 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu verblijvende in de PI Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

4 mei 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. C.P. Dronkers en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. J.D. Onland, advocaat te Oldenzaal, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing door op Facebook het evenement ‘Enschede in opstand’ aan te maken en anderen op te roepen op de Oude Markt in Enschede te verzamelen en tijdens de zogenoemde avondklokrellen opruiende teksten te uiten via een livestream op Facebook;

feit 2: zich tijdens die avondklokrellen schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging;

feit 3: een ophoudkamer van de politie heeft beschadigd door op de muren teksten en hakenkruizen te krassen;

feit 4: een gebiedsverbod heeft overtreden.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 23 en/of 24 januari 2021, te Enschede, althans in Nederland,

in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding(en)

tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag

heeft opgeruid, door op zijn facebook account [verdachte] een evenement

(Enschede in opstand) aan te maken en daarin de volgende tekst heeft gezet: Beste

mensen, het moet maar is afgelopen zijn dat we ons de les laten voor lezen door de

overheid ben jij het er ook niet mee eens bent dat je om 21:00 uur niet meer naar

buiten mag of kan kom je dan morgen om 21:00 in opstanden kom voor je vrijheid

op de demonstratie is in Enschede onze vrijheid mensen" Locatie Oude Markt en/of

het verzoek erbij om het evenement te delen op Facebook en/of op Facebook met

de volgende tekst

"Wij tegen iedereen zorg dat je er bij bent half 9 verzamelen de groep is

steeds grote aan het worden gisteren was kort dag dus wij gaan vandaag met

alles en iedereen bericht zoveel mensen die ook mee gaan hoe meer hoe beter

(boks en hart icoon)#enschede locatie oude markt Delen aub." en/of (op instagram

en/of facebook) een livestream te zetten en daarbij te zeggen "Voor de mensen hier,

we lopen te slopen" en "We gaan nog ff door hier in Enschede. We laten ons niet

wegjagen. Niet terugkrabbelen, we gaan er tegenin. Pak die stenen, doe mij er

eentje, doe mij er eentje" en/of "Gaan we plunderen of niet?" en/of "We gaan er op

joh, we gaan kloppen of niet", althans woorden van soortgelijke opruiende aard op

strekking en/of -via Whats app en/of Messenger- vrienden uit te nodigen om ook

naar de Oude Markt te komen en zoveel als mogelijk mensen te mobiliseren om te

rellen en/of te verzoeken om vuurwerk mee te nemen en/of te beamen dat er

spullen in de fik zou worden gestoken;

2.

hij op of omstreeks 24 januari 2021, te Enschede,

openlijk, te weten op of aan de Oude Markt en/of de Langestraat en/of het

H.J. van Heekplein en/of het Koningsplein en/of de Raadhuisstraat en/of de

Burg. Edo Bergsmastraat en/of de Beltstraat en/of de Haaksbergerstraat

en/of andere wegen in het centrum van Enschede, in elk geval op of aan

openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)nen, te weten een of meer

politieambtena(a)r(en) en/of (een) goed(eren), te weten een politieauto en/of een of

meer ruiten van winkels en/of het ziekenhuis en/of gebouwen en/of en/of een

vlaggemast en/of straatmeubilair, door stenen en/of (zwaar) vuurwerk en/of fietsen

en/of andere voorwerpen te gooien of te smijten in de richting van die

politieambtena(a)r(en) en/of ruiten en/of gebouwen en/of stenen uit de grond te

halen en/of verkeersborden omver te duwen en/of te trekken en/of door tegen

ruiten en/of deuren en/of gebouwen te schoppen en/of te trappen te schreeuwen,

joelen en/of roepen "Politie hoeren van Justitie” en/of zwaar vuurwerk te gooien

onder een politieauto, waar een politieambtenaar in zat en/of -zakelijk

weergegeven- op te roepen tot geweld en/of rellen en/of slopen en/of door

containers omver te duwen of te gooien en/of door een of meer slagbomen van het

ziekenhuis te vernielen of af te breken en/of te zich als groep, al schreeuwend,

roepend en leuzen scanderend, te verplaatsen in het centrum van Enschede, terwijl

hij, verdachte tegen een politieauto heeft geschopt en/of getrapt en/of met een of

meer stenen heeft gegooid;

3 .

hij op of omstreeks 24 en/of 25 januari 2021, te Enschede,

opzettelijk en wederrechtelijk een ophoudkamer in het politiebureau

een of meer muren, in elk geval enig(e) goed(eren), die geheel of ten dele aan een

ander, te weten aan de Nationale Politie, toebehoorde,

heeft vernield en/of beschadigd, door in de muren de volgende teksten te

kerven/krassen "Politie hoeren van Justitie" en/of "ACAB" en/of "Vak P Enschede"

en/of "Hooligans 1312" en/of afbeeldingen van hakenkruizen te kerven/krassen in

die mu(u)(ren);

4.

hij op of omstreeks 24 januari 2021, te Enschede, opzettelijk niet heeft voldaan aan

een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten aan het

gebiedsgebod (gedurende de periode van 6 augustus 2020 tot en met 7 maart 2021)

opgelegd door de gemeente Enschede ingevolge artikel 172a van de Gemeentewet,

hieraan geen gevolg te geven, door zich te bevinden op de Oude Markt en/of van

Heekplein en/of een of meer (andere) wegen aangegeven in voornoemd

Gebiedsgebod.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.1

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte tijdens de zitting op 4 mei 2021;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 24 tot en met 28;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , pagina 63 tot en met 65;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] , pagina 73 tot en met 76;

  • -

    de screenshots van Facebook op pagina 27 en pagina 113. Dit zijn geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5, Sv.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat openlijk geweld is gepleegd tegen personen en tegen goederen. Op de Oude Markt in Enschede is het geweld begonnen en dat heeft zich vervolgens uitgebreid naar omliggende straten en het ziekenhuis. De rechtbank is van oordeel dat dit openlijk geweld als één gebeurtenis kan worden aangemerkt. Dit geweld is namelijk gepleegd door een in een homogeen verband opererende groep die – kort voor het ingaan van de avondklok – op de Oude Markt bijeen is gekomen na een oproep via social media om daar in opstand te komen tegen de avondklok.

Voor een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging is niet vereist dat verdachte zelf gewelddadige handelingen heeft verricht. Verdachte heeft opgeroepen mee te doen met het geweld en anderen opgehitst. Hij heeft bijgedragen aan een sfeer van ontremming waarin anderen zijn overgegaan tot het plegen van geweld. Daarmee heeft hij een actieve en wezenlijke bijdrage geleverd aan het gepleegde geweld. Verdachtes bijdrage aan het gepleegde geweld is van voldoende gewicht voor het oordeel dat zijn opzet zich ook heeft uitgestrekt tot het geweld dat anderen tijdens deze gebeurtenis pleegden. Dat geweld kan verdachte daarom worden toegerekend.

Ten aanzien van feit 3:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte tijdens de zitting op 4 mei 2021;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van verbalisant [verbalisant 2] , pagina 5 tot en met 12;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , pagina 77 tot en met 85;

Ten aanzien van feit 4:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte tijdens de zitting op 4 mei 2021;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , pagina 114;

  • -

    een brief van de burgemeester van de gemeente Enschede van 3 augustus 2020 met als onderwerp ‘opleggen gebiedsverbod’, pagina 115 tot en met 118. Dit is een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5, Sv.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 24 januari 2021 in Nederland,

in het openbaar mondeling, bij geschrift en bij afbeelding tot enig strafbaar feit en gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid,

door op zijn facebook account [verdachte] een evenement (Enschede in opstand) aan te maken en daarin de volgende tekst heeft gezet:

Beste mensen, het moet maar is afgelopen zijn dat we ons de les laten voor lezen door de

overheid ben jij het ook niet mee eens dat je om 21:00 uur niet meer naar buiten mag of kan kom dan morgen om 21:00 in opstand en kom voor je vrijheid op de demonstratie is in Enschede onze vrijheid mensen" en

op Facebook een bericht te plaatsen met de volgende tekst "Wij tegen iedereen zorg dat je er bij bent half 9 verzamelen de groep is steeds grote aan het worden gisteren was kort dag dus wij gaan vandaag met alles en iedereen bericht zoveel mensen die ook mee gaan hoe meer hoe beter (boks en hart icoon) #enschede locatie oude markt Delen aub." en

op Facebook een livestream te zetten en daarbij te zeggen " ze lopen te slopen hier" en "We gaan nog effen door hier in Enschede. We laten ons niet wegjagen. Hey, kom, we gaan niet terugkrabbelen, we gaan met z’n allen d’r tegenin. Pak die stenen, doe mij eentje, doe mij eentje" en "Gaan we plunderen of niet?" en "We gaan d’r op hoor, gaan we klappen of niet";

2.

hij op 24 januari 2021 te Enschede,

openlijk, te weten op of aan de Oude Markt en/of de Langestraat en/of het H.J. van Heekplein en/of het Koningsplein en/of de Raadhuisstraat en/of de Burg. Edo Bergsmastraat en/of de Beltstraat en/of de Haaksbergerstraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

personen, te weten politieambtenaren en goederen, te weten een politieauto en ruiten van winkels en het ziekenhuis en een vlaggenmast en straatmeubilair, door stenen en (zwaar) vuurwerk en fietsen te gooien in de richting van die politieambtenaren en stenen uit de grond te halen en door tegen ruiten en deuren en gebouwen te schoppen en te schreeuwen, joelen en/of roepen "Politie hoeren van Justitie” en zwaar vuurwerk te gooien onder een politieauto, waar een politieambtenaar in zat en -zakelijk weergegeven- op te roepen tot geweld en rellen en slopen en door containers omver te duwen en door een slagboom van het ziekenhuis te vernielen of af te breken en zich als groep, al schreeuwend, roepend en leuzen scanderend, te verplaatsen in het centrum van Enschede;

3.

hij op 24 januari 2021 te Enschede,

opzettelijk en wederrechtelijk muren van een ophoudkamer in het politiebureau, die aan de Nationale Politie toebehoorde, heeft beschadigd,

door in de muren de volgende teksten te krassen " hoeren van Justitie" en "ACAB" en "Vak P Enschede" en "Hooligans" en hakenkruizen te krassen in die muren;

4 .

hij op 24 januari 2021 te Enschede,

opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten aan het gebiedsverbod (gedurende de periode van 6 augustus 2020 tot en met 7 maart 2021), krachtens enig wettelijk voorschrift opgelegd door de burgermeester van de gemeente Enschede, te weten artikel 172a van de Gemeentewet, door zich te bevinden op de Oude Markt en het van Heekplein.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 131, 141, 184 en 350 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1, het misdrijf: het in het openbaar mondeling, bij geschrift en bij afbeelding opruien tot enig strafbaar feit en gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag;

feit 2, het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen;

feit 3, het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

feit 4, het misdrijf: opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf van negen maanden wordt opgelegd, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen wat de officier van justitie betreft de door de reclassering geadviseerde voorwaarden te worden verbonden. De officier van justitie heeft verder gevorderd deze straf dadelijk uitvoerbaar te verklaren en de inbeslaggenomen telefoon van verdachte verbeurd te verklaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

Wat de raadsman betreft moet verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd en kan worden volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke straf, gelijk aan de tijd die hij ten tijde van de uitspraak in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en een voorwaardelijk strafdeel van twee maanden met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de zitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Op 23 januari 2021 om 21.00 uur ging in heel Nederland de avondklok in om de oplopende coronabesmettingen een halt toe te roepen en de ziekenhuizen te ontlasten. Naar aanleiding van het instellen van die avondklok vonden op verschillende plaatsen in Nederland ongeregeldheden plaats. Ook in Enschede. Na een oproep via social media om in opstand te komen verzamelde zich op 24 januari 2021 op de Oude Markt een groep van ongeveer honderdvijftig tot tweehonderd personen. Met het ingaan van de avondklok om 21:00 uur heeft deze groep de confrontatie gezocht met de politie, die op dat moment maar beperkt en onbeschermd aanwezig was. Er werd met straatstenen en vuurwerk naar politiemensen gegooid, waardoor zij genoodzaakt waren zich terug te trekken in afwachting van de komst van de Mobiele Eenheid. De groep trok een spoor van vernielingen door het centrum: ruiten

sneuvelden, straatmeubilair en een slagboom bij het ziekenhuis werden vernield en een container werd in brand gestoken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opruiing en openlijke geweldpleging door op Facebook het evenement ‘Enschede in opstand’ aan te maken en anderen op te roepen zich bij het ingaan van de avondklok te verzamelen op de Oude Markt. Vervolgens heeft hij via een livestream via Facebook beelden gedeeld en anderen opgehitst (onder andere met: ‘pak die stenen, doe mij eentje, doe mij eentje’, ‘gaan we plunderen of niet?’ en ‘We gaan er d’r op hoor, we gaan we klappen of niet’). Verdachte heeft door zijn handelen een bijdrage geleverd aan een sfeer waarin geweld tegen politiemensen en goederen gewoon werd gevonden en anderen tot dergelijk geweld aangezet.

Uit onder meer Whatsapp-berichten die verdachte al voor de ongeregeldheden heeft gestuurd, blijkt dat hij het instellen van de avondklok heeft aangegrepen met maar één doel: ‘rellen, rellen, rellen’ en ‘dat wordt dadelijk een pleuriszooi op die markt jongen’. Uit die Whatsapp-berichten blijkt ook dat verdachte voorafgaand aan de ongeregeldheden zeer actief is geweest met het mobiliseren van een grote groep en de voorbereiding van de ongeregeldheden, onder meer door te vragen handschoenen met zand (‘kun je die wouten beter op de bek slaan’) en vuurwerk mee te nemen.

De rechtbank overweegt dat geweld tegen politieambtenaren, die de hun opgedragen taak voor en namens de samenleving uitoefenen, nooit is te rechtvaardigen. Uit het dossier blijkt dat er tijdens de ongeregeldheden op meerdere momenten zeer bedreigende en beangstigende situaties voor politiemensen zijn ontstaan. Verder is die avond en nacht forse schade en overlast veroorzaakt voor anderen. Onder meer bij winkeliers, terwijl velen van hen in deze tijden om uiteenlopende redenen al zwaar te lijden hebben onder de genomen maatregelen.

Daarnaast heeft verdachte een ophoudkamer van de politie beschadigd door op de muren teksten en hakenkruizen te krassen en heeft hij zijn gebiedsverbod voor de binnenstad van Enschede overtreden.

Vanwege de ernst van de gepleegde feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd als uitgangspunt genomen.

Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met de justitiële documentatie van verdachte van 14 april 2021 en met de inhoud van het reclasseringsrapport over verdachte van 3 mei 2021. Uit dat rapport blijkt dat verdachte moeite heeft zich staande te houden in de maatschappij en is gediagnosticeerd met een autismespectrum stoornis, een stoornis in alcoholgebruik, een licht verstandelijke ontwikkelingsstoornis, een periodieke explosieve stoornis en antisociaal gedrag van een volwassene. De reclassering vindt het zorgwekkend dat verdachte op zijn leeftijd al zo vaak met justitie in aanraking is geweest. Verdachte is aangemerkt als ‘zeer actieve veelpleger’ en de mogelijkheden om verdachte op ambulant gebied te begeleiden zijn uitgeput. Verdachte staat daarom op de wachtlijst voor een klinische opname. Zonder klinische opname verwacht de reclassering geen gedragsverandering. De reclassering acht het van belang dat de detentie van verdachte naadloos over zal gaan op zijn klinische behandeling. Zonder die behandeling blijven de vele risicofactoren (geen huisvesting, geen ambulante begeleiding, agressieregulatieproblematiek, gebrek aan impulscontrole, persoonlijkheidsproblematiek en middelengebruik) aanwezig en daarmee blijft de kans op recidive onverminderd hoog. De reclassering vindt het van belang dat er een fors voorwaardelijk strafdeel wordt opgelegd. Op die manier zal bij het verminderen van verdachtes intrinsieke motivatie, een beroep gedaan worden op de extrinsieke motivatie. De reclassering adviseert als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, opname in een zorginstelling (OBC Berkelland van Trajectum), ambulante behandeling, begeleid wonen en meewerken aan middelencontrole.

Tijdens de zitting heeft de heer Bolk, reclasseerder bij Reclassering Nederland, medegedeeld dat verdachte is geaccepteerd door OBC Berkelland in Rekken en dat de verwachting is dat hij daar aansluitend aan zijn detentie terecht kan.

Verdachte heeft tijdens de zitting verklaard dat hij nog steeds gemotiveerd is voor behandeling en dat hij niet zonder klinische behandeling terug wenst te keren in de maatschappij.

Uit het reclasseringsadvies blijkt verder dat verdachte aansluitend aan zijn huidige detentie nog 121 dagen vervangende hechtenis dient uit te zitten vanwege het niet uitvoeren van een taakstraf (opgelegd in de zaak met parketnummer 08-274722-19). Daarnaast wordt de tenuitvoerlegging gevorderd van in totaal zes weken gevangenisstraf die in eerdere zaken is opgelegd. Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank daarop acht geslagen, net als de omstandigheid dat verdachtes klinische opname een jaar kan duren.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat op basis van de reclasseringsrapportage niet zonder meer de conclusie kan worden getrokken dat de feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend. De rechtbank ziet wel aanleiding de door de reclassering geschetste problematiek mee te laten wegen bij het bepalen van de straf.

Hoewel de feiten en de rol die verdachte daarin heeft gespeeld zeer ernstig zijn ziet de rechtbank in het belang van verdachte (en in het verlengde daarvan van de maatschappij) bij behandeling aanleiding een groter deel van de gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is gevorderd voorwaardelijk op te leggen als stok achter de deur om die behandeling te starten, af te maken en zich te houden aan de op te leggen voorwaarden.

Alles afwegende acht de rechtbank de navolgende straf passend en geboden. De rechtbank overweegt dat verdachte op het moment van de uitspraak 114 dagen in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft verbleven, nadat hij op 25 januari 2021 in verzekering is gesteld. Zij zal verdachte daarom veroordelen tot een gevangenisstraf van 270 dagen (negen maanden, gelet op artikel 88 Sr), waarvan 156 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Als bijzondere voorwaarden zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden opleggen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat de bijzondere voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar moeten zijn, omdat ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Omdat het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis op het moment van de uitspraak zal de rechtbank, gelet op artikel 72 lid 3 Sv, het bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen telefoon moet worden verbeurdverklaard. Door met deze telefoon het evenement ‘Enschede in opstand’ aan te maken en de telefoon te gebruiken voor de livestream en om voorbereidingen te treffen voor de ongeregeldheden is met behulp van deze telefoon de opruiing (feit 1) en openlijke geweldpleging (feit 2) begaan.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

De politie Oost-Nederland heeft zich – via de gemachtigde heer A.C. Daudeij – als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om € 740,-- schadevergoeding te betalen voor de herstelwerkzaamheden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vordering kan worden toegewezen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de vordering niet betwist.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij door het als feit 3 bewezen verklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering van de benadeelde partij is niet door de verdediging betwist, voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de gevorderde schadevergoeding (een bedrag van € 740,--) daarom toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het als feit 3 bewezen verklaarde is toegebracht.

9 De vorderingen tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft schriftelijk de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijk opgelegde straffen in de zaken met parketnummer 08.167352.20, 08.274722.19 en 08.278564.20.

Tijdens de zitting heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen in de zaken met parketnummer 08.167352.20 en 08.278564.20, en gevorderd de vordering in de zaak met parketnummer 08.274722.19 af te wijzen. In die zaak is sprake van een voorwaardelijke taakstraf en het uitvoeren van een taakstraf acht de officier van justitie niet wenselijk.

De raadsman heeft om afwijzing van de vorderingen verzocht, gelet op de tijd die verdachte nog zal moeten doorbrengen in detentie, gevolgd door een klinische opname.

De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen van de officier van justitie in de zaken met parketnummer 08.167352.20 en 08.278564.20 moeten worden toegewezen. Het is gebleken dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan het plegen van nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. Anders dan de raadsman ziet de rechtbank in de tijd die verdachte in detentie en vervolgens in een kliniek zal moeten doorbrengen geen reden om de vorderingen af te wijzen.

Met de officier van justitie en raadsman is de rechtbank van oordeel dat de vordering in de zaak met parketnummer 08.274722.19 moet worden afgewezen.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikel 14a, 14b, 14c, 14e, 33, 33a, 57 en 63 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het als feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, het misdrijf: het in het openbaar mondeling, bij geschrift en bij afbeelding opruien tot enig strafbaar feit en gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag;

feit 2, het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen;

feit 3, het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

feit 4, het misdrijf: opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast

strafbaarheid verdachte;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 270 (tweehonderd en zeventig) dagen;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 156 (honderd zes en vijftig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland (adres: Molenstraat 50 in Enschede), op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo vaak en zo lang de reclassering dit nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;

- zich laat opnemen in OBC Berkelland van Trajectum, of een soortgelijke zorginstelling. De opname duurt een jaar, of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

- zich ambulant laat behandelen door Trajectum of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling vindt aansluitend op de klinische behandeling plaats. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

- mee werkt aan controle door middel van urineonderzoek en ademonderzoek op het gebruik van alcohol en drugs. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

- beveelt dat de op grond van artikel 14c Sr gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14c, zesde lid, Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Politie Oost-Nederland (feit 3) van een bedrag van € 740,-- (zevenhonderdveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2021;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het als feit 3 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 740,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2021, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 14 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de in beslag genomen mobiele telefoon van verdachte;

vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 08.167352.20

- gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Overijssel van 14 december 2020 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken;

vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 08.278564.20

- gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Overijssel van 18 november 2020 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;

vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 08.274722.19

- wijst af de (schriftelijke) vordering tenuitvoerlegging;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. H. Stam en

mr. M.J.G.B. Heutink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2021.

Buiten staat

Mr. A.M.G. Ellenbroek en mr. J.P. Ponsteen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2021037980. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.