Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:1926

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
11-05-2021
Datum publicatie
13-05-2021
Zaaknummer
9052287 \ CV EXPL 21-891
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Premie zorgverzekering. Gedaagde heeft niet aangetoond dat ze zich aan de betalingsregeling heeft gehouden. De vordering tot betaling van de achterstallige premies wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 9052287 \ CV EXPL 21-891

Vonnis van 11 mei 2021

in de zaak van

de naamloze vennootschap

N.V. UNIVÉ ZORG, BETREFFENDE ZEKUR ,
gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem,

eisende partij, hierna te noemen Univé,

gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders en Incasso

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],

gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],

verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 16 februari 2021;

- de e-mail van [gedaagde], aangemerkt als conclusie van antwoord;

- de akte van Univé;

- de e-mail van [gedaagde], aangemerkt als antwoordakte.

1.2.

Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2 De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?

2.1.

[gedaagde] heeft een zorgverzekering afgesloten bij Univé. Zij heeft daarom de verplichting maandelijks de verzekeringspremie te betalen. Daarnaast moet [gedaagde] de kosten die Univé in rekening brengt voor een papieren acceptgiro betalen.

2.2.

In 2016 en 2017 zijn achterstanden ontstaan in de premiebetaling. Op 30 oktober 2018 is [gedaagde] daarom veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 500,00 aan Univé. Dat bedrag heeft [gedaagde] voldaan.

Wat wil Univé?

2.3.

Univé wil dat [gedaagde] de achterstallige premies betaalt, plus rente. De achterstand van € 929,75 en de rente van € 0,95 minus de betalingen van [gedaagde] van in totaal € 681,76, maken dat [gedaagde] volgens Univé nog een bedrag van € 248,94 verschuldigd is. De twee betalingsregelingen die [gedaagde] met Univé is overeengekomen, werden door [gedaagde] niet nagekomen, aldus Univé.

2.4.

Daarom vordert Univé nu bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 248,94, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2021 tot de dag van betaling. Daarnaast vordert Univé dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de nakosten.

Wat vindt [gedaagde]?

2.5.

[gedaagde] erkent de betalingsachterstand. Ze voert aan dat ze een betalingsregeling met Univé is overeengekomen, waar zij zich aan houdt. [gedaagde] heeft een overzicht overgelegd van de betalingen die zij in het kader van de betalingsregeling heeft gedaan.

Wat vindt de kantonrechter van de zaak?

2.6.

Univé heeft betwist dat er nog een betalingsregeling met [gedaagde] loopt. Univé heeft alleen op 30 juni 2020 een bedrag van € 30,00 van [gedaagde] ontvangen in het kader van de betalingsregeling van 19 mei 2020. Univé wil graag weten naar welk rekeningnummer en met welk betalingskenmerk [gedaagde] de andere bedragen van € 30,00 heeft overgemaakt. [gedaagde] heeft vervolgens de gelegenheid gekregen om daar opheldering over te geven. Ze heeft echter hetzelfde betalingsoverzicht opgestuurd dat ze al in haar eerdere e-mail had opgestuurd. Op dat betalingsoverzicht staat niet naar welk rekeningnummer en met welk kenmerk [gedaagde] de bedragen heeft overgemaakt. Het komt dus niet vast te staan dat [gedaagde] de betalingen aan Inkassier heeft overgemaakt. De kantonrechter zal de vordering van Univé tot betaling van de betalingsachterstand dan ook toewijzen.

2.7.

[gedaagde] moet over de betalingsachterstand ook de wettelijke rente betalen. Het gevorderde bedrag aan rente van € 0,95 tot 3 februari 2021 wordt toegewezen. De wettelijke rente vanaf 3 februari 2021 wordt toegewezen zoals in 3.1. vermeld.

2.8.

Op grond van artikel 6:44 BW worden de betalingen van [gedaagde] eerst in mindering gebracht op de rente en daarna op de hoofdsom. Er wordt dus een bedrag van € 929,75 + € 0,95 - € 681,76 = € 248,94 aan hoofdsom toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 februari 2021 tot de dag van volledige betaling.

2.9.

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld. Zij moet daarom de kosten van deze procedure aan de zijde van Univé betalen. Deze worden begroot op € 289,72, waarvan € 108,22 aan kosten voor de dagvaarding, € 126,00 aan griffierecht en € 55,50 aan salaris voor de gemachtigde van Univé (1,5 punt x tarief € 37,00).

2.10.

De nakosten, waarvan Univé betaling heeft gevorderd, worden begroot op € 18,50 (0,5 punt van het liquidatietarief).

2.11.

De kantonrechter raadt [gedaagde] aan om te controleren of haar betalingen op de juiste manier gebeuren en eventueel contact op te nemen met Inkassier, want het staat partijen natuurlijk vrij om aan de hand van dit vonnis in onderling overleg alsnog een nieuwe betalingsregeling te treffen.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 248,94 aan Univé, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 3 februari 2021 tot de dag van volledige betaling;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Univé begroot op € 289,72;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] in de nakosten, begroot op € 18,50;

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2021.