Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:1891

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
29-04-2021
Datum publicatie
10-05-2021
Zaaknummer
08/770277-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel wijst toe de vordering tot het vaststellen van (bijzondere) voorwaarden tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. De rechtbank is van oordeel dat die voorwaarden gesteld moeten worden om tijdens de voorwaardelijke beëindiging de nazorg te bieden die zo goed mogelijk is toegesneden op de begeleiding van de 23-jarige jongen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/770277-17

Datum beschikking: 29 april 2021

Beslissing op de vordering van de officier van justitie op grond van artikel 6:6:32 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ten aanzien van:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] (Thailand),

thans verblijvende in Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI) Den Hey-Acker te Breda,

per 30 april 2021 aan [adres] ,

hierna te noemen: veroordeelde.

1 De aanleiding

Bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 april 2019 is de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) opgelegd, na bewezenverklaring van het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang hiertoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt, meermalen gepleegd.

De PIJ-maatregel eindigt van rechtswege voorwaardelijk op 30 april 2021.

2 De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van stukken, waaronder:

- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 31 maart 2021, opgemaakt en ondertekend door [naam 2] , reclasseringswerker en [naam 3] , unitmanager.

3 De procedure

Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de met gesloten deuren gehouden terechtzitting van 22 april 2021.

De rechtbank heeft gehoord:

  • -

    veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. T. Geerdink, advocaat te Borne;

  • -

    de officier van justitie mr. M.J. van Dijck;

  • -

    [naam 1] , gedragswetenschapper, verbonden aan RJJI Den Hey-Acker als deskundige;

- [naam 2] , reclasseringswerker, verbonden aan Reclassering Nederland als deskundige.

Betrokkene en de deskundige [naam 1] zijn middels een Skype-verbinding, waarbij sprake was van een directe beeld- en geluidsverbinding met de rechtbank, gehoord.

4 De beoordeling

Reclasseringsadvies 31 maart 2021

Uit het reclasseringsadvies van 31 maart 2021 komt naar voren dat bij veroordeelde sprake is van een niet verlengbare PIJ-maatregel, waarvan de einddatum 30 april 2021 is. Het streven was om veroordeelde voorafgaande aan de voorwaardelijke beëindiging met STP (Scholings- en Trainings Programma) te laten re-integreren. Door de maatregelen rond Covid-19 hebben de verloven op zich laten wachten. Bepaalde onbegeleide verloven konden hierdoor geen doorgang vinden, waardoor de juiste verlofstatus die als voorwaarde geldt om met STP te gaan, niet is bereikt. Ondanks het feit dat een STP wenselijk zou zijn geweest, is dit vanwege veroordeeldes verlofstatus en het ontbreken van geschikte huisvesting niet meer haalbaar gebleken. De reclassering heeft in het kader van de voorwaardelijke beëindiging de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd, kort weergegeven:

  • -

    meewerken aan reclasseringstoezicht;

  • -

    zich houden aan voorwaarden en aanwijzingen gesteld door of namens de reclassering;

  • -

    meewerken aan informatie-uitwisseling

  • -

    niet naar het buitenland gaan zonder toestemming van het openbaar ministerie;

  • -

    ambulante behandeling bij Transfore;

  • -

    controle van gegevensdragers;

  • -

    een goedgekeurde dagbesteding van minimaal 26 uur;

  • -

    ambulante begeleiding door de RIBW;

  • -

    medewerking verlenen aan het COSA-traject.

De standpunten van de deskundigen ter zitting

De deskundige [naam 2] heeft ter zitting haar advies gehandhaafd. In aanvulling op haar rapportage heeft de deskundige medegedeeld dat er per 30 april 2021 een kamer in een studentenhuis in Enschede is gevonden voor veroordeelde. Er is nog geen dagbesteding gevonden, maar daar wordt actief door de reclassering naar gezocht. Mocht dat op korte termijn niet lukken dan is er dagbesteding voor veroordeelde beschikbaar via de RIBW. Inmiddels is er een ambulant begeleider aangesteld door de RIBW, staat veroordeelde op de wachtlijst voor diagnostiek en een behandeling bij Transfore en heeft er een intake plaatsgevonden voor het COSA-traject (Cirkels voor Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid).

De controle aan gegevensdragers zal plaatsvinden bij een sterk vermoeden dat veroordeelde op internet op zoek is gegaan naar kinderpornografisch materiaal. De reclassering dient dan bij de politie een verzoek in voor een controle van de gegevensdragers.

In de bijzondere voorwaarden is een passage over het innemen van medicijnen opgenomen omdat dit standaard in de voorwaarden wordt opgenomen door de reclassering.

De deskundige [naam 1] heeft ter terechtzitting het standpunt van de inrichting als volgt toegelicht. Eenzaamheid wordt als risicofactor gezien. Getracht is dit risico zoveel mogelijk in te perken door de voorwaarden die door de reclassering worden geadviseerd. Het is voor veroordeelde een grote stap om vanuit detentie terug te keren in de maatschappij. Desondanks is veroordeelde gemotiveerd voor het traject en zijn er voldoende beschermende factoren. Naast het netwerk van hulpverlening heeft veroordeelde ook een aantal goede vrienden dat op de hoogte is van het delict.

De RJJI heeft de diagnostiek van veroordeelde nog niet volledig kunnen afronden. Omdat er nog vragen bestaan over een mogelijke pedofiele stoornis, acht de deskundige het van belang dat veroordeelde nader diagnostisch onderzocht zal worden bij forensische polikliniek Transfore.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt de bijzondere voorwaarden die hebben te gelden tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel vast te stellen zoals verzocht in de vordering.

Het standpunt van de veroordeelde en de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de voorwaarde dat veroordeelde dient mee te werken aan controle van zijn gegevensdragers te ruim is geformuleerd en verzoekt de rechtbank deze voorwaarde strikter te formuleren. De raadsman en veroordeelde kunnen zich voor het overige vinden in de toewijzing van de vordering tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel.

Veroordeelde heeft ter terechtzitting verklaard bereid te zijn zich aan de te stellen voorwaarden te houden en daaraan mee te werken.

Het oordeel van de rechtbank

- Algemene voorwaarden

De PIJ-maatregel eindigt met ingang van 30 april 2021 van rechtswege voorwaardelijk, waarbij op grond van artikel 77ta, eerste lid onder a en b, Sr van rechtswege de algemene voorwaarden komen te gelden dat de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten mag plegen en dat hij, omdat er ook bijzondere voorwaarden worden gesteld, zijn medewerking dient te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit, alsmede aan het toezicht door – nu hij inmiddels meerderjarig is – de reclassering.

- Bijzondere voorwaarden die toewijsbaar zijn

Ingevolge artikel 6:6:32 Sv kan worden bepaald dat veroordeelde zich, gedurende het jaar van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, dient te houden aan te stellen bijzondere voorwaarden die het gedrag van de veroordeelde betreffen.

De officier van justitie heeft gevorderd diverse bijzondere voorwaarden te stellen. Partijen zijn het over de meeste voorwaarden eens.

De rechtbank is van oordeel dat die voorwaarden gesteld moeten worden om tijdens de voorwaardelijke beëindiging de nazorg te bieden die zo goed mogelijk is toegesneden op de begeleiding van de veroordeelde, met uitzondering van de hierna besproken voorwaarden of onderdelen daarvan.

Bovendien zal de rechtbank ambtshalve de voorwaarde van behandeling bij Transfore aanvullen met de verplichting mee te werken aan de voorafgaand aan die behandeling uit te voeren diagnostiek. Niet alleen heeft een dergelijke diagnostiek nog steeds niet plaatsgevonden, maar bovendien heeft de veroordeelde, zoals hij ter zitting goed duidelijk heeft gemaakt, daaraan ook behoefte omdat hij wil weten of er wel of niet sprake is van een pedofiele stoornis.

- Bijzondere voorwaarde van controle van gegevensdragers

De officier van justitie vordert oplegging van de bijzondere voorwaarde dat “betrokkene […] zijn medewerking [verleent] aan computercontroles en/of controle van andere gegevensdragers indien de reclassering dit geïndiceerd acht”. Deze controle zou betrekking moeten hebben op de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal.

De officier van justitie vordert niet de oplegging van een bijzondere gedragsaanwijzing die een verbod op het verwerven of bezitten van kinderpornografisch materiaal inhoudt.

De wet maakt het mogelijk aan de veroordeelde voorwaarden op te leggen die zijn gedrag betreffen (artikel 14c, tweede lid onder 14, Sr). Deze bijzondere voorwaarde wordt ook wel gedragsvoorwaarde genoemd.

Een gedragsvoorwaarde kan een verbod inhouden (geen kinderporno bekijken) en het kan ook een verplichting zijn (meewerken aan een controle op naleving van dat verbod).

Aan een dergelijke gedragsvoorwaarde worden zeer hoge eisen gesteld:

  1. de voorwaarde moet in redelijke verhouding staan tot het doel dat wordt nagestreefd (proportionaliteit);

  2. de voorwaarde mag niet verder gaan dan nodig is om dat doel te bereiken (subsidiariteit);

  3. de voorwaarde moet precies omschreven worden, zodat de veroordeelde weet wat van hem verwacht wordt;

  4. de voorwaarde mag niet een te vergaande inbreuk maken op de grondrechten van de veroordeelde.

De afgelopen jaren heeft de Hoge Raad een aantal keren uitspraken vernietigd omdat aan die eisen niet was voldaan. Twee recente uitspraken zijn HR 23 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:302 en HR 7 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1215, m.nt. N. Jörg.

De rechtbank heeft ter terechtzitting zowel de officier van justitie als reclassering vragen gesteld over de voorgestelde en gevorderde voorwaarde van controle van gegevensdragers. De antwoorden daarop zijn voor de rechtbank niet voldoende om de voorwaarden zo te kunnen formuleren dat daarmee aan alle eisen kan worden voldaan. Met name kan de rechtbank zonder de ontbrekende informatie niet voldoen aan de eis dat in de voorwaarde moet worden opgenomen op welke wijze het onderzoek aan de gegevensdragers mag worden uitgevoerd en welke functionarissen daarbij de reclassering (technische) ondersteuning mogen bieden, teneinde te waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde niet meer dan nodig voor het beoogde toezicht wordt beperkt.

De rechtbank benadrukt het van belang te vinden dat de veroordeelde geen handelingen verricht die met kinderpornografisch materiaal te maken hebben. Die handelingen kunnen van alles inhouden: kinderpornobestanden zoeken, bekijken, downladen, opslaan, uitwisselen etc. Die handelingen zijn bovendien strafbaar. De rechtbank zal dat verbod in de vorm van een bijzondere voorwaarde ambtshalve aan de veroordeelde opleggen. Ten overvloede wijst de rechtbank er op dat de veroordeelde ook de algemene voorwaarde dat hij geen strafbare feiten mag plegen zou overtreden als hij zich opnieuw met kinderporno zou bezighouden.

De rechtbank zal de voorwaarde dat de veroordeelde meewerkt aan controles niet opleggen, omdat de officier van justitie en de reclassering daarvoor onvoldoende informatie hebben verschaft. De rechtbank ziet geen aanleiding het onderzoek te heropenen om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de vordering nader te onderbouwen. Zij weegt het belang dat aan de veroordeelde, bij deze late vordering, tijdig voorwaarden worden opgelegd voor de aanstaande voorwaardelijke beëindiging van de maatregel zwaarder dan het opleggen van de controlevoorwaarde. Daarbij heeft de rechtbank meegewogen dat het mogelijk moet zijn, gegeven de veelheid aan aangekondigde hulp voor de veroordeelde, om bij verontrustende signalen op andere wijze het recidivegevaar te proberen te beteugelen.

- Bijzondere voorwaarde van medicatieverplichting

De officier van justitie vordert ook als bijzondere voorwaarde dat “betrokkene zijn medewerking verleent aan ambulante begeleiding van Transfore of een soortgelijke zorgverlener (…) het innemen van medicijnen daaronder begrepen.

De reclassering heeft dit voorgesteld omdat het een standaard onderdeel van bijzondere voorwaarden is. De veroordeelde gebruikt geen medicatie en daar is ook geen aanleiding of noodzaak toe. De rechtbank zal die verplichting, alleen daarom al, niet opleggen.

De rechtbank is van oordeel dat het, om het verdere resocialisatietraject goed te kunnen afronden, noodzakelijk is dat veroordeelde zich houdt aan de op te leggen voorwaarden.

5 De wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op artikel 77ta Sr en de artikelen 6:2:22, 6:3:14 en 6:6:32 Sv.

6 De beslissing

De rechtbank:

- wijst toe de vordering tot het vaststellen van (bijzondere) voorwaarden tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel opgelegd aan [veroordeelde], in zoverre en in die zin dat naast de van rechtswege geldende algemene voorwaarden de hierna opgenomen bijzondere voorwaarden zullen gelden,

met ingang van 30 april 2021 en voor de duur van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel:

algemene voorwaarden

  • -

    veroordeelde maakt zich ten tijde van de voorwaardelijke beëindiging niet schuldig aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan en verleent medewerking aan het toezicht door een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 14c, zesde lid Sr;

bijzondere voorwaarden

  • -

    veroordeelde verleent zijn medewerking aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 6:3:14 lid 1 jo. lid 3 Sv, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

  • -

    veroordeelde houdt zich aan de voorwaarden en aanwijzingen die hem gesteld zijn door of namens de toezichthoudende instantie;

  • -

    veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht;

  • -

    veroordeelde zal zich niet buiten Nederland of naar de Nederlandse Antillen begeven, zonder toestemming van het Openbaar Ministerie;

  • -

    veroordeelde verleent zijn medewerking aan diagnostiek en ambulante behandeling van Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, en houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

  • -

    veroordeelde volgt een door de reclassering goedgekeurde dagbesteding van minimaal 26 uur per week en zal niet van dagbesteding wisselen zonder expliciete toestemming van de reclassering;

  • -

    veroordeelde verleent zijn medewerking aan ambulante begeleiding van RIBW of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht en houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;

  • -

    veroordeelde verleent zijn medewerking aan het COSA-traject, maakt (voorgenomen) wijzigingen in het COSA-traject (vooraf) bespreekbaar, handelt met toestemming van de reclassering en is akkoord met het uitwisselen van bijzonderheden tussen de cirkelcoördinator en de reclassering;

  • -

    veroordeelde onthoudt zich van het op digitale wijze met een seksuele intentie communiceren met minderjarigen/kinderen;

  • -

    veroordeelde onthoudt zich van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;

  • -

    veroordeelde onthoudt zich van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen/kinderen wordt gecommuniceerd.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J.M. Bos, voorzitter en tevens kinderrechter, mr. A.M.G. Ellenbroek en mr. M.H. van der Lecq, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 april 2021.

Mr. E.J.M. Bos is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.