Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:1884

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-05-2021
Datum publicatie
10-05-2021
Zaaknummer
8782139 \ CV EXPL 20-4080
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde moet de factuur van eiseres betalen. Eiseres heeft weliswaar geen werkzaamheden verricht, maar het niet uitvoeren van de werkzaamheden gebeurde niet in overeenstemming, maar in opdracht van gedaagde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 8782139 \ CV EXPL 20-4080

Vonnis van 4 mei 2021

in de zaak van

[eiser] , handelend onder de naam FINEPRO,
wonende te [woonplaats] ,

eisende partij, hierna te noemen Finepro,

gemachtigde: mr. E.A. Leeman

tegen

de besloten vennootschap PAYROLL SELECT MANAGEMENT B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Deventer,

gedaagde partij, hierna te noemen Payroll,

gemachtigde: W. Tenniglo.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 december 2020;

- de brief van 4 januari 2021 met aanvullende producties van de zijde van Finepro;

- de brief van 5 januari 2021 met een aanvullende productie van de zijde van Payroll;

- de pleitnota van de zijde van Finepro;

- de pleitnota van de zijde van Payroll;

- de mondelinge behandeling, die op 18 maart 2021 via online verbinding is gehouden en waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

1.2.

Ten slotte is bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2 De feiten

2.1.

Finepro houdt zich bezig met telefonische acquisitie voor haar opdrachtgevers, waaronder Payroll. Payroll is een onderneming die zich richt op arbeidsbemiddeling en personeel.

2.2.

Finepro voert sinds 2014 acquisitiewerkzaamheden uit in opdracht van Payroll, met het doel om namens Payroll salesafspraken in te plannen met potentiële klanten en op die manier nieuwe klanten voor Payroll te werven. Op 10 april 2019 is daartoe tussen partijen een (vernieuwde) overeenkomst van opdracht tot stand gekomen.

2.3.

In de overeenkomst van 10 april 2019 is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“(…)

ARTIKEL 1. | INHOUD EN DUUR VAN DE OVEREENKOMST

1. Payroll Select geeft FinePRO opdracht om 10 uur per week (2 dagen), telefonische acquisitie te plegen. De acquisitie heeft als doel namens Payroll Select sales-afspraken in te plannen met prospects.

(…)

6. Payroll Select staat er voor in dat FinePRO voor het plegen van de acquisitie tijdig en kosteloos de

beschikking krijgt over alle voor de uitvoering van de overeenkomst redelijkerwijs benodigde faciliteiten, waaronder een eigen werkruimte met telefoon en internetaansluiting.

7. De adressen worden aangeleverd door Payroll Select. De adressen die nagebeld worden dienen van een goede kwaliteit te zijn hieronder valt: De juiste contactgegevens van de DMU, alsmede de correcte contactgegevens zoals het telefoonnummer. In het geval van niet correcte aanlevering van adressen door Payroll Select zal het volledige bedrag worden gefactureerd.

8. De overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van drie maanden, ingaande op de dag van

ondertekening van deze overeenkomst 15-4-19. Na verstrijken van de overeengekomen duur wordt de overeenkomst steeds stilzwijgend verlengd voor opnieuw drie maanden, tenzij de overeenkomst tijdig wordt opgezegd conform het bepaalde in het volgende lid.

9. De overeenkomst eindigt door opzegging met inachtneming van een opzegtermijn van één maand. Indien de overeenkomst niet tijdig wordt opgezegd, eindigt de overeenkomst op de eerstvolgende mogelijke einddatum. (…)

10. Beëindiging van de overeenkomst door Payroll Select zonder dat dit geschiedt met inachtneming van het bepaalde in lid 7 en 8, geeft FinePRO het recht de volledige overeengekomen prijs te vorderen als ware FinePRO door de opdrachtgever in de gelegenheid gesteld de overeenkomst volledig na te komen en op elke 10 gewerkte uren ten minste 3 salesafspraken met een prospect zou worden ingepland. (…)

ARTIKEL 2. | PRIJZEN EN BETALINGEN

1. Per dag (5 uur) dat acquisitie wordt gepleegd is Payroll Select € 237,50 (exclusief btw) aan FinePRO verschuldigd, met dien verstande dat indien op een acquisitiedag geen sales-afspraak met ten minste 1,5 wordt ingepland, de prijs als hier bedoeld voor de helft verschuldigd is. Voor dagen waarop geen sales-afspraken worden ingeland, vindt compensatie door FinePRO plaats met op andere dagen meer dan 1,5 ingeplande sales-afspraken.

(…)”

2.4.

Op 12 maart 2020 stuurt Payroll via Whatsapp het volgende bericht aan Finepro:

“Hi, easyworx heeft een nieuw protocol ivm Corona. We mogen niet meer op kantoor komen als t niet nodig is. (…) Alle externe afspraken worden ook afgezegd.”

2.5.

Vervolgens stuurt Payroll op 15 maart 2020 het volgende bericht via Whatsapp aan Finepro:

“Hi [eiser] , ik hoop dat alles goed met je gaat in Madrid. Ik heb vanochtend gesproken met

[A] . Je moet per direct stoppen met bellen voor ons. Ik laat t weten als de situatie verandert. Veel succes en sterkte. Blijf gezond.”

Daarop antwoordt Finepro op diezelfde dag, eveneens via Whatsapp:

“Ok. We houden contact”

2.6.

Op 4 juni 2020 heeft Payroll de overeenkomst met Finepro schriftelijk opgezegd met ingang van 15 juli 2020.

2.7.

Finepro heeft op 5 juni 2020 aan Payroll een factuur met factuurnummer 2020222 gestuurd. De factuur heeft betrekking op de periode van 14 maart 2020 tot en met 15 juli 2020 en betreft een totaalbedrag van € 9.196,00 (inclusief btw). Payroll heeft de factuur niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

Finepro vordert dat Payroll bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 10.239,85. Dit bedrag bestaat uit € 9.196,00 aan hoofdsom, € 209,05 aan wettelijke handelsrente tot 1 september 2020 en € 834,80 aan buitengerechtelijke kosten. Finepro vordert daarnaast de wettelijke handelsrente over het bedrag van € 10.239,85 vanaf 1 september 2020 tot de dag van volledige betaling, met veroordeling van Payroll in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, en in de nakosten.

3.2.

Payroll voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Finepro in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen staat vast dat Finepro in de periode van 15 maart 2020 tot en met 15 juli 2020 geen werkzaamheden voor Payroll heeft verricht. De vraag die partijen verdeeld houdt, is of Payroll de factuur van Finepro van 5 juni 2020 met betrekking tot die periode moet betalen.

4.2.

De kantonrechter komt tot het oordeel dat Payroll moet betalen voor de door Finepro misgelopen uren in de periode van 15 maart 2020 tot en met 15 juli 2020. De kantonrechter motiveert dat oordeel als volgt.

Afspraken tussen partijen

4.3.

Voor de beoordeling van deze zaak is allereerst van belang wat partijen precies hebben afgesproken. De uitleg van (de verplichtingen uit) een schriftelijke overeenkomst en de vraag hoe de verhouding van partijen is geregeld, volgt uit de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen in de overeenkomst mochten toekennen en uit hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij van belang kan zijn tot welke maatschappelijk kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht (HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635, Haviltex). Uit de overeenkomst en de toelichting van partijen blijkt dat Finepro de verplichting heeft om gedurende tien uur per week (verdeeld over twee dagen) telefonische acquisitie ten behoeve van Payroll uit te voeren. Op Payroll rust de verplichting om de uitvoering van de overeenkomst door Finepro mogelijk te maken. Payroll dient te zorgen voor de benodigde faciliteiten, zoals een werkplek, telefoon en internet, en voor het tijdig en kosteloos aanleveren van adressen van een ‘goede’ kwaliteit dat wil volgens partijen zeggen adressen met de juiste contactgegevens en contactpersonen. Op Payroll rust tevens de verplichting om Finepro te betalen voor zijn werkzaamheden, te weten een bedrag van € 237,50 per dag van vijf uur bij een resultaat van gemiddeld 1,5 afspraak per dag.

Stoppen werkzaamheden

4.4.

Op 15 maart 2020 ontving Finepro een Whatsappbericht van Payroll, inhoudende dat hij per direct moest stoppen met bellen voor Payroll. Vanaf dat moment heeft Finepro geen werkzaamheden meer voor Payroll uitgevoerd. Dit was het directe gevolg van het handelen van Payroll (het sturen van het bericht). Payroll heeft de uitvoering van de werkzaamheden door Finepro stopgezet. Naar het oordeel van de kantonrechter is Payroll daarmee tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst, omdat Payroll Finepro niet in de gelegenheid heeft gesteld zijn werkzaamheden uit te voeren. Payroll erkent weliswaar dat zij de uitvoering van de overeenkomst heeft stopgezet, maar voert aan dat daar een geldige juridische grondslag aan ten gronde ligt.

Nadere overeenkomst tussen partijen?

4.5.

Ten eerste moet worden beoordeeld het betoog van Payroll dat partijen in de Whatsapp-berichten van 15 maart 2020 een nadere overeenkomst hebben gesloten, waarbij zij overeenstemming hebben bereikt over het ‘tot nader order’ niet uitvoeren van de overeenkomst zonder vergoeding aan Finepro.

4.6.

De kantonrechter stelt voorop dat in geval van het sluiten van een nadere overeenkomst sprake zou moeten zijn van een aanbod van Payroll en aanvaarding van dat aanbod door Finepro (artikel 6:217 BW). Aanbod en aanvaarding zijn wilsverklaringen die in iedere vorm kunnen geschieden en in één of meer gedragingen besloten kunnen liggen (artikel 3:37 BW). Of sprake is van aanbod en aanvaarding hangt af van wat partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (artikel 3:33 en 3:35 BW).

4.7.

Uit de berichtenwisseling op 15 maart 2020 volgt niet dat tussen partijen een nadere overeenkomst is gesloten, waarbij zij overeenstemming hebben bereikt over opschorting van alle wederzijdse verplichtingen. Het bericht van Payroll, inhoudende “Je moet per direct stoppen met bellen voor ons. Ik laat t weten als de situatie verandert.” en de reactie van Finepro met “Ok. We houden contact” zijn daarvoor inhoudelijk onvoldoende. Het voorstel van Payroll (ofwel: de instructie, want daar is eigenlijk sprake van) is qua essentialia en qua voorwaarden niet voldoende bepaald. Er blijkt niet uit onder welke voorwaarden (bijvoorbeeld “we betalen in die tijd niet uit”) Payroll zich dan zou willen verbinden. De reactie van Finepro op het bericht kan ook niet worden gezien als een aanvaarding van de uitleg die Payroll nu aan dit bericht geeft, namelijk een tijdelijk stopzetten van de uitvoering van de overeenkomst zonder vergoeding. Finepro had op basis van de berichten niet hoeven verwachten dat Payroll de uitvoering van alle wederzijdse verplichtingen op kon schorten, totdat het haar uitkwam om de verplichtingen weer te doen herleven of de overeenkomst te beëindigen. Gezien de omstandigheden in verband met de uitbraak van corona en gezien het feit dat beide berichten via Whatsapp werden verstuurd, leek het stopzetten van de werkzaamheden door Finepro meer een crisismaatregel. Evenzo kon Payroll uit de reactie, bestaande uit “Ok. We houden contact”, redelijkerwijs niet afleiden dat Finepro de wil had in te stemmen met een tijdelijk, maar onbepaald uitstel van de werkzaamheden zonder betaling, gevolgd door een opzegging. Payroll mocht redelijkerwijs ook niet verwachten dat de wil van Finepro daarop gericht was. Uit de strekking van het bericht blijkt niet dat Finepro een andere keuze had dan te stoppen met zijn werkzaamheden voor Payroll. Gelet op het voorgaande kan het feit dat Finepro zijn verplichtingen niet heeft uitgevoerd en gedurende die tijd geen facturen heeft gestuurd, niet tot het oordeel leiden dat Finepro het aanbod tot de gestelde nadere overeenkomst heeft aanvaard. Bovendien zou het handelen van Payroll, dat wil zeggen het stopzetten van alle verplichtingen uit de overeenkomst, gevolgd door de opzegging, feitelijk leiden tot een verkapte, per directe opzegging van de zijde van Payroll. Door het sluiten van overeenkomsten voor bepaalde tijd en het opnemen van een opzegtermijn in de overeenkomst hebben partijen die mogelijkheid juist bewust uit willen sluiten. Gelet op het bovenstaande kan een nadere overeenkomst tussen partijen, inhoudende het tijdelijk niet uitvoeren van de overeenkomst zonder vergoeding, niet worden aangenomen. Overigens is ook niet gesteld of gebleken dat Payroll een beroep doet op een wettelijk opschortingsrecht, zodat ook dat geen grond is voor het tijdelijk stopzetten van de opdracht.

Het niet uitvoeren van de werkzaamheden

4.8.

Vervolgens betoogt Payroll (meer) subsidiair dat zij Finepro op grond van de overeenkomst niet, althans niet volledig hoeft te betalen, omdat Finepro tussen 15 maart 2020 en 15 juli 2020 geen werkzaamheden voor Payroll heeft uitgevoerd. De kantonrechter oordeelt daarover als volgt. In beginsel hoeft Payroll Finepro uit hoofde van de overeenkomst alleen te betalen als er werkzaamheden zijn verricht. In aansluiting op het voorgaande, geldt in dit geval echter dat Finepro door toedoen van Payroll de werkzaamheden niet kon uitvoeren. Finepro kan daarvan geen verwijt worden gemaakt. Payroll schoot (als eerste en zonder juridische grond) tekort in het nakomen van haar verplichtingen uit de overeenkomst, namelijk Finepro in staat te stellen de uitvoering van de overeenkomst mogelijk te maken. Het subsidiaire verweer en het meer subsidiaire verweer van Payroll, inhoudende dat Finepro geen werkzaamheden heeft verricht, waardoor Payroll geen enkele vergoeding, dan wel slechts 50% van de overeengekomen vergoeding aan Finepro verschuldigd is, slagen daarom niet.

Onvoorziene omstandigheden?

4.9.

Tot slot heeft Payroll gesteld dat haar een gerechtvaardigd beroep op onvoorziene omstandigheden toekomt, omdat de uitbraak van een coronapandemie niet is verdisconteerd in de overeenkomst tussen partijen. Een beroep op onvoorziene omstandigheden kan slagen indien er sprake is van een omstandigheid die niet voorzien en van dien aard is dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten, tenzij de onvoorziene omstandigheden krachtens de aard van de overeenkomst of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening komen van degene die zich erop beroept.

4.10.

Payroll heeft gesteld dat haar salesmanagers door de coronamaatregelen geen (potentiële) klanten konden bezoeken. Ten tijde van de eerste coronamaatregelen in maart 2020 was de situatie bij Payroll nog niet zoals ten tijde van deze procedure. Ineens moesten werkzaamheden op een andere manier plaatsvinden, ‘normale’ afspraken konden niet meer plaatsvinden en het omschakelen naar digitale afspraken moest nog beginnen. Payroll had er op dat moment dus niets aan dat Finepro zijn werkzaamheden zou uitvoeren en afspraken zou inplannen, terwijl Payroll Finepro wel zou moeten betalen voor de werkzaamheden. Een ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst zou voor Payroll een ernstige verstoring van de waardeverhouding tussen partijen betekenen en Finepro kon ongewijzigde instandhouding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet verwachten. Verder stelt Payroll dat de coronamaatregelen in de rechtspraak niet worden gezien als ondernemersrisico en de gevolgen van de maatregelen moeten daarom niet voor rekening van Payroll komen.

4.11.

De kantonrechter is van oordeel dat Payroll haar beroep op onvoorziene omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd. Blijkens de rechtspraak kan de coronacrisis in beginsel als onvoorziene omstandigheid worden aangemerkt. Het oordeel dat een ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet kan worden verwacht, wordt gebaseerd op redelijkheid en billijkheid. Er zal sprake moeten zijn van een onaanvaardbare situatie als de overeenkomst ongewijzigd zou blijven. Dat is een zware toets, waarbij terughoudendheid op zijn plaats is. In dit geval is aan die maatstaf niet voldaan. Het enkele feit dat de afspraken van de salesmanagers van Payroll met potentiële klanten destijds tijdelijk niet fysiek konden plaatsvinden, is onvoldoende voor dat oordeel. Finepro heeft namelijk onbetwist gesteld dat de afspraken later digitaal konden plaatsvinden. Bovendien heeft Payroll niet laten zien welke gevolgen het niet kunnen inplannen van afspraken voor de (financiële) situatie van het bedrijf heeft (gehad). Payroll heeft bijvoorbeeld geen financiële gegevens overgelegd, waarin omzetverlies of financiële problemen naar voren komen. Daarnaast heeft Payroll niets concreets gesteld over de maatschappelijke positie van partijen en de gestelde verstoring van de waardeverhoudingen niet onderbouwd. Het beroep van Payroll op onvoorziene omstandigheden is gelet op het voorgaande onvoldoende onderbouwd en treft geen doel.

Betalingsplicht Payroll

4.12.

Op grond van het bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat Payroll toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, door Finepro ten onrechte zonder rechtsgrond per 15 maart 2020 niet meer in de gelegenheid te stellen werkzaamheden te verrichten. Payroll zal Finepro moeten betalen voor de misgelopen werkzaamheden over de resterende duur van de opdracht tot 15 juli 2020. Dit volgt uit de redelijke uitleg van de overeenkomst zoals hiervoor gemotiveerd en sluit overigens ook aan bij de afspraken tussen partijen, waarin zij hebben bepaald dat Payroll het volledige overeengekomen bedrag moet betalen als Payroll de adressen niet correct aanlevert (artikel 1.7 van de overeenkomst) en als Payroll de overeenkomst opzegt in strijd met de gemaakte afspraken (artikel 1.10 van de overeenkomst). De vordering tot betaling van de hoofdsom van € 9.196,00 zal daarom worden toegewezen.

4.13.

Payroll heeft nog betwist dat sprake is van verzuim aan haar zijde, omdat Finepro geen ingebrekestelling heeft gestuurd. Nu de vordering van Finepro is gegrond op nakoming, is de vraag naar verzuim niet relevant voor de verplichting tot betaling van de factuur. Met het oog op de verplichting tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten overweegt de kantonrechter dat van verzuim wel sprake is. Payroll heeft op 5 juni 2020 aan Finepro laten weten dat zij het niet eens was met de factuur van Finepro en daarom de factuur niet zou betalen. In dit geval kon Finepro uit de mededeling van Payroll afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis zou tekortschieten, zodat geen ingebrekestelling nodig was (artikel 6:83 sub c BW). Op grond van deze feiten en omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat in dit geval geen ingebrekestelling van Finepro nodig was om Payroll in verzuim te doen geraken.

4.14.

Payroll zal de buitengerechtelijke kosten moeten betalen. Finepro heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Er zijn aanmaningen aan Payroll gestuurd en er is gecorrespondeerd met Payroll om haar tot betaling te bewegen. De vordering tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 834,80 zal worden toegewezen.

4.15.

Finepro heeft ook betaling gevorderd van de wettelijke handelsrente over de hoofdsom, de verschenen rente en de buitengerechtelijke incassokosten. De wettelijke handelsrente van € 209,05 tot 1 september 2020 wordt als onweersproken toegewezen, evenals de wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 9.196,00 vanaf 1 september 2020 tot de dag van volledige betaling. Nu de betaling van buitengerechtelijke kosten is gebaseerd op de vergoeding van vermogensschade (als in artikel 6:96 lid 1 onder c BW), is de wettelijke handelsrente daarop niet van toepassing. De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de buitengerechtelijke kosten is wel toewijsbaar. Nu Finepro niet heeft gesteld dát en op welke datum de buitengerechtelijke kosten reeds zijn betaald, zal de kantonrechter de wettelijke rente toewijzen met ingang van de dag van dagvaarding (4 september 2020) tot de dag van volledige betaling. Met betrekking tot de gevorderde rente over de achterstallige rente geldt het volgende. Ingevolge artikel 6:119a lid 3 BW kan slechts rente worden gevorderd over achterstallige rente die over een vol jaar verschuldigd is, mits wordt aangegeven hoe groot het rentebedrag over dat jaar is. Finepro heeft hieromtrent onvoldoende gesteld, zodat de vordering tot betaling van de wettelijke handelsrente over de achterstallige rente moet worden afgewezen.

4.16.

Payroll wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten worden tot op heden aan de zijde van Finepro begroot op € 1.065,38. Dit bedrag bestaat uit € 83,38 aan kosten voor de dagvaarding, € 236,00 aan griffierecht en € 746,00 aan salaris voor de gemachtigde van Finepro (2 punten x tarief € 373,00).

4.17.

De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.

4.18.

De nakosten, waarvan Finepro betaling heeft gevorderd, worden begroot op € 124,00 (0,5 punt liquidatietarief met maximum van € 124,00).

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt Payroll om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Finepro te betalen een bedrag van € 9.405,05 aan hoofdsom en verschenen rente, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 9.196,00 vanaf 1 september 2020 tot de dag van volledige betaling;

5.2.

veroordeelt Payroll om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Finepro te betalen een bedrag van € 834,80 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 4 september 2020 tot de dag van volledige betaling;

5.3.

veroordeelt Payroll in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Finepro begroot op € 1.065,38, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.4.

veroordeelt Payroll in de nakosten, tot op heden aan de zijde van Finepro begroot op € 124,00;

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2021. (SB)