Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:1708

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-04-2021
Datum publicatie
26-04-2021
Zaaknummer
8749229 \ CV EXPL 20-3678
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Twee omwonenden van het bouwproject filmtheater Mimik te Deventer vragen om toekenning van een compensatie die door de gemeente Deventer aan negen andere huishoudens is toegekend vanwege lange uitloop van het bouwproject. De grondslag van de vordering is onrechtmatige daad, de gemeente zou gelijke gevallen niet gelijk hebben behandeld. Vordering afgewezen, de twee eisende partijen onderscheiden zich van de wel gecompenseerde huishoudens, zodat er geen sprake is van gelijke gevallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 8749229 \ CV EXPL 20-3678

Vonnis van 20 april 2021

in de zaak van

1 [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats] ,

eisende partijen, hierna gezamenlijk te noemen [eiser 1] c.s. (enkelvoud),

verschenen in persoon,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE DEVENTER,
gevestigd te Deventer,

gedaagde partij, hierna te noemen de gemeente,

gemachtigde: mr. B.F.J. Bollen.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 december 2020;

- de nagezonden producties 8 en 9 aan de kant van de gemeente;

- de mondelinge behandeling van 19 maart 2021, die via Skype heeft plaatsgevonden en waarvan aantekening is gehouden door de griffier.

1.2.

Op 6 maart 2021 heeft [eiser 1] c.s. aanvullende producties 9 tot en met 12 toegezonden aan de rechtbank. Omdat [eiser 1] c.s. deze stukken niet eveneens aan de gemeente heeft toegezonden, zodat de gemeente deze stukken niet heeft gezien, heeft de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling besloten deze stukken buiten beschouwing te laten. Wat [eiser 1] c.s. tijdens de mondelinge behandeling over deze stukken heeft verklaard, wordt wel meegenomen.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser 1] woont, samen met zijn partner, aan de [adres 1] in Deventer. [eiser 2] woont aan de [adres 2] in Deventer. Tegenover beide woningen, aan de overkant van de [straatnaam] , bevindt zich (de achterkant van) filmtheater Mimik (hierna: Mimik).

2.2.

In 2015 is begonnen met de bouw van Mimik (voorheen ‘Viking’). Daartoe is eerst het pand van de voormalige MEAO gesloopt. Volgens de planning zou de bouw maximaal anderhalf jaar tijd in beslag nemen. Dit heeft uiteindelijk meerdere jaren langer geduurd.

2.3.

Vanwege het overschrijden van de planning is de gemeente bepaalde omwonenden tegemoetgekomen om de overlast van de lange bouwtijd te compenseren. Deze tegemoetkoming is aanvankelijk aan acht omwonenden (huishoudens) toegekend en bestond per huishouden uit een contant geldbedrag van € 2.500,00 en een jaar lang toegangskaarten voor twee zitplaatsen in Mimik. Later is de tegemoetkoming nog aan een negende huishouden toegekend.

2.4.

In een nota van 13 mei 2020, waarin het toekennen van de tegemoetkoming wordt voorgesteld aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente, staat onder meer:

“(…) Besloten wordt:

1 Tot het onverplicht verlenen van een compensatie aan de naaste buren van het bouwproject Viking Film&Theater, voor de derving van hun woongenot gedurende de uitzonderlijke en onevenredige lange bouwtijd van dit project; (…)”

Onder het kopje ‘Toelichting’ staat onder meer:

“De bouw van het Film&Theater Viking heeft niet alleen meer gekost dan begroot, de oorspronkelijke planning is ook met vele jaren overschreden. Deze situatie is uitzonderlijk en de directe buren hebben daardoor onevenredig veel overlast ervaren.

In 2016 zijn er containers geplaatst op de bouwplaats, onder luid protest van de directe buren Achter de Muren Vischpoort. Dat zou 1 zomer duren, was toentertijd de verwachting. Uiteindelijk werden het 4 zomers waarin de buren hun geliefde IJssel niet konden zien vanuit hun huis en veel overlast hebben ervaren door de containers voor hun deur.

Ook de andere directe buren hebben overlast ervaren door de lange uitloop in de tijd van dit project.

Het betreft dan een totaal van 8 huishoudens die in aanmerking komen voor een compensatie. (…)”

2.5.

Op 26 mei 2020 heeft het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente besloten om de voorgestelde tegemoetkoming toe te kennen. In een Raadsmededeling hierover (hierna: de raadsmededeling) staat onder meer het volgende:

De bouw van het Film & Theater Viking heeft niet alleen meer gekost dan begroot, de oorspronkelijke planning is ook met vele jaren overschreven. Deze situatie is uitzonderlijk. De directe buren hebben door deze vertraging onevenredig veel overlast ervaren.

2.6.

Aan [eiser 1] c.s. is de tegemoetkoming niet toegekend. [eiser 1] c.s. heeft op 3 juli 2020 bezwaar gemaakt hiertegen. [eiser 1] c.s. voert daarin aan dat de tegemoetkoming ten onrechte niet op hem van toepassing is verklaard. In de beslissing op bezwaar van 23 juli 2020 heeft de gemeente [eiser 1] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar. In een bestuursrechtelijke procedure heeft [eiser 1] c.s. beroep ingesteld tegen deze beslissing, welk beroep op 3 maart 2021 door de rechtbank Overijssel ongegrond is verklaard.

3 Het geschil

3.1.

[eiser 1] c.s. vordert in deze civielrechtelijke procedure – kort samengevat – dat de gemeente wordt veroordeeld om hem op dezelfde wijze te compenseren als de negen reeds gecompenseerde omwonenden, met veroordeling van de gemeente in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

[eiser 1] c.s. voert hiertoe – samengevat – het volgende aan. Op basis van de door de gemeente opgestelde criteria komt [eiser 1] c.s. in aanmerking voor de tegemoetkoming. [eiser 1] c.s. kwalificeert zich ontegenzeggelijk en ondubbelzinnig als directe buur. Daarnaast heeft [eiser 1] c.s. aantoonbaar veel overlast ervaren van de bouw van Mimik, meer zelfs dan de omwonenden die wel de tegemoetkoming hebben ontvangen. [eiser 1] c.s. heeft namelijk, in tegenstelling tot de omwonenden die de tegemoetkoming wel hebben ontvangen, uitzicht op het pand van Mimik, waardoor hij lange tijd zicht heeft gehad op een bouwput en de bouwactiviteiten. Ook heeft [eiser 1] c.s. geluidsoverlast ervaren door de bouw van Mimik. Omdat de gemeente [eiser 1] c.s. niet heeft aangemerkt als directe buur heeft zij in strijd gehandeld met het egalitébeginsel, wat onrechtmatig is jegens [eiser 1] c.s.

3.3.

De gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen zal, voor zover dit voor de beoordeling van belang is, hierna worden ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid burgerlijke rechter

4.1.

Allereerst moet worden beoordeeld of de burgerlijke rechter bevoegd is. Dat wil zeggen; beoordeeld moet worden of [eiser 1] c.s. zich aan het juiste juridische adres bevindt. [eiser 1] c.s. baseert zijn vordering op onrechtmatig handelen door de gemeente. Een vordering op grond van onrechtmatige daad valt onder de geschillen waarvan de burgerlijke rechter (op grond van artikel 112 Grondwet) bevoegd is kennis te nemen. Zodoende is de burgerlijke rechter bevoegd om over de vordering van [eiser 1] c.s. te oordelen.

Ontvankelijkheid

4.2.

Nu de bevoegdheid van de burgerlijke rechter vast staat, moet worden beoordeeld of [eiser 1] c.s. in zijn vordering kan worden ontvangen. Met andere woorden moet worden beoordeeld of de gang naar de burgerlijke rechter, zoals [eiser 1] c.s. in deze procedure gemaakt heeft, ook daadwerkelijk voor hem open staat. In de rechtspraak is de taakverdeling tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter afgebakend. Een eiser moet door de burgerlijke rechter niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering als een met voldoende waarborgen omgeven bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat of open heeft gestaan. De taakverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter komt er dus op neer dat de burgerlijke rechter als het ware als vangnet kan dienen wanneer een gang naar de rechter via het bestuursrecht ontbreekt.

4.3.

De bestuursrechter heeft bij uitspraak van 3 maart 2021 geoordeeld dat het besluit van de gemeente om een tegemoetkoming uit te keren geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. [eiser 1] c.s. is om die reden in de beslissing op zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en zijn beroep daartegen is door de bestuursrechter kennelijk ongegrond verklaard. Er stond aldus geen bestuursrechtelijke rechtsgang open voor [eiser 1] c.s., zodat hij in zijn vorderingen bij de burgerlijke rechter kan worden ontvangen.

Grondslag van de vordering

4.4.

[eiser 1] c.s. baseert zijn vordering op onrechtmatige daad. Volgens [eiser 1] c.s. heeft de gemeente onrechtmatig jegens hem gehandeld door gelijke gevallen niet gelijk te behandelen.

4.5.

De kantonrechter stelt voorop dat de overheid onrechtmatig kan handelen wanneer zij handelt in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 6:162 lid 2 BW (het artikel waarin een onrechtmatige daad beschreven staat). De overheid dient zich te gedragen conform de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of de overheid (in dit geval de gemeente) in strijd handelt met de maatschappelijke zorgvuldigheid zal in deze procedure dan ook worden beantwoord aan de hand van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Een van deze beginselen is het gelijkheidsbeginsel. Als gelijke gevallen door de overheid niet gelijk worden behandeld, kan dit handelen onrechtmatig zijn. Van belang is dan in de eerst plaats of sprake is (geweest) van gelijke gevallen.

Is er sprake van gelijke gevallen?

4.6.

Uit de nota en de raadsmededeling van de gemeente blijkt dat de tegemoetkoming op basis van twee criteria aan omwonenden is toegekend, namelijk indien sprake is van (a) directe buren van Mimik, of (b) buren van Mimik die gedurende de bouwtijd uitzicht hebben gehad op bouwcontainers. De kantonrechter stelt voorop dat het (hebben) ervaren van overlast geen criterium was voor de gemeente en dus geen rol speelt bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van gelijke gevallen. De stelling van [eiser 1] c.s. dat hij overlast heeft ondervonden, meer nog dan de huishoudens die de tegemoetkoming wel hebben ontvangen, zal daarom, ongeacht of dat het geval was en ongeacht of de gemeente dat heeft onderkend, verder onbesproken blijven. Tussen partijen staat daarnaast vast dat [eiser 1] c.s. niet onder het criterium valt met betrekking tot de bouwcontainers.

4.7.

Dus is het de vraag of [eiser 1] c.s. onder het andere criterium valt, namelijk of hij kwalificeert als ‘directe buur’ van Mimik. [eiser 1] c.s. voert aan dat dit het geval is omdat hij objectief gezien kwalificeert als directe buur: hij woont tegenover (de achterzijde van) Mimik. De gemeente voert aan dat voor wat betreft dit criterium de tegemoetkoming alleen is toegekend aan de buren met een aan het bouwperceel grenzend perceel. Als de gemeente een ruimere definitie had gehanteerd dan waren er vele huishoudens eveneens in aanmerking gekomen voor de tegemoetkoming, aldus de gemeente.

4.8.

De gemeente heeft het criterium ‘directe buur’ niet gedefinieerd in de nota of in de raadsmededeling. Aan de hand van het algemeen taalgebruik zou onder ‘directe buur’ in beginsel ook [eiser 1] c.s. kunnen worden verstaan, omdat er tussen zijn woning en Mimik geen andere panden gelegen zijn, enkel de (lege) [straatnaam] . Uit de nota en de raadsmededeling blijkt evenwel dat de gemeente dat niet heeft bedoeld toen zij besloot om een tegemoetkoming toe te kennen. In de nota wordt namelijk zowel gesproken van ‘directe buren’ als van ‘naaste buren’. Naaste buren, duidt op de door de gemeente nader toegelichte gedachte dat sprake moet zijn van aangrenzende percelen. Daarnaast blijkt uit de selectie van de huishoudens die in de nota is gemaakt en aan wie de tegemoetkoming is toegekend de bedoeling van de gemeente. De gecompenseerde huishoudens grenzen namelijk kadastraal gezien aan het perceel van Mimik, of hebben een tegemoetkoming ontvangen omdat zij uitzicht hebben gehad op containers. Daarbij merkt de kantonrechter op dat niet voldoende is gebleken dat het negende huishouden, dat op een later moment de tegemoetkoming heeft gekregen, niet voldeed aan het criterium dat zij uitzicht heeft gehad op bouwcontainers, onder meer omdat niet bekend is waar de containers exact gestaan hebben en hoe de zichtlijnen liepen. Dat [eiser 1] c.s. geen aangrenzend perceel heeft met het perceel van Mimik staat niet ter discussie. Evenmin is in discussie dat andere omwonenden aan de [straatnaam] , die evenals [eiser 1] c.s. achter Mimik wonen, geen tegemoetkoming hebben ontvangen. Uit het voorgaande leidt de kantonrechter af dat de gemeente met het criterium ‘directe buren’ heeft gedoeld op buren wiens perceel kadastraal aan het perceel van Mimik grenst. Nu [eiser 1] c.s. zich daarmee onderscheidt ten opzichte van de gecompenseerde huishoudens is er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van gelijke gevallen. Omdat er geen sprake is van gelijke gevallen heeft de gemeente niet in strijd gehandeld met de maatschappelijke zorgvuldigheid door aan [eiser 1] c.s. geen tegemoetkoming toe te kennen. De vordering van [eiser 1] c.s. moet daarom worden afgewezen.

4.9.

De kantonrechter merkt nog op dat zij geen oordeel kan geven over de vraag of het redelijk is dat [eiser 1] c.s., bijvoorbeeld vanwege de ervaren overlast, geen tegemoetkoming heeft ontvangen. Dit komt omdat het om een onverplichte tegemoetkoming van de gemeente gaat, waardoor de redelijkheid van het al dan niet verstrekken daarvan niet ter beoordeling aan de kantonrechter voor ligt.

Conclusie

4.10.

De kantonrechter zal de vorderingen van [eiser 1] c.s. afwijzen, aangezien van onrechtmatig handelen van de gemeente jegens [eiser 1] c.s. geen sprake is. [eiser 1] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente vastgesteld op € 498,00 (zijnde: twee punten (voor de conclusie van antwoord en de mondelinge behandeling) maal het tarief van € 249,00). De nakosten zullen worden begroot op € 124,00, beide vermeerderd met rente in het geval van niet tijdige betaling.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eiser 1] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente vastgesteld

op € 498,00, en in de nakosten, begroot op € 124,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Rozeboom, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021.