Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:1695

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
08-04-2021
Datum publicatie
28-04-2021
Zaaknummer
C/08/261265 / HA RK 21-11
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschikking ex artikel 202 Rv. Verzoek orthopedische expertise afgewezen. Verzoek neurologische expertise toegewezen. Verzoeken tot overlegging medische informatie afgewezen.

Uitgangspunt is dat het de deskundige is, en niet de rechter of de wederpartij, die heeft te bepalen welke door partijen te verschaffen gegevens voor de uitvoering van het hem opgedragen onderzoek noodzakelijk zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2021-0390
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer : C/08/261265 / HA RK 21-11

Beschikking van 8 april 2021

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

PROTECTOR FORSIKRING SA,

gevestigd en kantoorhoudende te Stockholm (Zweden),

verzoekende partij, hierna te noemen Forsikring,

advocaat: mr. J.C. Rous te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij, hierna te noemen [gedaagde] ,

advocaat: mr. Y.B. Boendermaker te Hilversum.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties,

  • -

    het verweerschrift met producties,

  • -

    de, vanwege de getroffen maatregelen in verband met het Corona-virus via een videoverbinding gehouden, mondelinge behandeling op 25 maart 2021, waar Forsikring is vertegenwoordigd door mr. Rous en [gedaagde] , bijgestaan door mr. Boendermaker is verschenen.

1.2.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen ter beantwoording van de IWMD-vraagstelling, met benoeming van primair een orthopedisch chirurg, subsidiair een neuroloog, als deskundige.

2.2.

Een voorlopig deskundigenonderzoek als bedoeld in artikel 203 jo. 202 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan ertoe dienen een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen omtrent de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden om aldus beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen. De rechter die op het verzoek dient te beslissen komt geen discretionaire bevoegdheid toe. Hij dient het onderzoek in beginsel te gelasten, mits het daartoe strekkende verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Dit is anders indien de rechter op grond van in zijn beslissing vermelde feiten en omstandigheden van oordeel is dat het verzoek in strijd is met een goede procesorde, dat van de bevoegdheid toepassing van dit middel te verlangen, misbruik wordt gemaakt - bijvoorbeeld omdat verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot het uitoefenen van die bevoegdheid kan worden toegelaten - of dat het verzoek moet afstuiten op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.

2.3.

De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] zich niet verzet tegen het verzoek als zodanig om een deskundige te benoemen. In zoverre kan het verzoek, dat op de wet is gegrond, worden toegewezen.

2.4.

Partijen verschillen wel van mening over de (discipline van de) persoon van de te benoemen deskundige. Forsikring stelt zich op het standpunt dat er primair (en in eerste instantie) een orthopedisch chirurg als deskundige moet worden benoemd. Zij verwijst daarvoor naar de brief van haar medisch adviseur van 7 september 2018. [gedaagde] vindt dat er een neuroloog moet worden benoemd als deskundige.

2.5.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Forsikring onvoldoende concreet onderbouwd waarom er op dit moment een orthopedisch chirurg als deskundige moet worden benoemd. Het in de brief van 7 september 2018 door de medisch adviseur van Forskikring vermelde argument dat er bij de benoeming van een orthopedisch chirurg als deskundige (ook) direct duidelijkheid over de (invloed van de) pre-existente knieklachten zal komen, overtuigt de rechtbank niet. Daarbij wordt meegewogen dat tijdens de mondelinge behandeling van de zijde van [gedaagde] is verklaard dat door [gedaagde] niet de stelling wordt ingenomen dat hij door (gestelde) knieklachten wordt beperkt in het verrichten van werkzaamheden. Daarnaast kan er niet aan voorbij worden gegaan dat uit de zich in het dossier bevindende stukken naar voren komt dat er na de brief van 7 september 2018 in het minnelijke traject veeleer is ingezet op een neurologische expertise.

2.6.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank dan ook een neuroloog als deskundige benoemen.

2.7.

Partijen zijn het, blijkens het verzoekschrift en verweerschrift, niet eens over de persoon van de te benoemen deskundige. Tijdens de mondelinge behandeling is van de zijde van [gedaagde] vervolgens de heer P. Verlooy, neuroloog (hierna ook: Verlooy), als deskundige voorgesteld. Van de zijde van Forsikring is daarop niet afwijzend gereageerd. Er is namens haar te kennen gegeven dat dit aan de medisch adviseur van Forsikring zal moeten worden voorgelegd. De rechtbank heeft hierin aanleiding gezien contact op te nemen met Verlooy. Deze persoon heeft verklaard vrij te staan ten opzichte van partijen en in staat en bereid te zijn in deze zaak een deskundigenbericht uit te brengen. Daarbij heeft hij de rechtbank wel meegedeeld dat hij (ongeveer) een wachttijd heeft van 6 maanden. Daarin ziet de rechtbank geen aanleiding om Verlooy niet te benoemen, aangezien de ervaring leert dat er bij andere (potentiële) deskundigen ook vaak sprake is van een (vergelijkbare) wachttijd. De rechtbank is dan ook voornemens Verlooy als deskundige te benoemen.

2.8.

De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen uiterlijk twee weken na de datum van deze beschikking gemotiveerd bezwaar te maken tegen het voornemen van de rechtbank om Verlooy als deskundige te benoemen. Voor het geval partijen van deze gelegenheid geen gebruik maken, zal de rechtbank reeds nu voor alsdan bepalen dat Verlooy als deskundige wordt benoemd.

2.9.

Aan de deskundige komt de vrijheid toe om, zo hij dat noodzakelijk/dienstig acht, een neuropsycholoog van eigen keuze in te schakelen met het oog op de beantwoording van één of meer vragen. De rechtbank ziet, anders dan Forsikring heeft betoogd, geen aanleiding om reeds op voorhand te bepalen dat als de deskundige een neuropsycholoog wenst in te schakelen dit neuropsycholoog [A] dient te zijn. Indien de deskundige een neuropsycholoog wenst in te schakelen dient hij partijen voorafgaand wel in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de persoon van zijn keuze. Mocht(en) (een van de) partijen bezwaren hebben tegen de neuropsycholoog van zijn keuze, dan dient de deskundige zich te wenden tot de in het dictum vermelde rechter-commissaris voor overleg. De deskundige dient van de inschakeling van een neuropsycholoog melding te maken in zijn rapport en de uitkomsten van het neuropsychologisch onderzoek in zijn conclusies te betrekken en de verslaglegging van het neurologisch onderzoek bij zijn expertiserapport te voegen. Het is ook aan de deskundige om in dat geval te bepalen welke vragen hij aan de neuropsycholoog wil voorleggen. De rechtbank ziet, gelet op het vorenoverwogene, aanleiding om vraag c2 (situatie met ongeval/voorval) toe te voegen aan de (hierna verder aan de orde komende) vraagstelling.

2.10.

De rechtbank wijst de deskundige erop dat het deskundigenonderzoek dient plaats te vinden met inachtneming van de Leidraad deskundigen in civiele zaken. Deze Leidraad is te vinden op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie.

2.11.

De rechtbank stelt vast dat er tussen partijen niet (meer) in geschil is dat de zogenoemde IWMD-vraagstelling aan de deskundige zal worden voorgelegd. De rechtbank heeft aanleiding gezien om de vraagstelling enigszins aan te vullen in die zin dat waar wordt vermeld “ongeval” zij dit heeft veranderd in “ongeval/voorval”.

2.12.

Partijen discussiëren ook over de over te leggen medische informatie. Forsikring stelt zich primair op het standpunt dat [gedaagde] zijn volledige medische dossier van vóór en ná het ongeval/voorval dient over te leggen. Subsidiair stelt zij dat het medische dossier van voor het ongeval/voorval kan worden beperkt tot de periode van twee jaar voor het ongeval/voorval. [gedaagde] verzet zich hiertegen. Hij stelt zich op het standpunt dat het procesdossier met de zich daarin bevindende medische stukken, inclusief de bij het verweerschrift door hem overgelegde medische stukken, aan de deskundige kan worden toegezonden. Daarnaast stelt [gedaagde] dat Forsikring de ontbrekende medische adviezen van haar medische adviseur dient over te leggen aan de deskundige.

2.13.

De rechtbank wijst de verzoeken om nadere informatie over te leggen af. Uitgangspunt is dat het de deskundige is, en niet de rechter of de wederpartij, die heeft te bepalen welke door partijen te verschaffen gegevens voor de uitvoering van het hem opgedragen onderzoek noodzakelijk zijn (Vgl. HR 22 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB5626, NJ 2010/542 en ECLI:NL:HR:2008:BB3676, NJ 2010/543). Mocht de deskundige tot de conclusie komen dat er relevante medische informatie ontbreekt dan wordt hij verzocht om dat, door tussenkomst van de advocaten, op te vragen bij partijen. [gedaagde] is, voor zover het medische gegevens betreft, slechts gehouden de door de deskundige verlangde gegevens ook aan de medisch adviseur van Forsikring te verstrekken en, nadat van het blokkeringsrecht van artikel 7:464 lid 2 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW) geen gebruik is gemaakt, aan Forsikring zelf.

2.14.

De deskundige heeft verklaard dat hij zijn met het onderzoek gemoeide kosten (schattenderwijs) begroot op € 5.280,--, inclusief (een component voor) BTW (waarbij een uurtarief van € 300,-- (inclusief BTW) wordt gehanteerd en € 90,-- aan kosten in rekening worden gebracht).

2.15.

De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich uiterlijk twee weken na de datum van deze beschikking uit te laten over de hoogte van het te deponeren voorschot. Voor het geval partijen van deze gelegenheid geen gebruik maken, zal de rechtbank de hoogte van het voorschot reeds nu voor alsdan bepalen op het door de deskundige begrote bedrag van
€ 5.280,-- inclusief (een component voor) BTW. Indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing.

2.16.

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de verzoekende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot zal daarom door Forsikring moeten worden betaald.

2.17.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.18.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

VOORVRAAG

A. Heeft u voor beoordeling van deze casus en/of de beantwoording van de onderstaande vragen alle relevante medische informatie ontvangen? Zo nee, wilt u dan aan partij Forsikring en/of [gedaagde] door tussenkomst van mr. Rous dan wel mr. Boendermaker de benodigde informatie opvragen?

1 DE SITUATIE MET ONGEVAL/VOORVAL

Anamnese
a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied de onderzochte aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby’s, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid?

Aanbeveling 2.2.4. RMSR:

De beschrijving van de anamnese is deugdelijk en compleet, en beperkt zich tot de relevante gegevens. De beschrijving van de anamnese bevat uitsluitend het verhaal van de onderzochte in diens bewoordingen. Er worden daarbij geen termen gebezigd of feiten vermeld die uitsluitend kunnen zijn ontleend aan aangeleverde of verkregen medische gegevens of een interpretatie daarvan. Als hieraan wordt voldaan, dan verwoordt de anamnese per definitie het subjectieve verhaal van de onderzochte. Termen als “betrokkene zou (…)” worden vermeden. Ook voegt de expert bij de beschrijving van de anamnese geen voorlopige conclusies of eigen interpretaties toe. Auto-anamnese en hetero-anamnese worden gescheiden en als zodanig genoemd weergegeven.

Medische gegevens
b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van:
- de medische voorgeschiedenis van de onderzochte op uw vakgebied;
- de medische behandeling van het letsel van de onderzochte en het resultaat daarvan.

Aanbeveling 2.2.6 RMSR:

Uit het rapport blijkt van welke van de meegestuurde gegevens kennis werd genomen en op welke wijze de daaraan ontleende feiten zijn meegewogen in het eindoordeel. Bij voorkeur wordt in het rapport een samenvatting opgenomen van de aan de meegestuurde gegevens ontleende feiten.

Medisch onderzoek
c1. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij lichamelijk en eventueel hulponderzoek?
c2. Wilt u naar aanleiding van uw onderzoek bepalen of een neuropsychologisch onderzoek noodzakelijk/dienstig is en zo ja, wilt u in dat geval een neuropsycholoog van eigen keuze inschakelen, waarbij u partijen alvorens u deze neuropsycholoog inschakelt in de gelegenheid dient te stellen zich uit te laten over de persoon van de neuropsycholoog van uw keuze. Mocht(en) (een van de) partijen bezwaren hebben tegen de neuropsycholoog van uw keuze, dan dient u zich te wenden tot de in dit dictum vermelde rechter-commissaris voor overleg.
U dient van de inschakeling van een neuropsycholoog melding te maken in uw rapport en de uitkomsten van het neuropsychologisch onderzoek in uw conclusies te betrekken en de verslaglegging van het neurologisch onderzoek bij uw expertiserapport te voegen. Het is aan u welke u vragen u aan de neuropsycholoog wilt voorleggen (zie rechtsoverweging 2.9.),

Aanbeveling 2.2.5 RMSR:

Er wordt een adequaat lichamelijk en/of psychiatrisch onderzoek verricht, maar slechts voor zover dat relevant is voor de beantwoording van de vraagstelling. Niet relevant onderzoek blijft uitdrukkelijk achterwege. Indien mogelijk worden de resultaten in kwantitatieve vorm weergegeven. Bij de beschrijving van de onderzoeksresultaten kan medisch jargon uiteraard niet worden vermeden.

Aanbeveling 2.2.7 RMSR:

Indien de expert aanvullend hulponderzoek (radiologisch, neuropsychologisch of anderszins) laat verrichten en de uitkomsten daarvan in zijn conclusies betrekt, dan dienen de verslagleggingen van deze onderzoeken bij het expertiserapport gevoegd te worden.

Consistentie
d. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?
e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?

Aanbeveling 2.2.8 RMSR:

Als de anamnese niet overeenkomt met de feiten zoals die uit de stukken naar voren komen, dan dient uit het rapport te blijken dat de onderzochte, voor zover dat medisch verantwoord is, met deze discrepantie werd geconfronteerd. Vermeld wordt, wat zijn reactie daarop was en wat daaruit kan worden geconcludeerd.

Diagnose
f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven?

Aanbeveling 2.2.15 RMSR:

Waar nodig wordt een differentiaaldiagnostische overweging gegeven.

Beperkingen
g. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het ongeval/voorval? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven [op een beperkingenformulier] en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?

Aanbeveling 2.2.17 RMSR :

Uit het rapport blijkt dat de expert de beperkingen van de onderzochte baseert op zijn eigen professionele oordeel en dat hij niet klakkeloos de door de onderzochte genoemde beperkingen heeft overgenomen.

Aanbeveling 2.2.18 RMSR:

De eventuele beperkingen van de onderzochte worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De expert zal zelf geen gekwantificeerde belastbaarheidsprofielen opstellen (bijvoorbeeld volgens de FIS- of FML-methodiek).

Medische eindsituatie
h. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval/voorval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel?
i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?

Aanbeveling 2.2.14 RMSR:

Als de expert om een inschatting wordt gevraagd en hij zich competent acht deze inschatting te maken, dan zorgt hij ervoor dat duidelijk wordt op welke wijze deze inschatting tot stand is gekomen. Hij geeft aan wat daarbij heeft meegewogen en wat van doorslaggevende betekenis is geweest.

2 DE SITUATIE ZONDER ONGEVAL/VOORVAL

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.

Aanbeveling 2.2.14 RMSR:

Als de expert om een inschatting wordt gevraagd en hij zich competent acht deze inschatting te maken, dan zorgt hij ervoor dat duidelijk wordt op welke wijze deze inschatting tot stand is gekomen. Hij geeft aan wat daarbij heeft meegewogen en wat van doorslaggevende betekenis is geweest.

Aanbeveling 2.2.16 RMSR:

Een eventuele causaliteitsvraag wordt uitsluitend beantwoord vanuit de medische causaliteitsgedachte, dat wil zeggen op grond van datgene wat bekend en herkenbaar is met betrekking tot het ontstaan en het beloop van de onderhavige klachten en verschijnselen. Deze vraagstelling geschiedt in overeenstemming met de gangbare inzichten dan wel richtlijnen van de desbetreffende wetenschappelijke vereniging. De expert zal nimmer klachten aan een ongeval/voorval “toerekenen” of de causaliteit ervan louter baseren op het feit dat ze pas na het ongeval/voorval debuteerden.

Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongeval/voorval
a. Bestonden voor het ongeval/voorval bij de onderzochte reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft?
b. Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen voor het ongeval/voorval uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?

Aanbeveling 2.2.17 RMSR :

Uit het rapport blijkt dat de expert de beperkingen van de onderzochte baseert op zijn eigen professionele oordeel en dat hij niet klakkeloos de door de onderzochte genoemde beperkingen heeft overgenomen.

Aanbeveling 2.2.18 RMSR:

De eventuele beperkingen van de onderzochte worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De expert zal zelf geen gekwantificeerde belastbaarheidsprofielen opstellen (bijvoorbeeld volgens de FIS- of FML-methodiek).

Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongeval/voorval
c. Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval/voorval de onderzochte niet was overkomen?
d. Zo ja (dus zonder ongeval/voorval ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?
e. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?

f. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalgerelateerde/voorvalgerelateerde klachten en afwijkingen?
g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
h. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?

Aanbeveling 2.2.17 RMSR :

Uit het rapport blijkt dat de expert de beperkingen van de onderzochte baseert op zijn eigen professionele oordeel en dat hij niet klakkeloos de door de onderzochte genoemde beperkingen heeft overgenomen.

Aanbeveling 2.2.18 RMSR:

De eventuele beperkingen van de onderzochte worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De expert zal zelf geen gekwantificeerde belastbaarheidsprofielen opstellen (bijvoorbeeld volgens de FIS- of FML-methodiek).

3 OVERIG

Aanbeveling 2.2.11 RMSR:
Indien de expert bevindingen doet waar niet naar wordt gevraagd maar die hij terzake relevant vindt, dan vermeldt hij deze in het rapport.

a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?

3.2.

is voornemens tot deskundige te benoemen:

P. Verlooy,

correspondentieadres: postbus 3215,

2001 DE, Haarlem,

[telefoonnummer] ,

emailadres: [emailadres]

3.3.

stelt partijen in de gelegenheid binnen twee weken na de dagtekening van de beschikking schriftelijk en gemotiveerd bezwaar te maken tegen het voornemen om Verlooy als deskundige te benoemen en bepaalt dat indien partijen niet of niet tijdig bezwaar maken, Verlooy reeds nu voor alsdan als deskundige wordt benoemd.

het voorschot

3.4.

begroot de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige op het bedrag van € 5.280,--, inclusief (een component voor) BTW en stelt partijen in de gelegenheid binnen twee weken na datum beschikking schriftelijk bij de griffie van deze rechtbank hiertegen bezwaar te maken,

3.5.

bepaalt dat

 indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, het voorschot reeds nu voor alsdan wordt vastgesteld op € 5.280,-- inclusief (een component voor) BTW en bepaalt dat Forsikring dit bedrag dient te voldoen binnen twee weken nadat van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota is ontvangen,

 indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt het voorschot zal worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,

3.6.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

3.7.

bepaalt dat de deskundige niet eerder met zijn werkzaamheden zal beginnen dan nadat hij van de griffier bericht heeft ontvangen, dat het volledige voorschot is voldaan,

3.8.

bepaalt dat de deskundige, indien gedurende het onderzoek mocht blijken dat het gedeponeerde voorschot onvoldoende zal zijn om daaruit zijn honorarium en schadeloosstelling te voldoen, hij zo spoedig mogelijk aanvulling van het voorschot moet verzoeken, en in afwachting van een beslissing van de rechtbank hieromtrent de werkzaamheden moet staken,

het onderzoek

3.9.

bepaalt dat de griffie het procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.10.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.11.

wijst de deskundige er op dat het deskundigenonderzoek dient plaats te vinden met inachtneming van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (deze Leidraad is te vinden op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie) en onverminderd het bepaalde in de artikelen 194-200 Rv,

3.12.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

3.13.

bepaalt dat de deskundige, die de opdracht onpartijdig en naar beste weten dient te volbrengen, bij zijn onderzoek partijen via hun advocaten in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat uit het door de deskundige uitgebrachte rapport moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, waarbij van de inhoud van bedoelde opmerkingen en verzoeken in het rapport melding moet worden gemaakt,

het schriftelijk rapport

3.14.

draagt de deskundige op om uiterlijk negen maanden na deze beslissing een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van het Team kanton en handelsrecht van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie, waarbij om verlenging kan worden verzocht,

3.14.

wijst de deskundige er op dat:

- uit de rapportage moeten blijken welke (medische) gegevens zijn ontvangen, waaronder ook die welke weliswaar zijn ontvangen maar niet aan het deskundig oordeel ten grondslag zijn gelegd,

- uit de rapportage moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

- hij [gedaagde] in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van zijn inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in artikel 7:464 lid 2 onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW) en, indien [gedaagde] als eerste kennis wenst te nemen van de deskundigenrapportage, hij een concept van de rapportage aan [gedaagde] onder gesloten couvert via zijn advocaat moet toesturen en [gedaagde] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of hij gebruik wil maken van zijn blokkeringsrecht (waarbij [gedaagde] zich van commentaar op het concept moet onthouden),

- dat, indien [gedaagde] binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen,

- dat, indien [gedaagde] geen gebruik maakt van zijn inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van de rapportage aan de advocaten van partijen moet toezenden (zie verder paragraaf 11.5. van de Leidraad over het blokkerings- en inzagerecht).

3.15.

bepaalt dat de deskundige eerst een concept van het rapport aan partijen zal toezenden, waarbij partijen in de gelegenheid zullen worden gesteld opmerkingen over het concept te maken en dat uit het (definitieve) rapport van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, waarbij van de inhoud van bedoelde opmerkingen en verzoeken in het rapport melding moet worden gemaakt,

3.16.

benoemt mr. K.J. Haarhuis tot rechter-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier, dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft,

3.17.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.L.J. Koopmans en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2021 (ib).